Chronische hoest bij volwassenen

Initiatief: NVALT Aantal modules: 9

Diagnostiek

Publicatiedatum: 08-06-2026
Beoordeeld op geldigheid: 08-06-2026

Uitgangsvraag

Wat is het aanbevolen diagnostische traject bij een volwassen patiënt met chronisch hoesten?

 

Deze uitgangsvraag omvat de volgende deelvraag:

  • Wat is de plaats van een CT-scan van de thorax?

Aanbeveling

Zorg voor een zorgvuldige anamnese en lichamelijk onderzoek bij patiënten die binnenkomen met chronisch hoesten. Vraag o.a. naar alarmsymptomen.

 

Voer de volgende tests standaard uit (Morice, 2020):

  • X-thorax (mits niet recent verricht).
  • Longfunctie: Spirometrie en reversibiliteit.
  • Fractional Exhaled Nitric Oxide (FeNO) test.
  • Lab: eosinofiele granulocyten.
  • Screening inhalatieallergenen of huidtest (op indicatie uit te breiden).

Voer de volgende tests uit op indicatie:

  • Hoge resolutie CT-scan (HRCT).
  • Methacholine- of histamineprovocatietest.

Voer niet routinematig een CT-scan van de thorax uit bij patiënten met chronische hoest en een normale X-thorax en anamnese, zonder alarmsymptomen.

Overwegingen

Voor- en nadelen van de interventie en de kwaliteit van het bewijs

De ERS-guideline heeft voor de zoekvraag van het wel of niet uitvoeren van een CT-thorax voor de cruciale uitkomstmaten behandelkeuze, sensitiviteit en specificiteit en directe bijwerkingen geen studies geïncludeerd. Voor de uitkomstmaat diagnostische opbrengst hebben vier observationele studies een range gerapporteerd van 6,5 tot 58%. De bewijskracht voor deze uitkomstmaat is echter zeer laag, doordat het onderzoek zich richtte op subgroepen, er indirecte uitkomsten werden gemeten en er geen duidelijke causale relatie kon worden vastgesteld tussen de bevindingen en chronische hoest.

 

Kwaliteit van het bewijs Diagnostische opbrengst

De overall kwaliteit van bewijs is zeer laag. Dit betekent dat we onzeker zijn over het gevonden geschatte effect van de belangrijke uitkomstmaat.

 

Waarden en voorkeuren van patiënten (en evt. hun verzorgers)

De patiënt met chronische hoest verwacht vooral dat er een verklaring en een oplossing voor het hoestprobleem komt. Daarnaast speelt onzekerheid of angst voor een ernstige onderliggende aandoening bij veel mensen een rol, zeker als de hoest lang aanhoudt. De meeste patiënten ervaren een conventionele X-thorax als een vertrouwd diagnosticum, welke nauwelijks ongemak oplevert en waarvoor geen wachttijd is. Daarentegen zijn er ook patiënten die een CT-thorax prefereren vanwege de hogere diagnostische sensitiviteit. Dat een CT-scan een hogere stralingsbelasting geeft, duurder is, een langere wachttijd kent, wordt vaak geaccepteerd.

 

Kosten (middelenbeslag)

Bij de standaard analyse Hoest is de meerwaarde van een CT-thorax niet vastgesteld. De kosten van een CT-thorax zijn hoger dan een conventionele X-thorax, en wachttijden voor CT-scans lopen op.

 

Vanuit kostenoogpunt kan toch op indicatie een CT-thorax kosteneffectief zijn wanneer hiermee definitief onzekerheid weggenomen wordt en verdere onderzoeken voorkomen.

 

Aanvaardbaarheid, haalbaarheid en implementatie

De CT-thorax wordt nu op indicatie ingezet. De kennis bij zorgverleners is voldoende om te vertrouwen op de conventionele X-thorax in combinatie met anamnese en andere onderzoeken. Dit is aanvaardbaar, haalbaar en vereist geen implementatie. Voor het begrip bij patiënten met hoge verwachtingen en/of eisen omtrent het diagnostische traject is het nodig dat deze aanbeveling in de richtlijn staat. Ook uit oogpunt van kostenbeheersing en stralenbelasting is een CT-thorax bij chronische hoest niet primair geïndiceerd.

 

Overige onderdelen van het diagnostisch traject
Om na te gaan wat de hoest veroorzaakt, is de aandacht in eerste instantie gericht op neusbijholteproblematiek, astma en reflux (terugstromen van maagzuur in de slokdarm). Voor neusbijholteproblematiek en reflux is de anamnese leidend, voor astma is naast de anamnese ook onderzoek op allergie en longfunctietesten nodig. Volg daarom de volgende stappen van het diagnostisch traject zoals ook door de ERS-guideline gevolgd:

  • Anamnese bij patiënten waarbij het volgende wordt uitgevraagd:
    • Alarmsignalen (rode vlaggen) zoals hemoptoë, prominente dyspnoe, heesheid, slikproblemen, overgeven, terugkerende pneumonie. 
    • Hoestduur en kriebel/prikkel, overdag/’s nachts/allebei.
    • Sputum: ja/nee/aspect.
    • Klachten neus/maag
    • Kortademigheid.
    • Uitlokkende factoren.
    • Impact (moe/pijn/sociaal/incontinentie).
    • Familie.
    • Intoxicaties (roken en alcohol).
    • Huisdieren.
    • Allergie.
    • Exposities.
    • Medicatiegebruik, specifiek het gebruik van ACE-remmers, alsook zelfmedicatie en huismiddelen.
    • Hoestscore met VAS (0-10).
  • Zorgvuldig lichamelijk onderzoek waarbij desgewenst auscultatie van de longen wordt gedaan.
  • Standaardtesten om uit te voeren:
    • X-thorax vóór polibezoek om andere diagnoses zoals longtumoren, pneumonie, interstitiële longaandoeningen onwaarschijnlijker te maken.
    • Spirometrie om de longfunctie te meten. Vooral belangrijk om goed te bepalen of er sprake is van uitademingsstoornis (met/zonder reversibiliteit).
    • Fractional Exchaled Nitric Oxide (FeNO) en bloed-eosinofielen: worden gebruikt als surrogaatmarker om eosinofiele inflammatie in de luchtwegen te beoordelen, waarbij FeNO mogelijk een rol kan spelen om de respons op anti-inflammatoire behandelingen bij patiënten te voorspellen.
    • Screening inhalatieallergenen of huidtest: deze testen zijn bedoeld om een sensibilisatie aan te tonen. Een allergie kan een rol spelen bij astma en neusbijholteproblematiek en wordt dus beschouwd als een treatable trait.
  • Eventueel aanvullende testen kunnen uitgevoerd worden:
    • Hoge resolutie CT-scan (HRCT): hoewel een CT-scan in de routineanalyse van hoest geen plek heeft, heeft het wel meerwaarde als er gedacht wordt aan hoest door interstitiële longaandoeningen of luchtwegziekten als bronchiëctasiëen of bronchiolitis.
    • Methacholine/histamine provocatietest: een provocatietest kan nuttig zijn in de diagnostiek van astma wanneer de initiële spirometrie geen uitsluitsel geeft.

Aanbevelingen

De ERS-richtlijn toont geen sterk bewijs voor het routinematige gebruik van een CT-thorax bij patiënten met chronische hoest, en het heeft daarom geen eenduidige plaats in het diagnostische traject. Bovendien brengt routinematige gebruik van CT-scans risico’s met zich mee ten gevolge van stralingsbelasting. De onzekerheid van het wetenschappelijke bewijs en de risico’s, maakt dat we het standaard inzetten van een CT-scan niet aanbevelen. De werkgroep adviseert bij de standaard eerste analyse van eerste of nieuwe klachten van chronische hoest een recente conventionele X-thorax te gebruiken. Op indicatie zoals een afwijkende X-thorax, of alarmsymptomen, kan een CT-thorax verricht worden.

 

Sterke aanbeveling tegen routinematig gebruik CT-thorax in de diagnostiek bij patiënten met chronische hoest.

Onderbouwing

The initial approach to patients with chronic cough consists of a detailed medical history, a physical examination followed by tests that may include chest X-rays and spirometry (lung function tests) to rule out common causes such as infections, asthma, or chronic obstructive pulmonary disease (COPD). In many patients no abnormalities can be detected despite prolonged and troublesome cough. In these patients, additional tests may be indicated. Because there is variety in daily practice, this chapter describes the standard tests in the diagnosis of chronic cough and tests that can be used on indication.

table comparison 1: Routinely performed chest CT-scan versus none (data cited from ERS guideline)

Population: Chronic cough patients with normal chest X-ray and physical examination

Intervention: Chest CT-scan

Comparator: None

 

Outcome

Timeframe

Study results and measurements

Absolute effect estimates

Certainty of the evidence

(Quality of evidence)

Summary

CT-scan

None

Diagnostic yield (follow up not further defined)

Measured by: number of patients with CT finding.

 

 Kastelik (2005) reported 3 out of 46 (6.5%) CT findings
McGarvey (1998) reported 20 out of 34 (58%) CT findings
Barnes (2004) reported 9 out of 21 (43%) CT findings
Truba (2015) reported 21 out of 59 (36%) CT findings

Very Low

Due to serious risk of bias1, serious risk of inconsistency2, serious risk of indirectness3, serious risk of imprecision4

The evidence is very uncertain about the effect of CT-scan on diagnostic yield in patients with chronic cough and normal chest X-ray and physical examination compared with no CT-scan.

(Barnes, 2005; Kastelik, 2005; McGarvey, 1998; Truba, 2005).

Range: 6.5 to 58% CT findings

 

           

1.Risk of bias: serious. CT-scan is only performed in a subgroup;

2.Risk of inconsistency: serious. Wide range of findings (6.5 to 58%);

3.Risk of indirectness: serious. Diagnostic yield/accuracy is an indirect finding of the effectiveness of CT-scan on patients important outcomes;

4.Risk of imprecision: serious. Specific findings or causal relationship not described or may not not explain the cough. The impact on final patient management/outcome measurements in performing CT-scan versus no CT-scan is not known.

 

References
[1] Barnes TW, Afessa B, Swanson KL, Lim KG. The clinical utility of flexible bronchoscopy in the evaluation of chronic cough. Chest. 2004 Jul;126(1):268-72.

[2] Kastelik JA, Aziz I, Ojoo JC, Thompson RH, Redington AE, Morice AH. Investigation and management of chronic cough using a probability-based algorithm. Eur Respir J. 2005 Feb;25(2):235-43.

[3] McGarvey LP, Heaney LG, Lawson JT, Johnston BT, Scally CM, Ennis M, Shepherd DR, MacMahon J. Evaluation and outcome of patients with chronic non-productive cough using a comprehensive diagnostic protocol. Thorax. 1998 Sep;53(9):738-43

[4] Truba O, Rybka A, Klimowicz K, Grabczak EM, Żukowska M, Dąbrowska M, Krenke R. Is a normal chest radiograph sufficient to exclude pulmonary abnormalities potentially associated with chronic cough? Adv Respir Med. 2018;86(3).

Description of studies

The ERS guideline (Morice, 2020) included one prospective study (Kastelik, 2005) and three retrospective studies (McGarvey, 1998; Barnes, 2004; Truba, 2018). For details of the studies included in the ERS guideline, please refer to the supplementary material of that guideline.

 

Results

The ERS guideline only reports results on diagnostic yield. Conclusively these studies identified CT findings in a range of 6.5% to 58% of patients with cough and normal chest radiograph. However, a causal relationship was either not specified or considered as unlikely to be related to cough (Morice, 2020). Other outcome measurements were not reported by the ERS.

No new systematic search is performed. Information in this chapter is based on the guideline of the European Respiratory Society (ERS) (Morice, 2019). The ERS performed a systematic review on the relevance of performing routinely a CT-scan in patients with chronic couch who have a normal chest radiograph and physical examination. Because the working group did not expect new studies on this topic, we did not update the systematic literature search. 

 

Table 1. PICO

Patients

Chronic cough patients with normal chest X-ray and physical examination

Intervention

Chest CT-scan

Control

No chest CT-scan

Outcomes

Change in treatment decision, sensitivity and specificity, direct adverse effects, diagnostic yield

Selection criteria as used by ERS

Study design: systematic reviews (searched in Pubmed/Medline, Embase and Cochrane Controlled Register of Trials) and observational studies
Published from inception to June, 2018
Language: not restricted.

  1. Barnes TW, Afessa B, Swanson KL, Lim KG. The clinical utility of flexible bronchoscopy in the evaluation of chronic cough. Chest. 2004 Jul;126(1):268-72.
  2. Kastelik JA, Aziz I, Ojoo JC, Thompson RH, Redington AE, Morice AH. Investigation and management of chronic cough using a probability-based algorithm. Eur Respir J. 2005 Feb;25(2):235-43.
  3. McGarvey LP, Heaney LG, Lawson JT, Johnston BT, Scally CM, Ennis M, Shepherd DR, MacMahon J. Evaluation and outcome of patients with chronic non-productive cough using a comprehensive diagnostic protocol. Thorax. 1998 Sep;53(9):738-43
  4. Morice AH, Millqvist E, Bieksiene K, et al. ERS guidelines on the diagnosis and treatment of chronic cough in adults and children. Eur Respir J 2020; 55: 1901136 [https://doi.org/10.1183/ 13993003.01136-2019].
  5. Truba O, Rybka A, Klimowicz K, Grabczak EM, Żukowska M, Dąbrowska M, Krenke R. Is a normal chest radiograph sufficient to exclude pulmonary abnormalities potentially associated with chronic cough? Adv Respir Med. 2018;86(3).

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 08-06-2026

Beoordeeld op geldigheid  : 08-06-2026

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nederlandse Vereniging van Artsen voor Longziekten en Tuberculose

Algemene gegevens

De ontwikkeling van deze richtlijnmodule werd ondersteund door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (www.demedischspecialist.nl/kennisinstituut) en werd gefinancierd door de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS).

 

De financier heeft geen enkele invloed gehad op de inhoud van de richtlijnmodule.

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van deze richtlijn is in 2023 een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van relevante specialismen die betrokken zijn bij de zorg rondom chronische hoest bij volwassen patiënten. De richtlijn is gelijktijdig ontwikkeld met de richtlijn Hoesten in de palliatieve fase voor volwassenen.

 

Werkgroep

  • Dr. J.W.K. (Jan Willem) van den Berg (NVALT), longarts, voorzitter werkgroep
  • Drs. E.J. (Eva) Japenga (NVALT), longarts
  • Dr. J. (José) de Kluijver (NVALT), longarts
  • Dr. M. (Martijn) Goosens (NVALT), longarts
  • Dr. A.J. (Arent Jan) Michels (NVALT), longarts
  • Dr. D.A. (Derrek) Heuveling (NVKNO), KNO-arts
  • Dr. E.M.J.M. (Emke) van den Broek (NVKNO), KNO-arts
  • Dr. H.W.M. (Marleen) van Casteren (Verenso), specialist ouderengeneeskunde en kaderarts palliatieve zorg
  • Dr. N.J.J. (Eline) Neels (NHG), huisarts
  • Dr. F.Y.F.L. (Filip) de Vos (NIV), Internist-oncoloog en kaderarts palliatieve zorg

Klankbordgroep

  • Dr. E. (Ellen) Ricke, Longfonds, Sr. Beleidsadviseur
  • Dr. L.R. (Laura) de Baaij (NVMDL), maag-darm-lever arts
  • Dr. B.D.L. (Lidewij) Broekhuizen (NHG), huisarts
  • H. (Heleen) van Woudenberg (NVLF), stem- en hoestlogopedist 
  • M. (Marjolein) Frelier (NVLF), stem- en hoestlogopedist

Met ondersteuning van

  • Dhr. H. (Hans) Ket, Literatuurspecialist, Maatschap Van Dusseldorp, Delavux & Ket
  • Dr. A.C. (Anniek) van Westing, Adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Dr. J.C. (José) Maas, Senior-adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Drs. P.G. (Phylisha) Bloemen - van Heemskerken, Junior-adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Dr. N.L. (Nikita) van der Zwaluw, Senior-adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten, tot september 2025
  • Dr. M.S. (Matthijs) Ruiter, Senior-adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten, vanaf september 2025

Belangenverklaringen

Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.

 

Tabel Gemelde (neven)functies en belangen werkgroep 

Naam

Hoofdfunctie

Nevenwerkzaamheden

Persoonlijke Financiële Belangen

Persoonlijke Relaties

Extern gefinancierd onderzoek

Intell. belangen en reputatie

Overige belangen

Datum

Actie

Arent Jan

Michels

Longarts vrij gevestigd

Voorzitter MSB Anna ziekenhuis (onkostenvergoeding)
voorzitter Medische Staf Anna ziekenhuis (onbetaald)

geen vast dienstverband;

2024 geen betaald adviseurschap
2023 adviesbijeenkomst MSD

Geen

Geen

Hoestpolikliniek

Geen

31-12-2024

Geen restricties

Derrek Heuveling

Lid, NVKNO

Lid standpuntnota benigne speekselklierpathologie. NVKNO.
Lid Kerngroep Laryngologie NVKNO.
Penningmeester MSBMiddenNederland UA.
KNO-arts MMC.

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

11-05-2024

Geen restricties

Eline Neels

* Huisarts, praktijkhouder
* Kaderhuisarts Palliatieve zorg

* Medisch coördinator Hospice Clarahotje (betaald)
* Lid CPT (betaald)
* Commissie richtlijn: toedienen van vocht in de palliatieve fase (betaald)

-

Nee

-

-

-

5-05-2024

Geen restricties

Emke van den Broek

UMC Utrecht

Cluster laryngologie en kerngroep laryngologie

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Zie boven gedeeld belang wv kno

Niet van toepassing

26-03-2024

Geen restricties

Eva Japenga

Longarts
Haaglanden medisch centrum Den Haag

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Eenmalige bijeenkomst MSD-adviesraad Gefapixant (12-4-23)

26-01-2024

Geen restricties

Jan Willem van den Berg (voorzitter)

longarts,
Isala ziekenhuis Zwolle

Geen

Geen

Geen

Ja:
* MSD - Demografie, kwaliteit van leven, Isala Hoestpoli - Projectleider
* MSD - The patient journey of patients diagnosed with unexplained and refractory chronic cough in the Isla – Projectleider.

 

Participatie BUS-P3-01 CALM-1-studie, GSK, P2X3 remmer

Hoestpoli; national lead Neurocough CRC ERS


Dienstverlening (adviesraad, spreker etc.)
2020 MSD

2021
GSK, MSD

2023   MSD

16-01-2024

Geen restricties. Onderwerpen van extern gefinancierd onderzoek komen niet terug in de uitgangsvragen.

Advies om te stoppen met dienstverlening aan MSD gedurende het richtlijntraject.

José de Kluijver

Longarts
Reinier de Graaf Ziekenhuis

Hoofdredactieraad NTvAAKI (onbetaald) – eind 2025 gestaakt

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Hoestpoli Reinier de Graaf Ziekenhuis

Niet van toepassing

5-01-2024

Geen restricties

Marleen van Casteren

Specialist ouderengeneeskunde bij St. Kalorama, betaald voor 0,8 FTE

Palliatief consulent bij PZNL voor ongeveer 1 uur per week
Gastdocent bij Hogeschool Arnhem Nijmegen voor ongeveer 12 uur per jaar
Beide worden betaald via mijn werkgever.

Geen

Geen

PALSED studie:
* Horizon2020 EU funding - Palliative sedation in patiënts with cancer - Geen projectleider

Geen

Geen

28-02-2024

Geen restricties

Martijn Goosens

longarts
Gelre Ziekenhuizen, CMSG (Coöperatie Medisch Specialisten Gelre)

Principal investigator meerdere trials, waaronder momenteel 1x studie chronische hoest met een P2X3-receptor antagonist.

Incidenteel adviesraden voor farmaceutische industrie, waaronder voor MSD mbt Gefapixant, 2x in 2023.

Geen actuele belangen

Neen

BUS-P3-01 CALM-1-studie:
* Bellus Health/GSK - Fase 3 onderzoek P2x3 - Projectleider

geen

geen

3-03-2024

Restricties op besluitvorming over P2X3-receptor antagonist.
Advies om adviesraden te staken gedurende de richtlijnontwikkeling.

Filip de Vos

Internist-oncoloog en kaderarts palliatieve zorg
UMC Utrecht

Geen

Geen

Geen

Ja:
* Foundation STOPbraintumors.org - Effect tumorgroei bij vrouwen met laaggradige gliomen - Projectleider
* BMS - BET remmer in combinatie met standaard chemoradiatie als eerste lijnsbehandeling bij glioblastoom - Geen projectleider
* Novartis - LAG remmer na falen immuuntherapie bij solide tumoren - Geen projectleider
* EORTC - Marizomib bij standaard chemoradiatie bij glioblastoom - Projectleider
* Pfizer en Ipsen Plharma - Compassionate use medicatie - Geen projectleider

Nee

BMS Advisory Board; Faculty member ESMO CNS tumors; Quality of Care commission Dutch Society of Medical Oncology;
Quality Assurance commission EORTC

20-12-2023

Geen restricties. Extern gefinancierd onderzoek buiten bestek van de richtlijn.

Klankbordgroep

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ellen Ricke (tot 2025)

Sr beleidsadviseur bij Longfonds

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Niet van toepassing

29-01-2024

Geen restricties

Pascale Lubbers

Beleidsadviseur Longfonds

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

21-05-2025

 

Laura de Baaij

Maag-darm-leverarts, Reinier de Graaf Gasthuis
Verlenen van medisch specialistische zorg op het gebied Maag-darm- en leverziekten, betaald.

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

24-10-2024

Geen restricties

Lidewij Broekhuizen

Huisarts/praktijkhouder in
Huisartspraktijk de Bongerd
7271 CG Borculo

Kaderarts astma COPD

Geen

Geen

Nee

Commissielid van de NHG-standaard COPD en Astma voor Volwassenen

Geen

22-08-2024

Geen restricties

Heleen van Woudenberg

Logopedie Voorburg - eigen praktijk
behandeling van patiënten met vnl. hoest-, stem- en globusklachten.
3 dagen per week, betaald

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

29-01-2025

Geen restricties

Marjolein Frelier

Logopedist
Logopedie Voorburg

gastlessen op scholen/opleidingen incidenteel

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

04-02-2025

Geen restricties 

Inbreng patiëntenperspectief

De werkgroep besteedde aandacht aan het patiëntenperspectief door afvaardiging van de Longfonds in de klankbordgroep en het uitnodigen van het Longfonds en de Patiëntenfederatie voor de knelpunteninventarisatie. De verkregen input is meegenomen bij het opstellen van de uitgangsvragen, de keuze voor de uitkomstmaten en bij het opstellen van de overwegingen. De conceptrichtlijn is tevens voor commentaar voorgelegd aan het Longfonds en de Patiëntenfederatie en de eventueel aangeleverde commentaren zijn bekeken en verwerkt.

 

Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz

Bij de richtlijnmodule voerde de werkgroep conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uit om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema bij Werkwijze).

Module

Uitkomst raming

Toelichting

Module Diagnostiek bij chronische hoest

Geen financiële gevolgen

Hoewel uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) breed toepasbaar zijn (5.000-40.000 patiënten), volgt ook uit de toetsing dat het geen nieuwe manier van zorgverlening of andere organisatie van zorgverlening betreft. Er worden daarom geen substantiële financiële gevolgen verwacht.

 

Werkwijze

Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze. Relevante informatie voor de ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule is hieronder weergegeven.

Volgende:
Astmamedicatie