Zwangerschapscholestase

Initiatief: NVOG Aantal modules: 3

Startpagina - Zwangerschapscholestase

Bij aanverwante informatie is de PDF versie van deze richtlijn te vinden.

 

Waar gaat deze richtlijn over?

Deze richtlijn richt zich op wat volgens de huidige maatstaven de beste zorg is voor patiënten met zwangerschapscholestase. In de richtlijn komen de volgende onderwerpen aan de orde:

  • Symptomatologie
  • Epidemiologie en etiologie
  • Diagnostiek
  • Risico’s rondom de geboorte
  • Beleid en interventies
  • Postpartum- en preconceptionele adviezen
  • Anticonceptie

 

Voor wie is deze richtlijn bedoeld?

Deze richtlijn is bestemd voor alle professionals die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten met zwangerschapscholestase.

 

Voor patiënten

Zwangerschapscholestase is de medische term voor galstuwing (cholestase) tijdens de zwangerschap. Het treedt voornamelijk op in de tweede helft van de zwangerschap. Het belangrijkste verschijnsel is jeuk. De jeuk kan over het gehele lichaam optreden, maar komt het meest voor op de handpalmen en voetzolen. Daarnaast gaat het gepaard met een verhoogd risico op  vroeggeboorte en complicaties voor het ongeboren kind. Zwangerschapscholestase komt voor bij 0.1 tot 2 procent van alle zwangerschappen. Het is onbekend hoe zwangerschapscholestase ontstaat. Na de bevalling verdwijnen de klachten binnen enkele dagen.

 

Meer informatie: p.m.

 

Hoe is de richtlijn tot stand gekomen?

Het initiatief voor deze richtlijn is afkomstig van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG). De richtlijn is opgesteld door een monodisciplinaire commissie met vertegenwoordigers vanuit de gynaecologie.

Autorisatiedatum en geldigheid

Laatst beoordeeld  : 01-08-2018

Laatst geautoriseerd  : 01-08-2018

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie
Geautoriseerd door:
  • Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie

Samenstelling werkgroep

  • Dr. D.E. Wijnberger, gynaecoloog-perinatoloog, Rijnstate, Nederlandse Vereniging voor Obstetrie & Gynaecologie
  • Dr. I.M. Evers, gynaecoloog-perinatoloog, Meander MC, Nederlandse Vereniging voor Obstetrie & Gynaecologie
  • Dr. A.C.B. Coumans, gynaecoloog-perinatoloog, MUMC+, Nederlandse Vereniging voor Obstetrie & Gynaecologie

 

Meelezers:

  • Leden van de Otterlo werkgroep (2016-2018)

 

Met ondersteuning van:

  • A. Rozeboom, junior adviseur Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (tot november 2017)
  • Dr. S. Persoon, adviseur Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Dr. E.M.E. den Breejen, senior adviseur Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten

Belangenverklaringen

De KNMG-code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling is gevolgd. Alle werkgroepleden hebben schriftelijk verklaard of zij in de laatste drie jaar directe financiële belangen (betrekking bij een commercieel bedrijf, persoonlijke financiële belangen, onderzoeksfinanciering) of indirecte belangen. (persoonlijke relaties, reputatiemanagement, kennisvalorisatie) hebben gehad. Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij de NVOG.

 

Werkgroeplid

Functie

Nevenfuncties

Gemelde belangen

Ondernomen

actie

Dr. D.E.

Wijnberger

gynaecoloog-

perinatoloog

Lid       Otterlo

werkgroep

geen

geen

Dr. I.M. Evers

gynaecoloog-

perinatoloog

Lid       Otterlo

werkgroep

geen

Geen

Dr. A.C.B.

Coumans

gynaecoloog-

perinatoloog

Lid       Otterlo

werkgroep

geen

geen

Inbreng patiëntenperspectief

Met de Patiëntenfederatie Nederland heeft gedurende het ontwikkelproces contact plaatsgevonden over het patiëntenperspectief. De conceptmodule is voor commentaar voorgelegd aan de Patiëntenfederatie Nederland.

Methode ontwikkeling

Evidence based

Volgende:
UDCA bij zwangerschapscholestase