Borstkanker - Beoordeling na neoadjuvante therapie
Uitgangsvraag
Wat is de aanbevolen methode om de pathologische respons na neoadjuvante therapie bij borstkanker vast te leggen?
Aanbeveling
Eindoordeel: Sterke aanbeveling voor
Gebruik RCB om de hoeveelheid resttumor na neoadjuvante behandeling vast te leggen, naast het gebruik van de ypTNM, in de Palga Protocol Module.
NB. De RCB is alleen gevalideerd voor neoadjuvante chemotherapie. Aanbeveling is deze ook te gebruiken voor andere vormen van neoadjuvante systemische therapie (zoals endocriene therapie) met toevoeging van een disclaimer in de conclusie van het pathologieverslag (dit is reeds ingebouwd in de Palga Protocol Module).
Microscopie:
Verplichte items pathologie verslag resectiepreparaat na neoadjuvante therapie:
- Maximale tumordiameter (indien aanwezig) volgens ypTNM en RCB;
- Histologisch subtype;
- Histologische gradering (indien mogelijk);
- Angio-invasie;
- Afstand tumor tot dichtstbijzijnde resectievlak (indien van toepassing);
- Aantal lymfklieren, aantal lymfklieren met metastase volgens ypTNM en RCB;
- RCB*.
* NB. Indien er een tumorpositieve lymfklier verwijderd is voorafgaand aan de neoadjuvante therapie, is de RCB niet betrouwbaar.
Aanbevolen items pathologie verslag resectiepreparaat na neoadjuvante therapie (Bossuyt, 2024; International Collaboration on Cancer Reporting, 2024):
- Als geen rest carcinoom aanwezig is, is de vraag of er in het juiste gebied is gesampled. Het is dan aanbevolen om dit vast te leggen, bv. aan- of afwezigheid microscopisch fibrotisch reactief gebied t.g.v. neoadjuvante behandeling en/of reactie op marker in de mamma.
- Vastleggen of er tekenen zijn van therapierespons in de lymfklieren.
Herhaling van ER, PR en HER2 status na neoadjuvante therapie wordt niet routinematig aanbevolen. Dit kan echter wel worden overwogen bij veel resttumor of bij een morfologie die anders is dan in het biopt voorafgaand aan de neoadjuvante behandeling.
Verplichte items die bepaald dienen te worden op het naaldbiopt genomen voorafgaande aan de neoadjuvante therapie:
- Histologische type volgens WHO;
- Gradering volgens gemodificeerde Bloom en Richardson;
- ER, PR en HER2 status.
Aanbevolen items die bepaald kunnen worden op het naaldbiopt genomen voorafgaande aan de neoadjuvante chemotherapie:
- Aan- of afwezigheid van in angio-invasie;
- Aan- of afwezigheid van in situ component en receptorstatus van DCIS indien gewenst vanuit MDO.
Verslaglegging van zowel biopten als resectiepreparaten dient bij voorkeur via de Palga Protocol Module te gebeuren.
Overwegingen
De aanbevelingen zijn gebaseerd op consensus binnen de multidisciplinaire werkgroep, aangevuld met beschikbare evidence uit internationale richtlijnen en validatiestudies, waaronder EUSOMA 2022 en de Royal College of Pathologists-richtlijn, en bij Nederlandse standaarden voor pathologierapportage (NVVP, 2021). In de literatuursamenvatting is de beschikbare literatuur over de pathologische beoordeling van borst- en lymfeklierweefsel na neoadjuvante systemische therapie samengevat.
Balans tussen gewenste en ongewenste effecten
Het gebruik van de Residual Cancer Burden (RCB) biedt een goed gevalideerde, internationaal erkende methode voor het kwantificeren van resttumor na neoadjuvante chemotherapie, met potentieel betere voorspellende waarde voor prognose dan bestaande systemen. Dit bevordert uniforme verslaglegging en internationale vergelijkbaarheid. Het gebruik van de RCB wordt ook aanbevolen door de ICCR (Bossuyt, 2024; International Collaboration on Cancer Reporting, 2024).
Het implementeren van RCB kan extra training en tijdsinvestering vragen van de pathologen. Desondanks wegen de verwachte voordelen voor de klinische besluitvorming zwaarder dan de nadelen.
Kwaliteit van bewijs
Er heeft geen systematisch literatuuronderzoek plaatsgevonden om de samenvattingen van de literatuur inclusief GRADE beoordeling een update te geven.
Waarden en voorkeuren van patiënten (en eventueel hun naasten/verzorgers)
Er zijn geen specifieke waarden en voorkeuren van de patiënt, noch aanvullende gewenste of ongewenste effecten bij het gebruik van RCB.
Kostenaspecten
De RCB is een robuustere manier om de hoeveelheid resttumor vast te leggen t.o.v. de eerder gebruikte EUSOMA-systematiek. Kosten zullen waarschijnlijk ongewijzigd blijven, maar er zijn geen kosten-effectiviteitsstudies gedaan.
Gelijkheid ((health) equity/equitable)
De diagnostiek volgens RCB leidt tot toename van gezondheidsgelijkheid omdat deze beter aansluit bij internationale richtlijnen. Daardoor kunnen we in Nederland beter innoveren, hetgeen leidt tot een betere zorg.
Aanvaardbaarheid
Ethische aanvaardbaarheid
De diagnostiek lijkt aanvaardbaar voor de betrokkenen. Er zijn geen ethische bezwaren.
Duurzaamheid
Duurzaamheidsaspecten spelen geen rol bij het gebruik van RCB.
Haalbaarheid
De diagnostiek lijkt haalbaar. Het gebruik van RCB is over het algemeen al standaardzorg in de praktijk en reeds onderdeel van de Palga Protocol Module. Er is al uitgebreid geïnventariseerd naar draagvlak onder oncologen en pathologen (voorafgaand aan introductie van RCB in Nederland). Ook zijn er verschillende nascholingsmomenten geweest voor pathologen om de RCB te gebruiken.
Rationale van de aanbeveling: weging van argumenten voor en tegen de interventies
Het gebruik van de RCB om de hoeveelheid resttumor na neoadjuvante behandeling vast te leggen, naast de ypTNM, in de PALGA Protocol Module is gekozen vanwege de internationale validatie, goede prognostische waarde en aansluiting bij internationale standaard.
Onderbouwing
Response evaluatie na neoadjuvante therapie is belangrijk voor de optimalisatie van de juiste adjuvante behandeling. De Residual Cancer Burden (RCB) is een internationaal veel gebruikt, goed gevalideerd systeem om de hoeveelheid resttumor na neoadjuvante chemotherapie vast te leggen. Het is daarom wenselijk dat het gebruik van de RCB standaard wordt, en dus in alle ziekenhuizen gebruikt gaat worden.
Een internationale werkgroep van de Breast International Group en North American Breast Cancer Group (BIG-NABCG) heeft aanbevelingen gedaan om de pathologische evaluatie en verslaglegging van mamma resectiepreparaten na neoadjuvante therapie te standaardiseren (Provenzano, 2015). De International Collaboration on Cancer Reporting (ICCR) geeft ook gedetailleerde aanbevelingen over de beoordeling en verslaglegging van mammapreparaten na neoadjuvante behandeling (Bossuyt, 2024; International Collaboration on Cancer Reporting, 2024).
Macroscopie:
Beoordeling van preparaten na neoadjuvante therapie dient onder andere om de mate van respons en hoeveelheid resttumor vast te stellen. Adequate markering ter oriëntatie van het preparaat en met betrekking tot de plaats waar de tumor zit/zat is essentieel. Kleine lumpectomie preparaten kunnen geheel worden ingesloten voor microscopisch onderzoek. Van grotere lumpectomie preparaten en mastectomie preparaten worden coupes genomen op geleide van de macroscopie, eventueel aangevuld met specimen lamellogram.
Meet macroscopisch de grootste tumordiameter in minimaal twee, echter bij voorkeur in drie dimensies.
- Sluit de grootste tumordoorsnede in voor microscopie.
- Bij een macroscopisch grote, evidente tumorrest is het uitnemen van vijf coupes van de macroscopische resttumor voldoende (MD Anderson Cancer Center, n.d.).
- Als er geen duidelijke macroscopische tumorrest zichtbaar is, dient ruim gesampled te worden op geleide van macroscopie/lamellogram, tot maximaal 25 coupes. Het is hierbij met name belangrijk om systematisch te samplen op geleide van beeldvorming en marker (Provenzano, 2015; Bossuyt, 2024). Als microscopisch geen resttumor aanwezig is, en er twijfel is over het vinden van het gebied waar het carcinoom voorafgaand aan de behandeling gelegen was (bijv. ontbreken van fibrotisch reactief gebied t.g.v. neoadjuvante behandeling en/of reactie op marker): dan herbeoordeling macroscopie.
- Het is behulpzaam om de plaats van de uitgenomen coupes vast te leggen (op bijv. foto’s).
Voor het bepalen van de hoeveelheid resttumor wordt, naast de ypTNM, het scoringssysteem volgens de RCB gehanteerd (MD Anderson Cancer Center, n.d.).
Een pathologisch complete respons (pCR) is gedefinieerd als geen rest invasieve tumor (eventueel DCIS mag wel) in mamma en lymfklieren. Voor het vaststellen van een pCR is ruime sampling van het tumorbed nodig zoals hierboven beschreven.
De ypT omvat de grootste tumordiameter (in 1 dimensie), gedefinieerd als de grootste continue focus van resttumor. De ypN is gebaseerd op het aantal tumorpositieve lymfklieren. De aanwezigheid van geïsoleerde tumorcellen wordt geclassificeerd als ypN0(i+), maar wordt niet beschouwd als pCR.
De RCB-score is gebaseerd op de volgende variabelen:
- Maximale tumordiameter (in twee dimensies)
- Cellulariteit (van invasieve en/of in situ component)
- Aantal positieve lymfklieren (inclusief lymfklieren met geïsoleerde tumorcellen) *
- Diameter grootste lymfkliermetastase
*NB. Als er een tumorpositieve lymfklier verwijderd is voorafgaand aan de neoadjuvante therapie, is de RCB niet betrouwbaar.
De RCB bestaat uit een continue variabele, resulterend in vier categorieën:
- RCB 0 (pCR)
- RCB 1 (weinig resttumor)
- RCB 2 (matige hoeveelheid tumor)
- RCB 3 (veel resttumor)
Bepaling van overige pathologische parameters (snijvlakken etc.) geschiedt zoals beschreven in de andere pathologiemodules (NABON / NIV, 2012d).
Voor deze uitgangsvraag is geen systematische literatuuranalyse met GRADE uitgevoerd. De module is in 2025 geactualiseerd, omdat de eerdere versie niet meer aansloot bij de huidige dagelijkse praktijk en internationale richtlijnen. De aanbevelingen zijn opgesteld door de expertisegroep, op basis van consensus en praktijkervaring, aangevuld met relevante literatuur die door de clusterleden is ingebracht. Waar mogelijk wordt verwezen naar andere actuele richtlijnen, waarbij de literatuur uit die richtlijnen hier niet opnieuw systematisch is beoordeeld.
- 1 - Bossuyt V, Provenzano E, Symmans WF, Webster F, Allison KH, Dang C, Gobbi H, Kulka J, Lakhani SR, Moriya T, Quinn CM, Sapino A, Schnitt S, Sibbering DM, Slodkowska E, Yang W, Tan PH, Ellis I. A dedicated structured data set for reporting of invasive carcinoma of the breast in the setting of neoadjuvant therapy: recommendations from the International Collaboration on Cancer Reporting (ICCR). Histopathology. 2024 Jun;84(7):1111-1129. doi: 10.1111/his.15165. Epub 2024 Mar 5. PMID: 38443320.
- 2 - International Collaboration on Cancer Reporting (ICCR). Invasive carcinoma of the breast in the setting of neoadjuvant therapy [Internet]. Sydney (AU): ICCR; 2024 [cited 2025 Jul 8]. Available from: https://www.iccr-cancer.org/datasets/published-datasets/breast/breast-neoadjuvant-therapy/
- 3 - MD Anderson Cancer Center. Residual Cancer Burden Calculator [Internet]. Houston (TX): MD Anderson Cancer Center; [cited 2025 Jul 3]. Available from: https://www3.mdanderson.org/app/medcalc/index.cfm?pagename=jsconvert3
- 4 - NABON / NIV, 2012d. Richtlijn Borstkanker. Module Pathologie. Geautoriseerd op 2012. Te raadplegen via: https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/borstkanker/pathologie.html
- 5 - Provenzano E, Bossuyt V, Viale G, Cameron D, Badve S, Denkert C, MacGrogan G, Penault-Llorca F, Boughey J, Curigliano G, Dixon JM, Esserman L, Fastner G, Kuehn T, Peintinger F, von Minckwitz G, White J, Yang W, Symmans WF; Residual Disease Characterization Working Group of the Breast International Group-North American Breast Cancer Group Collaboration. Standardization of pathologic evaluation and reporting of postneoadjuvant specimens in clinical trials of breast cancer: recommendations from an international working group. Mod Pathol. 2015 Sep;28(9):1185-201. doi: 10.1038/modpathol.2015.74. Epub 2015 Jul 24. PMID: 26205180.
Beoordelingsdatum en geldigheid
Publicatiedatum : 17-06-2026
Beoordeeld op geldigheid : 17-06-2026
Samenstelling werkgroep
Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is een multidisciplinair cluster ingesteld. Het cluster Borstkanker bestaat uit meerdere richtlijnen (zie hier de actuele clusterindeling). De stuurgroep bewaakt het proces van modulair onderhoud binnen het cluster. De expertisegroepsleden brengen hun expertise in, indien nodig. De volgende personen uit het cluster zijn betrokken geweest bij de herziening van deze module:
Clusterstuurgroepledenhoofdstuk 4 Pathologie
- C.H. (Carolien) Smorenburg, Internist-Oncoloog, NIV (tot september 2025)
- B.E.P.J. (Birgit) Vriens, Internist-Oncoloog, NIV
- A.W.G. (Annette) van der Velden, Internist, NIV (vanaf juli 2025)
- H.J.G.D. (Desirée) van den Bongard, Radiotherapeut-Oncoloog, NABON/NVRO
- M.A.M. (Marc) Mureau, Plastisch chirurg, NVPC
- C. (Cristina) Guerreo Paez, Directeur, BVN
- C. (Christiaan) van Swol, Klinisch fysicus, NVKF
- F.H. (Frederieke) van Duijnhoven, Chirurg-Oncoloog, NVvH
- J.H. (José) Volders, Oncologisch chirurg, NVvH
Betrokken clusterexpertisegroepleden
- B. (Bert) van der Vegt, Patholoog, NVVP
- C.P.H. (Celien) Vreuls, Patholoog, NVVP
- C.H.M. (Carolien) van Deurzen, Patholoog, NVVP
- L.F.S. (Loes) Kooreman, Patholoog, NVVP
- F.H. (Frederiek) van Duijnhoven, Chirurg-Oncoloog, NVvH
- D.J.P. (Dominique) van Uden, Chirurg, NVvH
- C. (Carla) Meeuwis, Mammaradioloog, NVvR
- A.W.G. (Annette) van der Velden, Internist, NIV
- J.H. (John) Maduro, Radiotherapeut-Oncoloog, NVRO
- H. (Helma) Dollevoet, Patiëntvertegenwoordiger, BVN
Met ondersteuning van
- S.N. (Sarah) van Duijn, adviseur, Kennisinstituut van Federatie van Medisch specialisten (2024)
- J. (Joppe) Tra, senior adviseur, Kennisinstituut van Federatie van Medisch specialisten (2023-2024)
- M.A. (Margreet) Pols, adjunct directeur, Kennisinstituut van Federatie van Medisch specialisten (2024-2025)
- L.C. (Lotte) Houtepen, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (vanaf 2025)
- E. (Eline) de Heus, adviseur, Kennisinstituut van Federatie van Medisch specialisten (vanaf 2025)
- M. (Michiel Oerbekke, adviseur, Kennisinstituut van Federatie van Medisch specialisten (vanaf 2025)
- J. (Joline) Rohof, junior adviseur, Kennisinstituut van Federatie van Medisch specialisten (vanaf 2025)
Belangenverklaringen
Een overzicht van de belangen van de clusterleden vindt u in onderstaande tabel. Alle clusterleden hebben schriftelijk verklaard of zij in de laatste drie jaar directe financiële belangen (betrekking bij een commercieel bedrijf, persoonlijke financiële belangen, onderzoeksfinanciering) of indirecte belangen (persoonlijke relaties, reputatiemanagement) hebben gehad. Gedurende de ontwikkeling of herziening van een module worden wijzigingen in belangen aan de voorzitter doorgegeven. De belangenverklaring wordt opnieuw bevestigd tijdens de commentaarfase.
Belangrijk om te benoemen dat:
- Clusterleden werken niet als enige inhoudsdeskundige aan de module;
- Een clusterlid werkt tenminste samen met een ander clusterlid met een vergelijkbare expertise in alle fasen (zoeken, studieselectie, data-extractie, evidence synthese, Evidence-to-decision, aanbevelingen formuleren) van het ontwikkelproces. Indien nodig worden clusterleden toegevoegd aan het cluster;
- In alle fasen van het ontwikkelproces is een onafhankelijk methodoloog betrokken;
- Overwegingen en aanbevelingen worden besproken en vastgesteld tijdens een clustervergadering onder leiding van een onafhankelijk voorzitter.
Wellicht ten overvloede willen wij erop wijzen dat medisch specialistische richtlijnen niet worden vastgesteld door de betreffende richtlijnwerkgroep maar door de besturen/ledenvergadering van de betrokken verenigingen.
De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.
Clusterstuurgroepleden
|
Hoofdfunctie |
Nevenwerkzaamheden |
Persoonlijke financiële belangen |
Persoonlijke relaties |
Extern gefinancierd onderzoek |
Intellectuele belangen en reputatie |
Overige belangen |
|
|
Birgit Vriens |
Internist-oncoloog Catherinaziekenhuis Eindhoven |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Afgelopen jaren (2021-2022-2023) een sprekersvergoeding van Novartis ontvangen. |
|
Annette van der Velden
|
Internist-oncoloog |
Kaderarts palliatieve zorg |
nvt |
nvt |
nee |
nee |
nee |
|
Desiree van den Bongard |
Radiotherapeut-oncoloog, Amsterdam UMC |
Lid NABON bestuur (onbetaald) |
Geen |
Geen |
KWF/ Pink Ribbon - Eenmalige hoge dosis radiotherapie mammacarcinooom (ABLATIVE project, 2013 en 2020) - Projectleider; VARIAN grant voor Adaptive Radiotherapy in Breast Cancer patiënts (BREAST-ART, 2020) - Projectleider. |
Geen |
Lid landelijke werkgroep hypofractionering mammacarcinoom |
|
Marc Mureau |
Plastisch chirurg, Erasmus MC, Universitair Medisch Centrum Rotterdam |
Maatschapslid AZR>SFG, werkzaamheden als plastisch chirurg (betaald) |
Geen |
Geen |
Polytech Health & Asethetics GmbH - Long-term results of breast reconstruction with polyurethane covered implants: a multicenter randomized controlled trial - Projectleider (Afgerond) |
Geen |
Geen |
|
Cristina Guerreo Paez |
Directeur Borstkanker Vereniging Nederland |
Lid Raad van Toezicht SPL te Leiden (onbetaald) |
Geen |
Geen |
Als patiëntenorganisatie leveren wij vanuit partïëntenperspectief advies aan. Persoonlijk ben ik alleen betrokken bij het Covid consorium waar we onderzoek doen naar Covid en Borstkanker. Trekker is IKNL (geen rol als projectleider). |
Boegbeeldfuncties patiëntenorganisatie |
Wij ontvangen van de farmacie gelden voor specifieke projecten op het gebied van informatievoorziening en/of lotgenotencontact. Deze zijn multisponsored en worden altijd opgenomen in het transparantieregister. |
|
Christiaan van Swol |
* Klinisch Fysicus, St. Antonius Ziekenhuis (0,9 fte) |
Voorzitter Bestuur Stichting Opleiding Klinische Fysica - onbetaald. Zie www.stichtingokf.nl |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
|
Frederieke van Duijnhoven |
Chirurg-oncoloog, Nederlands Kanker Instituut / Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis |
* European Organization for Research and Treatment of Cancer, secretary of the Breast Cancer Group |
Geen |
Geen |
* Innovatiefonds Zorgverzekeraars - Towards omitting breast surgery in patiënts with a complete response to neoadjuvant chemotherapy - biopten past NAC ter evaluatie respons onderzoek inmiddels afgerond- Geen projectleider, co-PI |
In antwoord op deze vraag moet ik vermelden dat ik als arts ook betrokken ben bij de patiëntenvereniging voor Phyllodes tumoren van de borst, wat 1 van de geformuleerde knelpunten vanuit onze beroepsvereniging is. Medisch-inhoudelijk voel ik daarbij absoluut geen persoonlijk intellectueel belang |
Geen |
|
Carolien Smorenburg |
* Internist-oncoloog Antoni van Leeuwenhoek (0,9 fte - betaald) |
Lid Bestuur gasthuis Antoni van Leeuwenhoek (onbetaald) |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
In 2018 een vergoeding van €1307,00 ontvangen van Pfizer ivm congres. |
|
José Volder s |
Oncologische chirurg |
* Bestuurslid werkgroep Mammachirurgie NVCO - onbetaald |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Betrokken clusterexpertisegroepleden
Tabel 1 Gemelde (neven)functies en belangen expertisegroep
|
Naam |
Hoofdfunctie |
Nevenwerkzaamheden |
Persoonlijke financiële belangen |
Persoonlijke relaties |
Extern gefinancierd onderzoek |
Intellectuele belangen en reputatie |
Overige belangen |
|
Bert van der Vegt |
Patholoog, Universitair Medisch Centrum Groningen |
* Patholoog, Academisch Borstcentrum Groningen, Martini Ziekenhuis Groningen (detachering) |
DEKRA, extern adviseur |
Nee |
* GE Healthcare - Digital spatial profiling of metastatic breast cancer - Projectleider |
Nee |
Nee |
|
Celien Vreuls |
patholoog, UMC Utrecht |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
|
Dominique van Uden |
chirurg-oncoloog CWZ te Nijmegen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
|
Carla Meeuwis |
Mammaradioloog Ziekenhuis Rijnstate
|
NABON werkgroep standaardisatie verslaglegging (onbetaald) |
Geen |
Geen |
1. SENO medical - Echografie gecombineerd met laeserlicht voor de diagnostiek bij verdachte massa's in de borst (Projectleider) |
Geen |
Geen |
|
John Maduro |
Radiotherapeut oncoloog, Universitaire Medisch Centrum Groningen en Prinses Maxima Centrum voor kinderoncologie |
Bestuur BOOG, onbetaald. |
Geen |
Geen |
1. EU - HARMONIC, gevolgen straling bij kinderen (Geen projectleider) |
Geen |
Geen |
|
Helma Dollevoet |
Belangenbehartiger Borstkankervereniging Nederland. Tijdelijke waarneming voor een openstaande FTE. Waarschijnlijk tot oktober 2025. |
Eigenaar van creatief bureau paars. Momenteel ook projectmanager voor herziening website Zeldzame bloedziekten patiëntenorganisatie. Zie evt.: https://creatiefbureaupaars.nl/ |
geen |
Nee |
Neem momenteel niet deel aan extern gefinancierd onderzoek |
Belangenbehartiging voor een specifieke doelgroep: Nederlandse patiënten met borstkanker en hun naasten. |
Zover ik weet niet. |
|
Loes Kooreman |
Maastricht Universitair Medisch Centrum, patholoog, afdelingshoofd a.i. |
Het ziekenhuis ontvangt een vergoeding voor gynaecologisch onderwijs, welke ik geef. |
geen |
geen |
geen |
Ik doe onderzoek naar borstkanker en lymfklieren. Op dit moment heb ik geen artikelen waar ik naar kan verwijzen, wel ben ik een artikel aan het afronden naar het verschil tussen cytologie en histologie van de lymfklier met landelijke PALGA data. Mocht dit wel eerder gepubliceerd zijn, dan kunnen we opnieuw in overleg. |
geen |
|
Calorien van Deurzen |
Patholoog Erasmus MC |
geen |
geen |
geen |
*Astrazeneca: HER2-low,projectleider. |
geen |
geen |
Inbreng patiëntenperspectief
Er werd aandacht besteed aan het patiënten perspectief door deelname van Borstkankervereniging Nederland.
Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz
Bij de richtlijnmodule voerden de clusterleden conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uit om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema bij Werkwijze).
|
Module |
Uitkomst raming |
Toelichting |
|
Beoordeling na neoadjuvante therapie |
Geen financiële gevolgen |
Uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) niet breed toepasbaar zijn (<5.000 patiënten) en daarom naar verwachting geen substantiële financiële gevolgen zal hebben voor de collectieve uitgaven. |
Werkwijze
Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze. Relevante informatie voor de ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule is hieronder weergegeven.