Follow-up na cholesteatoomchirurgie

De richtlijn 'Follow-up na cholesteatoomchirurgie' is toegevoegd aan de Richtlijnendatabase.


  • Deze richtlijn gaat over de follow-up strategie voor het opsporen van residu cholesteatoom bij patiënten die cholesteatoomchirurgie hebben ondergaan.
  • Belangrijke wijzigingen voor de praktijk: in het verleden was men voor controle na cholesteatoom chirurgie vooral aangewezen op een controle operatie (ook wel 'second look' genoemd). Met de opkomst van de non-echo-planar diffusion weighted MRI (in het kort: MRI inclusief DWI) is hiervoor een alternatief voorhanden. De richtlijn evalueert de diagnostische waarde van de MRI inclusief DWI en benoemt de rol van MRI inclusief DWI en die van een second look in de follow-up na cholesteatoom chirurgie.
  • Waarom is het belangrijk? Cholesteatoom is een aandoening met een mogelijk ernstig beloop als het onbehandeld blijft. De behandeling van eerste keuze is chirurgie. Een adequate follow-up is belangrijk omdat er een kans is op residu na cholesteatoom chirurgie.
    Hoewel een second look in principe een goede controle modaliteit is, is deze niet altijd mogelijk zonder de voorgaande operatie deels teniet te doen (bijvoorbeeld na sanerende oor ingrepen met obliteratietechnieken). Daarnaast is er een minder invasieve modaliteit beschikbaar gekomen: de MRI inclusief DWI. Het bepalen van de waarde en de rol van dit relatief nieuwe instrument in de follow-up na cholesteatoom chirurgie is belangrijk om patiënten de optimale follow-up te kunnen bieden.     
  • Bij deze richtlijn is als hulpmiddel een stroomschema ontwikkeld. U vindt dit aanverwante product onder de knop bijlagen. Daarnaast is ook de patiënteninformatie op de website van de NVKNO aangepast.
  • Overige opmerkingen/bericht voorzitter:
    Deze richtlijn beoogt de diagnostische waarde van MRI inclusief DWI te definiëren en een handleiding te bieden voor het inzetten van MRI inclusief DWI en/of second look in de follow-up na cholesteatoom chirurgie. De optimale follow-up strategie is mede afhankelijk van de aard van de voorgaande sanerende ooroperatie, het postoperatief gehoor en het klinisch beeld. Vanzelfsprekend kan niet elk denkbaar scenario in de richtlijn worden gevat en de richtlijn is dan ook geen vervanging voor een gedegen klinische evaluatie. Niet zelden is er een keuze tussen gelijkwaardige opties te maken, en is de wens van de patiënt van doorslaggevend belang, vanzelfsprekend nadat de patiënt goed geïnformeerd is over alle opties. Deze richtlijn en het bijbehorende beslisboom kunnen daarbij dienen als praktische leidraad.

 

Klik hier om de richtlijn te bekijken.