Borstkanker

Initiatief: Cluster Borstkanker Aantal modules: 150

Preoperatieve diagnostiek

Publicatiedatum: 17-06-2026
Beoordeeld op geldigheid: 17-06-2026

Uitgangsvraag

Wat is de rol van cytologie en histologie bij de diagnostiek van afwijkingen in de borst?

 

De uitgangsvraag omvat de volgende deelvragen:

  1. Wat is de plaats van preoperatieve cytologie bij de diagnose van patiënten met een afwijking in de borst?
  2. Wat is de plaats van preoperatieve histologie bij de diagnose bij  patiënten met een afwijking in de borst?

Aanbeveling

Aanbeveling 1 eindoordeel: Sterke aanbeveling voor

Cytologie kan gebruikt worden om maligniteit uit te sluiten bij een patiënt met een massa in de borst, bijvoorbeeld als eendagsservice op de mammapoli.

 

Aanbeveling 2 eindoordeel: Sterke aanbeveling voor

Gebruik histologie voor:

  • diagnostiek van slecht afgrensbare solide laesies;
  • beoordeling van architectuurverstoringen, radial scars en microcalcificaties;
  • onderscheid tussen in-situ en invasieve maligniteit;
  • bepaling van gradering of aanvullende bepalingen (zoals immuunhistochemie).

Bepaal bij maligniteiten altijd op het naaldbiopt (voorafgaand aan neoadjuvante therapie):

  • histologisch type volgens WHO;
  • gradering volgens gemodificeerde Bloom en Richardson;
  • ER-, PR- en HER2-status;
  • aan- of afwezigheid van angio-invasie;

Beschrijving van de aan- of afwezigheid van een in-situ component naast een invasieve component wordt aanbevolen.

Overwegingen

De aanbevelingen in deze module zijn gebaseerd op consensus binnen de multidisciplinaire werkgroep, aangevuld met beschikbare evidence uit de literatuur en internationale richtlijnen. De beschikbare literatuur over de diagnostische waarde van cytologie en histologie bij verdenking op borstkanker is beknopt samengevat in de literatuursamenvatting.

 

Balans tussen gewenste en ongewenste effecten

Doordat cytologie en histologie elkaar overlappen en deels aanvullen is hun rol in de huidige preoperatieve diagnostiek minder scherp gedefinieerd dan voorheen. Cytologie is een snelle, minder invasieve en kosteneffectieve methode om maligniteit uit te sluiten bij een patiënt met een massa in de borst, bijvoorbeeld binnen een eendagsservice op een mammapoli. Histologie biedt daarentegen meer gedetailleerde diagnostische informatie en is aangewezen voor slecht afgrensbare solide laesies, architectuurverstoringen, radial scars en microcalcificaties. Daarnaast is histologie noodzakelijk als onderscheid tussen in-situ en invasieve maligniteit vereist is, als de laesie gegradeerd moet worden, of als aanvullende bepalingen zoals immuunhistochemie nodig zijn.

Belangrijker dan de keuze tussen cytologie of histologie is het overleg tussen chirurg, radioloog en patholoog. Zij formuleren onafhankelijk een oordeel, waarbij verder beleid in consensus wordt vastgesteld in het preoperatief multidisciplinair overleg.

 

Kwaliteit van bewijs

Er heeft geen systematisch literatuuronderzoek plaatsgevonden om de samenvattingen van de literatuur inclusief GRADE beoordeling een update te geven.

 

Waarden en voorkeuren van patiënten (en eventueel hun naasten/verzorgers)

Er zijn geen specifieke waarden en voorkeuren van de patiënt, noch aanvullende gewenste of ongewenste effecten bij deze diagnostische modaliteiten.

 

Kostenaspecten

Dit is niet van toepassing en kostenaspecten worden in het algemeen niet meegenomen in de keuze tussen cytologisch en histologisch onderzoek. De keuze voor de techniek wordt gemaakt op de inhoud en is patiënt en situatie afhankelijk, waarbij cytologie en histologie niet altijd uitwisselbaar zijn en derhalve de keuze niet op basis van de kosten gemaakt kan worden.

 

Gelijkheid ((health) equity/equitable)

De diagnostiek leidt niet tot een toename of afname van gezondheidsgelijkheid aangezien deze diagnostische handelingen uniform worden toegepast ongeacht patiëntkenmerken zoals leeftijd, geslacht of sociaaleconomische status.

 

Aanvaardbaarheid

Ethische aanvaardbaarheid

De diagnostiek lijkt aanvaardbaar voor de betrokkenen. Er zijn geen ethische bezwaren.

 

Duurzaamheid

Duurzaamheidsaspecten spelen geen rol bij de keuze tussen cytologie en histologie.

 

Haalbaarheid

De diagnostiek lijkt haalbaar. De diagnostiek is over het algemeen al standaardzorg in de praktijk.

 

Rationale van de 1e aanbeveling: weging van argumenten voor en tegen de interventies

Cytologisch onderzoek is een snelle, minimaal invasieve methode om maligniteit uit te sluiten (d.w.z. een benigne laesie aan te tonen) bij patiënten met een massa in de borst.

 

Rationale van de 2e aanbeveling: weging van argumenten voor en tegen de interventies

Histologisch onderzoek heeft de voorkeur bij verdenking maligniteit gezien de mogelijkheid tot het bepalen van biomarkers voorafgaande aan de behandeling en de consequenties voor de behandelkeuze.

Onderbouwing

Bij de diagnostiek van borstkanker spelen preoperatieve cytologie en histologie een cruciale rol in het stellen van een snelle en accurate diagnose. Cytologie biedt een minder invasieve en kosteneffectieve methode, maar heeft beperkingen bij complexe vraagstukken zoals tumortype en gradering. Histologie daarentegen biedt meer gedetailleerde informatie, maar is invasiever en duurder. De optimale balans tussen beide methoden is afhankelijk van de klinische situatie en beschikbare expertise.

Cytologische dunne naald diagnostiek

Cytologische dunne naald diagnostiek, uitgevoerd bij afwijkingen die zich bij beeldvorming presenteren als een massa, kent een hoge sensitiviteit en specificiteit. Deze is vergelijkbaar met die van het histologisch biopt, mits uitgevoerd door ervaren radiologen en cytopathologen. Dit maakt de methode zeer geschikt voor de triage van vrouwen met een massa in de borst, waarbij maligniteit moet worden uitgesloten. Omdat de meerderheid van de vrouwen zich presenteert met een benigne afwijking, kan door middel van cytologische sneldiagnostiek tegen zeer lage kosten daarover snel uitsluitsel gegeven worden. Meestal worden hierbij 1-2 puncties verricht, waarbij met een 18-23G naald meerdere passages door de laesie worden gemaakt. Na validatie kan ook de ER, PR en HER2 gevoeligheid op cytologisch materiaal worden bepaald. Een nadeel van cytologie in vergelijking met histologie is dat cytologie niet geschikt is om alle vraagstellingen (bijvoorbeeld tumorgradering, definitief onderscheid tussen in-situ en invasief carcinoom) te beantwoorden. Daarnaast is de vereiste expertise niet altijd aanwezig. Wanneer er sprake is van maligniteit, dan kan worden bepaald op basis van grootte, klierstatus en tumorkenmerken of de patiënt in aanmerking komt voor neoadjuvante behandeling, of dat een primaire resectie direct geïndiceerd is. In sommige gevallen zijn meerdere biopten nodig voor aanvullende moleculaire analyses, die in toenemende mate in de diagnostiek worden toegepast.

 

Voor diagnostiek van calcificaties en niet massa-vormende laesies wordt cytologie ongeschikt geacht. Toch worden er in verschillende studies forse variatie in sensitiviteit (65-98%) en specificiteit (34-100%) gerapporteerd (Willems, 2012). De resultaten van cytologische diagnostiek worden verder negatief beïnvloed als een vrouw jonger is dan 40 jaar, de tumor kleiner is dan 10 mm, als de procedure wordt uitgevoerd door een onervaren medewerker of als de beoordeling geschiedt door een onervaren patholoog (Boerner, 1999; Kerlikowske, 2003; Liao, 2004). De aanwezigheid van een cytopatholoog ten tijde van de procedure verhoogt de nauwkeurigheid (Helbich, 2004). Uit een studie van Ljung (2001) blijkt dat bij getrainde artsen het percentage inconclusieve puncties slechts 2,4% bedroeg, zonder fout negatieve uitslagen. Bij ongetrainde artsen liep het percentage inconclusieve puncties op tot 50,4% en het percentage fout negatieve uitslagen tot 8,3%. De resultaten hangen dus niet af van de discipline, maar van de expertise met procedure.

 

Afwegingen in cytologie, histologie en biopsieprocedures

Over het algemeen zal een radioloog tijdens de beeldvorming besluiten welke techniek hij gaat gebruiken. Dit zal afhankelijk zijn van de aard en de morfologie van de afwijking. Als de resultaten van klinisch borstonderzoek, beeldvorming en cel- of weefselonderzoek met elkaar overeenkomen, is de accuratesse van de triple-diagnostiek groter dan 99%.


Het is daarbij minder belangrijk op welke wijze het pathologiemateriaal is verkregen en of de laesie palpabel is (Wallis, 2007). Het begrip ‘triple diagnostiek’, dat stond voor palpabele afwijking, beeldvorming en cytologie, is geleidelijk verbreed: chirurg, radioloog en patholoog formuleren op basis van hun bevindingen onafhankelijk een oordeel, waarbij verder beleid in consensus wordt vastgesteld.

 

Bij het nemen van stereotactische biopten kon bij 6 biopten in 95% van de gevallen een diagnose gesteld worden. Het nemen van 9 biopten lijkt optimaal te zijn om een definitieve bioptdiagnose te verkrijgen (in 100% van de gevallen). Het beëindigen van een stereotactische procedure zodra calcificaties aangetroffen worden kan leiden tot vals negatieve resultaten (den Dekker, 2019).

 Bij het biopteren van calcificaties dient de procedure altijd te worden afgerond met specimenröntgenopnamen, ter beoordeling van de representativiteit. Bij grotere biopten moet rekening worden gehouden met meer complicaties, met name hematoomvorming bij het gebruik van antistolling.

Na biopteren van niet-palpabele kleine afwijkingen en calcificaties kan de afwijking verdwenen zijn op een mammogram. Daarom wordt het achterlaten van een marker voor latere lokalisatie aanbevolen (Fahrbach, 2006). Dit wordt ook aanbevolen bij de echogeleide naaldbiopsieën (Wallis, 2007). Bij MRI-geleide naaldbiopsieën moet altijd een marker worden achtergelaten (Schrading, 2010).


De angst voor entmetastasen door dikke naald biopsieën is gezien de studie van Diaz (1999) ongegrond: er werden wel verplaatste tumorcellen waargenomen, gemiddeld bij 32% van 352 biopsieën, maar de incidentie was omgekeerd evenredig met de tijd tussen de biopsie en de excisie. Hieruit kan worden opgemaakt dat de tumorcellen wel kunnen worden verplaatst, maar dat zij niet overleven.

Voor deze uitgangsvraag is geen systematische literatuuranalyse met GRADE uitgevoerd. De module is in 2025 geactualiseerd, omdat de eerdere versie niet meer aansloot bij de huidige dagelijkse praktijk en internationale richtlijnen. De aanbevelingen zijn opgesteld door de expertisegroep, op basis van consensus en praktijkervaring, aangevuld met relevante literatuur die door de clusterleden is ingebracht. Waar mogelijk wordt verwezen naar andere actuele richtlijnen, waarbij de literatuur uit die richtlijnen hier niet opnieuw systematisch is beoordeeld.

  1. 1 - Boerner S, Fornage BD, Singletary E, Sneige N. Ultrasound-guided fine-needle aspiration (FNA) of nonpalpable breast lesions: a review of 1885 FNA cases using the National Cancer Institute-supported recommendations on the uniform approach to breast FNA. Cancer. 1999 Feb 25;87(1):19-24. doi: 10.1002/(sici)1097-0142(19990225)87:1<19::aid-cncr4>3.0.co;2-k. PMID: 10096355.
  2. 2 - den Dekker BM, van Diest PJ, de Waard SN, Verkooijen HM, Pijnappel RM. Stereotactic 9-gauge vacuum-assisted breast biopsy, how many specimens are needed? Eur J Radiol. 2019 Nov;120:108665. doi: 10.1016/j.ejrad.2019.108665. Epub 2019 Sep 14. PMID: 31563108.
  3. 3 - Diaz LK, Wiley EL, Venta LA. Are malignant cells displaced by large-gauge needle core biopsy of the breast? AJR Am J Roentgenol. 1999 Nov;173(5):1303-13. doi: 10.2214/ajr.173.5.10541110. PMID: 10541110.
  4. 4 - Fahrbach K, Sledge I, Cella C, Linz H, Ross SD. A comparison of the accuracy of two minimally invasive breast biopsy methods: a systematic literature review and meta-analysis. Arch Gynecol Obstet. 2006 May;274(2):63-73. doi: 10.1007/s00404-005-0106-y. Epub 2006 Apr 6. PMID: 16598478.
  5. 5 - Helbich TH, Matzek W, Fuchsjäger MH. Stereotactic and ultrasound-guided breast biopsy. Eur Radiol. 2004 Mar;14(3):383-93. doi: 10.1007/s00330-003-2141-z. Epub 2003 Nov 13. PMID: 14615903.
  6. 6 - Jackman RJ, Marzoni FA Jr, Rosenberg J. False-negative diagnoses at stereotactic vacuum-assisted needle breast biopsy: long-term follow-up of 1,280 lesions and review of the literature. AJR Am J Roentgenol. 2009 Feb;192(2):341-51. doi: 10.2214/AJR.08.1127. PMID: 19155393.
  7. 7 - Kerlikowske K, Smith-Bindman R, Ljung BM, Grady D. Evaluation of abnormal mammography results and palpable breast abnormalities. Ann Intern Med. 2003 Aug 19;139(4):274-84. doi: 10.7326/0003-4819-139-4-200308190-00010. PMID: 12965983.
  8. 8 - Liao J, Davey DD, Warren G, Davis J, Moore AR, Samayoa LM. Ultrasound-guided fine-needle aspiration biopsy remains a valid approach in the evaluation of nonpalpable breast lesions. Diagn Cytopathol. 2004 May;30(5):325-31. doi: 10.1002/dc.20068. PMID: 15108230.
  9. 9 - Ljung BM, Drejet A, Chiampi N, Jeffrey J, Goodson WH 3rd, Chew K, Moore DH 2nd, Miller TR. Diagnostic accuracy of fine-needle aspiration biopsy is determined by physician training in sampling technique. Cancer. 2001 Aug 25;93(4):263-8. doi: 10.1002/cncr.9040. PMID: 11507700.
  10. 10 - Margolin FR, Kaufman L, Jacobs RP, Denny SR, Schrumpf JD. Stereotactic core breast biopsy of malignant calcifications: diagnostic yield of cores with and cores without calcifications on specimen radiographs. Radiology. 2004 Oct;233(1):251-4. doi: 10.1148/radiol.2331031680. Epub 2004 Aug 27. PMID: 15333764.
  11. 11 - Schrading S, Simon B, Braun M, Wardelmann E, Schild HH, Kuhl CK. MRI-guided breast biopsy: influence of choice of vacuum biopsy system on the mode of biopsy of MRI-only suspicious breast lesions. AJR Am J Roentgenol. 2010 Jun;194(6):1650-7. doi: 10.2214/AJR.09.2550. PMID: 20489109.
  12. 12 - Wallis M, Tardivon A, Helbich T, Schreer I; European Society of Breast Imaging. Guidelines from the European Society of Breast Imaging for diagnostic interventional breast procedures. Eur Radiol. 2007 Feb;17(2):581-8. doi: 10.1007/s00330-006-0408-x. Erratum in: Eur Radiol. 2007 Feb;17(2):589. Tarvidon, Anne [corrected to Tardivon, Anne]. PMID: 17013595.
  13. 13 - Willems SM, van Deurzen CH, van Diest PJ. Diagnosis of breast lesions: fine-needle aspiration cytology or core needle biopsy? A review. J Clin Pathol. 2012 Apr;65(4):287-92. doi: 10.1136/jclinpath-2011-200410. Epub 2011 Oct 29. PMID: 22039282.

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 17-06-2026

Beoordeeld op geldigheid  : 17-06-2026

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Cluster Borstkanker
Geautoriseerd door:
  • Borstkankervereniging Nederland
  • Nederlandse Internisten Vereniging
  • Nederlandse Vereniging voor Radiotherapie en Oncologie
  • Nederlandse Vereniging voor Heelkunde
  • Nederlandse Vereniging voor Pathologie

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is een multidisciplinair cluster ingesteld. Het cluster Borstkanker bestaat uit meerdere richtlijnen (zie hier de actuele clusterindeling). De stuurgroep bewaakt het proces van modulair onderhoud binnen het cluster. De expertisegroepsleden brengen hun expertise in, indien nodig. De volgende personen uit het cluster zijn betrokken geweest bij de herziening van deze module:

 

Clusterstuurgroepledenhoofdstuk 4 Pathologie

  • C.H. (Carolien) Smorenburg, Internist-Oncoloog, NIV (tot september 2025)
  • B.E.P.J. (Birgit) Vriens, Internist-Oncoloog, NIV
  • A.W.G. (Annette) van der Velden, Internist, NIV (vanaf juli 2025)
  • H.J.G.D. (Desirée) van den Bongard, Radiotherapeut-Oncoloog, NABON/NVRO
  • M.A.M. (Marc) Mureau, Plastisch chirurg, NVPC
  • C. (Cristina) Guerreo Paez, Directeur, BVN
  • C. (Christiaan) van Swol, Klinisch fysicus, NVKF
  • F.H. (Frederieke) van Duijnhoven, Chirurg-Oncoloog, NVvH
  • J.H. (José) Volders, Oncologisch chirurg, NVvH

 Betrokken clusterexpertisegroepleden

  • B. (Bert) van der Vegt, Patholoog, NVVP
  • C.P.H. (Celien) Vreuls, Patholoog, NVVP
  • C.H.M. (Carolien) van Deurzen, Patholoog, NVVP
  • L.F.S. (Loes) Kooreman, Patholoog, NVVP
  • F.H. (Frederiek) van Duijnhoven, Chirurg-Oncoloog, NVvH
  • D.J.P. (Dominique) van Uden, Chirurg, NVvH
  • C. (Carla) Meeuwis, Mammaradioloog, NVvR
  • A.W.G. (Annette) van der Velden, Internist, NIV
  • J.H. (John) Maduro, Radiotherapeut-Oncoloog, NVRO
  • H. (Helma) Dollevoet, Patiëntvertegenwoordiger, BVN

Met ondersteuning van

  • S.N. (Sarah) van Duijn, adviseur, Kennisinstituut van Federatie van Medisch specialisten (2024)
  • J. (Joppe) Tra, senior adviseur, Kennisinstituut van Federatie van Medisch specialisten (2023-2024)
  • M.A. (Margreet) Pols, adjunct directeur, Kennisinstituut van Federatie van Medisch specialisten (2024-2025)
  • L.C. (Lotte) Houtepen, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (vanaf 2025)
  • E. (Eline) de Heus, adviseur, Kennisinstituut van Federatie van Medisch specialisten (vanaf 2025)
  • M. (Michiel Oerbekke, adviseur, Kennisinstituut van Federatie van Medisch specialisten (vanaf 2025)
  • J. (Joline) Rohof, junior adviseur, Kennisinstituut van Federatie van Medisch specialisten (vanaf 2025)

Belangenverklaringen

Een overzicht van de belangen van de clusterleden vindt u in onderstaande tabel. Alle clusterleden hebben schriftelijk verklaard of zij in de laatste drie jaar directe financiële belangen (betrekking bij een commercieel bedrijf, persoonlijke financiële belangen, onderzoeksfinanciering) of indirecte belangen (persoonlijke relaties, reputatiemanagement) hebben gehad. Gedurende de ontwikkeling of herziening van een module worden wijzigingen in belangen aan de voorzitter doorgegeven. De belangenverklaring wordt opnieuw bevestigd tijdens de commentaarfase.

 

Belangrijk om te benoemen dat:

  • Clusterleden werken niet als enige inhoudsdeskundige aan de module;
  • Een clusterlid werkt tenminste samen met een ander clusterlid met een vergelijkbare expertise in alle fasen (zoeken, studieselectie, data-extractie, evidence synthese, Evidence-to-decision, aanbevelingen formuleren) van het ontwikkelproces. Indien nodig worden clusterleden toegevoegd aan het cluster;
  • In alle fasen van het ontwikkelproces is een onafhankelijk methodoloog betrokken;
  • Overwegingen en aanbevelingen worden besproken en vastgesteld tijdens een clustervergadering onder leiding van een onafhankelijk voorzitter.

Wellicht ten overvloede willen wij erop wijzen dat medisch specialistische richtlijnen niet worden vastgesteld door de betreffende richtlijnwerkgroep maar door de besturen/ledenvergadering van de betrokken verenigingen.

 

De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.

 

Clusterstuurgroepleden 

Naam

Hoofdfunctie

Nevenwerkzaamheden

Persoonlijke financiële belangen

Persoonlijke relaties

Extern gefinancierd onderzoek

Intellectuele belangen en reputatie

Overige belangen

Birgit Vriens

Internist-oncoloog Catherinaziekenhuis Eindhoven

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Afgelopen jaren (2021-2022-2023) een sprekersvergoeding van Novartis ontvangen.

Annette van der Velden

 

 Internist-oncoloog

 Kaderarts palliatieve zorg

 nvt

 nvt

 nee

 nee

 nee

Desiree van den Bongard

Radiotherapeut-oncoloog, Amsterdam UMC

Lid NABON bestuur (onbetaald)
Voorzitter Landelijk Platform Radiotherapie Mammacarcinoom (LPRM) bestuur (onbetaald)
Faculty ESTRO teaching course Advanced Treatment Planning (eenmalige vergoeding)
Lid adviesraad Borstkanker Vereniging Nederland (onbetaald)
Lid redactie BVN (onbetaald)
Lid NTVO redactie (vergoeding gaat naar Amsterdam UMC)
Lid Locoregionale werkgroep BOOG
lid van ESTRO preoperative committee for guidelines in preoperative radiotherapy in breast cancer.

Geen

Geen

KWF/ Pink Ribbon - Eenmalige hoge dosis radiotherapie mammacarcinooom (ABLATIVE project, 2013 en 2020) - Projectleider; VARIAN grant voor Adaptive Radiotherapy in Breast Cancer patiënts (BREAST-ART, 2020) - Projectleider.
* KWF/Pink Ribbon - Postoperative Re-irradiaTion with or without HYPErthermia: Toxciety, quality of life with locoreginal recurrent breast cancer (RT-HYPE, 2022) - Projectleider
* ARTILLERY (HORIZON project) co-investigator

Geen

Lid landelijke werkgroep hypofractionering mammacarcinoom

Marc Mureau

Plastisch chirurg, Erasmus MC, Universitair Medisch Centrum Rotterdam

Maatschapslid AZR>SFG, werkzaamheden als plastisch chirurg (betaald)
Vicevoorzitter clinical audit board Dutch Breast Implant Registry, mede beheren landelijke kwaliteitsregistratie borstimplantaten (vacatiegelden)
Lid European Commission Expert Panel Medical Devices, General and Plastic Surgery and Dentistry, beoordelen documenten medical devices in kader CE-marketing (betaald) Zit er niet meer in.

Geen

Geen

Polytech Health & Asethetics GmbH - Long-term results of breast reconstruction with polyurethane covered implants: a multicenter randomized controlled trial - Projectleider (Afgerond)

Geen

Geen

Cristina Guerreo Paez

Directeur Borstkanker Vereniging Nederland

Lid Raad van Toezicht SPL te Leiden (onbetaald)
- raad van toezicht Bureau Clara Wichman onbetaald
- raad van toezicht Systemic Justice onbetaald
- excutive board Europa Donna onbetaald

Geen

Geen

Als patiëntenorganisatie leveren wij vanuit partïëntenperspectief advies aan. Persoonlijk ben ik alleen betrokken bij het Covid consorium waar we onderzoek doen naar Covid en Borstkanker. Trekker is IKNL (geen rol als projectleider).
Verder werken wij met de PAG samen en allerlei vrijwillgers.

Boegbeeldfuncties patiëntenorganisatie

Wij ontvangen van de farmacie gelden voor specifieke projecten op het gebied van informatievoorziening en/of lotgenotencontact. Deze zijn multisponsored en worden altijd opgenomen in het transparantieregister.

Christiaan van Swol

* Klinisch Fysicus, St. Antonius Ziekenhuis (0,9 fte)
* Hoofd Zorgketen Borstkanker, St. Antonius Ziekenhuis (0,1 fte)

Voorzitter Bestuur Stichting Opleiding Klinische Fysica - onbetaald. Zie www.stichtingokf.nl

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Frederieke van Duijnhoven

Chirurg-oncoloog, Nederlands Kanker Instituut / Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis

* European Organization for Research and Treatment of Cancer, secretary of the Breast Cancer Group
* Nederlandse Vereniging voor Chirurgische Oncologie, subgroep Mammachirurgie - werkgroep Wetenschap
* Borstkanker Onderzoeks Groep BOOG - bestuur werkgroep Gemetastaseerde ziekte
* Borstkanker Onderzoeks groep BOOG - bestuur werkgroep Locoregionaal
* NEO ALLTO study Steering committee

Alle nevenwerkzaamheden zijn onbetaald

Geen

Geen

* Innovatiefonds Zorgverzekeraars - Towards omitting breast surgery in patiënts with a complete response to neoadjuvant chemotherapy - biopten past NAC ter evaluatie respons onderzoek inmiddels afgerond- Geen projectleider, co-PI
* KWF - Management of low risk ductal carcinoma in situ (low-risk DCIS): a non-randomized, multicenter, non-inferiority trial between standard therapy approch versus active surveillance - clinical trial ongoing - Geen projectleider, co-PI
* KWF - Clinically node negative breast cancer patiënts undergoing breast conserving therapy: Sentinel lymph node procedure versus follow-up - randomized clinical trial, accural complete January 2022 - Geen projectleider, local PI
* EORTC-quality of life group - Follow-up in Early and Locally Advanced Breast Cancer Patiënts: An EORTC QLG-BCG-ROG Protocol - clinical study in which quality of life data are registered in patiënts treated for breast cancer < 3 years ago - Geen projectleider, local PI

In antwoord op deze vraag moet ik vermelden dat ik als arts ook betrokken ben bij de patiëntenvereniging voor Phyllodes tumoren van de borst, wat 1 van de geformuleerde knelpunten vanuit onze beroepsvereniging is. Medisch-inhoudelijk voel ik daarbij absoluut geen persoonlijk intellectueel belang

Geen

Carolien Smorenburg

* Internist-oncoloog Antoni van Leeuwenhoek (0,9 fte - betaald)
* Opleider oncologie Antoni van Leeuwenhoek

Lid Bestuur gasthuis Antoni van Leeuwenhoek (onbetaald)

Geen

Geen

Geen

Geen

In 2018 een vergoeding van €1307,00 ontvangen van Pfizer ivm congres.

José Volder s

Oncologische chirurg
* tot 31-12-2021 Gelre Ziekenhuis Apeldoorn/Zutphen
* per 10-1-2022 Diakonessehuis Utrecht

* Bestuurslid werkgroep Mammachirurgie NVCO - onbetaald
* Voorzitter subgroep positionering en profilering NVCO werkgroep Mammachirurgie
Nieuwe nevenfuncties
Voorzitter Werkgroep mammachirurgie NVCO
Bestuurslid NABON
Chair Education and Training Committee Breast ESSO
Lid programmacommissie Borstkanker

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Betrokken clusterexpertisegroepleden

Tabel 1 Gemelde (neven)functies en belangen expertisegroep

Naam

Hoofdfunctie

Nevenwerkzaamheden

Persoonlijke financiële belangen

Persoonlijke relaties

Extern gefinancierd onderzoek

Intellectuele belangen en reputatie

Overige belangen

Bert van der Vegt

Patholoog, Universitair Medisch Centrum Groningen

* Patholoog, Academisch Borstcentrum Groningen, Martini Ziekenhuis Groningen (detachering)
* Lid werkgroep Benoemingen, Palga Raad (onbetaald)
* Lid hoofdredactieraad, Nederlands Tijdschrift voor Oncologie (onbetaald)
* Voorzitter werkgroep Biomarkers, expertisegroep mammacarcinoom, NVVPatho (onbetaald)
* Lid werkgroep Pathpanel, NVVPatho (onbetaald)
* Lid Wetenschappelijke commissie, NVVPatho (onbetaald)
* Lid Commissie data en informatisering, NVVPatho (onbetaald)
* Lid werkgroep data minimalisatie, Palga Raad (onbetaald)
* Lid Palga Raad (onbetaald)

DEKRA, extern adviseur

Nee

* GE Healthcare - Digital spatial profiling of metastatic breast cancer - Projectleider
* Owkin - Prediction of Distant Metastasis events in Patiënts with Breast Cancer from H&E - Projectleider
* Gillead - Genomic drivers of metastatic breast cancer: a sub-analysis of the Dutch IMPACT-MBC trial - Geen projectleider
* Philips - Clinical validation of SGS whole slide image scanner - Projectleider

Nee

Nee

Celien Vreuls

patholoog, UMC Utrecht

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Dominique van Uden

chirurg-oncoloog CWZ te Nijmegen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Carla Meeuwis

Mammaradioloog Ziekenhuis Rijnstate

 

NABON werkgroep standaardisatie verslaglegging (onbetaald)
Nabon werkgroep voorlichting (onbetaald)
- NWR mammasectie (DCBI) bestuur secretaris (onbetaald)
- NVVR kwaliteitsvisitatiecommissie (betaald)

- CPME / KNMG werkgroep digital healt (EHDS) - deels betaald
- ONCONEXT stuurgroep gegevensuitwisseling in de oncologische zorg - deels betaald
- NABON commissie standaardisering - onbetaald
- NABON commissie voorlichting - onbetaald
- NVVR mammasectie bestuur (secretaris) - onbetaald
- IHE-NL bestuur gebruikersvoorzitter - onbetaald
- Chipsoft gebruikersvoorzitter - onbetaald
- BVO programmacommissie gegevensuitwisseling
- BOOG - onbetaald

Geen

Geen

1. SENO medical - Echografie gecombineerd met laeserlicht voor de diagnostiek bij verdachte massa's in de borst (Projectleider)
2. GE Healthcare - 30 echografie bij patiënten die doorverwezen zijn met een B1-RA0S O afwijking. Zij kregen aanvullend een 30 echo (Geen projectleider)

1. KWF - DENSE2-studie (Geen projectleider)
2. Radbouw UMC- MINIVAB-studie: echogeleide vacuumexcisie van tumoren < 1.5 cm (Geen projectleider)
3. Rijnstate - DECREAS-studie: spectrale CT bij T3 tumoren en dens klierweefsel (mammadensiteit C en D) (Projectleider)

Geen
Indien een module gereviseerd gaat worden die raakvlakken heeft met mijn onderzoek zal ik geen werkzaamheden verrichten m.b.t. deze module.

Geen

John Maduro

Radiotherapeut oncoloog, Universitaire Medisch Centrum Groningen en Prinses Maxima Centrum voor kinderoncologie

Bestuur BOOG, onbetaald.
Eenmalig advisory board HOLOGIC, betaald
Presentatie protonen op verzoek van IBA, betaald
Cursus Mamma op het wad, faculty, betaald
Redactie raad:Oncologie Up-to-date, onbetaald

Geen

Geen

1. EU - HARMONIC, gevolgen straling bij kinderen (Geen projectleider)
2. Cancer UK - BRAINatomy2, optimizing cognition after brain radiotherapy (Geen projectleider)
3. Canadian Institute of health research - Development of a novel risk prediction model for chronic postsurgical pain after breast cancer surgery (Geen projectleider)
4. KWF- DESCARTES, de escalation of radiotherapy after complete pathological response to neo-adjuvant systemic therapy (Geen projectleider)

Geen

Geen
Congres bezoek mede mogelijk gemaakt door Daiichi Sankyo

Helma Dollevoet

Belangenbehartiger Borstkankervereniging Nederland. Tijdelijke waarneming voor een openstaande FTE. Waarschijnlijk tot oktober 2025.

Eigenaar van creatief bureau paars. Momenteel ook projectmanager voor herziening website Zeldzame bloedziekten patiëntenorganisatie. Zie evt.: https://creatiefbureaupaars.nl/

geen

Nee

Neem momenteel niet deel aan extern gefinancierd onderzoek

Belangenbehartiging voor een specifieke doelgroep: Nederlandse patiënten met borstkanker en hun naasten.

Zover ik weet niet.

Loes Kooreman

Maastricht Universitair Medisch Centrum, patholoog, afdelingshoofd a.i.

Het ziekenhuis ontvangt een vergoeding voor gynaecologisch onderwijs, welke ik geef.

geen

geen

geen

Ik doe onderzoek naar borstkanker en lymfklieren. Op dit moment heb ik geen artikelen waar ik naar kan verwijzen, wel ben ik een artikel aan het afronden naar het verschil tussen cytologie en histologie van de lymfklier met landelijke PALGA data. Mocht dit wel eerder gepubliceerd zijn, dan kunnen we opnieuw in overleg.
Het is natuurlijk juist de kennis van mijn werk en onderzoek, waardoor ik ben uitgenodigd voor deze richtlijn.
Het lijkt me wel zinvol om na de gedane moeite de data op te schrijven om ook internationaal gebruik te kunnen maken van de opgedane kennis.
Het staat natuurlijk goed op een CV als je ook meedenkt over richtlijnen.

geen

Calorien van Deurzen

Patholoog Erasmus MC

geen

geen

geen

*Astrazeneca: HER2-low,projectleider.
*Roche: TNBC projectleider.

geen

geen

Inbreng patiëntenperspectief

Er werd aandacht besteed aan het patiënten perspectief door deelname van Borstkankervereniging Nederland.

 

Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz

Bij de richtlijnmodule voerden de clusterleden conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uit om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema bij Werkwijze).

Module

Uitkomst raming

Toelichting

Module Preoperatieve diagnostiek

Geen financiële gevolgen

Hoewel uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) breed toepasbaar zijn (5.000-40.000 patiënten), volgt ook uit de toetsing dat het overgrote deel (±90%) van de zorgaanbieders en zorgverleners al aan de norm voldoet of het geen nieuwe manier van zorgverlening of andere organisatie van zorgverlening betreft. Er worden daarom geen financiële gevolgen verwacht.

Werkwijze

Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze. Relevante informatie voor de ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule is hieronder weergegeven.

Volgende:
Borstkanker - Behandeling DCIS