Perifere non-invasieve elektrostimulatie – bij MS
Uitgangsvraag
Wat is de plaats van perifere non-invasieve elektrostimulatie bij de behandeling van volwassenen met spasticiteit ten gevolge van Multipele Sclerose (MS)?
Aanbeveling
Schrijf in principe geen elektrostimulatie voor om spasticiteit te reduceren bij patiënten met MS, tenzij andere meer voor de hand liggende interventies, waaronder medicatie, niet mogelijk of niet afdoende werkzaam zijn.
Overwegingen
Voor- en nadelen van de interventie en de kwaliteit van het bewijs
Er is een literatuuronderzoek uitgevoerd naar de effectiviteit van elektrostimulatie met T(E)NS of NM(E)S bij patiënten met MS. Hierbij zijn er geen studies gevonden die voldeden aan de vooraf vastgestelde selectiecriteria. De meest geïncludeerde publicaties betroffen case series of case reports, die een hoog risico op bias met zich meebrengen. Op basis van het huidige bewijs kunnen dan ook geen harde conclusies worden getrokken over de effectiviteit van elektrostimulatie bij deze patiëntengroep. De zoekvraag blijft daarmee onbeantwoord.
In de vorige richtlijn werd, op basis van de studie van Miller (2007) (N=12), voorzichtig geconcludeerd dat er geringe aanwijzingen zijn dat intensieve toepassing van NM(E)S spasticiteit en pijn zou kunnen verminderen in vergelijking met kortdurende toepassing. Het nieuwe literatuuronderzoek biedt weinig aanvulling op deze eerdere bevindingen. Dit heeft met name te maken met methodologische beperkingen in de beschikbare studies, zoals kleine steekproefgroottes (bijv. de case series van Szesc (2009) en Backus (2017)) of afwijkende vergelijkingsinterventies (zoals in de RCT van Shaygannejad (2013) waarin T(E)NS werd vergeleken met orale baclofen).
De resultaten van deze studies zijn bovendien niet consistent. Zo vond Backus geen significante verbetering op de MAS na gebruik van FES. Szesci rapporteerde alleen op korte termijn verbetering, met name in de ‘smoothness’ van willekeurige bewegingen. Shaygannejad rapporteerde wél een afname van spasticiteit met T(E)NS, sterker nog bij de orale baclofen-groep. Miller (2007) vond geen effect op spasticiteit zelf, maar wel verbetering op de Penn Spasm Scale bij langdurige toepassing van T(E)NS (8 uur per dag). De uiteenlopende bevindingen pleiten dan ook niet eenduidig voor of tegen het gebruik van elektrostimulatie ter vermindering van spasticiteit bij MS.
Geen van de geïncludeerde studies vond negatieve effecten van elektrostimulatie.
Het effect van elektrostimulatie voor het verminderen van spasticiteit als gevolg van MS blijft nog onduidelijk door het ontbreken van studies die bij patiënten met MS zijn uitgevoerd. Tegelijkertijd zijn er in de literatuur geen aanwijzingen voor schadelijke effecten. Hierdoor zou T(E)NS, ondanks het ontbreken van wetenschappelijke onderbouwing, in individuele gevallen overwogen kunnen worden als aanvullende behandeling, met name wanneer gangbare behandelopties zoals spasmolytica of andere interventies niet mogelijk of wenselijk zijn. Bij het overwegen van elektrostimulatie spelen ook andere factoren een rol, zoals:
- De bereidheid van de patiënt om de therapie met enige regelmaat toe te passen.
- De mate waarin de stimulatie als prettig of onprettig wordt ervaren.
- De bereidheid om zelf kosten te maken voor de aanschaf van de apparatuur en elektroden.
- De mogelijkheid om de apparatuur zelfstandig of met hulp van een mantelzorger/verzorger te bedienen en toe te passen.
Het is raadzaam is om, bij een positieve keuze voor elektrostimulatie, eerst een aantal proefbehandelingen te laten uitvoeren. Zo kan worden beoordeeld of er sprake is van verbetering in spasticiteit, functionaliteit en welbevinden.
Rationale van de aanbeveling: weging van argumenten voor en tegen de interventies
Er is onvoldoende wetenschappelijke onderbouwing voor het effect van elektrostimulatie op het verminderen van spasticiteit bij patiënten met MS. De beschikbare studies zijn van lage kwaliteit en de resultaten zijn inconsistent. Aangezien er geen negatieve effecten van elektrostimulatie zijn gerapporteerd en sommige studies wél positieve uitkomsten laten zien, kan elektrostimulatie in individuele gevallen worden overwogen – met name wanneer gangbare behandelingen voor spasticiteit onvoldoende effect hebben.
Onderbouwing
Conclusies / Summary of Findings
Effects of T(E)NS on muscle tone
|
NO GRADE |
No conclusions could be drawn from the included studies, as none of the studies had an adequate trial design.
Source: Etoom, 2018 |
Samenvatting literatuur
Description of studies
Etoom (2018) conducted a systematic review examining physiotherapy interventions, including neurostimulation, for reducing spasticity in patients with MS. The literature search was carried out across several electronic databases - MEDLINE, SCOPUS, the Cochrane Central Register of Controlled Trials, and Pedro – up to March 1, 2018. Studies were eligible for inclusion if they met the following criteria: 1) RCT, controlled trial, or interventional studies with a pre-post design; 2) participants diagnosed with MS-related spasticity; and 3) outcomes assessing aspects of spasticity such as: muscle tone, stretch reflex excitability, muscle activity, clonus, spasm, tendon reflexes, and self-reported spasticity. Secondary outcomes included biomechanical analyses of gait and spastic limbs.
A total of 29 studies met the inclusion criteria (Etoom, 2018). Among these, three examined the effects of functional electrical stimulation (FES) (Backus 2017; Krause 2007, Szescsi, 2009; Krause 2007), and three investigated T(E)NS for spasticity and functional outcome (Miller 2007; Shaygannejad 2013; Armutlu 2003). These are summarized in Table 4 (adapted from Tables 1 and 2 in Etoom).
However, none of these studies met the inclusion criteria for inclusion as RCTs. For instance, Miller (2007) was an RCT but included only 6 patients per intervention group, rendering it underpowered. Shaygannejad (2013) compared T(E)NS with baclofen; deviating from the defined PICO, and was therefore excluded. Krause (2007) was a case report, while Backus (2017), Szesci (2009) and Armutlu (2003) were case series, all excluded due to study design.
Table 4. Study characteristics, MS characteristics, intervention details and results included in systematic review of Etoom 2018
|
Study; design |
Sample size |
MS course |
Level of disability |
Spasticity at baseline |
Intervention details |
Outcomes reported Risk of bias |
|
FES |
||||||
|
Backus 2017, case series |
13 |
RRMS, PPMS, SPMS |
≥6.5 on EDSS |
Average of 4.9 on MAS in major joints of lower limb |
FES over quadriceps, hamstring and gluteal muscles 30 mins/session, 3 sessions/wk for 4 wks. Frequency: 50 Hz Pulse width: 200 μs |
No significant improvement in MAS
Risk of bias: very high (case series) |
|
Krause 2007, case report |
1 |
SPMS |
7.5 on EDSS |
2–3 on MAS Pendulum test |
30 mins of FES over gluteal, femoral biceps, and quadriceps muscles Frequency: 0.1–50 Hz Pulse width: 10–500 μs |
The intervention had an acute significant improvement on MAS. Pendulum test was significantly improved.
Risk of bias: very high (case report) |
|
Szesci 2009, case series |
8 |
PPMS, SPNS |
4 – 7.5 on EDSS |
0–3 on MAS in knee muscles with average of 1.13 Two participants reported 0 on MAS. |
FES over hamstrings and quadriceps muscles 6 mins/sessions for 6 sessions. Frequency: 20 Hz Pulse width: 300 μs |
A significant improvement in MAS in the short term (pre-post) session, but not significant from first-last session. There was significant improvement in generated power and smoothness of movement.
Risk of bias: very high (case series) |
|
T(E)NS |
||||||
|
Armutlu 2003, case series |
10 |
PPMS, SPMS |
2.5 – 6 on EDSS |
Average of 2.26 on MAS in gastrocnemius muscle. Electrical activity of gastrocsoleus muscles = 5.53 μV |
T(E)NS over gastrocnemius muscle 20 mins/d for 16 d. Frequency: 100 H Pulse width: 0.3 msec |
There was significant improvement in MAS and electromyography for gastroc-soleus muscles activity
Risk of bias: very high (case series) |
|
Miller 2007, Cross-over study |
I1:6 I2: 6 |
Not reported |
5.95 on EDSS |
1–3 on AS in quadriceps femoris muscle with average of 2.15 1.19 ankle clonus on clonus scale. 4.15 on Penn Spasm Score. 1.97 in patellar reflex on tendon reflex scale |
I1: 1 hr/d of T(E)NS over quadriceps femoris muscle for 2 wks. I2: 8 hr/d of T(E)NS over quadriceps femoris muscle for 2 wks. Frequency: 100 Hz Pulse width: 0.125 msec |
T(E)NS did not improve significantly the spasticity outcomes. There was significant improvement on only Penn Spasm Scale in I2 group.
Risk of bias: high (PEDRO score 5) |
|
Shaygannejad 2013, RCT |
I1: 26 I2: 26 |
RRMS, PPMS, SPMS |
≤6 on EDSS |
≤3on MAS in calf muscles. |
I1: Oral Baclofen I2: Self T(E)NS over gastrocnemius muscle 20–30 mins for 4 wks and at any time of an episode of muscle spasm occurred. Frequency: 100 Hz Pulse width: 250 μs |
Oral Baclofen and T(E)NS had a significant improvement on MAS. The improvement in T(E)NS group was significantly better than Baclofen group.
Risk of bias: high (PEDRO score 5) |
Results
No results were reported as no studies had an adequate trial design.
Level of evidence of the literature
This was not reported as no studies satisfied inclusion criteria.
Referenties
- Etoom M, Khraiwesh Y, Lena F, Hawamdeh M, Hawamdeh Z, Centonze D, Foti C. Effectiveness of Physiotherapy Interventions on Spasticity in People With Multiple Sclerosis: A Systematic Review and Meta-Analysis. Am J Phys Med Rehabil. 2018 Nov;97(11):793-807. doi: 10.1097/PHM.0000000000000970. PMID: 29794531 .
Verantwoording
Beoordelingsdatum en geldigheid
Publicatiedatum : 06-01-2026
Beoordeeld op geldigheid : 06-01-2026
De Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen geeft bestuurlijke goedkeuring onder voorwaarde van autorisatie door de ALV van 17 april 2026.
Algemene gegevens
De ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule werd ondersteund door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (www.demedischspecialist.nl/kennisinstituut) en werd gefinancierd uit de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS). De financier heeft geen enkele invloed gehad op de inhoud van de richtlijnmodule.
Samenstelling werkgroep
Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is in 2023 een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van alle relevante specialismen (zie hiervoor de Samenstelling van de werkgroep) die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten met Cerebrale en/of spinale spasticiteit.
Werkgroep
- prof. dr. A.C.H. Geurts (voorzitter), hoogleraar neurorevalidatie, Radboud UMC en Sint Maartenskliniek, namens de Nederlandse Vereniging voor Revalidatieartsen
- drs. A.M.V. Dommisse, revalidatiearts, Isala Klinieken Zwolle, namens de Nederlandse Vereniging voor Revalidatieartsen
- drs. P.J. van Dongen, patiëntvertegenwoordiger bij Hersenletsel.nl
- Dr. M. van Eijk, specialist ouderengeneeskunde, Marnix Medisch B.V., namens Verenso
- dr. J.F.M. Fleuren, revalidatiearts, Jeroen Bosch Ziekenhuis / Tolbrug, ‘s Hertogenbosch, namens de Nederlandse Vereniging voor Revalidatieartsen
- F. van Gorp-Swart, MSc, ziekenhuisapotheker, Diakonessenhuis, Utrecht/Zeist/Doorn, namens de Nederlandse Vereniging voor Ziekenhuisapothekers
- prof. dr. G. Kwakkel, hoogleraar neurorevalidatie, Amsterdam UMC, Amsterdam, namens het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie
- drs. E. Kurt, neurochirurg, Radboud UMC en Canisius Wilhelmina Ziekenhuis, Nijmegen, namens de Nederlandse Vereniging voor Neurochirurgie
- Prof. dr. C.G.M. Meskers, hoogleraar revalidatiegeneeskunde, Amsterdam UMC, Amsterdam, namens de Nederlandse Vereniging voor Revalidatieartsen
- dr. H.A. Moser, anesthesioloog, Radboud UMC, Nijmegen en Care4homecare, Bladel, namens de Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie
- drs. W.P. Polomski, revalidatiearts (gepensioneerd), voorheen in Spaarne Gasthuis, Hoofddorp, namens de Nederlandse Vereniging voor Revalidatieartsen
- drs. M.N. Ruissen-Eversdijk, ergotherapeut en bewegingswetenschapper, Reade, Amsterdam, namens Ergotherapie Nederland
- dr. A.V.C.M. Zeegers, orthopedisch chirurg, Medisch Spectrum Twente, Enschede, namens de Nederlandse Orthopaedische Vereniging
- dr. J.M. Zuidam, plastisch chirurg, Erasmus MC, namens de Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie
Klankbordgroep
- P.M. van Lamoen, gepensioneerd, namens Dwarslaesieorganisatie Nederland
- M. Pol, Dwarslaesie Organisatie Nederland, tot september 2024*
- Dr. A.E. Tigchelaar, Dwarslaesie Organisatie Nederland, vanaf september 2024
- Dr. W.J. Kruithof, revalidatiearts, Universitair Medisch Centrum Utrecht
- Dr. I.H. Zaal-Schuller, arts verstandelijk gehandicapten/kaderarts palliatieve zorg
*Overleden
Met ondersteuning van
- Dr. M.L. Molag, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
- Dr. M.M.J. van Rooijen, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
Belangenverklaringen
De Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling is gevolgd. Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.
|
Werkgroeplid |
Functie |
Nevenfuncties |
Gemelde belangen |
Ondernomen actie |
|
Geurts (voorzitter) |
Hoogleraar neurorevalidatie, Radboud UMC, Nijmegen en Sint Maartenskliniek |
|
Geen. |
Geen restricties. |
|
Dommisse |
Revalidatiearts, Vogellanden |
Geen |
Speakerfee bij Ipsen farmaceutica voor:
|
Geen restricties; e-learning en presentaties betreffen de volle breedte van de behandel opties |
|
van Dongen |
Patiëntvertegenwoordiger Hersenletsel.nl |
Deelname andere werkgroepen |
Geen |
Geen restricties. |
|
van Eijk |
Specialist Ouderengeneeskunde, Marnix Medisch B.V |
|
Extern gefinancierd onderzoek over heupfracturen: 1. FITHIP; onderzoek naar valangst bij patienten met heupfractuur 2. GR HIP; onderzoek naar herstel na heupfractuur 3. HIPCARE; onderzoek naar herstel en biomarkers bij heupfractuur |
Geen restricties; De webinars waren gericht op samenwerking specialisten ouderengeneeskunde en revalidatieartsen |
|
Fleuren |
Revalidatiearts, Tolbrug |
Bestuurslid VRA (onbetaald) |
Geen. |
Geen restricties. |
|
van Gorp |
Ziekenhuisapotheker |
Lid werkgroep interacties KNMP |
Geen. |
Geen restricties. |
|
Kwakkel |
Hoogleraar neurorevalidatie, Amsterdam UMC, locatie VUMC |
|
Geen |
Geen restricties. |
|
Kurt |
Neurochirurg, Radboud UMC, Nijmegen |
Geen |
Geen |
Geen restricties. |
|
Meskers |
Revalidatiearts, Amsterdam UMC locatie VUMC |
Geen |
Geen. |
Geen restricties. |
|
Moser |
Anesthesioloog, Radboud UMC, Nijmegen en Care4homecare, Bladel |
Geen |
Geen |
Geen restricties. |
|
Polomski |
Revalidatiearts Spaarne Gasthuis (gepensioneerd vanaf 1 mei 2023). |
Geen |
Lid Adviesraad Merz Benelux, raakt niet aan de modules |
Restrictie ten aanzien van besluitvorming met betrekking tot botulinetoxine |
|
Ruissen-Eversdijk |
Ergotherapeut bij Reade Revalidatie. |
Geen. |
Geen. |
Geen restricties. |
|
Zeegers |
Orthopedisch chirurg, Medisch Spectrum Twente, Enschede (tot 1-6-2025), en UMCG (vanaf 1-6-2025) |
|
Geen. |
Geen restricties. |
|
Zuidam |
Plastisch chirurg, Erasmus MC Rotterdam |
Geen. |
Geen. |
Geen restricties. |
Inbreng patiëntenperspectief
Er werd aandacht besteed aan het patiëntenperspectief door uitnodigen van Hersenletsel.nl en Dwarslaesie Organisatie Nederland (DON) bij de schriftelijke knelpuntenanalyse. DON heeft een enquête bij hun achterban uitgezet, en knelpunten werden meegenomen in het proces. Het verslag van deze enquête is besproken in de werkgroep. De verkregen input is meegenomen bij het opstellen van de uitgangsvragen, de keuze voor de uitkomstmaten en bij het opstellen van de overwegingen. In de werkgroep heeft een vertegenwoordiger van Hersenletsel.nl deelgenomen. De conceptrichtlijn is tevens voor commentaar voorgelegd aan Hersenletsel.nl, DON, MS Nederland en Spierziekten Nederland.
Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz
Bij de richtlijnmodule is conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uitgevoerd om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema op de Richtlijnendatabase). Uit deze kwalitatieve raming bleek dat er geen grote financiële gevolgen te verwachten zijn.
|
Module |
Uitkomst raming |
Toelichting |
|
Elektrostimulatie - Perifere non-invasieve elektrostimulatie - bij MS |
geen financiële gevolgen |
Hoewel uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) breed toepasbaar zijn (>40.000 patiënten), volgt ook uit de toetsing dat het geen nieuwe manier van zorgverlening of andere organisatie van zorgverlening betreft, het geen toename in het aantal in te zetten voltijdsequivalenten aan zorgverleners betreft en het geen wijziging in het opleidingsniveau van zorgpersoneel betreft. Er worden daarom geen substantiële financiële gevolgen verwacht. |
Werkwijze
Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze. Relevante informatie voor de ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule is hieronder weergegeven.