Antitrombotisch beleid

Initiatief: Cluster Antitrombotisch beleid Aantal modules: 95

Periprocedureel beleid

Publicatiedatum: 01-05-2026
Beoordeeld op geldigheid: 01-05-2026

Uitgangsvraag

  1. Wat is het bloedingsrisico (laag, intermediair of hoog) van electieve procedures die in Nederland worden uitgevoerd?
  2. Wat is het trombo-embolie risico (laag of hoog) bij patiënten die vitamine K-antagonisten gebruiken vanwege:
    1. een arteriële indicatie?
    2. een veneuze trombo-embolie in het verleden?

Aanbeveling

  • Bepaal het bloedingsrisico van de ingreep aan de hand van Tabel 1. Houd er rekening mee dat de tabel indicatief is en niet volledig kan zijn. Bloedingsrisico’s kunnen op basis van de casuïstiek anders ingeschat worden en zodoende per ziekenhuis en regio verschillen.
  • Indien het gaat om een ingreep met een intermediair of hoog bloedingsrisico bij patiënten die vitamine K-antagonisten gebruiken: bepaal het trombo-embolisch risico aan de hand van Tabel 2. (antistolling vanwege arteriële indicatie) of Tabel 3. (antistolling vanwege doorgemaakte veneuze trombo-embolie) om te bepalen of er overbruggingstherapie nodig is.

Overwegingen

In deze overkoepelende richtlijnmodule over periprocedureel beleid zijn algemene adviezen opgenomen over het periprocedurele beleid bij patiënten die antitrombotische medicatie gebruiken. Hierbij wordt specifiek ingegaan op het bepalen van het bloedingsrisico van de procedure en het trombo-embolische risico bij patiënten die vitamine K-antagonisten (VKA) gebruiken.

 

Daarnaast zijn er meerdere submodules beschikbaar die ingaan op het periprocedurele beleid bij het gebruik van:

Ook is er een module ontwikkeld die ingaat op het antistollingsbeleid rondom endoscopische ingrepen zie submodule Antitrombotisch beleid bij endoscopische ingrepen onder module Periprocedureel beleid.

 

Periprocedureel bloedingsrisico

Bloedingsrisico is gedefinieerd als het product van:

  • de kans op een bloeding;
  • het risico op schade van een eventuele bloeding (zoals moeilijk te behandelen, grote kans op schade en kans op ernstige schade).

In Tabel 1 is de verdeling van procedures naar bloedingsrisico opgenomen, gecategoriseerd naar specialisme. Let op:

  • Deze tabel is indicatief en kan niet volledig zijn; bloedingsrisico’s kunnen op basis van de casuïstiek anders ingeschat worden en zodoende per ziekenhuis en regio verschillen.
  • Sommige procedures kunnen door meerdere specialismen uitgevoerd worden. Hierbij kan het voorkomen dat de bloedingsrisico’s per specialisme anders zijn ingedeeld. Bijvoorbeeld doordat het gaat om een andere setting, waarbij dat ook gevolgen zou kunnen hebben voor het bloedingsrisico.

Tabel 1. Periprocedureel bloedingsrisico

Laag bloedingsrisico*

Intermediair bloedingsrisico*

Hoog bloedingsrisico*

Anesthesiologie

 

 

  • Epiduraal anesthesie
  • Spinaal anesthesie

Voor de indeling van perifere zenuw en interventionele pijntechnieken in laag, intermediair of hoog bloedingsrisico wordt verwezen naar de volgende modules uit de richtlijn Neuraxisblokkade en antistolling: Antistollingsmiddelen inclusief perifere zenuwblokkade en interventionele pijntechnieken

Cardiologie

  • Hartkatheterisatie
  • Ablatie (hartritme)
  • Pacemaker/Implanteerbare Cardioverter Defibrillator (ICD) implantatie bij hoog trombose risico (streef-INR i.o.m. cardioloog)
  • Pericardiocentese
 

Dermatologie

  • Huidbiopt
  • Shave excisie
  • Excisie
  • Huidtransplantatie
  • Kleine huidplastieken
  • Mohs micrografische chirurgie
  • Grote huidplastieken
  • Nagelchirurgie
  • Deroofing
  • Flebectomie volgens Muller

Gynaecologie

  • Diagnostische hysteroscopie
  • Laser vulva
  • Onderzoek onder narcose
  • Laparotomie
  • Reconstructies
  • Bekkenbodemchirurgie
  • Voor- en achterwand plastiek
  • In vitro fertilisatie (IVF) punctie
  • Sectio caesarea
  • Abortuscurettage
  • Partus
  • Debulking
  • Myoomenucleatie
  • Radicale uterusextirpatie
  • Exenteratie
  • Stadiering ovarium/endometriumcarcinoom

Heelkunde

  • Huid-/subcutane chirurgie
  • Open cholecystectomie
  • Adrenalectomie
  • Mamma amputatie
  • Onco/trauma amputatie
  • Laparoscopische chirurgie (eenvoudige procedures)
  • Hemorroïden
  • Verwijderen osteosynthese materiaal
  • Centrale lijn in chirurgische setting
  • Vaatchirurgie
  • Orgaantransplantatie
  • Hoofd-halschirurgie
  • Resecties van oesofagus, maag, darm, lever, pancreas, milt
  • Percutane puncties of biopten
  • Percutane ablaties

Intensive Care

  • Centraal veneuze lijn (inclusief dialyse lijn)
  • Arterielijn
  • Tracheostoma
  • Thoraxdrain

 

KNO

  • Paracentese/buisjes
  • Panendoscopie zonder biopten
  • Microlaryngoscopie
  • Coblatie conchae inferiores
  • Slaap endoscopie (DISE)
  • Septumcorrectie
  • Panendoscopie met biopten
  • Externe rhinoplastiek
  • Wekedelen chirurgie/reconstructies gelaat
  • (Adeno)tonsillectomie
  • Barbed reposition pharyngoplasty (BRP)
  • Nervus hypoglossus stimulator
  • Neusbijholte-operaties
  • Hoofd-hals oncologie/weke delen chirurgie
  • Sanerende en reconstructieve oorchirurgie
  • Orbitachirurgie
  • Stapesoperatie
  • Translabyrintaire brughoek operatie
  • Vrije lap reconstructies
  • Chirurgie voor beengeleidingsimplantaten
  • Endonasale dacryocystorhinostomie (DCR)
  • Reductie conchae inferiores

Longziekten

  • Pleurapunctie (dunne naald)
  • Diagnostische bronchoscopie zonder biopten of brush
  • Diagnostische bronchoscopie met centrale luchtwegbiopten of brush
  • Microbiologische broncho-alveolaire lavage (BAL)
  • Bronchoscopie met perifere longbiopten
  • Ontlastende pleuradrainage
  • Thoraxdrain plaatsing
  • Medische thoracoscopie
  • Immunologische BAL (i.v.m. interpretatie)
  • Therapeutische bronchoscopie (debulking, stentplaatsing)
  • Lymfeklierpunctie (Endobronchiale ultrasone transbronchiale naaldaspiratie (TBNA-EBUS))
  • Cryo biopsieën, zowel centraal als perifeer
  • Bronchoscopische longvolume reductie
  • Bronchiale thermoplastiek

MDL/Interne geneeskunde#

  • Poliepectomie (kleine poliepen, <10 mm)
  • Diagnostische endoscopie (gastroscopie, sigmoïdoscopie, colonoscopie, ballon geassisteerde enteroscopie) inclusief biopten*
  • Endoscopische Retrograde Cholangio- en Pancreaticografie (ERCP) met endoprothese zonder papillotomie
  • Endo-echoscopie (EUS) zonder interventie
  • Video capsule endoscopie
  • Stentplaatsing (zonder dilatatie)
  • Voedingssonde inbrengen
  • Rubberbandligatie bij slokdarmvarices en hemorroïden
  • Centraal veneuze lijn in internistische setting
  • Beenmergaspiratie
  • Ascitespunctie (dunne naald)
  • Buikvetbiopsie
  • Getunnelde en ongetunnelde centraal veneuze lijnen voor hemodialyse
  • Beenmergbiopsie
  • Ascitesdrainage
  • Lever-, milt- en nierbiopsie
  • Poliepectomie (grote poliepen of colonoscopie uitgevoerd in het kader van het bevolkingsonderzoek)*
  • Endoscopische mucosaresectie (EMR)/submucosale dissectie (ESD)/intermusculaire dissectie (EID)
  • Endoscopische Full Thickness Resectie (EFTR)
  • Perorale endoscopische myotomie
  • Submucosal tunneling endoscopische resectie (STER)
  • Papillotomie (biliair of pancreas)
  • Ampullectomie
  • Dilatatie
  • Percutane endoscopische gastrostomie (PEG) plaatsing
  • EUS met interventie (bijv. fijne naald aspiratie (FNA) en lumen apposing metal stent (LAMS))
  • Endoscopische coagulatie
  • Therapeutische enteroscopie
  • Barrett endotherapie (bijv. radiofrequente ablatie (RFA))
  • Klieven Zenker-divertikel
  • Vacuümtherapie

*Vanwege de hoge kans op poliepectomie (>65%) is een coloscopie in het kader van het bevolkingsonderzoek te beschouwen als een therapeutische coloscopie. #Er is een aparte module ontwikkeld over het beleid rondom endoscopische procedures.

MKA-chirurgie en tandheelkunde

  • Extractie gebitselement(en)
  • Parodontale behandeling
  • Plaatsen implantaat
  • Biopsie
  • Chirurgische verwijdering gebitselement(en)
  • Apexresectie
  • Sinusbodemelevatie
  • (Peri)implantaire chirurgie
  • Abces incisie
  • Geleidingsanesthesie
  • Cave: risico verhogende factoren *
  • Mond(bodem) chirurgie
  • Osteotomie onderkaak (Bilaterale sagittale splijtingsosteotomie (BSSO))
  • Osteotomie bovenkaak (Le Fort I osteotomie)
  • Bimaxillaire osteotomie
  • Corticotomie
  • Fracturen aangezicht, exclusief orbita
  • Bottransplantaties met extra oraal bot
  • Open kaakgewrichtschirurgie
  • Cranioplastiek
  • Kies- en tandextracties en overige chirurgische mondzorg ingrepen bij een of meer risico verhogende factoren *
  • Orbitafracturen
  • Kaakreconstructie
  • Hoofd-hals oncologie
  • Weke delen chirurgie

 *Zie Richtlijn Antitrombotica van KIMO (2025). 

Neurochirurgie

 

  • Carpal tunnel release
  • Perifere zenuwchirurgie
  • Intracraniële chirurgie
  • Open wervelchirurgie

Neurologie

  • Klinisch neurofysiologisch onderzoek (KNF): naald electro myografie (EMG)
  • Botuline toxine injecties (BTX)
  • Carpaal tunnel syndroom (CTS) injecties
  • Huidbiopsie
  • Lumbaalpunctie
  • Spierbiopsie
 

Oogheelkunde

  • Cataract operatie
  • Conjunctiva operaties
  • (Posterieure lamellaire) keratoplastieken
  • Huid (shaving/ biopten etc)
  • Behandelingen aan punctum en canaliculi.
  • Strabismuschirurgie
  • Retinachirurgie middels vitrectomie of middels extern herstel
  • Laserbehandelingen van cornea, lens, iris, corpus cillaire en retina
  • Cryochirurgie
  • Subtenon en druppel anesthesie
  • Retrobulbaire anesthesie
  • Glaucoom implant
  • Ooglid chirurgie dieper dan de huid
  • Reconstructies met name waarbij gebruik gemaakt wordt van vrije huid, tarsus of conjunctiva
  • Chirurgie bij anophthalmische socket
  • Orbita operaties
  • Ooglidchirurgie met openen van septum
  • Trabeculectomie
  • Traanwegchirurgie tot in de neus (externe en endonasale DCR/ traanwegprothesen)

Orthopedie

  • Intra-articulaire injectie
  • Schouder-, voet-, enkel-,en handchirurgie
  • Arthroscopie
  • Open wervelchirurgie
  • Bekkenchirurgie
  • Knie- en heupchirurgie
  • Artroplastiek

Plastische chirurgie

  • Huidkankerexcisie
  • Handchirurgie
  • Alle grote reconstructies
  • Vaatmalformaties
  • Weke delen chirurgie in het gelaat
  • Mammachirurgie
 

Radiologie

  • Intraveneuze procedures
  • Cytologische puncties (inclusief ascites- en pleurapunctie)
  • Histologische punctie (waarbij afdrukken goed mogelijk is)
  • Centraal veneuze lijn (ongetunnelde)
  • Echografische / röntgengeleide gewrichtspunctie en injectie van medicatie in het gewricht
  • Barbotage
  • Drainage vochtcollecties en opheffen afvloedbelemmering (onder andere Nefrostomie, abcesdrainage, ascitesdrainage, inclusief wissels)
  • Dubbel-J (JJ) katheter plaatsing (antegrade)
  • Getunnelde veneuze lijnen (PAC, Hickmann en Permacath)
  • Percutane endoscopische gastrostomie (PEG) wissel
  • Ablatie (radiofrequente ablatie (RFA), microwave, Cryo) in oppervlakkig orgaan
  • Shuntinterventies
  • Diagnostische lumbaalpunctie
  • Intra-arteriële procedures (PTA/stentplaatsing/neuro interventies zoals IAT en EVAR abdominaal/thoracaal)
  • Echografische of CT-geleide diepe orgaanbiopsie (afdrukken punctieplaats niet mogelijk), nierbiopsie, leverbiopsie, miltbiopsie, botbiopsie, sommige wekedelen tumorbiopsie
  • RFA in diep orgaan
  • Galwegdrainage en -wissel
  • PEG-plaatsing
  • Transjugulaire intrahepatische portosystemische shunt (TIPS)
  • Porta-embolisatie
  • Aneurysmatische botcyste (ABC) embolisatie

Radiotherapie

 

  • Primaire radiotherapie met brachytherapie

 

Revalidatiegeneeskunde

  • Botuline toxine injecties (BTX)
  • Intramusculaire injecties
  • Fenol voor zenuwblokkade
  • Intra-articulaire injecties

 

 

Sportgeneeskunde

  • Intra-articulaire injectie
  • Intra compartimentele drukmeting
  • Arteriële punctie

 

 

Thoraxchirurgie

 

 
  • Longoperatie
  • Mediastinoscopie
  • Hartoperatie

Traumachirurgie

 

 
  • Bekkenchirurgie

Urologie

  • Diagnostische transurethrale endoscopie (excl. resectie of biopsie)
  • Dubbel-J (JJ) plaatsing (retrograde)
  • JJ-wissel
  • Suprapubische katheter (SPC) wissel
  • Nefrostomiekatheter (NSK) wissel
  • Laparoscopische chirurgie (excl. partiële nefrectomie)
  • Urethraplastiek
  • Transurethrale blaas- en ureterchirurgie
  • Transurethrale prostaat laserchirurgie en electrochirurgie
  • Prostaatbiopsie
  • Plaatsen urologisch prothesemateriaal
  • Peniele ingrepen (circumcisie, kromstandcorrectie)
  • NSK-plaatsing
  • SPC-plaatsing
  • Partiële nefrectomie (open/laparoscopisch)
  • Open transabdominale chirurgie
  • Percutane niersteenchirurgie
  • Scrotale chirurgie (excl. vasectomie)
  • Extraperitoneale nieroperatie

Bloedingsrisico is gedefinieerd als het product van:

  • de kans op een bloeding;
  • het risico op schade van een eventuele bloeding (zoals moeilijk te behandelen, grote kans op schade en kans op ernstige schade).

Periprocedureel beleid op basis van bloedingsrisico

Bij een selecte groep van ingrepen is er een laag bloedingsrisico. Hierbij kan de antistolling in principe worden gecontinueerd en is tijdelijk staken en/of overbruggen met laagmoleculair gewichtsheparine (LMWH) niet noodzakelijk.

 

Bij een ingreep met een intermediair of hoog bloedingsrisico dient het bloedingsrisico te worden afgewogen tegen de risico’s op trombo-embolische complicaties, die afhankelijk zijn van de initiële indicatie van de antistolling, de duur van de onderbreking en de wijze van antistolling. In de eerder genoemde submodules worden voor de verschillende manieren van antistolling aanbevelingen gegeven over de vraag wanneer antistolling kan/moet worden gestaakt, wanneer deze kan worden hervat en wanneer overbrugging is geïndiceerd.

 

Trombo-embolie risico

Voor het bepalen van het trombo-embolie risico zijn vooral studies beschreven met betrekking tot het gebruik van VKA (zie tabel 2 en 3). Er wordt onderscheid gemaakt in een hoog (> 10%) en laag (< 10 %) risico.

 

Dit onderscheid is alleen relevant voor patiënten op VKA, omdat bij hen de keuze moet worden gemaakt al dan niet te overbruggen. Het risico op een nieuwe veneuze trombo-embolie wordt bepaald door het interval tussen de laatste veneuze trombo-embolie en de geplande ingreep. Zonder tromboseprofylaxe is het risico op een nieuwe trombose het hoogst in de eerste maand na de doorgemaakte trombose, na drie maanden is dit risico minder dan 10% en na zes maanden ongeveer 2%. Een hoog recidiefrisico is gedefinieerd als een maandelijks risico van hoger dan 10% en een laag recidiefrisico als lager dan 10%.

 

Tabel 2. Trombo-embolie risico bij een arteriële indicatie voor antistolling gebruik

Risico

Klinische status

Hoog risico (jaarlijks >10%)

  • Geïsoleerd atriumfibrilleren, zonder klepgebrek, met CHA2DS2-VASc: 8 tot 9
  • Geïsoleerd atriumfibrilleren met reumatische hartziekte
  • Atriumfibrilleren met mechanische hartklep
  • Atriumfibrilleren met recent (< 6 maanden) herseninfarct/TIA ongeacht de CHA2DS2-VASc-score
  • Bij biokleppen (inclusief TAVI) < 3 maanden geleden geplaatst, alleen op indicatie van de operateur
  • Mechanische hartklep in mitralis, tricuspidalis of pulmonalis positie
  • Aortamechanoprothesen met extra risicofactor in overleg met de operateur
  • Hartklepprothese (inclusief bioklep) met extra risicofactor *
  • Mechanische hartklep oud model: caged ball, tilting disc (Starr-Edwards, Björk-Shiley)
  • Intracardiale trombus
  • Recidiverend herseninfarct/TIA bij symptomatische ACI stenose

Laag risico (jaarlijks <10%)

  • Geïsoleerd atriumfibrilleren, CHA2DS2-VASc: 0 tot 7 en geen recent (< 6 maanden) herseninfarct/TIA
  • Mechanische hartklep in aortapositie > 3 maanden geleden geplaatst zonder extra risicofactor *
  • Bioklep > 3 maanden geleden geplaatst
  • Recidiverend herseninfarct/TIA zonder additionele hoog risicofactor cardiale emboliebron (atriumfibrilleren, symptomatische, significante ACI stenose, antifosfolipidensyndroom)
  • Eenmalig herseninfarct/TIA

* Risicofactoren zijn: atriumfibrilleren, linker ventrikel ejectiefractie< 35%, voorgeschiedenis van trombo-embolie.

Afkortingen: TIA: transient ischemic attack; TAVI: Transcatheter Aortic Valve Implantation; VTE: Veneuze Trombo-Embolie; ACI: arteria carotis interna

Tabel 3. Trombo-embolie risico bij antistolling gebruik met doorgemaakte veneuze trombo-embolie

1 maand risico

 

Hoog risico (1 maand risico > 10%)

  • < 3 maanden na initiële VTE
  • Recidief VTE onder stabiele antistolling (> 1 maand)
  • Recidief VTE bij eerdere tijdelijke onderbreking van antistolling (ook > 3 maanden laatste event)
  • Chronische trombo-embolische pulmonale hypertensie

Laag risico (1 maand risico < 10%)

  • ≥ 3 maand na initiële VTE
  • > 3 maanden na eerste of recidief VTE en geen recidief onder antistolling

Werkwijze rondom de operatie/ingreep

Indien de indicatie voor een bepaalde operatie of ingreep is gesteld en de patiënt gebruikt enige vorm van antistolling, is tijdige afstemming rondom antistolling een vereiste. De Landelijke Transmurale Afspraak Antistolling biedt in dit kader een handleiding over de zorg rondom patiënten die antistolling gebruiken. Er dienen lokale afspraken te worden gemaakt en te worden vastgelegd wie verantwoordelijk is voor het instellen, eventuele tijdelijk onderbreken/overbruggen en herstarten van antistolling. Deze richtlijnmodule dient als basis voor het implementeren van deze afspraken. Bij alle interventies waarbij anesthesiologische zorg gegeven wordt is de anesthesioloog verantwoordelijk voor het antistollingsbeleid (zie Stap 2: Preoperatief anesthesiologisch onderzoek in de Richtlijn Perioperatief traject).

 

Het moet voor de patiënt duidelijk zijn bij wie ze terecht kunnen met vragen over het perioperatief antistollingsbeleid en dat ze betrokken worden in de besluitvorming. Voor informatie over samen beslissen, zie module Samen beslissen en informatievoorziening.

Onderbouwing

Patiënten die, in het kader van behandeling of preventie van arteriële of veneuze trombo-embolie worden behandeld met enige vorm van antistolling en een electieve operatie of ingreep dienen te ondergaan, lopen risico’s op bloedingen. Bij het tijdelijk staken van de verschillende wijze van antistolling bestaat er een risico op trombo-embolische complicaties.

 

In deze overkoepelende richtlijnmodule over periprocedureel beleid zijn algemene adviezen opgenomen over het periprocedurele beleid bij patiënten die antitrombotische medicatie gebruiken. Het gaat hierbij om zogenoemde electieve of planbare procedures. Hierbij wordt specifiek ingegaan op het bepalen van het bloedingsrisico van de procedure, en het trombo-embolische risico bij patiënten die vitamine K-antagonisten gebruiken.

 

Methode

Voor het bepalen van het bloedingsrisico van de procedures die in Nederland worden uitgevoerd, heeft het cluster de indeling zoals deze in 2021 is opgesteld als uitgangspunt genomen. Deze indeling is toen gebaseerd op de richtlijn van de American College of Chest Physicians (Kearon, 2012) en de richtlijn over antistolling vanuit het Kennisinstituut Mondzorg (KIMO, 2019). Deze indeling is voorgelegd aan alle relevante wetenschappelijke verenigingen, waarop zij – via het invullen van een vragenlijst - de mogelijkheid kregen om wensen voor aanpassingen door te geven. Op basis van de resultaten uit deze vragenlijst en verdere discussie is de verdeling van procedures naar bloedingsrisico’s aangepast.

Voor bovenstaande vraag/vragen is gezien de aard van de vragen geen systematisch literatuuronderzoek verricht. De aanbevelingen zijn gebaseerd op de beschreven overwegingen. Deze overwegingen zijn opgesteld door de werkgroepleden op basis van:

  • de resultaten van een vragenlijst die uitgezet is onder alle relevante stakeholders. Deze vragenlijst ging met name in op de indeling van de ingrepen naar bloedingsrisico, maar er was ook ruimte om input te geven op de andere onderdelen van de module;
  • kennis uit de praktijk;
  • internationale richtlijnen;
  • niet-systematisch literatuuronderzoek.

  1. Kearon C, Akl EA, Comerota AJ, Prandoni P, Bounameaux H, Goldhaber SZ, Nelson ME, Wells PS, Gould MK, Dentali F, Crowther M, Kahn SR. Antithrombotic therapy for VTE disease: Antithrombotic Therapy and Prevention of Thrombosis, 9th ed: American College of Chest Physicians Evidence-Based Clinical Practice Guidelines. Chest. 2012 Feb;141(2 Suppl):e419S-e496S. doi: 10.1378/chest.11-2301. Erratum in: Chest. 2012 Dec;142(6):1698-1704. PMID: 22315268; PMCID: PMC3278049.
  2. Kennisinstituut Mondzorg (KIMO). Richtlijn Antitrombotica: bloedige ingrepen in de mondzorg, bij patiënten die antitrombotica gebruiken. 2025.

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 01-05-2026

Beoordeeld op geldigheid  : 01-05-2026

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Cluster Antitrombotisch beleid
Geautoriseerd door:
  • Hartstichting
  • Nederlandse Internisten Vereniging
  • Nederlands Oogheelkundig Gezelschap
  • Nederlandse Orthopaedische Vereniging
  • Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie
  • Nederlandse Vereniging van Artsen voor Longziekten en Tuberculose
  • Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie
  • Nederlandse Vereniging voor Intensive Care
  • Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde
  • Nederlandse Vereniging voor Klinische Fysica
  • Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie
  • Nederlandse Vereniging voor Keel-Neus-Oorheelkunde en Heelkunde van het Hoofd-Halsgebied
  • Nederlandse Vereniging van Maag-Darm-Leverartsen
  • Nederlandse Vereniging voor Mond- Kaak- en Aangezichtschirurgie
  • Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie
  • Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie
  • Nederlandse Vereniging voor Thoraxchirurgie
  • Nederlandse Vereniging voor Urologie
  • Nederlandse Vereniging voor Cardiologie
  • Nederlandse Vereniging voor Heelkunde
  • Nederlandse Vereniging voor Neurochirurgie
  • Nederlandse Vereniging voor Radiologie
  • Vereniging Klinische Genetica Nederland

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is in 2022 een multidisciplinaire cluster ingesteld. Het cluster Antitrombotisch beleid bestaat uit meerdere richtlijnen, zie hier voor de actuele clusterindeling. De stuurgroep bewaakt het proces van modulair onderhoud binnen het cluster. De expertisegroepsleden brengen hun expertise in, indien nodig. De volgende personen uit het cluster zijn betrokken geweest bij de herziening van deze module:

 

Clusterstuurgroepleden

  • Prof. dr. M.V. (Menno) Huisman, internist-vasculaire geneeskunde, LUMC, NIV (voorzitter)
  • Prof. dr. M.J.H.A. (Marieke) Kruip, internist-hematoloog, Erasmus MC, NIV, NVVH (Nederlandse Vereniging voor Hematologie)
  • Dr. S.H. (Steven) Renes, anesthesioloog, Radboudumc, NVA
  • Dr. L.M. (Linda) de Heer, cardiothoracaal chirurg, UMC Utrecht, NVT
  • Dr. A.K. Stroobants, klinisch chemicus, Radboudumc, NVKC
  • Drs. E. (Egbert) Krug, traumachirurg, LUMC, NVvH
  • Dr. H.B. (Harmen) Ettema, orthopedisch chirurg, Isala, NOV
  • Dr. B. (Banne) Nemeth, aios orthopedie, LUMC, NOV
  • Dr. M.E. (Maarten) Tushuizen, maag-darm-leverarts, LUMC, NVMDL
  • Dr. C.H. (Heleen) van Ommen, kinderarts-hematoloog, Erasmus MC, NVK
  • Dr. E.J. (Esther) Nossent, longarts, Amsterdam UMC, NVALT
  • Dr. N. (Nakisa) Khorsand, ziekenhuisapotheker, OLVG, NVZA
  • Dr. S.A. (Sonja) de Munnik, klinisch geneticus, Radboudumc, VKGN

Betrokken clusterexpertisegroepleden

  • Prof. dr. K. (Karina) Meijer, internist-hematoloog, UMCG, NIV, NVVH (Nederlandse Vereniging voor Hematologie)

Met ondersteuning van

  • H. (Hanneke) Olthuis, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (tot 1 februari 2026)
  • H.J. (Harm-Jan) van der Hart, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • E. (Esther) van der Bijl, Informatiespecialist, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten

Belangenverklaringen

Een overzicht van de belangen van de clusterleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.

 

Tabel Gemelde (neven)functies en belangen stuurgroepleden en betrokken clusterexpertisegroepleden

Naam

Hoofdfunctie

Nevenwerkzaamheden

Persoonlijke financiële belangen

Persoonlijke relaties

Extern gefinancierd onderzoek

Intellectuele belangen en reputatie

Overige belangen

Restrictie

Stuurgroepleden

Huisman (vz)

internist LUMC Leiden

Voorzitter nederlands kennisplatform antistollingszorg onbetaald;
board of directors PERT USA onbetaald

geen

geen

Hartstichting, COVID en herseninfarct, projectleider ja;
ZonMw register atriumfibrilleren, projectleider ja;
BI, register AF -afgerond, register af, - afgerond;
Bayer, register VTE en Kanker, projectleider ja – afgerond;
Leo Pfizer-BMS, register VTE en kanker, projectleider ja - afgerond

nee

nvt

Geen restricties

Ettema

Orthopedisch chirurg Isala Zwolle

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen restricties (in 2025 geen herbevestiging ontvangen)

de Heer

Cardio-thoracaal chirurg
UMC Utrecht

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen restricties

Stroobants

Klinisch chemicus
RadboudUMC

Bestuur vakvereniging VHL (secretaris, onbetaald),
Werkgroep hemostase VHL (voorzitter, onbetaald),
Sectie stolling van de SKML (voorzitter, onbetaald),
Advisory board ECAT (onbetaald);

RvT ECAT (betaald, aan RadboudUMC)

Dienstverband RadboudUMC

n.v.t.

n.v.t.

Geen

n.v.t.

Geen restricties

Tushuizen

MDL-arts LUMC

lid Horizonscan Geneesmiddelen, onbetaald

Geen

Geen

TNO, markers voor fibrose, rol als projectleider

Geen

Geen

Geen restricties

Khorsand

Ziekenhuisapotheker OLVG

Voorzitter SIG hematologie NVZA (onbetaald); Voorzitter programma commissie congres NVZA (onbetaald)

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen restricties

Kruip

Hematoloog Erasmus MC (0.3 FTE)
Directier Kwaliteite en Patiëntenzorg Erasmus MC (0.7 FTE)

Voorzitter Federatie Nederlandse trombosediensten, onbetaald (afgerond);
Bestuur Nederlandse Vereniging voor Trombose en hemostase, onbetaald (afgerond);
RvT Trombosestichting Nederland, onbetaald;

RvC Lenticure, onbetaald;

Lid guideline committee European Hematology Association, onbetaald

Geen

Geen

ZonMw en  Trombosestichting NL, Trombose bij Covid 19 (afgerond); ZonMw, VITT na Coronavaccinatie (afgerond); FNT, coronavaccinatie bij VKA (afgerond);
Sobi, DDAVP bij milde hemof (afgerond);

Trombosestichting NL - Antiplatelet Therapy and menstrual blood loss; PARASOL study (Projectleider JA);

Horizon Europe - SERENITY: Improved supportive, palliative, survivorship and end-of-life care of cancer patients (Local PI);

Zorginstituut, Recognition and registration of low health literary in patients with diabetes to enable shared decision making (Projectleider NEE);

ZonMW, Bloedstollend veilig: Safety-II education focused on anticoagulants in master of Medicine  (Projectleider NEE);

Citrienfonds, Inclusieve zorg voor mensen met geldzorgen in digitale tijden (projectleider NEE)

Geen

Sprekersvergoeding, betaald aan het Erasmus MC van Sobi, Roche en BMS (afgerond)

Geen restricties (onderwerp van commercieel gefinancieerd onderzoek valt buiten bestek van deze cyclus)

Renes

Anesthesioloog-pijnspecialist, RadboudUMC (betaald)

Kwaliteitsvisitatie NVA (vacatiegeld)
Medische expertise op persoonlijke titel (betaald)

geen

geen

geen

geen

geen

Geen restricties

van Ommen

Hoofd afd. Kinderhematologie & kinderoncologie Erasmus MC Sophia Kinderziekenhuis

Geen

geen

Geen

Fase 3 trial effectiviteit van edoxaban voor behandeling van trombose bij kinderen, financier Daiichi Sankyo, local PI en steeringCie (afgesloten in 2022); Microscopic evaluation of clots in ECMO systems, Octapharma, rol als PI; IPTN ThromPED registry (international observational registry/study of children with thrombosis, financier BI, BMS en INVENT, rol als chair IPTN

Geen

Adviseur voor verschillende farmaceuten voor ontwikkeling van onderzoek van antistollingsmiddelen of antidota bij kinderen zoals Asundexian (Bayer BV), andexanet (Astra Zeneca)

Geen restricties (onderwerp van commercieel gefinancierd onderzoek valt buiten bestek van deze cyclus, adviesrollen neergelegd gedurende de richtlijnontwikkeling.)

Krug

Chirurg, LUMC

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen restricties

de Munnik

Klinisch geneticus Radboudumc
Klinisch geneticus MUMC+

Voorzitter commissie kwaliteit VKGN,
Lid werkgroep prenatale genetica VKGN, Vertegenwoordiger in de raad van Kwaliteit van de FMS

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen restricties

Nossent

Longarts
Amsterdam UMC

NVALT Bronkhorst Colloquium(onbetaald);   

NVALT CCO Pulmonary Vascular Diseases and ILD; chair (betaald);

Scientific Committtee PHA Europe (onbetaald);

ERS/ESC taskforce redefining pulmonary arterial hypertension with cardiopulmonary comorbidities; secretary (onbetaald);

PHAROS TF PH-CLD (onbetaald);

Medical advisory board: MSD. (betaald).

Geen.

Geen

E.J. Nossent has received research grants from:
Janssen
Bayer/MSD
Boehringer Ingelheim B.V. (OPTICS-studie, afgerond)
United Therapeutics/Ferrer
AbbVie
Breathomix (P4O2 ILD-extension, rol als projectleider)

Geen

Geen

Geen restricties (studies en betreffen onderwerpen die niet relevant zijn in deze cyclus)

Betrokken clusterexpertisegroepleden

Meijer

internist-hematoloog, Universitair Medisch Centrum Groningen

mede-voorzitter Transmuraal Trombose Expertise Centrum NoordNederland (onbetaald)

voorzitter Commissie Hematologische Geneesmiddelen (voor de NVvH)

- Ik heb in de afgelopen drie jaar sprekersvergoedingen ontvangen van Alexion, Bayer en CSL Behring
- ik ben in de afgelopen drie jaar betaald voor deelname aan een 'trial steering committee' voor Astra Zeneca en Bayer, voor deelname aan een 'data monitoring and endpoint adjudication committee' voor Octapharma, en voor meeschrijven aan manuscript voor Uniqure
Betalingen zijn steeds aan mijn afdeling gedaan, niet aan mij persoonlijk.

Nee

 NWO- Symphony consortium,
hemofilie, co-leader
'ethical dilemmas of
treatment choice'

- deelname DSMB Alife2 onderzoek (onbetaald)

- niet buiten gepubliceerd eigen studies en onderzoek

Nee

Geen restricties (onderwerp van commercieel gefinancierd onderzoek valt buiten bestek van deze cyclus).

 

Inbreng patiëntenperspectief

Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz

Bij de richtlijnmodule voerden de clusterleden conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uit om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema bij Werkwijze).

Module

Uitkomst raming

Toelichting

Periprocedureel beleid

geen financiële gevolgen

Hoewel uit de toetsing volgt dat de aanbevelingen breed toepasbaar zijn (>40.000 patiënten), volgt ook uit de toetsing dat het geen nieuwe manier van zorgverlening of andere organisatie van zorgverlening betreft, het geen toename in het aantal in te zetten voltijdsequivalenten aan zorgverleners betreft en het geen wijziging in het opleidingsniveau van zorgpersoneel betreft. Er worden daarom geen substantiële financiële gevolgen verwacht.

Werkwijze

Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze. Relevante informatie voor de ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule is hieronder weergegeven.

Volgende:
Strategie bloeding/ingreep bij antistolling