Borstkanker - Bepalen pT en tumorgraad
Uitgangsvraag
Hoe en wanneer dient de pT en tumorgraad bij borstkanker te worden bepaald?
Aanbeveling
Bepaal de tumorgrootte volgens de TNM classificatie, 8e editie:
- Meet de maximale diameter van de dominante invasieve tumorhaard;
- Vergelijk macroscopische maat met microscopische bevindingen en gebruik de grootste maat als pT;
- Meet exact in millimeters en let op de grenswaarden van 1, 2 en 5 cm;
- Classificeer pT4 bij ingroei in borstwand (T4a), huid (T4b), beide (T4c) of bij inflammatoir carcinoom (T4d).
Gradeer alle invasieve carcinomen (diagnostische biopten en primaire resecties) volgens de gemodificeerde Bloom en Richardson richtlijnen:
- Beoordeel buisvorming, kernpolymorfie en mitose-activiteit;
- Tel mitosen per 2 mm²;
- Bepaal histologische graad:
- graad I bij score 3–5;
- graad II bij score 6–7;
- graad III bij score 8–9.
Overwegingen
De aanbevelingen zijn gebaseerd op consensus binnen de multidisciplinaire werkgroep, aangevuld met beschikbare evidence uit internationale richtlijnen en classificatiesystemen. Dit is afgestemd op internationale standaarden van de World Health Organization (WHO) en de AJCC, en sluiten aan bij de Nederlandse richtlijnen en PALGA-protocollen van de NVVP.
In de literatuursamenvatting is de beschikbare literatuur over het bepalen van de tumorgrootte (pT) en de tumorgraad samengevat. De pT-classificatie is gebaseerd op de grootste diameter van de invasieve tumorcomponent volgens de 8e editie van de AJCC/TNM-classificatie (AJCC 2017). De tumorgraad wordt bepaald volgens de Elston-Ellis-methode (Nottingham-modificatie van Bloom-Richardson), waarbij tubulaire differentiatie, nucleaire pleomorfie en mitosegetal worden beoordeeld (Elston & Ellis 1991; WHO 2019; Lakhani 2020).
Balans tussen gewenste en ongewenste effecten
Deze module verhoogt de reproduceerbaarheid van het bepalen van de pT en de tumorgraad.
Kwaliteit van bewijs
Er heeft geen systematisch literatuuronderzoek plaatsgevonden om de samenvattingen van de literatuur inclusief GRADE beoordeling een update te geven.
Waarden en voorkeuren van patiënten (en eventueel hun naasten/verzorgers)
Er zijn geen gewenste of ongewenste effecten voor het bepalen van pT en tumorgraad.
Kostenaspecten
Kostenaspecten zijn niet van toepassing, aangezien deze metingen standaard onderdeel uitmaken van de pathologische diagnostiek.
Gelijkheid ((health) equity/equitable)
De diagnostiek leidt niet tot een toename of afname van gezondheidsgelijkheid, aangezien deze diagnostische handelingen uniform worden toegepast ongeacht patiëntkenmerken zoals leeftijd, geslacht of sociaaleconomische status.
Aanvaardbaarheid
Ethische aanvaardbaarheid
De methoden voor het bepalen van pT en tumorgraad zijn aanvaardbaar voor de betrokkenen. Er zijn geen ethische bezwaren.
Duurzaamheid
Duurzaamheidsaspecten spelen geen rol bij de bepaling van pT en tumorgraad.
Haalbaarheid
De bepaling van pT en tumorgraad is haalbaar, want dit is een standaardprocedure binnen de pathologische diagnostiek.
Rationale van de aanbeveling: weging van argumenten voor en tegen de interventies
De bepaling van pT en tumorgraad is cruciaal voor stadiëring, prognose en behandelkeuzes bij borstkanker. De aanbeveling volgt bestaande, breed geaccepteerde richtlijnen en sluit aan bij routinepraktijk zonder ethische of praktische bezwaren.
Onderbouwing
Deze module geeft een korte toelichting op het meten en graderen van borstkanker, gebaseerd op de WHO Breast tumours -5th edition, 2019. Deze module heeft betrekking op de diagnose voor de eventuele behandeling.
Tumordiameter
Tumoren worden gestadiëerd volgens de TNM classificatie, 8e editie (zie laatste modules). De pT is de maximale diameter van de dominante invasieve carcinoomhaard. Deze maat wordt gebruikt voor stadiëring, prognosebepaling en therapie-evaluatie en ook voor de indicatie voor aanvullende therapie.
De pT wordt bepaald door meting van macroscopisch herkenbare tumor bij voorkeur in het verse preparaat en correlatie met de radiologie. De macroscopische maat moet vergeleken worden met de microscopische bevindingen in een centrale doorsnede van de tumor. De grootste maat dient als pT te worden beschouwd. Bij multinodulariteit wordt de maximale diameter van het gebied met de nodi als pT gemeten indien deze conflueren. Indien er sprake is van separate nodi die door preëxistent klierweefsel gescheiden worden geldt de diameter van de grootste haard als pT. Omdat mogelijke omslagpunten voor aanvullende therapie bij 1, 2 en 5 cm liggen, dienen deze maten zo goed mogelijk geobjectiveerd te worden door exacte metingen in mm. Van een pT4 tumor is sprake wanneer er ingroei is in omliggend weefsel. Daarbij is er een onderverdeling in ingroei in de borstwand (T4a), ingroei/ulceratie van de huid (T4b), ingroei in borstwand en huid (T4c) en een inflammatoir carcinoom (T4d). Een deel van de huidveranderingen is niet goed in een mastectomie preparaat te beoordelen en dient dus door de kliniek vermeld te worden. Wanneer bij pathologisch onderzoek er ingroei in de dermis is, maar bovengenoemde huidveranderingen niet aanwezig zijn, wordt de tumor geclassificeerd op basis van de afmeting (pT1, pT2, pT3). Met andere woorden enkel ingroei in de dermis is onvoldoende voor een pT4. Een Morbus Paget wordt op zichzelf ook niet als een pT4 beschouwd. Bij het bepalen van ingroei in de thoraxwand dient men zich te realiseren dat de m. pectoralis major daarbij niet wordt meegerekend. Wanneer ingroei in spierweefsel van alleen de m. pectoralis major wordt gezien, wordt de pT classificatie bepaald door de afmeting.
Satelliet
In de literatuur wordt een satelliet(laesie) gedefinieerd als een tumorhaard binnen hetzelfde kwadrant of in nabijheid van de dominante tumorhaard, op een afstand van maximaal 5 mm. Deze afstand is geaccepteerd als een pragmatische benadering (Ellis, 2023). Voor een satelliet is geen maximale diameter gedefinieerd. De afstand tot de dominante tumorhaard differentieert tussen een satelliet danwel een tweede tumor. Volgens de TNM-classificatie (AJCC/UICC) worden satellieten niet apart geteld voor het T-stadium indien ze in hetzelfde kwadrant gelegen zijn.
Micro-invasie
In geval van DCIS is invasie niet met zekerheid uit te sluiten; DCIS zonder invasie is een diagnose per exclusionem. De WHO- en TNM-classificaties hanteren een grens van 0,1 cm om micro-invasief carcinoom van macro-invasief te onderscheiden (pT1mi). In veel gevallen van DCIS zijn de begrenzingen van ducten onscherp door reactieve fibrose en lymfocytaire infiltraten. Daarom wordt aanbevolen invasie uitsluitend te diagnosticeren indien aan de volgende criteria wordt voldaan:
- Een haard met de gebruikelijke morfologie van invasief carcinoom;
- De haard ligt buiten de losmazige periductale/lobulaire stromamanchet.
Gradering
Naast de pT wordt ook de tumorgraad gehanteerd voor de indicatiestelling voor adjuvante systemische therapie bij pN0. Alle invasieve carcinomen kunnen met behulp van de gemodificeerde Bloom en Richardson richtlijnen gegradeerd worden (Rakha, 2008). Dit geldt dus ook voor infiltrerend lobulair carcinoom en speciale typen als tubulair, mucineus en neuroendocrien carcinoom. De methode bestaat uit drie onderdelen van de tumormorfologie: de mate van buisvorming, de kernpolymorfie en de delingsactiviteit gedefinieerd als het aantal mitoses per 2 mm2. Daarbij verschilt het aantal te tellen gezichtsvelden, dit hangt af van de gezichtsveldgrootte van de microscoop danwel digitale beeld. Voor elk van deze onderdelen wordt een score van 1, 2 of 3 toegekend. De histologische graad wordt bepaald door de som van deze scores.
Gradering vereist paraffinecoupes van goed gefixeerd weefsel.
|
Mate van buisvorming: |
1 = > 75% |
|
|
2 = 10-75% |
|
|
3 = < 10% |
|
Kernpolymorfie: |
1 = weinig anders dan normaal epitheel |
|
|
2 = vergroot, vesiculair, kleine nucleoli |
|
|
3 = polymorf, vesiculair, grote nucleoli |
|
Delingsactiviteit: |
1 = 0 t/m 7 mitoses per 2 mm2 |
|
|
2 = 8 t/m 14 mitoses per 2 mm2 |
|
|
3 = 15 of meer mitoses per 2 mm2 |
De histologische graad is I bij de scores 3-5, II bij 6-7, en III bij 8-9.
Voor betrouwbare gradering van carcinomen is tumorexcisie nodig. Echter, omdat in toenemende mate neoadjuvante chemotherapie wordt toegepast en de indicatie voor postoperatieve adjuvante systemische therapie deels afhankelijk is van de tumorgraad, worden tumoren routinematig gegradeerd op biopten, eveneens volgens de gemodificeerde Bloom en Richardson gradering. Dit kent beperkingen gezien de tumorheterogeniteit, het betreft met name de kans op onderschatting van de mitose-index. Wel is een hoge mate van concordantie mogelijk voor de evident hooggradige en laaggradige laesies (Harris, 2003; Park, 2008). Graderen in biopten neigt tot onderschatting, maar de klinische consequenties daarvan zijn beperkt (Knuttel, 2016).
MAI
De afkappunten van de MAI zijn omgerekend hetzelfde als die van de Bloom en Richardson gradering. De mitosenindex is de belangrijkste factor in de histologische graad.
Voor deze uitgangsvraag is geen systematische literatuuranalyse met GRADE uitgevoerd. De module is in 2025 geactualiseerd, omdat de eerdere versie niet meer aansloot bij de huidige dagelijkse praktijk en internationale richtlijnen. De aanbevelingen zijn opgesteld door de expertisegroep, op basis van consensus en praktijkervaring, aangevuld met relevante literatuur die door de clusterleden is ingebracht. Waar mogelijk wordt verwezen naar andere actuele richtlijnen, waarbij de literatuur uit die richtlijnen hier niet opnieuw systematisch is beoordeeld.
- 1 - Ellis IO, Rakha EA, Tse GM, Tan PH. An international unified approach to reporting and grading invasive breast cancer. An overview of the International Collaboration on Cancer Reporting (ICCR) initiative. Histopathology. 2023 Jan;82(1):189-197. doi: 10.1111/his.14802. PMID: 36482273; PMCID: PMC10107639.
- 2 - Harris GC, Denley HE, Pinder SE, Lee AH, Ellis IO, Elston CW, Evans A. Correlation of histologic prognostic factors in core biopsies and therapeutic excisions of invasive breast carcinoma. Am J Surg Pathol. 2003 Jan;27(1):11-5. doi: 10.1097/00000478-200301000-00002. PMID: 12502923.
- 3 - Knuttel FM, Menezes GL, van Diest PJ, Witkamp AJ, van den Bosch MA, Verkooijen HM. Meta-analysis of the concordance of histological grade of breast cancer between core needle biopsy and surgical excision specimen. Br J Surg. 2016 May;103(6):644-655. doi: 10.1002/bjs.10128. Epub 2016 Mar 15. PMID: 26990850.
- 4 - Park BK, Lee HM, Kim CK, Choi HY, Park JW. Lesion localization in patiënts with a previous negative transrectal ultrasound biopsy and persistently elevated prostate specific antigen level using diffusion-weighted imaging at three Tesla before rebiopsy. Invest Radiol. 2008 Nov;43(11):789-93. doi: 10.1097/RLI.0b013e318183725e. PMID: 18923258.
- 5 - Rakha EA, El-Sayed ME, Lee AH, Elston CW, Grainge MJ, Hodi Z, Blamey RW, Ellis IO. Prognostic significance of Nottingham histologic grade in invasive breast carcinoma. J Clin Oncol. 2008 Jul 1;26(19):3153-8. doi: 10.1200/JCO.2007.15.5986. Epub 2008 May 19. PMID: 18490649.
Beoordelingsdatum en geldigheid
Publicatiedatum : 17-06-2026
Beoordeeld op geldigheid : 17-06-2026
Samenstelling werkgroep
Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is een multidisciplinair cluster ingesteld. Het cluster Borstkanker bestaat uit meerdere richtlijnen (zie hier de actuele clusterindeling). De stuurgroep bewaakt het proces van modulair onderhoud binnen het cluster. De expertisegroepsleden brengen hun expertise in, indien nodig. De volgende personen uit het cluster zijn betrokken geweest bij de herziening van deze module:
Clusterstuurgroepledenhoofdstuk 4 Pathologie
- C.H. (Carolien) Smorenburg, Internist-Oncoloog, NIV (tot september 2025)
- B.E.P.J. (Birgit) Vriens, Internist-Oncoloog, NIV
- A.W.G. (Annette) van der Velden, Internist, NIV (vanaf juli 2025)
- H.J.G.D. (Desirée) van den Bongard, Radiotherapeut-Oncoloog, NABON/NVRO
- M.A.M. (Marc) Mureau, Plastisch chirurg, NVPC
- C. (Cristina) Guerreo Paez, Directeur, BVN
- C. (Christiaan) van Swol, Klinisch fysicus, NVKF
- F.H. (Frederieke) van Duijnhoven, Chirurg-Oncoloog, NVvH
- J.H. (José) Volders, Oncologisch chirurg, NVvH
Betrokken clusterexpertisegroepleden
- B. (Bert) van der Vegt, Patholoog, NVVP
- C.P.H. (Celien) Vreuls, Patholoog, NVVP
- C.H.M. (Carolien) van Deurzen, Patholoog, NVVP
- L.F.S. (Loes) Kooreman, Patholoog, NVVP
- F.H. (Frederiek) van Duijnhoven, Chirurg-Oncoloog, NVvH
- D.J.P. (Dominique) van Uden, Chirurg, NVvH
- C. (Carla) Meeuwis, Mammaradioloog, NVvR
- A.W.G. (Annette) van der Velden, Internist, NIV
- J.H. (John) Maduro, Radiotherapeut-Oncoloog, NVRO
- H. (Helma) Dollevoet, Patiëntvertegenwoordiger, BVN
Met ondersteuning van
- S.N. (Sarah) van Duijn, adviseur, Kennisinstituut van Federatie van Medisch specialisten (2024)
- J. (Joppe) Tra, senior adviseur, Kennisinstituut van Federatie van Medisch specialisten (2023-2024)
- M.A. (Margreet) Pols, adjunct directeur, Kennisinstituut van Federatie van Medisch specialisten (2024-2025)
- L.C. (Lotte) Houtepen, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (vanaf 2025)
- E. (Eline) de Heus, adviseur, Kennisinstituut van Federatie van Medisch specialisten (vanaf 2025)
- M. (Michiel Oerbekke, adviseur, Kennisinstituut van Federatie van Medisch specialisten (vanaf 2025)
- J. (Joline) Rohof, junior adviseur, Kennisinstituut van Federatie van Medisch specialisten (vanaf 2025)
Belangenverklaringen
Een overzicht van de belangen van de clusterleden vindt u in onderstaande tabel. Alle clusterleden hebben schriftelijk verklaard of zij in de laatste drie jaar directe financiële belangen (betrekking bij een commercieel bedrijf, persoonlijke financiële belangen, onderzoeksfinanciering) of indirecte belangen (persoonlijke relaties, reputatiemanagement) hebben gehad. Gedurende de ontwikkeling of herziening van een module worden wijzigingen in belangen aan de voorzitter doorgegeven. De belangenverklaring wordt opnieuw bevestigd tijdens de commentaarfase.
Belangrijk om te benoemen dat:
- Clusterleden werken niet als enige inhoudsdeskundige aan de module;
- Een clusterlid werkt tenminste samen met een ander clusterlid met een vergelijkbare expertise in alle fasen (zoeken, studieselectie, data-extractie, evidence synthese, Evidence-to-decision, aanbevelingen formuleren) van het ontwikkelproces. Indien nodig worden clusterleden toegevoegd aan het cluster;
- In alle fasen van het ontwikkelproces is een onafhankelijk methodoloog betrokken;
- Overwegingen en aanbevelingen worden besproken en vastgesteld tijdens een clustervergadering onder leiding van een onafhankelijk voorzitter.
Wellicht ten overvloede willen wij erop wijzen dat medisch specialistische richtlijnen niet worden vastgesteld door de betreffende richtlijnwerkgroep maar door de besturen/ledenvergadering van de betrokken verenigingen.
De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.
Clusterstuurgroepleden
|
Hoofdfunctie |
Nevenwerkzaamheden |
Persoonlijke financiële belangen |
Persoonlijke relaties |
Extern gefinancierd onderzoek |
Intellectuele belangen en reputatie |
Overige belangen |
|
|
Birgit Vriens |
Internist-oncoloog Catherinaziekenhuis Eindhoven |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Afgelopen jaren (2021-2022-2023) een sprekersvergoeding van Novartis ontvangen. |
|
Annette van der Velden
|
Internist-oncoloog |
Kaderarts palliatieve zorg |
nvt |
nvt |
nee |
nee |
nee |
|
Desiree van den Bongard |
Radiotherapeut-oncoloog, Amsterdam UMC |
Lid NABON bestuur (onbetaald) |
Geen |
Geen |
KWF/ Pink Ribbon - Eenmalige hoge dosis radiotherapie mammacarcinooom (ABLATIVE project, 2013 en 2020) - Projectleider; VARIAN grant voor Adaptive Radiotherapy in Breast Cancer patiënts (BREAST-ART, 2020) - Projectleider. |
Geen |
Lid landelijke werkgroep hypofractionering mammacarcinoom |
|
Marc Mureau |
Plastisch chirurg, Erasmus MC, Universitair Medisch Centrum Rotterdam |
Maatschapslid AZR>SFG, werkzaamheden als plastisch chirurg (betaald) |
Geen |
Geen |
Polytech Health & Asethetics GmbH - Long-term results of breast reconstruction with polyurethane covered implants: a multicenter randomized controlled trial - Projectleider (Afgerond) |
Geen |
Geen |
|
Cristina Guerreo Paez |
Directeur Borstkanker Vereniging Nederland |
Lid Raad van Toezicht SPL te Leiden (onbetaald) |
Geen |
Geen |
Als patiëntenorganisatie leveren wij vanuit partïëntenperspectief advies aan. Persoonlijk ben ik alleen betrokken bij het Covid consorium waar we onderzoek doen naar Covid en Borstkanker. Trekker is IKNL (geen rol als projectleider). |
Boegbeeldfuncties patiëntenorganisatie |
Wij ontvangen van de farmacie gelden voor specifieke projecten op het gebied van informatievoorziening en/of lotgenotencontact. Deze zijn multisponsored en worden altijd opgenomen in het transparantieregister. |
|
Christiaan van Swol |
* Klinisch Fysicus, St. Antonius Ziekenhuis (0,9 fte) |
Voorzitter Bestuur Stichting Opleiding Klinische Fysica - onbetaald. Zie www.stichtingokf.nl |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
|
Frederieke van Duijnhoven |
Chirurg-oncoloog, Nederlands Kanker Instituut / Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis |
* European Organization for Research and Treatment of Cancer, secretary of the Breast Cancer Group |
Geen |
Geen |
* Innovatiefonds Zorgverzekeraars - Towards omitting breast surgery in patiënts with a complete response to neoadjuvant chemotherapy - biopten past NAC ter evaluatie respons onderzoek inmiddels afgerond- Geen projectleider, co-PI |
In antwoord op deze vraag moet ik vermelden dat ik als arts ook betrokken ben bij de patiëntenvereniging voor Phyllodes tumoren van de borst, wat 1 van de geformuleerde knelpunten vanuit onze beroepsvereniging is. Medisch-inhoudelijk voel ik daarbij absoluut geen persoonlijk intellectueel belang |
Geen |
|
Carolien Smorenburg |
* Internist-oncoloog Antoni van Leeuwenhoek (0,9 fte - betaald) |
Lid Bestuur gasthuis Antoni van Leeuwenhoek (onbetaald) |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
In 2018 een vergoeding van €1307,00 ontvangen van Pfizer ivm congres. |
|
José Volder s |
Oncologische chirurg |
* Bestuurslid werkgroep Mammachirurgie NVCO - onbetaald |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Betrokken clusterexpertisegroepleden
Tabel 1 Gemelde (neven)functies en belangen expertisegroep
|
Naam |
Hoofdfunctie |
Nevenwerkzaamheden |
Persoonlijke financiële belangen |
Persoonlijke relaties |
Extern gefinancierd onderzoek |
Intellectuele belangen en reputatie |
Overige belangen |
|
Bert van der Vegt |
Patholoog, Universitair Medisch Centrum Groningen |
* Patholoog, Academisch Borstcentrum Groningen, Martini Ziekenhuis Groningen (detachering) |
DEKRA, extern adviseur |
Nee |
* GE Healthcare - Digital spatial profiling of metastatic breast cancer - Projectleider |
Nee |
Nee |
|
Celien Vreuls |
patholoog, UMC Utrecht |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
|
Dominique van Uden |
chirurg-oncoloog CWZ te Nijmegen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
|
Carla Meeuwis |
Mammaradioloog Ziekenhuis Rijnstate
|
NABON werkgroep standaardisatie verslaglegging (onbetaald) |
Geen |
Geen |
1. SENO medical - Echografie gecombineerd met laeserlicht voor de diagnostiek bij verdachte massa's in de borst (Projectleider) |
Geen |
Geen |
|
John Maduro |
Radiotherapeut oncoloog, Universitaire Medisch Centrum Groningen en Prinses Maxima Centrum voor kinderoncologie |
Bestuur BOOG, onbetaald. |
Geen |
Geen |
1. EU - HARMONIC, gevolgen straling bij kinderen (Geen projectleider) |
Geen |
Geen |
|
Helma Dollevoet |
Belangenbehartiger Borstkankervereniging Nederland. Tijdelijke waarneming voor een openstaande FTE. Waarschijnlijk tot oktober 2025. |
Eigenaar van creatief bureau paars. Momenteel ook projectmanager voor herziening website Zeldzame bloedziekten patiëntenorganisatie. Zie evt.: https://creatiefbureaupaars.nl/ |
geen |
Nee |
Neem momenteel niet deel aan extern gefinancierd onderzoek |
Belangenbehartiging voor een specifieke doelgroep: Nederlandse patiënten met borstkanker en hun naasten. |
Zover ik weet niet. |
|
Loes Kooreman |
Maastricht Universitair Medisch Centrum, patholoog, afdelingshoofd a.i. |
Het ziekenhuis ontvangt een vergoeding voor gynaecologisch onderwijs, welke ik geef. |
geen |
geen |
geen |
Ik doe onderzoek naar borstkanker en lymfklieren. Op dit moment heb ik geen artikelen waar ik naar kan verwijzen, wel ben ik een artikel aan het afronden naar het verschil tussen cytologie en histologie van de lymfklier met landelijke PALGA data. Mocht dit wel eerder gepubliceerd zijn, dan kunnen we opnieuw in overleg. |
geen |
|
Calorien van Deurzen |
Patholoog Erasmus MC |
geen |
geen |
geen |
*Astrazeneca: HER2-low,projectleider. |
geen |
geen |
Inbreng patiëntenperspectief
Er werd aandacht besteed aan het patiënten perspectief door deelname van Borstkankervereniging Nederland.
Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz
Bij de richtlijnmodule voerden de clusterleden conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uit om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema bij Werkwijze).
|
Module |
Uitkomst raming |
Toelichting |
|
Bepalen pT en tumorgraad |
Geen financiële gevolgen |
Hoewel uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) breed toepasbaar zijn (>40.000 patiënten), volgt ook uit de toetsing dat het overgrote deel (±90%) van de zorgaanbieders en zorgverleners al aan de norm voldoet of het geen nieuwe manier van zorgverlening of andere organisatie van zorgverlening betreft. Er worden daarom geen financiële gevolgen verwacht. |
Werkwijze
Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze. Relevante informatie voor de ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule is hieronder weergegeven.