Startpagina - Herseninfarct en hersenbloeding
| Wat is nieuw? | Publicatiedatum |
|---|---|
| Postoperatieve monitoring na carotisendariëctomie | 25-06-2026 |
| Risicogroepen voor postoperatieve complicaties na CEA | 25-06-2026 |
| Postoperatieve monitoring na CEA op basis van ‘best practices’ | 25-06-2026 |
| Plaatjesaggregatieremmers | 25-06-2026 |
| Acute fase | 25-06-2026 |
| Chronische fase | 25-06-2026 |
| Farmacogenetica en clopidogrel | 25-06-2026 |
| Startpagina - Herseninfarct en hersenbloeding | 24-03-2026 |
Deze richtlijn valt onder het cluster Cerebrovasculaire ziekten.
Waar gaat deze richtlijn over?
Deze richtlijn richt zich op wat volgens de huidige maatstaven de beste zorg is voor patiënten met een herseninfarct of hersenbloeding. De belangrijkste aspecten van de zorg komen in de richtlijn als volgt naar voren:
- De acute fase: snelle herkenning van een herseninfarct en hersenbloeding, opvang buiten het ziekenhuis, adequate diagnostiek en tijdige behandeling in het ziekenhuis, voorkómen van complicaties en start van secundaire preventie;
- De revalidatiefase: stimuleren van activiteit, beperken van de gevolgen van een herseninfarct of hersenbloeding, en voorkómen van complicaties. De revalidatiefase start bij opname en kan tot jaren na het herseninfarct of de hersenbloeding voortduren;
- Algemene zorgaspecten: neuropsychologische gevolgen, organisatie van chronische zorg, ondersteuning van patiënten en mantelzorgers.
In de herziening van de richtlijn Herseninfarct en hersenbloeding is één module, bestaande uit drie submodules, aan de huidige richtlijn toegevoegd. In de herziening zijn de volgende onderwerpen toegevoegd:
- Plaatjesaggregatieremmers, acute fase
- Plaatjesaggregatieremmers, chronische fase
- Plaatjesaggregatieremmers, farmacogenetica en clopidogrel
Voor wie is deze richtlijn bedoeld?
Deze richtlijn is bestemd voor alle zorgverleners die betrokken zijn bij de behandeling van patiënten -uitgezonderd kwetsbare ouderen- met een herseninfarct of hersenbloeding met al dan niet voorbijgaande verschijnselen. Onder een hersenbloeding wordt in deze richtlijn niet verstaan een subarachnoïdale, epidurale of subdurale bloeding.
De opstellers van de richtlijn gaan ervan uit dat de beschreven medische handelingen worden uitgevoerd door medici en paramedici die bekwaam en bevoegd zijn. Er worden geen specifieke aanbevelingen gedaan over de aard van het specialisme of de opleiding van de degene die de handelingen zou moeten uitvoeren.
Voor patiënten
Deze richtlijn gaat over de aandoeningen herseninfarct en hersenbloeding. In de richtlijn wordt beschreven hoe de diagnose gesteld wordt, hoe de behandeling, en ook hoe de nazorg en revalidatie eruit dienen te zien. Daarnaast wordt er aandacht besteed aan hoe een volgend herseninfarct of hersenbloeding dienen te worden voorkomen.
Meer informatie over een herseninfarct en hersenbloeding is te vinden op:
Hoe is de richtlijn tot stand gekomen?
Het initiatief voor deze richtlijn is afkomstig van de Nederlandse Vereniging voor Neurologie (NVN). De richtlijn is opgesteld door een multidisciplinaire commissie met vertegenwoordigers vanuit alle relevante specialismen die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten met een herseninfarct of hersenbloeding. Er werd aandacht besteed aan het patiëntenperspectief door inbreng van Harteraad, de Hartstichting, de Hersenstichting, en Hersenletsel Alliantie. Daarnaast is de richtlijn ter commentaar opgestuurd naar deze patiëntorganisaties.
Modulair onderhoud
De richtlijnen in het cluster Cerebrovasculaire ziekten worden modulair onderhouden. Het cluster Cerebrovasculaire ziekten omvat de richtlijn Subarachnoïdale bloeding, de richtlijn Ongeruptureerd intracranieel aneurysma en de richtlijn Herseninfarct en hersenbloeding.
In onderstaande tabel is te zien wat de geldigheid is van de richtlijnmodules. Tevens zijn de aandachtspunten vermeld die van belang zijn voor een herziening. Het cluster Cerebrovasculaire ziekten is als houder van deze richtlijnen de eerstverantwoordelijke voor de actualiteit van deze richtlijnen. Jaarlijks wordt vastgesteld welke modules worden herzien. Meer informatie over werken in clusters en modulair onderhoud vindt u hier.
|
|
Laatst beoordeeld in |
Geplande herbeoordeling |
Wijzigingen meest recente versie |
|
Richtlijn Herseninfarct en hersenbloeding
|
|
|
|
|
1. Startpagina – Herseninfarct en hersenbloeding |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
2. Acute opvang |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
3. Diagnostiek bij herseninfarct/-bloeding |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
3.1 Beeldvormende techniek |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
3.2 Aanvullende beeldvorming hersenbloeding |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
3.3 Aanvullende diagnostiek herseninfarct |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
3.4 Cardiale emboliebron herseninfarct |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
4. Acute behandeling bij hersenbloeding |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
4.1 Bloeddrukverlaging bij hersenbloeding |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
4.2 Acute neurochirurgie bij hersenbloeding |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
4.3 Liquordrainage bij hersenbloeding |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
5. Reperfusietherapie voor acute herseninfarct |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
5.1 Intraveneuze trombolyse bij DOAC |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
5.2 Trombolyse met alteplase |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
5.2.1 Behandeling binnen 4,5 uur |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
5.2.2 Behandeling na 4,5 uur of begintijdstip onbekend |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
5.3 Intraveneuze behandeling met tenecteplase |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
5.4 Endovasculaire trombectomie anterieure circulatie, vroege tijdsvenster (0-6 uur na ontstaan van klachten) |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
5.5 Endovasculaire trombectomie anterieure circulatie, late tijdsvenster (6-24 uur na ontstaan van klachten) |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
5.6 Endovasculaire trombectomie basilaris |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
5.7 Chirurgische decompressie herseninfarct |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
6. Behandeling op de Stroke Unit |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
7. Carotisendarteriëctomie bij herseninfarct |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
7.1 Indicaties voor carotisendarteriëctomie |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
7.2 Carotisendarteriëctomie bij CABG |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
7.3 Postoperatieve monitoring na carotisendariëctomie |
2026 |
Jaarlijks |
Nieuwe module |
|
7.3.1 Risicogroepen voor postoperatieve complicaties na CEA |
2026 |
Jaarlijks |
Nieuwe module |
|
7.3.2 Postoperatieve monitoring na CEA op basis van ‘best practices’ |
2026 |
Jaarlijks |
Nieuwe module |
|
7.4 Behandelinterval na TIA of herseninfarct |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
7.5 Asymptomatische stenose |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
7.6 Stenten van een carotisstenose (CAS) |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
8. Secundaire preventie na TIA of herseninfarct |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
8.1 Risico aandoeningen na TIA of herseninfarct |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
8.2 Medicamenteuze interventies na herseninfarct |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
8.2.1 Beste manier om hypertensie vast te stellen |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
8.2.2 Voorkeur antihypertensivum na herseninfarct |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
8.2.3 Streefwaarden medicamenteuze behandeling |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
8.2.4 Starttijd bloeddrukverlagende therapie na TIA |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
8.2.5 Indicatie cholesterolverlagende medicatie |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
8.2.6 Cholesterolverlagers na herseninfarct |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
8.2.7 Streefwaarden (LDL-)cholesterolgehalte |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
8.3 Plaatjesaggregatieremmers |
2026 |
Jaarlijks |
Nieuwe module |
|
8.3.1 Acute fase |
2026 |
Jaarlijks |
Nieuwe module |
|
8.3.2 Chronische fase |
2026 |
Jaarlijks |
Nieuwe module |
|
8.3.3 Farmacogenetica en clopidogrel |
2026 |
Jaarlijks |
Nieuwe module |
|
8.4 Antitrombotische therapie na herseninfarct |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
9. Revalidatie na herseninfarct/-bloeding |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
9.1 Non-invasieve hersenstimulatie met tDCS |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
9.1.1 tDCS Bovenste extremiteit |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
9.1.2 tDCS Onderste extremiteit |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
9.1.3 tDCS Taalvaardigheid |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
9.1.4 tDCS Neglect en functiestoornissen |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
9.2 Non-invasieve hersenstimulatie met rTMS |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
9.1.1 rTMS Bovenste extremiteit |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
9.1.2 rTMS Onderste extremiteit |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
9.1.3 rTMS Taalvaardigheid |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
9.1.4 rTMS Neglect en functiestoornissen |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
9.3 Fluoxetine |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
9.4 Oefentherapie na herseninfarct/-bloeding |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
9.5 Valpreventieprogramma’s |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
9.6 Vroeg mobiliseren na herseninfarct/-bloeding |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
9.7 Vervroegd ontslag na herseninfarct/-bloeding |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
9.8 Diagnose afasie na herseninfarct/-bloeding |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
9.9 Behandeling afasie na herseninfarct/-bloeding |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
9.10 Cognitieve problemen na herseninfarct |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
9.11 Cognitieve revalidatie na herseninfarct |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
9.12 Reduceren angst&depressie na herseninfarct |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
9.13 Mantelzorg na herseninfarct/-bloeding |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
|
10. Organisatie van zorg |
2024 |
Jaarlijks |
n.v.t. |
Beoordelingsdatum en geldigheid
Publicatiedatum : 24-03-2026
Beoordeeld op geldigheid : 24-03-2026