Nieuwe richtlijn Sondevoeding
De nieuwe SRI-richtlijn Sondevoeding beschrijft uniforme hygiënische voorwaarden voor bereiding en toediening in ziekenhuizen. De richtlijn vervangt twee WIP-richtlijnen en helpt infecties en andere complicaties te voorkomen.
Sondevoeding levert voedingsstoffen via een sonde aan patiënten die niet of onvoldoende kunnen eten. Tijdens bereiding, bewaring en toediening kan microbiële besmetting ontstaan. Vooral kwetsbare ziekenhuispatiënten lopen daardoor risico op infecties. Verschillen in werkwijze kunnen leiden tot onnodige risico’s en variatie in de kwaliteit van zorg. De modules beschrijven daarom eenduidige voorwaarden voor hygiënisch werken. De richtlijn vervangt de WIP-richtlijnen Sondevoeding en Sondevoeding op de neonatologie en brengt de meest actuele inzichten in praktijkafspraken samen.
Wat staat erin?
De volgende onderwerpen komen aan de orde:
- Bereiden sondevoeding: Deze module beschrijft de hygiënische voorwaarden voor het bereiden, bewaren en hanteren van sondevoeding. De aanbevelingen richten zich op handhygiëne, aseptisch werken, correcte opslag, naleving van de bewaartermijnen van de fabrikant en het voorkomen van contaminatie tijdens de bereiding.
- Toediening sondevoeding: Deze module geeft aanbevelingen voor het veilig inbrengen en vervangen van voedingssondes en voor de hygiënische toediening van sondevoeding. De nadruk ligt op handhygiëne, het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen, reiniging van voedingspompen en zorgvuldig gebruik van het toedieningssysteem.
- Vervangingsfrequentie toedieningssysteem: Vervang het toedieningssysteem volgens de instructies van de fabrikant.
- Sondevoeding op de afdeling neonatologie: Deze module bevat aanvullende aanbevelingen voor neonaten, waaronder aseptische bereiding, steriele materialen, gekoelde bewaring, sonde-inbrenging en toediening.
- Vervangingsfrequentie verbindingsslang: Volg bij continue sondevoeding voor neonaten de vervangingsfrequentie van de fabrikant.
Samenwerking
De richtlijn is ontwikkeld op initiatief van het SRI, in samenwerking met vertegenwoordigers van mdl-artsen (NVMDL), artsen-microbioloog (NVMM), kinderartsen (NVK), infectiepreventiedeskundigen (VHIG), verpleegkundig specialisten (V&VN) en patiëntvertegenwoordigers (Crohn & Collitis Nederland).
Het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten heeft namens het SRI het traject begeleid. Financiering is afkomstig van het ministerie van VWS.