Richtlijn MRI bij patiënten met implantaten

Nieuwe richtlijn MRI bij patiënten met implantaten is toegevoegd aan de Richtlijnendatabase.


In welke gevallen is het veilig om een MRI-onderzoek uit te voeren bij patiënten met implantaten? Een nieuw gepubliceerde richtlijn biedt handvatten voor deze beslissing. De richtlijn is bedoeld voor MR veiligheidsdeskundigen zoals klinisch fysici. Daarnaast kan de richtlijn nuttig zijn voor alle leden van beroepsgroepen die betrokken zijn bij de planning van MRI bij patiënten met implantaten: radiologen, MBB’ers (MR-laboranten) en verwijzers voor MRI-onderzoek.

 

Implantaten die in het lichaam zitten kunnen ervoor zorgen dat het soms niet lukt om goede MRI-beelden te krijgen. Andersom kan het magnetisch veld en of de radiogolven ook invloed hebben op het implantaat, bijvoorbeeld door het te laten verplaatsen of op te warmen. Dit kan gevaarlijk zijn voor de gezondheid. Het is daarom belangrijk om voorafgaand aan MRI-onderzoek te weten welke implantaten er in het lichaam zitten en te bepalen of MRI-onderzoek veilig plaats kan vinden. Er is echter weinig informatie over de MRI-veiligheid van implantaten. Fabrikanten moeten zelf aangeven onder welke categorie implantaten vallen: ‘MRI-veilig’, ‘MRI toegestaan onder specifieke condities’ of ‘MRI-onveilig’. Uit voorzorg gaan fabrikanten hierbij vaak aan de veilige kant zitten. Daarnaast is ook met regelmaat niet te achterhalen wat voor type implantaat een patiënt precies heeft gekregen.  

 

Door deze kennislacune kan geen goede afweging gemaakt worden tussen de risico’s die een MRI-onderzoek met zich meebrengt en de risico’s van het ontbreken van de diagnostische informatie van datzelfde MRI-onderzoek. In ziekenhuizen wordt hier verschillend mee omgegaan. De nieuwe richtlijn biedt daarom handvatten om het risico goed in te schatten en het beleid rondom MRI bij patiënten met implantaten overzichtelijker en eenduidiger te maken. 

 

Aanbevelingen 

De twee modules van deze richtlijn gaan over patiënten met een hartklepprothese en annuloplastiekring of mitraclip en over patiënten met een cerebrale aneurysma clip, voor wie een onderzoek wordt aangevraagd op een MRI-scanner. Belangrijke aanbeveling voor de praktijk is dat er bij patiënten met een hartklepprothese, annuloplastiekring of mitraclip gescand kan worden zonder verdere voorwaarden. Voor patiënten met een cerebrale aneurysma clip worden aanbevelingen gegeven wanneer en hoe er veilig gescand kan worden. In de toekomst zullen ook modules ontwikkeld worden voor MRI bij andere soorten implantaten.  

 

Samenwerking

De richtlijn is een initiatief van de Nederlandse Vereniging voor Klinische Fysica (NVKF) en opgesteld door een multidisciplinaire commissie met vertegenwoordigers vanuit de klinisch fysici, radiologen, cardiologen, neurochirurgen en medisch beeldvormings- en bestralingsdeskundigen. Het Kennisinstituut heeft de richtlijn begeleid.

 

Bekijk de richtlijn in de Richtlijnendatabase.