Developmental Coordination Disorder (DCD)

Initiatief: Cluster Motorische stoornissen (voorheen Bewegingsstoornissen) Aantal modules: 20

DCD Samenwerken met ouders*

Publicatiedatum: 30-06-2026
Beoordeeld op geldigheid: 30-06-2026

Uitgangsvraag

* Waar in deze module gesproken wordt over ouders, wordt bedoeld ouders/significante verzorgers

 

Uitgangsvragen

  1. Welke strategieën zijn effectief om ouders als ervaringsdeskundigen te positioneren bij het behandeltraject van kinderen met DCD?
  2. Hoe kunnen de positie, kennis en vaardigheden van ouders versterkt worden gedurende het behandeltraject van hun kind met DCD zodanig dat zij zich tevens gesterkt voelen in hun rol als belangenbehartiger voor hun kind?

Aanbeveling

Voor algemene principes van gezinsgerichte zorg en empowerment van ouders verwijzen we naar de “Kwaliteitsstandaard psychosociale standaard kinderrevalidatie” (CP Nederland/SBH Nederland, 2021). In aanvulling daarop geven we hier DCD-specifieke aanbevelingen voor het samenwerken met ouders.

 

Tenzij anders vermeld, zijn de onderstaande aanbevelingen discipline-overstijgend van toepassing op professionals die betrokken zijn bij diagnostiek, behandeling en begeleiding van kinderen met DCD.

 

  • Stel als revalidatiearts na de diagnose een diagnosebrief op waarin de diagnose DCD wordt bevestigd. Verwijs hierin naar openbare bronnen, zoals:
  • Bespreek met ouders de psychosociale gevolgen van DCD, de overlap met andere ontwikkelingsstoornissen en de impact op het gezin.
    • Vraag na wat de impact van het kind met DCD op hun gezin(ssituatie) is en hoe zij daar mee omgaan.
    • Geef gepersonaliseerd aanvullend advies/handvatten om hun strategie repertoire uit te breiden.
  • Versterk ouders in hun rol als belangenbehartiger van hun kind met DCD.
  • Betrek ouders vanaf de start actief bij de behandeling en bepaal samen met hen en het kind de behandeldoelen op participatie en activiteitenniveau.
    • Stem de vorm en mate van samenwerken tijdens de behandeling af op de mogelijkheden en behoeften van ouders en kind, evalueer dit regelmatig en stel zo nodig bij.
    • Train hen in oplossingsgerichte (leer)strategieën zoals via de CO-OP interventie (Lust, 2025).
    • Voeg indien gewenst ouder-kind oefenmomenten toe onder professionele begeleiding.

Overwegingen

Inleiding

In de huidige zorg voor kinderen met DCD worden ouders vaak gepositioneerd als ontvangers van professionele informatie en uitvoerders van therapeutische oefeningen. Hun unieke expertise over het dagelijks functioneren van hun kind wordt daarbij nog onvoldoende erkend en benut. Deze benadering van ouders gaat voorbij aan de significante impact die DCD heeft op het gehele gezinssysteem en beperkt de effectiviteit van behandelingen.

 

Onderzoek toont aan dat twee derde van de ouders van kinderen met DCD klinisch significante niveaus van ouderstress ervaren (Jijon en Leonard, 2020). Deze stress kan leiden tot minder optimaal oudergedrag, waardoor een negatieve cyclus ontstaat die zowel het welzijn van ouders en het gezin, als de ontwikkelingsuitkomsten van het kind beïnvloedt. Tegelijkertijd blijkt uit hetzelfde onderzoek dat de ervaren competentie van ouders in hun ouderrol een belangrijke beschermende factor is tegen deze stress (Jijon en Leonard, 2020). Dit benadrukt het belang van het versterken van ouders in hun rol als ervaringsdeskundigen en het ondersteunen van hun competentiegevoel.

 

Informatie uit een Nederlands register (InKaart) waarin 79 ouders van kinderen met de diagnose DCD (n = 63) of een vermoeden van DCD (n = 16) hun ervaringen hebben gedeeld, laat de (complexiteit van de) impact van DCD op het kind en het gezin zien. Thema’s die ouders rapporteren:

  • Meerdere nevendiagnosen werden gesteld, waarvan de meest voorkomende Autisme en ADHD waren, maar ook dyslexie, verstandelijke en visuele beperking, dyscalculie, zindelijkheidsproblematiek en taalontwikkelingsstoornis (TOS).
  • Ouders rapporteren dat kinderen een diversiteit van problemen ervaren waaronder op het gebied van dagelijkse activiteiten, zoals lopen, wassen, aankleden, sociaal emotioneel, zoals zich bezorgd, verdrietig en/of ongelukkig voelen, pijn of andere klachten hebben. Ouders benoemen een behoefte aan begeleiding vanwege de invloed van DCD op het gezin, met name op de relaties met broertjes en zusjes en met de ouders zelf. Ook vanwege ervaren problemen op het gebied van leerprestaties, eigenwaarde en relaties met andere kinderen.

Uit een Canadees onderzoek naar de impact van DCD op het dagelijks leven blijkt dat 90% van de ouders zich zorgen maakt om de mentale gezondheid van hun kind met DCD (Klein, 2024). 36% van de ouders beoordeelt hun eigen mentale gezondheid als slecht of matig. Veel kinderen vermijden motorische activiteiten, hebben moeite met vriendschappen en worden gepest. 78% van de ouders geeft aan dat de zorg voor hun kind ten koste gaat van hun persoonlijke behoeftes. Ouders voelen zich vaak onzeker over hun ouderrol en ervaren schuldgevoelens. Gezinsactiviteiten zijn vaak beperkt en spanningen binnen het gezin nemen toe. De zorg voor een kind met DCD beïnvloedt ook relaties met broers en zussen. Ouders ervaren frustratie vanuit gebrek aan deskundigheid en ondersteuning vanuit zorg en onderwijs (Klein, 2024).

 

In een Belgisch onderzoek uit 2025 (n=491) naar de impact van DCD op kinderen en gezinnen worden naast de motorische problemen ook brede andere problematiek gerapporteerd: verminderde slaapkwaliteit (50,6%), vermoeidheid na school (76%), moeilijkheden met toilettraining (47,9%), articulatieproblemen (52,3%), emotionele problemen (52,7%) en problemen in het contact met leeftijdsgenoten (46%) (De Roubaix, 2025). Ook in dit onderzoek komen de zorgen van ouders over de toekomst van hun kind en impact op het gezin duidelijk naar voren. De meeste kinderen kregen therapie (89,2%), maar 59,1% van de ouders voelde zich niet voldoende ondersteund om hun kind te helpen. 37,5% van de ouders nam regelmatig vrij van hun werk om therapie voor hun kind mogelijk te maken. Terwijl 49,1% hun arbeidsuren had verminderd of overwoog om dit te doen. Kwalitatieve analyse liet zien dat de hoogste prioriteit van ouders is om het beperkte bewustzijn en begrip van DCD aan te pakken (De Roubaix, 2025).

 

Uit Nederlands onderzoek blijkt dat het diagnostisch traject voor DCD gemiddeld 33,5 maanden duurt, waarbij 47% van de moeders de kennis van de eerst geraadpleegde professional als onvoldoende beoordeelt (Lust, 2021). Bijna de helft van de gezinnen moest vier of meer professionals consulteren voordat de diagnose werd gesteld. Onbekendheid met DCD is hierbij een groot probleem. Na de diagnose beschreef 60% van de moeders een gebrek aan kennis en ondersteuning op school, wat het belang benadrukt van ouders als belangenbehartigers voor hun kind (Lust, 2021).

 

Een recente publicatie toont opnieuw aan dat DCD in het onderwijs relatief onbekend is (van Abswoude, 2025). Dat vraagt om extra vaardigheden en vasthoudendheid van ouders, zeker als dit vergeleken wordt met de bekendheid van andere ontwikkelingsproblemen.

 

Van informatieontvanger naar ervaringsdeskundige partner

Voor optimale behandelresultaten is een verandering in benadering nodig waarbij ouders niet langer worden gezien als hulp of assistent bij het uitvoeren van het behandelplan, maar als essentiële partners met unieke kennis over hun kind en de leefwereld waarin het kind geacht wordt te handelen (Lust, 2025). Tevens zijn ouders van kinderen met DCD, door de onbekendheid van de diagnose in onderwijs en sportwereld, noodgedwongen belangenbehartigers voor hun kind (van Abswoude, 2025; De Roubaix, 2025). Het behandeltraject biedt de mogelijkheid om de positie, kennis en vaardigheden van ouders te versterken om zelfstandig en met vertrouwen te kunnen handelen in het belang van hun kind met DCD. Dit geldt in principe voor alle gezinnen, maar de mate waarin kan verschillen afhankelijk van de hulpvragen en rekening houdend met specifieke gezinsfactoren zoals culturele achtergrond, gezinsstructuur, belasting en belastbaarheid, sociaaleconomische status, en aanwezigheid van nevendiagnosen bij het kind of andere gezinsleden (Medgley, 2025). In de samenwerking met ouders is het van belang om zicht te krijgen in hun opvoedingsstijl en de normen en waarden binnen het gezin, zodat hier rekening mee gehouden kan worden in de begeleiding.

 

Oudervereniging Balans biedt via verschillende activiteiten in dit proces een ondersteunende rol. De website Balansdigitaal biedt via het DCD-dossier relevante en recente informatie en is open toegankelijk voor ouders.

 

Ook is er een telefonische advieslijn beschikbaar (Advieslijn - Balans) en wordt er voor kennisoverdracht via webinars gezorgd en worden er netwerkbijeenkomsten georganiseerd.

 

Balans tussen gewenste en ongewenste effecten

Gewenste effecten

De gewenste effecten van samenwerken met ouders bij DCD zijn:

  • Erkenning van de zorg van ouders.
  • Gezamenlijke besluitvorming over behandeldoelen en -aanpak.
  • De unieke kennis en ervaring van ouders over de persoonlijkheid en het gedrag van hun kind actief benutten bij het opstellen en uitvoeren van het behandelplan.
  • Toegenomen zelfvertrouwen bij ouders in het ondersteunen van hun kind, thuis en in andere situaties.
  • Verbeterde generalisatie van aangeleerde vaardigheden tijdens therapie naar de dagelijkse situaties.
  • Verhoogde therapietrouw en betere implementatie van behandelstrategieën thuis.
  • Positieve effecten op het psychosociaal welzijn van het gehele gezin, door verminderde stress en een verhoogd competentiegevoel.
  • Duurzamere behandelresultaten, ook na afronding van formele behandeltrajecten waardoor (toekomstige) nieuwe situaties en activiteiten aangegaan worden en de secundaire negatieve effecten van DCD zoals bijvoorbeeld op zelfbeeld en fysieke fitheid verminderen.
  • Verbeterde coördinatie tussen zorg en onderwijs met ouders als verbindende factor.

Ongewenste effecten

De mogelijk ongewenste effecten van samenwerken met ouders zijn:

  • Risico op overbelasting van ouders wanneer te veel verantwoordelijkheid voor behandeling en oefenen bij hen wordt neergelegd.
  • Mogelijke toename van ouderstress als zij onvoldoende ondersteuning krijgen bij het implementeren van interventies.
  • Gevoelens van tekortschieten bij ouders die door praktische omstandigheden (werk, zorg voor andere kinderen) minder tijd kunnen investeren.
  • Spanningen binnen het gezin als de aandacht voor het kind met DCD ten koste gaat van aandacht voor broers en zussen.
  • Verminderde effectiviteit wanneer er problemen zijn in de ouder-kindrelatie die de uitvoering van interventies belemmeren.
  • Schuldgevoelens over het eigen handelen ten opzichte van het kind in het verleden door ontbreken van DCD-kennis.

De mate waarin deze ongewenste effecten optreden, verschilt per gezin en hangt samen met factoren als beschikbare tijd, financiële middelen, gezinssamenstelling en coping vaardigheden van ouders. Bij gezinnen met meerdere kinderen of in eenoudergezinnen kunnen de belastende aspecten sterker aanwezig zijn. Ook bij ouders die zelf executieve functieproblemen hebben (mogelijk door eigen niet-gediagnosticeerde DCD of andere ontwikkelingsstoornissen die familiair voorkomen) kan het risico op overbelasting groter zijn.

 

Een individuele en flexibele benadering waarbij de begeleiding van ouders wordt afgestemd op de mogelijkheden en behoeften van het specifieke gezin kan gewenste effecten bevorderen en ongewenste effecten aanzienlijk verminderen.

 

Waarden en voorkeuren van patiënten (en eventueel hun naasten/verzorgers)

Ouders van kinderen met DCD ervaren hogere stress en DCD heeft invloed op het gehele gezinssysteem inclusief broers en zussen (IN Kaart, 2025; Klein, 2024; Jijon, 2020; De Roubaix, 2025). Zij hechten grote waarde aan erkenning van hun expertise over het dagelijks functioneren van hun kind en aan praktische ondersteuning die hen helpt om effectief met de DCD problematiek om te gaan (Klein, 2024; Lust, 2022; Krajenbrink, 2022). Voor oudertevredenheid met het diagnostisch proces is van belang dat de diagnosticerend professional begripvol, invoelend, communicatief vaardig, niet ontwijkend en benaderbaar is voor vragen (Lust, 2022). Ouders waarderen met name behandelingen die rekening houden met de praktische realiteit van het gezinsleven en die gericht zijn op functionele verbetering in het dagelijks leven, terwijl ze de behoefte hebben aan voldoende kennis en vaardigheden om zelf hun kind te kunnen ondersteunen (Klein, 2024; Lust, 2022; Krajenbrink, 2022; De Roubaix, 2025). De afweging tussen intensiteit van behandeling en belasting van het gezin verschilt per familie en hangt samen met factoren als gezinssamenstelling, aanwezigheid van nevendiagnosen, en beschikbare tijd en middelen (Jijon, 2020; Krajenbrink, 2022).

 

Kostenaspecten

De verwachting is dat zorgconsumptie afneemt als de positie, kennis en vaardigheden van ouders versterkt worden om zelfstandig en met vertrouwen te kunnen handelen in het belang van hun kind met DCD. Door zodoende op een, voor de betreffende context passende wijze, de rol van belangenbehartiger op te pakken, wordt de kans vergroot dat er meer specifieke kennis en begrip ontstaat in deze context, waardoor de ontwikkelingsmogelijkheden van het kind positief worden beïnvloed.

 

Gelijkheid ((health) equity/equitable)

Goede informatie-uitwisseling en gezamenlijke besluitvorming in combinatie met het versterken van de kennis en positie van ouders kunnen leiden tot een toename van gezondheidsgelijkheid, mits de ondersteuning toegankelijk is voor en toegespitst is op alle gezinnen. Echter, er zijn risico’s op ongelijkheid, met name voor gezinnen met een lage sociaaleconomische status, migratieachtergrond, beperkte gezondheidsvaardigheden, laaggeletterdheid of beperkte toegang tot zorg (bijvoorbeeld door reistijd, beperkt zorgaanbod in de regio, financiële lasten of taalbarrières).

 

Ouders zijn vaak genoodzaakt om te handelen als belangenbehartiger van hun kind vanwege het gebrek aan kennis over DCD in zorg en onderwijs. Dit vraagt om vaardigheden, tijd en middelen die niet in elk gezin aanwezig zijn (Klein, 2024). Hierdoor ontstaat het risico dat juist kwetsbare gezinnen minder toegang hebben tot passende zorg en ondersteuning.

 

Om ongelijkheid te voorkomen, moet de zorg laagdrempelig zijn, zoveel mogelijk in de buurt worden aangeboden en rekening houden met de specifieke wensen en mogelijkheden van het gezin. Juist bij kwetsbare gezinnen is maatwerk met een individuele en flexibele benadering extra van belang.

 

Aanvaardbaarheid:

Ethische aanvaardbaarheid

De interventie lijkt aanvaardbaar voor de betrokkenen. Er zijn geen ethische bezwaren.

 

Duurzaamheid

Duurzaamheid heeft geen rol gespeeld bij het formuleren van de aanbevelingen.

 

Haalbaarheid

De beschreven werkwijze is in de (revalidatie) praktijk in ontwikkeling. Samenwerken met ouders is inmiddels opgenomen in de standaardzorg, echter ouders op een gelijkwaardige wijze positioneren en faciliteren in hun rol van belangenbehartiger voor hun kind vindt nog niet standaard plaats. Als deze werkwijze in een setting nog niet gestandaardiseerd is, dan betekent dit dat er een andere manier van werken gevraagd gaat worden. Dat zal bij aanvang mogelijk meer zorg/contacttijd kosten, echter dat zal in een later stadium gecompenseerd worden doordat er minder zorg nodig zal gaan zijn.

 

De haalbaarheid van samenwerken met ouders kan in het gedrang komen bij overbelasting van ouders, beperkte communicatiemogelijkheden van ouders, beperkte tijd en financiën in de (revalidatie)zorg.

 

Rationale van de aanbeveling: weging van argumenten voor en tegen de interventies

  • Ouders hebben unieke kennis over het dagelijks functioneren van hun kind in verschillende contexten, die professionals niet kunnen observeren tijdens consulten. Het erkennen van deze expertise vormt de basis voor gezamenlijke besluitvorming en zorg die aansluit bij de specifieke behoeften van kind en het gezin.
  • Uit Nederlands onderzoek blijkt dat het diagnostisch traject voor DCD gemiddeld bijna 3 jaar duurt, waarbij 47% van de moeders de kennis van de eerst geraadpleegde professional als onvoldoende beoordeelde (Lust, 2021). Vroege herkenning en bespreking van DCD als mogelijke verklaring kan dit traject verkorten en helpt ouders bij geïnformeerde besluitvorming over vervolgstappen (IN Kaart, 2025).
  • Een medische informatiebrief waarin de diagnose DCD wordt bevestigd en waarin verwezen wordt naar praktische hulpmiddelen en regelgeving versterkt de positie van ouders als belangenbehartiger van hun kind. Kennis over DCD is (in zijn algemeenheid) bij professionals in school- en vrijetijdssituaties beperkt aanwezig.
  • Secundaire psychosociale problemen en nevendiagnosen komen vaak voor bij DCD (IN Kaart, 2025; Schoemaker, 2024; Klein, 2024; De Roubaix, 2025) en vragen maatwerk in zowel advies, als ouderbetrokkenheid. Dit maatwerk is afgestemd op de mogelijkheden én op de wensen van het gezin (Medgley, 2025).
  • Ouders zijn meestal de belangrijkste belangenbehartigers voor hun kind in verschillende contexten zoals school en sport. Door hen in deze rol te bevestigen en hun kennis en vaardigheden op het gebied van DCD actief te vergroten en hen te wijzen op relevante versterkende oudernetwerken kunnen zij effectiever opkomen voor de behoeften van hun kind.
  • Actief samenwerken met ouders en kind bij het opstellen van de behandeldoelen en de behandeling bevordert gezamenlijke besluitvorming en vergroot de kans op generalisatie van geleerde vaardigheden buiten de therapiesituatie. Door ouders desgewenst te trainen in concrete strategieën kunnen zij effectieve partners zijn in het behandelproces.

Onderbouwing

In current clinical practice for children with DCD, parents are often positioned as recipients of information rather than recognized as experts on their child's daily functioning. This approach limits the potential of parental expertise to enhance treatment outcomes and fails to acknowledge the significant impact DCD has on the entire family system. A paradigm shift towards recognizing parent expertise and implementing targeted empowerment strategies would lead to improved treatment generalization, enhanced family wellbeing, and better functional outcomes for children with DCD across all contexts of daily life.

No systematic search was performed for this module. The working group decided that they needed information specifically targeted at the Dutch care system to address this topic which is not available in literature. Therefore, they derived information from other sources. They reached out to the Dutch DCD network for recent research on parent participation and collaboration with parents in the Dutch setting. Furthermore, the Dutch registry ‘INkaart’ was used to describe experiences of Dutch parents of children with DCD to assess their experience. Last, a representative of the ‘Balans, landelijke oudervereniging’, was a contributor to the writing of this module.

  1. CP Nederland, SBH Nederland. Kwaliteitsstandaard psychosociale zorg kinderrevalidatie. Utrecht: CP Nederland/SBH Nederland; 2021.
  2. De Roubaix A, Warlop G, Van Dyck D, Van Crombrugge D, Van den Abbeele S, Licari M, Van Waelvelde H, Bar-On L. Understanding the impact of developmental coordination disorder on Belgian children and families: A national survey study. PLoS One. 2025 Apr 22;20(4):e0320311. doi: 10.1371/journal.pone.0320311. PMID: 40261859; PMCID: PMC12013903.
  3. Jijon AM, Leonard HC. Parenting stress in parents of children with developmental coordination disorder. Res Dev Disabil. 2020 Sep;104:103695. doi: 10.1016/j.ridd.2020.103695. Epub 2020 May 28. PMID: 32474232.
  4. Klein ES, Cheung C, Garces A, Barbic S, Zwicker JG. Caregiver burden and mental health: Parent perspectives when raising a child with developmental coordination disorder. Res Dev Disabil. 2024 Jan;144:104656. doi: 10.1016/j.ridd.2023.104656. Epub 2023 Dec 22. PMID: 38141380.
  5. Krajenbrink H, Lust J, van Heeswijk J, Aarts P, Steenbergen B. Benefits of an Intensive Individual CO-OP Intervention in a Group Setting for Children with DCD. Occup Ther Int. 2022 Apr 4;2022:8209128. doi: 10.1155/2022/8209128. PMID: 35462855; PMCID: PMC9001097.
  6. Lust JM, Adams ILJ, Reinders-Messelink HA, Luijckx J, Schoemaker MM, Steenbergen B. The diagnostic trajectory of developmental coordination disorder in the Netherlands: Experiences of mothers. Child Care Health Dev. 2022 Jan;48(1):139-149. doi: 10.1111/cch.12914. Epub 2021 Sep 27. PMID: 34528720; PMCID: PMC9292148.
  7. Lust, J., Krajenbrink, H., Van Heeswijk, J., Verhaegh, A. and Steenbergen, B. (2025). Benefits of an intensive individual CO-OP intervention in a group setting for children with DCD: A replication study [Manuscript in preparation]. Behavioural Science Institute, Radboud.
  8. Medgley N, Midgley N, Li E, Fiorini G, Tattan-Birch H, Coffman L, McRedmond G, Izzidien S, Nahz Rehman S. An umbrella review, meta-analysis, and qualitative meta-synthesis parenting interventions for parents and carers of children and young people with disabilities, report. 2025. Retrieved from: Foundations org UK parenting-interventions-parents-carers-children-and-young-people-with-disabilities.pdf).
  9. Schoemaker MM, Lust JM, Steenbergen B, Houwen S, Diepstraten JEM, Wilson PH, Poelma M. Developmental coordination disorder subtypes also vary in the pattern of behavioral and emotional problems. Front Psychol. 2024 Nov 28;15:1418295. doi: 10.3389/fpsyg.2024.1418295. PMID: 39679145; PMCID: PMC11638586.
  10. van Abswoude F, Bakker M, Hanegraaf L, Bekhuis H. Awareness of DCD from the perspective of stakeholders in the Dutch school system: a qualitative study. Front Hum Neurosci. 2025 Jun 23;19:1593912. doi: 10.3389/fnhum.2025.1593912. PMID: 40625847; PMCID: PMC12230003.

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 30-06-2026

Beoordeeld op geldigheid  : 30-06-2026

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Cluster Motorische stoornissen (voorheen Bewegingsstoornissen)
Geautoriseerd door:
  • Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie
  • Nederlandse Orthopaedische Vereniging
  • Nederlandse Vereniging voor Kinderfysiotherapie
  • Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde
  • Nederlandse Vereniging voor Neurologie
  • Oudervereniging Balans
  • Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen
  • Vereniging van Oefentherapeuten Cesar en Mensendieck

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is in 2024 een multidisciplinair cluster ingesteld. Het cluster Motorische Stoornissen bestaat uit meerdere richtlijnen (zie hier de actuele clusterindeling). De stuurgroep bewaakt het proces van modulair onderhoud binnen het cluster. De expertisegroepsleden brengen hun expertise in, indien nodig. De volgende personen uit het cluster zijn betrokken geweest bij de herziening van deze module:

 

Clusterstuurgroepleden

  • Mevr. dr. A.I. (Annemieke) Buizer, kinderrevalidatiearts, namens de Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen (VRA)
  • Mevr. M.A. (Adhiambo) Witlox, orthopedisch chirurg, namens de Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV)
  • Mevr. drs. W.L. (Bertie) van der Leij, kinderrevalidatiearts, namens de VRA
  • Dhr. dr. J. (Jeroen) Vermeulen, hoogleraar kinderneurologie, namens de Nederlandse Vereniging van voor Neurologie (NVN)
  • Mevr. drs. M.G. (Marieke) van Driel, vertegenwoordiger Cerebrale Parese Nederland (CP Nederland) 

Betrokken clusterexpertisegroepleden

  • Dhr. drs S. (Sebastiaan) Severijnen, kinderrevalidatiearts, namens de VRA
  • Mevr. J.A.M. (Jolien) van den Houten, docent ergotherapie, namens Ergotherapie Nederland
  • Mevr. J.W. (Joli) Luijckx, directeur Balans, namens oudervereniging Balans.

Met ondersteuning van

  • Mevr. dr. I. J. (Ilse) Blokland, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Mevr. dr. M. (Mirre) den Ouden - Vierwind, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • E. (Esther) van der Bijl, Informatiespecialist, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten

Belangenverklaringen

Een overzicht van de belangen van de clusterleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.

 

Gemelde (neven)functies en belangen Stuurgroep

Naam

Hoofdfunctie

Nevenwerkzaamheden

Persoonlijke financiële belangen

Persoonlijke relaties

Extern gefinancierd onderzoek

Intellectuele belangen en reputatie

Overige belangen

Datum

Restrictie

Annemieke Buizer

 

Kinderrevalidatiearts en hoogleraar, Amsterdam UMC

 

Voorzitter Dutch Academy of Childhood Disability (DACD)

Chair Scientific Committee van de European Academy of Childhood Disability (EACD)

Secretaris/bestuurslid van de VRA CP werkgroep

Toezichthouder Expertisecentrum Ontwikkelingsondersteuning Prematuren (EOP)

 

Geen

 

Geen

 

Ja, hier 5 projecten vermeld, maar er zijn nog meer

1. Hersenstichting/KNGF/Phelps Stichting/JKF Kinderfonds - Power2Walk (Projectleider JA)

2. Phelps Stichting/JKF Kinderfonds - FootFBI (Projectleider JA)

3. ForWishdom Stichting - GNAO1 (Projectleider JA)

4. Esther Vergeer Foundation - Sport4Impact (Projectleider JA)

5. Medtronic - TB in CP-register (Projectleider JA)

 

Geen

 

Geen

 

13-11-2024

 

Geen restricties

 

Adhiambo Witlox

MUMC+ orthopedisch chirurg

 

Geen

 

Geen

 

Geen

 

ZonMw Onderzoek

 

Geen

 

Geen

 

03-12-2024

Geen restricties

 

Bertie van der Leij-Roelofsen

Kinderrevalidatiearts Adelante

- Bestuurslid SBOK (Stichting scholing begeleiders van het in zijn ontwikkeling bedreigde kind)

- Vanaf 2025 bestuurslid werkgroep CP van de VRA

 

Geen

 

Geen

 

Geen

 

Geen

 

Geen

 

29-11-2024

Geen restricties

 

Jeroen Vermeulen

Hoogleraar kinderneurologie

Voorzitter adviesraad CP-net (onbetaald)

advies stichting enablement (onbetaald)

richtlijn cerebrale parese

organisatie van wetenschappelijke dag voor Medtronics 2022

 

Geen

 

Geen

 

Haptic master

Sensorische handfunctie

Dystonie

Benefit studie

FESpa studie

1. Health foundation Limburg - haptic master: sensorische-motorische intregartaie bij dystonie (Projectleider JA)

2. Stichting vooruit - sensorische afwijkingen bij kinderen met CP (Projectleider JA)

3. Stichting Janivo -

neurale mechanismen bij dystonie (Projectleider JA)

4. ZONMW - kosten effectiviteitstudie: vergelijking SDR vs ITB bij spastische CP (Projectleider NEE)

5. Phelpsstichting voor spastici -

functionele electrische stimulatie bij kinderen met spastische CP (Projectleider JA)

 

Geen

 

Geen

 

13-11-2024

Geen restricties

 

Marieke van Driel

Geen betaalde baan. Ik zit namens CP Nederland in commissie. Ik ben onbezoldigd voorzitter.

 

Voorzitter CP Nederland-onbetaald

Bestuurslid CP-Net - onbetaald

Bestuurslid Stichting Fietsmaatjes Schaarsbergen - onbetaald

Bestuurslid Stichting Dogs DO Matter - onbetaald

Geen

 

Geen

 

Geen

 

Geen

 

Geen

 

03-09-2024

 

Geen restricties

Gemelde (neven)functies en belangen Expertisegroep

Naam

Hoofdfunctie

Nevenwerkzaamheden

Persoonlijke financiële belangen

Persoonlijke relaties

Extern gefinancierd onderzoek

Intellectuele belangen en reputatie

Overige belangen

Datum

Restrictie

Sebastiaan Severijnen

Kinderrevalidatiearts – Basalt revalitdatie locatie Leiden.

Eigenaar - Handig Gezond - advisering gezonde leefstijl, ingeschreven bij kamer van koophandel, (nog) geen inkomsten hieruit.

 

Ik ben in dienst bij Basalt Revalidatie locatie Leiden, hier bieden wij behandeling voor kinderen met DCD.

 

Geen

Geen

Geen

Geen

03-02-2025

Geen restricties

Joli Luickx

Directeur Oudervereniging Balans

Directeur, van de oudervereniging voor ouders van kinderen met een ondersteuningvraag op het gebied van leren en/of gedrag.

 

Bestuurslid Stichting Dyslexie Nederland

Lid beleidsadviescommissie Nederlands Kwaliteitsinstituut Dyslexie

 

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

10-12-2024

Geen restricties

Jolien van den Houten

Ergotherapie Nederland

Docent ergotherapie, CO-OP Approach

 

Instructor CO-OP Approach

Lid DCD netwerk Nederland

 

 

Geen

Geen

Geen

DCD-netwerk Nederland

De CO-OP Approach wordt in de huidige DCD-richtlijn genoemd als een van de aanbevolen interventies. Ik ben instructeur in deze Approach.

26-08-2024

Geen restricties

Inbreng patiëntenperspectief

Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz

Bij de richtlijnmodule voerden de clusterleden conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uit om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema bij Werkwijze).

Module

Uitkomst raming

Toelichting

DCD Samenwerken met ouders

Geen financiële gevolgen

Hoewel uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) breed toepasbaar zijn (>40.000 patiënten), volgt ook uit de toetsing dat het geen nieuwe manier van zorgverlening of andere organisatie van zorgverlening betreft, het geen toename in het aantal in te zetten voltijdsequivalenten aan zorgverleners betreft en het geen wijziging in het opleidingsniveau van zorgpersoneel betreft. Er worden daarom geen substantiële financiële gevolgen verwacht.

Werkwijze

Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze. Relevante informatie voor de ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule is hieronder weergegeven.

Volgende:
Netwerkzorg DCD