Herziening richtlijn COPD
De richtlijn COPD is uitgebreid met een module over telemonitoring op maat. Hier is aandacht voor doelen, mogelijkheden en wensen van patiënt. Daarnaast is de module Biologicals herzien met duidelijke criteria wanneer te starten en te stoppen.
Bij COPD zijn de longen beschadigd, waardoor ze niet meer goed zuurstof opnemen. Dit heeft een enorme impact op de kwaliteit van leven van patiënten. Soms is de aandoening lastig onder controle te krijgen en kunnen de klachten plotseling toenemen en werken medicijnen niet meer. Dan is er sprake van een longaanval.
De aanbevelingen in de richtlijn COPD bieden zorgprofessionals houvast bij behandelkeuzes en evaluatie hiervan. Het doel is om de ziekte onder controle te houden en longaanvallen te voorkomen, met zo min mogelijk medicatiebelasting. Een gerichte behandeling en doelmatige inzet van medicijnen is niet alleen relevant voor de geneesmiddelkosten en de belasting van de zorg, maar ook voor de ervaren ziektelast van patiënten.
Wat staat erin?
Een nieuwe module beschrijft de inzet van telemonitoring. De module over biologicals is herzien op basis van nieuwe wetenschappelijke inzichten:
- Telemonitoring bij COPD: De nieuwe module adviseert telemonitoring in de tweede lijn op maat in te zetten. Laat doelen, mogelijkheden en wensen van patiënt en zorgverlener meewegen. Streef daarbij naar ontlasting van de reguliere zorg, zoals minder vaste fysieke controles, maar wel met behoud van de kwaliteit van zorg. Daarmee kan de module bijdrage aan passende zorg en mogelijk aan een vermindering van de belasting van de tweedelijnszorg.
- Biologicals bij COPD: Voorheen hadden anti-IL-5(R)-biologicals geen plaats in de reguliere COPD-behandeling. Nu beveelt de module mepolizumab of dupilumab aan voor geselecteerde patiënten. Patiënten komen in aanmerking als zij minstens 300 eosinofielen/µl bloed hebben en ondanks optimale behandeling ongecontroleerde COPD en frequente longaanvallen.
Benralizumab wordt niet aanbevolen; dat geldt ook voor mepolizumab en dupilumab onder deze eosinofielengrens. Evalueer na 4 tot 6 maanden en stop als behandeldoelen niet worden bereikt. De duidelijke start- en stopcriteria in deze module ondersteunen een doelmatige en passende inzet van deze relatief kostbare geneesmiddelen.
Samenwerking
De modules zijn ontwikkeld door het richtlijncluster Astma & COPD, een multidisciplinaire werkgroep met vertegenwoordigers van longartsen (NVALT), kinderartsen (NVK), ziekenhuisapothekers (NVZA), radiologen (NVvR), sportartsen (VSG) huisartsen (NHG), diëtisten (NVD), fysiotherapeuten (KNGF), ergotherapeuten (EN), verpleegkundig specialisten (V&VN), en patiëntvertegenwoordigers (Longfonds).
Het traject is begeleid door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten. Financiering is afkomstig van de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS).