Cerebrale en/of spinale spasticiteit bij volwassenen

Initiatief: VRA Aantal modules: 26

Startpagina - Cerebrale en/of spinale spasticiteit bij volwassenen

Publicatiedatum: 06-01-2026
Beoordeeld op geldigheid: 06-01-2026

Waar gaat deze richtlijn over?

Deze richtlijn richt zich op wat volgens de huidige maatstaven de beste zorg is voor patiënten met cerebrale en/of spinale spasticiteit. In de richtlijn komen de volgende onderwerpen aan de orde:

  • De evaluatie van spasticiteit: op stoornisniveau, maar ook op activiteiten- en participatieniveau
  • Het voorkómen en/of behandelen van spasticiteits-verhogende factoren.
  • Verschillende behandelvormen:
    • Het effect van oefentherapie
    • Het gebruik van lichaamsdeel ondersteunende hulpmiddelen (orthesen) bij patiënten met spasticiteit
    • Het effect van elektrostimulatie
    • Het effect van injecties in de spieren met botulinetoxine en hoe deze het beste gegeven kunnen worden
    • Het effect van zenuwblokkade (fenolisatie)
    • Het effect van orale medicatie
    • Het effect van intrathecaal toegediende baclofen
    • De rol van chirurgische behandelingen bij patiënten met spasticiteit
  • Tijdgebonden factoren gekoppeld aan de duur sinds het letsel en de leeftijd of de levensfase van de patiënt, waarmee rekening moet worden gehouden bij de diagnostiek en behandeling.
  • Inzichten en adviezen specifiek voor patiënten met een erfelijke vorm van spasticiteit (HSP).
  • De organisatie van de zorg rondom patiënten met spasticiteit.

Net als in de eerste versie van deze richtlijn ligt in deze richtlijn het focus op spasticiteit (neurogene hypertonie in respons op spierrekking) als gevolg van cerebrale en/of spinale aandoeningen, evenals op de mogelijke consequenties van deze spasticiteit, zoals verhoogde passieve spierweerstand tegen beweging (niet-neurogene hypertonie) en verlies van spierlengte (contractuur). Daar waar spasticiteit leidt tot hypertonie in rust wordt gesproken over “spastische dystonie”. Deze richtlijn is niet gericht op dystonie op basis van extrapyramidale aandoeningen (b.v. Parkinson, Huntington, primaire dystonie). Wel kunnen na bepaalde vormen van hersenbeschadiging (b.v. een infarct op het grensgebied van subcorticale pyramidebanen en basale kernen) - naast spasticiteit - ook dystone kenmerken optreden, vergelijkbaar met extrapyramidale aandoeningen. Waar relevant zal dit worden benoemd en naar worden verwezen onder de algemene term “dystonie”.

 

Voor wie is deze richtlijn bedoeld?

Deze richtlijn is bestemd voor alle zorgverleners in de tweede en derde lijn die betrokken zijn bij de zorg voor volwassen patiënten met cerebrale en/of spinale spasticiteit. De richtlijn is ook relevant voor oefentherapeuten in de eerste lijn. Tevens raakt deze richtlijn het werkveld van de arts Verstandelijk Gehandicapten en de specialist ouderengeneeskunde.

 

Voor patiënten

Spasticiteit wil zeggen dat er sprake is van een verhoogde spanning in de spieren. Spasticiteit kan erg hinderlijk zijn, zowel in rust als tijdens het bewegen. Daarnaast hebben veel patiënten last van pijn, spierzwakte en/of stijfheid. Spasticiteit kan optreden bij vele verschillende aandoeningen van de hersenen (cerebraal) of van het ruggenmerg (spinaal), zoals onder andere een beroerte of een trauma van het ruggenmerg. Geschat wordt dat 1/3e van de patiënten met een beroerte en het leeuwendeel van de patiënten met lichamelijke beperkingen na ruggenmergletsel uiteindelijk spasticiteit ontwikkelt en mogelijk in aanmerking komt voor behandeling. De behandeling van spasticiteit kent verschillende opties die alleen of in combinatie kunnen worden toegepast. Informatie over orale medicatie, botulinetoxine en baclofen is terug te vinden op apotheek.nl.

 

Hoe is de richtlijn tot stand gekomen?

Het initiatief voor deze richtlijn is afkomstig van Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen (VRA). De richtlijn is opgesteld door een multidisciplinaire werkgroep met vertegenwoordigers vanuit de revalidatiegeneeskunde, neurochirurgie, plastische chirurgie, orthopedische chirurgie, anesthesiologie, ouderengeneeskunde, artsen voor verstandelijk gehandicapten, ziekenhuisfarmacie, fysiotherapie en ergotherapie. Er werd aandacht besteed aan het patiëntenperspectief door inbreng van de patiëntenvereniging Hersenletsel.nl. Daarnaast is de richtlijn ter commentaar opgestuurd naar Hersenletsel.nl, Dwarslaesie Organisatie Nederland en de MS-vereniging.

 

Status van de richtlijn

Deze richtlijn is in 2023-2025 bijna volledig herzien. Verder onderhoud zal plaatsvinden in het cluster Motorische Stoornissen, waarbij jaarlijks de geldigheid van de modules zal worden beoordeeld. De indeling en werkwijze van modulair onderhoud staan uitgelegd op de richtlijnendatabase.

Richtlijnmodule

Datum

1. Startpagina – Cerebrale en/of spinale spasticiteit

Herzien: 2025

2. Evaluatie van spasticiteit

Herzien: 2025

3. Voorkómen van spasticiteit verhogende factoren

2016

4. Oefentherapie

 

4.1. Actieve oefentherapie

2016

4.2. Passief rekken

Nieuw: 2025

5. Orthesen

2016

6. Elektrostimulatie/-acupunctuur

 

6.1. Elektrostimulatie

Herzien: 2025

6.1.1. Perifere non-invasieve elektrostimulatie – bij cerebrale spasticiteit

Herzien: 2025

6.1.2. Perifere non-invasieve elektrostimulatie – bij spinale spasticiteit

Herzien: 2025

6.1.3. Perifere non-invasieve elektrostimulatie – bij MS

Herzien: 2025

6.2. Elektroacupunctuur

2016

7.Behandeling spasticiteit extracorporele shockwave therapie

Nieuw: 2025

8. Botulinetoxine

 

8.1. Botulinetoxine – bij cerebrale spasticiteit

Herzien 2025

8.2. Botulinetoxine – bij spinale spasticiteit

Herzien 2025

8.3. Botulinetoxine – bij MS

Herzien 2025

9. Toediening van botulinetoxine

Herzien 2025

10. Fenolisatie

Herzien 2025

11. Orale spasmolytica

 

11.1. Orale spasmolytica – bij cerebrale spasticiteit

Herzien: 2025

11.2. Orale spasmolytica – bij spinale spasticiteit

Herzien: 2025

11.3. Orale spasmolytica – bij MS

Herzien: 2025

12. Intrathecale baclofen

Herzien 2025

13. Chirurgische behandeling

Herzien: 2025

14. Invloed van tijd op (behandeling van) spasticiteit

Nieuw: 2025

15. Erfelijke spasticiteit

Nieuw: 2025

16. Organisatie van zorg bij cerebrale en/of spinale spasticiteit

Herzien: 2025

Volgende:
Evaluatie van spasticiteit