Etiologisch onderzoek naar slechthorendheid op de kinderleeftijd

Initiatief: Cluster Pediatrische KNO Aantal modules: 10

Anamnese slechthorenden op kinderleeftijd

Publicatiedatum: 16-07-2026
Beoordeeld op geldigheid: 16-07-2026

Uitgangsvraag

Welke aspecten dienen bij het kind met slechthorendheid (en diens ouders) binnen het traject van etiologische diagnostiek in de (familie)anamnese nagegaan te worden?

Aanbeveling

Vraag in de anamnese van het slechthorende kind de volgende aspecten uit in het kader van etiologisch onderzoek:

  • Informatie over de zwangerschap.
  • Informatie over de pre- en postnatale periode.
  • Spraak- en taalontwikkeling en auditieve ontwikkeling.
  • Ontwikkelingsmijlpalen, inclusief de motorische en visuele ontwikkeling.
  • Hoofdtrauma met bewustzijnsverlies.
  • Informatie over eventuele controles/behandeling door huisarts of andere medische specialist (opvragen).

Vraag in de familieanamnese de volgende aspecten uit:

  • Gehoorverlies en bijkomende gezondheidsproblemen (ihkv een otogenetisch syndroom) bij 1e en 2e graads familieleden.
  • Consanguïniteit.

Raadpleeg of verwijs naar een klinisch geneticus indien dit het geval is.

Overwegingen

Balans tussen gewenste en ongewenste effecten

In de oude versie van deze module (2012) is een oriënterende search uitgevoerd naar patiënten perspectief en anamnese in de database Medline (OVID). Uit deze search werden vijf artikelen geselecteerd, die vragenlijsten onderzochten. Ze evalueren echter vragenlijsten die slechthorendheid zouden moeten detecteren zonder dat daadwerkelijk een gehoortest of gehoorscreening wordt verricht. Daarmee hebben deze vragenlijsten hebben weinig meerwaarde voor de Nederlandse situatie. Standaardisatie van de anamnese bij slechthorende patiënten is nog niet beschreven. Vele handboeken formuleren wel items die moeten worden nagevraagd bij slechthorendheid. Er zijn voor zover bekend geen wetenschappelijke publicaties met expliciete vragenlijsten voor aspecten die dienen te worden nagegaan in de anamnese bij een kind met slechthorendheid (en diens ouders). Wel stellen Billings (1999), Greinwald (2002) en Mafong (2002) dat anamnese gecombineerd met klinisch onderzoek richtinggevend moet zijn voor het efficiënt aanvragen van aanvullend onderzoek om tot een juiste diagnose voor slechthorendheid te komen.

 

Voor de update van deze module in 2025 is geen systematisch literatuuronderzoek verricht. De uitgangsvraag is van toepassing op de Nederlandse praktijk, waardoor onderzoek alleen in Nederland verricht kan worden. Het is bij de werkgroep bekend dat dit onderzoek niet uitgevoerd is. De aanbevelingen voor deze module zijn dan ook gebaseerd op expert opinion en consensus binnen de werkgroep, rekening houdend met bij de werkgroep bekende literatuur en mogelijke (syndroom)diagnoses.

 

Het doel van de anamnese zoals hier beschreven is een basis leggen voor het traject in het kader van het zoeken naar de oorzaak van slechthorendheid. Het zorgtraject in kader van audiologische zorg (behandeling van blijvend gehoorverlies) wordt in de richtlijnen Audiologische zorg voor slechthorende kinderen van 0 tot 4 jaar en Audiologische zorg voor slechthorende kinderen van 4 tot 18 jaar.

 

Algemene anamnese

Vanuit professioneel perspectief kan iedere kno-arts, kinderarts, klinisch geneticus, of audioloog een anamnese uitvoeren voor slechthorendheid. Indien niet al aanwezig, kan bijvoorbeeld de expertise van audioloog, KNO-arts, kinderarts, kinderrevalidatiearts, kinderneuroloog, maatschappelijk werk, psycholoog en logopedist/linguïst nuttig zijn.

 

Het lijkt voor de hand liggend, maar toch nuttig, om te vermelden dat een anamnese bij een slechthorend kind vaak een heteroanamnese is. In de (hetero) anamnese dient te worden uitgevraagd hoe de slechthorendheid aan het licht is gekomen. Zijn er al (objectieve en correcte) metingen gedaan? Is de patiënt verwezen via een huisarts, een medisch specialist, jeugdzorg (GGZ), neonatale screening of via ALGO-screening (automated auditory brainstem response)? Om een hetero-anamnese goed af te kunnen nemen is het van belang om na te denken of de inzet van een (gebaren)tolk/vertaler zinvol is bij het afnemen.

 

Hieronder worden aspecten weergegeven die in de (hetero-)anamnese aan de orde dienen te komen: 

  • Zwangerschap: maternale ziekte, medicatiegebruik, intoxicaties en vaccinatiestatus moeder, reis-anamnese vlak vóór en tijdens de zwangerschap, groei van de foetus, echo-afwijkingen, verrichte prenatale screening/diagnostiek.
  • Perinatale periode: prematuriteit / dysmaturiteit, asfyxie, icterus, (congenitale) infecties, hartafwijking, intracraniële bloeding, ototoxische medicatie.
  • Ontwikkelingsmijlpalen met accent op vroege spraak- en taalontwikkeling en auditieve ontwikkeling.
  • Afwijkende of vertraagde motorische ontwikkeling inclusief evenwichtsklachten of balansproblemen.
  • Plotseling ontstaan of progressief gehoorverlies in combinatie met gewrichts- en/of oogklachten (aanwijzingen voor auto-immuun aandoening).
  • Hoofdtrauma met bewustzijnsverlies met/zonder audio-vestibulaire symptomen.
  • Visusproblemen (refractie-afwijkingen, maar ook anderszins, zoals aanwijzingen voor retinitis pigmentosa, of CVI (zie richtlijn CVI)).
  • Consultatie /controle door enige andere medische specialist.

Indien het kind of de moeder tijdens de zwangerschap onder behandeling van huisarts of een medische specialist is geweest is het aan te bevelen consent te vragen aan ouders om deze medische informatie  op te vragen en in het dossier vast te leggen.

 

Slechthorendheid kan op zichzelf staand zijn (geisoleerde slechthorendheid) of kan voorkomen in het kader van een meeromvattende aandoening (syndroom).

De anamnese naar syndromale slechthorendheid vergt meer specifieke kennis van deze syndromen en dus expertise in het domein van erfelijke slechthorendheid. Menig frequent voorkomende of erg specifieke syndromen zullen bekend zijn bij algemene KNO-artsen (en kinderartsen), terwijl de ervaring met zeldzamere of aspecifieke syndromen naar verwachting gering zal zijn.

 

Als er een vermoeden bestaat dat de slechthorendheid onderdeel uitmaakt van een syndroom, door bijvoorbeeld bijkomende gezondheidsproblemen, ontwikkelingsproblemen of uiterlijke bijzonderheden (dysmorfieën), is het advies om door te verwijzen naar een klinisch geneticus.

 

Een klinisch geneticus of kinderarts zal zich bij syndromale counselling moeten vergewissen of bij dit specifieke syndroom slechthorendheid beschreven is of zich in de toekomst kan ontwikkelen.

 

Erfelijke slechthorendheid en familieanamnese

Perceptief gehoorverlies met congenitale of juveniele onset kan een erfelijke oorzaak hebben. Het is daarom belangrijk een familieanamnese af te nemen. Hierbij is het van belang om uit te vragen:

  1. of er (vergelijkbaar) gehoorverlies voorkomt bij tenminste eerste- en tweedegraads familieleden (ouders, broers, zussen, grootouders, ooms, tantes, neven en nichten). Ook dient navraag te worden gedaan of er bijkomende gezondheidsklachten zijn die kunnen wijzen op een otogenetisch syndroom.
  2. of er aanwijzingen zijn voor consanguïniteit bij de ouders.

Eventueel kan een stamboom gemaakt worden bij het in kaart brengen van de familie.

 

Als er bijzonderheden zijn in de familieanamnese die kunnen wijzen op een erfelijke oorzaak is het aan te bevelen om een klinisch geneticus te raadplegen. Dit kan in een MDO zijn of door te verwijzen naar een klinisch geneticus. Als er aanwijzingen zijn voor een erfelijke oorzaak kan genetisch onderzoek worden verricht. Zie de module Genetisch onderzoek voor verdere informatie hierover.

 

Kwaliteit van het bewijs

Er kon geen systematisch literatuuronderzoek worden uitgevoerd. De kwaliteit van het bewijs kon dan ook niet worden vastgesteld.

 

Waarden en voorkeuren van patiënten (en eventueel hun naasten/verzorgers)

Het is voor de patiënt en zijn of haar ouders/verzorgers van belang dat er voldoende informatie wordt verzameld om tot een betrouwbare anamnese te komen, om zo te bepalen welke diagnostische testen nodig zijn voor het stellen van een diagnose. Daarnaast dient de anamnese om te bepalen of een eventueel noodzakelijke behandeling ingezet dient te worden. Het gesprek met de patiënt en zijn of haar ouders/verzorgers moet begrijpelijk zijn en niet te veel tijd in beslag nemen.

 

Kostenaspecten

Het uitvoeren van een gestructureerde anamnese heeft niet direct invloed op de kosten. Het uitvragen van bepaalde aanvullende aspecten kan wel leiden tot het uitvoeren van diagnostiek waar kosten aan verbonden zijn. Dit geldt onder andere voor kinderen die verwezen worden naar academische centra voor genetisch onderzoek. De verwijzend arts dient goed af te wegen of aanvullende diagnostiek zinvol is.

 

Gelijkheid ((health) equity/equitable)

De neonatale gehoorscreening betreft in Nederland zorg die voor iedereen, ongeacht gender, geslacht of etniciteit, toegankelijk is. Verschillen in sociaaleconomische status leiden daarom niet tot mogelijke verschillen in gezondheidsgelijkheid. Ook de vervolg diagnostiek en behandeling is in Nederland toegankelijk en betreft verzekerde zorg.

 

Aanvaardbaarheid

Ethische aanvaardbaarheid

De gestructureerde anamnese lijkt aanvaardbaar voor de betrokkenen. Er zijn geen aanwezige factoren die een gestructureerde anamnese naar etiologische factoren zouden kunnen belemmeren.

 

Haalbaarheid

Het afnemen van een gestructureerde anamnese is in de huidige (poli)klinische setting mogelijk en er zijn geen ervaren knelpunten. Veel zorg is vaak gestructureerd in multidisciplinaire spreekuren.

 

Rationale van de aanbeveling: weging van argumenten voor en tegen de interventies

Gestandaardiseerde vragenlijsten die anamnestisch dé oorzaak van slechthorendheid op de kinderleeftijd achterhalen ontbreken. Echter op basis van multidisciplinair beoordelen en behandelen van het slechthorende kind is goede zorg gegarandeerd. De werkgroep definieert een aantal aandachtspunten in de anamnese die essentieel zijn om uit te vragen om de juiste diagnostiek te kunnen uitvoeren en behandelplan te kunnen opstellen. Het uitvagen van een gestructureerde anamnese lijkt niet te leiden tot extra kosten en belasting van de patiënt, en lijkt haalbaar in de klinische praktijk. Overweeg om een tolk-vertaler bij het afnemen van een heteroanamnese aanwezig te laten zijn indien daar noodzaak voor is.

 

Eindoordeel:

Sterke aanbeveling voor afnemen van een gestructureerde anamnese.

Onderbouwing

Medical history taking with an emphasis on detection of a pattern of complaints from a patient and their relatives (hetero anamnesis) aims to collect useful information for making a correct etiological and differential diagnosis and so makes a consideration for planning of additional tests and counselling. Etiological diagnosis and history taking aims for finding the cause for the hearing loss.

 

To date, there is no standardized anamnesis to detect the specific cause for hearing loss in children. Nor does literature search yield a specific questionnaire for early childhood hearing loss detection by history taking only.

No systematic review of the literature has been performed as the research to answer the initial question can only be performed in the Netherlands. This research has not been performed.

  1. Billings KR, Kenna MA. Causes of pediatric sensorineural hearing loss: yesterday and today. Arch Otolaryngol Head Neck Surg. 1999 May;125(5):517-21. doi:10.1001/archotol.125.5.517. PMID:10326808.
  2. Greinwald JH Jr, Hartnick CJ. The evaluation of children with sensorineural hearing loss. Arch Otolaryngol Head Neck Surg. 2002 Jan;128(1):84-7. doi: 10.1001/archotol.128.1.84. PMID: 11784264.
  3. Mac Ardle B, Bitner-Glindzicz M. Investigation of the child with permanent hearing impairment. Arch Dis Child Educ Pract Ed. 2010 Feb;95(1):14-23. doi:10.1136/adc.2008.150987. PMID: 20145014.
  4. Mafong DD, Shin EJ, Lalwani AK. Use of laboratory evaluation and radiologic imaging in the diagnostic evaluation of children with sensorineural hearing loss. Laryngoscope. 2002 Jan;112(1):1-7. doi:10.1097/00005537-200201000-00001. PMID: 11802030.
  5. Pickett BP, Ahlstrom K. Clinical evaluation of the hearing-impaired infant. Otolaryngol Clin North Am. 1999 Dec;32(6):1019-35. doi:10.1016/s0030-6665(05)70192-4. PMID:10523450.

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 16-07-2026

Beoordeeld op geldigheid  : 16-07-2026

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Cluster Pediatrische KNO
Geautoriseerd door:
  • Nederlands Instituut van Psychologen
  • Nederlands Oogheelkundig Gezelschap
  • Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde
  • Nederlandse Vereniging voor Klinische Fysica
  • Nederlandse Vereniging voor Keel-Neus-Oorheelkunde en Heelkunde van het Hoofd-Halsgebied
  • Stichting Kind & Zorg
  • Vereniging Klinische Genetica Nederland
  • Vereniging voor Klinische Linguïstiek

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is in 2024 een multidisciplinair cluster ingesteld. Het cluster Pediatrische KNO bestaat uit meerdere richtlijnen (zie hier de actuele clusterindeling). De stuurgroep bewaakt het proces van modulair onderhoud binnen het cluster. De expertisegroepsleden brengen hun expertise in, indien nodig. De volgende personen uit het cluster zijn betrokken geweest bij de herziening van deze module: 

 

Clusterstuurgroepleden

  • Mevr. Dr. J. (Jolijn) Brouwer, voorzitter, KNO-arts, HagaZiekenhuis, Den Haag
  • Dhr. Dr. A.J.N. (Joost) Bittermann, KNO-arts, UMC Utrecht
  • Mevr. Dr. Y.J.W. (Yvonne) Simis, Klinisch fysicus – audioloog, Amsterdam UMC
  • Mevr. H. (Hanneke) van der Hoek-Snieders, logopedist, UMC Utrecht 

Betrokken clusterexpertisegroepleden

  • Dhr. Dr. R.J.H. (Robbert) Ensink, KNO-arts, Gelre Ziekenhuis, Apeldoorn
  • Dhr. ir. M.S. (Martijn) Toll, klinisch fysicus – audioloog, Erasmus MC, Rotterdam
  • Mevr. Dr. J.S. (Jolien) Klein Wassink-Ruiter, klinisch geneticus, UMC Groningen
  • Mevr. drs. E. (Ester) van Roosendaal, psycholoog, Koninklijke Auris Groep, Rotterdam
  • Mevr. drs. E.A. (Agnes) Doorduin, klinisch linguist, Koninklijke Auris Groep, Rotterdam
  • Mevr. Dr. A.J. (Arlette) van Sorge, Oogarts (kinderoogheelkunde), Koninklijke Visio, Amsterdam
  • Mevr. J.E. (Joke) Hoogeveen, orthopedagoog,
  • Mevr. Dr. E.H. (Liesbeth) Schölvinck, Kinderarts, UMC Groningen

Met ondersteuning van

  • Dr. J.C. (José) Maas, senior adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Drs. E.R.L. (Evie) Verweg, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • L.H.M. (Linda) Niesink-Boerboom, medisch informatiespecialist, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten

Belangenverklaringen

Een overzicht van de belangen van de clusterleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.

 

Gemelde (neven)functies en belangen stuurgroepleden

Naam

Hoofdfunctie

Nevenwerkzaamheden

Persoonlijke financiële belangen

Persoonlijke relaties

Extern gefinancierd onderzoek

Intellectuele belangen en reputatie

Overige belangen

Datum

Restrictie

Jolijn Brouwer

KNO arts HagaZiekenhuis

Lid kerngroep pediatrie van de Nederlandse Vereniging KNO

Vacatiegeld voor de werkzaamheden in de kerngroep pediatrie

Geen

Geen

Geen

Geen

06-05-2024 (Herbevestiging 26-05-2026)

Geen restrictie

Joost Bittermann

Ik ben fulltime kinder-KNO-arts in het Wilhelmina Kinderziekenhuis te Utrecht (UMC-Utrecht). Dit is mijn reguliere betaalde vaste baan.

-Op uitnodiging geef ik uitleg/instructie/presentatie/cursus mbt gebruik coblatie. Coblatie is een techniek om o.a. amandelen mee te behandelen. De naam van het bedrijf is 'Smith & Nephew'

 

-Ik ben voorzitter van de kerngroep kinder-KNO van de Nederlandse Vereniging KNO

-Op uitnodiging geef ik uitleg/instructie/presentatie/cursus mbt gebruik coblatie (bedrijf Smith & Nephew): Ik ontvang een financiële vergoeding wanneer ik een dergelijke activiteit heb gedaan.

 

-Voor mijn werkzaamheden als kerngroep voorzitter ontvang ik vacatiegeld

Geen

Geen

Geen

Geen

12-03-2024 (Herbevestiging 17-03-2026)

Geen restrictie

Hanneke van der Hoek-Snieders

Medewerkend teamleider paramedici, UMC Utrecht

Ik geef een post hbo-cursus aan logopedisten over het behandelen van jonge niet/nauwelijks sprekende kinderen, betaald

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

19-01-2025 (Herbevestiging 17-03-2026)

Geen restrictie

Yvonne Simis

Klinisch fysicus – audioloog Amsterdam UMC

Hoofd audiologisch Centrum Amsterdam UMC

Externe klachtenfunctionaris voor medewerkers van MOC ’t Kabouterhuis Amsterdam

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

19-12-2023 (Herbevestiging 16-03-2026)

Geen restrictie

Gemelde (neven)functies en belangen betrokken expertisegroepleden

Naam

Hoofdfunctie

Nevenwerkzaamheden

Persoonlijke financiële belangen

Persoonlijke relaties

Extern gefinancierd onderzoek

Intellectuele belangen en reputatie

Overige belangen

Datum

Restrictie

Robbert Ensink

Gelre ziekenhuizen

Adviescommissie richtlijnen SKMS

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

10-07-2024 (Herbevestiging 16-03-2026)

Geen restrictie

Martijn Toll

Klinisch Fysicus - audioloog

ErasmusMC

Commissie van Toezicht Penitentiaire inrichting Krimpen aan de IJssel

Geen

Geen

ja

* Cochlear - Vergelijk voorschrijfregels BCD - Geen projectleider

Geen

Geen

11-03-2024 (Herbevestiging 16-03-2026)

Geen restrictie

Jolien Klein Wassink-Ruiter

Klinisch geneticus UMCG

binnen de afdeling klinische genetica in het UMCG ben ik naast klinisch geneticus met patientenzorg taak ook teamleider

daarnaast lid van de landelijke werkgroep DOOFNL en de landelijke werkgroep schisis.

Geen

Geen

Geen

Nee, hoewel ik wel een rol zal spelen in de implementatie van nieuwe richtlijnen in de kliniek

Geen

07-02-2024 (Herbevestiging 07-05-2026)

Geen restrictie

Ester van Roosendaal

Psycholoog NIP bij Koninklijke Auris Groep (diagnostiek en behandeling op het audiologisch centrum, betaald)

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

09-01-2024 (Herbevestiging 01-04-2026)

Geen restrictie

Agnes Doorduin

Klinisch linguist, Auris Audiologisch Centrum

Vanuit deze functie ben ik ook werkzaam voor het CI-team Rotterdam (Erasmus Medisch Centrum) op basis van een detacheringsovereenkomst

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

02-07-2024 (Herbevestiging 16-03-2026)

Geen restrictie

Liesbeth Schölvinck

UMCG

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

14-04-2024 (Herbevestiging 17-03-2026)

Geen restrictie

Arlette van Sorge

Oogarts Koninklijke Visio Amsterdam

Voorzitter VRS (Vereniging Revalidatie bij Slechtziendheid), Stuurgroep cluster Oog (NOG), Bestuurslid Oogcontact, Lid van visitatiecommissie NOG

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

24-01-2025 (Herbevestiging 18-03-2026)

Geen restrictie

Joke Hoogeveen

FODOK

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

17-03-2025 (Herbevestiging 16-03-2026)

Geen restrictie

Inbreng patiëntenperspectief

Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz

Bij de richtlijnmodule voerden de clusterleden conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uit om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema bij Werkwijze).

Module

Uitkomst raming

Toelichting

Anamnese slechthorenden op kinderleeftijd

geen financiële gevolgen

Uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) niet breed toepasbaar zijn (<5.000 patiënten) en zal daarom naar verwachting geen substantiële financiële gevolgen hebben voor de collectieve uitgaven. 

Werkwijze

Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze. Relevante informatie voor de ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule is hieronder weergegeven.

Volgende:
Lichamelijk en dysmorfologisch onderzoek