Cerebrale en/of spinale spasticiteit bij volwassenen

Initiatief: VRA Aantal modules: 26

Perifere non-invasieve elektrostimulatie – bij MS

Publicatiedatum: 06-01-2026
Beoordeeld op geldigheid: 06-01-2026

Uitgangsvraag

Wat is de plaats van perifere non-invasieve elektrostimulatie bij de behandeling van volwassenen met spasticiteit ten gevolge van Multipele Sclerose (MS)?

Aanbeveling

Schrijf in principe geen elektrostimulatie voor om spasticiteit te reduceren bij patiënten met MS, tenzij andere meer voor de hand liggende interventies, waaronder medicatie, niet mogelijk of niet afdoende werkzaam zijn.

Overwegingen

Voor- en nadelen van de interventie en de kwaliteit van het bewijs

Er is een literatuuronderzoek uitgevoerd naar de effectiviteit van elektrostimulatie met T(E)NS of NM(E)S bij patiënten met MS. Hierbij zijn er geen studies gevonden die voldeden aan de vooraf vastgestelde selectiecriteria. De meest geïncludeerde publicaties betroffen case series of case reports, die een hoog risico op bias met zich meebrengen. Op basis van het huidige bewijs kunnen dan ook geen harde conclusies worden getrokken over de effectiviteit van elektrostimulatie bij deze patiëntengroep. De zoekvraag blijft daarmee onbeantwoord.

 

In de vorige richtlijn werd, op basis van de studie van Miller (2007) (N=12), voorzichtig geconcludeerd dat er geringe aanwijzingen zijn dat intensieve toepassing van NM(E)S spasticiteit en pijn zou kunnen verminderen in vergelijking met kortdurende toepassing. Het nieuwe literatuuronderzoek biedt weinig aanvulling op deze eerdere bevindingen. Dit heeft met name te maken met methodologische beperkingen in de beschikbare studies, zoals kleine steekproefgroottes (bijv. de case series van Szesc (2009) en Backus (2017)) of afwijkende vergelijkingsinterventies (zoals in de RCT van Shaygannejad (2013) waarin T(E)NS werd vergeleken met orale baclofen).

 

De resultaten van deze studies zijn bovendien niet consistent. Zo vond Backus geen significante verbetering op de MAS na gebruik van FES. Szesci rapporteerde alleen op korte termijn verbetering, met name in de ‘smoothness’ van willekeurige bewegingen. Shaygannejad rapporteerde wél een afname van spasticiteit met T(E)NS, sterker nog bij de orale baclofen-groep. Miller (2007) vond geen effect op spasticiteit zelf, maar wel verbetering op de Penn Spasm Scale bij langdurige toepassing van T(E)NS (8 uur per dag). De uiteenlopende bevindingen pleiten dan ook niet eenduidig voor of tegen het gebruik van elektrostimulatie ter vermindering van spasticiteit bij MS.

 

Geen van de geïncludeerde studies vond negatieve effecten van elektrostimulatie.

 

Het effect van elektrostimulatie voor het verminderen van spasticiteit als gevolg van MS blijft nog onduidelijk door het ontbreken van studies die bij patiënten met MS zijn uitgevoerd. Tegelijkertijd zijn er in de literatuur geen aanwijzingen voor schadelijke effecten. Hierdoor zou T(E)NS, ondanks het ontbreken van wetenschappelijke onderbouwing, in individuele gevallen overwogen kunnen worden als aanvullende behandeling, met name wanneer gangbare behandelopties zoals spasmolytica of andere interventies niet mogelijk of wenselijk zijn. Bij het overwegen van elektrostimulatie spelen ook andere factoren een rol, zoals:

  1. De bereidheid van de patiënt om de therapie met enige regelmaat toe te passen.
  2. De mate waarin de stimulatie als prettig of onprettig wordt ervaren.
  3. De bereidheid om zelf kosten te maken voor de aanschaf van de apparatuur en elektroden.
  4. De mogelijkheid om de apparatuur zelfstandig of met hulp van een mantelzorger/verzorger te bedienen en toe te passen.

Het is raadzaam is om, bij een positieve keuze voor elektrostimulatie, eerst een aantal proefbehandelingen te laten uitvoeren. Zo kan worden beoordeeld of er sprake is van verbetering in spasticiteit, functionaliteit en welbevinden.

 

Rationale van de aanbeveling: weging van argumenten voor en tegen de interventies

Er is onvoldoende wetenschappelijke onderbouwing voor het effect van elektrostimulatie op het verminderen van spasticiteit bij patiënten met MS. De beschikbare studies zijn van lage kwaliteit en de resultaten zijn inconsistent. Aangezien er geen negatieve effecten van elektrostimulatie zijn gerapporteerd en sommige studies wél positieve uitkomsten laten zien, kan elektrostimulatie in individuele gevallen worden overwogen – met name wanneer gangbare behandelingen voor spasticiteit onvoldoende effect hebben.

Onderbouwing

Effects of T(E)NS on muscle tone

NO

GRADE

No conclusions could be drawn from the included studies, as none of the studies had an adequate trial design.

 

Source: Etoom, 2018

Description of studies

Etoom (2018) conducted a systematic review examining physiotherapy interventions, including neurostimulation, for reducing spasticity in patients with MS. The literature search was carried out across several electronic databases - MEDLINE, SCOPUS, the Cochrane Central Register of Controlled Trials, and Pedro – up to March 1, 2018. Studies were eligible for inclusion if they met the following criteria: 1) RCT, controlled trial, or interventional studies with a pre-post design; 2) participants diagnosed with MS-related spasticity; and 3) outcomes assessing aspects of spasticity such as: muscle tone, stretch reflex excitability, muscle activity, clonus, spasm, tendon reflexes, and self-reported spasticity. Secondary outcomes included biomechanical analyses of gait and spastic limbs.

 

A total of 29 studies met the inclusion criteria (Etoom, 2018). Among these, three examined the effects of functional electrical stimulation (FES) (Backus 2017; Krause 2007, Szescsi, 2009; Krause 2007), and three investigated T(E)NS for spasticity and functional outcome (Miller 2007; Shaygannejad 2013; Armutlu 2003). These are summarized in Table 4 (adapted from Tables 1 and 2 in Etoom).

 

However, none of these studies met the inclusion criteria for inclusion as RCTs. For instance, Miller (2007) was an RCT but included only 6 patients per intervention group, rendering it underpowered. Shaygannejad (2013) compared T(E)NS with baclofen; deviating from the defined PICO, and was therefore excluded. Krause (2007) was a case report, while Backus (2017), Szesci (2009) and Armutlu (2003) were case series, all excluded due to study design.

 

Table 4. Study characteristics, MS characteristics, intervention details and results included in systematic review of Etoom 2018

Study; design

Sample size

MS course

Level of disability

Spasticity at baseline

Intervention details

Outcomes reported

Risk of bias

FES

Backus 2017, case series

13

RRMS, PPMS, SPMS

≥6.5 on EDSS

Average of 4.9 on MAS in major joints of lower limb

FES over quadriceps, hamstring and gluteal muscles 30 mins/session, 3 sessions/wk for 4 wks. Frequency: 50 Hz

Pulse width: 200 μs

No significant improvement in MAS

 

Risk of bias: very high (case series)

Krause 2007, case report

1

SPMS

7.5 on EDSS

2–3 on MAS Pendulum test

30 mins of FES over gluteal, femoral biceps, and quadriceps muscles

Frequency: 0.1–50 Hz

Pulse width: 10–500 μs

The intervention had an acute significant improvement on MAS. Pendulum test was significantly improved.

 

Risk of bias: very high (case report)

Szesci 2009, case series

8

PPMS, SPNS

4 – 7.5 on EDSS

0–3 on MAS in knee muscles with average of 1.13 Two participants reported 0 on MAS.

FES over

hamstrings and quadriceps muscles

6 mins/sessions for 6 sessions.

Frequency: 20 Hz

Pulse width: 300 μs

A significant improvement in MAS in the short term (pre-post) session, but not significant from first-last session. There was significant improvement in generated power and smoothness of movement.

 

Risk of bias: very high (case series)

T(E)NS

Armutlu 2003, case series

10

PPMS, SPMS

2.5 – 6 on EDSS

Average of 2.26 on MAS in gastrocnemius muscle. Electrical activity of gastrocsoleus muscles = 5.53 μV

T(E)NS over gastrocnemius muscle 20 mins/d for 16 d. Frequency: 100 H Pulse width: 0.3 msec

There was significant improvement in MAS and electromyography for gastroc-soleus muscles activity

 

Risk of bias: very high (case series)

Miller 2007, Cross-over study

I1:6

I2: 6

Not reported

5.95 on EDSS

1–3 on AS in quadriceps femoris muscle with average of 2.15 1.19 ankle clonus on clonus scale. 4.15 on Penn Spasm Score.

1.97 in patellar reflex on tendon reflex scale

I1: 1 hr/d of T(E)NS over quadriceps femoris muscle for 2 wks.

I2: 8 hr/d of T(E)NS over quadriceps femoris muscle for 2 wks.

Frequency: 100 Hz Pulse width: 0.125 msec

T(E)NS did not improve significantly the spasticity outcomes. There was significant improvement on only Penn Spasm Scale in I2 group.

 

Risk of bias: high (PEDRO score 5)

Shaygannejad 2013, RCT

I1: 26

I2: 26

RRMS, PPMS, SPMS

≤6 on EDSS

≤3on MAS in calf muscles.

I1: Oral Baclofen

I2: Self T(E)NS over gastrocnemius muscle 20–30 mins for 4 wks and at any time of an episode of muscle spasm occurred. Frequency: 100 Hz Pulse width: 250 μs

Oral Baclofen and T(E)NS had a significant improvement on MAS. The improvement in T(E)NS group was significantly better than Baclofen group.

 

Risk of bias: high (PEDRO score 5)

Results

No results were reported as no studies had an adequate trial design.

 

Level of evidence of the literature

This was not reported as no studies satisfied inclusion criteria.

  1. Etoom M, Khraiwesh Y, Lena F, Hawamdeh M, Hawamdeh Z, Centonze D, Foti C. Effectiveness of Physiotherapy Interventions on Spasticity in People With Multiple Sclerosis: A Systematic Review and Meta-Analysis. Am J Phys Med Rehabil. 2018 Nov;97(11):793-807. doi: 10.1097/PHM.0000000000000970. PMID: 29794531 .

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 06-01-2026

Beoordeeld op geldigheid  : 06-01-2026

De Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen geeft bestuurlijke goedkeuring onder voorwaarde van autorisatie door de ALV van 17 april 2026.

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen
Geautoriseerd door:
  • Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie
  • Nederlandse Orthopaedische Vereniging
  • Nederlandse Vereniging van Artsen voor Verstandelijk Gehandicapten
  • Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen
  • Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie
  • Nederlandse Vereniging voor Neurochirurgie
  • Nederlandse Vereniging voor Neurologie
  • Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie
  • Vereniging van Specialisten Ouderengeneeskunde
  • Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers
  • Ergotherapie Nederland
  • Dwarslaesie Organisatie Nederland

Algemene gegevens

De ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule werd ondersteund door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (www.demedischspecialist.nl/kennisinstituut) en werd gefinancierd uit de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS). De financier heeft geen enkele invloed gehad op de inhoud van de richtlijnmodule.

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is in 2023 een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van alle relevante specialismen (zie hiervoor de Samenstelling van de werkgroep) die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten met Cerebrale en/of spinale spasticiteit.

 

Werkgroep

  • prof. dr. A.C.H. Geurts (voorzitter), hoogleraar neurorevalidatie, Radboud UMC en Sint Maartenskliniek, namens de Nederlandse Vereniging voor Revalidatieartsen
  • drs. A.M.V. Dommisse, revalidatiearts, Isala Klinieken Zwolle, namens de Nederlandse Vereniging voor Revalidatieartsen
  • drs. P.J. van Dongen, patiëntvertegenwoordiger bij Hersenletsel.nl
  • Dr. M. van Eijk, specialist ouderengeneeskunde, Marnix Medisch B.V., namens Verenso
  • dr. J.F.M. Fleuren, revalidatiearts, Jeroen Bosch Ziekenhuis / Tolbrug, ‘s Hertogenbosch, namens de Nederlandse Vereniging voor Revalidatieartsen
  • F. van Gorp-Swart, MSc, ziekenhuisapotheker, Diakonessenhuis, Utrecht/Zeist/Doorn, namens de Nederlandse Vereniging voor Ziekenhuisapothekers
  • prof. dr. G. Kwakkel, hoogleraar neurorevalidatie, Amsterdam UMC, Amsterdam, namens het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie
  • drs. E. Kurt, neurochirurg, Radboud UMC en Canisius Wilhelmina Ziekenhuis, Nijmegen, namens de Nederlandse Vereniging voor Neurochirurgie
  • Prof. dr. C.G.M. Meskers, hoogleraar revalidatiegeneeskunde, Amsterdam UMC, Amsterdam, namens de Nederlandse Vereniging voor Revalidatieartsen
  • dr. H.A. Moser, anesthesioloog, Radboud UMC, Nijmegen en Care4homecare, Bladel, namens de Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie
  • drs. W.P. Polomski, revalidatiearts (gepensioneerd), voorheen in Spaarne Gasthuis, Hoofddorp, namens de Nederlandse Vereniging voor Revalidatieartsen
  • drs. M.N. Ruissen-Eversdijk, ergotherapeut en bewegingswetenschapper, Reade, Amsterdam, namens Ergotherapie Nederland
  • dr. A.V.C.M. Zeegers, orthopedisch chirurg, Medisch Spectrum Twente, Enschede, namens de Nederlandse Orthopaedische Vereniging
  • dr. J.M. Zuidam, plastisch chirurg, Erasmus MC, namens de Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie

Klankbordgroep

  • P.M. van Lamoen, gepensioneerd, namens Dwarslaesieorganisatie Nederland
  • M. Pol, Dwarslaesie Organisatie Nederland, tot september 2024*
  • Dr. A.E. Tigchelaar, Dwarslaesie Organisatie Nederland, vanaf september 2024
  • Dr. W.J. Kruithof, revalidatiearts, Universitair Medisch Centrum Utrecht
  • Dr. I.H. Zaal-Schuller, arts verstandelijk gehandicapten/kaderarts palliatieve zorg 

*Overleden

 

Met ondersteuning van

  • Dr. M.L. Molag, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Dr. M.M.J. van Rooijen, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten

Belangenverklaringen

De Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling is gevolgd. Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.

Werkgroeplid

Functie

Nevenfuncties

Gemelde belangen

Ondernomen actie

Geurts (voorzitter)

Hoogleraar neurorevalidatie, Radboud UMC, Nijmegen en Sint Maartenskliniek

  • Supervisor en wetenschappelijk adviseur in Sint Maartenskliniek
  • Voorzitter Dutch Society for Neurorehabilitation
  • Voorzitter hooglerarenconvent revalidatiegeneeskunde

Geen.

Geen restricties.

Dommisse

Revalidatiearts, Vogellanden

Geen

Speakerfee bij Ipsen farmaceutica voor:

  • het ontwikkelen van e-learning over de behandeling van spasticiteit in de volle breedte van het spectrum (botox klein onderdeel binnen alle behandelopties, geen specifiek merk aanbevolen).
  • presentatie GRZ congres over samenwerking SOG's en revalidatieartsen

Geen restricties; e-learning en presentaties betreffen de volle breedte van de behandel opties

van Dongen

Patiëntvertegenwoordiger Hersenletsel.nl

Deelname andere werkgroepen

Geen

Geen restricties.

van Eijk

Specialist Ouderengeneeskunde, Marnix Medisch B.V

  • Docent LUMC
  • Webinars en scholingen over spasticiteit (ong 1-2 per jaar; en samenwerking in dit kader tussen Ipsen, Willpharma, medtronic: geen inbreng, alleen facilitatie om langdurige zorg op de kaart te krijgen)

Extern gefinancierd onderzoek over heupfracturen:

1. FITHIP; onderzoek naar valangst bij patienten met heupfractuur

2. GR HIP; onderzoek naar herstel na heupfractuur

3. HIPCARE; onderzoek naar herstel en biomarkers bij heupfractuur

Geen restricties; De webinars waren gericht op samenwerking specialisten ouderengeneeskunde en revalidatieartsen

Fleuren

Revalidatiearts, Tolbrug

Bestuurslid VRA (onbetaald)

Geen.

Geen restricties.

van Gorp

Ziekenhuisapotheker

Lid werkgroep interacties KNMP

Geen.

Geen restricties.

Kwakkel

Hoogleraar neurorevalidatie, Amsterdam UMC, locatie VUMC

  • European Editor Neuro Rehabilitation & Neural Repair
  • Handling editor Stroke

Geen

Geen restricties.

Kurt

Neurochirurg, Radboud UMC, Nijmegen

Geen

Geen

Geen restricties.

Meskers

Revalidatiearts, Amsterdam UMC locatie VUMC

Geen

Geen.

Geen restricties.

Moser

Anesthesioloog, Radboud UMC, Nijmegen en Care4homecare, Bladel

Geen

Geen

Geen restricties.

Polomski

Revalidatiearts Spaarne Gasthuis (gepensioneerd vanaf 1 mei 2023).

Geen

Lid Adviesraad Merz Benelux, raakt niet aan de modules

Restrictie ten aanzien van besluitvorming met betrekking tot botulinetoxine

Ruissen-Eversdijk

Ergotherapeut bij Reade Revalidatie.

Geen.

Geen.

Geen restricties.

Zeegers

Orthopedisch chirurg, Medisch Spectrum Twente, Enschede (tot 1-6-2025), en UMCG (vanaf 1-6-2025)

  • Lid LROI adviesraad (onbetaald)
  • Lid geschillencommissie KNMG (onbetaald)
  • voorzitter centrale opleidingscommissie Medisch Spectrum Twente (tot 1-1-2024)
  • Decaan en medisch manager Leerhuis MST (betaald)
  • Lid programmacommissie OOR NO (onbetaald)
  • Opleider Orthopedie (tot 1-10-2024) (onbetaald)
  • Onafhankelijk deskundige voor NOV bij FMS

Geen.

Geen restricties.

Zuidam

Plastisch chirurg, Erasmus MC Rotterdam

Geen.

Geen.

Geen restricties.

 

Inbreng patiëntenperspectief

Er werd aandacht besteed aan het patiëntenperspectief door uitnodigen van Hersenletsel.nl en Dwarslaesie Organisatie Nederland (DON) bij de schriftelijke knelpuntenanalyse. DON heeft een enquête bij hun achterban uitgezet, en knelpunten werden meegenomen in het proces. Het verslag van deze enquête is besproken in de werkgroep. De verkregen input is meegenomen bij het opstellen van de uitgangsvragen, de keuze voor de uitkomstmaten en bij het opstellen van de overwegingen. In de werkgroep heeft een vertegenwoordiger van Hersenletsel.nl deelgenomen. De conceptrichtlijn is tevens voor commentaar voorgelegd aan Hersenletsel.nl, DON, MS Nederland en Spierziekten Nederland.

 

Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz

Bij de richtlijnmodule is conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uitgevoerd om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema op de Richtlijnendatabase). Uit deze kwalitatieve raming bleek dat er geen grote financiële gevolgen te verwachten zijn.

Module

Uitkomst raming

Toelichting

Elektrostimulatie - Perifere non-invasieve elektrostimulatie - bij MS

geen financiële gevolgen

Hoewel uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) breed toepasbaar zijn (>40.000 patiënten), volgt ook uit de toetsing dat het geen nieuwe manier van zorgverlening of andere organisatie van zorgverlening betreft, het geen toename in het aantal in te zetten voltijdsequivalenten aan zorgverleners betreft en het geen wijziging in het opleidingsniveau van zorgpersoneel betreft. Er worden daarom geen substantiële financiële gevolgen verwacht.

Werkwijze

Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze. Relevante informatie voor de ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule is hieronder weergegeven.

Volgende:
Extracorporele shockwave therapie (ESWT)