Waar gaat deze richtlijn over?

Deze richtlijn is primair gericht op de diagnostiek en behandeling van patiënten met werkgerelateerd astma in de tweede lijn. Deze richtlijn stipt daarnaast onderwerpen aan die op het raakvlak liggen tussen de individuele curatieve zorg en de arbeidsgeneeskunde zorg voor patiënten met werkgerelateerde luchtwegklachten en werkgerelateerd astma. De richtlijn beoogt de longarts zo concreet mogelijk te ondersteunen bij het signaleren en diagnosticeren van werkgerelateerd astma en aan te geven welke vervolgstappen kunnen worden genomen. Hiervoor is een flowchart gemaakt waarin 4 stappen worden onderscheiden.

 

Voor wie is deze richtlijn bedoeld?

Deze richtlijn is geschreven voor alle leden van de beroepsgroepen die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten met werkgerelateerde luchtwegklachten en werkgerelateerd astma. De gebruikers van de richtlijn betreffen dan ook naast de longartsen andere medische en paramedische beroepsgroepen zoals bedrijfsartsen, verzekeringsartsen, medische adviseurs, allergologen, huisartsen, physician assistants, longfunctieanalisten, (long)verpleegkundigen en praktijkondersteuners in de huisartsenpraktijk. De richtlijn is informatief voor arbeidshygiënisten, arbeidsdeskundigen en andere professionals in de arbodienstverlening.

 

Voor patiënten

Werkgerelateerd astma, ook wel beroepsastma genoemd, is astma dat door beroepsmatige blootstelling wordt veroorzaakt of wordt verergerd. Werkgerelateerd astma wordt onderscheiden in:

 

Beroepsastma

Astma dat wordt veroorzaakt door beroepsmatige blootstelling.

 

Door het werk verergerend astma

Hieronder wordt verstaan een reeds bestaand astma, dat door allerlei factoren en prikkels op het werk nadelig wordt beïnvloed. Het gaat om chemische of fysische prikkels, zoals geuren, koude, temperatuurswisseling en een hoge of lage vochtigheidsgraad.

 

Meer informatie vindt u op www.longfonds.nl.

 

Hoe is de richtlijn tot stand gekomen?

De ontwikkeling van deze richtlijn maakt als deelproject onderdeel uit van het project Gebruik internationale richtlijnen in Nederland – Richtlijnen 2.0­proof. Dit project beoogt een efficiënte werkwijze te ontwikkelen om internationale richtlijnen in Nederland geschikt te maken voor autorisatie zonder concessies te doen aan de gestelde eisen in het adviesrapport Medisch Specialistische Richtlijnen 2.0.Uitgangspunt bij ontwikkeling vormde de ERS-richtlijn uit 2012 over het management van werkgerelateerd astma.

Autorisatiedatum en geldigheid

Laatst beoordeeld : 01-01-2016

Laatst geautoriseerd : 01-01-2016

Uiterlijk in 2021 bepaalt het bestuur van de Nederlandse Vereniging van Artsen voor Longziekten en Tuberculose of deze richtlijn (module) nog actueel is. Zo nodig wordt een nieuwe werkgroep geïnstalleerd om de richtlijn te herzien. De geldigheid van de richtlijn komt eerder te vervallen indien nieuwe ontwikkelingen aanleiding zijn een herzieningstraject te starten.

 

De Nederlandse Vereniging van Artsen voor Longziekten en Tuberculose is als houder van deze richtlijn de eerstverantwoordelijke voor de actualiteit van deze richtlijn. De andere aan deze richtlijn deelnemende wetenschappelijk verenigingen of gebruikers van de richtlijn delen de verantwoordelijkheid en informeren de eerstverantwoordelijke over relevante ontwikkelingen binnen hun vakgebied.

Initiatief en autorisatie

Initiatief : Nederlandse Vereniging van Artsen voor Longziekten en Tuberculose

Geautoriseerd door:
  • Nederlandse Vereniging voor Allergologie

Algemene gegevens

De richtlijn wordt ter autorisatie voorgelegd aan:

  • Nederlandse Vereniging van Artsen voor Longziekten en Tuberculose (NVALT)
  • Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB)
  • Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB)
  • Nederlands Vereniging voor Allergologie (NVvA)

 

De richtlijnontwikkeling werd ondersteund door het Kennisinstituut van Medisch Specialisten (www.kennisinstituut.nl) en werd gefinancierd uit de Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS).

Doel en doelgroep

Doel van de richtlijn

Het doel van de richtlijn is het creëren van duidelijke en uniforme diagnostiek, behandeling, prognose en preventie van werkgerelateerd astma. Daarnaast beoogt deze richtlijn andere behandelaars in de eerste en tweede lijn te ondersteunen bij het signaleren van werkgerelateerde luchtwegklachten.

 

Beoogde gebruikers van de richtlijn

Deze richtlijn is geschreven voor alle leden van de beroepsgroepen die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten met werkgerelateerde luchtwegklachten en werkgerelateerd astma. De gebruikers van de richtlijn betreffen dan ook naast de longartsen andere medische en paramedische beroepsgroepen zoals bedrijfsartsen, verzekeringsartsen, medische adviseurs, allergologen, huisartsen, physician assistants, longfunctieanalisten, (long)verpleegkundigen en praktijkondersteuners in de huisartsenpraktijk. De richtlijn is informatief voor arbeidshygiënisten, arbeidsdeskundigen en andere professionals in de arbodienstverlening.

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijn is in 2015 een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van alle relevante specialismen die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten met werkgerelateerd astma.

 

De werkgroepleden zijn door hun beroepsverenigingen gemandateerd voor deelname. De werkgroep werkte gedurende 18 maanden aan de totstandkoming van de richtlijn.

 

De werkgroep is verantwoordelijk voor de integrale tekst van deze richtlijn.

  • Dr. J.M. (Jos) Rooijackers, longarts, NVALT, Den Bosch (voorzitter richtlijnwerkgroep)
  • Dr. F.H. (Frans) Krouwels, longarts, NVALT, Den Bosch
  • Dr. J.S. (Jaring) van der Zee, longarts, NVALT, Den Bosch
  • Drs. A.C. (Anna) de Boer, AIOS-longziekten, NVALT, Den Bosch
  • B. (Benjamin) van Wijngaarden MSc, Longfonds, Amersfoort
  • Dr. T.M. (Teake) Pal, bedrijfsarts, NVAB, Utrecht

 

Met ondersteuning van:

  • P.H. (Pieter) Broos, MSc, senior-adviseur, Kennisinstituut van Medisch Specialisten, Utrecht
  • H.L. (Hilde) Vreeken, MSc, adviseur, Kennisinstituut van Medisch Specialisten, Utrecht, tot december 2015
  • E.A. (Ester) Rake, MSc, junior adviseur, Kennisinstituut van Medisch Specialisten, Utrecht, vanaf januari 2016

Belangenverklaringen

De werkgroepleden hebben schriftelijk verklaard of ze in de laatste vijf jaar een (financieel ondersteunde) betrekking onderhielden met commerciële bedrijven, organisaties of instellingen die in verband staan met het onderwerp van de richtlijn. Tevens is navraag gedaan naar persoonlijke financiële belangen, belangen door persoonlijke relaties, belangen door middel van reputatiemanagement, belangen vanwege extern gefinancierd onderzoek, en belangen door kennisvalorisatie. De belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van Medisch Specialisten, een overzicht vindt u hieronder.

 

Werkgroeplid

Functie

Nevenfuncties

Gemelde belangen

Ondernomen actie

Kouwels

Longarts

opleider longgeneeskunde

adviesraad Boehninger - zie verder (betaald)

incidenteel geven van cursussen over astma en COPD, betaald

diverse spins over (GSK, Boehninger, Novartis) voor huisartsen

voorzitter commissie kwaliteits visitatie longgeneeskunde NVALT

voorzitter Bronckhorst colloquia NVALT

Persoonlijke financiële belangen: adviescommissie Boehringer

Geen

Van der Zee

Longarts

/directeur Teaching Hospital AVG Amsterdam

geen

 

 

Rooijackers

Longarts: 0,7fte: Voorzitter bestuur St. NKAL (ZBC), 0,1 fte

geen

Extern gefinancierd onderzoek: gezondheidsbewaking in de ambachtelijke en industriële bakkerijen, uitgevoerd in opdracht van het Nederlands Bakkerij Centrum (NBC). Het NBC betaalt de zorgkosten geheel of gedeeltelijk.

 

Kennisvalorisatie: uitvoering van gezondheidsbewakingssystemen

Geen

Boer

aios longziekten

geen

 

 

Van Wijngaarden

Projectleider

n.v.t.

 

 

De Groene

Bedrijfsarts in de rol van klinisch arbeidsgeneeskundige bij het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB) en de Polikliniek Mens en Arbeid (PMA), beiden onderdeel van het Coronel Instituut voor Arbeid en Gezondheid onderdeel van het Academisch Medisch Centrum (AMC) te Amsterdam.

geen

 

 

Pal

klinisch arbeidsgeneeskundige op afroep bij IKA Nederland

docent beroepsziekten -betaald

bestuurslid Ned Ver Klinische Arbeidsgeneeskunde – onbetaald

bestuurslid sectie Arbeidstoxicologie van de Ned Ver Toxicologie -onbetaald

besturslid Stihcting LDOH-onbetaald

lid cie richtlijnontwikkeling van de NVAB-onbetaald

lid kerngroep update richtlijn astma en COPD van de NVAB-onbetaald

Reputatiemanagement:

lid cie richtlijnontwikkeling van de NVAB

Geen

Inbreng patiƫntenperspectief

Om het Nederlandse patiëntenperspectief te integreren in de richtlijn, werden een focusgroep gehouden met patiënten met beroepsastma en interviews afgenomen. Hierbij werd nauw samengewerkt met het Longfonds, waarbij het Longfonds in de lead was. Een verslag hiervan (zie bijlage 3) is besproken in de werkgroep en de belangrijkste knelpunten zijn verwerkt in de richtlijn. De conceptrichtlijn is tevens voor commentaar voorgelegd aan de deelnemers van de focusgroep.

Methode ontwikkeling

Evidence based

Implementatie

In de verschillende fasen van de richtlijnontwikkeling is rekening gehouden met de implementatie van de richtlijn en de praktische uitvoerbaarheid van de aanbevelingen. Daarbij is uitdrukkelijk gelet op factoren die de invoering van de richtlijn in de praktijk kunnen bevorderen of belemmeren. De werkgroep heeft na de vertaling van de aanbevelingen uit de ERS-richtlijn een inschatting gemaakt of de aanbevelingen implementeerbaar zijn in de Nederlandse praktijk en deze waar nodig aangepast. Het implementatieplan (bijlage 8) is te vinden onder 'Toepassen' bij de aanverwante producten.

Werkwijze

Zoals beschreven in de inleidende module is deze richtlijn gebaseerd op de Europese richtlijn van de European Respiratory Society (ERS) [http://erj.ersjournals.com/content/39/3/518]. De werkwijze van de ontwikkeling van de ERS-richtlijn wordt verderop beschreven (richtlijnmethodiek ERS-richtlijn). Bij de ontwikkeling van de Nederlandse versie van deze richtlijn diende het document Richtlijnen 2.0 als uitgangspunt. Er werd door de werkgroep beoordeeld in hoeverre de richtlijn voldeed aan de in dit document omschreven kaders en welke aanvullende activiteiten noodzakelijk waren. De werkgroep beoordeelde onder andere dat in aanvulling op de ERS-richtlijnmethodiek een knelpuntenanalyse en het organiseren van focusgroepbijeenkomsten noodzakelijk waren.

 

De volgende stappen zijn gevolgd om de richtlijn te vertalen en het Nederlandse perspectief te integreren:

In kaart brengen behoeften bij achterban voor vertaling richtlijn

De achterban werd geraadpleegd om te bepalen of er behoefte bestond aan een vertaling van de internationale richtlijn. Hieruit bleek dat de Nederlandse situatie verschilt van de ERS-richtlijn, waardoor de inschatting werd gemaakt dat het nuttig is om de richtlijn te vertalen en aan te passen.

 

AGREE II

De ERS-richtlijn werd door twee adviseurs uit de Nederlandse werkgroep onafhankelijk van elkaar gescoord met behoud van het AGREE II instrument (Appraisal of Guidelines for Research & Evaluation II; Brouwers, 2010). AGREE II is een internationaal breed geaccepteerd instrument waarmee de kwaliteit van de internationale richtlijn kan worden bepaald, door middel van het scoren van de richtlijn op zes domeinen: scope and purpose, stakeholder involvement, rigour of development, clarity of presentation, applicability en editorial independance. De AGREE II scores zijn op te vragen bij het Kennisinstituut.

 

Beoordelen kwaliteit searches

Om te bepalen hoe recent de zoekstrategie van de internationale richtlijn was en wat de kwaliteit van de zoekstrategie was, werd van één uitgangsvraag (prognose van werkgerelateerd astma) de search beoordeeld. De search werd met behulp van een informatiespecialist opnieuw uitgevoerd. Hieruit bleek dat in de search uit de ERS-richtlijn alleen op MeSH (medical subject headings) termen was gezocht en niet op studies zonder MeSH terms. Hierdoor werden de nieuwste artikelen niet gevonden in de search van de ERS-richtlijn. Dit verschil zorgde voor een zoekresultaat van 168 studies in de nieuwe search ten opzichte van 92 studies in de oude search (search uitgevoerd voor één risicofactor). Verder werd de search van de ERS-richtlijn uitgevoerd in 2010, waardoor de literatuur van de afgelopen jaren nog niet in de richtlijn is verwerkt. Omdat dit in de projectaanvraag niet was voorzien besloot de werkgroep dat het aanpassen van alle searches inclusief het verwerken van nieuwe literatuur te veel tijd in beslag zou nemen, daarom is in deze vertaling uitgegaan van de search uit de ERS-richtlijn. Bij een toekomstige herziening zal hiermee rekening worden gehouden.

 

Vertaling aanbevelingen

Tijdens de voorbereidende fase vertaalden de voorzitter van de werkgroep en de adviseur de aanbevelingen uit de ERS-richtlijn naar het Nederlands. De vertaalde aanbevelingen werden plenair besproken tijdens een vergadering van de werkgroep alsmede tijdens de invitational conference.

 

Knelpuntenanalyse: invitational conference

De vertaalde aanbevelingen vormden de input voor de knelpuntenanalyse. Om de knelpunten te identificeren werd een invitational conference gehouden. Tijdens deze bijeenkomst kregen de aanwezige partijen de gelegenheid op de validiteit van de ERS-aanbevelingen te reageren en werden aanvullende knelpunten aangedragen. Er werd geconstateerd dat een Nederlandse vertaling van de ERS-richtlijn nuttig zal zijn, aangezien de internationale richtlijn geen inzicht geeft rondom onderwerpen die specifiek zijn voor de Nederlandse situatie, zoals de afstemming tussen de longartsen en de bedrijfsartsen. De volgende partijen waren aanwezig bij de invitational conference: M. Niederer (NKAL), J. Rooijackers, (NVALT), G. de Groene (NCvB), R. Houba (NVv Arbeidshygiene), L. Verweij (VWS), E. Roling (LAN), B van Wijngaarden (Longfonds), T. Pal (NVAB), M. Persoons (ZN/CZ), H. Vreeken (Kennisinstituut), P Broos (Kennisinstituut/NVALT). Een verslag hiervan is te vinden in bijlage 2.

 

Raamwerk vaststellen

De werkgroep besloot naar aanleiding van de invitational conference om drie uitgangsvragen geheel te vertalen en uit te werken in deze Nederlandse versie van de richtlijn; de modules over diagnostiek, prognose/risicofactoren en behandeling. De relevante aspecten uit de uitgangsvraag over screening en surveillance en de uitgangsvraag over preventie werden opgenomen in de module Organisatie van Zorg.

 

Richtlijnteksten vertalen

De werkgroep vertaalde de richtlijnentekst, dat wil zeggen de conclusies en aanbevelingen. De achtergrondteksten werden overgenomen, vertaald en aangevuld voor zover deze relevant waren voor de onderbouwing van de conclusies en aanbevelingen of voor de toepassing in de Nederlandse situatie. Gedurende deze ‘ontwikkelfase’ werden verschillende plenaire werkgroepbijeenkomsten gepland om de voortgang en inhoud van de teksten te bespreken.

 

Toevoegen van overwegingen per uitgangsvraag

De werkgroep bediscussieerde de Nederlandse aspecten rondom werkgerelateerd astma en voegde deze overwegingen toe aan de richtlijnentekst. Aspecten zoals de expertise van de werkgroepleden, de waarden en voorkeuren van de patiënt (patient values and preferences), kosten, beschikbaarheid van voorzieningen en organisatorische zaken werden meegewogen, om op die manier tot relevante aanbevelingen te komen voor het Nederlandse veld. Deze aspecten worden, voor zover geen onderdeel van de literatuursamenvatting, vermeld en beoordeeld (gewogen) onder het kopje Overwegingen.

 

Toevoegen module Organisatie van zorg

Tijdens de knelpuntenanalyse en bij de ontwikkeling van de richtlijn is expliciet rekening gehouden met de organisatie van zorg: alle aspecten die randvoorwaardelijk zijn voor het verlenen van zorg (zoals coördinatie, communicatie, (financiële) middelen, menskracht en infrastructuur). Randvoorwaarden die relevant zijn voor het beantwoorden van een specifieke uitgangsvraag maken onderdeel uit van de overwegingen bij de bewuste uitgangsvraag. Meer algemene, overkoepelende, of bijkomende aspecten van de organisatie van zorg worden behandeld in de module Organisatie van Zorg. In deze module zijn ook twee uitgangsvragen van de ERS-richtlijn verwerkt, namelijk de uitgangsvraag over screening en surveillance en de uitgangsvraag over preventie.

 

Toevoegen module Kennislacunes

De aanbevelingen in richtlijnen zijn zoveel mogelijk gebaseerd op de resultaten van wetenschappelijk onderzoek. Het blijkt echter dat onderzoek ter onderbouwing van aanbevelingen soms ontbreekt of ontoereikend is. Men spreekt dan van een kennislacune. Bij elke uitgangsvraag is door de werkgroep nagegaan of er (aanvullend) wetenschappelijk onderzoek gewenst is om de uitgangsvraag te kunnen beantwoorden. Dit staat per module beschreven onder de aanbevelingen.

 

Herformuleren aanbevelingen

De vertaalde aanbevelingen werden geherformuleerd. Hierbij werden toevoegingen gedaan op basis van de uitkomsten van de focusgroep en interviews met patiënten. Ook de overwegingen met de Nederlandse situatie als uitgangspunt dienden als input om de aanbevelingen te herformuleren. De aanduiding van de sterkte van de bewijskracht bij de aanbeveling, welke in de ERS-richtlijn werden gebruikt, zijn in de Nederlandse richtlijn weggelaten. De werkgroep achtte dit niet relevant aangezien de aanduiding van het bewijs al bij de conclusies is weergegeven en er nieuwe aanbevelingen vanuit het patiëntenperspectief werden geformuleerd.

 

Conceptrichtlijn vaststellen en commentaarfase

Na het vertalen van de teksten en de aanbevelingen en het aanvullen van de richtlijn met relevante onderwerpen, stelde de werkgroep de conceptrichtlijn vast.

 

De conceptrichtlijn werd aan de betrokken (wetenschappelijke) verenigingen en (patiënt) organisaties voorgelegd ter commentaar. De commentaren werden verzameld en besproken met de werkgroep.

 

Commentaren verwerken

Naar aanleiding van de commentaren werd de conceptrichtlijn aangepast en definitief vastgesteld door de werkgroep.

 

Autorisatie

De definitieve richtlijn werd aan de deelnemende (wetenschappelijke) verenigingen en (patiënt) organisaties voorgelegd voor autorisatie en door hen geautoriseerd dan wel geaccordeerd.

Zoekverantwoording

Zoekacties zijn opvraagbaar. Neem hiervoor contact op met de Richtlijnendatabase.