Constitutioneel eczeem

Initiatief: NVDV Aantal modules: 95

Eczeem en dieet

Publicatiedatum: 05-08-2026
Beoordeeld op geldigheid: 05-08-2026

Uitgangsvraag

Wat is de plaats van voeding en verschillende diëten (zoals eliminatiedieet, laagcalorisch dieet, histaminearm dieet, beperking van ultra bewerkte voeding of een mediterraan dieet) in de behandeling van patiënten met eczeem?

Aanbeveling

Bespreek, bij patiënten met vragen over dieet, dat er op dit moment onvoldoende bewijs is dat een eliminatiedieet, laagcalorisch dieet, histaminearm dieet, mediterraan dieet of beperking van ultra bewerkte voeding, invloed heeft op de ziekteactiviteit.

 

Stimuleer het bespreken van ervaringen rondom dieet en help verwachtingen te verhelderen.

 

Adviseer, bij zuigelingen tussen de 4 en 8 maanden, vroege introductie van hoog allergene voedingsmiddelen, zoals pinda en ei. Zie hiervoor de module ‘Vroege introductie voedingsallergenen bij kinderen bij CE’.

Overwegingen

Kwaliteit van het bewijs

De bewijskracht van de beschikbare studies naar het effect van diëten op de ernst van eczeem is over het algemeen laag tot zeer laag. Afwaardering vond plaats vanwege methodologische beperkingen, zoals grote variatie in de toegepaste diëten, kleine patiëntpopulaties, gebrekkige of ontbrekende blindering bij beoordeling, en onvoldoende rapportage over de randomisatieprocedure.

Er werd één systematische review geïncludeerd die het effect van eliminatiediëten bij eczeem onderzocht (Oykhman et al., 2022). Voor andere dieetvormen uit de onderzoeksvraag (zoals laagcalorische diëten, histaminearm dieet, vermindering van ultrabewerkte voeding en het mediterrane dieet) werd geen geschikte literatuur gevonden. Binnen de geïncludeerde systematische review was sprake van aanzienlijke klinische heterogeniteit tussen de dieetinterventies, waardoor onzeker is in hoeverre de geïncludeerde studies binnen de meta-analyse onderling vergelijkbaar zijn.

De literatuurconclusies bieden daardoor slechts in beperkte mate houvast voor het formuleren van aanbevelingen. Er is in deze module uitsluitend gezocht naar studies over dieetinterventies; algemene voedingsadviezen zijn niet systematisch onderzocht. Waar relevante evidence ontbreekt, spelen expert opinion en patiëntervaringen daarom een belangrijke rol in de besluitvorming.

Balans van gewenste en ongewenste effecten en professioneel perspectief

Er zijn geen goede studies gevonden over het effect van voeding of diëten bij eczeem. Opvallend is dat in 4 van de 10 geïncludeerde studies van Oykhman (2022) eliminatiediëten werden toegepast zonder dat er sprake was van een duidelijke verdenking op voedselallergie op basis van anamnese, specifieke IgE-testen of voedselprovocatie.
Het routinematig verrichten van voedselallergieonderzoek wordt niet aanbevolen door de werkgroep. Alleen bij een duidelijke anamnese (suggestie voor voedselallergie) wordt diagnostiek zoals specifieke IgE-bepalingen of voedselprovocatieonderzoek geadviseerd. Positieve sensibilisaties (bv. verhoogd specifiek IgE) zonder klinische symptomen zijn geen reden voor een eliminatiedieet. Zie hiervoor de aparte module Voedingsallergenen van de richtlijn CE.
Dubbelblinde voedselprovocatie bij 272 kinderen met eczeem toonde aan dat de meeste reacties op voeding direct IgE-gemedieerd waren. Geïsoleerde opvlammingen van eczeem zonder IgE-gemedieerde component kwamen slechts zeer zelden voor (Roerdink, 2016). IgE-gemedieerde symptomen ontstaan binnen 2 uur en bestaan o.a. uit urticariële reacties, oedeem, diarree, braken, diarree, dyspnoe, astmatische reacties, rhinoconjunctivitis of anafylaxie (werkboek kinderallergologie, 2023).

Risico’s eliminatie voedselallergenen

Over het algemeen wordt aangenomen dat voedselallergie eczeem niet veroorzaakt, maar wel eczeem kan laten toenemen (AAAAI/ACAAI, 2024). Patiënten met eczeem hebben tevens een hoger risico op voedselallergie dan personen zonder eczeem. Preventie van voedselallergie wordt juist bevorderd door regelmatige, mogelijk zelfs hoog gedoseerde, orale blootstelling. Het vermijden van voedselallergenen blijkt daarentegen sterk samen te hangen met het ontstaan van IgE-gemedieerde voedselallergie.

Zuigelingen met matig-ernstig eczeem hebben een verhoogd risico op het ontwikkelen van een voedselallergie, zoals voor pinda, ei en noten als deze voedingsmiddelen na de leeftijd van 8 maanden geïntroduceerd worden. Vroege introductie van deze allergenen bij kinderen met atopisch eczeem en uit atopische families leidt juist tot sterke afname van ontwikkelen van een voedselallergie, mits wekelijks gegeven. Naarmate het eczeem ernstiger is, of minder goed behandeld wordt en naarmate langer gewacht wordt met introductie van hoog allergene voeding vergroot dat de kans dat het atopische kind allergisch is geworden voor deze voeding. Waarschijnlijk komt het omdat het kind in de tussentijd ongemerkt blootgesteld is via de huid of de luchtwegen aan lage hoeveelheden voedselallergenen en gesensibiliseerd is geraakt omdat de allergenen in een pro-inflammatoire omgeving gepresenteerd werden aan het immuunsysteem (werkboek kinderallergologie, 2023). Voor meer informatie bekijk de aparte module hiervoor van de richtlijn CE: ‘Vroege introductie voedingsallergenen bij kinderen bij CE’.

Van eliminatie naar immunomodulatie door voeding
Tegenover de risico’s van eliminatie staat een groeiende belangstelling voor de positieve rol van voeding in het ondersteunen van het immuunsysteem. In observationeel onderzoek is een relatie gezien tussen de diversiteit in de voeding en verminderde kans op sensibilisatie hiervoor. Echter, dit is nog niet bewezen middels RCT’s. Toch wordt internationaal het nastreven van een zo divers mogelijk dieet aangeraden, ook omdat er geen nadelig effect van bekend is (werkboek kinderallergologie, 2023).

Ook is de introductie van gezonde vaste voeding gedurende het eerste levensjaar mogelijk preventief op de ontwikkeling van allergische ziekten door de positieve effecten op het microbioom en de ontwikkeling van het immuunsysteem gedurende het eerste levensjaar (Vlieg-Boerstra et al, 2025)
Onlangs is er een publicatie verschenen over de rol van een immuunondersteunende voeding (IOV) bij allergische ziekten, waaronder eczeem, door Vlieg-Boerstra et al (2023). In deze verhalende review is de relatie beschreven tussen nutriënten, voedingsmiddelen, voedingspatronen, de verhouding van macronutriënten, de (industriële) bewerking van voeding en de herkomst van voeding enerzijds, en de effecten op het aangeboren en specifieke immuunsysteem, het darmmicrobioom, de darmdoorlaatbaarheid en de associatie met allergische aandoeningen (waaronder atopisch eczeem) anderzijds. IOV richt zich niet alleen op een volwaardig voedingspatroon zonder ultra-bewerkte producten, maar ook op verbetering van de immuunfunctie door de anti-inflammatoire effecten en een gunstige beïnvloeding van het darmmicrobioom en darmpermeabiliteit. IOV lijkt op mediterrane voeding, maar kan worden aangepast aan individuele en regionale voedingsgewoonten. Door de focus op immuunmodulatie verschuift de aandacht van eliminatie naar eigen regie: wat kan men eten om het immuunsysteem te ondersteunen en ontsteking te reduceren? Dit sluit aan bij de groeiende interesse in leefstijlinterventies bij andere chronische inflammatoire ziekten (Walrabenstein, 2023).

 

Waarden en voorkeuren van patiënten

Patiënten met constitutioneel eczeem (en ouders van kinderen met eczeem) hechten vaak veel waarde aan het kunnen bijdragen aan hun eigen gezondheid. Ze zoeken actief naar manieren om klachten te verminderen, en voeding wordt daarbij vaak gezien als een logische en natuurlijke beïnvloedbare factor. Voor veel patiënten is het vermijden van bepaalde voedingsmiddelen aantrekkelijk omdat het past bij een bredere wens om minder afhankelijk te zijn van medicatie en “zelf iets te kunnen doen”. Uit onderzoek blijkt dat een groot deel van de patiënten voeding als mogelijke trigger van eczeem beschouwt. In een Nederlandse studie onder volwassenen met eczeem dacht twee derde dat bepaalde voedingsmiddelen hun eczeem verergerden (de Boer, 2024).

In de spreekkamer wordt eliminatie van voeding vaak door patiënten ter sprake gebracht, vanuit de hoop op verbetering en het gevoel meer regie te krijgen, ook wanneer er geen duidelijke aanwijzingen zijn voor voedselallergie. Het is aan te bevelen deze ervaringen van patiënten niet te negeren of af te doen als onbewezen, omdat dit geen recht doet aan de beleving van de patiënt en ertoe kan leiden dat patiënten zelfstandig en onverantwoord dieetmaatregelen gaan nemen.

Het is van belang aan te geven dat er tot op heden weinig wetenschappelijk onderzoek beschikbaar is over de relatie tussen voeding en eczeem. Daarnaast kan worden besproken dat voedselallergie waarschijnlijk geen invloed heeft op eczeem wanneer er geen directe, IgE-gemedieerde reacties optreden. Onnodige eliminatie van voedingsmiddelen waarvoor sensibilisatie bestaat, kan bovendien juist leiden tot het ontwikkelen van een klinisch relevante voedselallergie. Eliminatie van basisvoedingsmiddelen kan daarnaast resulteren in voedingsdeficiënties met negatieve gevolgen voor de algehele gezondheid.

Verder melden patiënten regelmatig reacties op bepaalde voedingsmiddelen of triggers, zoals specerijen, ultrabewerkte producten (zoals pakjes en zakjes), melk, tomaten, enzovoort. Een praktische oplossing is derhalve om de patiënt te verwijzen naar een gespecialiseerde diëtist (aangesloten bij DAVO), die kan helpen de relatie tussen voeding en eczeem te verhelderen en samen met de patiënt een gezond voedingspatroon kan opstellen dat rekening houdt met ervaren intoleranties. Op basis van ervaringen van allergiediëtisten blijkt regelmatig dat patiënten méér voedingsmiddelen vermijden dan nodig is, en dat klachten vaak afnemen wanneer het voedingspatroon gezonder en immuunondersteunend wordt.

 

Tegelijkertijd geven veel patiënten aan dat eliminatiediëten belastend kunnen zijn, zeker wanneer deze langdurig worden volgehouden of sociale beperkingen met zich meebrengen. Onzekerheid over wat wel of niet verantwoord is om te eten, kan leiden tot stress of onnodige zorgen, vooral bij ouders van jonge kinderen. Ook kan in sommige gevallen de begeleiding door een gespecialiseerd zorgverlener extra kosten met zich meebrengen voor de patiënt, afhankelijk van verzekeringsdekking.

Patiënten staan vaak wél positief tegenover adviezen rondom gezonde, diverse voeding of vroege introductie van allergenen, zeker wanneer deze helder, praktisch en onderbouwd worden gecommuniceerd. Deze aanpak geeft het gevoel van zélf iets kunnen bijdragen aan gezondheid of preventie, zonder het risico op schade of tekorten. Ook het idee van “anti-inflammatoire voeding als ondersteuning van het immuunsysteem” spreekt veel mensen aan, vooral binnen de bredere context van leefstijl en natuurlijke behandelopties. Patiënten kunnen baat hebben bij betrouwbare, patiëntgerichte informatie en ervaringsverhalen van lotgenoten, zie hiervoor ook VMCE en Eczeemwijzer.

 

Aanvaardbaarheid en haalbaarheid
Om voeding en goede voeding als onderdeel van gezonde leefstijl bespreekbaar te maken in de spreekkamer kunnen de principes van motivational interviewing worden toegepast. Voor verdere begeleiding wordt geadviseerd mensen door te verwijzen naar gespecialiseerde zorgverleners, zoals een diëtist. Diëtisten kunnen vroege introductie van hoog allergene voedingsmiddelen en een gezonde voeding met grote diversiteit in gezonde voedingsmiddelen adviseren, zonder ongegronde eliminatie van voedingen toe te passen.
De aanbeveling(en) is praktisch haalbaar en kostentechnisch aanvaardbaar, aangezien het bespreken van voeding bij eczeem geen aanvullende middelen, training of aanpassingen in de organisatie van zorg vereisen.

Algemene informatie over gezonde voeding is te vinden op het Voedingscentrum.

 

Rationale van de aanbeveling

De kwaliteit van wetenschappelijk bewijs over de invloed van een eliminatiedieet op het ziektebeloop van eczeem is zeer laag tot laag, voor andere dieetinterventies ontbreekt bewijs. Uit patiëntervaringen blijkt dat de invloed van voeding op eczeem individueel sterk varieert, daarom wordt aanbevolen deze ervaringen te bespreken en adviezen te individualiseren. Zie ook Richtlijnen goede voeding: eiwitbronnen en voedingspatronen 2025 | Gezondheidsraad.

Daarnaast wordt in de aanbeveling het belang benadrukt van de vroege introductie van sterk allergene voedingsmiddelen (zoals pinda en ei) bij zuigelingen tussen 4 en 8 maanden. Voor deze interventie is wél overtuigend bewijs beschikbaar;  zie ook ‘Vroege introductie voedingsallergenen bij kinderen bij CE’.

Onderbouwing

Er is veel onduidelijkheid over de rol van voeding en diëten bij de behandeling van eczeem. Veel patiënten vragen zich af of zij hun eczeem met voeding kunnen verminderen (de Boer, 2023). De zorgverlener moet echter het antwoord schuldig blijven. Toch proberen patiënten regelmatig allerlei diëten, meestal eliminatiediëten waarbij verschillende voedselbestanddelen worden weggelaten vanwege veronderstelde voedselallergieën of intoleranties, zonder dat de effectiviteit op een objectieve manier wordt geëvalueerd door een deskundige op het gebied van voedsel allergieën.

Er zijn verschillende nadelen verbonden aan het onnodig eliminatiediëten. Deze kunnen leiden tot tekorten en/of een onevenwichtige voeding, sensibilisatie in de hand werken, en tevens leiden tot onnodige psychologische fixatie op de rol van voeding bij eczeem.

 

Vragen over de invloed van gezonde voedingspatronen, zoals het mediterrane dieet, een voedingspatroon zonder ultrabewerkte producten of een ontstekingsremmend dieet, op eczeem komen veel voor in de spreekkamer en krijgen steeds meer aandacht binnen de leefstijlgeneeskunde.Patiënten hebben duidelijk behoefte aan meer duidelijkheid over de invloed van voeding op constitutioneel eczeem. Deze richtlijn is geschreven om het bewijs van voeding bij onder andere eczeem beter in kaart te brengen zodat de hulpverlener beter een volledig en wetenschappelijk onderbouwd advies kan uitbrengen over de rol van voeding bij eczeem.

Kwaliteit van het bewijs

De bewijskracht van de beschikbare studies naar het effect van diëten op de ernst van eczeem is over het algemeen laag tot zeer laag. Afwaardering vond plaats vanwege methodologische beperkingen, zoals grote variatie in de toegepaste diëten, kleine patiëntpopulaties, gebrekkige of ontbrekende blindering, en onvoldoende rapportage over de randomisatieprocedure.

Er werd één systematische review geïncludeerd die het effect van eliminatiediëten bij eczeem onderzocht (Oykhman et al., 2022). Voor andere dieetvormen uit de onderzoeksvraag (zoals laagcalorische diëten, histaminearm dieet, vermindering van ultrabewerkte voeding en het mediterrane dieet) werd geen geschikte literatuur gevonden. Binnen de geïncludeerde systematische review was sprake van aanzienlijke klinische heterogeniteit tussen de dieetinterventies, waardoor onzeker is in hoeverre de geïncludeerde studies binnen de meta-analyse onderling vergelijkbaar zijn.

 

Tabel 47: GRADE eliminatie koemelk en ei vs. geen dieetinterventie

Literatuur: Neild (1986) en Atherton (1978)

Certainty assessment

Samenvatting resultaten (conclusie)

Certainty

Importantie

Aantal studies

Studieopzet

Risk of bias

Inconsistentie

Indirect bewijs

Onnauwkeurigheid

Andere factoren

Uitkomstmaat: Ernst van eczeem (area score)

2 RCT

(60)

gerandomiseerde trial

ernstiga

Ernstigb

niet ernstig

zeer ernstigc

niet gevonden

We zijn onzeker over het effect van eliminatie van koemelk en ei op de ernst van eczeem.

⨁◯◯◯
Zeer laag

Cruciaal

Legenda

  1. Beperkingen in studieopzet, zoals het ontbreken van details over randomisatie
  2. Inconsistentie tussen studies: verschillen in studiepopulatie (leeftijd), studieloop (cross-over) en follow-upduur.
  3. Zeer kleine populaties per studie; niet overal betrouwbaarheidsintervallen gerapporteerd, brede betrouwbaarheidsintervallen.

 

Tabel 48: GRADE eliminatie ei vs. geen dieetinterventie

Vergelijking: eliminatie ei vs geen dieetinterventie

Literatuur: Lever (1998)

Certainty assessment

Samenvatting resultaten (conclusie)

Certainty

Importantie

Aantal studies

Studieopzet

Risk of bias

Inconsistentie

Indirect bewijs

Onnauwkeurigheid

Andere factoren

Uitkomstmaat: Ernst van eczeem (area score)

1 RCT

(62)

gerandomiseerde trial

ernstiga

niet ernstig

niet ernstig

ernstigb

niet gevonden

Eliminatie van ei bij RAST-positieve kinderen met eczeem lijkt mogelijk te leiden tot een kleine afname in ernst van eczeem.

⨁⨁◯◯
Laag

Cruciaal

Legenda

  1. Beperkingen in studieopzet, zoals het ontbreken van details over randomisatie
  2. Zeer kleine populatie, brede betrouwbaarheidsintervallen

 

Tabel 49: GRADE few-food dieet vs. geen dieetinterventie

Literatuur: Mabin (1995)

Certainty assessment

Samenvatting resultaten
(conclusie)

Certainty

Importantie

Aantal studies

Studieopzet

Risk of bias

Inconsistentie

Indirect bewijs

Onnauwkeurigheid

Andere factoren

Uitkomstmaat: Ernst van eczeem (skin severity score)

1 RCT

(85)

gerandomiseerde trial

ernstiga

ernstigb

niet ernstig

ernstiga

niet gevonden

We zijn onzeker over het effect van het toepassen van het few foods diet op de ernst van eczeem.

⨁◯◯◯
Zeer laag

Cruciaal

Legenda

  1. Enkel blind (ouders niet geblindeerd). Hoge uitval van deelnemers, 46% van de deelnemers vroegtijdig gestopt.
  2. Verbetering werd in zowel de interventiegroep als in de controlegroep gezien.
  3. Klein aantal geïncludeerde patiënten, brede betrouwbaarheidsintervallen.

 

Tabel 50: GRADE eliminatie koemelk, ei, pinda, cashew, kabeljauw en/of tarwe vs. geen dieetinterventie

Literatuur: Ridd (2021)

Certainty assessment

Samenvatting resultaten
(conclusie)

Certainty

Importantie

Aantal studies

Studieopzet

Risk of bias

Inconsistentie

Indirect bewijs

Onnauwkeurigheid

Andere factoren

Uitkomstmaat: Ernst van eczeem (POEM)

1 RCT

(84)

gerandomiseerde trial

ernstiga

niet ernstig

niet ernstig

Ernstigb

niet gevonden

Eliminatie van koemelk, ei, pinda, cashew, kabeljauw lijkt de ernst van eczeem niet of nauwelijks te verminderen.

⨁⨁◯◯ Laag

Cruciaal

Legenda            

  1. Enkel blind (ouders niet geblindeerd).
  2. Klein aantal geïncludeerde patiënten, brede betrouwbaarheidsintervallen.

 

Tabel 51: GRADE eliminatiedieet (antigeenvrij) vs. geen dieetinterventie

Literatuur: Munkvad (1984)

Certainty assessment

Samenvatting resultaten
(conclusie)

Certainty

Importantie

Aantal studies

Studieopzet

Risk of bias

Inconsistentie

Indirect bewijs

Onnauwkeurigheid

Andere factoren

Uitkomstmaat: Ernst van eczeem (Major Activity Score)

1 RCT

(33)

gerandomiseerde trial

ernstiga

niet ernstig

niet ernstig

zeer ernstigb

niet gevonden

We zijn onzeker over het effect van het toepassen van een eliminatiedieet (antigeenvrij dieet) op de ernst van eczeem.

⨁◯◯◯
Zeer laag

Cruciaal

Legenda

  1. Beperkingen in studieopzet, zoals het ontbreken van details over randomisatie. Hoge uitval van deelnemers.
  2. Zeer klein aantal geïncludeerde patiënten, geen betrouwbaarheidsintervallen.

 

Tabel 52: GRADE aminozuur-gebaseerde melkformule vs. geen dieetinterventie

Literatuur: Leung (2004)

Certainty assessment

Samenvatting resultaten
(conclusie)

Certainty

Importantie

Aantal studies

Studieopzet

Risk of bias

Inconsistentie

Indirect bewijs

Onnauwkeurigheid

Andere factoren

Uitkomstmaat: Ernst van eczeem (SCORAD)

1 RCT

(15)

gerandomiseerde trial met crossover

ernstiga

niet ernstig

niet ernstig

zeer ernstigb

niet gevonden

We zijn onzeker over het effect van het toepassen van een aminozuur-gebaseerde melkformule op de ernst van eczeem.

⨁◯◯◯
Zeer laag

Cruciaal

Legenda

  1. Beperkingen in studieopzet, zoals het ontbreken van details over randomisatie (enkelblinde opzet) en crossover binnen de groepen.
  2. Zeer klein aantal geïncludeerde patiënten, geen betrouwbaarheidsintervallen.

 

Tabel 53.1: GRADE aminozuur-gebaseerde melkformule vs. extensief gehydrolyseerde wei-formule

Literatuur: Isolauri (1995)

Certainty assessment

Samenvatting resultaten
(conclusie)

Certainty

Importantie

Aantal studies

Studieopzet

Risk of bias

Inconsistentie

Indirect bewijs

Onnauwkeurigheid

Andere factoren

Uitkomstmaat: Ernst van eczeem (SCORAD)

1 RCT

(45)

gerandomiseerde trial

niet ernstig

niet ernstig

ernstiga

Zeer ernstigb

niet gevonden

We zijn onzeker over het effect van het toepassen van een aminozuur-gebaseerde melkformule op de ernst van eczeem.

⨁◯◯◯
Zeer laag

Cruciaal

Legenda

  1. Er wordt niet vergeleken met een placebo of standaard zorg.
  2. Zeer klein aantal geïncludeerde patiënten, brede betrouwbaarheidsintervallen.

 

Tabel 53.2: GRADE aminozuur-gebaseerde melkformule vs. extensief gehydrolyseerde wei-formule

Literatuur: Niggemann (2001)

Certainty assessment

Samenvatting resultaten
(conclusie)

Certainty

Importantie

Aantal studies

Studieopzet

Risk of bias

Inconsistentie

Indirect bewijs

Onnauwkeurigheid

Andere factoren

Uitkomstmaat: Ernst van eczeem (SCORAD)

1 RCT

(73)

gerandomiseerde trial

ernstiga

niet ernstig

ernstigb

ernstigc

niet gevonden

We zijn onzeker over het effect van het toepassen van een aminozuur-gebaseerde melkformule op de ernst van eczeem.

⨁◯◯◯
Zeer laag

Cruciaal

Legenda

  1. Randomisatie beschreven maar geen details over blindering.
  2. Er wordt niet vergeleken met een placebo of standaard zorg.
  3. Klein aantal geïncludeerde patiënten, brede betrouwbaarheidsintervallen.

 

Tabel 54: GRADE gedeeltelijk gehydroliseerde koemelk formule vs. normale koemelk

Literatuur: Jin (2011)

Certainty assessment

Samenvatting resultaten
(conclusie)

Certainty

Importantie

Aantal studies

Studieopzet

Risk of bias

Inconsistentie

Indirect bewijs

Onnauwkeurigheid

Andere factoren

Uitkomstmaat: Ernst van eczeem (skin severity score)

1 RCT

(48)

gerandomiseerde trial

ernstiga

niet ernstig

niet ernstig

ernstigb

niet gevonden

We zijn onzeker over het effect van het toepassen van gedeeltelijk gehydroliseerde koemelk formule op de ernst van eczeem.

⨁◯◯◯
Zeer laag

Cruciaal

Legenda

  1. Randomisatie beschreven maar geen details over blindering.
  2. Zeer klein aantal geïncludeerde patiënten, brede betrouwbaarheidsintervallen.

Er werd één systematische review geïncludeerd die het effect van het eliminatiedieet bij eczeem onderzocht [Oykhman, 2022]. Voor de andere dieetvormen uit de onderzoeksvraag (laagcalorisch, histamine arm, ultra bewerkt eten, mediterrane) kon geen literatuur worden geïncludeerd. 

 

Eliminatiedieet

Beschrijving van de studies

Eén systematische review beschrijft het effect van een eliminatiedieet als behandeling bij CE (Oykhman, 2022). Deze systematische review van Oykhman et al. (2022) includeerde tien RCT’s met in totaal 599 patiënten. De geïncludeerde studies onderzochten verschillende eliminatiediëten. Twee studies elimineerden koemelk en ei, één studie elimineerde enkel ei. Eén studie onderzocht het ‘few-food diet’, bestaande uit een dieet met enkel één soort vlees, rijst, aardappel, één soort kool en één soort fruit met suppletie met gehydroliseerde melk op basis van wei- of caseïne-eiwit. Eén studie evalueerde een test-gestuurd eliminatiedieet bij kinderen met eczeem, waarbij koemelk, kippenei, pinda, cashew, kabeljauw en/of tarwe werden geëlimineerd op basis van een gestructureerde anamnese, huidpriktest en, indien geïndiceerd, een orale voedselprovocatietest.Eén studie onderzocht in klinische setting een elementair dieet (antigeenvrije dieetvoeding). Drie studies randomiseerden patiënten naar een aminozuur-gebaseerde babyvoeding tegenover standaard babyvoeding of een extensief gehydrolyseerde babyvoeding op basis van wei-eiwit. De duur van de dieeteliminatie varieerde tussen de 2 en 32 weken.

Bij vier studies werden de voedingsmiddelen uitgesloten op basis van positieve allergietesten, een orale voedselprovocatietest of beiden. De overige studies excludeerden voedingsmiddelen ongeacht voedsel-specifieke IgE-sensitisatie of een voorgeschiedenis met (allergische) reacties op de geëlimineerde voedingsmiddelen.

Risk of bias

De review van Oykhman (2022) is van redelijke kwaliteit, met op enkele punten een verhoogd risico op bias. Zo werd er geen lijst en beschrijving van de individuele geëxcludeerde studies gegeven. Daarnaast was er sprake van een hoge klinische heterogeniteit wat betreft interventie binnen de studies, waardoor het onzeker is of de studies in de meta-analyse met elkaar vergeleken mogen worden. De resultaten uit de meta-analyse van Oykhman (2022) dienen daarom met gepaste voorzichtigheid geïnterpreteerd te worden. Wel was er een goede zoekvraag en werd de Cochrane Handbook for Systematic Reviews gevolgd. De primaire studies werden op Risk of Bias beoordeeld met de Cochrane RoB tool en de ROBINS-I. In de Risk of Bias analyse van de primaire studies, uitgevoerd door de auteurs, hebben 6 uit de 10 studies een hoog risico op bias. Bij de overige 4 zijn er beperkingen maar is er waarschijnlijk een laag risico op bias. Bij de studies met een hoge risk of bias omvatten de beperkingen een gebrek aan verberging van toewijzing van interventie of blindering, carryover-effecten, analyse met per protocol (in plaats van intention-to-treat) analyse en ontbrekende uitkomstdata. Vier studies werden gesponsord door de industrie (één door de farmaceutische industrie en drie door de zuivelindustrie), en bij drie studies werd de bron van financiering niet gerapporteerd.

 

De Risk of bias analyse is te vinden onder tabblad Evidence tabellen.

 

Beschrijving van de resultaten

Ernst van het eczeem (SCORAD: SCOring Atopic Dermatitis index)

Alle tien primaire studies (n=547, interventiegroep n=299, controlegroep n=248) beschreven het effect van een eliminatiedieet middels SCORAD. In de door de Oykhman (2022) uitgevoerde meta-analyse werd een mogelijk kleine verbetering in SCORAD gerapporteerd bij het volgen van een eliminatiedieet vergeleken met geen eliminatiedieet. Hierbij verbeterde de SCORAD met de minimal important difference (MID) (vastgesteld op 8.7 punten) bij 50% (150/299) van de patiënten met een eliminatiedieet, tegenover 41% (102/248) zonder dieet. Het verschil in risico op het verbeteren van de SCORAD met de MID was 9% (95% BI 0-17%). Er werden geen significante verschillen gevonden bij subgroepanalyse naar de verschillende soorten eliminatiediëten. Er werden geen significante verschillen gevonden in de subgroepanalyses naar het type eliminatiedieet. Ook wanneer werd uitgesplitst naar de reden voor eliminatie op basis van allergietesten of voedselprovocatietesten, werden geen significante verschillen beschreven.

De resultaten van de losse studies zijn hieronder nog kort beschreven:
De dubbelgeblindeerde studies van Neild (1986) en Atherton (1978) onderzochten beiden een dieet waarbij ei en koemelk werd geëlimineerd. Beide studies betroffen cross-over studies met respectievelijk 53 en 36 patiënten met eczeem en een follow-up van 6 en 4 weken. Er werd in de studie Neild (1986) geen significant verschil gevonden in de gemiddelde scores voor eczeemoppervlak, jeuk of gebruik van topicale steroiden. In de studie van Atherton (1978) werd tijdens de eliminatieperiode van vier weken een significant verschil gevonden in de area scores (p < 0,05).

 

Lever (1998) elimineerde enkel ei en vergeleek dit met een normaal dieet gedurende 4 weken bij 62 kinderen met eczeem en een positieve RAST op ei. De ernst van eczeem (severity score) daalde in de dieetgroep van 33,9 naar 24,0 vs. van 36,7 naar 33,4 in de controlegroep (p = 0.04).

 

Mabin (1995) onderzocht het ‘few-food diet’, bestaande uit een dieet met enkel één soort vlees, rijst, aardappel, één soort kool en één soort fruit met suppletie met gehydroliseerde melk op basis van wei- of caseïne-eiwit. Dit werd vergeleken met een normaal dieet met een follow-up duur van 6 weken bij 85 kinderen met eczeem. Er werd geen significant verschil gevonden tussen beide groepen voor de uitkomstmaat Skin Severity Score.

 

Ridd (2021) onderzocht een eliminatiedieet van koemelk, ei, pinda, cashew, kabeljauw en/of tarwe, gebaseerd op de uitkomsten van een anamnese voor voedselallergie, een orale voedselprovocatietest of een huidpriktest. Hierbij werd vergeleken met een normaal dieet, en werd na 24 weken follow-up. Er werd geen significant verschil gevonden tussen beide groepen voor de primaire uitkomstmaat Patient Oriented Eczema Measure (POEM).

Munkvad (1984) onderzocht een eliminatiedieet (antigeenvrij dieet) en vergeleek dit met een normaal dieet bij 25 volwassenen met eczeem gedurende drie weken tijdens een ziekenhuisopname. Er werd geen significant verschil gevonden in de Major Activity Score tussen beide groepen.

 

Leung (2004) onderzocht een koemelkvrije zuigelingenvoeding op basis van vrije aminozuren en vergeleek dit met een normaal dieet bij 15 jonge kinderen met matig eczeem gedurende 6 weken. Er werd geen significant verschil gevonden in de SCORAD-score tussen de groepen.


Isolauri (1995) en Niggeman (2001) onderzochten een koemelkvrije zuigelingenvoeding op basis van vrije aminozuren en vergeleek dit met een intensief-gehydrolyseerde voeding op basis van wei-eiwit bij respectievelijk 45 en 73 zuigelingen met bewezen koemelkeiwit allergie en matig eczeem gedurende 6 tot 8 maanden. In beide groepen werd een significante daling in SCORAD-score gezien, maar er werd geen significant verschil tussen de formules gevonden.

Jin (2011) onderzocht een partieel gehydrolyseerde zuigelingenvoeding en vergeleek dit met gewone voeding bij 48 zuigelingen met eczeem  gedurende 3 maanden. Na 3 maanden was een significante verbetering in SCORAD-score in de interventiegroep. 

 

Bijwerkingen

Eén primaire studie beschreef het ontwikkelen van een positieve voedselspecifieke IgE na het volgen van een eliminatiedieet, maar noemde geen corresponderende klinische gevolgen. Een andere studie vond geen IgE-gemedieerde reacties bij patiënten die na een eliminatiedieet het voedingsmiddel herintroduceerden, hoewel de follow-up beperkt was tot een klein aantal patiënten. Echter, indirect bewijs bij zuigelingen suggereert dat het vermijden van pinda’s tot de leeftijd van 5 jaar het risico op pinda-allergie aanzienlijk kan verhogen (relatieve risico 5.03%, 95% BI 2.64 – 9.56), evenals het risico op anafylaxie (relatief risico 4.33, 95%BI 1.25-15.06).

Er is ook beperkt bewijs dat dieeteliminatie een positieve invloed kan hebben op de gewichtstoename bij zuigelingen die een aminozuur-gebaseerde formule gebruiken, hoewel dit bewijs zeer onzeker is. (Oykhman, 2022).

Om de uitgangsvraag te beantwoorden is een systematische literatuuranalyse uitgevoerd. Voor dit onderzoek is de volgende PICO opgesteld:
Wat zijn de voor-/nadelen van dieetinterventies (Eliminatie, laagcalorisch, histamine arm, ultra bewerkte voeding, Mediterraans dieet) versus geen interventie bij mensen met een vorm van eczeem op ziekteactiviteit, kwaliteit van leven en bijwerkingen?

 

P: Mensen met een vorm van eczeem (alle leeftijden)

I: Eliminatie, laagcalorisch, histamine arm, ultra bewerkte voeding, mediterrane dieet

C: Geen dieetinterventie

O: Zie onderstaand

 

De werkgroep definieerde de uitkomstmaten als volgt en hanteerde de in de studies gebruikte definities.

 

Primair (cruciaal):

  • Ernst eczeem op korte en lange termijn: SCORAD, EASI, IGA, jeuk

Secundair (belangrijk):

  • Kwaliteit van leven: DLQI
  • Bijwerkingen

Er werd een systematische zoekstrategie uitgevoerd in de elektronische databases Embase en Medline. De zoekstrategie is toegevoegd in bijlage 2. Studies werden geïncludeerd wanneer deze overeenkwamen met de elementen van de PICO en aan de volgende in- en exclusiecriteria voldeden:

 

Inclusie:

  • Vergelijkend onderzoek (SR (RCT, CCT) of observationeel vergelijkend onderzoek
  • Uitsluitend Nederlandstalige en Engelstalige publicaties.

Exclusie:

  • Patiëntaantal n<25

Er werden in totaal 23 studies geïncludeerd op basis van beoordeling van titel en abstract. Uiteindelijk zijn er na full text screening 22 studies geëxcludeerd. Specifieke redenen voor exclusie zijn beschreven in bijlage 3.

  1. AAAAI/ACAAI JTF Atopic Dermatitis Guideline Panel, Chu, D. K., Schneider, L., Asiniwasis, R. N., Boguniewicz, M., De Benedetto, A., Ellison, K., Frazier, W. T., Greenhawt, M., Huynh, J., Kim, E., LeBovidge, J., Lind, M. L., Lio, P., Martin, S. A., O'Brien, M., Ong, P. Y., Silverberg, J. I., Spergel, J. M., Wang, J., … Chu, D. K. (2024). Atopic dermatitis (eczema) guidelines: 2023 American Academy of Allergy, Asthma and Immunology/American College of Allergy, Asthma and Immunology Joint Task Force on Practice Parameters GRADE- and Institute of Medicine-based recommendations. Annals of allergy, asthma & immunology : official publication of the American College of Allergy, Asthma, & Immunology, 132(3), 274–312. https://doi.org/10.1016/j.anai.2023.11.009
  2. de Boer FL, Arents BWM, Kowalska Z, Simons PPG, de Roos NM, Kemperman PM, Rustemeyer T. Dietary habits and nutritional intake in Dutch adults with atopic dermatitis: A cross-sectional study. J Eur Acad Dermatol Venereol. 2024 Jan;38(1):e14-e15. doi: 10.1111/jdv.19383. Epub 2023 Aug 7. PMID: 37489024.
  3. Hans de groot, Kim Brand, Joyce Emons, Ted Klok, Lonneke Landzaat, Timo Verheggen, Kelly van de Vorst, 2023. Werkboek kinderallergologie, 3e druk.
  4. Oykhman P, Dookie J, Al-Rammahy H, de Benedetto A, Asiniwasis RN, LeBovidge J, Wang J, Ong PY, Lio P, Gutierrez A, Capozza K, Martin SA, Frazier W, Wheeler K, Boguniewicz M, Spergel JM, Greenhawt M, Silverberg JI, Schneider L, Chu DK. Dietary Elimination for the Treatment of Atopic Dermatitis: A Systematic Review and Meta-Analysis. J Allergy Clin Immunol Pract. 2022 Oct;10(10):2657-2666.e8. doi: 10.1016/j.jaip.2022.06.044. Epub 2022 Jul 19. PMID: 35987995.
  5. Roerdink EM, Flokstra-de Blok BM, Blok JL, Schuttelaar ML, Niggemann B, Werfel T, Van der Heide S, Kukler J, Kollen BJ, Dubois AE. Association of food allergy and atopic dermatitis exacerbations. Ann Allergy Asthma Immunol. 2016 Apr;116(4):334-8.
  6. Vlieg-Boerstra B, Groetch M, Vassilopoulou E, et al. The immune-supportive diet in allergy management: A narrative review and proposal. Allergy 2023;78:1441–58.
  7. Vlieg-Boerstra B, Netting M, Vassilopoulou E, Reese I, Jensen-Jarolim E, Marchand S, Smolinska S, Venter C, Wright K, Santos AF, Skypala I; EAACI Prevention Working Group. Guidance for healthy complementary feeding practices for allergy prevention in developed countries: An EAACI interest group report. Pediatr Allergy Immunol. 2025 Jul;36(7):e70150. doi: 10.1111/pai.70150. PMID: 40686257.
  8. Walrabenstein W, Wagenaar CA, van de Put M, van der Leeden M, Gerritsen M, Twisk JWR, van der Esch M, van Middendorp H, Weijs PJM, Roorda LD, van Schaardenburg D. A multidisciplinary lifestyle program for metabolic syndrome-associated osteoarthritis: the "Plants for Joints" randomized controlled trial. Osteoarthritis Cartilage. 2023 Nov;31(11):1491-1500. doi: 10.1016/j.joca.2023.05.014. Epub 2023 Jun 14. PMID: 37328047.
  9. Wheeler KE, Chu DK, Schneider L. Updated Guidelines for Atopic Dermatitis-AAAAI/ACAAI Joint Task Force. JAMA Pediatr. 2024 Oct 1;178(10):961-962. doi: 10.1001/jamapediatrics.2024.1395. PMID: 38976275.

Tabel 28: Risk of bias SR eczeem en dieet

Beoordeling risk of bias door middel van AMSTAR.

Study reference

 

(first author, publication year)

Appropriate and clearly focused question? 1

 

 

 

 

 

Yes/no

Comprehensive and systematic literature search?2

 

 

 

Yes/partial yes/ no

Description of included and excluded studies?3

 

 

 

Yes/partial yes/ no

Description of relevant characteristics of included studies?4

 

 

Yes/partial yes/no

Assessment of scientific quality of included studies?5

 

 

 

Yes/partial yes/no

Enough similarities between studies to make combining them reasonable?6

 

Yes/partial yes/ no

Potential risk of publication bias taken into account?7

 

 

 

Yes/partial yes/ no

Potential conflicts of interest reported?8

 

 

 

Yes/partial yes/ no

Oykhman 2022

Yes.

Yes.

No. Lacks list and description of excluded studies.

Yes.

Yes.

No. High heterogeneity in intervention.

Yes.

Yes.

 

Tabel 16: Overzicht geëxcludeerde studies eczeem en dieet

Artikel

Reden van exclusie

Aoki 1992

Niet vergelijkend

Bath-Hextall 2008

Recentere SR geïncludeerd

Bath-Hextall 2009

Recentere SR geïncludeerd

Bronsnick 2014

Recentere SR geïncludeerd

David 1992

Niet vergelijkend

Devlin 1991

Niet vergelijkend

Fiedler 2005

Niet Engels- of Nederlandstalig

Flinterman 2006

PICO komt niet overeen

Kouda 2000

Niet vergelijkend

Lever 1998

Reeds geïncludeerd in SR Oykhman

Mabin 1995

Reeds geïncludeerd in SR Oykhman

Neild 1986

Reeds geïncludeerd in SR Oykhman

Norrman 2005

Niet vergelijkend

Oranje 1992

Niet vergelijkend

Shibata 2003

Niet Engels- of Nederlandstalig

Sinagra 2007

PICO komt niet overeen

Sloper 1991

Niet vergelijkend

Urisu 2004

Niet Engels- of Nederlandstalig

Dhar 2009

Niet vergelijkend

Kim 2016

Niet vergelijkend

Lim 2017

Recentere SR geïncludeerd

Fiocchi 2004

Recentere SR geïncludeerd

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 05-08-2026

Beoordeeld op geldigheid  : 05-08-2026

Voor het beoordelen van de actualiteit van deze richtlijn is de werkgroep grotendeels in stand gehouden. Op modulair niveau is een onderhoudsplan beschreven. Bij het opstellen van de richtlijn heeft de werkgroep per module een inschatting gemaakt over de maximale termijn waarop herbeoordeling moet plaatsvinden en eventuele aandachtspunten geformuleerd die van belang zijn bij een toekomstige herziening (update).  

 

De Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV) is regiehouder van deze richtlijn actinische keratose en eerstverantwoordelijke op het gebied van de actualiteitsbeoordeling van de richtlijn. De andere aan deze richtlijn deelnemende wetenschappelijke verenigingen of gebruikers van de richtlijn delen de verantwoordelijkheid en informeren de regiehouder over relevante ontwikkelingen binnen hun vakgebied.

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie
Geautoriseerd door:
  • Huid Nederland
  • Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie
  • Vereniging voor Mensen met Constitutioneel Eczeem

Doel en doelgroep

Doel

Deze richtlijn is een document met aanbevelingen ter ondersteuning van de dagelijkse praktijkvoering. De richtlijn berust op de resultaten van wetenschappelijk onderzoek en aansluitende meningsvorming gericht op het vaststellen van goed medisch handelen. De richtlijn geeft aanbevelingen over begeleiding en behandeling van patiënten met psoriasis en eczeem.

 

Doelgroep

De richtlijn is bestemd voor alle zorgverleners die betrokken zijn bij tweede- of derdelijns zorg voor patiënten met psoriasis of eczeem. Voor patiënten werd informatie op thuisarts.nl en een patiënten folder ontwikkeld.

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijn werd een multidisciplinaire werkgroep ingesteld. Bij het samenstellen van de werkgroep werd rekening gehouden met de geografische spreiding van de werkgroepleden en met een evenredige vertegenwoordiging van academische en niet-academische achtergrond. De werkgroepleden hebben onafhankelijk gehandeld en geen enkel lid ontving gunsten met het doel de richtlijnen te beïnvloeden. Naast de afgevaardigden van de verschillende beroepsgroepen zijn er ook patiëntenvertegenwoordigers betrokken geweest bij de ontwikkeling van de richtlijn. Voor een volledig overzicht van voorgaande werkgroepleden en alle betrokken partijen wordt verwezen naar tabel 1 en 2.

 

Tabel 2: Overzicht werkgroepleden

Werkgroepleden – 2024-2026

Vereniging

Sandrine de Winter

NVDV

Alice Langeveld

NVDV

Annemie Galimont

NVDV

Iris Kuijken

NVDV

Liesbeth van der Rhee

­­­NVDV

Anke Biemans

NVDV

Florentine de Boer

Op persoonlijke titel

Berber Vlieg

NVD

Myrthe van Zon

NVH

Janneke Huizinga

V&VN

Wim Tichelman

VMCE

Jim van der Zon

Psoriasispatiënten Nederland

Marian Kolk

Psoriasispatiënten Nederland

Francine Das (t/m november 2023)

Huid Nederland

Ondersteuning werkgroep

Vereniging

Rosalie Slegers, arts-onderzoeker

NVDV

Marit Masselink, arts-onderzoeker

NVDV

Anne-Roos Kersbergen, arts-onderzoeker

NVDV

Dorien Adamse, arts-onderzoeker

NVDV

Annefloor van Enst, epidemioloog

NVDV

Loïs Ricken, junior beleidsadviseur

NVDV

Maxime Verhoeven, senior beleidsadviseur

NVDV

Belangenverklaringen

De KNMG-Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling is gevolgd. Alle werkgroepleden hebben schriftelijk verklaard of ze in de laatste drie jaar directe financiële belangen (betrekking bij een commercieel bedrijf, persoonlijke financiële belangen, onderzoeksfinanciering) of indirecte belangen (persoonlijke relaties, reputatie management, kennisvalorisatie) hebben gehad. Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie.

 

Tabel 3: Overzicht belangenverklaringen

Werkgroeplid

Hoofdfunctie(s)

Nevenfunctie(s)

Persoonlijke financiële belangen

Persoonlijke relaties

Extern gefinancierd onderzoek

Intellectuele belangen en reputatie

Overige belangen

Getekend op

Herbeoordeeld op

Acties (voorstel)

Sandrine de Winter (voorzitter)

Dermatoloog, Antoni van leeuwenhoek ziekenhuis, Amsterdam

 

Geen

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

18-08-2022

02-04-2026

geen

Annemie Galimont-Collen

• Dermatoloog, DGA Galiderm BV, inkomsten vanuit dermaTeam Holding BV • Aandeelhouder dermaTeam Holding BV, deze BV heeft als hoofdtaak dermatologische zorg, daarnaast heeft de holding een dochter BV voor onverzekerde zorg (dermaTeam Huid&Laser en een dochter BV voor onderzoek (dermaTeam research). • Lid van VMS Bravis Ziekenhuis (Lid van de IFMS commissie en Lid werkgroep coassistenten).

• Lid MASCC (Multinational Association of Supportive Cancer Care), subsectie Oncodermatologie (onbezoldigd). • Lid ENCODA (European Network for Cutaneous ADverse event of Oncologic drugs, momenteel opgegaan in EADV task force dermatology for cancer patients (onbezoldigd). • Lid NCODA (National Community Oncology Dispensing Association ) (onbezoldigd). • Lid van de beroepenvelden commissie opleiding huidtherapie hoge school Utrecht en Den Haag • (vacatiegeld). • Gastspreker op congressen en nascholingen (onbezoldigd of vergoeding cfr markttarief, indien via farmaceutische firma’s is dit aangegeven in transparantie register). • Gemandateerde in zorgmodule eczeemin de huidtherapeutische praktijkism NVH(vacatiegelden). • Opleiding Post-HBO eczeemin de huidtherapeutische praktijkism NVH (bezoldigd). • Opleidingpodotherapeuten mbt de oncologische voet ism NvVP (bezoldigd). • Voorzitter deel huidzorg in de richtlijn palliatieve zorg voor kinderen ism IKNL (vacatiegeld). • Dagvoorzitter op congressen, dagvergoeding conform markttarief • Adviesraden farmaceutische firma’s mbt de nieuwe geneesmiddelen tegen Eczeem (vergoeding cfr markttarief en aangegeven in transparantie register) • Auteur artikelen voor tijdschrift WCS (vacatiegelden) • Docent huidopleiding.nl (inschrijfgeld van de cursisten). • Beheerder Facebook groep Huidopleiding (onbezoldigd). • Eigenaar websites onlinedermatologie.nl en huidopleiding.nl (niet gesponsord).

Ik participeer in adviesrondes mbt nieuwe geneesmiddelen tegen eczeem (vergoeding cfr markttarief, dit is aangegeven in transparantie register).

N.v.t.

dermaTeam holding BV heeft een dochter BV die participeertin onderzoek. Ik maak geen deel uit van het bestuur van deze BV, het bestuur van de holding. Ik ben ook geen principal investigator. Ik verwijs patiënten indien zij voldoen aan de inclusie criteria

Ongesponsorde website over huidaandoeningen (onlinederamtologie.nl en Huidopleiding.nl), betaald uit eigen BV. • Smeer’m project, CZ-gefinancierd multidisciplinair project in 2011 voor kinderen met eczeem.. Boekjes en materiaal gratis te verkrijgen via onlinederamtologie.nl • Opleiding Post-HBO eczeemin de huidtherapeutische praktijkism NVH (bezoldigd). • Opleidingpodotherapeuten mbt de oncologische voet ism NvVP (bezoldigd). 5 • Docent huidopleiding.nl (inschrijfgeld van de cursisten).

 

 

 

N.v.t.

13-08-2022

02-04-2026

geen

Alice Langeveld

Dermatoloog, Tergooi MC

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

30-05-2023

07-04-2026

geen

Iris Kuijken

Dermatoloog, Praktijk Dermatologie de Bliek, Kuijken en Laane Amsterdam en Bloemendaal.

Bij kliniek Bloemendaal verkoop van verzorgende producten van La Roche Posay, Vichy en CeraVe

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

20-05-2023

31-03-2026

geen

Liesbeth van der Rhee

Dermatoloog, Mauritskliniek, Utrecht

Geen

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

20-10-2025

31-03-2026

geen

Anke Biemans

- Dermatoloog Ceulen Klinieken Uden (2-3dgn/week)

- Dermatoloog Phizi (1,5e lijnszorg in huisartsenpraktijk)

- Docent nascholingen Dermatologie (onderwijs voor huisartsen, jeugdartsen, tandarsten over verschillende dermatologische onderwerpen)

 

Werkgroep Geriatrische dermatologie (onbetaald)

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

01-04-2026

n.v.t.

geen

Florentine de Boer

 

PhD kandidaat,

Anios dermatologie NWZ

 

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

20-10-2025

8-04-2026

geen

Berber Vlieg-Boerstra

Diëtist-onderzoeker OLVG (kindergeneeskunde) te Amsterdam en Rijnstate Allergiecentrum te Arnhem,

Allergiediëtist eigen praktijk Vlieg Diëtisten te Arnhem

Lid Adviesraad Vinimini (onkosten vergoeding), Board member Working Group Nutrition and Immunomodulation, European  Academy of Allergy   and Immunology (onbetaald), Lid Nutrition Working Group, Allied Health, AAAAI.,

Lid Diëtisten Alliantie Voedselovergevoeligheid, DAVO (allergiedietist-davo.nl) , Lid Redactieraad Nederlands Tijdschrift voor  Allergie, Astma en Klinische Immunologie (NTvAAKI) (vacatiegeld)

N.v.t.

N.v.t.

Diameter studie: Research funding Ekhaga Foundation, Sweden, OLVG groei studie: Research funding Nutricia en OLVG Research-, IMPACDD study: IMProving Treatment of AtopiC Dermatitis in adults by immune- supportive Diet. An explorative Study. Funded by Stichting Fonds Onderzoek Huidziekten en OLVG Research, Alladin study: Alleviatiing Atopic Dermatitis in children and adults by immune-supportive diet: a randomized controlled trial. Funded by ZonMw, OLVG Research,  Huuskes, Colzaco, Raw Milk, Stichting Graangeluk. Company, GI Symptom Tracker study, funded by NCFS

Erkenning voor de immunomodulerende rol van voeding bij huidziekten

N.v.t.

1-08-2023

31-03-2026

geen

Myrthe van Zon

Beleidsmedewerker Onderzoek & Kwaliteit bij de NVH. Betrokken bij de ontwikkeling van kwaliteitsinstrumenten (zoals zorgmodules, richtlijnen en protocollen) van de NVH en aanpalende disciplines.

Lid van werkgroep skin tears in de wijk van de V&VN.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

27-9-2023

N.v.t.

geen

Janneke Huizinga

Verpleegkundig specialist dermatologie UMCG

Geen

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

28-10-2025

07-04-2026

geen

Wim Tichelman

Patiëntvertegenwoordiger Eczeem (VMCE), gepensioneerd vrijwilliger

Vrijwilliger Museum Bevrijdende Vleugels Best

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

 

N.v.t.

10-07-2023

02-04-2026

geen

Jim van der Zon

Patiëntvertegenwoordiger psoriasis Nederland, gepensioneerd vrijwilliger

Relatiebeheer Psoriasispatiënten Nederland, onbetaaald Webmaster Psoriasispatiënten Nederland, onbetaald Patientpartner Psoriasispatiënten Nederland, onbetaald Advies en adviesraad voor enkele farmaceuten, onbetaald Energiecoach, gemeente Teylingen, onbetaald

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Onbetaalde publicatie artikel (preprint.org) over mogelijke oorzaken psoriasis, waarin de oorzaak wordt ondersteld in mitochondrieën

N.v.t.

20-10-2025

02-04-2026

geen

Marian Kolk

Patiëntvertegenwoordiger psoriasis Nederland

Nvt

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

22-10-2025

02-04-2026

geen

Francine Das (t/m November 2023)

Gepensioneerd min. Van BZK

Vrijwilliger Hidradenitis Patiënten Vereniging

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

10-07-2023

n.v.t.

geen

Inbreng patiëntenperspectief

Er is aandacht besteed aan het patiëntenperspectief door de zitting neming van een patiënt in de werkgroep en de opname van een module over patiëntenvoorlichting. De conceptrichtlijn is tevens voor commentaar voorgelegd aan Huid Nederland, VMCE, en Psoriasispatienten Nederland.

 

Wkkgz & Kwalitatieve raming van mogelijke substantiële financiële gevolgen

Bij de richtlijn is conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uitgevoerd of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling zijn richtlijnmodules op verschillende domeinen getoetst (gebaseerd op het stroomschema ontwikkeld door FMS).

 

Uit de kwalitatieve raming blijkt dat er waarschijnlijk geen substantiële financiële gevolgen zijn, zie onderstaande tabel.

 

Tabel 64: Kwalitatieve raming Wkkgz

Module

Uitkomst Raming

Toelichting

Eczeem en dieet

Geen substantiële financiële gevolgen

Hoewel uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) breed toepasbaar zijn (>40.000 patiënten), volgt ook uit de toetsing dat het geen nieuwe manier van zorgverlening of andere organisatie van zorgverlening betreft, het geen toename in het aantal in te zetten voltijdsequivalenten aan zorgverleners betreft en het geen wijziging in het opleidingsniveau van zorgpersoneel betreft. Er worden daarom geen substantiële financiële gevolgen verwacht.

 

Implementatie

In de verschillende fasen van de richtlijnontwikkeling is rekening gehouden met de implementatie van de richtlijn(module) en de praktische uitvoerbaarheid van de aanbevelingen. Daarbij is uitdrukkelijk gelet op factoren die de invoering van de richtlijn in de praktijk kunnen bevorderen of belemmeren. De richtlijn wordt via het internet verspreid onder alle relevante beroepsgroepen en ziekenhuizen en er zal in verschillende specifieke vaktijdschriften aandacht worden besteed aan de richtlijn. Tevens zal een samenvatting worden gemaakt. De voorlichtingsfolder van de NVDV zal worden afgestemd op de richtlijn. Het volledige implementatieplan is per module opgenomen in de bijlagen.

Werkwijze

AGREE

Deze richtlijn is opgesteld conform de eisen vermeld in het rapport Medisch Specialistische Richtlijnen 2.0 van de adviescommissie Richtlijnen van de Raad Kwaliteit. Dit rapport is gebaseerd op het AGREE II instrument (Appraisal of Guidelines for Research & Evaluation II; Brouwers, 2010), dat een internationaal breed geaccepteerd instrument is. Onderstaand is de methode stapsgewijs beschreven.

 

Knelpuntenanalyse

In de voorbereidingsfase heeft een bijeenkomst plaatsgevonden waarvoor alle belanghebbenden zijn uitgenodigd. In deze bijeenkomst zijn knelpunten aangedragen door de werkgroepleden; NVDV, NHG, V&VN en HPN. Tevens werden uitgenodigd Zorgverzekeraars Nederland (ZN), Nederlandse Vereniging Ziekenhuizen (NVZ), Zorginstituut Nederland (ZiNL), Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen (VIG) en de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU).

 

Uitgangsvragen en uitkomstmaten

Op basis van de uitkomsten van de knelpuntenanalyse heeft de werkgroep uitgangsvragen opgesteld. Daarbij is per uitgangsvraag geïnventariseerd welke uitkomstmaten voor de patiënt relevant zijn, waarbij zowel gewenste als ongewenste effecten zijn meegenomen. Deze uitkomstmaten zijn door de werkgroep gewaardeerd naar hun relatieve belang voor de besluitvorming rondom aanbevelingen: cruciaal (kritiek voor de besluitvorming), belangrijk (maar niet cruciaal) en onbelangrijk.

 

Strategie voor zoeken en selecteren van literatuur

Voor de afzonderlijke uitgangsvragen werd aan de hand van specifieke zoektermen gezocht naar gepubliceerde wetenschappelijke studies in (verschillende) elektronische databases. Tevens werd aanvullend gezocht naar studies aan de hand van de literatuurlijsten van de geselecteerde artikelen en consultatie van experts. In eerste instantie werd gezocht naar studies met de hoogste mate van bewijs. Literatuur is geselecteerd op basis van vooraf opgestelde selectiecriteria. De geselecteerde artikelen werden gebruikt om de uitgangsvraag te beantwoorden. De databases waarin is gezocht, de zoekstrategie en de gehanteerde selectiecriteria zijn te vinden per module.

 

Kwaliteitsbeoordeling individuele studies

Individuele studies werden systematisch beoordeeld, op basis van op voorhand opgestelde methodologische kwaliteitscriteria, om zo het risico op vertekende studieresultaten (risk of bias) te kunnen inschatten. Deze beoordelingen kunt u vinden in de Risk of Bias (RoB) tabellen. De gebruikte RoB instrumenten zijn gevalideerde instrumenten die worden aanbevolen door de Cochrane Collaboration: AMSTAR - voor systematische reviews; Cochrane - voor gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek; Newcastle-Ottowa - voor observationeel onderzoek; QUADAS II – voor diagnostisch onderzoek.

 

Samenvatten van de literatuur

De relevante onderzoeksgegevens van alle geselecteerde artikelen zijn overzichtelijk weergegeven in evidencetabellen. De belangrijkste bevindingen uit de literatuur werden beschreven in de samenvatting van de literatuur. Bij een voldoende aantal studies en overeenkomstigheid (homogeniteit) tussen de studies werden de gegevens ook kwantitatief samengevat (meta-analyse) met behulp van Review Manager 5.

 

Beoordelen van de kracht van het wetenschappelijke bewijs (2021)

A) Voor interventievragen (vragen over therapie of screening)

De kracht van het wetenschappelijke bewijs werd bepaald volgens de GRADE-methode. GRADE staat voor ‘Grading Recommendations Assessment, Development and Evaluation’ (zie http://www.gradeworkinggroup.org/). GRADE onderscheidt vier gradaties voor de kwaliteit van het wetenschappelijk bewijs: hoog, redelijk, laag en zeer laag. Deze gradaties verwijzen naar de mate van zekerheid die er bestaat over de literatuurconclusie (Schünemann, 2013).

 

Tabel 4: GRADE gradaties van kwaliteit van bewijs

GRADE

Definitie

Hoog

 

  • er is hoge zekerheid dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte effect van behandeling ligt zoals vermeld in de literatuurconclusie;
  • het is zeer onwaarschijnlijk dat de literatuurconclusie verandert wanneer er resultaten van nieuw grootschalig onderzoek aan de literatuuranalyse worden toegevoegd.

Redelijk

 

  • er is redelijke zekerheid dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte effect van behandeling ligt zoals vermeld in de literatuurconclusie;
  • het is mogelijk dat de conclusie verandert wanneer er resultaten van nieuw grootschalig onderzoek aan de literatuuranalyse worden toegevoegd.

Laag

 

  • er is lage zekerheid dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte effect van behandeling ligt zoals vermeld in de literatuurconclusie;
  • er is een reële kans dat de conclusie verandert wanneer er resultaten van nieuw grootschalig onderzoek aan de literatuuranalyse worden toegevoegd.

Zeer laag

 

  • er is zeer lage zekerheid dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte effect van behandeling ligt zoals vermeld in de literatuurconclusie;
  • de literatuurconclusie is zeer onzeker.

 

B) Voor vragen over diagnostische tests, schade of bijwerkingen, etiologie en prognose

De kracht van het wetenschappelijke bewijs werd eveneens bepaald volgens de GRADE-methode: GRADE-diagnostiek voor diagnostische vragen (Schünemann, 2008) en een generieke GRADE-methode voor vragen over schade of bijwerkingen, etiologie en prognose. In de gehanteerde generieke GRADE-methode werden de basisprincipes van de GRADE methodiek toegepast: het benoemen en prioriteren van de klinisch (patiënt) relevante uitkomstmaten, een systematische review per uitkomstmaat, en een beoordeling van bewijskracht op basis van de vijf GRADE-criteria (startpunt hoog; downgraden voor risk of bias, inconsistentie, indirectheid, imprecisie, en publicatiebias).

 

C) Voor vragen over de waarde van meet- of classificatie-instrumenten (klinimetrie)

Deze instrumenten werden beoordeeld op validiteit, intra- (test-hertest) en inter-beoordelaarsbetrouwbaarheid, responsiviteit (alleen bij meetinstrumenten) en bruikbaarheid in de praktijk. (naar keuze: optie-1 ‘Bij ontbreken van een gouden standaard, werd een beoordeling van de bewijskracht van literatuurconclusies achterwege gelaten.’ Of optie-2 ‘De kracht van het wetenschappelijk bewijs werd bepaald met de generieke GRADE-methode’).

Beoordelen van het niveau van het wetenschappelijke bewijs (oude modules)

Bij de EBRO-methode (Evidence Based Richtlijn Ontwikkeling) wordt een andere classificatie voor de beoordeling van de kwaliteit van studies aangehouden (van Everdingen 2004). Hierbij ligt de belangrijkheid van de uitkomstmaten niet van tevoren vast en is er geen vastgelegde procedure voor upgraden en downgraden van bewijs, zoals die bij GRADE geldt.

 

Tabel 5: Classificatie kwaliteit van bewijs (Everdingen, 2004)

Kwaliteit

Interventie

Diagnostisch accuratesse-onderzoek

Schade/bijwerkingen*, etiologie, prognose

A1

Systematische review van ten minste twee onafhankelijk van elkaar uitgevoerde onderzoeken van A2-niveau

A2

Gerandomiseerd dubbelblind vergelijkend klinisch onderzoek van goede kwaliteit van voldoende omvang

Onderzoek ten opzichte van een referentietest (een ‘gouden standaard’) met tevoren gedefinieerde afkapwaarden en onafhankelijke beoordeling van de resultaten van test en gouden standaard, betreffende een voldoende grote serie van opeenvolgende patiënten die allen de index- en referentietest hebben gehad

Prospectief cohortonderzoek van voldoende omvang en follow-up, waarbij adequaat gecontroleerd is voor ‘confounding’ en selectieve follow-up voldoende is uitgesloten.

B

Vergelijkend onderzoek, maar niet met alle kenmerken als genoemd onder A2 (hieronder valt ook patiënt-controleonderzoek, cohortonderzoek)

 

 

C

Niet-vergelijkend onderzoek

D

Mening van deskundigen

* Deze classificatie is alleen van toepassing in situaties waarin om ethische of andere redenen gecontroleerde trials niet mogelijk zijn. Zijn die wel mogelijk dan geldt de classificatie voor interventies.

 

Bij het werken volgens de EBRO-methode zijn op basis van de beschikbare literatuur een of meerdere conclusies geformuleerd. Afhankelijk van het aantal onderzoeken en de mate van bewijs is een niveau van bewijskracht toegekend aan de conclusie (van Everdingen 2004).

 

Tabel 6: Classificatie kwaliteit van bewijs (Everdingen, 2004)

Niveau

Conclusie gebaseerd op

1

Onderzoek van niveau A1 of ten minste 2 onafhankelijk van elkaar uitgevoerde onderzoeken van niveau A2

2

1 onderzoek van niveau A2 of ten minste 2 onafhankelijk van elkaar uitgevoerde onderzoeken van niveau B

3

1 onderzoek van niveau B of C

4

Mening van deskundigen

 

Formuleren van de conclusies

Voor elke relevante uitkomstmaat werd het wetenschappelijk bewijs samengevat in één of meerdere literatuurconclusies waarbij het niveau van bewijs werd bepaald volgens de GRADE-methodiek. De werkgroepleden maakten de balans op van elke interventie (overall conclusie). Bij het opmaken van de balans werden de gunstige en ongunstige effecten voor de patiënt afgewogen. De overkoepelende bewijskracht wordt bepaald door de laagste bewijskracht gevonden bij een van de cruciale uitkomstmaten. Bij complexe besluitvorming waarin naast de conclusies uit de systematische literatuuranalyse vele aanvullende argumenten (overwegingen) een rol spelen, werd afgezien van een overkoepelende conclusie. In dat geval werden de gunstige en ongunstige effecten van de interventies samen met alle aanvullende argumenten gewogen onder het kopje 'Overwegingen'.

 

Overwegingen (van bewijs naar aanbeveling)

Om te komen tot een aanbeveling zijn naast (de kwaliteit van) het wetenschappelijke bewijs ook andere aspecten belangrijk. Door gebruik te maken van de Guideline Development Tool werd het Evidence to decision framework conform GRADE methodiek toegepast. Alle werkgroepleden hebben systematisch antwoord gegeven op vragen over de grootte van het effect en grootte van negatieve consequenties, waarden en voorkeuren van de patiënt, kosten en kosteneffectiviteit, beschikbaarheid van voorzieningen, aanvaardbaarheid, en overwegingen voor subgroepen in de patiëntenpopulatie. Deze aspecten worden, voor zover geen onderdeel van de literatuursamenvatting, vermeld en beoordeeld (gewogen) onder het kopje ‘Overwegingen’.

 

Formuleren van aanbevelingen

De aanbevelingen geven antwoord op de uitgangsvraag en zijn gebaseerd op het beschikbare wetenschappelijke bewijs en de belangrijkste overwegingen, een weging van de gunstige en ongunstige effecten van de relevante interventies. De kracht van het wetenschappelijk bewijs en het gewicht dat door de werkgroep wordt toegekend aan de overwegingen, bepalen samen de sterkte van de aanbeveling. Conform de GRADE-methodiek sluit een lage bewijskracht van conclusies in de systematische literatuuranalyse een sterke aanbeveling niet a priori uit, en zijn bij een hoge bewijskracht ook zwakke aanbevelingen mogelijk. De sterkte van de aanbeveling wordt altijd bepaald door weging van alle relevante argumenten tezamen.

 

Randvoorwaarden (Organisatie van zorg)

In de knelpuntenanalyse en bij de ontwikkeling van de richtlijn is expliciet rekening gehouden met de organisatie van zorg: alle aspecten die randvoorwaardelijk zijn voor het verlenen van zorg (zoals coördinatie, communicatie, (financiële) middelen, menskracht en infrastructuur). Randvoorwaarden die relevant zijn voor het beantwoorden van een specifieke uitgangsvraag maken onderdeel uit van de overwegingen bij de bewuste uitgangsvraag. Meer algemene, overkoepelende, of bijkomende aspecten van de organisatie van zorg worden behandeld in de module Organisatie van zorg

 

Indicatorontwikkeling

Er werden geen indicatoren ontwikkeld voor deze richtlijn.

 

Kennislacunes

Tijdens de ontwikkeling van deze richtlijn is systematisch gezocht naar onderzoek waarvan de resultaten bijdragen aan een antwoord op de uitgangsvragen. Bij elke uitgangsvraag is door de werkgroep nagegaan of er (aanvullend) wetenschappelijk onderzoek gewenst is om de uitgangsvraag te kunnen beantwoorden. Een overzicht van de onderwerpen waarvoor (aanvullend) wetenschappelijk van belang wordt geacht, is als aanbeveling beschreven (zie bijlage 4).

 

Juridische betekenis van richtlijnen

Richtlijnen zijn geen wettelijke voorschriften maar wetenschappelijk onderbouwde en breed gedragen inzichten en aanbevelingen waaraan zorgverleners zouden moeten voldoen om kwalitatief goede zorg te verlenen. Aangezien richtlijnen uitgaan van ‘gemiddelde patiënten’, kunnen zorgverleners in individuele gevallen zo nodig afwijken van de aanbevelingen in de richtlijn. Afwijken van richtlijnen is, als de situatie van de patiënt dat vereist, soms zelfs noodzakelijk. Een richtlijn beschrijft wat goede zorg is, ongeacht de financieringsbron (Zorgverzekeringswet (Zvw), Wet langdurige zorg (Wlz), Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), aanvullende verzekering of eigen betaling door de cliënt/patiënt). Opname van een richtlijn in een register betekent dus niet noodzakelijkerwijs dat de in de richtlijn beschreven zorg verzekerde zorg is. Informatie over kosten zoals beschreven in de richtlijn is gebaseerd op beschikbare gegevens ten tijde van schrijven.

 

Commentaar- en autorisatiefase

De conceptrichtlijn is aan de betrokken (wetenschappelijke) verenigingen, (patiënt) organisaties en stakeholders voorgelegd ter commentaar (zie ook tabel 1). De commentaren zijn  verzameld en besproken met de werkgroep. Naar aanleiding van de commentaren is de conceptrichtlijn aangepast en definitief vastgesteld door de werkgroep. De definitieve richtlijn is aan de deelnemende (wetenschappelijke) verenigingen en (patiënt) organisaties voorgelegd ter autorisatie.

 

Literatuur

  • Brouwers MC, Kho ME, Browman GP, et al. AGREE Next Steps Consortium. AGREE II: advancing guideline development, reporting and evaluation in health care. CMAJ. 2010;182(18):E839-42. doi: 10.1503/cmaj.090449. Epub 2010 Jul 5. Review. PubMed PMID: 20603348.
  • Higgins JPT, Green S (editors). Cochrane Handbook for Systematic Reviews of Interventions Version 5.1.0 [updated March 2011]. The Cochrane Collaboration, 2011. Available from www.handbook.cochrane.org.
  • Medisch Specialistische Richtlijnen 2.0 (2012). Adviescommissie Richtlijnen van de Raad Kwalitieit.. Online beschikbaar op http://richtlijnendatabase.nl/ Laatst geraadpleegd op [DATUM geraadpleegd voor concepttekst]
  • Van Everdingen JJE, Burgers JS, Assendelft WJJ, et al. Evidence-based richtlijnontwikkeling. Bohn Stafleu Van Loghum 2004.
  • Schünemann H, Brożek J, Guyatt G, et al. GRADE handbook for grading quality of evidence and strength of recommendations. Updated October 2013. The GRADE Working Group, 2013. Available from http://gdt.guidelinedevelopment.org/central_prod/_design/client/handbook/handbook.html

Zoekverantwoording

Zoekstrategieën

Voor alle hoofdstukken geldt dat de zoekstrategieën zijn uitgevoerd in de EMBASE database, Medline database en de Cochrane library. Enkel de keywords gebruikt in de Medline database zijn weergeven. Experts op het gebied van leefstijl bij huidziekten werden geraadpleegd voor eventuele ontbrekende artikelen en / of casereports. De search is geüpdatet tot 17-04-2024

De zoekactie is met behulp van de PICO-systematiek opgebouwd. De zoekvragen hebben de P als gemeenschappelijke onderdeel. De overige onderdelen van de PICO werden geformuleerd op basis van de uitgangsvraag.

 

De volgende afbakening is gebruikt:

Tabel 8: Zoekformulieren Psoriasis modules1. Component

Description

Review question

Wat zijn de voor-/nadelen van dieetinterventies (laagcalorisch, intermitterend vasten, ketogeen, nachtschade dieet, mediterrane dieet) versus geen interventie bij mensen met psoriasis op ziekteactiviteit, kwaliteit van leven en bijwerkingen?

Population

Mensen met een vorm van huidpsoriasis (alle leeftijden)

Intervention*

  • Laag calorisch dieet
  • Intermittent fasting
  • Ketogeen dieet
  • Nachtschade dieet

Mediterrane dieet

Comparison

Geen veranderingen in dieet/normaal dieet

Outcomes

Critical

  • Ernst psoriasis op korte en lange termijn: PASI, DLQI, and body surface area (BSA)

Important

  • Kwaliteit van leven: DLQI

Bijwerkingen

Databases

Medline, Embase, Cochrane

Key article

Upala, S., & Sanguankeo, A. (2015). Effect of lifestyle weight loss intervention on disease severity in patients with psoriasis: a systematic review and meta-analysis. International journal of obesity (2005), 39(8), 1197–1202. https://doi.org/10.1038/ijo.2015.64

 

2. Component

Description

Review question

Wat zijn de voor-/nadelen van voedingssupplementen (vitamine D, visolie, omega-3 vetzuren) gebruik vs. geen gebruik bij mensen psoriasis op de ziekteactiviteit, kwaliteit van leven, bijwerken en therapiereductie?

Population

Mensen met een vorm van psoriasis (alle leeftijden)

Intervention*

Vit D

Visolie

Comparison

Placebo

Outcomes

Critical

  • Ernst psoriasis op korte en lange termijn: PASI, DLQI, and body surface area (BSA)

Important

  • Kwaliteit van leven: DLQI
  • Bijwerkingen
  • Therapiereductie

Key article

  • Chung, M., Bartholomew, E., Yeroushalmi, S., Hakimi, M., Bhutani, T., & Liao, W. (2022). Dietary Intervention and Supplements in the Management of Psoriasis: Current Perspectives. Psoriasis (Auckland, N.Z.), 12, 151–176. https://doi.org/10.2147/PTT.S328581

 

3. Component

Description

Review question

Wat zijn de voor-/nadelen van alcoholgebruik of roken versus geen gebruik bij mensen met psoriasis op kwaliteit van leven en ziekteactiviteit?

Population

Mensen met een vorm van psoriasis (alle leeftijden)

Intervention*

Alcohol en roken

Comparison

Geen/minder alcohol/roken

Outcomes

Critical

  • Ernst psoriasis op korte en lange termijn: PASI, DLQI, and body surface area (BSA)

Important

  • Kwaliteit van leven: DLQI

Key article

  • Elmets, C. A., Leonardi, C. L., Davis, D. M. R., Gelfand, J. M., Lichten, J., Mehta, N. N., Armstrong, A. W., Connor, C., Cordoro, K. M., Elewski, B. E., Gordon, K. B., Gottlieb, A. B., Kaplan, D. H., Kavanaugh, A., Kivelevitch, D., Kiselica, M., Korman, N. J., Kroshinsky, D., Lebwohl, M., Lim, H. W., … Menter, A. (2019). Joint AAD-NPF guidelines of care for the management and treatment of psoriasis with awareness and attention to comorbidities. Journal of the American Academy of Dermatology, 80(4), 1073–1113. https://doi.org/10.1016/j.jaad.2018.11.058

 

4. Component

Description

Review question

Wat zijn de voor-/nadelen van stressreductie, mindfulness versus geen interventie bij mensen met psoriasis op ziekteactiviteit en kwaliteit van leven?

Population

Mensen met een vorm van psoriasis (alle leeftijden)

Intervention*

Stressreductie, mindfulness

Comparison

Geen stress interventie

Outcomes

Critical

Ernst psoriasis op korte en lange termijn: PASI, DLQI, and body surface area (BSA)

Important

Kwaliteit van leven: DLQI

Review question

  • Wat is het effect van stressreductie bij patiënten met psoriasis op de ernst van de psoriasis?

 

5. Component

Description

Review question

Wat zijn de voor-/nadelen van beweging versus geen/weinig beweging op kwaliteit van leven en ziekteactiviteit bij mensen met psoriasis?

Population

Mensen met een vorm van psoriasis (alle leeftijden)

Intervention

Beweging (intensief/niet intensief)

Comparison

Niet/weinig beweging

Outcomes

Critical

  • Ernst psoriasis op korte en lange termijn: PASI, DLQI, and body surface area (BSA)

Important

  • Kwaliteit van leven: DLQI, PROMs

Component

  • Description

 

 

Tabel 9: Zoekformulieren Eczeem modules

1. Component

Description

Review question

Wat zijn de voor-/nadelen van dieetinterventies (Eliminatie, laagcalorisch, histamine arm, ultra processed food, Mediterraans dieet) versus geen interventie bij mensen met een vorm van eczeem op ziekteactiviteit, kwaliteit van leven en bijwerkingen?

Population

Mensen met een vorm van eczeem (alle leeftijden)

Intervention*

  • Eliminatie dieet (tolerantie) = Elimineren van een specifiek nutriënt/product
  • Laag calorisch dieet
  • Histamine arm dieet
  • Ultra processed food

Mediteraans dieet

Comparison

Geen veranderingen in dieet/normaal dieet

Outcomes

Critical

  • Ernst eczeem op korte en lange termijn: SCORAD, EASI, IGA, jeuk

Important                                                    

  • Kwaliteit van leven: DLQI

Bijwerkingen

Databases

Medline, Embase

Sleutelartikel

  • Oykhman, P., Dookie, J., Al-Rammahy, H., de Benedetto, A., Asiniwasis, R. N., LeBovidge, J., Wang, J., Ong, P. Y., Lio, P., Gutierrez, A., Capozza, K., Martin, S. A., Frazier, W., Wheeler, K., Boguniewicz, M., Spergel, J. M., Greenhawt, M., Silverberg, J. I., Schneider, L., & Chu, D. K. (2022). Dietary Elimination for the Treatment of Atopic Dermatitis: A Systematic Review and Meta-Analysis. The journal of allergy and clinical immunology. In practice10(10), 2657–2666.e8. https://doi.org/10.1016/j.jaip.2022.06.044

 

2. Component

Description

Review question

Wat zijn de voor-/nadelen van voedingssupplementen (vitamine D, vitamine D + vitamine E, visolie, zink, magnesium, kurkuma, duindoornolie, probiotica) gebruik vs. geen gebruik bij mensen met een vorm van eczeem op ziekteactiviteit, kwaliteit van leven, bijwerken en therapiereductie?

Population

Mensen met een vorm van eczeem (alle leeftijden)

Intervention*

Vit D

Zink

Vit E

Vit D + Vit E

Magnesium

Kurkuma

Duindoornolie

Probiotica

Fatty acids (omega/visolie)

Comparison

Placebo

Outcomes

Critical

  • Ernst eczeem op korte en lange termijn: SCORAD, EASI, IGA, jeuk

Important

  • Kwaliteit van leven: DLQI
  • Bijwerkingen

Therapiereductie

Sleutelartikelen

  • Bath-Hextall, F. J., Jenkinson, C., Humphreys, R., & Williams, H. C. (2012). Dietary supplements for established atopic eczema. The Cochrane database of systematic reviews2012(2), CD005205. https://doi.org/10.1002/14651858.CD005205.pub3
  • Vaughn, A. R., Foolad, N., Maarouf, M., Tran, K. A., & Shi, V. Y. (2019). Micronutrients in Atopic Dermatitis: A Systematic Review. Journal of alternative and complementary medicine (New York, N.Y.)25(6), 567–577. https://doi.org/10.1089/acm.2018.0363
  • Labib, A., Golpanian, R. S., Aickara, D., Smith, P., & Yosipovitch, G. (2023). The effect of fatty acids, vitamins, and minerals on pediatric atopic dermatitis: A systematic review. Pediatric dermatology40(1), 44–49. https://doi.org/10.1111/pde.15143

 

 

3. Component

Description

Review question

Wat zijn de voor-/nadelen van alcoholgebruik of roken versus geen gebruik bij mensen met een vorm van eczeem op kwaliteit van leven en ziekteactiviteit?

Population

Mensen met een vorm van eczeem (alle leeftijden)

Intervention*

Alcohol en roken

Comparison

Geen/minder alcohol/roken

Outcomes

Critical

  • Ernst eczeem op korte en lange termijn: SCORAD, EASI, IGA, jeuk

Important

  • Kwaliteit van leven: DLQI

Sleutelartikelen

  • Loman, L., Brands, M. J., Massella Patsea, A. A. L., Politiek, K., Arents, B. W. M., & Schuttelaar, M. L. A. (2022). Lifestyle factors and hand eczema: A systematic review and meta-analysis of observational studies. Contact dermatitis87(3), 211–232. https://doi.org/10.1111/cod.14102

 

4. Component

Description

Review question

Wat zijn de voor-/nadelen van stressreductie, mindfulness versus geen interventie bij mensen met een vorm van eczeem op ziekteactiviteit en kwaliteit van leven?

Population

Mensen met een vorm van eczeem (alle leeftijden)

Intervention*

Stressreductie, mindfulness

Comparison

Geen interventie

Outcomes

Critical

  • Ernst eczeem op korte en lange termijn: SCORAD, EASI, IGA, jeuk

Important

Kwaliteit van leven: DLQI

Sleutelartikelen

  • Loman, L., Brands, M. J., Massella Patsea, A. A. L., Politiek, K., Arents, B. W. M., & Schuttelaar, M. L. A. (2022). Lifestyle factors and hand eczema: A systematic review and meta-analysis of observational studies. Contact dermatitis87(3), 211–232. https://doi.org/10.1111/cod.14102

 

5. Component

Description

Review question

Wat zijn de voor-/nadelen van beweging versus geen/weinig beweging op kwaliteit van leven en ziekteactiviteit bij mensen met eczeem?

Population

Mensen met eczeem

Intervention

Beweging (intensief/niet intensief)

Comparison

Niet/weinig beweging

Outcomes

Critical

  • Ernst eczeem : SCORAD, EASI, IGA, jeuk, NRS

Important

  • Kwaliteit van leven: DLQI, PROMs

Sleutelartikelen

  • Loman, L., Brands, M. J., Massella Patsea, A. A. L., Politiek, K., Arents, B. W. M., & Schuttelaar, M. L. A. (2022). Lifestyle factors and hand eczema: A systematic review and meta-analysis of observational studies. Contact dermatitis87(3), 211–232. https://doi.org/10.1111/cod.14102

 

Inclusie- en exclusiecriteria

De opgenomen in- en exclusiecriteria zijn te vinden in onderstaande tabel.

Tabel 10: In- en exclusietabel

Inclusiecriteria

Exclusiecriteria

Vergelijkend onderzoek (n>30). (RCT, CCT, SR (RCT of CCT) of observationeel onderzoek)

PsA zonder huidpsoriasis (bij psoriasis)

Niet vergelijkend onderzoek wordt op hoofdlijnen beschreven als er geen RCT’s beschikbaar zijn, dan geen analyse met GRADE.

 

Nederlands- en Engelstalige publicaties.

 

Zoekstrategieën Module eczeem en dieet

EMBASE (datum 13-12-2023)

ID

Search

Hits

#1

'dermatitis'/exp OR 'dermatiti*':ti,ab,kw OR 'dermiti*':ti,ab,kw OR eczema*:ti,ab,kw OR 'epidermiti*':ti,ab,kw

260020

#2

'low calorie diet'/exp OR (((hypocaloric OR 'low calor*' OR 'low energ*' OR 'reduced calor*' OR 'reduced energ*') NEAR/3 (food* OR diet* OR nutrition* OR regimen*)):ti,ab,kw) OR 'caloric restrict*':ti,ab,kw

22797

#3

'elimination diet'/exp OR (((eliminat* OR exclusion) NEAR/3 (food OR diet* OR nutrition)):ti,ab,kw)

6252

#4

('histamine intolerance'/exp OR antihistamin*:ti,ab,kw OR 'poor histamin*':ti,ab,kw OR 'histamin* intoleran*':ti,ab,kw OR 'histamin* free':ti,ab,kw OR 'low histamin*':ti,ab,kw) AND ('diet'/de OR 'food'/exp OR 'nutrition'/exp OR food*:ti,ab,kw OR nutrition*:ti,ab,kw OR diet*:ti,ab,kw)

3714

#5

'processed food'/exp OR (((processed OR ultraprocessed) NEAR/3 (food* OR nutrition* OR diet*)):ti,ab,kw)

13457

#6

'mediterranean diet'/exp OR 'meddiet':ti,ab,kw OR 'mediterranean diet*':ti,ab,kw

15250

#7

#2 OR #3 OR #4 OR #5 OR #6

91315

#8

#1 AND #7

1607

#9

#8 NOT ('conference abstract'/it OR 'editorial'/it OR 'letter'/it OR 'note'/it) NOT (('animal'/exp OR 'animal experiment'/exp OR 'animal model'/exp OR 'nonhuman'/exp) NOT 'human'/exp)

999

#10

'meta analysis'/exp OR 'meta analysis (topic)'/exp OR metaanaly*:ti,ab OR 'meta analy*':ti,ab OR metanaly*:ti,ab OR 'systematic review'/de OR 'cochrane database of systematic reviews'/jt OR prisma:ti,ab OR prospero:ti,ab OR (((systemati* OR scoping OR umbrella OR 'structured literature') NEAR/3 (review* OR overview*)):ti,ab) OR ((systemic* NEAR/1 review*):ti,ab) OR (((systemati* OR literature OR database* OR 'data base*') NEAR/10 search*):ti,ab) OR (((structured OR comprehensive* OR systemic*) NEAR/3 search*):ti,ab) OR (((literature NEAR/3 review*):ti,ab) AND (search*:ti,ab OR database*:ti,ab OR 'data base*':ti,ab)) OR (('data extraction':ti,ab OR 'data source*':ti,ab) AND 'study selection':ti,ab) OR ('search strategy':ti,ab AND 'selection criteria':ti,ab) OR ('data source*':ti,ab AND 'data synthesis':ti,ab) OR medline:ab OR pubmed:ab OR embase:ab OR cochrane:ab OR (((critical OR rapid) NEAR/2 (review* OR overview* OR synthes*)):ti) OR ((((critical* OR rapid*) NEAR/3 (review* OR overview* OR synthes*)):ab) AND (search*:ab OR database*:ab OR 'data base*':ab)) OR metasynthes*:ti,ab OR 'meta synthes*':ti,ab

733409

#11

'clinical trial'/exp OR 'randomization'/exp OR 'single blind procedure'/exp OR 'double blind procedure'/exp OR 'crossover procedure'/exp OR 'placebo'/exp OR 'prospective study'/exp OR rct:ab,ti OR random*:ab,ti OR 'single blind':ab,ti OR 'randomised controlled trial':ab,ti OR 'randomized controlled trial'/exp OR placebo*:ab,ti

3302394

#12

'major clinical study'/de OR 'clinical study'/de OR 'case control study'/de OR 'family study'/de OR 'longitudinal study'/de OR 'retrospective study'/de OR 'prospective study'/de OR 'comparative study'/de OR 'cohort analysis'/de OR ((cohort NEAR/1 (study OR studies)):ab,ti) OR (('case control' NEAR/1 (study OR studies)):ab,ti) OR (('follow up' NEAR/1 (study OR studies)):ab,ti) OR (observational NEAR/1 (study OR studies)) OR ((epidemiologic NEAR/1 (study OR studies)):ab,ti) OR (('cross sectional' NEAR/1 (study OR studies)):ab,ti)

6767914

#13

'case control study'/de OR 'comparative study'/exp OR 'control group'/de OR 'controlled study'/de OR 'controlled clinical trial'/de OR 'crossover procedure'/de OR 'double blind procedure'/de OR 'phase 2 clinical trial'/de OR 'phase 3 clinical trial'/de OR 'phase 4 clinical trial'/de OR 'pretest posttest design'/de OR 'pretest posttest control group design'/de OR 'quasi experimental study'/de OR 'single blind procedure'/de OR 'triple blind procedure'/de OR (((control OR controlled) NEAR/6 trial):ti,ab,kw) OR (((control OR controlled) NEAR/6 (study OR studies)):ti,ab,kw) OR (((control OR controlled) NEAR/1 active):ti,ab,kw) OR 'open label*':ti,ab,kw OR (((double OR two OR three OR multi OR trial) NEAR/1 (arm OR arms)):ti,ab,kw) OR ((allocat* NEAR/10 (arm OR arms)):ti,ab,kw) OR placebo*:ti,ab,kw OR 'sham-control*':ti,ab,kw OR (((single OR double OR triple OR assessor) NEAR/1 (blind* OR masked)):ti,ab,kw) OR nonrandom*:ti,ab,kw OR 'non-random*':ti,ab,kw OR 'quasi-experiment*':ti,ab,kw OR crossover:ti,ab,kw OR 'cross over':ti,ab,kw OR 'parallel group*':ti,ab,kw OR 'factorial trial':ti,ab,kw OR ((phase NEAR/5 (study OR trial)):ti,ab,kw) OR ((case* NEAR/6 (matched OR control*)):ti,ab,kw) OR ((match* NEAR/6 (pair OR pairs OR cohort* OR control* OR group* OR healthy OR age OR sex OR gender OR patient* OR subject* OR participant*)):ti,ab,kw) OR ((propensity NEAR/6 (scor* OR match*)):ti,ab,kw) OR versus:ti OR vs:ti OR compar*:ti OR ((compar* NEAR/1 study):ti,ab,kw) OR (('major clinical study'/de OR 'clinical study'/de OR 'cohort analysis'/de OR 'observational study'/de OR 'cross-sectional study'/de OR 'multicenter study'/de OR 'correlational study'/de OR 'follow up'/de OR cohort*:ti,ab,kw OR 'follow up':ti,ab,kw OR followup:ti,ab,kw OR longitudinal*:ti,ab,kw OR prospective*:ti,ab,kw OR retrospective*:ti,ab,kw OR observational*:ti,ab,kw OR 'cross sectional*':ti,ab,kw OR cross?ectional*:ti,ab,kw OR multicent*:ti,ab,kw OR 'multi-cent*':ti,ab,kw OR consecutive*:ti,ab,kw) AND (group:ti,ab,kw OR groups:ti,ab,kw OR subgroup*:ti,ab,kw OR versus:ti,ab,kw OR vs:ti,ab,kw OR compar*:ti,ab,kw OR 'odds ratio*':ab OR 'relative odds':ab OR 'risk ratio*':ab OR 'relative risk*':ab OR 'rate ratio':ab OR aor:ab OR arr:ab OR rrr:ab OR ((('or' OR 'rr') NEAR/6 ci):ab)))

14669029

#14

#9 AND #10

81

#15

#9 AND #11 NOT #14

210

#16

#9 AND (#12 OR #13) NOT #14 NOT #15

224

#17

#14 OR #15 OR #16

515

#18

dietary AND elimination AND for AND the AND treatment AND of AND atopic AND dermatitis AND a AND systematic AND review AND 'meta analysis'

2

#19

#17 AND #18 sleutelartikel gevonden

1

 

Resultaten = 515

 

OVID/MEDLINE (datum 13-12-2023)

 

ID

Search

Hits

#1

exp Dermatitis/ or dermatiti*.ti,ab,kf. or dermiti*.ti,ab,kf. or eczema*.ti,ab,kf. or epidermiti*.ti,ab,kf.

148533

#2

Caloric Restriction/ or ((hypocaloric or low calor* or low energ* or reduced calor* or reduced energ*) adj3 (food* or diet* or nutrition* or regimen*)).ti,ab,kf. or caloric restrict*.ti,ab,kf.

15964

#3

exp Elimination Diets/ or ((eliminat* or exclusion) adj3 (food or diet* or nutrition)).ti,ab,kf.

3498

#4

((Histamine/ and Food Hypersensitivity/) or antihistamin*.ti,ab,kf. or poor histamin*.ti,ab,kf. or histamin* intoleran*.ti,ab,kf. or histamin* free.ti,ab,kf. or low histamin*.ti,ab,kf.) and (Diet/ or exp Food/ or (diet* or food* or nutrition*).ti,ab,kf.)

1584

#5

Food, Processed/ or ((processed or ultraprocessed) adj3 (food* or nutrition* or diet*)).ti,ab,kf.

7523

#6

Diet, Mediterranean/ or meddiet.ti,ab,kf. or mediterranean diet*.ti,ab,kf.

9138

#7

2 or 3 or 4 or 5 or 6

37127

#8

1 and 7

621

#9

8 not ((exp animals/ or exp models, animal/) not humans/) not (letter/ or comment/ or editorial/)

562

#10

meta-analysis/ or meta-analysis as topic/ or (metaanaly* or meta-analy* or metanaly*).ti,ab,kf. or systematic review/ or cochrane.jw. or (prisma or prospero).ti,ab,kf. or ((systemati* or scoping or umbrella or "structured literature") adj3 (review* or overview*)).ti,ab,kf. or (systemic* adj1 review*).ti,ab,kf. or ((systemati* or literature or database* or data-base*) adj10 search*).ti,ab,kf. or ((structured or comprehensive* or systemic*) adj3 search*).ti,ab,kf. or ((literature adj3 review*) and (search* or database* or data-base*)).ti,ab,kf. or (("data extraction" or "data source*") and "study selection").ti,ab,kf. or ("search strategy" and "selection criteria").ti,ab,kf. or ("data source*" and "data synthesis").ti,ab,kf. or (medline or pubmed or embase or cochrane).ab. or ((critical or rapid) adj2 (review* or overview* or synthes*)).ti. or (((critical* or rapid*) adj3 (review* or overview* or synthes*)) and (search* or database* or data-base*)).ab. or (metasynthes* or meta-synthes*).ti,ab,kf.

712113

#11

exp clinical trial/ or randomized controlled trial/ or exp clinical trials as topic/ or randomized controlled trials as topic/ or Random Allocation/ or Double-Blind Method/ or Single-Blind Method/ or (clinical trial, phase i or clinical trial, phase ii or clinical trial, phase iii or clinical trial, phase iv or controlled clinical trial or randomized controlled trial or multicenter study or clinical trial).pt. or random*.ti,ab. or (clinic* adj trial*).tw. or ((singl* or doubl* or treb* or tripl*) adj (blind$3 or mask$3)).tw. or Placebos/ or placebo*.tw.

2665074

#12

Epidemiologic studies/ or case control studies/ or exp cohort studies/ or Controlled Before-After Studies/ or Case control.tw. or cohort.tw. or Cohort analy$.tw. or (Follow up adj (study or studies)).tw. or (observational adj (study or studies)).tw. or Longitudinal.tw. or Retrospective*.tw. or prospective*.tw. or consecutive*.tw. or Cross sectional.tw. or Cross-sectional studies/ or historically controlled study/ or interrupted time series analysis/ [Onder exp cohort studies vallen ook longitudinale, prospectieve en retrospectieve studies]

4599208

#13

Case-control Studies/ or clinical trial, phase ii/ or clinical trial, phase iii/ or clinical trial, phase iv/ or comparative study/ or control groups/ or controlled before-after studies/ or controlled clinical trial/ or double-blind method/ or historically controlled study/ or matched-pair analysis/ or single-blind method/ or (((control or controlled) adj6 (study or studies or trial)) or (compar* adj (study or studies)) or ((control or controlled) adj1 active) or "open label*" or ((double or two or three or multi or trial) adj (arm or arms)) or (allocat* adj10 (arm or arms)) or placebo* or "sham-control*" or ((single or double or triple or assessor) adj1 (blind* or masked)) or nonrandom* or "non-random*" or "quasi-experiment*" or "parallel group*" or "factorial trial" or "pretest posttest" or (phase adj5 (study or trial)) or (case* adj6 (matched or control*)) or (match* adj6 (pair or pairs or cohort* or control* or group* or healthy or age or sex or gender or patient* or subject* or participant*)) or (propensity adj6 (scor* or match*))).ti,ab,kf. or (confounding adj6 adjust*).ti,ab. or (versus or vs or compar*).ti. or ((exp cohort studies/ or epidemiologic studies/ or multicenter study/ or observational study/ or seroepidemiologic studies/ or (cohort* or 'follow up' or followup or longitudinal* or prospective* or retrospective* or observational* or multicent* or 'multi-cent*' or consecutive*).ti,ab,kf.) and ((group or groups or subgroup* or versus or vs or compar*).ti,ab,kf. or ('odds ratio*' or 'relative odds' or 'risk ratio*' or 'relative risk*' or aor or arr or rrr).ab. or (("OR" or "RR") adj6 CI).ab.))

5573061

#14

9 and 10 SR

33

#15

(9 and 11) not 14 Clinical trials

122

#16

(9 and (12 or 13)) not 15 not 14 OBS

103

#17

14 or 15 or 16

258

#18

(Dietary Elimination for the Treatment of Atopic Dermatitis: A Systematic Review and Meta-Analysis).mp. [mp=title, book title, abstract, original title, name of substance word, subject heading word, floating sub-heading word, keyword heading word, organism supplementary concept word, protocol supplementary concept word, rare disease supplementary concept word, unique identifier, synonyms, population supplementary concept word, anatomy supplementary concept word]

1

#19

17 and 18

1

 

Resultaten = 258

 

Alle resultaten

Database

Datum

# hits

EMBASE

13-12-2023

515

OVID/MEDLINE

13-12-2023

258

Totaal

773

Duplicates

203

Netto aantal

570

Volgende:
Dermatocorticosteroïden en zwangerschap