Implementatietabel

(Sub)aanbeveling

 

Sterkte van de aanbeveling

Bewijskracht per uitkomstmaat

Verkeerslicht per (sub)aanbeveling

 

Aanbeveling 1:

Adviseer iemand met een meer dan 2,5 keer levenslang verhoogd risico (10%) op CRC coloscopie surveillance vanaf 40 jaar.

Dit betekent een surveillance advies voor familieleden met 1 eerstegraads familielid met CRC onder de 50 jaar of familieleden met 2 of meer eerstegraads familieleden met CRC onder de 70 jaar

 

X Sterk

 

Voor de (sub)uitgangsvraag is geen systematische literatuur analyse uitgevoerd

 

LICHT GROEN: vul tabel A in

 

Aanbeveling 2:

Verricht elke vijf jaar een coloscopie bij familieleden tussen 40-80 jaar en die voldoen aan bovenstaande criteria, afhankelijk van de vitaliteit van de betrokkene.

  • Bij vaststellen van hoog-risico poliepen, follow-up volgens richtlijn surveillance coloscopie (richtlijn Coloscopie surveillance)

 

X Sterk

 

Voor de (sub)uitgangsvraag is geen systematische literatuur analyse uitgevoerd

 

LICHT GROEN: vul tabel A in

 

Aanbeveling 3:

Adviseer familieleden met een minder dan 2,5 keer verhoogd risico om deel te nemen aan het bevolkingsonderzoek darmkanker.

X Sterk

 

Voor de (sub)uitgangsvraag is geen systematische literatuur analyse uitgevoerd

 

LICHT GROEN: vul tabel A in

 

Aanbeveling 4:

Overweeg, naast bovenstaand advies, een eenmalige coloscopie bij familieleden van een patiënt met CRC onder de 40 jaar, rondom de leeftijd van de jongste CRC-diagnose in de familie

X Zwak

 

Voor de (sub)uitgangsvraag is geen systematische literatuur analyse uitgevoerd

 

ORANJE: gebruik tabel B

 

 

Implementatietabel

Tabel A: (De-)Implementatietabel met impuls analyse

Aanbeveling – 1 t/m 3

 

  1. Wat was het onderliggende probleem om deze uitgangsvraag uit te werken?

 

□ Ongewenste praktijkvariatie

x Nieuwe evidentie

□ Anders

 

Toelichting:

Nieuwe studie naar risico eerstegraads familieleden van iemand met darmkanker. Nieuwe studie naar effectieve controle.

 

  1. Maak een inschatting over hoeveel patiënten het ongeveer gaat waar de aanbeveling betrekking op heeft?

□ < 1000

x < 5000

5000-40.000

> 40.000

 

  1. Maakt de aanbeveling deel uit van een set van interventies voor hetzelfde probleem?

 

□ Ja: hoe verhoudt deze aanbeveling zich tot de andere aanbevelingen uit deze (sub-) module/ richtlijn of uit andere richtlijnen(modules)? Dient hier rekening mee gehouden te worden bij de implementatie of kan dit worden gezien als een losstaande aanbeveling?

 

Toelichting: [toelichting]

 

x Nee

 

  1. Belemmeringen en kansen op verschillende niveaus voor landelijke toepassing van de aanbeveling:

Voorbeelden

Wat zijn mogelijke belemmerende factoren?

Wat zijn mogelijke bevorderende factoren?

  1. Richtlijn/ klinisch traject (innovatie)

Voortschrijding/vooruitgang in de praktijk, haalbaarheid, geloofwaardigheid, toegankelijkheid, aantrekkelijkheid

MDL-artsen en chirurgen zijn niet altijd op de hoogte van de richtlijnen en zullen mogelijk adviezen niet altijd volgens de aanbeveling geven waardoor er wat praktijk variatie kan ontstaan.

Geen grote verandering t.o.v. bestaande adviezen en nu betere aansluiting op Europese/ internationale richtlijnen

  1. Zorgverleners (artsen en verpleegkundigen)

Bewustzijn, kennis, houding, motivatie om te veranderen, gedragsroutines

 

Onder MDL artsen/ verpleegkundig specialist/ en chirurgen is al bewustzijn dat eerstegraads familieleden van iemand met jong darmkanker een verhoogd risico hebben.

  1. Patiënt/ cliënt (naasten)

Kennis, vaardigheden, houding, compliance

Compliance van eerstegraads familieleden zal wisselend zijn, afhankelijk van factoren die gezondheid over het algemeen beïnvloedden.

Eerstegraads familieleden zijn vaak gemotiveerd vanwege meemaken darmkanker bij familielid om controles te doen.

  1. Sociale context

Mening van collega’s, cultuur van het netwerk, samenwerking, leiderschap

n.v.t.

n.v.t.

  1. Organisatorische context

Organisatie van zorgprocessen, personeel, capaciteiten, middelen, structuren

Mogelijk dat niet altijd duidelijk zal zijn door wie de adviezen aan eerstegraads gegeven moeten worden, als er geen reden is voor erfelijkheidsonderzoek zal dit door de MDL-arts/verpleegkundig specialist/ Chirurg moeten worden gedaan.

 

  1. Economische en politieke context

Financiële regelingen, regelgeving, beleid (vergoede zorg, betaaltitel)

Het betreft vergoede zorg

 

  1. Welke personen/partijen zijn van belang bij het toepassen van de aanbeveling in de praktijk?

 

X Patiënt/ cliënt (naaste)

X Professional

□ Beroepsvereniging

□ Ziekenhuis(bestuurder)

□ Zorgverzekeraars/ NZa

□ Zorginstituut [duiding nodig]

…………………………………… (graag aanvullen met alle relevante partijen, e.g., industrie)

 

  1. Wat zouden deze personen/ partijen moeten veranderen in hun gedrag of organisatie om de aanbeveling toe te passen?

 

 De adviezen zijn in lijn met bestaande praktijk, met enkele aanpassingen betreffende risico stratificatie

Er zal moeten worden gekeken naar de huidige informatievoorziening en waar nodig deze aanpassen.

  1. Binnen welk tijdsbestek moet de aanbeveling zijn geïmplementeerd?

X < 1 jaar

□ < 2 jaar

□ < 3 jaar

 

Aangezien het dus alleen aanpassingen zijn op de huidige praktijk is de verwachting dat aanpassingen binnen een jaar bekend moeten zijn bij de betrokken behandelaars.

 

  1. Conclusie: is er extra aandacht nodig voor implementatie van de aanbeveling (anders dan publicatie van deze richtlijnmodule)?

□ Ja* X Nee

 

Toelichting: De beroepsverenigingen ontvangen allen de aangepaste richtlijn en vanuit de commissie zijn zij ook vertegenwoordig. Wel zullen uiteraard op landelijke bijeenkomsten van de beroepsverenigingen sterk aandacht worden gegevens aan de aanpassingen. Met name ook bij de klinisch genetici die de adviezen geven voor FCC-families.

 

 

*Deze aanbeveling komt in aanmerking voor plaatsing op de Implementatie Agenda van het programma Zorg Evaluatie & Gepast Gebruik (ZE&GG). In het programma ZE&GG werken patiënten, zorgverleners, zorgaanbieders, zorgverzekeraars en overheid samen aan de bewezen beste zorg voor de patiënt. Daarmee is ZE&GG een programma van alle betrokken partijen in de Medisch Specialistische Zorg. FMS is één van deze betrokken partijen.

 

De implementatieagenda van ZE&GG bevat onderwerpen over wat de bewezen beste zorg is en die in de dagelijkse zorgpraktijk geïmplementeerd zouden moeten worden. Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en de Nederlandse Vereniging voor Ziekenhuizen (NVZ) hebben landelijke afspraken gemaakt over de implementatie van de onderwerpen van de implementatieagenda. Deze afspraken zijn onderdeel van de zorginkoopafspraken tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders.

 

Vanuit FMS worden sterke, goed onderbouwde aanbevelingen, getoetst op de behoefte aan een implementatie impuls aangedragen. Voor de beoordeling van onderwerpen uit richtlijnen wordt gekeken naar bovenstaande tabel voor een inschatting van de implementatie impuls. Met de ingevulde implementatietabel kunnen we vanuit FMS de andere HLA-MSZ partijen goed informeren om zo samen te beslissen of de aanbeveling daadwerkelijk op de implementatie agenda zal worden geplaatst.

 

Tabel B: Implementatietabel 

Aanbeveling – 4

Op basis van de beschikbare evidentie en ervaring uit de praktijk kon er onvoldoende richting aan de besluitvorming worden gegeven. Om die reden is er geen beschrijving van belemmeringen en kansen voor implementatie van de aanbeveling toegevoegd. Disseminatie van de kennis in deze submodule verloopt via de standaard route. De submodule wordt gepubliceerd op de Richtlijnendatabase.