Behandeling folliculitis/epidermale cyst-like laesies
Uitgangsvraag
Welke behandeling wordt aanbevolen bij folliculitis/epidermale cyst-like laesies bij CMN?
Aanbeveling
Overweeg de volgende behandeling (adviezen) bij inflammatie bij congenitale melanocytaire naevi (expert opinie):
- Comedonen: resorcinol crème 15% 1 x daags op geleide van irritatie (ongeacht leeftijd).
- Folliculitis: chloorhexidineoplossing 40mg/ml driemaal per week in het aangedane gebied aanbrengen. Breng de oplossing op de natte huid in het aangedane gebied aan en laat de oplossing tenminste 1 minuut intrekken alvorens af te spoelen. Bij uitgebreide folliculitis kan doxycycline 100mg 1 x daags gedurende 3 maanden overwogen worden (indien patiënt ≥ 8 jaar, zie voor dosering Kinderformularium). Bij jongere patiënten kan gekozen worden voor erythromycine.
- (Non-)inflammatoire cyste/ epidermale cyste: overweeg excisie bij frequente ontstekingen.
- Inflammatoire nodus: overweeg clindamycinelotion 1% 2 x daags gedurende 2 weken. Overweeg bij ernstige klachten: intralesionaal triamcinolon 10mg/ml. Bij meerdere inflammatoire nodi: overweeg doxycycline 100mg 1 x daags gedurende 3 maanden.
- Geëpithelialiseerde korte sinustract: overweeg deroofing volgens Richtlijn Hidradenitis suppurativa (HS).
- Overweeg bij een therapieresistent klinisch beeld op bovengenoemde topicale medicatie voorafgaand aan de start van systemische medicatie een banale kweek af te nemen om een eventuele onderliggende verwekker aan te tonen.
- Het wordt aanbevolen een patiënt met uitgebreide inflammatie in de congenitale melanocytaire naevus door te verwijzen naar een centrum met expertise, alwaar eventueel aanvullende diagnostiek verricht kan worden en initiële behandeling kan worden opgestart.
Overwegingen
Kwaliteit van het bewijs
Er is systematisch naar literatuur gezocht, maar geen GRADE analyse gedaan aangezien geen bruikbaar vergelijkend onderzoek werd gevonden. De aanbevelingen en overwegingen zijn geschreven op basis van expert opinie en er werd gebruik gemaakt van de Richtlijn Hidradenitis suppurativa (HS) en het artikel van Chiang (2023). Er is voor gekozen om de HS behandelstrategie te volgen, tot nu toe met goed resultaat bij CMN.
Balans van gewenste en ongewenste effecten
Er is geen literatuur beschikbaar welke het toepassen van bovengenoemde topicale, intralesionale, systemische en chirurgische behandeling op de congenitale melanocytaire naevushuid beschrijft. De werkgroep verwacht dat de ongewenste effecten van bovengenoemde topicale en systemische interventies zijn zoals beschreven in het farmacotherapeutisch kompas. De ervaring is dat de naevushuid kwetsbaarder is en dat exfoliërende middelen voorzichtig opbouwend dienen te worden toegepast.
Professioneel perspectief
Er is momenteel geen literatuur beschikbaar over het optreden van inflammatie bij congenitale melanocytaire naevi. Niettemin betreft dit een klinische hulpvraag die frequent in de spreekkamer wordt geuit. Gezien de aanzienlijke klinische overlap met hidradenitis suppurativa Hurley-stadium Ia en Ib, adviseert de werkgroep om patiënten te behandelen conform de aanbevelingen zoals geformuleerd in de Richtlijn Hidradenitis suppurativa (HS).
Waarden en voorkeuren van patiënten
Het is belangrijk dat zorgverleners oog hebben voor het patiëntenperspectief en samen met de patiënt een behandelplan opstellen dat aansluit bij diens individuele behoeften en voorkeuren. Het bespreken van de voor- en nadelen en mogelijke beperkingen van de verschillende therapieën helpt om realistische verwachtingen te scheppen en ondersteunt het proces van ‘Samen Beslissen’. Zo kan worden gekozen voor een behandeling die het beste past bij de levensfase en gezondheidstoestand van de patiënt.
De meeste genoemde topicale, intralesionale en systemische behandelingen zijn laagdrempelig toepasbaar en kunnen bij bijwerkingen eenvoudig worden aangepast of vervangen door een alternatief. De chirurgische interventies betreffen doorgaans kleine ingrepen die, afhankelijk van de leeftijd van de patiënt, vaak poliklinisch kunnen worden uitgevoerd.
Aanvaardbaarheid en haalbaarheid
De voorgestelde behandelingen voor folliculitis en epidermale cyste-achtige laesies bij congenitale melanocytaire naevi zijn in de dagelijkse praktijk goed toepasbaar. De meeste opties (topicale middelen zoals chloorhexidine, resorcinolcrème en clindamycine, evenals systemische behandeling met doxycycline) zijn breed beschikbaar tegen relatief lage kosten, relatief eenvoudig in gebruik en bekend bij dermatologen. Ook de kleine chirurgische ingrepen, zoals excisie of deroofing, zijn doorgaans poliklinisch uitvoerbaar en vragen geen complexe infrastructuur.
Wat betreft aanvaardbaarheid ervaren patiënten en ouders doorgaans een duidelijke behoefte aan behandeling, omdat de inflammatoire klachten vaak hinder en ongemak veroorzaken. De laagdrempelige aard van de meeste behandelingen draagt bij aan een hoge acceptatie. Wel is het belangrijk patiënten te informeren over mogelijke bijwerkingen (bijvoorbeeld lokale irritatie of systemische effecten bij antibiotica), zodat gezamenlijke besluitvorming (‘Samen Beslissen’) goed kan plaatsvinden.
Ten aanzien van de haalbaarheid gelden er geen substantiële belemmeringen. De behandelingen zijn kosteneffectief, breed verkrijgbaar en passen binnen de bestaande zorgstructuur. Wel kan bij meer complexe of therapieresistente gevallen verwijzing naar een centrum met expertise nodig zijn voor aanvullende diagnostiek en multidisciplinaire afstemming. Dit is organisatorisch haalbaar binnen de huidige zorg, al vraagt het soms extra logistieke inzet en afstemming met de tweede- of derdelijnszorg.
Onderbouwing
Congenitale melanocytaire naevi (CMN) gaan frequent gepaard met comedonen, folliculitis en zowel inflammatoire als niet-inflammatoire nodulaire cysten. Waarschijnlijk ten gevolge van de vaak aanwezige hypertrichose in de CMN en folliculaire occlusie ten gevolge van ingroei van naevusweefsel. Ook kunnen er in de CMN soms korte geëpithelialiseerde sinustracts aanwezig zijn. Deze klinische manifestaties treden op bij zowel onbehandelde CMN als bij CMN die zijn behandeld met curettage of ablatieve lasertherapie. De aanwezigheid van deze afwijkingen kan leiden tot pijnklachten en ongemak, hetgeen regelmatig resulteert in een hulpvraag van de patiënt.
De hierboven beschreven symptomen vertonen overeenkomst met hidradenitis suppurativa volgens de verfijnde Hurley-classificatie stadia Ia en Ib, met dien verstande dat de inflammatoire afwijkingen zich niet uitsluitend in de flexurale gebieden manifesteren.
Niet van toepassing.
Niet van toepassing.
In de databases Embase.com en Ovid/Medline is tot 06-09-2024 met relevante zoektermen systematisch gezocht naar systematische reviews, klinische trials, observationele studies en richtlijnen. De literatuurzoekactie leverde 117 unieke treffers op, na selectie van titel en abstract bleef 1 artikel over. Na het lezen van de volledige tekst werden geen artikelen geïncludeerd.
Specifieke redenen voor exclusie zijn beschreven onder het kopje Evidence tabellen.
Overwegingen en aanbevelingen zijn gebaseerd op basis van expert opinion. Voor de uitwerking is gebruik gemaakt van enkele losse ondersteunende artikelen en de Richtlijn Hidradenitis suppurativa (HS).
De volgende afbakening is gebruikt:
| P: | Patiënten met Congenitale Melanocytaire Naevi mét folliculitis/epidermal cyst like lesions |
| I: | Alle behandelingen (lokaal/chirurgisch/systemisch) |
| C: | Placebo, behandelingen met elkaar |
| O: | Patiënttevredenheid, kwaliteit van leven, genezingssnelheid, kans op recidief, complicaties |
Uitkomstmaten
De werkgroep definieerde de uitkomstmaten als volgt en hanteerde de in de studies gebruikte
definities.
Primair (cruciaal):
- Patiënt tevredenheid
- Kwaliteit van leven
- Genezingssnelheid (time-to-heal)
- Kans op recidief
Secundair (belangrijk):
- Complicaties
Inclusie- en exclusiecriteria
|
Inclusiecriteria |
Exclusiecriteria |
|
Congenitale melanocytaire naevi (in alle synoniemen), alle groottes, alle leeftijden |
Verworven melanocytaire naevi, of als niet gespecificeerd was of de naevi congenitaal waren |
|
Nederlandstalige en Engelstalige publicaties |
Case reports, letters to the editor, conference abstracts, algemene reviews |
|
Toepassing van een referentiestandaard |
|
|
Systematische reviews, randomized controlled trials (RCT’s) of observationele studies; |
|
- Chiang N, Sibbald C, Levy R, Lara-Corrales I. Hidradenitis Suppurativa in Children and Adolescents: An Update on Pharmacologic Treatment Options. Paediatr Drugs. 2023 Nov;25(6):659-676. doi: 10.1007/s40272-023-00595-6. Epub 2023 Oct 2. PMID: 37782437.
- Hidradenitis suppurativa (HS). Richtlijn. (z.d.). https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/hidradenitis_suppurativa_hs/startpagina_-_hidradenitis_suppurativa_hs.html.
Niet van toepassing.
Geëxcludeerde studies
|
Artikel |
Reden van exclusie |
|
Cohen (1993) |
Niet passend bij PICO (patiëntpopulatie en geen behandeling beschreven) |
Beoordelingsdatum en geldigheid
Publicatiedatum : 19-05-2026
Beoordeeld op geldigheid : 19-05-2026
Algemene gegevens
Het initiatief voor deze richtlijn is afkomstig van de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV). De richtlijn is opgesteld door een multidisciplinaire commissie met vertegenwoordigers.
Financiering
De ontwikkeling van deze richtlijn is gefinancierd door de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS). De SKMS ondersteunt medisch-specialistische beroepsverenigingen bij het bevorderen van de kwaliteit van zorg. De financiering heeft geen invloed gehad op de inhoudelijke totstandkoming van de richtlijn. De werkgroep heeft onafhankelijk gewerkt conform de geldende methodologische standaarden.
Doel en doelgroep
Deze richtlijn is een document met aanbevelingen ter ondersteuning van de dagelijkse praktijkvoering. De richtlijn berust op de resultaten van wetenschappelijk onderzoek en aansluitende meningsvorming gericht op het vaststellen van goed medisch handelen. Deze richtlijn is bedoeld voor medisch specialisten betrokken bij de zorg voor patiënten met congenitale melanocytaire naevi. Denk in ieder geval aan dermatologen, kinderartsen, neurologen, pathologen, plastisch chirurgen, verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten, physician assistants, huidtherapeuten.
Samenstelling werkgroep
Voor het ontwikkelen van de richtlijn werd een multidisciplinaire werkgroep ingesteld. Bij het samenstellen van de werkgroep werd rekening gehouden met de geografische spreiding van de werkgroepleden en met een evenredige vertegenwoordiging van academische en niet-academische achtergrond. De werkgroepleden hebben onafhankelijk gehandeld en geen enkel lid ontving gunsten met het doel de richtlijnen te beïnvloeden. Naast de afgevaardigden van de verschillende beroepsgroepen is er ook een patiëntenvertegenwoordiger betrokken geweest bij de ontwikkeling van de richtlijn.
|
Werkgroepleden – herziening richtlijn CMN 2025 |
Vereniging |
|
S. G. M. A. Pasmans |
NVDV |
|
M.P. Dierselhuis |
NVK |
|
K. Boshuisen |
NVKN |
|
O. Lapid |
NVPC |
|
A. L. Mooyaart |
NVVP |
|
A. Zirar-Vroegindeweij |
LVMP |
|
C. J. A. van Eijsden |
NVDV |
|
A. C. Fledderus |
NVDV |
|
M. H. G. Dremmen |
NVvR |
|
A. J. M. J. Ebus |
V&VN VS |
|
E. C. Doganer |
Kind & Ziekenhuis |
|
M. van Kessel / E. Petiet |
NNN |
|
Ondersteuning werkgroep |
Vereniging |
|
W. A. M. Blokx (patholoog) |
NVVP |
|
H. B. Thio (dermatoloog) |
NVDV |
|
A. Wolkerstorfer (dermatoloog) |
NVDV |
|
M. M. Pleumeekers (plastisch chirurg) |
NVPC |
|
N. M. van der Lugt (Kinderarts) |
NVK |
|
S. M. Koudijs (kinderneuroloog) |
NVKN |
|
T. A. Teunissen (arts-onderzoeker NVDV) |
NVDV |
|
M. M. A. Verhoeven (senior beleidsadviseur NVDV) |
NVDV |
Belangenverklaringen
De KNMG-Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling is gevolgd. Alle werkgroepleden hebben schriftelijk verklaard of ze in de laatste drie jaar directe financiële belangen (betrekking bij een commercieel bedrijf, persoonlijke financiële belangen, onderzoeksfinanciering) of indirecte belangen (persoonlijke relaties, reputatie management, kennisvalorisatie) hebben gehad. Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie.
|
Werkgroeplid |
Hoofdfunctie(s) |
Nevenfunctie(s) |
Persoonlijke financiële belangen |
Persoonlijke relaties |
Extern gefinancierd onderzoek |
Intellectuele belangen en reputatie |
Overige belangen |
Getekend op |
Acties (voorstel) |
|
S. G. M. A. Pasmans (voorzitter) |
Commissielid van meerdere adviesraden (zeldzame) huidaandoeningen en bestuurslid van ERNS, ESPD, Huidhuis.nl |
dermatoloog |
Geen |
Geen |
Wel, maar n.v.t. voor deze richtlijn |
Geen, maar automatisch meer zichtbaarheid bij professionals en patiënten |
Geen |
09-10-2023 |
|
|
M.P. Dierselhuis |
Kinderoncoloog |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
09-04-2024 |
|
|
K. Boshuisen |
Kinderneuroloog |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
14-05-2024 |
|
|
O. Lapid |
Plastisch chirurg |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
09-04-2024 |
|
|
A. L. Mooyaart |
Patholoog |
N.v.t. op deze richtlijn |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
16-05-2024 |
|
|
A. Zirar-Vroegindeweij |
GZ psycholoog
|
Docent bij PROSA kenniscentrum |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
09-04-2024 |
|
|
C. J. A. van Eijsden |
Dermatoloog |
Lid domeingroep dermatochirurgie en lasers, kindermodule hyperhidrosis. Beide onbetaald |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen, geeft wel maandelijks supervisie van naevus spreekuren |
Geen |
28-03-2024 |
Geen actie nodig |
|
A. C. Fledderus |
Schrijven aan richtlijn |
AIOS dermatologie MUMC Maastricht |
Geen |
Geen |
Onderzoek naar CMN kernuitkomstmaten wordt gefinancierd door stichting vrienden van het Sophia. |
Geen |
Geen |
05-02-2025 |
Geen |
|
M. H.G. Dremmen |
Erasmus MC, radioloog (kinderradioloog) |
Lid van meerdere richtlijn werkgroepen (vergoeding naar afdeling) Presentaties geven op cursussen / congressen / onderwijs (vergoeding naar afdeling) |
Geen |
Geen |
Lid van Generation R onderzoeksgroep, deels gefinancierd door ZonMw subsidie |
Geen |
Geen |
13-01-2026 |
Geen |
|
A. J. M. J. Ebus |
Verpleegkundig specialist VieCuri |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
13-01-25 |
|
|
E. C. Doganer |
Projectmanager/beleidsmedewerker |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
13-05-2024 |
|
|
M. van Kessel |
Bestuurslid patiëntenorganisatie NNN |
Inval leerkracht basisonderwijs |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
09-04-2024 |
|
|
E. Petiet |
Consultant bij Rebel Strong Society B.V. – Full time |
Bestuurslid bij NNN |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
10-04-2024 |
|
Inbreng patiëntenperspectief
Er is aandacht besteed aan het patiëntenperspectief door de zitting neming van een patiënt in de werkgroep en de opname van een module over patiëntenvoorlichting.
Reeds sinds de start van het richtlijntraject is de patiëntenvereniging Nevus Netwerk Nederland (NNN) zeer betrokken geweest bij de totstandkoming van deze richtlijn, door afvaarding van een bestuurslid in de werkgroep. Zij zijn in deze hoedanigheid tijdens het gehele richtlijntraject betrokken geweest, door actieve participatie tijdens werkgroepvergaderingen, en het aandragen van knelpunten die vanuit patiëntenperspectief van groot belang zijn, evenals het deelgenoot maken van lopende initiatieven in het veld. Nevus Netwerk Nederland heeft ook zijn fiat verleend aan de inhoud van de richtlijn.
Wkkgz & kwalitatieve raming van mogelijke substantiële financiële gevolgen
Bij de richtlijn is conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uitgevoerd of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling zijn richtlijnmodules op verschillende domeinen getoetst (gebaseerd op het stroomschema ontwikkeld door FMS).
Uit de kwalitatieve raming blijkt dat er waarschijnlijk geen substantiële financiële gevolgen zijn, zie onderstaande tabel.
|
Module |
Uitkomst Raming |
Toelichting |
|
Behandeling van folliculitis/epidermale cyste-like laesies |
Geen substantiële financiële gevolgen |
Uit de toetsing volgt dat de aanbevelingen(en) niet breed toepasbaar zijn (<5.000 patiënten) en zal daarom naar verwachting geen substantiële financiële gevolgen hebben voor de collectieve uitgaven. |
Implementatie
In de verschillende fasen van de richtlijnontwikkeling is rekening gehouden met de implementatie van de richtlijn(module) en de praktische uitvoerbaarheid van de aanbevelingen. Daarbij is uitdrukkelijk gelet op factoren die de invoering van de richtlijn in de praktijk kunnen bevorderen of belemmeren. De richtlijn wordt via het internet verspreid onder alle relevante beroepsgroepen en ziekenhuizen en er zal in verschillende specifieke vaktijdschriften aandacht worden besteed aan de richtlijn. Tevens zal een samenvatting worden gemaakt. De voorlichtingsfolder van de NVDV zal worden afgestemd op de richtlijn. Het volledige implementatieplan is opgenomen in de bijlagen per module.
Werkwijze
Agree
Deze richtlijn is opgesteld conform de eisen vermeld in het rapport Medisch Specialistische Richtlijnen 2.0 van de adviescommissie Richtlijnen van de Raad Kwaliteit. Dit rapport is gebaseerd op het AGREE II instrument (Appraisal of Guidelines for Research & Evaluation II; Brouwers, 2010), dat een internationaal breed geaccepteerd instrument is. Onderstaand is de methode stapsgewijs beschreven.
Knelpuntenanalyse
In de voorbereidingsfase heeft een bijeenkomst plaatsgevonden waarvoor alle belanghebbenden zijn uitgenodigd. In deze bijeenkomst zijn knelpunten aangedragen door de werkgroepleden en gemandateerden van verschillende (wetenschappelijke) verenigingen en stakeholders. Voor een volledig overzicht wordt verwezen naar tabel 1.
Uitgangsvragen en uitkomstmaten
Op basis van de uitkomsten van de knelpuntenanalyse heeft de werkgroep uitgangsvragen opgesteld. Daarbij inventariseerde de werkgroep per uitgangsvraag welke uitkomstmaten voor de patiënt relevant zijn, waarbij zowel naar gewenste als ongewenste effecten werd gekeken. De werkgroep waardeerde deze uitkomstmaten volgens hun relatieve belang bij de besluitvorming rondom aanbevelingen, als cruciaal (kritiek voor de besluitvorming), belangrijk (maar niet cruciaal) en onbelangrijk. Tevens definieerde de werkgroep tenminste voor de cruciale uitkomstmaten welke verschillen zij klinisch (patiënt) relevant vonden.
Strategie voor zoeken en selecteren van literatuur
Voor de afzonderlijke uitgangsvragen werd aan de hand van specifieke zoektermen gezocht naar gepubliceerde wetenschappelijke studies in (verschillende) elektronische databases. Tevens werd aanvullend gezocht naar studies aan de hand van de literatuurlijsten van de geselecteerde artikelen en consultatie van experts. In eerste instantie werd gezocht naar studies met de hoogste mate van bewijs. Literatuur is geselecteerd op basis van vooraf opgestelde selectiecriteria. De geselecteerde artikelen werden gebruikt om de uitgangsvraag te beantwoorden. De databases waarin is gezocht, de zoekstrategie en de gehanteerde selectiecriteria zijn te vinden onder het kopje Zoekverantwoording bij elke module.
Kwaliteitsbeoordeling individuele studies
Individuele studies werden systematisch beoordeeld, op basis van op voorhand opgestelde methodologische kwaliteitscriteria, om zo het risico op vertekende studieresultaten (risk of bias) te kunnen inschatten. Deze beoordelingen kunt u vinden in de Risk of Bias (RoB) tabellen. De gebruikte RoB instrumenten zijn gevalideerde instrumenten die worden aanbevolen door de Cochrane Collaboration: AMSTAR - voor systematische reviews; Cochrane - voor gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek; Newcastle-Ottowa - voor observationeel onderzoek; QUADAS II – voor diagnostisch onderzoek.
Samenvatten van de literatuur
De relevante onderzoeksgegevens van alle geselecteerde artikelen zijn overzichtelijk weergegeven in evidencetabellen. De belangrijkste bevindingen uit de literatuur werden beschreven in de samenvatting van de literatuur. Bij een voldoende aantal studies en overeenkomstigheid (homogeniteit) tussen de studies werden de gegevens ook kwantitatief samengevat (meta-analyse) met behulp van Review Manager 5.
Beoordelen van de kracht van het wetenschappelijke bewijs (2021)
A) Voor interventievragen (vragen over therapie of screening)
De kracht van het wetenschappelijke bewijs werd bepaald volgens de GRADE-methode. GRADE staat voor ‘Grading Recommendations Assessment, Development and Evaluation’ (zie http://www.gradeworkinggroup.org/). GRADE onderscheidt vier gradaties voor de kwaliteit van het wetenschappelijk bewijs: hoog, redelijk, laag en zeer laag. Deze gradaties verwijzen naar de mate van zekerheid die er bestaat over de literatuurconclusie (Schünemann, 2013).
|
GRADE |
Definitie |
|
Hoog
|
|
|
Redelijk
|
|
|
Laag
|
|
|
Zeer laag
|
|
B) Voor vragen over diagnostische tests, schade of bijwerkingen, etiologie en prognose
De kracht van het wetenschappelijke bewijs werd eveneens bepaald volgens de GRADE-methode: GRADE-diagnostiek voor diagnostische vragen (Schünemann, 2008) en een generieke GRADE-methode voor vragen over schade of bijwerkingen, etiologie en prognose. In de gehanteerde generieke GRADE-methode werden de basisprincipes van de GRADE methodiek toegepast: het benoemen en prioriteren van de klinisch (patiënt) relevante uitkomstmaten, een systematische review per uitkomstmaat, en een beoordeling van bewijskracht op basis van de vijf GRADE-criteria (startpunt hoog; downgraden voor risk of bias, inconsistentie, indirectheid, imprecisie, en publicatiebias).
C) Voor vragen over de waarde van meet- of classificatie-instrumenten (klinimetrie)
Deze instrumenten werden beoordeeld op validiteit, intra- (test-hertest) en inter-beoordelaarsbetrouwbaarheid, responsiviteit (alleen bij meetinstrumenten) en bruikbaarheid in de praktijk. (naar keuze: optie-1 ‘Bij ontbreken van een gouden standaard, werd een beoordeling van de bewijskracht van literatuurconclusies achterwege gelaten.’ Of optie-2 ‘De kracht van het wetenschappelijk bewijs werd bepaald met de generieke GRADE-methode’).
Beoordelen van het niveau van het wetenschappelijke bewijs (oude modules)
Bij de EBRO-methode (Evidence Based Richtlijn Ontwikkeling) wordt een andere classificatie voor de beoordeling van de kwaliteit van studies aangehouden (van Everdingen, 2004). Hierbij ligt de belangrijkheid van de uitkomstmaten niet van tevoren vast en is er geen vastgelegde procedure voor upgraden en downgraden van bewijs, zoals die bij GRADE geldt.
|
Kwaliteit |
Interventie |
Diagnostisch accuratesse-onderzoek |
Schade/bijwerkingen*, etiologie, prognose |
|
A1 |
Systematische review van ten minste twee onafhankelijk van elkaar uitgevoerde onderzoeken van A2-niveau |
||
|
A2 |
Gerandomiseerd dubbelblind vergelijkend klinisch onderzoek van goede kwaliteit van voldoende omvang |
Onderzoek ten opzichte van een referentietest (een ‘gouden standaard’) met tevoren gedefinieerde afkapwaarden en onafhankelijke beoordeling van de resultaten van test en gouden standaard, betreffende een voldoende grote serie van opeenvolgende patiënten die allen de index- en referentietest hebben gehad |
Prospectief cohortonderzoek van voldoende omvang en follow-up, waarbij adequaat gecontroleerd is voor ‘confounding’ en selectieve follow-up voldoende is uitgesloten. |
|
B |
Vergelijkend onderzoek, maar niet met alle kenmerken als genoemd onder A2 (hieronder valt ook patiënt-controleonderzoek, cohortonderzoek) |
|
|
|
C |
Niet-vergelijkend onderzoek |
||
|
D |
Mening van deskundigen |
||
* Deze classificatie is alleen van toepassing in situaties waarin om ethische of andere redenen gecontroleerde trials niet mogelijk zijn. Zijn die wel mogelijk dan geldt de classificatie voor interventies.
Bij het werken volgens de EBRO-methode zijn op basis van de beschikbare literatuur een of meerdere conclusies geformuleerd. Afhankelijk van het aantal onderzoeken en de mate van bewijs is een niveau van bewijskracht toegekend aan de conclusie (van Everdingen, 2004).
|
Niveau |
Conclusie gebaseerd op |
|
1 |
Onderzoek van niveau A1 of ten minste 2 onafhankelijk van elkaar uitgevoerde onderzoeken van niveau A2 |
|
2 |
1 onderzoek van niveau A2 of ten minste 2 onafhankelijk van elkaar uitgevoerde onderzoeken van niveau B |
|
3 |
1 onderzoek van niveau B of C |
|
4 |
Mening van deskundigen |
Formuleren van de conclusies
Voor elke relevante uitkomstmaat werd het wetenschappelijk bewijs samengevat in één of meerdere literatuurconclusies waarbij het niveau van bewijs werd bepaald volgens de GRADE-methodiek. De werkgroepleden maakten de balans op van elke interventie (overall conclusie). Bij het opmaken van de balans werden de gunstige en ongunstige effecten voor de patiënt afgewogen. De overkoepelende bewijskracht wordt bepaald door de laagste bewijskracht gevonden bij een van de cruciale uitkomstmaten. Bij complexe besluitvorming waarin naast de conclusies uit de systematische literatuuranalyse vele aanvullende argumenten (overwegingen) een rol spelen, werd afgezien van een overkoepelende conclusie. In dat geval werden de gunstige en ongunstige effecten van de interventies samen met alle aanvullende argumenten gewogen onder het kopje 'Overwegingen'.
Overwegingen (van bewijs naar aanbeveling)
Om te komen tot een aanbeveling zijn naast (de kwaliteit van) het wetenschappelijke bewijs ook andere aspecten belangrijk. Door gebruik te maken van de Guideline Development Tool werd het Evidence to decision framework conform GRADE methodiek toegepast. Alle werkgroepleden hebben systematisch antwoord gegeven op vragen over de grootte van het effect en grootte van negatieve consequenties, waarden en voorkeuren van de patiënt, kosten en kosteneffectiviteit, beschikbaarheid van voorzieningen, aanvaardbaarheid, en overwegingen voor subgroepen in de patiëntenpopulatie. Deze aspecten worden, voor zover geen onderdeel van de literatuursamenvatting, vermeld en beoordeeld (gewogen) onder het kopje ‘Overwegingen’.
Formuleren van aanbevelingen
De aanbevelingen geven antwoord op de uitgangsvraag en zijn gebaseerd op het beschikbare wetenschappelijke bewijs en de belangrijkste overwegingen, een weging van de gunstige en ongunstige effecten van de relevante interventies. De kracht van het wetenschappelijk bewijs en het gewicht dat door de werkgroep wordt toegekend aan de overwegingen, bepalen samen de sterkte van de aanbeveling. Conform de GRADE-methodiek sluit een lage bewijskracht van conclusies in de systematische literatuuranalyse een sterke aanbeveling niet a priori uit, en zijn bij een hoge bewijskracht ook zwakke aanbevelingen mogelijk. De sterkte van de aanbeveling wordt altijd bepaald door weging van alle relevante argumenten tezamen.
Randvoorwaarden (Organisatie van zorg)
In de knelpuntenanalyse en bij de ontwikkeling van de richtlijn is expliciet rekening gehouden met de organisatie van zorg: alle aspecten die randvoorwaardelijk zijn voor het verlenen van zorg (zoals coördinatie, communicatie, (financiële) middelen, menskracht en infrastructuur). Randvoorwaarden die relevant zijn voor het beantwoorden van een specifieke uitgangsvraag maken onderdeel uit van de overwegingen bij de bewuste uitgangsvraag. Meer algemene, overkoepelende, of bijkomende aspecten van de organisatie van zorg worden behandeld in de module Organisatie van zorg.
Indicatorontwikkeling
Er werden geen indicatoren ontwikkeld voor deze richtlijn.
Kennislacunes
Tijdens de ontwikkeling van deze richtlijn is systematisch gezocht naar onderzoek waarvan de resultaten bijdragen aan een antwoord op de uitgangsvragen. Bij elke uitgangsvraag is door de werkgroep nagegaan of er (aanvullend) wetenschappelijk onderzoek gewenst is om de uitgangsvraag te kunnen beantwoorden. Een overzicht van de onderwerpen waarvoor (aanvullend) wetenschappelijk van belang wordt geacht, is als aanbeveling beschreven (zie de bijlagen bij elke module).
Juridische betekenis van richtlijnen
Richtlijnen zijn geen wettelijke voorschriften maar wetenschappelijk onderbouwde en breed gedragen inzichten en aanbevelingen waaraan zorgverleners zouden moeten voldoen om kwalitatief goede zorg te verlenen. Aangezien richtlijnen uitgaan van ‘gemiddelde patiënten’, kunnen zorgverleners in individuele gevallen zo nodig afwijken van de aanbevelingen in de richtlijn. Afwijken van richtlijnen is, als de situatie van de patiënt dat vereist, soms zelfs noodzakelijk. Een richtlijn beschrijft wat goede zorg is, ongeacht de financieringsbron (Zorgverzekeringswet (Zvw), Wet langdurige zorg (Wlz), Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), aanvullende verzekering of eigen betaling door de cliënt/patiënt). Opname van een richtlijn in een register betekent dus niet noodzakelijkerwijs dat de in de richtlijn beschreven zorg verzekerde zorg is. Informatie over kosten zoals beschreven in de richtlijn is gebaseerd op beschikbare gegevens ten tijde van schrijven.
Commentaar- en autorisatiefase
De conceptrichtlijn is aan de betrokken (wetenschappelijke) verenigingen, (patiënt) organisaties en stakeholders voorgelegd ter commentaar (zie ook tabel 1). De commentaren zijn verzameld en besproken met de werkgroep. Naar aanleiding van de commentaren is de conceptrichtlijn aangepast en definitief vastgesteld door de werkgroep. De definitieve richtlijn is aan de deelnemende (wetenschappelijke) verenigingen en (patiënt) organisaties voorgelegd ter autorisatie.
Zoekverantwoording
Zoekopbrengst
|
Database |
EMBASE |
OVID/Medline |
Ontdubbeld |
|
Systematic Reviews |
4 |
2 |
4 |
|
RCT |
8 |
1 |
9 |
|
Observationele studies |
15 |
8 |
21 |
|
Overig |
53 |
47 |
83 |
|
Netto aantal |
|
|
117 |
Zoekstrategie - 6 september 2024
Embase.com
Resultaten = 80
Zoektermen
- ('congenital disorders of the skin, skin appendages and subcutaneous tissue'/de OR 'congenital disorder'/de OR 'congenital malformation'/de) AND 'nevus'/exp OR 'congenital nevus'/exp OR 'giant congenital melanocytic nevus'/exp OR (((tierfell OR garment) NEAR/3 (nevi OR nevus OR naevi OR naevus OR mole OR moles)):ti,ab,kw) OR (((congenital OR giant) NEAR/4 (naevi OR nevus OR naevus OR nevi OR mole OR moles)):ti,ab,kw)
- 'folliculitis'/exp OR 'eosinophilic folliculitis'/exp OR 'bacterial skin disease'/exp OR 'suppurative hidradenitis'/exp OR 'acne'/exp OR 'apocrinitis':ti,ab,kw OR 'hidradenitis suppurativa':ti,ab,kw OR 'suppurative hidradenitis':ti,ab,kw OR 'folliculitis':ti,ab,kw OR acneiform:ti,ab,kw OR pustular:ti,ab,kw OR acne:ti,ab,kw OR (((epiderm* OR infundibular) NEAR/3 (cyst OR cysts)):ti,ab,kw) OR sycos?s:ti,ab,kw
- #1 AND #2
- #3 NOT ('conference abstract'/it OR 'editorial'/it OR 'letter'/it OR 'note'/it) NOT (('animal'/exp OR 'animal experiment'/exp OR 'animal model'/exp OR 'nonhuman'/exp) NOT 'human'/exp)
Ovid/Medline
Resultaten = 58
Zoektermen
- (exp Nevus/ and exp "Congenital, Hereditary, and Neonatal Diseases and Abnormalities"/) or ((tierfell or garment) adj3 (nevi or nevus or naevi or naevus or mole or moles)).ti,ab,kf. or ((congenital or giant) adj4 (naevi or nevus or naevus or nevi or mole or moles)).ti,ab,kf.
- exp Folliculitis/ or exp Skin Diseases, Bacterial/ or Hidradenitis Suppurativa/ or exp Acneiform Eruptions/ or apocrinitis.ti,ab,kf. or hidradenitis suppurativa.ti,ab,kf. or suppurative hidradenitis.ti,ab,kf. or folliculitis.ti,ab,kf. or acneiform.ti,ab,kf. or pustular.ti,ab,kf. or acne.ti,ab,kf. or ((epiderm* or infundibular) adj3 (cyst or cysts)).ti,ab,kf. or sycos?s.ti,ab,kf.
- 1 and 2
- 3 not ((exp animals/ or exp models, animal/) not humans/) not (letter/ or comment/ or editorial/)