Borstkanker

Initiatief: Cluster Borstkanker Aantal modules: 150

Radiotherapie na radicale borstsparende operatie van DCIS

Publicatiedatum: 17-06-2026
Beoordeeld op geldigheid: 17-06-2026

Uitgangsvraag

Wat is de aanbevolen strategie voor het toepassen van radiotherapie bij patiënten met ductaal carcinoma in situ (DCIS) om de kans op recidief en progressie naar invasief carcinoom te verminderen?

 

Subuitgangsvragen

  1. Bij welke patiënten met DCIS is radiotherapie geïndiceerd om een recidief DCIS en invasief carcinoom te verminderen?
  2. Wat is de aanbevolen dosis en fractioneringsschema bij patiënten met DCIS?
  3. Welke patiënten met DCIS kunnen behandeld worden met partial breast irradiation (PBI)?

Aanbeveling

Eindoordeel: Conditionele aanbeveling voor (Doen)

Effect van radiotherapie op (lokaal danwel invasief) recidief bij DCIS

Na borstsparende chirurgie met vrije marges dient radiotherapie te worden besproken, omdat het de kans (relatief risico) op een lokaal recidief met ongeveer 50% verlaagt.

 

Bespreek in geval van laag-risico DCIS het achterwege laten van radiotherapie in plaats van gedeeltelijke borstbestraling (partial breast irradiation; PBI).

Bespreek in geval van hoog-risico DCIS whole breast irradiation (WBI) al dan niet met een boost.

 

Fractioneringsschema en indicatie boost

Hanteer voor WBI en PBI na borstsparende operatie bij vrouwen ≥18 jaar een ultra-gehypofractioneerd schema van 26 Gy in 5 fracties.

Behandel bij DCIS met een boost (48/40,05 Gy in 15 fracties) in geval van irradicaliteit (als geen re-excisie mogelijk of gewenst is), bespreek de voordelen en nadelen van een boost bij DCIS graad 3 en/of leeftijd ≤ 40 jaar (shared decision making).

 

Indicatie partial breast irradiation (PBI)

Behandel patiënten ≥ 40 jaar met laag risico DCIS (graad 1-2 DCIS ) met PBI.

Behandel patiënten ≤ 40 jaar of of grootte ≥ 3 cm niet met PBI maar met WBI (met/zonder boost).

Overweeg PBI bij graad 3 of grootte tussen de 2 en 3 cm.

Overwegingen

De onderbouwing van de module start met een analyse van de beschikbare literatuur over radiotherapie bij DCIS, aangevuld met relevante inzichten uit de praktijk. De combinatie van wetenschappelijk bewijs, praktijkervaring en expertopinie vormen de basis voor de geformuleerde aanbevelingen.

 

Effect van radiotherapie op lokaal recidief bij DCIS

Meerdere RCT’s hebben aangetoond dat bestraling van de gehele mamma (WBI) na borstsparende chirurgie het risico op een lokaal recidief (invasief en niet-invasief gecombineerd) significant reduceert, met een relatieve risicoreductie van ongeveer 50% (HR 0,59; 95% CI 0.41-.58)) (Goodwin, 2009). De absolute reductie in lokaal recidief is afhankelijk van het individueel uitgangsrisico en wordt mede bepaald door  patiënt-, tumor- en behandelingsgerelateerde factoren.

Meerdere klinische en pathologische variabelen zijn geïdentificeerd als risicofactor voor lokaal recidief, onder andere jonge leeftijd, graad 3, palpabele tumor als klinische presentatie, HER2 expressie, ER negativiteit en hoog risicoprofiel bij genexpressietest (Min Yi 2012, Rakovitch 2015, Solin 2013, Van Bockstal 2020).

Gerandomiseerde studies laten geen significante winst in overleving zien van radiotherapie bij patiënten, die in verband met DCIS, een borstsparende operatie hebben ondergaan. Deze is uitstekend bij DCIS (van Seijen 2021; Elshof 2016; Narod 2015). Een invasief lokaal recidief is in prospectieve studies echter wel geassocieerd met een verhoogde kans op mortaliteit (HR = 1.75, 95% CI = 1.45 to 2.96, P < .001) (Wapnir 2011) En analyse van de SEER-database toonde verschil in borstkanker-sterfte op 10 jaar (1,8% in RT groep vs 2,1 in non-RT groep) en aanwijzingen voor verschil in algehele overleving voor subgroepen met riscofactoren zoals jonge leeftijd, grootte, en graad (Sagara, 2016).

 

Een recente retrospectieve Nederlandse studie laat zien dat de kans op ipsilaterale invasieve borstkanker 10 jaar na de diagnose DCIS 3.1% (95% CI 2.6-3.5%) is na lumpectomie met radiotherapie, 7,1% (95% CI 5.5-9.1) na lumpectomie zonder radiotherapie en 1.6% (95% CI 1.3-2.1) na mastectomie (Alaeikhanehshir 2024).

 

Fractioneringsschema’s

In de RCT’s, waarin de winst van radiotherapie bij DCIS werd onderzocht, werden patiënten voornamelijk behandeld met een conventioneel fractioneringsschema van 50 Gy in 25 fracties (Correa 2010). Recentelijk werd prospectief aangetoond dat de lokale controle vergelijkbaar is voor patiënten die behandeld werden met een gehypofractioneerd schema (42.5 Gy in 16 fracties) (Chua 2022).

 

In de huidige klinische praktijk is een ultra-gehypofractioneerd schema van 26 Gy in 5 fracties de standaard voor PBI en het merendeel van de patiënten met WBI (standaard voor patiënten ≥ 18 jaar volgens afspraken van het landelijk platform radiotherapie mammacarcinoom) met als voordelen een verkorte behandeltijd en gereduceerde toxiciteit (Murray Brunt 2020).

Er zijn geen gerandomiseerde onderzoeken beschikbaar waarin dit schema werd gebruikt bij

patiënten met een puur DCIS. Het lijkt aannemelijk dat, op basis van de informatie van

hypofractioneren bij invasieve en bij gemengd DCIS-invasieve tumoren, deze data geëxtrapoleerd kunnen worden naar DCIS. Voor de actuele protocollen, zie het document werkgroep hypofractionering Landelijk platform radiotherapie mammacarcinoom (LPRM) voor NVRO-leden. Hierin staat o.a. beschreven dat in geval van een boost de voorkeur uit gaat naar een simultaneously integrated boost (SIB) met 15x2.67/3.2Gy.

 

Partial breast irradiation (PBI)

PBI heeft als doel het sparen van gezonde weefsels en zo het verminderen van toxiciteit, terwijl de lokale controle vergelijkbaar blijft met whole breast irradiation (WBI). Lange termijn resultaten hebben inderdaad gelijke lokale controle aangetoond voor patiënten met een laag risico op lokaal recidief. Slechts in een aantal studies naar het effect van (external beam) PBI konden patiënten met DCIS worden geïncludeerd (Whelan 2019; Vicini 2019; Meattini 2020). Het aantal patiënten met DCIS was echter beperkt en er is geen sub analyse voor deze groep uitgevoerd.

De internationale richtlijnen verschillen in aanbeveling voor patiënten met DCIS, waarbij de ASTRO-richtlijnen ruimer zijn (op basis van leeftijd en marge) dan de ESTRO-richtlijnen.

De LPRM volgt de recentere ASTRO richtlijn (Shaitelman 2024). Geschikte patiënten met DCIS zijn (indien voldaan wordt aan alle criteria): leeftijd ≥ 40 jaar, graad 1-2, grootte ≤ 2 cm. PBI kan worden overwogen indien 1 criterium: graad 3 of grootte tussen de 2 en 3 cm. PBI wordt afgeraden in geval van positieve snijranden, bekende BRCA1/2 mutatie en leeftijd ≤ 40 jaar (Shaitelman 2024).

 

Indicatie boost

Het risico op een lokaal recidief na borstsparende behandeling kan verder verlaagd worden door het toevoegen van een boost aan WBI (boost-no boost, Bartelink, 2015). Recentelijk is de eerste RCT naar de waarde van de boost specifiek voor DCIS gepubliceerd. In deze studie werd ook het effect van een gehypofractioneerd schema geëvalueerd. In patiënten met non-low-risk DCIS (één of meerdere risicofactoren; leeftijd ≤ 50 jaar, symptomatisch, microscopische grootte 15 mm, multifocaal, graad 2 of graad 3, centrale necrose, marge ≤ 10 mm) verbeterde de 5-jaars LR-free-rate significant van 92.7% zonder boost naar 97.1 % met boost (Chua 2022). In deze studie werd de boost van 16 Gy in fracties van 2 Gy sequentieel gegeven.
Gezien de invloed van marge status op het risico op lokaal recidief en het gegeven dat een boost het lokaal recidief risico verlaagt voor invasief mammacarcinoom, wordt bij (focaal en meer dan focaal) irradicaal DCIS een boost geadviseerd indien er geen re-excisie wordt uitgevoerd. Er zijn hiervoor geen gerandomiseerde studies voorhanden. Uit een systematic review bleek een verlaagd risico op lokaal recidief in patiënten met positieve marges en boost tov geen boost (6 studies, 811 patiënts; OR: 0.56, 95% CI: 0.36–0.87, very low level of evidence) (Nilsson, radiotherapy & oncologie 2015) Op basis van nationale consensus (LPRM 2020) is irradicaliteit (meer dan focaal irradicaal) een harde indicatie voor een boost.

Zoals bekend van studies in invasieve carcinomen gaat het geven van een boost gepaard met een verhoogde kans op toxiciteit en een sterk verminderde cosmetische uitkomst (boost-no boost, Bartelink, 2015). De winst van de boost dient bij een of meerdere risicofactoren, in samenspraak met de patiënt, afgewogen te worden tegen de kans op fibrose. In lijn met de behandeling voor invasief carcinoom kan WBI dus aangevuld worden met een boost in geval van hoog-risico DCIS.

 

Achterwege laten van radiotherapie

De absolute winst van radiotherapie is afhankelijk van het individuele risico op lokaal recidief en dient in een shared decision making (SDM) gesprek te worden afgewogen tegen mogelijke toxiciteit. . Hierbij kan gebruik gemaakt worden van een keuzehulp. Wanneer een recidief optreedt in een eerder bestraalde borst, was mastectomie traditioneel de standaardbehandeling. Tegenwoordig is re-irradiatie echter steeds vaker een optie, onder andere dankzij de toepassing van partial breast irradiation. In diverse (zowel gerandomiseerde als prospectieve eenarmige) studies is de mogelijkheid van excisie zonder radiotherapie onderzocht in een subgroep van “laag-risico” DCIS. De definitie van “laag-risico” DCIS wisselde tussen de studies, meestal graad 1 tot 2 laesies van beperkte omvang (<2,5 cm), radicaal verwijderd met wisselende marges (≥ 1 of ≥ 3 mm). (Solin 2015, McCormick 2015 en 2021). In de RTOG 9804 studie werden vrouwen gerandomiseerd tussen borstsparende chirurgie of borstsparende chirurgie en radiotherapie. In de chirurgie alleen arm was het 5-jaars lokale recidiefpercentage 3.5% vs 0.4% in chirurgie met radiotherapie arm. Vanwege het gebruik van endocriene therapie in internationale prospectieve studies (ongeveer 45% in de EGOG-ACRIN studie en 70% in de NRG/RTOG 9804 studie) zijn de lokaal recidief percentages niet representatief voor de Nederlandse situatie. Uit een retrospectieve Nederlandse studie op basis van Nederlandse kankerregistratie (NKR) data van vrouwen behandeld tussen 2005 en 2015 was het risico op een lokaal recidief in 10 jaar 7,1% (95% Ci 5.5-9.1) zonder radiotherapie en zonder endocriene therapie (Alaeikhanehshir 2024). Dit was 3.1% (95% CI 2.6-3.5%) voor vrouwen behandeld met radiotherapie. In Nederland is de lokale controle de afgelopen decennia verbeterd; het risico op een ipsilateraal invasief carcinoom daalde van 12.6% tussen 1989-1998 naar 5% tussen 2009-2021 voor vrouwen behandeld met alleen chirurgie. Voor vrouwen behandeld met chirurgie en radiotherapie daalde het risico van 5.7% naar 2.2% (O’Leary, 2024). Het risico op een contralateraal mammacarcinoom is hoger.

 

Gezien de goede lokale controle is de absolute winst voor geselecteerde patiënten beperkt. Voor patiënten met graad 1 en 2 DCIS dient het achterwege laten van radiotherapie te worden besproken met patiënt (SDM). Omdat een ipsilateraal invasief recidief na DCIS graad 3 vaker hooggradig is, is bij deze groep voorzichtigheid bij het weglaten van radiotherapie geboden.

 

Voor- en nadelen van de interventie en de kwaliteit van het bewijs

Radiotherapie bij DCIS heeft als voordeel dat het risico op een lokaal recidief wordt verminderd. Radiotherapie heeft geen significant effect op de overleving, maar mogelijk wel op kwaliteit van leven. Bijwerkingen van radiotherapie op korte termijn zijn vermoeidheid, huidreactie en oedeem. Op lange termijn oedeem, fibrose en (gering) verhoogd risico op secundaire maligniteiten. Daarnaast is re-irradiatie niet altijd mogelijk, dus in geval van een recidief komt de patiënt dan voor een salvage mastectomie in aanmerking. Als de patiënt niet eerder bestraald is, is een sparende therapie nog optioneel.

 

Waarden en voorkeuren van patiënten (en evt. hun verzorgers)

Patiënten met DCIS verschillen in hun voorkeuren met betrekking tot radiotherapie. Sommigen verkiezen maximale risicoreductie en accepteren bijwerkingen, terwijl anderen het risico op overbehandeling en bijwerkingen willen vermijden. Onderzoek toont aan dat sommige patiënten actieve surveillance verkiezen boven onmiddellijke behandeling. Het aantal patiënten waarbij radiotherapie achterwege gelaten wordt is de afgelopen jaren gestegen (78% voor DCIS graad I in tussen 2019-2021) (O’leary 2021). Een transparant shared decision making proces, ondersteund door keuzehulpen is essentieel om patiënten goed te informeren en hun voorkeuren mee te nemen in beslismomenten

 

Kosten (middelenbeslag)

In onze literatuuranalyse en aanbevelingen wegen we de kosten van mogelijke overbehandeling en de aanzienlijk hogere kosten die gepaard gaan met de behandeling van een (invasief) recidief mee. Radiotherapie voor standaard-risico patiënte is kosteneffectief. Voor laag-risico DCIS kan het achterwege laten van radiotherapie kosteneffectief zijn (Jhawar 2021, Munro 2021).

 

Gezondheidsgelijkheid

De aanbevelingen rondom radiotherapie beschreven in deze module hebben geen invloed op gezondheidsgelijkheid. Dit is standaardzorg die voor iedereen in dezelfde mate beschikbaar is.

 

Aanvaardbaarheid

Ethische aanvaardbaarheid

Radiotherapie wordt over het algemeen als aanvaardbaar beschouwd door betrokkenen. Het cluster ziet geen ethische bezwaren. De mate van aanvaardbaarheid van een afwachtend beleid is deels afhankelijk van de uitkomsten van de LORD studie. Deze studie zal meer duidelijkheid geven over de balans tussen het geaccepteerde risico op recidief en de mogelijke nadelen van behandeling met radiotherapie.

 

Duurzaamheid

Bij de overweging tussen een afwachtend beleid en chirurgische interventie speelt het duurzaamheidsaspect Refuse (weigeren/voorkomen van gebruik) een rol. Als de uitkomsten van met de name LORD-studie laten zien dat een afwachtend beleid oncologisch veilig is voor een geselecteerde groep van patiënten met DCIS, dan zal dat een grote impact hebben op duurzaamheid. Refuse is een van de belangrijkste pijlers hiervan, waarbij in de situatie van laaggradig DCIS zowel de operatie als de radiotherapie achterwege worden gelaten.

 

Haalbaarheid

Radiotherapie en het weglaten hiervan zijn beiden al standaardzorg zonder dat de follow-up hierdoor wordt veranderd. Het cluster voorziet geen belemmeringen.

 

Rationale van de aanbeveling: weging van argumenten voor en tegen de interventies

Radiotherapie na borstsparende chirurgie met vrije marges verlaagt de kans op een lokaal recidief met ongeveer 50% zonder aangetoond effect op de overleving.

Traditioneel wordt de hele borst (whole breast irradiation, WBI), bestraald. Tegenwoordig komt een groot deel van de patiënten in aanmerking voor gedeeltelijke borstbestraling, waarmee gezonde weefsels minder worden belast.
Bij  patiënten met laag-risico DCIS is het absolute voordeel van radiotherapie beperkt en dient dit zorgvuldig te worden afgewogen tegen mogelijke bijwerkingen; in deze groep wordt aanbevolen om PBI of het achterwege laten van radiotherapie te bespreken. Voor hoog-risico blijft de standaard whole breast irradiation (WBI), eventueel met boost, maar ook hier is een afweging van risico’s en baten essentieel. Shared decision making speelt een centrale rol in deze besluitvorming. Lopende studies zullen meer duidelijkheid geven over de veiligheid en effectiviteit van de-escalatie van de behandeling

Onderbouwing

Na borstsparende chirurgie bij DCIS verlaagt radiotherapie het risico op zowel een recidief DCIS als een invasief carcinoom. De absolute winst van radiotherapie is afhankelijk van het individueel uitgangsrisico op een lokaal recidief. Om overbehandeling te voorkomen, is het belangrijk te streven naar een gepersonaliseerde benadering van behandeling.

Er is voor deze vraag geen systematische literatuuranalyse uitgevoerd. De module is geactualiseerd omdat de eerdere versie niet meer aansloot bij de huidige dagelijkse praktijk. Bij publicatie van de momenteel lopende studies zoals de LORD trial zal een systematische herbeoordeling plaats vinden. De aanbevelingen zijn gebaseerd op expert opinion van de expertisegroep, waar mogelijk onderbouwd met literatuur die door de leden van de expertisegroep is aangedragen. Waar van toepassing wordt naar andere richtlijnen verwezen, waarbij de literatuur die daar te vinden is hier niet opnieuw beoordeeld wordt. Daarnaast is het belangrijk dat er ook consensus is bereikt op basis van praktijkervaring.

  1. 1 - Alaeikhanehshir S, Schmitz RSJM, van den Belt-Dusebout AW, van Duijnhoven FH, Verschuur E, van Seijen M, Schaapveld M, Lips EH, Wesseling J; and Grand Challenge PRECISION Consortium. The effects of contemporary treatment of DCIS on the risk of developing an ipsilateral invasive Breast cancer (iIBC) in the Dutch population. Breast Cancer Res Treat. 2024 Feb;204(1):61-68. doi: 10.1007/s10549-023-07168-8. Epub 2023 Nov 14. PMID: 37964135; PMCID: PMC10806034.
  2. 3 - Bartelink H, Maingon P, Poortmans P, Weltens C, Fourquet A, Jager J, Schinagl D, Oei B, Rodenhuis C, Horiot JC, Struikmans H, Van Limbergen E, Kirova Y, Elkhuizen P, Bongartz R, Miralbell R, Morgan D, Dubois JB, Remouchamps V, Mirimanoff RO, Collette S, Collette L; European Organisation for Research and Treatment of Cancer Radiation Oncology and Breast Cancer Groups. Whole-breast irradiation with or without a boost for patiënts treated with breast-conserving surgery for early breast cancer: 20-year follow-up of a randomised phase 3 trial. Lancet Oncol. 2015 Jan;16(1):47-56. doi: 10.1016/S1470-2045(14)71156-8. Epub 2014 Dec 9. Erratum in: Lancet Oncol. 2015 Jan;16(1):e6. PMID: 25500422.
  3. 4 - Van Bockstal, M. R., Agahozo, M. C., Koppert, L. B., & Deurzen, C. H. M. (2020). A retrospective alternative for active surveillance trials for ductal carcinoma in situ of the breast. International Journal of Cancer, 146(5), 1189–1197. https://doi.org/10.1002/ijc.32362)
  4. 5 - Chua BH, Link EK, Kunkler IH, Whelan TJ, Westenberg AH, Gruber G, Bryant G, Ahern V, Purohit K, Graham PH, Akra M, McArdle O, O'Brien P, Harvey JA, Kirkove C, Maduro JH, Campbell ID, Delaney GP, Martin JD, Vu TTT, Muanza TM, Neal A, Olivotto IA; BIG 3–07/TROG 07.01 trial investigators. Radiation doses and fractionation schedules in non-low-risk ductal carcinoma in situ in the breast (BIG 3-07/TROG 07.01): a randomised, factorial, multicentre, open-label, phase 3 study. Lancet. 2022;400(10350):431-440.
  5. 6 - Correa C, McGale P, Taylor C, Wang Y, Clarke M, Davies C, Peto R, Bijker N, Solin L, Darby S. Early Breast Cancer Trialists' Collaborative Group (EBCTCG); Overview of the randomized trials of radiotherapy in ductal carcinoma in situ of the breast. J Natl Cancer Inst Monogr. 2010;2010(41):162-177.
  6. 7 - Elshof LE, Schaapveld M, Schmidt MK, Rutgers EJ, van Leeuwen FE, Wesseling J. Subsequent risk of ipsilateral and contralateral invasive breast cancer after treatment for ductal carcinoma in situ: incidence and the effect of radiotherapy in a population-based cohort of 10,090 women. Breast Cancer Res Treat. 2016 Oct;159(3):553-63. doi: 10.1007/s10549-016-3973-y. Epub 2016 Sep 8. Erratum in: Breast Cancer Res Treat. 2017 Jan;161(2):389-390. doi: 10.1007/s10549-016-4060-0. PMID: 27624164; PMCID: PMC5021731.
  7. 8 - Goodwin, A., Parker, S., Ghersi, D., & Wilcken, N. (2009). Post-operative radiotherapy for ductal carcinoma in situ of the breast – A systematic review of the randomised trials. Breast (Edinburgh), 18(3), 143–149. https://doi.org/10.1016/j.breast.2009.04.003)
  8. 9 - Jhawar SR, Wang S-Y, et al. Cost Effectiveness of Adjuvant Treatment for Ductal Carcinoma In Situ. J Clin Oncol. 2021;39(21):2386–2396
  9. 10 - McCormick B, Winter K, Hudis C, Kuerer HM, Rakovitch E, Smith BL, Sneige N, Moughan J, Shah A, Germain I, Hartford AC, Rashtian A, Walker EM, Yuen A, Strom EA, Wilcox JL, Vallow LA, Small W Jr, Pu AT, Kerlin K, White J. RTOG 9804: a prospective randomized trial for good-risk ductal carcinoma in situ comparing radiotherapy with observation. J Clin Oncol. 2015;33(7):709-15.
  10. 11 - McCormick, B. et al. Randomized phase III trial evaluating radiation following surgical excision for good-risk ductal carcinoma in situ: long-term report from NRG oncology/RTOG 9804. J. Clin. Oncol. 39, 3574–3582 (2021).
  11. 12 - Meattini I, Marrazzo L, Saieva C, Desideri I, Scotti V, Simontacchi G, Bonomo P, Greto D, Mangoni M, Scoccianti S, Lucidi S, Paoletti L, Fambrini M, Bernini M, Sanchez L, Orzalesi L, Nori J, Bianchi S, Pallotta S, Livi L. Accelerated Partial-Breast Irradiation Compared With Whole-Breast Irradiation for Early Breast Cancer: Long-Term Results of the Randomized Phase III APBI-IMRT-Florence Trial. J Clin Oncol. 2020;38(35):4175-4183.
  12. 13 - Munro A, et al. Cost Effectiveness Analysis of No Adjuvant Therapy Versus Partial Breast Irradiation Alone Versus Combined Treatment for Low Risk DCIS. (Publ. 2021)
  13. 14 - Murray Brunt A, Haviland JS, Wheatley DA, Sydenham MA, Alhasso A, Bloomfield DJ, Chan C, Churn M, Cleator S, Coles CE, Goodman A, Harnett A, Hopwood P, Kirby AM, Kirwan CC, Morris C, Nabi Z, Sawyer E, Somaiah N, Stones L, Syndikus I, Bliss JM, Yarnold JR; FAST-Forward Trial Management Group. Hypofractionated breast radiotherapy for 1 week versus 3 weeks (FAST-Forward): 5-year efficacy and late normal tissue effects results from a multicentre, non-inferiority, randomised, phase 3 trial. Lancet. 2020; 395(10237): 1613-1626.
  14. 15 - Narod SA, Iqbal J, Giannakeas V, Sopik V, Sun P. Breast Cancer Mortality After a Diagnosis of Ductal Carcinoma In Situ. JAMA Oncol. 2015;1(7):888–896. doi:10.1001/jamaoncol.2015.2510
  15. 16 - Nilsson C, Valachis A. The role of boost and hypofractionation as adjuvant radiotherapy in patiënts with DCIS: a meta-analysis of observational studies. Radiother Oncol. 2015 Jan;114(1):50-5. doi: 10.1016/j.radonc.2015.01.001. Epub 2015 Jan 14. PMID: 25596912.
  16. 17 - O'Leary RL, Duijm LEM, Boersma LJ, van der Sangen MJC, de Munck L, Wesseling J, Schipper RJ, Voogd AC. Invasive recurrence after breast conserving treatment of ductal carcinoma in situ of the breast in the Netherlands: time trends and the association with tumour grade. Br J Cancer. 2024 Sep;131(5):852-859. doi: 10.1038/s41416-024-02785-6. Epub 2024 Jul 9. PMID: 38982194; PMCID: PMC11369187.
  17. 18 - Polgár C, Van Limbergen E, Pötter R, Kovács G, Polo A, Lyczek J, Hildebrandt G, Niehoff P, Guinot JL, Guedea F, Johansson B, Ott OJ, Major T, Strnad V; GEC-ESTRO breast cancer working group. Patiënt selection for accelerated partial-breast irradiation (APBI) after breast-conserving surgery: recommendations of the Groupe Européen de Curiethérapie - European Society for Therapeutic Radiology and Oncology (GEC-ESTRO) breast cancer working group based on clinical evidence (2009). Radiother Oncol. 2010;94(3):264-273.
  18. 19 - Rakovitch E, Nofech-Mozes S, Hanna W, Baehner FL, Saskin R, Butler SM, Tuck A, Sengupta S, Elavathil L, Jani PA, Bonin M, Chang MC, Robertson SJ, Slodkowska E, Fong C, Anderson JM, Jamshidian F, Miller DP, Cherbavaz DB, Shak S, Paszat L. A population-based validation study of the DCIS Score predicting recurrence risk in individuals treated by breast-conserving surgery alone. Breast Cancer Res Treat. 2015 Jul;152(2):389-98. doi: 10.1007/s10549-015-3464-6. Epub 2015 Jun 29. PMID: 26119102; PMCID: PMC4491104.
  19. 20 - Sagara Y, Freedman RA, Vaz-Luis I, Mallory MA, Wong SM, Aydogan F, DeSantis S, Barry WT, Golshan M. Patiënt Prognostic Score and Associations With Survival Improvement Offered by Radiotherapy After Breast-Conserving Surgery for Ductal Carcinoma In Situ: A Population-Based Longitudinal Cohort Study. J Clin Oncol. 2016 Apr 10;34(11):1190-6. doi: 10.1200/JCO.2015.65.1869. Epub 2016 Feb 1. PMID: 26834064; PMCID: PMC4872326.
  20. 21 - van Seijen, M., Lips, E.H., Fu, L. et al. Long-term risk of subsequent ipsilateral lesions after surgery with or without radiotherapy for ductal carcinoma in situ of the breast. Br J Cancer 125, 1443–1449 (2021). https://doi.org/10.1038/s41416-021-01496-6
  21. 22 - Shaitelman SF, Anderson BM, Arthur DW, Bazan JG, Bellon JR, Bradfield L, Coles CE, Gerber NK, Kathpal M, Kim L, Laronga C, Meattini I, Nichols EM, Pierce LJ, Poppe MM, Spears PA, Vinayak S, Whelan T, Lyons JA. Partial Breast Irradiation for Patiënts With Early-Stage Invasive Breast Cancer or Ductal Carcinoma In Situ: An ASTRO Clinical Practice Guideline. Pract Radiat Oncol. 2024;14(2):112-132.
  22. 23 - Solin LJ, Gray R, Hughes LL, Wood WC, Lowen MA, Badve SS, Baehner FL, Ingle JN, Perez EA, Recht A, Sparano JA, Davidson NE. Surgical Excision Without Radiation for Ductal Carcinoma in Situ of the Breast: 12-Year Results From the ECOG-ACRIN E5194 Study. J Clin Oncol. 2015;33(33):3938-44.Vicini FA, Cecchini RS, White JR, Arthur DW, Julian TB, Rabinovitch RA, Kuske RR, Ganz PA, Parda DS, Scheier MF, Winter KA, Paik S, Kuerer HM, Vallow LA, Pierce LJ, Mamounas EP, McCormick B, Costantino JP, Bear HD, Germain I, Gustafson G, Grossheim L, Petersen IA, Hudes RS, Curran WJ Jr, Bryant JL, Wolmark N. Long-term primary results of accelerated partial breast irradiation after breast-conserving surgery for early-stage breast cancer: a randomised, phase 3, equivalence trial. Lancet. 2019;394(10215):2155-2164.
  23. 24 - Wapnir IL, Dignam JJ, Fisher B, Mamounas EP, Anderson SJ, Julian TB, Land SR, Margolese RG, Swain SM, Costantino JP, Wolmark N. Long-term outcomes of invasive ipsilateral breast tumor recurrences after lumpectomy in NSABP B-17 and B-24 randomized clinical trials for DCIS. J Natl Cancer Inst. 2011 Mar 16;103(6):478-88. doi: 10.1093/jnci/djr027. Epub 2011 Mar 11. PMID: 21398619; PMCID: PMC3107729.
  24. 25 - Whelan TJ, Julian JA, Berrang TS, Kim DH, Germain I, Nichol AM, Akra M, Lavertu S, Germain F, Fyles A, Trotter T, Perera FE, Balkwill S, Chafe S, McGowan T, Muanza T, Beckham WA, Chua BH, Gu CS, Levine MN, Olivotto IA; RAPID Trial Investigators. External beam accelerated partial breast irradiation versus whole breast irradiation after breast conserving surgery in women with ductal carcinoma in situ and node-negative breast cancer (RAPID): a randomised controlled trial. Lancet. 2019;394(10215):2165-2172.
  25. 26 - Yi M, Meric-Bernstam F, Kuerer HM, Mittendorf EA, Bedrosian I, Lucci A, Hwang RF, Crow JR, Luo S, Hunt KK. Evaluation of a breast cancer nomogram for predicting risk of ipsilateral breast tumor recurrences in patients with ductal carcinoma in situ after local excision. J Clin Oncol. 2012 Feb 20;30(6):600-7. doi: 10.1200/JCO.2011.36.4976. Epub 2012 Jan 17. Erratum in: J Clin Oncol. 2012 Jul 1;30(19):2424. PMID: 22253459; PMCID: PMC3295558.

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 17-06-2026

Beoordeeld op geldigheid  : 17-06-2026

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Cluster Borstkanker
Geautoriseerd door:
  • Borstkankervereniging Nederland
  • Nederlandse Internisten Vereniging
  • Nederlandse Vereniging voor Radiotherapie en Oncologie
  • Nederlandse Vereniging voor Heelkunde

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is een multidisciplinair cluster ingesteld. Het cluster Borstkanker bestaat uit meerdere richtlijnen (zie hier de actuele clusterindeling). De stuurgroep bewaakt het proces van modulair onderhoud binnen het cluster. De expertisegroepsleden brengen hun expertise in, indien nodig. De volgende personen uit het cluster zijn betrokken geweest bij de herziening van deze module:

 

Clusterstuurgroepleden

  • C.H. (Carolien) Smorenburg, Internist-Oncoloog, NIV (tot september 2025)
  • B.E.P.J. (Birgit) Vriens, Internist-Oncoloog, NIV
  • A.W.G. (Annette) van der Velden, Internist, NIV (vanaf juli 2025)
  • H.J.G.D. (Desirée) van den Bongard, Radiotherapeut-Oncoloog, NABON/NVRO
  • M.A.M. (Marc) Mureau, Plastisch chirurg, NVPC
  • C. (Cristina) Guerreo Paez, Directeur, BVN
  • C. (Christiaan) van Swol, Klinisch fysicus, NVKF
  • F.H. (Frederieke) van Duijnhoven, Chirurg-Oncoloog, NVvH
  • J.H. (José) Volders, Oncologisch chirurg, NVvH

 Betrokken clusterexpertisegroepleden

  • S.C.J. (Sophie) Bosma, Radiotherapeut, NVRO
  • F. (Femke) van der Leij, Radiotherapeut, NVRO
  • H. (Helma) Dollevoet, Patiëntvertegenwoordiger, BVN
  • M. (Maud) Bessems, chirurg-oncoloog, Jeroen Bosch Ziekenhuis
  • E.C.M. (Eliane) Zeestraten, chirurg-oncoloog, Amphia Ziekenhuis Breda
  • M. (Marjan) van Hezewijk, radiotherapeut-oncoloog, Radiotherapiegroep Arnhem/Ede
  • M. (Martine) Moossdorff, chirurg, Maastricht UMC+ / Zuyderland Medisch Centrum

 Met dank aan

  • B. (Bart) Corten, AIOS heelkunde, Máxima MC

 Met ondersteuning van

  • S.N. (Sarah) van Duijn, adviseur, Kennisinstituut van Federatie van Medisch specialisten (2024)
  • J. (Joppe) Tra, senior adviseur, Kennisinstituut van Federatie van Medisch specialisten (2023-2024)
  • M.A. (Margreet) Pols, adjunct directeur, Kennisinstituut van Federatie van Medisch specialisten (2024-2025)
  • L.C. (Lotte) Houtepen, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (vanaf 2025)
  • E. (Eline) de Heus, adviseur, Kennisinstituut van Federatie van Medisch specialisten (vanaf 2025)
  • M. (Michiel Oerbekke, adviseur, Kennisinstituut van Federatie van Medisch specialisten (vanaf 2025)
  • J. (Joline) Rohof, junior adviseur, Kennisinstituut van Federatie van Medisch specialisten (vanaf 2025)

Belangenverklaringen

Een overzicht van de belangen van de clusterleden vindt u in onderstaande tabel. Alle clusterleden hebben schriftelijk verklaard of zij in de laatste drie jaar directe financiële belangen (betrekking bij een commercieel bedrijf, persoonlijke financiële belangen, onderzoeksfinanciering) of indirecte belangen (persoonlijke relaties, reputatiemanagement) hebben gehad. Gedurende de ontwikkeling of herziening van een module worden wijzigingen in belangen aan de voorzitter doorgegeven. De belangenverklaring wordt opnieuw bevestigd tijdens de commentaarfase.

 

Belangrijk om te benoemen dat:

  • Clusterleden werken niet als enige inhoudsdeskundige aan de module;
  • Een clusterlid werkt tenminste samen met een ander clusterlid met een vergelijkbare expertise in alle fasen (zoeken, studieselectie, data-extractie, evidence synthese, Evidence-to-decision, aanbevelingen formuleren) van het ontwikkelproces. Indien nodig worden clusterleden toegevoegd aan het cluster;
  • In alle fasen van het ontwikkelproces is een onafhankelijk methodoloog betrokken;
  • Overwegingen en aanbevelingen worden besproken en vastgesteld tijdens een clustervergadering onder leiding van een onafhankelijk voorzitter.

Wellicht ten overvloede willen wij erop wijzen dat medisch specialistische richtlijnen niet worden vastgesteld door de betreffende richtlijnwerkgroep maar door de besturen/ledenvergadering van de betrokken verenigingen.

 

De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.

 

Clusterstuurgroepleden

Tabel 2 Gemelde (neven)functies en belangen stuurgroep 

Naam

Hoofdfunctie

Nevenwerkzaamheden

Persoonlijke financiële belangen

Persoonlijke relaties

Extern gefinancierd onderzoek

Intellectuele belangen en reputatie

Overige belangen

Birgit Vriens

Internist-oncoloog Catherinaziekenhuis Eindhoven

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Afgelopen jaren (2021-2022-2023) een sprekersvergoeding van Novartis ontvangen.

Annette van der Velden

 

 Internist-oncoloog

 Kaderarts palliatieve zorg

 nvt

 nvt

 nee

 nee

 nee

Desiree van den Bongard

Radiotherapeut-oncoloog, Amsterdam UMC

Lid NABON bestuur (onbetaald)
Voorzitter Landelijk Platform Radiotherapie Mammacarcinoom (LPRM) bestuur (onbetaald)
Faculty ESTRO teaching course Advanced Treatment Planning (eenmalige vergoeding)
Lid adviesraad Borstkanker Vereniging Nederland (onbetaald)
Lid redactie BVN (onbetaald)
Lid NTVO redactie (vergoeding gaat naar Amsterdam UMC)
Lid Locoregionale werkgroep BOOG
lid van ESTRO preoperative committee for guidelines in preoperative radiotherapy in breast cancer.

Geen

Geen

KWF/ Pink Ribbon - Eenmalige hoge dosis radiotherapie mammacarcinooom (ABLATIVE project, 2013 en 2020) - Projectleider; VARIAN grant voor Adaptive Radiotherapy in Breast Cancer patiënts (BREAST-ART, 2020) - Projectleider.
* KWF/Pink Ribbon - Postoperative Re-irradiaTion with or without HYPErthermia: Toxciety, quality of life with locoreginal recurrent breast cancer (RT-HYPE, 2022) - Projectleider
* ARTILLERY (HORIZON project) co-investigator

Geen

Lid landelijke werkgroep hypofractionering mammacarcinoom

Marc Mureau

Plastisch chirurg, Erasmus MC, Universitair Medisch Centrum Rotterdam

Maatschapslid AZR>SFG, werkzaamheden als plastisch chirurg (betaald)
Vicevoorzitter clinical audit board Dutch Breast Implant Registry, mede beheren landelijke kwaliteitsregistratie borstimplantaten (vacatiegelden)
Lid European Commission Expert Panel Medical Devices, General and Plastic Surgery and Dentistry, beoordelen documenten medical devices in kader CE-marketing (betaald) Zit er niet meer in.

Geen

Geen

Polytech Health & Asethetics GmbH - Long-term results of breast reconstruction with polyurethane covered implants: a multicenter randomized controlled trial - Projectleider (Afgerond)

Geen

Geen

Cristina Guerreo Paez

Directeur Borstkanker Vereniging Nederland

Lid Raad van Toezicht SPL te Leiden (onbetaald)
- raad van toezicht Bureau Clara Wichman onbetaald
- raad van toezicht Systemic Justice onbetaald
- excutive board Europa Donna onbetaald

Geen

Geen

Als patiëntenorganisatie leveren wij vanuit partïëntenperspectief advies aan. Persoonlijk ben ik alleen betrokken bij het Covid consorium waar we onderzoek doen naar Covid en Borstkanker. Trekker is IKNL (geen rol als projectleider).
Verder werken wij met de PAG samen en allerlei vrijwillgers.

Boegbeeldfuncties patiëntenorganisatie

Wij ontvangen van de farmacie gelden voor specifieke projecten op het gebied van informatievoorziening en/of lotgenotencontact. Deze zijn multisponsored en worden altijd opgenomen in het transparantieregister.

Christiaan van Swol

* Klinisch Fysicus, St. Antonius Ziekenhuis (0,9 fte)
* Hoofd Zorgketen Borstkanker, St. Antonius Ziekenhuis (0,1 fte)

Voorzitter Bestuur Stichting Opleiding Klinische Fysica - onbetaald. Zie www.stichtingokf.nl

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Frederieke van Duijnhoven

Chirurg-oncoloog, Nederlands Kanker Instituut / Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis

* European Organization for Research and Treatment of Cancer, secretary of the Breast Cancer Group
* Nederlandse Vereniging voor Chirurgische Oncologie, subgroep Mammachirurgie - werkgroep Wetenschap
* Borstkanker Onderzoeks Groep BOOG - bestuur werkgroep Gemetastaseerde ziekte
* Borstkanker Onderzoeks groep BOOG - bestuur werkgroep Locoregionaal
* NEO ALLTO study Steering committee

Alle nevenwerkzaamheden zijn onbetaald

Geen

Geen

* Innovatiefonds Zorgverzekeraars - Towards omitting breast surgery in patiënts with a complete response to neoadjuvant chemotherapy - biopten past NAC ter evaluatie respons onderzoek inmiddels afgerond- Geen projectleider, co-PI
* KWF - Management of low risk ductal carcinoma in situ (low-risk DCIS): a non-randomized, multicenter, non-inferiority trial between standard therapy approch versus active surveillance - clinical trial ongoing - Geen projectleider, co-PI
* KWF - Clinically node negative breast cancer patiënts undergoing breast conserving therapy: Sentinel lymph node procedure versus follow-up - randomized clinical trial, accural complete January 2022 - Geen projectleider, local PI
* EORTC-quality of life group - Follow-up in Early and Locally Advanced Breast Cancer Patiënts: An EORTC QLG-BCG-ROG Protocol - clinical study in which quality of life data are registered in patiënts treated for breast cancer < 3 years ago - Geen projectleider, local PI

In antwoord op deze vraag moet ik vermelden dat ik als arts ook betrokken ben bij de patiëntenvereniging voor Phyllodes tumoren van de borst, wat 1 van de geformuleerde knelpunten vanuit onze beroepsvereniging is. Medisch-inhoudelijk voel ik daarbij absoluut geen persoonlijk intellectueel belang

Geen

Carolien Smorenburg

* Internist-oncoloog Antoni van Leeuwenhoek (0,9 fte - betaald)
* Opleider oncologie Antoni van Leeuwenhoek

Lid Bestuur gasthuis Antoni van Leeuwenhoek (onbetaald)

Geen

Geen

Geen

Geen

In 2018 een vergoeding van €1307,00 ontvangen van Pfizer ivm congres.

José Volder s

Oncologische chirurg
* tot 31-12-2021 Gelre Ziekenhuis Apeldoorn/Zutphen
* per 10-1-2022 Diakonessehuis Utrecht

* Bestuurslid werkgroep Mammachirurgie NVCO - onbetaald
* Voorzitter subgroep positionering en profilering NVCO werkgroep Mammachirurgie
Nieuwe nevenfuncties
Voorzitter Werkgroep mammachirurgie NVCO
Bestuurslid NABON
Chair Education and Training Committee Breast ESSO
Lid programmacommissie Borstkanker

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

  

Betrokken clusterexpertisegroepleden

Tabel 3 Gemelde (neven)functies en belangen expertisegroep

Naam

Hoofdfunctie

Nevenwerkzaamheden

Persoonlijke financiële belangen

Persoonlijke relaties

Extern gefinancierd onderzoek

Intellectuele belangen en reputatie

Overige belangen

Sophie Bosma

Radiotherapeut-oncoloog, LUMC (per 1-11-2024)

Geen

Geen

Nee

-

Geen

Nee

Femke van der Leij

Radiotherapeut-oncoloog UMC Utrecht

Niet van toepassing
BOOG werkgroeplid locoregionaal (onbetaald)

Geen

Nee

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Nee

Helma Dollevoet

Belangenbehartiger Borstkankervereniging Nederland. Tijdelijke waarneming voor een openstaande FTE. Waarschijnlijk tot oktober 2025.

Eigenaar van creatief bureau paars. Momenteel ook projectmanager voor herziening website Zeldzame bloedziekten patiëntenorganisatie. Zie evt.: https://creatiefbureaupaars.nl/

geen

Nee

Neem momenteel niet deel aan extern gefinancierd onderzoek

Belangenbehartiging voor een specifieke doelgroep: Nederlandse patiënten met borstkanker en hun naasten.

Zover ik weet niet.

Eliane Zeestraten

Oncologisch Chirurg, Amphia Ziekenhuis Breda

Geen

Geen

Geen

Sirius Medical: analyse workflow gebruik jodium bron vs magnetische marker in de behandeling van borstkanker, projectleider.

Geen

Geen

Marjan van Hezewijk

Radiotherapeut, Radiotherapiegroep

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Maud Bessems

Jeroen Bosch Ziekenhuis, Chirurgenpraktijk Artemis bv, NVCO

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Martine Moossdorff

Actueel: Maastricht UMC+, chirurg (fellow gastro-enterologische en oncologische chirurgie)
Per 1 mei 26 werkzaam als oncologisch chirurg in het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Inbreng patiëntenperspectief

Er werd aandacht besteed aan het patiënten perspectief door deelname van Borstkankervereniging Nederland.

 

Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz

Bij de richtlijnmodule voerden de clusterleden conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uit om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema bij Werkwijze).

Module

Uitkomst raming

Toelichting

Module Radiotherapie na radicale borstsparende operatie van DCIS

Geen financiële gevolgen

Uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) niet breed toepasbaar zijn (<5.000 patiënten) en daarom naar verwachting geen substantiële financiële gevolgen zal hebben voor de collectieve uitgaven.

Werkwijze

Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze. Relevante informatie voor de ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule is hieronder weergegeven.

Volgende:
Behandeling invasief carcinoom