Congenitale Melanocytaire Naevi (CMN)

Initiatief: NVDV Aantal modules: 33

Behandeling folliculitis/epidermale cyst-like laesies

Publicatiedatum: 19-05-2026
Beoordeeld op geldigheid: 19-05-2026

Uitgangsvraag

Welke behandeling wordt aanbevolen bij folliculitis/epidermale cyst-like laesies bij CMN?

Aanbeveling

Overweeg de volgende behandeling (adviezen) bij inflammatie bij congenitale melanocytaire naevi (expert opinie):

  • Comedonen: resorcinol crème 15% 1 x daags op geleide van irritatie (ongeacht leeftijd).
  • Folliculitis: chloorhexidineoplossing 40mg/ml driemaal per week in het aangedane gebied aanbrengen. Breng de oplossing op de natte huid in het aangedane gebied aan en laat de oplossing tenminste 1 minuut intrekken alvorens af te spoelen. Bij uitgebreide folliculitis kan doxycycline 100mg 1 x daags gedurende 3 maanden overwogen worden (indien patiënt ≥ 8 jaar, zie voor dosering Kinderformularium). Bij jongere patiënten kan gekozen worden voor erythromycine.
  • (Non-)inflammatoire cyste/ epidermale cyste: overweeg excisie bij frequente ontstekingen.
  • Inflammatoire nodus: overweeg clindamycinelotion 1% 2 x daags gedurende 2 weken. Overweeg bij ernstige klachten: intralesionaal triamcinolon 10mg/ml. Bij meerdere inflammatoire nodi: overweeg doxycycline 100mg 1 x daags gedurende 3 maanden.
  • Geëpithelialiseerde korte sinustract: overweeg deroofing volgens Richtlijn Hidradenitis suppurativa (HS).
  • Overweeg bij een therapieresistent klinisch beeld op bovengenoemde topicale medicatie voorafgaand aan de start van systemische medicatie een banale kweek af te nemen om een eventuele onderliggende verwekker aan te tonen.
  • Het wordt aanbevolen een patiënt met uitgebreide inflammatie in de congenitale melanocytaire naevus door te verwijzen naar een centrum met expertise, alwaar eventueel aanvullende diagnostiek verricht kan worden en initiële behandeling kan worden opgestart.

Overwegingen

Kwaliteit van het bewijs

Er is systematisch naar literatuur gezocht, maar geen GRADE analyse gedaan aangezien geen bruikbaar vergelijkend onderzoek werd gevonden. De aanbevelingen en overwegingen zijn geschreven op basis van expert opinie en er werd gebruik gemaakt van de Richtlijn Hidradenitis suppurativa (HS) en het artikel van Chiang (2023). Er is voor gekozen om de HS behandelstrategie te volgen, tot nu toe met goed resultaat bij CMN.

 

Balans van gewenste en ongewenste effecten

Er is geen literatuur beschikbaar welke het toepassen van bovengenoemde topicale, intralesionale, systemische en chirurgische behandeling op de congenitale melanocytaire naevushuid beschrijft. De werkgroep verwacht dat de ongewenste effecten van bovengenoemde topicale en systemische interventies zijn zoals beschreven in het farmacotherapeutisch kompas. De ervaring is dat de naevushuid kwetsbaarder is en dat exfoliërende middelen voorzichtig opbouwend dienen te worden toegepast.

 

Professioneel perspectief

Er is momenteel geen literatuur beschikbaar over het optreden van inflammatie bij congenitale melanocytaire naevi. Niettemin betreft dit een klinische hulpvraag die frequent in de spreekkamer wordt geuit. Gezien de aanzienlijke klinische overlap met hidradenitis suppurativa Hurley-stadium Ia en Ib, adviseert de werkgroep om patiënten te behandelen conform de aanbevelingen zoals geformuleerd in de Richtlijn Hidradenitis suppurativa (HS).

 

Waarden en voorkeuren van patiënten

Het is belangrijk dat zorgverleners oog hebben voor het patiëntenperspectief en samen met de patiënt een behandelplan opstellen dat aansluit bij diens individuele behoeften en voorkeuren. Het bespreken van de voor- en nadelen en mogelijke beperkingen van de verschillende therapieën helpt om realistische verwachtingen te scheppen en ondersteunt het proces van ‘Samen Beslissen’. Zo kan worden gekozen voor een behandeling die het beste past bij de levensfase en gezondheidstoestand van de patiënt.

 

De meeste genoemde topicale, intralesionale en systemische behandelingen zijn laagdrempelig toepasbaar en kunnen bij bijwerkingen eenvoudig worden aangepast of vervangen door een alternatief. De chirurgische interventies betreffen doorgaans kleine ingrepen die, afhankelijk van de leeftijd van de patiënt, vaak poliklinisch kunnen worden uitgevoerd.

 

Aanvaardbaarheid en haalbaarheid

De voorgestelde behandelingen voor folliculitis en epidermale cyste-achtige laesies bij congenitale melanocytaire naevi zijn in de dagelijkse praktijk goed toepasbaar. De meeste opties (topicale middelen zoals chloorhexidine, resorcinolcrème en clindamycine, evenals systemische behandeling met doxycycline) zijn breed beschikbaar tegen relatief lage kosten, relatief eenvoudig in gebruik en bekend bij dermatologen. Ook de kleine chirurgische ingrepen, zoals excisie of deroofing, zijn doorgaans poliklinisch uitvoerbaar en vragen geen complexe infrastructuur.

 

Wat betreft aanvaardbaarheid ervaren patiënten en ouders doorgaans een duidelijke behoefte aan behandeling, omdat de inflammatoire klachten vaak hinder en ongemak veroorzaken. De laagdrempelige aard van de meeste behandelingen draagt bij aan een hoge acceptatie. Wel is het belangrijk patiënten te informeren over mogelijke bijwerkingen (bijvoorbeeld lokale irritatie of systemische effecten bij antibiotica), zodat gezamenlijke besluitvorming (‘Samen Beslissen’) goed kan plaatsvinden.

 

Ten aanzien van de haalbaarheid gelden er geen substantiële belemmeringen. De behandelingen zijn kosteneffectief, breed verkrijgbaar en passen binnen de bestaande zorgstructuur. Wel kan bij meer complexe of therapieresistente gevallen verwijzing naar een centrum met expertise nodig zijn voor aanvullende diagnostiek en multidisciplinaire afstemming. Dit is organisatorisch haalbaar binnen de huidige zorg, al vraagt het soms extra logistieke inzet en afstemming met de tweede- of derdelijnszorg.

Onderbouwing

Congenitale melanocytaire naevi (CMN) gaan frequent gepaard met comedonen, folliculitis en zowel inflammatoire als niet-inflammatoire nodulaire cysten. Waarschijnlijk ten gevolge van de vaak aanwezige hypertrichose in de CMN en folliculaire occlusie ten gevolge van ingroei van naevusweefsel. Ook kunnen er in de CMN soms korte geëpithelialiseerde sinustracts aanwezig zijn. Deze klinische manifestaties treden op bij zowel onbehandelde CMN als bij CMN die zijn behandeld met curettage of ablatieve lasertherapie. De aanwezigheid van deze afwijkingen kan leiden tot pijnklachten en ongemak, hetgeen regelmatig resulteert in een hulpvraag van de patiënt.

 

De hierboven beschreven symptomen vertonen overeenkomst met hidradenitis suppurativa volgens de verfijnde Hurley-classificatie stadia Ia en Ib, met dien verstande dat de inflammatoire afwijkingen zich niet uitsluitend in de flexurale gebieden manifesteren.

Niet van toepassing.

Niet van toepassing.

In de databases Embase.com en Ovid/Medline is tot 06-09-2024 met relevante zoektermen systematisch gezocht naar systematische reviews, klinische trials, observationele studies en richtlijnen. De literatuurzoekactie leverde 117 unieke treffers op, na selectie van titel en abstract bleef 1 artikel over. Na het lezen van de volledige tekst werden geen artikelen geïncludeerd.

 

Specifieke redenen voor exclusie zijn beschreven onder het kopje Evidence tabellen.

 

Overwegingen en aanbevelingen zijn gebaseerd op basis van expert opinion. Voor de uitwerking is gebruik gemaakt van enkele losse ondersteunende artikelen en de Richtlijn Hidradenitis suppurativa (HS).

 

De volgende afbakening is gebruikt:

P: Patiënten met Congenitale Melanocytaire Naevi mét folliculitis/epidermal cyst like lesions
I: Alle behandelingen (lokaal/chirurgisch/systemisch)
C: Placebo, behandelingen met elkaar
O: Patiënttevredenheid, kwaliteit van leven, genezingssnelheid, kans op recidief, complicaties

Uitkomstmaten

De werkgroep definieerde de uitkomstmaten als volgt en hanteerde de in de studies gebruikte

definities.

 

Primair (cruciaal):

  • Patiënt tevredenheid
  • Kwaliteit van leven
  • Genezingssnelheid (time-to-heal)
  • Kans op recidief

Secundair (belangrijk):

  • Complicaties

Inclusie- en exclusiecriteria

Inclusiecriteria

Exclusiecriteria

Congenitale melanocytaire naevi (in alle synoniemen), alle groottes, alle leeftijden

Verworven melanocytaire naevi, of als niet gespecificeerd was of de naevi congenitaal waren

Nederlandstalige en Engelstalige publicaties

Case reports, letters to the editor, conference abstracts, algemene reviews

Toepassing van een referentiestandaard

 

Systematische reviews, randomized controlled trials (RCT’s) of observationele

studies;

 

  1. Chiang N, Sibbald C, Levy R, Lara-Corrales I. Hidradenitis Suppurativa in Children and Adolescents: An Update on Pharmacologic Treatment Options. Paediatr Drugs. 2023 Nov;25(6):659-676. doi: 10.1007/s40272-023-00595-6. Epub 2023 Oct 2. PMID: 37782437.

Niet van toepassing.

 

Geëxcludeerde studies

Artikel

Reden van exclusie

Cohen (1993)

Niet passend bij PICO (patiëntpopulatie en geen behandeling beschreven)

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 19-05-2026

Beoordeeld op geldigheid  : 19-05-2026

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie
Geautoriseerd door:
  • Landelijke vereniging Medische Psychologie
  • Patiëntenfederatie Naevus Netwerk Nederland
  • Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie
  • Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde
  • Nederlandse Vereniging voor Neurologie
  • Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie
  • Nederlandse Vereniging voor Pathologie
  • Nederlandse Vereniging voor Radiologie

Algemene gegevens

Het initiatief voor deze richtlijn is afkomstig van de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV). De richtlijn is opgesteld door een multidisciplinaire commissie met vertegenwoordigers.

 

Financiering
De ontwikkeling van deze richtlijn is gefinancierd door de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS). De SKMS ondersteunt medisch-specialistische beroepsverenigingen bij het bevorderen van de kwaliteit van zorg. De financiering heeft geen invloed gehad op de inhoudelijke totstandkoming van de richtlijn. De werkgroep heeft onafhankelijk gewerkt conform de geldende methodologische standaarden.

Doel en doelgroep

Deze richtlijn is een document met aanbevelingen ter ondersteuning van de dagelijkse praktijkvoering. De richtlijn berust op de resultaten van wetenschappelijk onderzoek en aansluitende meningsvorming gericht op het vaststellen van goed medisch handelen. Deze richtlijn is bedoeld voor medisch specialisten betrokken bij de zorg voor patiënten met congenitale melanocytaire naevi. Denk in ieder geval aan dermatologen, kinderartsen, neurologen, pathologen, plastisch chirurgen, verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten, physician assistants, huidtherapeuten.

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijn werd een multidisciplinaire werkgroep ingesteld. Bij het samenstellen van de werkgroep werd rekening gehouden met de geografische spreiding van de werkgroepleden en met een evenredige vertegenwoordiging van academische en niet-academische achtergrond. De werkgroepleden hebben onafhankelijk gehandeld en geen enkel lid ontving gunsten met het doel de richtlijnen te beïnvloeden. Naast de afgevaardigden van de verschillende beroepsgroepen is er ook een patiëntenvertegenwoordiger betrokken geweest bij de ontwikkeling van de richtlijn.

Werkgroepleden – herziening richtlijn CMN 2025

Vereniging

S. G. M. A. Pasmans

NVDV

M.P. Dierselhuis

NVK

K. Boshuisen

NVKN

O. Lapid

NVPC

A. L. Mooyaart

­­­NVVP

A. Zirar-Vroegindeweij

LVMP

C. J. A. van Eijsden

NVDV

A. C. Fledderus

NVDV

M. H. G. Dremmen

NVvR

A. J. M. J. Ebus

V&VN VS

E. C. Doganer

Kind & Ziekenhuis

M. van Kessel / E. Petiet

NNN

Ondersteuning werkgroep

Vereniging

W. A. M. Blokx (patholoog)

NVVP

H. B. Thio (dermatoloog)

NVDV

A. Wolkerstorfer (dermatoloog)

NVDV

M. M. Pleumeekers (plastisch chirurg)

NVPC

N. M. van der Lugt (Kinderarts)

NVK

S. M. Koudijs (kinderneuroloog)

NVKN

T. A. Teunissen (arts-onderzoeker NVDV)

NVDV

M. M. A. Verhoeven (senior beleidsadviseur NVDV)

NVDV

Belangenverklaringen

De KNMG-Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling is gevolgd. Alle werkgroepleden hebben schriftelijk verklaard of ze in de laatste drie jaar directe financiële belangen (betrekking bij een commercieel bedrijf, persoonlijke financiële belangen, onderzoeksfinanciering) of indirecte belangen (persoonlijke relaties, reputatie management, kennisvalorisatie) hebben gehad. Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie.

Werkgroeplid

Hoofdfunctie(s)

Nevenfunctie(s)

Persoonlijke financiële belangen

Persoonlijke relaties

Extern gefinancierd onderzoek

Intellectuele belangen en reputatie

Overige belangen

Getekend op

Acties (voorstel)

S. G. M. A. Pasmans (voorzitter)

Commissielid van meerdere adviesraden (zeldzame) huidaandoeningen en bestuurslid van ERNS, ESPD, Huidhuis.nl

dermatoloog

Geen

Geen

Wel, maar n.v.t. voor deze richtlijn

Geen, maar automatisch meer zichtbaarheid bij professionals en patiënten

Geen

09-10-2023

 

M.P. Dierselhuis

Kinderoncoloog

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

09-04-2024

 

K. Boshuisen

Kinderneuroloog         

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

14-05-2024

 

O. Lapid

Plastisch chirurg

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

09-04-2024

 

A. L. Mooyaart

Patholoog

N.v.t. op deze richtlijn

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

16-05-2024

 

A. Zirar-Vroegindeweij

GZ psycholoog

 

Docent bij PROSA kenniscentrum

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

09-04-2024

 

C. J. A. van Eijsden

Dermatoloog

Lid domeingroep dermatochirurgie en lasers, kindermodule hyperhidrosis. Beide onbetaald

Geen

Geen

Geen

Geen, geeft wel maandelijks supervisie van naevus spreekuren

Geen

28-03-2024

Geen actie nodig

A. C. Fledderus

Schrijven aan richtlijn

AIOS dermatologie MUMC Maastricht

Geen

Geen

Onderzoek naar CMN kernuitkomstmaten wordt gefinancierd door stichting vrienden van het Sophia.

Geen

Geen

05-02-2025

Geen

M. H.G. Dremmen

Erasmus MC, radioloog (kinderradioloog)

Lid van meerdere richtlijn werkgroepen (vergoeding naar afdeling)

Presentaties geven op cursussen / congressen / onderwijs (vergoeding naar afdeling)

Geen

Geen

Lid van Generation R onderzoeksgroep, deels gefinancierd door ZonMw subsidie

Geen

Geen

13-01-2026

Geen

A. J. M. J. Ebus

Verpleegkundig specialist VieCuri

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

13-01-25

 

E. C. Doganer

Projectmanager/beleidsmedewerker

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

13-05-2024

 

M. van Kessel

Bestuurslid patiëntenorganisatie NNN

Inval leerkracht basisonderwijs

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

09-04-2024

 

E. Petiet

Consultant bij Rebel Strong Society B.V. – Full time

Bestuurslid bij NNN

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

10-04-2024

 

Inbreng patiëntenperspectief

Er is aandacht besteed aan het patiëntenperspectief door de zitting neming van een patiënt in de werkgroep en de opname van een module over patiëntenvoorlichting.

 

Reeds sinds de start van het richtlijntraject is de patiëntenvereniging Nevus Netwerk Nederland (NNN) zeer betrokken geweest bij de totstandkoming van deze richtlijn, door afvaarding van een bestuurslid in de werkgroep. Zij zijn in deze hoedanigheid tijdens het gehele richtlijntraject betrokken geweest, door actieve participatie tijdens werkgroepvergaderingen, en het aandragen van knelpunten die vanuit patiëntenperspectief van groot belang zijn, evenals het deelgenoot maken van lopende initiatieven in het veld. Nevus Netwerk Nederland heeft ook zijn fiat verleend aan de inhoud van de richtlijn.

 

Wkkgz & kwalitatieve raming van mogelijke substantiële financiële gevolgen

Bij de richtlijn is conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uitgevoerd of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling zijn richtlijnmodules op verschillende domeinen getoetst (gebaseerd op het stroomschema ontwikkeld door FMS).

 

Uit de kwalitatieve raming blijkt dat er waarschijnlijk geen substantiële financiële gevolgen zijn, zie onderstaande tabel.

Module

Uitkomst Raming

Toelichting

Behandeling van folliculitis/epidermale cyste-like laesies

Geen substantiële financiële gevolgen

Uit de toetsing volgt dat de aanbevelingen(en) niet breed toepasbaar zijn (<5.000 patiënten) en zal daarom naar verwachting geen substantiële financiële gevolgen hebben voor de collectieve uitgaven.

Implementatie

In de verschillende fasen van de richtlijnontwikkeling is rekening gehouden met de implementatie van de richtlijn(module) en de praktische uitvoerbaarheid van de aanbevelingen. Daarbij is uitdrukkelijk gelet op factoren die de invoering van de richtlijn in de praktijk kunnen bevorderen of belemmeren. De richtlijn wordt via het internet verspreid onder alle relevante beroepsgroepen en ziekenhuizen en er zal in verschillende specifieke vaktijdschriften aandacht worden besteed aan de richtlijn. Tevens zal een samenvatting worden gemaakt. De voorlichtingsfolder van de NVDV zal worden afgestemd op de richtlijn. Het volledige implementatieplan is opgenomen in de bijlagen per module.

Werkwijze

Agree

Deze richtlijn is opgesteld conform de eisen vermeld in het rapport Medisch Specialistische Richtlijnen 2.0 van de adviescommissie Richtlijnen van de Raad Kwaliteit. Dit rapport is gebaseerd op het AGREE II instrument (Appraisal of Guidelines for Research & Evaluation II; Brouwers, 2010), dat een internationaal breed geaccepteerd instrument is. Onderstaand is de methode stapsgewijs beschreven.

 

Knelpuntenanalyse

In de voorbereidingsfase heeft een bijeenkomst plaatsgevonden waarvoor alle belanghebbenden zijn uitgenodigd. In deze bijeenkomst zijn knelpunten aangedragen door de werkgroepleden en gemandateerden van verschillende (wetenschappelijke) verenigingen en stakeholders. Voor een volledig overzicht wordt verwezen naar tabel 1. 

 

Uitgangsvragen en uitkomstmaten

Op basis van de uitkomsten van de knelpuntenanalyse heeft de werkgroep uitgangsvragen opgesteld. Daarbij inventariseerde de werkgroep per uitgangsvraag welke uitkomstmaten voor de patiënt relevant zijn, waarbij zowel naar gewenste als ongewenste effecten werd gekeken. De werkgroep waardeerde deze uitkomstmaten volgens hun relatieve belang bij de besluitvorming rondom aanbevelingen, als cruciaal (kritiek voor de besluitvorming), belangrijk (maar niet cruciaal) en onbelangrijk. Tevens definieerde de werkgroep tenminste voor de cruciale uitkomstmaten welke verschillen zij klinisch (patiënt) relevant vonden.

 

Strategie voor zoeken en selecteren van literatuur

Voor de afzonderlijke uitgangsvragen werd aan de hand van specifieke zoektermen gezocht naar gepubliceerde wetenschappelijke studies in (verschillende) elektronische databases. Tevens werd aanvullend gezocht naar studies aan de hand van de literatuurlijsten van de geselecteerde artikelen en consultatie van experts. In eerste instantie werd gezocht naar studies met de hoogste mate van bewijs. Literatuur is geselecteerd op basis van vooraf opgestelde selectiecriteria. De geselecteerde artikelen werden gebruikt om de uitgangsvraag te beantwoorden. De databases waarin is gezocht, de zoekstrategie en de gehanteerde selectiecriteria zijn te vinden onder het kopje Zoekverantwoording bij elke module.  

 

Kwaliteitsbeoordeling individuele studies

Individuele studies werden systematisch beoordeeld, op basis van op voorhand opgestelde methodologische kwaliteitscriteria, om zo het risico op vertekende studieresultaten (risk of bias) te kunnen inschatten. Deze beoordelingen kunt u vinden in de Risk of Bias (RoB) tabellen. De gebruikte RoB instrumenten zijn gevalideerde instrumenten die worden aanbevolen door de Cochrane Collaboration: AMSTAR - voor systematische reviews; Cochrane - voor gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek; Newcastle-Ottowa - voor observationeel onderzoek; QUADAS II – voor diagnostisch onderzoek.

 

Samenvatten van de literatuur

De relevante onderzoeksgegevens van alle geselecteerde artikelen zijn overzichtelijk weergegeven in evidencetabellen. De belangrijkste bevindingen uit de literatuur werden beschreven in de samenvatting van de literatuur. Bij een voldoende aantal studies en overeenkomstigheid (homogeniteit) tussen de studies werden de gegevens ook kwantitatief samengevat (meta-analyse) met behulp van Review Manager 5.

 

Beoordelen van de kracht van het wetenschappelijke bewijs (2021)

A) Voor interventievragen (vragen over therapie of screening)

De kracht van het wetenschappelijke bewijs werd bepaald volgens de GRADE-methode. GRADE staat voor ‘Grading Recommendations Assessment, Development and Evaluation’ (zie http://www.gradeworkinggroup.org/). GRADE onderscheidt vier gradaties voor de kwaliteit van het wetenschappelijk bewijs: hoog, redelijk, laag en zeer laag. Deze gradaties verwijzen naar de mate van zekerheid die er bestaat over de literatuurconclusie (Schünemann, 2013).

GRADE

Definitie

Hoog

 

  • er is hoge zekerheid dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte effect van behandeling ligt zoals vermeld in de literatuurconclusie;
  • het is zeer onwaarschijnlijk dat de literatuurconclusie verandert wanneer er resultaten van nieuw grootschalig onderzoek aan de literatuuranalyse worden toegevoegd.

Redelijk

 

  • er is redelijke zekerheid dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte effect van behandeling ligt zoals vermeld in de literatuurconclusie;
  • het is mogelijk dat de conclusie verandert wanneer er resultaten van nieuw grootschalig onderzoek aan de literatuuranalyse worden toegevoegd.

Laag

 

  • er is lage zekerheid dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte effect van behandeling ligt zoals vermeld in de literatuurconclusie;
  • er is een reële kans dat de conclusie verandert wanneer er resultaten van nieuw grootschalig onderzoek aan de literatuuranalyse worden toegevoegd.

Zeer laag

 

  • er is zeer lage zekerheid dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte effect van behandeling ligt zoals vermeld in de literatuurconclusie;
  • de literatuurconclusie is zeer onzeker.

B) Voor vragen over diagnostische tests, schade of bijwerkingen, etiologie en prognose

De kracht van het wetenschappelijke bewijs werd eveneens bepaald volgens de GRADE-methode: GRADE-diagnostiek voor diagnostische vragen (Schünemann, 2008) en een generieke GRADE-methode voor vragen over schade of bijwerkingen, etiologie en prognose. In de gehanteerde generieke GRADE-methode werden de basisprincipes van de GRADE methodiek toegepast: het benoemen en prioriteren van de klinisch (patiënt) relevante uitkomstmaten, een systematische review per uitkomstmaat, en een beoordeling van bewijskracht op basis van de vijf GRADE-criteria (startpunt hoog; downgraden voor risk of bias, inconsistentie, indirectheid, imprecisie, en publicatiebias).

 

C) Voor vragen over de waarde van meet- of classificatie-instrumenten (klinimetrie)

Deze instrumenten werden beoordeeld op validiteit, intra- (test-hertest) en inter-beoordelaarsbetrouwbaarheid, responsiviteit (alleen bij meetinstrumenten) en bruikbaarheid in de praktijk. (naar keuze: optie-1 ‘Bij ontbreken van een gouden standaard, werd een beoordeling van de bewijskracht van literatuurconclusies achterwege gelaten.’ Of optie-2 ‘De kracht van het wetenschappelijk bewijs werd bepaald met de generieke GRADE-methode’).

 

Beoordelen van het niveau van het wetenschappelijke bewijs (oude modules)

Bij de EBRO-methode (Evidence Based Richtlijn Ontwikkeling) wordt een andere classificatie voor de beoordeling van de kwaliteit van studies aangehouden (van Everdingen, 2004). Hierbij ligt de belangrijkheid van de uitkomstmaten niet van tevoren vast en is er geen vastgelegde procedure voor upgraden en downgraden van bewijs, zoals die bij GRADE geldt.

Kwaliteit

Interventie

Diagnostisch accuratesse-onderzoek

Schade/bijwerkingen*, etiologie, prognose

A1

Systematische review van ten minste twee onafhankelijk van elkaar uitgevoerde onderzoeken van A2-niveau

A2

Gerandomiseerd dubbelblind vergelijkend klinisch onderzoek van goede kwaliteit van voldoende omvang

Onderzoek ten opzichte van een referentietest (een ‘gouden standaard’) met tevoren gedefinieerde afkapwaarden en onafhankelijke beoordeling van de resultaten van test en gouden standaard, betreffende een voldoende grote serie van opeenvolgende patiënten die allen de index- en referentietest hebben gehad

Prospectief cohortonderzoek van voldoende omvang en follow-up, waarbij adequaat gecontroleerd is voor ‘confounding’ en selectieve follow-up voldoende is uitgesloten.

B

Vergelijkend onderzoek, maar niet met alle kenmerken als genoemd onder A2 (hieronder valt ook patiënt-controleonderzoek, cohortonderzoek)

 

 

C

Niet-vergelijkend onderzoek

D

Mening van deskundigen

* Deze classificatie is alleen van toepassing in situaties waarin om ethische of andere redenen gecontroleerde trials niet mogelijk zijn. Zijn die wel mogelijk dan geldt de classificatie voor interventies.

 

Bij het werken volgens de EBRO-methode zijn op basis van de beschikbare literatuur een of meerdere conclusies geformuleerd. Afhankelijk van het aantal onderzoeken en de mate van bewijs is een niveau van bewijskracht toegekend aan de conclusie (van Everdingen, 2004).

Niveau

Conclusie gebaseerd op

1

Onderzoek van niveau A1 of ten minste 2 onafhankelijk van elkaar uitgevoerde onderzoeken van niveau A2

2

1 onderzoek van niveau A2 of ten minste 2 onafhankelijk van elkaar uitgevoerde onderzoeken van niveau B

3

1 onderzoek van niveau B of C

4

Mening van deskundigen

Formuleren van de conclusies

Voor elke relevante uitkomstmaat werd het wetenschappelijk bewijs samengevat in één of meerdere literatuurconclusies waarbij het niveau van bewijs werd bepaald volgens de GRADE-methodiek. De werkgroepleden maakten de balans op van elke interventie (overall conclusie). Bij het opmaken van de balans werden de gunstige en ongunstige effecten voor de patiënt afgewogen. De overkoepelende bewijskracht wordt bepaald door de laagste bewijskracht gevonden bij een van de cruciale uitkomstmaten. Bij complexe besluitvorming waarin naast de conclusies uit de systematische literatuuranalyse vele aanvullende argumenten (overwegingen) een rol spelen, werd afgezien van een overkoepelende conclusie. In dat geval werden de gunstige en ongunstige effecten van de interventies samen met alle aanvullende argumenten gewogen onder het kopje 'Overwegingen'.

 

Overwegingen (van bewijs naar aanbeveling)

Om te komen tot een aanbeveling zijn naast (de kwaliteit van) het wetenschappelijke bewijs ook andere aspecten belangrijk. Door gebruik te maken van de Guideline Development Tool werd het Evidence to decision framework conform GRADE methodiek toegepast. Alle werkgroepleden hebben systematisch antwoord gegeven op vragen over de grootte van het effect en grootte van negatieve consequenties, waarden en voorkeuren van de patiënt, kosten en kosteneffectiviteit, beschikbaarheid van voorzieningen, aanvaardbaarheid, en overwegingen voor subgroepen in de patiëntenpopulatie. Deze aspecten worden, voor zover geen onderdeel van de literatuursamenvatting, vermeld en beoordeeld (gewogen) onder het kopje ‘Overwegingen’.

 

Formuleren van aanbevelingen

De aanbevelingen geven antwoord op de uitgangsvraag en zijn gebaseerd op het beschikbare wetenschappelijke bewijs en de belangrijkste overwegingen, een weging van de gunstige en ongunstige effecten van de relevante interventies. De kracht van het wetenschappelijk bewijs en het gewicht dat door de werkgroep wordt toegekend aan de overwegingen, bepalen samen de sterkte van de aanbeveling. Conform de GRADE-methodiek sluit een lage bewijskracht van conclusies in de systematische literatuuranalyse een sterke aanbeveling niet a priori uit, en zijn bij een hoge bewijskracht ook zwakke aanbevelingen mogelijk. De sterkte van de aanbeveling wordt altijd bepaald door weging van alle relevante argumenten tezamen.

 

Randvoorwaarden (Organisatie van zorg)

In de knelpuntenanalyse en bij de ontwikkeling van de richtlijn is expliciet rekening gehouden met de organisatie van zorg: alle aspecten die randvoorwaardelijk zijn voor het verlenen van zorg (zoals coördinatie, communicatie, (financiële) middelen, menskracht en infrastructuur). Randvoorwaarden die relevant zijn voor het beantwoorden van een specifieke uitgangsvraag maken onderdeel uit van de overwegingen bij de bewuste uitgangsvraag. Meer algemene, overkoepelende, of bijkomende aspecten van de organisatie van zorg worden behandeld in de module Organisatie van zorg.

 

Indicatorontwikkeling

Er werden geen indicatoren ontwikkeld voor deze richtlijn.

 

Kennislacunes

Tijdens de ontwikkeling van deze richtlijn is systematisch gezocht naar onderzoek waarvan de resultaten bijdragen aan een antwoord op de uitgangsvragen. Bij elke uitgangsvraag is door de werkgroep nagegaan of er (aanvullend) wetenschappelijk onderzoek gewenst is om de uitgangsvraag te kunnen beantwoorden. Een overzicht van de onderwerpen waarvoor (aanvullend) wetenschappelijk van belang wordt geacht, is als aanbeveling beschreven (zie de bijlagen bij elke module).

 

Juridische betekenis van richtlijnen

Richtlijnen zijn geen wettelijke voorschriften maar wetenschappelijk onderbouwde en breed gedragen inzichten en aanbevelingen waaraan zorgverleners zouden moeten voldoen om kwalitatief goede zorg te verlenen. Aangezien richtlijnen uitgaan van ‘gemiddelde patiënten’, kunnen zorgverleners in individuele gevallen zo nodig afwijken van de aanbevelingen in de richtlijn. Afwijken van richtlijnen is, als de situatie van de patiënt dat vereist, soms zelfs noodzakelijk. Een richtlijn beschrijft wat goede zorg is, ongeacht de financieringsbron (Zorgverzekeringswet (Zvw), Wet langdurige zorg (Wlz), Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), aanvullende verzekering of eigen betaling door de cliënt/patiënt). Opname van een richtlijn in een register betekent dus niet noodzakelijkerwijs dat de in de richtlijn beschreven zorg verzekerde zorg is. Informatie over kosten zoals beschreven in de richtlijn is gebaseerd op beschikbare gegevens ten tijde van schrijven.

 

Commentaar- en autorisatiefase

De conceptrichtlijn is aan de betrokken (wetenschappelijke) verenigingen, (patiënt) organisaties en stakeholders voorgelegd ter commentaar (zie ook tabel 1). De commentaren zijn verzameld en besproken met de werkgroep. Naar aanleiding van de commentaren is de conceptrichtlijn aangepast en definitief vastgesteld door de werkgroep. De definitieve richtlijn is aan de deelnemende (wetenschappelijke) verenigingen en (patiënt) organisaties voorgelegd ter autorisatie.

Zoekverantwoording

Zoekopbrengst

Database

EMBASE

OVID/Medline

Ontdubbeld

Systematic Reviews

4

2

4

RCT

8

1

9

Observationele studies

15

8

21

Overig

53

47

83

Netto aantal

 

 

117

Zoekstrategie - 6 september 2024

Embase.com

Resultaten = 80

 

Zoektermen

  1. ('congenital disorders of the skin, skin appendages and subcutaneous tissue'/de OR 'congenital disorder'/de OR 'congenital malformation'/de) AND 'nevus'/exp OR 'congenital nevus'/exp OR 'giant congenital melanocytic nevus'/exp OR (((tierfell OR garment) NEAR/3 (nevi OR nevus OR naevi OR naevus OR mole OR moles)):ti,ab,kw) OR (((congenital OR giant) NEAR/4 (naevi OR nevus OR naevus OR nevi OR mole OR moles)):ti,ab,kw)
  2. 'folliculitis'/exp OR 'eosinophilic folliculitis'/exp OR 'bacterial skin disease'/exp OR 'suppurative hidradenitis'/exp OR 'acne'/exp OR 'apocrinitis':ti,ab,kw OR 'hidradenitis suppurativa':ti,ab,kw OR 'suppurative hidradenitis':ti,ab,kw OR 'folliculitis':ti,ab,kw OR acneiform:ti,ab,kw OR pustular:ti,ab,kw OR acne:ti,ab,kw OR (((epiderm* OR infundibular) NEAR/3 (cyst OR cysts)):ti,ab,kw) OR sycos?s:ti,ab,kw
  3. #1 AND #2
  4. #3 NOT ('conference abstract'/it OR 'editorial'/it OR 'letter'/it OR 'note'/it) NOT (('animal'/exp OR 'animal experiment'/exp OR 'animal model'/exp OR 'nonhuman'/exp) NOT 'human'/exp)

Ovid/Medline

Resultaten = 58

 

Zoektermen

  1. (exp Nevus/ and exp "Congenital, Hereditary, and Neonatal Diseases and Abnormalities"/) or ((tierfell or garment) adj3 (nevi or nevus or naevi or naevus or mole or moles)).ti,ab,kf. or ((congenital or giant) adj4 (naevi or nevus or naevus or nevi or mole or moles)).ti,ab,kf.
  2. exp Folliculitis/ or exp Skin Diseases, Bacterial/ or Hidradenitis Suppurativa/ or exp Acneiform Eruptions/ or apocrinitis.ti,ab,kf. or hidradenitis suppurativa.ti,ab,kf. or suppurative hidradenitis.ti,ab,kf. or folliculitis.ti,ab,kf. or acneiform.ti,ab,kf. or pustular.ti,ab,kf. or acne.ti,ab,kf. or ((epiderm* or infundibular) adj3 (cyst or cysts)).ti,ab,kf. or sycos?s.ti,ab,kf.
  3. 1 and 2
  4. 3 not ((exp animals/ or exp models, animal/) not humans/) not (letter/ or comment/ or editorial/)
Volgende:
Psychosociale begeleiding