Nieuwe en herziene richtlijnen voor hoestklachten
Er zijn twee richtlijnen over hoest gepubliceerd: de nieuwe richtlijn Chronische hoest en een herziening van de richtlijn Hoesten in de palliatieve fase. De richtlijnen geven duidelijke aanbevelingen voor diagnostiek en behandeling van hoestklachten.
Hoesten kan verschillende oorzaken hebben en een grote impact hebben op de kwaliteit van leven. Voor chronische hoest was nog geen richtlijn. De richtlijn Hoesten in de palliatieve fase was flink verouderd. Deze nieuwe en herziene richtlijn geven zorgprofessionals handvatten voor diagnostiek en behandeling van hoestklachten in verschillende klinische contexten.
Richtlijn Chronische hoest
Mensen hebben chronische hoest als ze langer dan acht weken hoesten. Hypersensitiviteit van de hoestzenuw versterkt de hoestreflex, waardoor patiënten last hebben van overmatig hoesten, ook wel het Cough Hypersensitivity Syndrome genoemd. Bijna elf procent van de Nederlanders heeft hier last van.
Voorheen werd chronische hoest alleen gezien als symptoom van een andere aandoening, zoals astma, chronische rhinosinusitis en reflux. Tegenwoordig wordt chronische hoest als eigen ziektebeeld gezien. Het is een hoest waarvan de oorzaak niet kan worden achterhaald of een hoest waarbij patiënten niet reageren op behandelingen ondanks een bekende oorzaak.
Voor deze richtlijn is deels gebruik gemaakt van de Europese richtlijn. Ook is een stroomschema ontwikkeld voor de diagnostiek en behandeling. De volgende onderwerpen komen aan bod:
- Anamnese en diagnostiek: Hier staan aanbevelingen over de tests voor het stellen van de diagnose. Het routinematig een CT-scan van de thorax maken wordt afgeraden.
- Behandelmogelijkheden: In verschillende modules komen de indicaties voor en toediening van medicatie (astmamedicatie, zuurremmers, macroliden, hoestdempende middelen) en andere behandelmogelijkheden (hoestlogopedie, strategie bij Upper Airway Cough Syndrome) aan bod.
- Organisatie van zorg: Hier staan aanbevelingen voor regionale afspraken en multidisciplinaire samenwerking.
Richtlijn Hoesten in de palliatieve fase
De multidisciplinaire richtlijn Hoesten in de palliatieve fase geeft adviezen over diagnostiek, voorlichting en behandeling van hoesten bij patiënten in de palliatieve fase en de gevolgen daarvan.
De volgende onderwerpen komen aan bod:
- De achtergrond en mogelijke oorzaken van hoesten in de palliatieve fase.
- De aanbevolen diagnostiek bij hoesten in de palliatieve fase en de onderwerpen die met de patiënt besproken kunnen worden.
- Medicamenteuze en andere behandelmogelijkheden bij hoesten in de palliatieve fase.
Hoesten bij kinderen in de palliatieve fase wordt beschreven in de richtlijn Palliatieve zorg voor kinderen.
Samenwerking
De richtlijnen zijn ontwikkeld op initiatief van Nederlandse Vereniging van Artsen voor Longziekten en Tuberculose (NVALT) en Stichting PZNL, in samenwerking met vertegenwoordigers van specialisten ouderengeneeskunde (VERENSO), internisten (NIV), huisartsen (NHG), kno-artsen (KNO), mdl-artsen (NVMDL), logopedisten (NVLF) en patiëntvertegenwoordigers (Longfonds).
Het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten heeft het traject begeleid. Financiering is afkomstig van de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS).