Verplichte zorg in de ggz

Initiatief: NVvP psychiatrie Aantal modules: 11

Klinisch verplichte zorg

Publicatiedatum: 02-07-2026
Beoordeeld op geldigheid: 02-07-2026

Uitgangsvraag

Welke kwaliteitseisen gelden bij de uitvoering en evaluatie van klinisch verplichte zorg?

Aanbeveling

Kwaliteitseisen en registratie

  • Gebruik de HIC-monitor[1] als instrument om kwaliteitseisen te stellen aan de inzet van klinisch verplichte zorg, bijvoorbeeld ten aanzien van de fysieke omgeving, personele inzet, (na)scholing en therapieprogramma’s.
  • Zorg voor een nauwkeurige registratie van klinisch verplichte zorg, zodat betrouwbare gegevens beschikbaar zijn op geaggregeerd niveau, voor het formuleren van adviezen voor zorgverbetering en het monitoren van interventies ter vermindering van verplichte zorg.

[1] Ook voor klinische afdelingen (bijvoorbeeld in ouderen- of langdurige zorg) waar verplichte zorg wordt toegepast, maar die geen HIC zijn, kan en moet de HIC-monitor leidend zijn als kwaliteitsinstrument voor de toepassing ervan.

 

Op- en afschalen

  • Schaal klinisch verplichte zorg snel als mogelijk af. Maak hierbij gebruik van risicotaxatie-instrumenten, zoals bijvoorbeeld de Crisismonitor.
  • Betrek bij beslissingen over opschaling van klinisch verplichte zorg de patiënt, naasten en (ambulante) medebehandelaars, en span ook in crisissituaties maximaal in om dit te realiseren. Maak ook hierbij gebruik van risicotaxatie-instrumenten, zoals bijvoorbeeld de Crisismonitor.

Uitvoering van klinisch verplichte zorg

  • Pas geen insluiting of fixatie toe als behandelinterventie. Indien insluiting of fixatie noodzakelijk wordt geacht als veiligheidsmaatregel, dan:
      • Zo kort mogelijk;
      • Zorg voor constante monitoring, begeleiding en (zichtbare) nabijheid door een zorgprofessional; en
      • Betrek naasten en andere betrokken zorgprofessionals zo snel mogelijk bij het afschalen van insluiting of fixatie.
  • Stel de patiënt op de hoogte van de patiënten-vertrouwenspersoon en diens mogelijkheden, evenals van het klachtrecht en de mogelijkheid om een schorsingsverzoek in te dienen.
  • Wijs de naasten op hun recht op ondersteuning door de familievertrouwenspersoon.
  • Pas insluiting alleen toe in ruimtes die geschikt zijn voor constante begeleiding en (zichtbare) nabijheid door een zorgverlener. Ruimtes beschikken over humane voorzieningen (e.g. een toilet, daglicht, mogelijkheden voor afleiding).
  • Laat de regie zoveel mogelijk bij de patiënt bij het uitvoeren van verplichte zorg. Span maximaal in om de patiënt hiervoor in de gelegenheid te stellen en hierbij te ondersteunen.
  • Wees zorgvuldig met het toepassen van ECT en het toedienen van voeding & vocht als klinisch verplichte zorg wanneer de patiënt zich daar fysiek tegen verzet. Denk hierbij aan een extra opinie van een expert, bijvoorbeeld door vooraf te overleggen met een expertisecentrum op het gebied van het verplicht toepassen van ECT of bij het verplicht toedienen van vocht/voeding bij anorexia nervosa.

Evaluatie/reflectie op klinisch verplichte zorg

  • Evalueer en reflecteer zowel tijdens als na uitvoering van klinisch verplichte zorg. Bied bij ontslag de mogelijkheid om met de patiënt te evalueren. Bespreek deze mogelijkheid bij het ontslaggesprek en verwerk de monitoring van deze behoefte in de overdracht met het ambulante veld.
  • Geef de patiënt de gelegenheid om te evalueren, bijvoorbeeld met een ervaringsdeskundige, eigen behandelaar, de patiënten-vertrouwenspersoon. Faciliteer de mogelijkheid tot regelmatig contact met een patiënten-vertrouwenspersoon.
  • Evalueer elke vorm van verplichte zorg met de patiënt, diens naasten en met het behandelteam. Tijdens de evaluatie moet centraal staan:
    • Het voorkomen van verplichte zorg in de toekomst (eventueel door het starten met eigen regie instrumenten);
    • Eventuele positieve en nadelige effecten voor de patiënt (zoals trauma of fysieke gevolgen); en
    • Leermomenten voor het behandelteam om verplichte zorg niet of zo humaan mogelijk toe te passen.
  • Bespreek met de patiënt de voorkeur voor een specifieke vorm van verplichte zorg (e.g. medicatie, insluiten, fixatie) en volg deze zoveel mogelijk bij de toepassing hiervan, mits dit de effectiviteit van de zorg niet in de weg staat.
    Wensen en voorkeuren van de patiënt liggen zoveel mogelijk vast in eigen regie instrumenten. Wanneer geen voorkeur van de patiënt bekend is, ga dan -met toestemming van de patiënt- eerst te rade bij diens naasten. Als dat niet voldoende informatie oplevert, volg dan de meest effectieve behandelstrategie.
  • Roep proactief en tijdig consultatie in van collega’s of externe adviseurs bij voortdurende toepassing van klinisch verplichte zorg, in het bijzonder bij beveiligingsmaatregelen (zoals insluiting of fixatie). Volg hierbij tenminste het toetsingskader van de IGJ en bij voorkeur die van de HIC-monitor.

Uitvoering klinisch verplichte zorg binnen forensische instellingen

Regel een onafhankelijke beoordeling (ter zake kundig) vooraf wanneer de zorgverantwoordelijke overweegt verplichte zorg (medicatie, ECT of voeding/vocht) in te zetten bij patiënten met een TBS- of PIJ-titel.

Overwegingen

Kwaliteit van bewijs

In deze module wordt geëvalueerd welke kwaliteitseisen gelden bij de uitvoering en evaluatie van klinisch verplichte zorg. Hiervoor is systematisch gezocht in de literatuur, waarbij de zoekvraag was gericht op de effectiviteit en veiligheid van het leveren van klinisch verplichte zorg (dwangmedicatie, fysieke fixatie, mechanische fixatie en insluiting) in vergelijking met vrijwillige zorg voor patiënten met een psychische aandoening.

 

Er werden geen studies gevonden die gebruikt konden worden om deze zoekvraag te beantwoorden. Daarom kon de effectiviteit en veiligheid van klinisch verplichte zorg niet worden beoordeeld op basis van wetenschappelijke literatuur (en geen GRADE bewijskracht worden vastgesteld).

 

Er zijn twee studies gevonden (n=1 umbrella review, n=1 systematische review op basis van kwalitatieve studies) welke de effectiviteit van klinisch verplichte zorg evalueerde (Aragonés-Calleja, 2024; Douglas, 2022). Deze studies toonden echter geen sterk bewijs ten faveure van of tegen klinisch verplichte zorg maar lieten inconsistente resultaten zien, op basis van heterogene studiepopulaties en heterogene interventies. Beide studies duiden dilemma’s waar zorgverleners in de klinische praktijk mee te maken krijgen bij het zoeken naar de balans tussen het toepassen verplichte zorg en ethische principes.

 

Balans tussen gewenste en ongewenste effecten

Inleiding 

Klinisch verplichte zorg is zoals hierboven gesteld een continuüm. Deze module gaat over klinisch verplichte zorg en richt zich met name op de voorwaarden waaraan de inzet ervan moet voldoen, zoals de kwaliteitseisen die gesteld kunnen worden aan klinisch verplichte zorg, aan de uitvoering van de belangrijkste vormen van klinisch verplichte zorg, namelijk: opname, medicatie, beperken van de bewegingsvrijheid, insluiten, fixatie, ECT en toedienen van vocht en/of voeding. Daarnaast behandelt deze module de evaluatie en reflectie op het inzetten van deze vormen van klinisch verplichte zorg. Deze module overlapt hiermee ook (gedeeltelijk) met o.a. module Preventie verplichte zorg in de ggz, module Besluitvorming toepassen verplichte zorg en module Ambulant verplichte zorg. Bij de module over ambulant verplichte zorg kan er ook sprake zijn van inzet van verplichte medicatie onder bepaalde voorwaarden zoals aldaar beschreven.

 

Bij toepassen van verplichte zorg zal altijd voldaan moeten worden aan de reeds omschreven criteria (zie eerdere modules). Er zal sprake moeten zijn van ernstig nadeel voortkomend uit gedrag dat voortvloeit uit de psychische stoornis, het nadeel is niet op een andere manier af te wenden en er is sprake van verzet. Tevens zal het moeten voldoen aan de eisen van proportionaliteit, subsidiariteit, effectiviteit en veiligheid (art 2.1). Daarnaast zal rekening gehouden moeten worden met de wensen en voorkeuren van patiënten, zullen directe naasten (waaronder partner, familie) en de huisarts zoveel mogelijk betrokken moeten worden. Bij de inzet van klinische verplichte zorg is betrokkenheid van de huisarts (als informatiebron) en iets minder voor de hand liggend, maar kan soms van grote waarde zijn.

 

Klinisch verplichte zorg kan nodig zijn bij een vrijwillige opname die overgaat in verplichte zorg, of wanneer opname reeds als verplichte zorg is verleend. In de eerste situatie zal een crisismaatregel moeten worden opgestart indien er sprake is van een vrijwillige situatie en er op de afdeling een crisissituatie is ontstaan. In het geval dat een persoon vrijwillig is opgenomen en ten aanzien van diegene geldt een zorgmachtiging, dan zal overwogen moeten worden om na beoordeling naast het besluit tot specifieke vormen van klinisch verplichte zorg tevens een besluit tot opname te nemen. Hierin is van belang dat de zorgverlener te allen tijde nagaat of de vormen van verplichte zorg waartoe besloten wordt, ook daadwerkelijk in de beschikking van de rechter opgenomen zijn.

 

Verschillende vormen van klinisch verplichte zorg zijn te onderscheiden in maatregelen die gericht zijn op behandeling van de onderliggende psychische stoornis (bijvoorbeeld medicatie, ECT) en maatregelen die gericht zijn op de veiligheid van een of meerdere personen, zoals meestal het geval bij insluiten (bijvoorbeeld in een extra beveiligde kamer of in de eigen kamer) en fixatie (i.e. beperken van de bewegingsvrijheid). Bij het toepassen van maatregelen, gericht op de veiligheid van personen, is het essentieel dat deze gepaard gaan met intensieve begeleiding om complicaties te voorkomen.

Bij het inzetten van verplichte zorg is van belang dat de klinisch verplichte zorg regelmatig getoetst wordt. Hierbij zal bij het toepassen van maatregelen zoveel mogelijk een termijn moeten worden afgesproken, zodat patiënten weten waar ze aan toe zijn. Het vaststellen van een termijn en daarmee het voorspellen van de duur van een maatregel – zoals nu nog geldt in het zorgplan en het besluit verplichte zorg – is een lastige uitdaging en verschilt per individu. Tegelijkertijd vormt dit een cruciale basis voor evaluatie en reflectie op de inzet van de maatregel. Hier zal verderop in deze module specifiek aandacht voor zijn.

 

Voorwaarden

•Kwaliteitseisen (e.g. fysieke omgeving, personeel, HIC-monitor)

Allereerst zal bij de inzet van verplichte zorg zoveel mogelijk vanuit preventie gewerkt moeten worden, om de autonomie van patiënten te respecteren en tegemoet te komen aan hun wensen en voorkeuren. Deze staan meestal beschreven in de zogenaamde ‘eigen regie instrumenten’ zoals de crisiskaart, het signaleringsplan, het plan van aanpak, de zorgkaart en de zelfbindingsverklaring.  De wensen en voorkeuren van patiënten moeten wel realistisch en haalbaar zijn in verhouding tot de benodigde inzet. Daarom is een dialoog, waarin ook proactieve zorgplanning wordt besproken, van groot belang. Wanneer overleg of het rekening houden met wensen en voorkeuren niet mogelijk is bij de inzet van klinisch verplichte zorg, dan moet de zorgverantwoordelijke andere keuzes kunnen maken om het ernstig nadeel door de psychische stoornis effectief te verminderen. Van belang hierbij is dat wilsbekwaam verzet gehonoreerd moet worden, behalve bij acuut levensgevaar of relevant gevaar voor anderen (art. 2:1 lid 6 Wvggz).

 

In de High Intensive Care (HIC) monitor staat een aantal voorwaarden beschreven die van belang zijn voor het uitvoeren van goede zorg (dus ook verplichte) op de HIC-afdeling. Deze voorwaarden richten zich op de fysieke vormgeving (e.g. bouwkundig, interieur, huisvestiging), de teamstructuur, het teamproces, diagnostiek en behandeling, de zorgorganisatie, professionalisering, het juist toepassen van wet- en regelgeving, veiligheid en evaluatie- en terugkoppeling van dwangtoepassing. Het HIC-model is deels geïnspireerd op de psychiatric intensive care units (PICU’s) die in de UK en de USA zijn ontwikkeld (Voskes, 2021). Het HIC-model is in Nederland inmiddels in veel GGZ-instellingen omarmd en ingevoerd. Het richt zich op acute klinische zorg en maakt gebruik van een stepped-care benadering. De focus ligt op het verminderen van verplichte zorg door het verbeteren van communicatie, samenwerking en contact tussen de klinische en ambulante zorgverleners, patiënten en naasten. Dit gaat hand in hand met het verbeteren van de kwaliteit van zorg.

 

•Registratie

Er is een brede consensus ten aanzien van het belang van registratie van klinisch verplichte zorg. Het belang wordt niet alleen gezien met betrekking tot het voldoen aan de verplichting om de data aan te leveren voor de IGJ ten behoeve van haar toezichtstaak, maar ook om lokaal te kunnen leren van de cijfers van de toegepaste klinisch verplichte zorg en te zien of interventies effectief zijn (geweest).

 

Met de komst van de Wvggz is echter de administratieve druk toegenomen, mede doordat meer vormen van verplichte zorg geregistreerd moeten worden. In de eerste jaren was de registratie bij diverse instellingen onvoldoende. Zo bestond er aanvankelijk onduidelijkheid over de wijze van registreren van verplichte medicatie: per toediening of over de gehele duur van een episode. Ook hanteerden instellingen verschillende definities van vormen van verplichte zorg.

 

Plomp (2024) toonde dat er zowel sprake is van onder-registratie, maar ook van over-registratie doordat de registratie van verplichte zorg niet wordt gestopt terwijl deze feitelijk niet meer actueel is (bijvoorbeeld omdat inmiddels sprake is van vrijwilligheid). Plomp (2024) stelt dat de aangeleverde cijfers aan de IGJ nog onvoldoende betrouwbaar zijn, terwijl dit van belang geacht wordt voor evaluatie en monitoring op verschillende niveaus (patiënt, afdeling, instelling, landelijk). Vanuit het verdiepingsonderzoek worden enkele aanbevelingen gegeven, waaronder het per moment registreren van ingrijpmedicatie, het zo veel mogelijk hanteren van de door de NL-GGZ opgestelde definities (De Nederlandse GGZ, 2020) en het inrichten van een eenduidig bedrijfsinformatiesysteem waardoor geregistreerde data gecontroleerd, gevalideerd en geanalyseerd kunnen worden.

 

•Risicotaxatie

Risicotaxatie is van belang om verschillende risico’s goed in kaart te brengen en deze te kunnen managen, waarbij het in de klinische setting met name gaat om risico op geweld naar anderen en suïciderisico, maar ook moet gedacht worden aan risico op brandstichting en risico op seksueel grensoverschrijdend gedrag. Risicotaxatie structureert en ondersteunt het klinisch oordeel, maar het dient niet ter vervanging van het klinisch oordeel. In module Preventie verplichte zorg in de ggz komt risicotaxatie, met name het risico op agressief en gewelddadig gedrag aan de orde gericht op het voorkomen van verplichte zorg. In de module Aanvragen verplichte zorg en module Besluitvorming toepassen verplichte zorg wordt risicotaxatie aangehaald om op juiste gronden verplichte zorg te starten en aan te vragen. In de module over besluitvorming is het gebruik van risicotaxatie van belang voor de uitvoering van verplichte zorg, ten dienste van het op- en afschalen van verplichte zorg. Concreet betekent dit dat risicotaxatie kan helpen om op tijd op te schalen naar de minst ingrijpende vorm van verplichte zorg en om tijdig af te schalen als de risico's afnemen.

 

Bij de werkgroep zijn geen artikelen van voldoende kwaliteit bekend die iets zeggen over het gebruik van risicotaxatie-instrumenten met betrekking tot brandstichting. Ten aanzien van seksueel overschrijdend gedrag zijn alleen binnen de forensische psychiatrie instrumenten bekend om het recidiverisico te voorspellen van seksueel delinquentie (i.e. Static-Stable-Acute, SSA), echter zijn deze instrumenten niet gevalideerd voor de reguliere GGZ-populatie (NVvP Richtlijn Psychiatrisch onderzoek en rapportage in strafzaken, 2024).

 

Het is van belang dat personeel getraind is in het gebruik van risicotaxatie-instrumenten, dat risicotaxatie met regelmaat moet plaatsvinden en dat telkens hetzelfde instrument gebruikt wordt. Ook is van belang om risicotaxatie goed te borgen door deze op te nemen in signalerings- en behandelplannen.

 

In de NVvP-Richtlijn Suïcidaliteit staan in de module ‘Diagnostiek, monitoren en voorspellen van suïcidaliteit’ aanbevelingen die ook van belang zijn voor deze richtlijn, zoals:

  • Diagnostiek wordt uitgevoerd door adequaat getrainde zorgverleners,
  • Voor diagnostiek kunnen het CASE-model en het Narratief Interview ondersteunend worden ingezet, en 
  • Voor monitoring van suïcidaliteit wordt gebruik gemaakt van bijvoorbeeld de SIDAS.

•Inschatten van geweld naar anderen

Er is een aantal instrumenten (bijvoorbeeld Brøset Violence Checklist, BVC; Social Dysfunction and Agression Scale, SDAS; Kennedy-as-V) dat effectief is met betrekking tot het voorspellen van agressief gedrag op de korte termijn. In de Crisismonitor is zowel de BVC, SDAS als de Kennedy As-V opgenomen. De Crisismonitor wordt in de klinische setting aanbevolen om vroegtijdig veranderingen (toe- of afname) in symptomen en agressief gedrag te signaleren, met als doel agressie (en insluiting) te voorkomen of te verminderen. Daarnaast is de Staf Observation Aggression Scale (SOAS-R; bij agressie incidenten) een gevalideerd instrument dat kan worden afgenomen om de aard en omvang van agressie-incidenten op de afdeling te monitoren (Nijman, 2005).

 

Uitvoering van klinisch verplichte zorg

Bij de uitvoering van klinisch verplichte zorg gaat het om verschillende vormen, die worden benoemd in module Besluitvorming verplichte zorg, waaronder vocht en voeding, medicatie, insluiten, fixatie en ECT. Andere vormen van klinisch verplichte zorg zijn: onderzoek van kleding en lichaam, onderzoek en controle van woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen, het opleggen van beperkingen in de inrichting van het eigen leven (e.g. beperking van communicatiemiddelen) en het beperken van bezoek.  Verplichte zorg kan alleen worden uitgevoerd als de betreffende zorgvormen in het zorgplan zijn opgenomen én door de rechter in de beschikking zijn overgenomen. Let daarbij op dat de rechter andere vormen van verplichte zorg dan in het zorgplan vermeld kan opnemen en een afwijkende duur kan vaststellen. De beschikking van de rechter is dus leidend.

 

Klinische verplichte zorg vindt plaats binnen het kader van opname in een accommodatie. De opname is een vorm van verplichte zorg op zichzelf. Veel van deze opnames worden uitgevoerd op gesloten afdelingen. Dit leidt automatisch tot een volgende vorm van verplichte zorg, namelijk beperking van bewegingsvrijheid door plaatsing op een gesloten afdeling. Deze module richt zich hoofdzakelijk op veelvoorkomende en zeer ingrijpende vormen van verplichte zorg, namelijk insluiting, fixatie, medicatie, ECT en vocht/voeding. Dit laat onverlet dat een grote groep patiënten dagelijks worden beperkt in hun bewegingsvrijheid, bijvoorbeeld door het inperken van de vrijheid om buiten de afdeling te verblijven. Het opleggen van dergelijke beperkingen is vaak onderdeel van de afdelingsroutine. Het afschalen van deze beperkingen gaat vaak gepaard met (arbitraire) tijdslimieten, denk bijvoorbeeld aan het opbouwen van vrijheden buiten de afdeling met vijftien minuten per dag, dienst of dagdeel. De werkgroep is van mening dat ook dergelijke beperkingen van de bewegingsvrijheid door plaatsing op een gesloten afdeling conform de hieronder beschreven kwaliteitscriteria moeten worden ingezet. Hierbij is op zijn minst een patiëntgerichte benadering op zijn plaats, evenals een onderbouwing in het dossier.

 

Bij de uitvoering van verplichte zorg zijn de, in lijn met de in module Uitvoering en evaluatie verplichte zorg genoemde criteria, volgende kwaliteitscriteria (Abma, 2005) van belang:

  • Handel volgens het zorgplan (c.q. behandelplan) waarbij zoveel mogelijk de voorkeuren van de patiënt gevolgd worden,
  • Zorg voor veiligheid voor alle betrokken partijen, en
  • Informeer naasten actief en vraag naar hun wensen en mogelijkheden mits de patiënt hiervoor toestemming geeft (of eerder heeft gegeven).

Daarnaast is het van belang om verplichte zorg zo kort mogelijk in te zetten en interventies toe te passen die daaraan bijdragen.

 

In de literatuur is gezocht naar kwaliteitseisen voor klinisch verplichte zorg (e.g. insluiten, fixatie) in vergelijking met vrijwillige zorg. Er werden echter geen geschikte studies gevonden, waardoor voor de effectiviteit en veiligheid van deze vormen van klinisch verplichte zorg geen GRADE-bewijskracht kon worden vastgesteld. Daarom worden hieronder eerst de afzonderlijke vormen van klinisch verplichte zorg besproken en daarna hun onderlinge samenhang en verhouding tot vrijwillige zorg.

 

Wees in geval van automutilatie of suïcidaliteit extra terughoudend met het toepassen van klinisch verplichte zorg en neem het gevaar weg door het toepassen van intensieve nabijheid.

 

•Insluiting (in een extra beveiligde kamer, separeerverblijf, afzonderingsruimte, eigen kamer of overige ruimtes)

Insluiten is het zonder toestemming van de patiënt plaatsen van de patiënt in een speciaal daarvoor ingerichte kamer die de patiënt niet meer mag verlaten, zoals een extra beveiligde kamer (EBK). Ook is het op sommige afdelingen mogelijk om patiënten op de eigen kamer of in de intensive care unit in te sluiten. Insluiten is een methode waartoe in de meeste gevallen besloten wordt als beveiligingsmaatregel. Er is een hele kleine groep patiënten die een voorkeur kan hebben voor insluiting omdat zij het als helpend ervaren. Zoals eerder genoemd is het van belang om terughoudend te zijn met het inzetten van insluiten als beveiligingsmaatregel ter bescherming tegen schade of gevaar. Insluiten zonder begeleiding in separeerverblijven en afzonderingsruimtes past niet meer bij de huidige standaarden en dient vermeden te worden. De schadelijke bijwerkingen kunnen namelijk aanzienlijk zijn. In de literatuur worden de volgende schadelijke bijwerkingen gerapporteerd: somatische complicaties, verhoogde kans op automutilatie, asfyxie door strangulatie en suïcide (Kersting, 2019). Daarnaast kan insluiten als beangstigend, traumatisch en stressvol worden ervaren door patiënten. Er kan PTSS ontstaan, met name bij patiënten met eerdere traumatische ervaringen (Chieze, 2019).

 

Insluiting dient zoveel als mogelijk voorafgegaan te worden door specifieke, nog vrijwillige interventies, zoals bijvoorbeeld een-op-een begeleiding, inzetten ervaringsdeskundigheid en/of naasten of het gebruik maken van een comfortroom. Wanneer in een noodsituatie wordt opgeschaald naar insluiting is het zaak om de intensieve begeleiding daarbij te handhaven en de maatregel zo snel mogelijk (maar wel zorgvuldig) weer af te schalen. De werkgroep is van mening dat het trapsgewijs afschalen (bijvoorbeeld door korte afdelingsmomenten, waarna de patiënt weer teruggaat naar bijvoorbeeld de extra beveiligde kamer) niet passend is bij het karakter van een noodmaatregel en daarom onwenselijk.

 

Insluiting is niet gewenst bij ernstige intoxicaties, onthouding of delirante beelden, omdat dan continue monitoring (met name van de somatische toestand) van belang is.

Indien toch voor insluiting gekozen wordt, dan beveelt de werkgroep het aan dit zo kort mogelijk te doen. Hierbij is continue monitoring en nabijheid van personeel van belang passend in de fysieke omgeving, zoals bijvoorbeeld in het HIC-werkboek staat beschreven. Het heeft de voorkeur om zo veel mogelijk in eigen kleding te worden ingesloten. Insluiting met gebruik van scheurkleding wordt door het Toetsingskader terugdringen insluiting van de IGJ als onwenselijk beschouwd. In geval van een hoog risico op suïcide schrijft het toetsingskader voor dat de voorkeur moet worden gegeven aan permanente nabijheid van een zorgprofessional, in bijvoorbeeld de voorruimte (IGJ, 2025). Indien deze permanente begeleiding door de patiënt niet gewenst is en daardoor door de professional niet verantwoord geacht wordt, is de beslissing om de scheurkleding te gebruiken met een toelichting in het dossier opgenomen. Bij het insluiten van jongeren tot 18 jaar schrijft het toetsingskader voor dat er in alle gevallen permanente nabijheid moet worden geboden wanneer de patiënt is ingesloten. De werkgroep is van mening dat dit ook voor volwassenen in veel gevallen een vorm is van goede zorg. Regelmatig beoordelen van de risico’s, bijvoorbeeld twee keer per dag is aanbevolen. Op organisatieniveau is het van belang om een protocol insluiten te hebben dat tenminste voldoet aan het toetsingskader van de IGJ (IGJ, 2025) maar bij voorkeur aan de normen hiervoor in de HIC-monitor (Voskes, 2026).

 

•Fixatie (i.e. fysiek, mechanisch)

Met fixatie wordt bedoeld het op enigerlei wijze beperken van de bewegingsvrijheid van een patiënt, wat zowel fysiek kan gebeuren doordat een patiënt door personeel (voor enige tijd) wordt vastgehouden of mechanisch door een patiënt met hulpmiddelen in diens bewegingsvrijheid te beperken. Bij mechanische fixatie wordt snel gedacht aan fixatie met banden (bijvoorbeeld buik-, pols-, en enkelbanden), maar ook tentbedden (of: Poseybedden), bedhekken en tafelbladen op rolstoelen kunnen binnen de reikwijdte van het begrip mechanische fixatie vallen. Fixatie moet gezien worden als een beveiligingsmaatregel en er zal, meestal in een noodsituatie, toe besloten worden om schade of gevaar te voorkomen of te beheersen. Het gebruik van mechanische fixatie zal zoveel mogelijk moeten worden vermeden omdat de schadelijke bijwerkingen aanzienlijk kunnen zijn. Mechanische fixatie bij kinderen en jongeren wordt door het werkveld als obsoleet beschouwd en wordt dan ook niet meer gezien in de kinder- en jeugdpsychiatrie.

 

Ook fysieke fixatie (of ‘holding’) moet zoveel mogelijk vermeden worden vanwege de schadelijke bijwerkingen, alhoewel er aanwijzingen zijn dat deze methode minder problemen geeft. Vanuit de literatuur komen de volgende nadelige effecten naar voren: PTSS (Chieze, 2019), lichamelijke verwondingen, veneuze trombo-embolieën, hartstilstand en overlijden (Kersting, 2019).

 

Fysieke fixatie kan op verschillende manier veilig worden toegepast in noodsituaties, met name holdingstechnieken (De Nederlandse GGZ, 2013). Ook kan sprake zijn van gepland fysiek ingrijpen, waarbij deze technieken gebruikt kunnen worden, waarbij aangetekend wordt dat personeel hier regelmatig in moet worden getraind. Door zo kort mogelijk holding toe te passen kan insluiting voorkomen worden. Voor fixatie gelden dezelfde hierboven genoemde kwaliteitseisen. Op organisatieniveau is het van belang om een protocol fixatie te hebben.

 

•Medicatie

Het geven van medicatie als verplichte zorg kan zowel in noodsituaties als gepland (gericht op behandeling) plaatsvinden. Hierbij gelden de eerdergenoemde kwaliteitseisen: opname in het zorgplan, het volgen van wensen en voorkeuren van patiënten (als deze bekend zijn), het informeren en betrekken van naasten (met toestemming van de patiënt), en het borgen van de veiligheid. Bij het veilig toepassen van verplichte medicatie kan het noodzakelijk zijn om tegelijkertijd fysieke fixatie en/of insluiting toe te passen, vooral in een noodsituatie. In deze gevallen kan worden afgeweken van de voorkeur van de patiënt wanneer deze redelijkerwijs niet effectief is. Bij de keuze van het type medicatie moet rekening worden gehouden met het bijwerkingsprofiel, omdat bijwerkingen zoals acute dystonieën of andere extrapiramidale klachten veel angst kunnen veroorzaken en het vertrouwen van de patiënt kunnen ondermijnen. In het voortraject van verplichte medicatie is het belangrijk patiënten te motiveren door regelmatig met hen in gesprek te gaan, hen te ondersteunen bij het maken van keuzes (bijvoorbeeld met de PAK-wijzer: www.pakwijzer.nl) en naasten en ervaringsdeskundigen te betrekken. Dit kan het gevoel van eigenwaarde en zelfcontrole versterken en de angst voor afhankelijkheid verminderen. Medicatieontrouw is een complex probleem dat kan worden verminderd door aandacht te besteden aan onderliggende oorzaken, zoals eerdere bijwerkingen, negatieve ervaringen van anderen, of persoonlijke opvattingen over psychische stoornissen en behandeling. Vanuit de literatuur is er geen evidentie gevonden voor een verschil in effectiviteit tussen een verplichte en vrijwillige medicamenteuze behandeling.  Wanneer wordt besloten tot verplichte medicatie, is een zorgvuldige onderbouwing essentieel: de te behandelen stoornis moet duidelijk worden beschreven en de keuze moet worden gemotiveerd op basis van proportionaliteit, subsidiariteit, effectiviteit en het borgen van veiligheid. Verplichte medicatie zal een plaats moeten krijgen binnen een herstelgericht behandelplan.

 

Vanuit de literatuur is er beperkte evidentie voor de keuze van welk medicament bij het toepassen van verplichte medicatie in noodsituaties. De meeste evidentie voor ‘rapid tranquillisation’ is gevonden voor haloperidol (met promethazine), olanzapine, droperidol, lorazepam en midazolam (Bak, 2011; Bak, 2019; Muir-Cochrane, 2020).

 

•Andere vormen

•ECT

Voor het inzetten van een behandeling met ECT als verplichte zorg geldt evenals bij medicatie dat de eerdergenoemde kwaliteitscriteria gelden, waaronder dat het opgenomen moet zijn in het zorgplan en in de beschikking van de (V)CM of ZM, dat er gelet wordt dat het maximaal veilig gebeurt en dat naasten en de vertegenwoordiger (zoveel mogelijk met toestemming van de patiënt) worden betrokken bij de besluitvorming. Er zal een maximale inspanning geleverd moeten worden om patiënten te motiveren voor de behandeling, waarbij voorlichten over de effectiviteit en bijwerkingen, bespreken van angsten en specifieke percepties over ECT meegenomen zullen moeten worden.

 

Het belang van deze zorgvuldigheid ligt bij het verplicht toepassen van ECT in de strikte beperkingen voor, tijdens en na de interventie die voor extra impact kunnen zorgen. Een voorbeeld hiervan is dat mechanische fixatie vaak noodzakelijk is voor, tijdens en na de ingreep en tijdens het vervoer naar de locatie waar ECT kan worden uitgevoerd. Een ander voorbeeld is het feit dat de patiënt onder narcose moet, waardoor deze ook enige tijd nuchter moet blijven.

 

ECT is een potentieel zeer effectieve, maar ingrijpende vorm van verplichte zorg. Het kan dienen als laatste redmiddel bij bijvoorbeeld patiënten met zeer ernstige, therapieresistente problematiek. Veel zorgorganisaties en behandelaren hebben weinig tot geen ervaring met het toepassen van ECT als verplichte zorg. De werkgroep is van mening dat het verwijzen naar, of het vragen om een second-opinion bij een centrum met expertise en ervaring met (verplichte) ECT kan helpen om deze vorm van verplichte zorg op een zo patiëntvriendelijke manier toe te passen.

 

Vanuit de (beperkte) literatuur wordt geen evidentie gevonden dat ECT minder effectief is wanneer dit als verplichte zorg wordt ingezet (Finnegan, 2018).

 

•Vocht & voeding

Het verplicht toedienen van vocht en/of voeding moet gezien worden als een zeer ingrijpende maatregel en zal pas bij extreme en complexe omstandigheden moeten worden toegepast, zoals bij ernstige vormen van katatonie en bij anorexia nervosa. Het gaat dan om situaties waarbij de patiënt uitgedroogd of ondervoed raakt en de gezondheid van de patiënt acuut en ernstig in gevaar komt, waarbij het risico bestaat dat de patiënt komt te overlijden. Het kan dan een levensreddende interventie zijn.

 

Ook hier gelden de eerdergenoemde kwaliteitscriteria en zal er bij een geplande verplichte ingreep zorgvuldig gehandeld moeten worden, in het bijzonder bij patiënten met eetstoornissen. Bij eetstoornissen kan verplicht toedienen van voeding en/of vocht gepaard gaan met veel fysiek verzet, waardoor de impact op patiënten groot kan zijn. De literatuur biedt geen eenduidig antwoord op de vraag of gedwongen voeding bij patiënten met anorexia nervosa effectief is. In de (beperkte) studies die er zijn wordt geen verschil in mortaliteit gemeld tussen patiënten die wel en geen dwangvoeding hebben gekregen (Atti, 2021). Wel werd gevonden dat er bij verplichte zorg sprake was van een langere behandelduur, meer co-morbiditeit, vertraagd herstel van het gewicht en meer zelfbeschadiging (Clausen, 2014).

 

Net als bij ECT zal bij toepassing van deze maatregel bij anorexia nervosa overwogen kunnen worden om een second opinion te laten uitvoeren door een expert op het gebied van eetstoornissen.

 

•Vergelijking tussen verschillende vormen van verplichte zorg

Er zijn studies die zich hebben gericht op de vergelijking tussen het als verplichte zorg inzetten van insluiten, fixatie en medicatie. Hierbij werd gekeken naar de ervaringen van patiënten, waarbij in een studie insluiten geprefereerd werd boven fixatie (Gleerup, 2019). Onder meer werd aangegeven dat er onnodige kracht werd gebruikt, dat ervaren werd als geweldsmisbruik. Fixatie werd in de een andere studie (Douglas, 2022) gezien als schadelijk voor de therapeutische relatie, omdat er verlies van autonomie werd ervaren en daardoor boosheid en negatieve attitude ontstond ten opzichte van hulpverleners. Uit drie Nederlandse studies (Veltkamp, 2008; Georgieva, 2012; Verlinde, 2014) waarin onderzoek gedaan werd naar verschil in voorkeuren tussen insluiten en verplichte medicatie, dan wel een combinatie van beiden kwam naar voren dat een enkelvoudige maatregel de voorkeur geniet boven een gecombineerde. Er werden zowel positieve als negatieve aspecten ervaren van de maatregelen. Er werd in een van de studies geconcludeerd dat verplichte medicatie de voorkeur heeft boven insluiting.

 

De werkgroep stelt dat insluiten en mechanische fixatie alleen als laatste redmiddel worden gebruikt bij de behandeling van ernstige agitatie bij patiënten. Beide brengen risico's met zich mee, zowel voor patiënten als personeel, welke in overweging moeten worden genomen bij de beslissing welke vorm in een klinische situatie moet worden toegepast. Beide vormen moeten zo kort en zo beperkt mogelijk worden toegepast, met behoud van waardigheid en maximale veiligheid voor alle betrokkenen. De voorkeur van de patiënt moet altijd in overweging worden genomen.

 

Evaluatie en reflectie op klinisch verplichte zorg

•Evaluatie

Evaluatie van verplichte zorg is een belangrijk thema en kan leiden tot het tijdig afschalen en beëindigen ervan. Artikel 8.21, lid 1, bepaalt dat de zorgverantwoordelijke samen met de patiënt en diens vertegenwoordiger de uitvoering van de crisismaatregel, de voortzetting daarvan en de zorgmachtiging moet evalueren wanneer beëindiging wordt overwogen. In lid 2 wordt de mogelijkheid genoemd om een zelfbindingsverklaring op te stellen, en in lid 3 het evalueren en aanpassen van het plan van aanpak. De wet geeft verder geen concrete richtlijnen over de frequentie en wijze waarop verplichte zorg geëvalueerd moet worden.

 

In het zorgplan wordt vastgelegd hoe vaak, hoe en met wie de evaluaties plaatsvinden. Evaluatie dient plaats te vinden met de patiënt, maar ook met instemming van de patiënt met belangrijke anderen, als de vertegenwoordiger, de naasten en eventueel ook de patiënten- vertrouwenspersoon. Daarnaast is evaluatie noodzakelijk door de direct betrokken zorgverleners, door het behandelteam en binnen de instelling. In de evaluatie wordt aandacht besteed aan de subsidiariteit, proportionaliteit, effectiviteit en veiligheid van de verplichte zorg. Het evalueren met de patiënt en naasten kan leiden tot betere inzichten over de noodzaak van de verplichte zorg en hoe dit in de toekomst beter kan worden voorkomen of hoe dit beter zou kunnen worden uitgevoerd. Evaluatie binnen het behandelteam kan leiden tot een meer uniforme aanpak van verplichte zorg. Door te evalueren kan men bovendien van elkaar leren door ‘good practices’ gericht op herstel te delen. Door binnen de instelling te evalueren kunnen aan de hand van de registratiecijfers trends zichtbaar worden en kunnen effecten van beleidskeuzes om verplichte zorg te verminderen zichtbaar worden, waarbij aangetekend moet worden dat er sprake moet zijn van voldoende betrouwbaarheid van de cijfers. Vanuit het Verdiepingsonderzoek (Plomp, 2024) is naar voren gekomen dat opname, insluiting, mechanische en fysieke fixatie en verplichte medicatie (met name noodmedicatie) vrijwel altijd wordt geëvalueerd, maar bij andere vormen zou dat niet of te weinig of niet structureel gebeuren.

 

Evaluatie zal als vanzelfsprekend plaatsvinden bij het voortzetten van een crisismaatregel en het aanvragen van een zorgmachtiging of een verlenging hiervan. Tussentijds evalueren tijdens uitvoering van verplichte zorg wordt sterk aanbevolen. Indien er bij een evaluatie vastgesteld wordt dat er toenemend verzet is tegen de verplichte zorg en dat deze niet of beperkt effectief is, dan zal er overwogen moeten worden om de verplichte zorg te staken. Schakel bij twijfel consultatie in en/of overweeg een moreel beraad te organiseren.

 

Evaluatie kan een belangrijke stap zijn in het verwerken van de ervaring met verplichte zorg voor de patiënt. Deze is daar aan het einde van een opname mogelijk nog niet aan toe. De werkgroep is van mening dat het actief bieden van de mogelijkheid voor een patiënt om na ontslag te evalueren behoort tot goede zorg. De ambulant behandelaar waar de zorg aan wordt overgedragen kan een rol spelen om te monitoren of de patiënt hier behoefte aan heeft en deze bijstaan in het leggen van de contacten met het klinisch behandelteam.

 

•Consultatie

Onafhankelijke consultatie is een manier om een behandelaar te helpen om verplichte zorg te voorkomen of het zo kort mogelijk te laten duren. Indien de subsidiariteit, proportionaliteit of effectiviteit van de beoogde of uitgevoerde verplichte zorg vragen oproepen, dan is een second opinion door een onafhankelijk, niet bij de behandeling betrokken, expert aangewezen. Daarnaast kan een beroep worden gedaan op onafhankelijke consultatie door een psychiater, een consultatieteam of het Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE).

 

In het toetsingskader van de IGJ (IGJ, 2025) zijn voor insluiten specifieke normen opgenomen voor consultatie: bij insluiting langer dan één week, drie weken, zes weken en dertien weken moet een consultatie plaatsvinden. Ook bij langdurige verplichte zorg in de vorm van medicatie, ECT of het toedienen van vocht en voeding is het wenselijk een expert te raadplegen over de noodzaak van voortzetting en de mogelijkheden om de verplichte zorg te beëindigen, vergelijkbaar met het consultatieproces bij insluiting.

 

De HIC-monitor hanteert (veel) striktere normen om bij insluiting of verblijf in de intensive care unit interne consultatie aan te vragen. Daar waar het toetsingskader spreekt over een week, spreekt de HIC-monitor over één dag (bij insluiting in de EBK) en drie dagen (bij verblijf in de ICU met intensieve begeleiding). De werkgroep adviseert om de normen uit de HIC-monitor aan te houden en proactief consultatie te gebruiken en dus niet te wachten tot de termijn van de IGJ is verstreken.

 

Uitvoering verplichte zorg in het kader van de Wvggz binnen forensische instellingen

Hoofdstuk 9 ‘Bijzondere bepalingen ten aanzien van personen met een strafrechtelijke titel’ van de Wvggz regelt zorg binnen forensische instellingen voor patiënten die in het kader van een strafrechtelijke titel zijn geplaatst in een accommodatie. Voor patiënten met de maatregel tbs met bevel tot verpleging en PIJ geldt dat zij worden aangemerkt als betrokkene aan wie op grond van een zorgmachtiging “verplichte zorg strekkende tot opname in een accommodatie” wordt verleend. Voor de andere strafrechtelijke titels geldt dat zij worden geacht “met instemming” in de accommodatie te verblijven. Dit zijn de zogenoemde OFZ (overige forensische zorg)-patiënten.

 

Voor de patiënten met tbs met bevel tot verpleging stelt de zorgverantwoordelijke zo spoedig mogelijk een zorgplan op (art. 9:4) en behandeling vindt alleen plaats voor zover in deze in het plan is voorzien, indien het overleg over het zorgplan tot overeenstemming heeft geleid en de patiënt of de vertegenwoordiger zich niet tegen behandeling verzet. (art. 9:5).

 

Indien niet aan de laatste twee voorwaarden is voldaan (er is geen overeenstemming en de patiënt of vertegenwoordiger verzet zich) kan niettemin behandeling plaatsvinden (‘verplichte zorg’)

Dat kan a) voor zover aannemelijk is dat zonder die behandeling het ernstig nadeel dat de psychische stoornis van patiënt doet veroorzaken niet binnen een redelijke termijn kan worden weggenomen (‘extern gevaarscriterium’), of b) voor zover dit volstrekt noodzakelijk is om het ernstig nadeel dat de psychische stoornis van patiënt binnen een accommodatie doet veroorzaken, af te wenden (‘intern gevaarscriterium’) (art. 9:6).

 

De behandeling vindt plaats “krachtens een schriftelijke en gemotiveerde beslissing van de zorgverantwoordelijke”, waarmee een besluit tot verplichte zorg als vergelijkbaar in art. 8:9 Wvggz wordt bedoeld. Bij een behandeling noodzakelijk in verband met het zogenoemde externe gevaarscriterium is de termijn zo kort mogelijk, maar niet langer dan drie maanden.

 

Wanneer binnen zes maanden na afloop van de behandeling de behandeling moet worden voortgezet of opnieuw een behandeling in verband met het externe gevaarscriterium nodig is, is een besluit van de geneesheer-directeur vereist (art. 9:6 lid 6). Voor noodsituaties voorziet art. 9:8 in de mogelijkheid om niettemin verplichte zorg toe te passen (“toepassen van middelen en maatregelen waar het zorgplan niet in voorziet”).

 

De werkgroep geeft ter overweging mee om een onafhankelijke beoordeling (ter zake kundig) vooraf te laten plaatsvinden wanneer de zorgverantwoordelijke overweegt verplichte zorg (medicatie, ECT en/of voeding/vocht) in te zetten bij patiënten met een TBS- of PIJ-titel.

 

Voor de OFZ (overige forensische zorg)-patiënten geldt bovenstaande niet.

 

In art. 9:9 is bepaald welke beperkingen door de zorgverantwoordelijke aan forensische patiënten (zowel TBS-dwang, PIJ als OFZ-patiënten) kunnen worden opgelegd: beperking van bezoek, beperking in het recht op bewegingsvrijheid in en rond de accommodatie en beperking in het recht op vrij gebruik van communicatiemiddelen

Dit kan indien ernstige nadelige gevolgen moeten worden gevreesd voor de gezondheidstoestand van patiënt of ter voorkoming van verstoring van de orde of voor de veiligheid in de accommodatie, zoals die in de huisregels is beschreven, of ter voorkoming van strafbare feiten noodzakelijk is. Inname van laptops en telefoons en dergelijke beperkingen kunnen volgens de werkgroep niet standaard plaatsvinden, zoals wel gebeurt in forensische instellingen waar hoofdstuk 9 vigeert, maar vallen onder een besluit in het kader van art 9:9 Wvggz.

 

Bij OFZ-patiënten is toepassing van verplichte zorg (anders dan de bovengenoemde beperkingen) niet mogelijk. In de Memorie van Toelichting wordt daarover het volgende geschreven: de behandeling van de psychische stoornis van deze personen geschiedt door hen op vrijwillige basis. Indien voor hen verplichte zorg noodzakelijk is, dan zal daarvoor een zorgmachtiging moeten worden aangevraagd, dan wel in spoedeisende gevallen een crisismaatregel moeten worden aangevraagd. Bij TBS met voorwaarden is het beleid van het OM zeer terughoudend te zijn met het tegelijkertijd inzetten van een zorgmachtiging, daar bij langere duur van het niet houden aan voorwaarden het bij het OM de voorkeur heeft om een omzetting tot tbs met bevel tot verpleging te vorderen.

 

In verband met dat laatste geldt voor deze groep zo nodig ook artikel 7:3 (tijdelijke verplichte zorg voorafgaand aan een crisismaatregel). Deze mag in dat geval op grond van dat artikel ook worden toegepast door de zorgaanbieder, de geneesheer-directeur of de zorgverantwoordelijke, nu aan deze groep immers ook zorg wordt verleend op basis van vrijwilligheid. 

 

Verplichte repatriëring bij verzet in het kader van de Wvggz

Voor mensen die tijdelijk in Nederland verblijven en voor wie verplichte psychiatrische behandeling noodzakelijk is, kan het wenselijk zijn hen in het land van herkomst verder te behandelen. Dit kan aan de orde zijn als duidelijk is dat de psychiatrische stoornis en het ernstig nadeel niet op korte termijn voldoende af te wenden is en verdere behandeling in Nederland daarmee niet doelmatig is. Voor deze cliënten is een repatriëring op medische gronden aangewezen. Als de patiënt zich hier tegen verzet, rijst de vraag of verplichte repatriëring als voorwaarde in een Wvggz maatregel mogelijk is.

 

Repatriëring wordt niet genoemd in de wet of in de parlementaire geschiedenis van de Wvggz. Tevens is de WVggz een Nederlandse wet, er kan buiten Nederland geen verplichte zorg op basis van een Wvggz maatregel verleend worden. De rechtbank Amsterdam (referentie: ECLI:NL:RBAMS:2025:10873, Rechtbank Amsterdam, C/13/780309 - FA RK 25/9628) heeft daarom beargumenteerd dat verplichte repatriëring niet mogelijk is. Echter hebben zowel de Rechtbank Rotterdam als de rechtbank Noord-Nederland (referentie: ECLI:NL:RBNNE:2025:4966, Rechtbank Noord-Nederland, C/18/247012 / FA RK 25-3357; ECLI:NL:RBROT:2022:7268, Rechtbank Rotterdam, C/10/642408 / FA RK 22-5339) die mogelijkheid wel gegeven. Dit door medische repatriëring als vorm van verplichte zorg op te nemen in het zorgplan van de zorgmachtiging als: aanbrengen beperking in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat patiënt iets moet doen of nalaten, waaronder het meewerken aan de terugkeer naar het naar het land van herkomst. Waarbij de patiënt wordt begeleid door zorgmedewerkers uit Nederland tot aan de overdracht aan de zorgverleners in het land van herkomst.

Hiermee is geen definitief uitsluitsel te geven op basis van de huidige jurisprudentie, maar is wel duidelijk dat de mogelijkheid van verplichte repatriëring als vorm van verplichte zorg aan de rechter kan worden voorgelegd.

 

Waarden en voorkeuren van patiënten en naasten

Voor patiënten is het bij het uitvoeren van verplichte zorg van belang, dat ze zoveel mogelijk regie behouden over wat er gebeurt. Dat kan door de wensen en voorkeuren van de patiënt met betrekking tot het handelen in crisissituaties tijdig te bespreken en vast te leggen, wanneer de patiënt wilsbekwaam is. Wanneer verplichte zorg onvermijdelijk is, dan is het van belang om diens wensen en voorkeuren ook daadwerkelijk te volgen, en de verplichte zorg respectvol, met geduld en nabijheid uit te voeren, in contact met de patiënt en met oog voor diens privacy.

 

Vanuit de patiënt gezien zou insluiting in een EBK alleen toegepast mogen worden om onbeheersbaar agressief gedrag te reguleren, voor maximaal één dag met strikte criteria voor verlenging en met behoud van contact en maximale afstemming op de behoeften van de patiënt, zoals beschreven in het Werkboek HIC (Voskes, 2026). Insluiting op de eigen kamer zou zo min mogelijk, zo kort mogelijk en nooit tegen de voorkeur van de patiënt toegepast mogen worden; de eigen kamer moet een veilige haven voor de patiënt zijn. Ook hier is behoud van contact geboden, zoals beschreven in het Werkboek HIC. Het is onaanvaardbaar de eigen kamer te strippen of de patiënt in scheurlinnen in te sluiten. Traditionele separatie- en afzonderingsruimten zouden niet meer mogen worden gebruikt, conform de Veldnorm Insluiting (2013, p.25).

 

Op de afdeling, maar ook in andere ruimte waar de patiënt verplicht verblijft, zoals de EBK, zou voldoende en passende daginvulling moeten zijn. Er moet steeds voldoende ruimte zijn voor de patiënt om zijn gevoelens en ervaringen te kunnen uiten en voor zorgverleners om echt naar de patiënt te luisteren.

 

Tijdens en na uitvoering van de verplichte zorg moet deze niet alleen binnen het team en de instelling, maar ook met de patiënt zelf geëvalueerd worden, conform het Toetsingskader Terugdringen Insluiten van de IGJ (2025). Het is van belang om de patiënt op een later moment, wanneer die zich in rustiger vaarwater bevindt, aan te bieden om de verplichte zorg nogmaals te evalueren met de zorgverantwoordelijke.

 

De patiënt moet bij de uitvoering en de evaluatie van de verplichte zorg steeds de mogelijkheid krijgen om naasten, ervaringsdeskundigen, de patiëntenvertrouwenspersoon of andere (ambulante) zorgverleners te betrekken. Samenwerken met en betrekken van naasten is het uitgangspunt, zeker als het minder goed gaat met de patiënt. Zij kunnen zowel tijdens de uitvoering als tijdens de evaluatie van verplichte zorg meedenken, meepraten, en meehelpen het contact en vertrouwen in de zorg te behouden en te herstellen. Wanneer de patiënt niet wil dat zijn naasten betrokken worden, is het van belang om met de patiënt in gesprek te gaan over zijn redenen hiervoor en te kijken naar wanneer het wel mogelijk is.

 

Kostenaspecten

Bij de werkgroep zijn geen kosten-effectiviteitstudies bekend over de toepassing van klinisch verplichte zorg. De geformuleerde aanbevelingen zijn conform standaardpraktijk.

 

Gezondheidsgelijkheid

Toepassen van klinisch verplichte zorg leidt tot een (mogelijke) toename van gezondheidsongelijkheid. Verplichte zorg geeft per definitie gezondheidsongelijkheid doordat de toegankelijkheid voor vrijwillige zorg niet voor iedereen gelijk is. Er zijn aanwijzingen dat lage socio-economische status en etniciteit hier een rol in spelen, met name bij verplichte opname. In hoeverre dit ook speelt bij het uitvoeren van klinisch verplichte zorg wordt uit de beschikbare literatuur niet direct helder. Voor de wetenschappelijke onderbouwing wordt verwezen naar module Preventie verplichte zorg in de ggz.

 

Aanvaardbaarheid

Ethische aanvaardbaarheid

Binnen de huidige standaardpraktijk acht de werkgroep de omschreven vormen van klinisch verplichte zorg als ethisch aanvaardbaar, mits de wensen en voorkeuren van patiënten worden gerespecteerd. Over insluiten (m.n. separatie), ECT en interventies rond vocht & voeding als verplichte zorg loopt een (maatschappelijke) discussie in de praktijk, vanwege ethische bezwaren, maar de werkgroep acht toepassing in geïndiceerde situaties noodzakelijk.

 

Duurzaamheid

Bij de uitvoer en evaluatie van klinisch verplichte zorg spelen duurzaamheidsaspecten geen specifieke en doorslaggevende rol.

 

Haalbaarheid

De haalbaarheid van de beschreven interventies hangt af van diverse capaciteitsaspecten.

Door een personeelstekort is het niet altijd mogelijk om 1-op-1-begeleiding te bieden of bepaalde vormen van zorg in te zetten die verplichte zorg kunnen voorkomen. Bovendien is de fysieke omgeving in niet alle GGZ-instellingen geschikt om de aanbevelingen op te volgen. De werkgroep acht het te adviseren in bredere zin aandacht te hebben voor het inzetten van voldoende gekwalificeerd personeel (o.a. werving en selectie, opleiding, arbeidsvoorwaarden) en daarnaast voor het toewerken naar een optimale fysieke omgeving bij GGZ-instellingen waar dit nog niet het geval is (het voldoen aan de HIC-monitor). Daarnaast is er aandacht nodig voor de registratie van verplichte zorg in de zin dat er meer uniform geregistreerd zou moeten gaan worden en dat de registratiesystemen beter op orde moeten gaan komen.

 

Rationale van de aanbeveling: weging van argumenten voor en tegen de interventies

Omdat wetenschappelijke onderbouwing over effectiviteit en veiligheid van klinisch verplichte zorg ontbreekt, zijn de aanbevelingen voornamelijk gebaseerd op overige literatuur, praktijkervaring, jurisprudentie, ethische overwegingen en ervaringen van patiënten en naasten. De aanbevelingen zijn overwegend sterk en richtinggevend geformuleerd door de werkgroep, met nadruk op terughoudendheid, proportionaliteit en voortdurende evaluatie.

 

Eindoordeel: Sterke aanbeveling voor

Onderbouwing

In de kliniek komen verschillende vormen van verplichte zorg voor (e.g. opname in accommodatie, beperken van bewegingsvrijheid, medicatie, fysieke en mechanische fixatie, insluiting en ECT). Hierbij is de uitvoering en evaluatie belangrijk, zodat patiënten effectieve zorg ontvangen. Uit gepubliceerde studies naar de evaluatie van klinisch verplichte zorg, blijkt dat evalueren voor de kwaliteit van de zorg van groot belang is. Er worden verschillende vormen van klinisch verplichte zorg (genoemd in module Besluitvorming toepassen verplichte zorg) toegepast in de praktijk. Hierbij is het onvoldoende duidelijk welke vorm van klinisch verplichte zorg het meest veilig en effectief is.

 

De Wvggz beschrijft verschillende elementen die van belang zijn bij het uitvoeren en evalueren van verplichte zorg, met name proportionaliteit, subsidiariteit, effectiviteit, veiligheid, verzet, wensen en voorkeuren van de patiënt en herstel van autonomie. Deze module geeft concreet inzicht in de kwaliteitseisen die gelden bij de uitvoering en evaluatie van klinisch verplichte zorg.

 

Deze module wordt gebaseerd op beschikbare literatuur, jurisprudentie, bestaande rapporten, praktijkervaring en expert opinion van werkgroepleden. Naar de effectiviteit en veiligheid van de verschillende interventies is een literatuursearch uitgevoerd. De werkgroep benadrukt dat klinisch verplichte zorg een continuüm (van opname op een open afdeling zonder beperking van bewegingsvrijheid tot insluiting en/of fixatie op een gesloten afdeling) is. Omwille van afbakening wordt specifiek gezocht naar vier vormen van klinisch verplichte zorg (i.e. verplichte medicatie, fysieke fixatie, mechanische fixatie en insluiten). De werkgroep gaat ervan uit dat de kwaliteitseisen van deze vormen van verplichte zorg grotendeels te generaliseren zijn naar andere vormen van klinische verplichte zorg. In de overwegingen zal hier breder op gereflecteerd worden (ook op andere vormen van verplichte zorg, zoals ECT en toedienen van vocht en voeding). In het veld is soms discussie over de definitie van de diverse vormen van verplichte zorg. De definities van verplichte zorg ten behoeve van de registratie zijn door de Nederlandse GGZ samengevat in een informatieboekje in september 2020 (De Nederlandse GGZ, 2020). In deze module worden deze definities gebruikt om verplichte zorg aan te duiden.

Description of studies

Table 2 provides an overview of the two relevant studies (Aragonés-Calleja, 2024; Douglas, 2022), including important study characteristics. Aragonés-Calleja (2024) performed an umbrella review which aimed to evaluate the existing evidence on mental health coercion provided by the systematic reviews. Douglas (2022) performed a systematic review in qualitative studies, aiming to explore patient experiences of physical restraint in the acute setting. 

 

Results

The study characteristics, objectives, results and risk of bias of the studies included in Aragonés-Calleja (2024) are presented in de tables below (Table 3-Table 8). The included studies were classified into six categories on specific coercive measures:

  • Seclusion and restraint (n=15; Table 3);
  • Forced treatment (n=4; Table 4);
  • Involuntary admissions (n=8; Table 5);
  • Coercion in community care (n=6; Table 6);
  • Informal coercion (n=1; Table 7); and
  • Coercion in general (n=3; Table 8).

Douglas (2022) included nine qualitative studies (n=9; Table 9) and identified three themes: the bio-psychosocial impact of restraint on patients, the impact of restraint on the therapeutic relationship’ and ‘patient needs concerning the use of restraint. 

 

For each subcategory, the evidence on effectiveness and related factors are outlined in more detail below.

 

Table 2. Characteristics of included studies

Study

Participants

Comparison

Outcome measures

Comments

Risk of bias (per outcome measure)

Aragonés-Calleja, 2022

Design: Umbrella review. Studies included in final qualitative synthesis (n=46)

  • n=36 SRs (n=29 qualitative syntheses)
  • N=10 meta-analyses

 

Aim: To gather, evaluate and synthesise the existing evidence on mental health coercion provided by the systematic reviews found in the literature.

 

Population: Comprised of mental health service users, family members or primary caregivers, mental healthcare providers, decision-makers and researchers.

 

Search period: until 29 April 2021. 

Search databases: Medline/PubMed, PsycINFO, EMBASE and CINAHL; repositories of systematic reviews (e.g. JBI Database, Cochrane Database)

Intervention: Any type of coercion (formal, informal or perceived) or restriction in mental health.

 

Control: Varied, as primary studies in the systematic reviews could be intervention versus a non-exposed control group, pre-and-post cohorts, user versus non-user, as well as qualitative designs that did not mention any comparison.

Outcomes: Effects or consequences of restraint, including perceptions of those who use and to whom restraint is applied, health outcomes, ethical conflicts, policies and interventions to reduce restraint.

Limitations

  • Considering the design: potential omission of relevant studies.
  • Heterogeneity in results due to varied approaches and methodologies in the included reviews. Difficulty and lack of meta-analyses due to the diversity of methodologies.

 

Authors conclusion

  • While the harmful physical and emotional consequences of coercive measures are well-documented, their prevalence remains high or unclear across different populations.
  • Professionals face a dilemma in balancing ethical principles of beneficence and maleficence, highlighting the need for a regulatory system to control and reduce coercive practices.

The quality and the risk of bias of the systematic reviews included in each category are summarised in the Figure below. Overall, 48% (n=22) were of high quality and a low risk of bias, while 2% (n=1) were of low quality and a high risk of bias.

 

Douglas, 2022

Design: Systematic review. Studies included in final qualitative synthesis (n=9  qualitative research methods).

 

Aim: To explore the physical restraint

experiences of patients in acute settings.

 

Population: N.R. Experiences of physical restraint by mental health patients in acute settings. Search terms: “inpatients” OR “psychiatric patient” OR “psychiatric detained patient” OR “service user” OR “mental health service user” OR “clients” OR “consumer”

 

Search period: until 10 August 2021. 

Search databases: PubMed, CINAHL, PsycINFO, Cochrane Database

N.R.

“restrictive interventions” 

 

 

N.R.

“patient experience”

 

Following a critical analysis of the studies key themes were identified:

  • 1. The bio-psychosocial impact of restraint on patients
  • 2. The impact of restraint on the therapeutic relationship
  • 3. Patient needs concerning the use of restraint

 

Limitations

  • Time lapse between restraints and datacollection may impact patients' memory recall.
  • Differences in the timing of data collection across studies (ranging from days to years) can introduce inconsistencies in the findings and reduce reliability.

 

Authors conclusion

  • Despite international efforts to reduce physical restraint, its continued use remains a concern due to its impact on patient experiences and therapeutic relationships.
  • Physical restraint can re-traumatize patients, especially those with a history of trauma, highlighting the need for mindful application by mental health professionals.
  • To reduce restraint use, adequate staffing, reflective forums for practitioners, and comprehensive training in de-escalation techniques and recovery-oriented care are essential.

Mixed-Methods Appraisal Tool (MMAT) was used in the assessment of the quality of the included studies (Hong, 2018). A total of 8 studies achieved ‘high’ scores and one had a ‘medium’ score. However, 9 studies were presented as ‘high’ in Table 3 in the paper.

 

Table 3. Studies on seclusion and restraint (n=15 SRs in Aragonés-Calleja, 2022)

 Author, year

Participants

Setting/context

Interventions

N. included studies

Type of included studies

Analysis

Country of origin of included studies

Results/ Findings

Risk of Bias

Sailas & Fenton, 2000

People with severe or chronic mental illness. Prevention of these measures: i) personal; (ii) organizations; (iii) people with serious or chronic mental illness.

Psychiatric settings.

Effects of seclusion and restraint vs. standard care or alternatives.

  • Seclusion: solitary confinement in a controlled space.
  • Restraint: physical or mechanical movement restriction.
  • Standard care: usual unit practices excluding seclusion/restraint.

Prevention strategies:

  • Education, behavior strategies, alternatives, policy changes, medication, administration, or standard care.

N=0

Only RCTs.

N.A.

N.A. .

Effect of seclusion and restraint The search strategy yielded 2155 citations. Of these, the full articles for 35 studies were obtained. No studies met minimum inclusion criteria and no data were synthesised.

Risk low

De Hert, 2011

Psychiatrically ill youth 6-21 years old (n=2393).

Psychiatric settings for children and adolescents.

Seclusion and restraint use

N=7

N=4 longitudinal design (n=1,302); N=2 descriptive studies (n=590); N=1 cross-sectional survey (n=504).

Descriptive statistics.

Studies were conducted in the US (n=4), Australia (n=2), only one study was conducted in Europe.

Studies reported high baseline seclusion and restraint rates. Interventions reduced restraints by 93.2% and duration by 54.2%, while seclusion episodes decreased by 74.7% with mixed results.

Risk unclear

Bak, 2012

Hospitalized adult psychiatric patients who had been physically restrained.

Psychiatric hospitalization units.

Interventions that prevent mechanical restraints.

N=59 (48 quantitative and 11 qualitative).

Original peer-reviewed articles.

Both qualitative and quantitative research.

International.

No intervention achieved the highest recommendation and effect. Cognitive milieu therapy (CMT) reduced mechanical restraints by 87%, followed by multi-intervention programs (76%) and patient-centered care (68%).

Risk unclear

Bryson, 2017

Children and adolescents with mental illness.

Psychiatric and residential settings.

Trauma-informed care (TIC)

N=13

Various (e.g. studies varied in design from retrospective, longitudinal, to prospective studies).

N.R.

N.R.

Trauma-informed care initiatives (TICs) focused on reducing seclusion and restraint, improving client symptomatology, and emphasized leadership commitment, staff support, patient voices, aligned policies, and data-driven change.

Risk unclear

Dahm, 2017

Adult patients with severe mental disorders (18 to 65 years).

Mental health services.

Measures or interventions to reduce coercion.

N=21

N=10 RCTs; N=4 four cluster RCTs, N=5 clinically controlled trials, N=2 cluster-controlled studies.

N.R.

The studies were conducted in Norway (2), Switzerland (2), Finland (2), the Netherlands (5), the UK (6), Denmark (2), Australia (1) and the USA (1).

Individually designed crisis plans, risk assessments, and support for security staff may reduce involuntary admissions and coercive measures, though other methods lack clear evidence.

Risk low

Gaynes, 2017

Adult psychiatric patients (n= 3,628)

Acute care settings.

Strategies to prevent and de-escalate aggressive behaviors.

N=17; 17 controlled studies (described in 22 articles) that provided data for Aragonés-Calleja, (2022)

RCTs, cluster RCTs (CRT), non-RCTs, and cohort studies.

N.R.

USA (8) and others (9).

Seventeen studies evaluated interventions, with risk assessments and multimodal programs showing some benefit in reducing aggression and seclusion, though evidence was limited and many studies had bias.

Risk unclear

Goulet, 2017

Samples were drawn from mental health hospital units and staff (n=19), forensic settings (n=4), some studies focused on the patient's perspective.

An adult psychiatric setting, including forensic psychiatry.

Interventions examined in this review were SR reduction programs, defined by the authors as involving two or more activities aimed at reducing seclusion, restraint or aggression for inpatients in mental health and forensic settings.

N=23

RCTs (n=2), quasi-experimental studies (n=4), longitudinal studies (n=15), and qualitative studies (n=2).

Synthesis or descriptive analysis.

USA (n=10), Australia (n=4), the Netherlands (n=4), the UK (n=3), Sweden (n=1), and Finland (n=1).

Recovery-oriented programs, mainly adaptations of Six Basic Strategies, included leadership, training, post-confinement review, patient participation, prevention tools, and environment in SR reduction efforts.

Risk low

Rabe, 2017

Children and adolescents with mental illness.

Psychiatric hospitalization unit.

Coercive measures.

N=12

Various (e.g. survey studies, two case-control studies)

 

N.R.

4 European and 8 non-European.

European studies found more coercion in late adolescent girls, while non-European studies saw more boys in early school age, with limited empirical research in child psychiatry.

Risk high

Jackson, 2018

Mental health professionals: nurses, doctors and others (n=215).

Inpatient settings

Release from seclusion

N=12

N=10 research studies (n=4 quantitative; n=6 qualitative studies), n=2 expert opinion papers.

Systematic review. Qualitative synthesis.

The studies were undertaken in five countries: UK(2), Netherlands (1), USA (1), Canada (1), and Australia (5).

The review found limited evidence on seclusion release decisions, with professionals prioritizing safety, but environmental factors and control over service users also influencing release

Risk low

Jalil, 2018

1,471 participants (nurses)

10 studies recruited nurses from psychiatric hospitals; 1 study from universities; 1 study recruited from registrants

In mental health nurses: Is exposure to clinical practice associated with anger? Secondary questions relate to what reported levels of mental health nurses’ anger mean in the context of published normative data; which specific features of exposure to practice are associated with anger; and identification of any relationships between anger and other outcomes.

N=12

The inclusion criteria were not limited by study design. (11/12 Cross-sectional survey)

Systematic review. Qualitative synthesis.

Studies were conducted in eight countries: UK (4), USA (2), China (1), Canada (1), Japan (1), Iran (1), Australia (1) and Turkey (1).

Nurses' anger, linked to patient aggression and job motivation, affects their well-being and potential use of containment measures, though its direct impact remains unclear.

Risk low

Ye, 2018

Patients with mental illness.

Psychiatric unit, psychiatric hospital, acute admission ward, and mental health center.

PICO=Population: patients with mental illness. Intervention: relevant training for staff. Comparison: staff without specific training. Outcome: the use of physical restraint.

N=8

Four RCTs and four quasi-experimental studies.

Systematic review, meta-analysis.

China

Staff training, including restraint techniques, violence management, and self-reflection, effectively reduces physical restraint use, supported by substantial evidence.

Risk low

Chieze, 2019

Hospitalized adult psychiatric patients.

Psychiatric hospitalization units for adults.

Seclusion and / or physical restraint.

N=35

N=3 RCTs; N=32 observational design (30 cohorts; 2 cross-sectional studies).

Qualitative analysis.

Brazil (1), Germany (4), Norway (2), Australia (3), Netherlands (1), Finland (4), European countries (1), US (11), Japan (1), Spain (1), Sweden (1), Austria (1), France (1), India (1), Canada (1) and one stranger.

Seclusion and restraint often lead to negative psychological effects, including PTSD, with limited evidence supporting their therapeutic benefits. Further research is needed.

Risk low

Gleerup, 2019

Psychiatric patients (n=4,006).

Psychiatric hospitalization units

Having been subjected or questioned about seclusion and mechanical restraint.

N=14

3 reporting on RCTs and 11 reporting on observational studies.

Unclear (“synthesis of the primary results stratified according to whether they are objective or subjective measures.”)

USA (4), Germany (3), one in Israel, The Netherlands, Brazil, India, Japan and the UK, respectively, while one study examined patients from 10 different European countries.

Subjective outcomes favour seclusion over mechanical restraint, while objective measures show longer stays for those subjected to seclusion and mechanical restraint.

Risk low

Kersting, 2019

Adult psychiatric patients.

Psychiatric hospitalization units for adults.

Physical Harm and Death in the Context of Coercive Measures

N=67

2 experimental RCTs, 1 case-control study, 11 epidemiological studies, 12 association studies, and majority case series, case reports.

Qualitative analysis.

Various, mainly UK and USA

Cardiac issues, injuries, and venous thromboembolism were common harms associated with coercive interventions, with restraint and forced medication being the most frequently reported measures.

Risk unclear

Nielson, 2020

Children and adolescent with a mental disorder

Psychiatric inpatient environments

Physical restraint in mental health care means ‘…the use of physical contact which is intended to prevent, restrict, or subdue the natural movement of any part of the patient’s body’

N=16

16 quantitative studies (n=13 are retrospective)

Narrative synthesis

America (n=6), Australia (n=3), Norway (n=3), Canada (n=2), Belgium (n=1), and Finland (n=1).

Physical restraint in children and adolescents is linked to age, gender, diagnoses, history, risky behaviours, timing, staff influences, and potential physical and psychological harm.

Risk low

 

Table 4. Studies on forced treatment (n=4 SRs in Aragonés-Calleja, 2022)

Author, year

Participants

Setting/context

Interventions

N. included studies

Type of included studies

Analysis

Country of origin of included studies

Results/ Findings

Risk of Bias

Clausen, 2014

People with anorexia nervosa.

Inpatient units for eating disorders.

Involuntary treatment

N=10

Naturalistic research designs.

N.R.

Various: UK (3), Australia (2), Japan (1), Germany (1), USA (1).

Involuntary treatment is linked to longer durations, higher psychiatric burden, and more severe outcomes, but long-term effects compared to voluntary treatment remain unclear.

Risk unclear

Muir-Cochrane, 2020

People with mental health disorders.

Any healthcare setting

Chemical restraint

N=48

Retrospective audit

Meta-synthesis/ meta-analysis (quantitative)

International study (Scotland, Greece, USA, UK, Finlandia, Australia, Wales, Japan, Norway)

The review found a median prevalence of 21.2% for restraint use, with a significant decrease over time, but no difference by healthcare setting or country.

Risk low

Muir-Cochrane, 2020

Adults (with mental health diagnoses and/or substance abuse issues) N=3788

Pre-hospital (N=2), psychiatric emergency departments (N=8), general hospital emergency departments (N=8), PICU (N=2), acute psychiatric units (N=1).

Chemical restraint. Drugs used in chemical restraint included olanzapine, haloperidol, droperidol, risperidol, flunitrazepam, midazolam, promethazine, ziprasidone, sodium valproate, or lorazepam.

N=21

RCTs

Qualitative analysis

USA (5), India (2), Brazil (4), Iran (1), Australia (5), UK (1), Holland (1), Switzerland (1) and Israel (1).

Chemical restraint, primarily haloperidol, is effective for rapid calming, with midazolam acting faster but causing more adverse events. Drug combinations showed inconclusive benefits.

Risk low

Muir‐Cochrane, 2020

Adults with mental health disorders (with/without substance abuse).

Various: acute psychiatric wards (23.3%), general psychiatric wards (21.6%), and general hospital emergency departments (19.0%).

Chemical restraint (CR) is the forced (non‐consenting) administration of medications to manage uncontrolled aggression, anxiety, or violence in people who are likely to cause harm to themselves or others.

N=311

21 RCTs, 46 prospective observational studies, 77 crosssectional studies, 69 retrospective studies (mostly audits of practice), 67 opinion pieces, editorials, or statements of practice, and 31 qualitative studies.

Thematically analysed.

The USA, UK, and Australia contributed over half the research, whilst cross‐country collaborations comprised 6% of it.

This review categorized 19 themes, with medication use, patient perspectives, and room policies being most common, showing increasing sophistication in research design over 22 years.

Risk unclear

 

Table 5. Studies on involuntary admissions (n=8 SRs in Aragonés-Calleja, 2022)

Author, year

Participants

Setting/context

Interventions

N. included studies

Type of included studies

Analysis

Country of origin of included studies

Results/ Findings

Risk of Bias

De Jong, 2016

Adult psychiatric patients (age range, 18-65 years) N=2970; 1541 in the intervention groups and 1429 in the control groups.

Outpatient settings. Any kind of noninpatient services were considered outpatient settings.

Interventions of any kind that were designed to reduce compulsory admission rates in adult psychiatric patients (age range, 18-65 years) in outpatient settings.

N=13

Randomized clinical trials (RCTs)

Meta-analysis.

UK (6), the Netherlands (2), USA (2), Denmark (1), Norway (1), Switzerland (1).

Meta-analysis of 13 RCTs found a 23% reduction in compulsory admissions with advance statements, but no significant reduction with community treatment orders, compliance, or integrated treatment.

Risk low

Giacco, 2018

Involuntary inpatient psychiatric patients. At least 50% of the study sample had to be adults (18 to 65 years) who were receiving involuntary hospital treatment at the time of enrollment for the study.

Psychiatric hospitalization units.

Intervention or practice used with adults receiving involuntary psychiatric inpatient care.

N=19

Retrospective case series study, Retrospective pre-post study, Retrospective case control study, RCT, case series, Cluster-level controlled study, Retrospective cohort study, Cluster-level controlled trial, Quasi-randomised controlled trial.

As the articles found were highly heterogeneous in design and outcome, we used a narrative approach to synthesise the characteristics of the interventions.

Switzerland (5), UK (3), Australia (3), Japan (1), USA (5), Canada (1), Spain (1).

Nineteen papers identified 14 interventions grouped into three categories: patient-centered care, specialized therapeutic interventions, and systemic hospital practice changes.

Risk low

Wynn, 2018

Adult psychiatric patients.

Norwegian psychiatric hospitals.

Involuntary admission.

N=74

57 quantitative designs, 16 qualitative designs, and 1 a mixed-method design.

70: observational studies; 4: intervention studies.

Qualitative analysis (thematic analysis).

Norway

Some studies found involuntary admission led to humiliation, with male, severely ill patients more likely to be admitted. Norway has relatively high involuntary admission rates.

Risk unclear

Barnett, 2019

BAME (Black, Asian and Ethnic Minority) and migrant groups in the UK and internationally (N=1,953,135).

Hospitalization units.

Compulsory detention.

N=71

Quantitative studies.

Meta-analysis

High-income countries, and predominantly the UK (49 studies).

Black and Asian ethnic groups, as well as migrant populations, are more likely to face compulsory admissions, with various factors influencing these disparities.

Risk low

Molyneaux, 2019

People with psychotic illness or bipolar disorder.

Various (e.g. acute psychiatric services, community mental health teams, psychiatric hospitals)

Crisis-planning interventions (including advance decisions, advance directives, joint crisis plans and other relevant interventions).

N=5

ECAs

Meta-analysis.

England (3) ,the Netherlands (1), Switzerland (1).

Crisis planning interventions reduced compulsory admissions by 25%, but had no effect on voluntary or combined admissions; few studies assessed secondary outcomes.

Risk low

Walker, 2019

975,004 psychiatric inpatients were represented, of whom 228,239 (23%) had been admitted to hospital involuntarily.

Psychiatric hospitalization units.

Involuntary psychiatric hospitalization.

N=77

Most retrospective cohort studies using hospital or national databases as data sources.

Meta-analysis and narrative synthesis.

18 high-income countries (Australia, Canada, Israel, Taiwan, the USA, and 13 in Europe) and four middle-income countries (Brazil, China, India, and Turkey).

Involuntary hospitalization was linked to male gender, psychotic disorders, previous hospitalizations, and area deprivation, with factors like police involvement and reduced insight also associated.

Risk low

Yang, 2020

People with a diagnosis of schizophrenia, bipolar disorder, or major depressive disorder (N=94,305)

Inpatient psychiatric units in China.

Involuntary admissions.

N=14

Observational studies.

Meta-analysis

China

Voluntary admissions for severe mental illness averaged 30.3%, and involuntary admissions 32.3%, with varying rates across diagnoses and regions, and increasing voluntary admissions over time.

Risk low

Dahm, 2017: presented in Table 3.

 

Table 6. Studies on CTO (n=6 SRs in Aragonés-Calleja, 2022)

Author, year

Participants

Setting/context

Interventions

N. included studies

Type of included studies

Analysis

Country of origin of included studies

Results/ Findings

Risk of Bias

Kisely, 2014

Mentally ill (N=749 subjects)

Community psychiatric services

Community treatment orders.

RCTs included in meta-analysis N=5 articles from 3 studies.

RCTs

Meta-Analysis

USA (2, New York and Carolina), Inglaterra (1).

CTOs did not significantly reduce readmissions, bed days, psychiatric symptoms, or social functioning compared to voluntary care. Their use should be reviewed.

Risk low

Maughan, 2014

People with mental illness.

Community psychiatric services

Community treatment orders.

N=18

9/18 longitudinal;

6/18 uncontrolled beforeand- after studies, 2/18 epidemiological studies.

Narrative synthesis

Australia (8), USA (5), UK (1), Canada (3), Australia and Canada (1).

CTOs showed no significant impact on admission rates or hospital days in the largest RCT, with inconsistent results from longitudinal datasets.

Risk unclear

Kisely, 2016

People with mental disorders and community treatment orders, family and personal (psychiatrists).

Community.

Community treatment orders.

N=8

4: health service use before vs after compulsory treatment; 3: qualitative evaluations from patients, family, or staff; 1: postal survey of psychiatrists.

qualitative synthesis

Canada

CTOs reduced hospital readmissions and days, improved outpatient attendance and services, with positive feedback from clinicians and family, but ambivalence from patients.

Risk unclear

De Waardt, 2017

People with mental illness.

Community / Home

Various terms: "compulsory community treatment" (cct), "compulsory community care", "supervised community treatment" and "involuntary outpatient confinement".

N=105

Not mentioned

Narrative synthesis

N.R.

There’s no strong evidence that coercion in outpatient care is more effective than voluntary treatment, though non-controlled studies show positive views from patients and practitioners.

Risk unclear

Kisely, 2017

Adults with severe mental disorders (N=739)

Patients in community settings

Court ordered outpacient commitment

N=3

We considered all relevant randomised controlled trials (RCTs).

Meta-Analysis

N=2 USA; N=1

This review found limited evidence for CCT's effectiveness in health service use, costs, mental state, or quality of life, with only social functioning showing significant results.

Risk low

Barnett, 2018

People with mental illness

Community psychiatric services

Compulsory community treatment (CCT)

N=41

We included both RTCs and non-RCTs

 

 

Systematic review and meta-analysis.

England (4), USA (19), Spain (4), Australia (9),Sweden (1), Canada (3),Scotland (1)

CCT showed significant effects on readmissions, community service use, and treatment adherence in before-and-after studies, but not in controlled comparisons.

Risk low

 

 

Table 7. Studies on Informal coercion (n=1 SR in Aragonés-Calleja, 2022)

Author, year

Participants

Setting/context

Interventions

N. included studies

Type of included studies

Analysis

Country of origin of included studies

Results/ Findings

Risk of Bias

Hotzy, 2016

 

Mental health professionals and psychiatric patients. The sample sizes varied between 24 and 1,011 participants.

  • Professionals: outpatient services, ACT, housing institutions.
  • Most patients: outpatient setting.

Informal Coercion.

N=21 publications including 13 studies

All studies included were cross sectional.

Qualitative analysis.

 

Mainly USA, UK and some European countries.

 

Studies show that both professionals and patients report positive views on informal coercion when ethical guidelines are followed, but negative consequences like stigma and relationship impairment may occur.

Risk unclear

 

 

Table 8. Studies on coercion general (n=3 SR in Aragonés-Calleja, 2022)

Author, year

Participants

Setting/context

Interventions

N. included studies

Type of included studies

Analysis

Country of origin of included studies

Results/ Findings

Risk of Bias

Doedens, 2020

 

Nursing staff mainly and other professionals (such as physicians) and other settings (such as forensic wards) were included if the majority (>50%) of the staff members or settings met our inclusion criteria.

Study was conducted in psychiatric unit, psychiatric hospital, acute admission ward, and mental health center.

Attitude of nursing staff towards coercive measures and/or the influence of nursing staff characteristics on the use of one or more coercive measures (seclusion, mechanical restraint, physical restraint and compulsory medication).

N=84

Prospective cohort studies, retrospective cohort studies, case-control studies, mixed-method study, cross-sectional studies, surveys and qualitative studies.

Systematic review. Qualitative synthesis.

 

Studies originated from 25 different countries.

Nurses' attitudes toward coercion are often safety-focused, with gender influencing their views, though the therapeutic perspective is still present in some cases.

Risk low

 

Rabe, 2017: see Tabel 3; Dahm, 2017: see Tabel 3.

 

 

Table 9. Studies on patient experience of physical restraint in the acute setting (n=9 in Douglas, 2022)

 Author, year

Participants

Type of included studies

Country

of Origin

Results/ Findings

Recommendations

 

Quality score

Haw, 2011

Patients who had been subjected to at least two coercive treatments in forensic psychiatry (n=57)

Semi-structured interviews

 

UK

  • Physical restraint evoked a loss of control/dignity and humiliation.
  • Physical pain/undue force associated with restraint emerged as a strong theme; physical injury, in positions where their airway was restricted - fatal.
  • A number of patients stated that restraint helped calm them by helping them regain control.
  • Further staff training on physical restraint techniques
  • The need for development and further research of advanced statements to involve patients in their care plan.

 

H

Knowles, 2015

 

Psychiatric inpatient (n=8)

Semi-structured interviews

 

UK

  • Restraint highlighted the power imbalance between staff and patients.
  • Exacerbate the preexisting mental health difficulties, where the purpose of inpatient care is to assist in alleviating those difficulties.

à The importance justification and understanding

 

  • Address power imbalance/facilitate therapeutic milieu by empowering patients by arming them with coping strategies and allowing them to debrief the incident.
  • Further research into the impact of physical restraint on nursing staff .
  • Clinical supervision is suggested as a tool for staff to allow them to engage in restraint more therapeutically.

H

Kontio, 2012

Inpatients (n=30)

Focused interviews

 

Finland

  • Patients described a lack of communication/ justification for being placed in the restraint room.
  • Some reported on the positive impact of human touch and feeling secure.
  • Patients suggested the need for therapeutic spaces on the ward.
  • The need to make patients active participants in their care.
  • Developing an ‘advanced plan’ including patient preferences and staff-patient agreements may reduce the need for restrictive practices.

 

H

Larue, 2013

Inpatients (n=50)

Mixed method questionnaire; semi-structured interviews

Canada

  • Patients highlighted the fear and anxiety experienced by patients during restraint.
  • The importance of effective communication before, during and after restraint.

Further research needed into the perception of

staff in the application of restraint.

 

H

Ling, 2015

Inpatients (n=55)

Qualitative method

 

Canada

  • Loss of trust/autonomy was a common result of restraint- feeling victimized due to a lack of clarity around why restraint was initiated.
  • Debriefing allows inpatients and staff develop a greater understanding of restraint events and helps preserve the therapeutic alliance.
  • The need for further research into the different types of restraint - mechanical, chemical and physical
  • Information gathered through debriefing should be used to inform treatment plans and inpatient safety.

H

Mayers, 2010

Patients who had been subjected to restrictive practices (n=8)

Focused interviews

 

South Africa

 

Issues of abuse or human rights violations resonated as strong themes; 57 incidents of abuse reported. Restraint was identified as the most distressing and abusive of restrictive practices. Excessive/ inappropriate use of force during restraint.

  • The importance of staff debriefing with patients in a timely manner.
  • The need to educate service users on their rights.
  • To importance of achieving adequate staff levels (fully trained).
  • The need to improve communication and provide options to patients in distress.

H

Spinzy, 2018

Inpatients (n=40)

Structured questionnaire

Israel

Restraint was experienced as largely negative by patients - evoke feelings of loneliness & loss of autonomy.

Provide guidance to staff on alleviating patient distress prior to and during restraint.

H

Sequeira, 2002

Inpatients (n=14)

Semi-structured interviews

 

UK

  • Restraint elicited feelings of anger, & anxiety. Many patients felt restraint was not warranted and felt degraded/retraumatised by the event.

à inconsistent with treatment expectations.

  • A handful of patients expressed that restraint made them feel safe and helped them regain control.
  • Further research into the dynamic nature of patient and staff in restraint events.
  • Need for studies on nursing staff ‘s experience of emergency interventions.

 

H

Wynn, 2004

Inpatients (n=12)

Semi-structured interviews

 

UK

  • Restraint evoked feelings of anxiety, anger and hostility and in turn damaged the nurse patient relationship.
  • The importance of debriefing the incident was deemed as necessary in rebuilding trust with patients.
  • The importance of systematically training staff in the use of de-escalation techniques.
  • Informing staff of the negative psychological impact of physical restraint for service users.

H

 Seclusion and restraint (Table 3)

Fifteen systematic reviews examined seclusion and mechanical or physical restraint in psychiatric inpatient settings, focusing on prevalence, effectiveness, harms, user references, contributing factors, and reduction strategies (Aragonés-Calleja, 2022).

Prevalence studies (De Hert, 2011; Rabe, 2017) reported high rates of coercive measures, particularly among children and adolescents. However, Sailas (2000) on their effectiveness found no RCTs comparing seclusion or restraint with standard care.

Several reviews highlighted significant harms. Physical restraint was associated with severe adverse outcomes, including injuries, cardiac arrest, and death (Kersting, 2019). Psychological consequences included high rates of post-traumatic stress disorder, particularly in individuals with past trauma (Chieze, 2019). Longer hospital stays were linked to seclusion and restraint (Gleerup, 2019). Among children and adolescents, the main consequences were physical and emotional harm (Nielson, 2020).

User preference studies suggested a greater acceptance of seclusion over mechanical restraint, though some studies relied on hypothetical scenarios (Gleerup, 2019). Factors influencing the use of coercive measures included psychiatric diagnoses such as schizophrenia, bipolar disorder, and psychotic disorders, along with self-harm, aggression, and previous hospitalizations (Chieze, 2019; Nielson, 2020). Organizational and environmental factors, including staff attitudes and workplace stress, also played a role (Jackson, 2018; Jalil, 2018).

Interventions to reduce seclusion and restraint included cognitive milieu therapy, staff training, risk assessment, and multimodal approaches integrating trauma-informed care and Six Core Strategies (Bak, 2012; Gaynes, 2017; Ye, 2018). These approaches showed potential in minimizing coercion, improving patient outcomes, and enhancing psychiatric care.

 

Forced treatment (Table 4)

Four qualitative syntheses examined forced medication and involuntary treatment. Muir-Cochrane (2020a) estimated a median prevalence of 7.4% for chemical restraint in psychiatric inpatient settings. Clausen (2014) reported a prevalence of involuntary treatment in anorexia nervosa ranging from 13% to 44%, including forced feeding and medication.
The long-term effectiveness of forced treatment in anorexia nervosa remains unclear, but associated factors include longer treatment duration, more comorbidities, delayed weight recovery, and increased self-harm (Clausen, 2014). Muir-Cochrane (2020b) identified injury prevention as a primary justification for rapid tranquilization and recommended haloperidol, alone or with lorazepam or midazolam, for safe and effective sedation.

 

Involuntary admissions (Table 5)

Eight systematic reviews examined involuntary hospitalisation in mental health care, with four focusing on related factors and four on interventions to reduce its prevalence.

Walker (2019) identified psychotic disorders and previous involuntary hospitalisation as the strongest predictors, doubling the likelihood of admission. Socioeconomic factors, such as male sex, single marital status, unemployment, welfare dependence, and lack of homeownership, also increased risk. Barnett (2019) found minority ethnic groups, particularly Black Caribbean, Black African, and South Asian populations, at higher risk of involuntary psychiatric detention. Wynn (2018) reported high involuntary admission rates in Norway (135–418 per 100,000 people), especially among severely ill men in emergency situations. Yang (2020) noted a high prevalence in China, particularly for schizophrenia (44.3%), though voluntary admissions increased due to policy reforms and greater societal awareness.

Regarding interventions, Giacco (2018) categorized 14 strategies into patient-centred care planning (e.g., crisis plans, peer support), specialised therapeutic interventions (e.g., narrative therapy, sensory modulation), and systemic hospital practice changes (e.g., residential crisis programs). However, heterogeneity in study design prevented a formal meta-analysis. De Jong (2016) and Molyneaux (2019) found that crisis plans, such as advance directives, significantly reduced involuntary admissions by 23–25%, without affecting voluntary or total admissions. Dahm (2017) supported the effectiveness of emergency plans in reducing involuntary hospitalisation. Other interventions, including community treatment orders (CTOs) and integrated treatment models, showed no significant impact on compulsory admissions.

 

Coercion in community care: CTOs (Table 6)

Six systematic reviews examined the effectiveness of Community Treatment Orders (CTOs), with three including meta-analyses (Barnett, 2018; Kisely, 2017; Kisely, 2014). Kisely’s group conducted three reviews (2014, 2016, 2017), finding no significant impact of CTOs on readmissions, hospital stay duration, or social functioning. Their 2016 review, focused on Canadian studies, suggested potential benefits but emphasized the need for further research, particularly randomized controlled trials.

Barnett (2018) similarly found no clear evidence supporting CTO effectiveness. Maughan (2014) reached the same conclusion. In contrast, De Waardt (2017) reported lower readmission rates and shorter hospital stays under CTOs but were rated as low-quality due to methodological limitations. Overall, the majority of reviews found no conclusive benefits of CTOs in reducing hospitalizations or improving patient outcomes.

 

Informal coercion (Table 7)

Hotzy (2016) reviewed informal coercion, reporting prevalence rates of 29%–59%. The low-quality review found no evidence of clinical effects but highlighted frequent experiences of interpersonal influence, incentives, persuasion, and threats.

 

Coercion in general (Table 8)

Two studies included in Aragonés-Calleja (2023) focused on factors related to the use of coercive measures in general (Doedens, 2020; Rabe, 2017) and one on interventions to reduce the use of coercive meas ures (Dahm, 2017).

Rabe (2017) and Doedens (2020) examined factors related to coercive measures in mental healthcare, while Dahm (2017) focused on interventions to reduce their use. Rabe (2017) found that gender influenced coercive measures among adolescents, with European studies reporting higher use among late-adolescent girls, while non-European studies indicated more frequent use among younger boys. Coercion was also more common among children and adolescents diagnosed under ICD-10 F9. Doedens (2020) explored nursing staff characteristics, noting that male nurses were associated with increased coercion, while female nurses showed more positive attitudes, though some studies found no gender influence.

Dahm (2017) assessed interventions to reduce coercion in young users with schizophrenia onset. They concluded that systematic risk assessment of aggression and support for security staff could lower coercion rates. However, the effectiveness of inpatient rehabilitation versus outpatient treatment in reducing involuntary admissions and forced treatment remained uncertain. Similarly, they found no clear evidence that treatment contracts reduced involuntary readmissions after discharge.

 

Patient experience of physical restraint (Table 9)

Douglas (2022) reported on patient experience of physical restraint in the acute setting and identified three key main themes.

The bio-psychosocial impact of restraint on patients

Results highlighted that the psychological impact of restraint on patients was largely experienced as negative (Haw, 2011; Knowles, 2015; Larue, 2013; Lin, 2015). The biological impact of restraint on patients was experienced in the form of pain and injury, with the subsequent psychological impact expressed as fear and distress. The possibility that restraint was used abusively was implicit in a concerning number of studies (Haw, 2011; Knowles, 2015; Sequeira, 2002; Wynn, 2004). These four studies indicated that patients felt that they were subjected to undue force while being restrained.

Patients' experiences of restraint are influenced by clinical characteristics, including psychosis-related symptoms (e.g. delusions, hallucinations) (Haw, 2011; Kontio, 2012; Larue, 2013). Clinical characteristics encompass demographics, diagnoses, and symptoms linked to distress, violence, and aggression, which may contribute to restraint use.

 

The impact of restraint on the therapeutic relationship

Trust is at the cornerstone of the therapeutic relationship between patients and mental health carers (Hewitt, 2005) and its’ maintenance is an essential component of patients’ recovery trajectory. Restraint can damage the therapeutic relationship, with patients describing it as "anti-recovery" and incompatible with compassionate care (Knowles, 2015; Long, 2015). Recent studies link restraint to being "anti-recovery," reflecting growing awareness of recovery-focused care. Patients could feel infantilized by carers’ paternalistic attitudes during restraint, associating it with a loss of autonomy. Herewith, loss of autonomy contributed to anger and negative perceptions of care.

 

Patient needs concerning the use of restraint

Patient needs can be divided into the longitudinal process of restraint, incorporating the needs of patients, before, during and after restraint. Research mainly focused on patient needs before and after restraint, with limited attention to needs during restraint. Effective communication and de-escalation could prevent restraint, yet some patients felt ignored or dismissed (Haw, 2011; Knowles, 2015; Ling, 2015). Barriers in communication risk neglecting patient care needs.

Inpatient milieu (e.g. noisy, lack of space and freedom) was described as an important factor contributing to patient agitation and restraint (Ling, 2015). Carers should address individual patient needs to prevent distress escalation and minimize restraint, as Haw (2011)  highlighted the need for better attention to patients’ comfort and safety during restraint.

Furthermore, patients emphasized the need for alternative interventions before restraint, but 56% reported not being offered options (Larue, 2013). Debriefing after restraint seems crucial for patients, helping them understand its justification and maintaining the therapeutic relationship (Knowles, 2015; Larue, 2013; Ling, 2015).

Search and select

A systematic review of the literature was performed to answer the following question(s):

What is the effectiveness and safety of providing clinically mandated care (forced medication, physical restraint, mechanical restraint and seclusion) compared to voluntary care for patients with a mental disorder?

 

Table 1. PICO

Patients

Patients with mental illness

Intervention

Coercive interventions (compulsory medication, physical restraint, mechanical restraint and seclusion)

Control

Voluntary treatment

Outcomes

1. Adverse effects: physical and psychological adverse events (patient/carer), death/suicide (crucial)

2. Objective effectiveness: symptom intensity (e.g., aggressive behaviour), medication use (crucial)

3. Quality of life (important)

4. Satisfaction: participant/carer/professionals’ satisfaction, perceived coercion (important)

5. Hospitalization: length of stay, changes in hospital status (important)

6. Social functioning: specific – imprisonment, police contact and arrest, employment, accommodation status, general social functioning, restoration of contact with carer(s) (important)

Other selection criteria

Study design: systematic reviews

Relevant outcome measures

The guideline panel considered adverse effects and objective effectiveness as critical outcome measures for decision making; and quality of life, satisfaction hospitalization and social functioning as important outcome measures for decision making.

 

A priori, the guideline panel did not define the outcome measures listed above but used the definitions used in the studies.

 

For all outcome measures the guideline panel defined a 10% difference for dichotomous outcomes (0.9 ≥ RR ≥ 1.1) and 0.2 SD for continuous outcomes as a minimal clinically (patient) important difference.

 

Search and select (Methods)

The databases Medline (via OVID), Embase (via Embase.com), and PsycINFO (via OVID) were searched with relevant search terms from 2010 until 1 October 2024. The detailed search strategy is listed under the tab ‘Literature search strategy’. The systematic literature search resulted in 530 hits. Studies were selected based on the following criteria:

  • Systematic reviews in which searches were performed in at least two databases, with a detailed search strategy, risk of bias assessment and results of individual studies available;
  • Full-text English or Dutch language publication; and
  • Studies according to the PICO.

 Initially, 18 systematic reviews were selected based on title and abstract screening. After reading the full text, all 18 systematic reviews were excluded (see the ‘excluded studies’  under the tab ‘Evidence tabellen’). Thus, no studies could be included in the literature summary.

 

Though, two studies provided the working panel with relevant insights, but were not conform the inclusion criteria (e.g. lacked methodological quality, lacked of systematic analyses of data, or contained a wrong design).

  • Aragonés-Calleja (2024)
  • Douglas (2022)

  1. Abma, T.A., Widdershoven, G.A.M., & Lendemeijer, B. (red.) (2005). Dwang en drang in de psychiatrie. De kwaliteit van vrijheidsbeperkende maatregelen. Utrecht: Lemma.
  2. Atti, A.R., Mastellari, T., Valente, S. et al. Compulsory treatments in eating disorders: a systematic review and meta-analysis. Eat Weight Disord 26, 1037–1048 (2021). https://doi.org/10.1007/s40519-020-01031-1
  3. Bak et al, Acute ingrijpmedicatie; literatuuroverzicht en aanbevelingen, Tijdschrift voor Psychiatrie 53(2011)10, 727-737.
  4. Bak et al, The pharmacological management of agitated and aggressive behaviour: A systematic review and meta-analysis, European Psychiatry, 75 (2019), 78-100
  5. Chieze et al, Effects of Seclusion and Restraint in Adult Psychiatry: A Systematic Review, Front Psychiatry. 2019 Jul 16; 10:491
  6. Clausen L, Jones A. A systematic review of the frequency, duration, type and effect of involuntary treatment for people with anorexia nervosa, and an analysis of patient characteristics. J Eat Disord. 2014 Nov 11;2(1):29. doi: 10.1186/s40337-014-0029-8. PMID: 25414793; PMCID: PMC4237771.
  7. De Nederlandse GGZ (2013). Handreiking Veilig fysiek ingrijpen.
  8. Douglas L, Donohue G, Morrissey J. Patient Experience of Physical Restraint in the Acute Setting: A Systematic Review of the Qualitative Research Evidence. Issues Ment Health Nurs. 2022 May;43(5):473-481. doi: 10.1080/01612840.2021.1978597. Epub 2021 Sep 29. PMID: 34587461.
  9. Finnegan M, O'Connor S, McLoughlin DM. Involuntary and voluntary electroconvulsive therapy: A case-control study. Brain Stimul. 2018 Jul-Aug;11(4):860-862. doi: 10.1016/j.brs.2018.04.002. Epub 2018 Apr 5. PMID: 29643022.
  10. Georgieva I, Mulder CL, Wierdsma A. Patients' preference and experiences of forced medication and seclusion. Psychiatr Q. 2012 Mar;83(1):1-13. doi: 10.1007/s11126-011-9178-y. PMID: 21516449; PMCID: PMC3289788.
  11. Gleerup CS, Østergaard SD, Hjuler RS. Seclusion versus mechanical restraint in psychiatry - a systematic review. Acta Neuropsychiatr. 2019 Oct;31(5):237-245. doi: 10.1017/neu.2019.22. PMID: 31190673.
  12. IGJ, 2025. Toetsingskader terugdringen insluiting. Utrecht, maart 2025. Link: https://www.igj.nl/publicaties/toetsingskaders/2025/03/05/toetsingskader-terugdringen-insluiting
  13. Kersting et al, Physical Harm and Death in the Context of Coercive Measures in Psychiatric Patients: A Systematic Review, Front Psychiatry. 2019 Jun 11; 10:400
  14. Muir-Cochrane E, Oster C, Gerace A, Dawson S, Damarell R, Grimmer K. The effectiveness of chemical restraint in managing acute agitation and aggression: A systematic review of randomized controlled trials. Int J Ment Health Nurs. 2020 Apr;29(2):110-126. doi: 10.1111/inm.12654. Epub 2019 Sep 9. PMID: 31498960.
  15. Nijman, H., Palmstierna, T., Almvik, R., & Stolker, J.J. (2005). Fifteen years of research with the Staff Observation Aggression Scale: a review. Acta Psychiatrica Scandinavica, 111(1), 12-21.
  16. NVvP, 2024. Richtlijn Psychiatrisch onderzoek en rapportage in strafzaken, 2024. Module Risicoanalyse en communicatie over het recidiverisico. Beoordeeld: 31-01-2024. Link: https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/psychiatrisch_onderzoek_en_rapportage_in_strafzaken/risicoanalyse_en_communicatie_over_het_recidiverisico.html
  17. NVvP, 2025. Richtlijn Suïcidaliteit, 2025. Module Diagnostiek, monitoren en voorspellen van suidaliteit. Beoordeeld: 09-04-2025. Link: https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/su_cidaliteit/herkenning_en_diagnostiek/diagnostiek_monitoren_en_voorspellen_van_su_cidaliteit.html
  18. Plomp E. & Legemaate, J. Verdiepingsonderzoek - Uitvoering Wvggz: goede voorbeelden uit de praktijk. Den Haag: ZonMw, maart 2024. Link: https://www.zonmw.nl/sites/zonmw/files/2024-04/Eindrapport-Verdiepingsonderzoek-Uitvoering-Wvggz-def.pdf
  19. Registratie van de vormen van toegepaste verplichte zorg, september 2020, De Nederlandse GGZ (https://cms.denederlandseggz.nl/assets/publications/deNederlandseggz_Registratievormenvantoegepasteverplichtezorg_september2020.pdf)
  20. Toetsingskader terugdringen insluiten, IGJ, maart 2025
  21. Veltkamp E, Nijman H, Stolker JJ, Frigge K, Dries P, Bowers L. Patients' preferences for seclusion or forced medication in acute psychiatric emergency in the Netherlands. Psychiatr Serv. 2008 Feb;59(2):209-11. doi: 10.1176/ps.2008.59.2.209. PMID: 18245168.
  22. Verlinde, A.A., Snelleman, W., Van den Berg, H., & Noorthoorn, E.O. (2014). Effect van dwangmedicatie als interventie van eerste keus op separatie en toegepaste dwang: Een prospectief cohortonderzoek. Tijdschrift voor Psychiatrie, 56, 640-648.
  23. Voskes Y, van Melle L, Jehoel-van As M, Mulder N, van Mierlo T. Werkboek HIC. 2026. Boom, Amsterdam. ISBN: 9789024476633.
  24. Voskes Y, van Melle AL, Widdershoven GAM, van Mierlo AFMM, Bovenberg FJM, Mulder CL. High and Intensive Care in Psychiatry: A New Model for Acute Inpatient Care. Psychiatr Serv. 2021 Apr 1;72(4):475-477. doi: 10.1176/appi.ps.201800440. Epub 2021 Jan 12. PMID: 33430651.

Table of excluded studies

Reference

Reason for exclusion

Aragonés-Calleja M, Sánchez-Martínez V. Current State of Research on Coercion in Mental Health: Umbrella Review Protocol. J Psychosoc Nurs Ment Health Serv. 2022 Oct;60(10):49-55. doi: 10.3928/02793695-20220428-02. Epub 2022 May 9. PMID: 35522935.

Chieze M, Hurst S, Kaiser S, Sentissi O. Effects of Seclusion and Restraint in Adult Psychiatry: A Systematic Review. Front Psychiatry. 2019 Jul 16;10:491. doi: 10.3389/fpsyt.2019.00491. PMID: 31404294; PMCID: PMC6673758.

Excluded

Douglas L, Donohue G, Morrissey J. Patient Experience of Physical Restraint in the Acute Setting: A Systematic Review of the Qualitative Research Evidence. Issues Ment Health Nurs. 2022 May;43(5):473-481. doi: 10.1080/01612840.2021.1978597. Epub 2021 Sep 29. PMID: 34587461.

Excluded (zit in MR)

Gleerup CS, Østergaard SD, Hjuler RS. Seclusion versus mechanical restraint in psychiatry - a systematic review. Acta Neuropsychiatr. 2019 Oct;31(5):237-245. doi: 10.1017/neu.2019.22. PMID: 31190673.

Conforn PICO, maar SR van qualitative research. Eventueel aanvullen bij data MR?

Hansen A, Hazelton M, Rosina R, Inder K. What do we know about the experience of seclusion in a forensic setting? An integrative literature review. Int J Ment Health Nurs. 2022 Oct;31(5):1109-1124. doi: 10.1111/inm.13002. Epub 2022 Apr 5. PMID: 35384224; PMCID: PMC9543699.

 Excluded

Hawsawi T, Power T, Zugai J, Jackson D. Nurses' and consumers' shared experiences of seclusion and restraint: A qualitative literature review. Int J Ment Health Nurs. 2020 Oct;29(5):831-845. doi: 10.1111/inm.12716. Epub 2020 Mar 21. PMID: 32198811.

Excluded (Limited generalizability: forensic setting)

Kersting XAK, Hirsch S, Steinert T. Physical Harm and Death in the Context of Coercive Measures in Psychiatric Patients: A Systematic Review. Front Psychiatry. 2019 Jun 11;10:400. doi: 10.3389/fpsyt.2019.00400. PMID: 31244695; PMCID: PMC6580992.

Excluded (recentere SRs beschikbaar)

Muir-Cochrane E, Grimmer K, Gerace A, Bastiampillai T, Oster C. Safety and effectiveness of olanzapine and droperidol for chemical restraint for non-consenting adults: a systematic review and meta-analysis. Australas Emerg Care. 2021 Jun;24(2):96-111. doi: 10.1016/j.auec.2020.08.004. Epub 2020 Oct 10. PMID: 33046432.

Excluded (zit in MR - Only two databases were searched, RoB not perforemed, physical harm due to the use of coercive interventions, different settings)

Muir-Cochrane E, Oster C, Gerace A, Dawson S, Damarell R, Grimmer K. The effectiveness of chemical restraint in managing acute agitation and aggression: A systematic review of randomized controlled trials. Int J Ment Health Nurs. 2020 Apr;29(2):110-126. doi: 10.1111/inm.12654. Epub 2019 Sep 9. PMID: 31498960.

Excluded (Online appendices notfulltext available (search strategy?), recentere SRs beschikbaar)

Newton-Howes G, Mullen R. Coercion in psychiatric care: systematic review of correlates and themes. Psychiatr Serv. 2011 May;62(5):465-70. doi: 10.1176/ps.62.5.pss6205_0465. PMID: 21532070.

Excluded (zit in MR)

Strout TD. Perspectives on the experience of being physically restrained: an integrative review of the qualitative literature. Int J Ment Health Nurs. 2010 Dec;19(6):416-27. doi: 10.1111/j.1447-0349.2010.00694.x. PMID: 21054728.

Excluded (zit in MR - Search strategy not avaliable, RoB not perfomed, ambulatory setting?)

Tingleff EB, Bradley SK, Gildberg FA, Munksgaard G, Hounsgaard L. "Treat me with respect". A systematic review and thematic analysis of psychiatric patients' reported perceptions of the situations associated with the process of coercion. J Psychiatr Ment Health Nurs. 2017 Nov;24(9-10):681-698. doi: 10.1111/jpm.12410. Epub 2017 Sep 12. PMID: 28665512.

Excluded (Search strategy not avalaible, review conducted in 2010, also outpatients were included)

Doedens P, Vermeulen J, Boyette LL, Latour C, de Haan L. Influence of nursing staff attitudes and characteristics on the use of coercive measures in acute mental health services-A systematic review. J Psychiatr Ment Health Nurs. 2020 Aug;27(4):446-459. doi: 10.1111/jpm.12586. Epub 2020 Jan 14. PMID: 31876970; PMCID: PMC7508163.

Excluded (zit in MR)

Happell B, Harrow A. Nurses' attitudes to the use of seclusion: a review of the literature. Int J Ment Health Nurs. 2010 Jun;19(3):162-8. doi: 10.1111/j.1447-0349.2010.00669.x. PMID: 20550639.

Excluded (zit in MR)

Laukkanen E, Vehviläinen-Julkunen K, Louheranta O, Kuosmanen L. Psychiatric nursing staffs' attitudes towards the use of containment methods in psychiatric inpatient care: An integrative review. Int J Ment Health Nurs. 2019 Apr;28(2):390-406. doi: 10.1111/inm.12574. Epub 2019 Feb 13. PMID: 30761718.

Excluded (Search strategy not avaliable, RoB not mentioned, review conducted in 2010)

Monk-Cunliffe J, Borschmann R, Monk A, O'Mahoney J, Henderson C, Phillips R, Gibb J, Moran P. Crisis interventions for adults with borderline personality disorder. Cochrane Database Syst Rev. 2022 Sep 26;9(9):CD009353. doi: 10.1002/14651858.CD009353.pub3. PMID: 36161394; PMCID: PMC9511988.

Excluded (Excluded, recentere SR beschikbaar, zoekt ook in meer databases)

Wong WK, Bressington DT. Nurses' attitudes towards the use of physical restraint in psychiatric care: A systematic review of qualitative and quantitative studies. J Psychiatr Ment Health Nurs. 2022 Oct;29(5):659-675. doi: 10.1111/jpm.12838. Epub 2022 May 8. PMID: 35485713.

Conform PICO - Cochrane, maar spec. populatie (Cochrane review, specific patient group: bordeline disorder (limited generalizabilty?), updated version of Borschmann 2012)

Hotzy F, Jaeger M. Clinical Relevance of Informal Coercion in Psychiatric Treatment-A Systematic Review. Front Psychiatry. 2016 Dec 12;7:197. doi: 10.3389/fpsyt.2016.00197. PMID: 28018248; PMCID: PMC5149520.

Excluded

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 02-07-2026

Beoordeeld op geldigheid  : 02-07-2026

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie
Geautoriseerd door:
  • MIND Landelijk Platform Psychische Gezondheid
  • Nederlands Instituut van Psychologen
  • Nederlandse Internisten Vereniging
  • Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie
  • Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie
  • Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland

Algemene gegevens

De ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule werd ondersteund door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (www.demedischspecialist.nl/kennisinstituut) en werd gefinancierd door de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS). De financier heeft geen enkele invloed gehad op de inhoud van de richtlijnmodule.

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is in 2023 een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van alle relevante specialismen (zie hiervoor de ‘Samenstelling van de werkgroep’) die betrokken zijn bij de preventie van, de besluitvorming over en de toepassing van verplichte zorg in de psychiatrie en de verslavingszorg in Nederland.

 

Werkgroep

  • Dhr. E.J.D. (Elnathan) Prinsen (voorzitter), psychiater, namens de NVvP
  • Mevr. C. (Carolien) Bakker, jurist, namens de Nederlandse ggz
  • Dhr. C.J. (Chris) Bavinck, psychiater en geneesheer-directeur, namens de NVvP
  • Dhr. P. (Paul) Doedens, verpleegkundige, onderzoeker en docent, namens V&VN
  • Dhr. M.U. (Maarten) van Grevenstein, psychiater en geneesheer-directeur, namens de NVvP
  • Dhr. A.G. (Rob) Havermans, psychiater en geneesheer-directeur, namens de NVvP
  • Mevr. M. (Margot) Klooster, juridisch beleidsadviseur, namens de NVvP (per januari 2025)
  • Mevr. K.M. (Kathelijne) Koorengevel, psychiater en geneesheer-directeur, namens de NVvP (per januari 2025)
  • Dhr. A. (Arjen) Neven, psychiater, namens de NVvP
  • Mevr. E. (Evi) Peters Rit, klinisch geriater, namens de NVKG (tot juni 2024)
  • Mevr. M. (Maaike) Philippi, klinisch psycholoog, namens het NIP
  • Dhr. P. (Peter) Pierik, patiëntvertegenwoordiging, namens MIND (tot juli 2024)
  • Mevr. H. (Heleen) Schaffels, psychiater en geneesheer-directeur, namens de NVvP
  • Dhr. E.P.K. (Erik) Sikkens, psychiater en geneesheer-directeur, namens de NVvP
  • Mevr. M. (Mirjam) van Til, verpleegkundig specialist, namens V&VN
  • Mevr. G.L. (Laura) Treurniet, patiëntvertegenwoordiger, namens MIND (per november 2024)
  • Mevr. Y. (Yolande) Voskes, universitair docent medische ethiek, op persoonlijke titel
  • Mevr. M.C.G. (Marja) van der Zanden, patiëntvertegenwoordiger, namens MIND

Klankbordgroep

  • Dhr. J.W. (Jan Willem) de Boer, medisch manager ambulancezorg/ ziekenhuispsychiater, namens Ambulance zorg Nederland
  • Dhr. D. (David) Baden, spoedeisendehulparts, namens de NVSHA
  • Mevr. A. (Anneke) Huson, beleidsadviseur, namens Landelijke Stichting Familievertrouwenspersonen
  • Mevr. M. (Marjo) Markx, naastenvertegenwoordiger, namens MIND
  • Dhr. H. (Hans) Mollen, patiëntvertegenwoordiger, namens MIND
  • Mevr. R.P. (Robinetta) de Roode, senior-jurist, namens Stichting PVP (patiëntenvertrouwenspersonen in de ggz)
  • Dhr. H. (Hans) Slijpen, accountmanager gezondheidszorg, namens de Nederlandse Politie (tot oktober 2025)
  • Mevr. M. (Marieke) Zeeman, internist, namens de NIV

Met ondersteuning van

  • Mevr. C.T.J. (Charlotte) Michels, senior adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Mevr. B. (Beatrix) Vogelaar, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Mevr. L.C. (Laura) van Wijngaarden, junior adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten

Belangenverklaringen

Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.

 

Tabel 1. Gemelde (neven)functies en belangen werkgroep

Naam

Hoofdfunctie

Nevenwerkzaamheden

Persoonlijke financiële belangen

Persoonlijke relaties

Extern gefinancierd onderzoek

Intellectuele belangen en reputatie

Overige belangen

Datum

Restrictie

Prinsen, Elnathan

Psychiater en lid raad van het bestuur, Parnassia groep

*Lid kamer psychiatrie van de Stichting BOLS.

*Voorzitter Opleidings- en Onderwijsregio Den Haag/Leiden.

*Lid winning team Verkennend Gesprek/ Mentale gezondheidscentra dNggz.

*Psychiater Leo Kannerhuis (onderdeel PG), Oosterbeek.

* OVV Begeleidingscommissie (sept 2024). Onderzoek naar de veiligheid van mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen, een vervolg op: Zorg voor veiligheid - Veiligheid van mensen met een ernstige psychische aandoening en hun omgeving - Onderzoeksraad voor Veiligheid.

Hoofdstukken geschreven over psychiatrie en recht en specifiek de Wvggz in verschillende boeken, waar er bij één een kleine vergoeding is betaald.

 

Geen

Geen

*Veel gepubliceerd en gepresenteerd (en doe dat nog) over gedwongen

zorg, dwangbehandeling en dan zowel de juridische- als de ethische aspecten.

*Als voorzitter van de commissie wet- en regelgeving en later van de NVvP betrokken geweest bij de totstandkoming van de wet verplichte GGZ. Vanuit deze positie ook deelgenomen aan rondetafelbijeenkosmten in de 2e kamer en ook aan een expertmeeting in de 1e kamer. Ook heb ik in de media frequent kritiek geuit op de wet. *Momenteel bestuurder van een grote GGZ-instelling waar ook gedwongen zorg geleverd wordt.

Geen

08-04-2024

Geen restrictie

Bakker, Carolien

Juridisch adviseur, de Nederlandse ggz

Lid redactie JGGZR (onbetaald).

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

12-03-2024

Geen restrictie

Bavinck, Chris

Psychiater en geneesheer-directeur, GGz Centraal, Amersfoort

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

21-02-2024

Geen restrictie

Doedens, Paul

* Verpleegkundige, postdoc onderzoeker & principal nurse educator, Amsterdam UMC (0.8 fte)

* Docent-onderzoeker, Hogeschool van Amsterdam (0.2 fte)

Sarcina Hortis:

Eigenaar eenmanszaak (KvK: 61018953). Betaalde opdrachten op het gebied van onderwijs, advies en training in de gezondheidszorg sinds 2014 bij:

- Arkin

- Bohn Stafleu van Loghum

- Cordaan

- GGZ Oostbrabant

- NCOI Groep

- Noordhoff Health

- Vereniging van Nederlandse Reflexzonetherapeuten

- Hogeschool van Amsterdam

- SDU

Nurse Academy:

Redactielid (betaald)

V&VN:

Commissielid, V&V Rookvrij (onbetaald)

Stichting Vakantiespelen:

* Bestuurslid (onbetaald)

* Vereniging Beheer mandelig terrein Paktuinen gelegen achter nummer 27 t/m 35 (oneven nummers)

* Voorzitter (onbetaald)

Pointer:

Spreker (eenmalig) in uitzending van Pointer over separaties in de GGZ.

Geen

Geen

Ik neem geen deel aan extern gefinancierd onderzoek, alleen heb ik een beurs ontvangen van mijn werkgever om postdoctoraal onderzoek mee te doen.

Geen

Geen

05-02-2024

Geen restrictie

van Grevenstein, Maarten

* Kinder- en jeugdpsychiater en geneesheer directeur, Karakter (betaald)

* Lid van de NVVP, afdeling geneesheer directeuren, afdeling kinder- en jeugdpsychiatrie, platform digitalisering (onbetaald).

* Lid van de commissie wet- en regelgeving (CWER) (onbetaald).

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

31-01-2024

Geen restrictie

Havermans, Rob

Geneesheer-directeur, Mondriaan

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

30-01-2024

Geen restrictie

Klooster, Margot

(per januari 2025)

Juridisch beleidsadviseur

NVvP

Gastdocent Recht en Ethiek aan Radboud Centrum voor Sociale Wetenschappen (enkele keren per jaar).

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

04-02-2025

Geen restrictie

Koorengevel, Kathelijne

(per januari 2025)

Psychiater en geneesheer-directeur, Erasmus MC, afdeling Psychiatrie

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

03-04-2025

Geen restrictie

Neven, Arjen

Psychiater, Fivoor FPA Utrecht

*Prelum

*NVvP Leidraad over verplichte zorg bij verslaving (lid commissie, onbetaald)

Geen

Geen

Geen

Ik geef verschillende presentaties over verplichte zorg bij verslaving, o.a. bij verslavingsartsen in opleiding, het leertraject verslavingspsychiatrie van het Radboud MC, rechters en Officieren van Justitie en de afd. geneesheren-directeur van de NVvP.

Geen

30-01-2024

Geen restrictie

Peters Rit, Evi

(tot juni 2024)

Klinisch Geriater, Reinier de Graaf Gasthuis (betaald). Klinisch, poliklinisch en consulterend werk in het ziekenhuis.

Lid werkgroep Wet Zorg en Dwang, NVKG (onbetaald)

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

31-01-2024

Geen restrictie

Philippi, Maaike

Directeur behandeling, CTP Veldzicht

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

06-03-2024

Geen restrictie

Pierik, Peter

(tot juli 2024)

*Mediant 36u p/w Ervaringswerker

*Saxion 8u p/w Docent Ad Ervaringsdeskundigheid

*Patiëntvertegenwoordiger MIND

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

10-03-2024

 

Geen restrictie

Schaffels, Heleen

Psychiater en geneesheer-directeur, GGZinGeest, Amsterdam

Lid van klachtencommissie Zuid Holland noord

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

14-02-2024

Geen restrictie

Sikkens, Erik

Psychiater,

Arkin GGZ (24 uur) en

FPC Oostvaarderskliniek (16 uur)

Eigen praktijk via 1nP (2-4 uur)

*Docent SSR

*Docent OSR

*Docent St. PVP

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

11-03-2024

Geen restrictie

van Til, Mirjam

Verpleegkundig Specialist, Geestelijke Gezondheidszorg

Stichting Arkin

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

12-02-2024

Geen restrictie

Treurniet, Laura

(per november 2024)

Patiëntvertegen

woordiger MIND

Onderzoeksstagair WKZ Utrecht

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

25-10-2024

Geen restrictie

Voskes, Yolande

*Universitairs docent te Amsterdam UMC;

*Senior onderzoeker GGZ Breburg

Voorzitter Stichting HIC&ART

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

02-04-2024

 

Geen restrictie

van der Zanden, Marja

Patiëntvertegen

woordiger MIND

Lid redactieraad Journaal GGZ en Recht Plus

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

05-03-2024

Geen restrictie

Inbreng patiëntenperspectief

De werkgroep besteedde aandacht aan het patiënten- en naastenperspectief door afgevaardigden van de patiëntvereniging MIND te betrekken in de werkgroep en klankbordgroep. De verkregen input is meegenomen bij het opstellen van de uitgangsvragen, de keuze voor de uitkomstmaten en het opstellen van de overwegingen (zie kop ‘Waarden en voorkeuren van patiënten’). De conceptrichtlijn is tevens voor commentaar voorgelegd aan MIND, Stichting Patiëntenvertrouwenspersonen (PVP) en Landelijke Stichting Familievertrouwenspersonen en de eventueel aangeleverde commentaren zijn bekeken en verwerkt door de werkgroep.

 

Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz

Module

Uitkomst raming

Toelichting

Module Klinisch verplichte zorg

Geen financiële gevolgen

Hoewel uit de toetsing volgt dat de aanbevelingen breed toepasbaar zijn (>40.000 patiënten), volgt ook uit de toetsing dat het geen nieuwe manier van zorgverlening of andere organisatie van zorgverlening betreft. Er worden daarom geen substantiële financiële gevolgen verwacht.

Werkwijze

Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze. Relevante informatie voor de ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule is hieronder weergegeven.

Zoekverantwoording

Literature search strategy

Embase.com

No.

Query

Results

#1

'mental disease'/exp OR 'mental health'/exp OR 'mental health care'/exp OR 'mental patient'/exp OR 'psychiatry'/exp OR 'psychiatrist'/exp OR ((mental* NEAR/3 (disease* OR disorder* OR ill* OR problem* OR health* OR patient* OR department*)):ti,ab,kw) OR psychot*:ti,ab,kw OR psychos*:ti,ab,kw OR psychiatr*:ti,ab,kw

3556335

#2

('involuntary commitment'/exp OR 'coercion'/exp OR 'physical restraint'/exp OR 'chemical restraint'/exp OR coersion:ti,ab,kw OR (((physical OR chemical OR pharmac* OR mechanical OR patient* OR use OR using) NEAR/3 restraint*):ti,ab,kw) OR seclusion:ti,ab,kw OR (((involunta* OR 'in volunta*' OR mandator* OR coerc* OR compuls* OR forced OR enforced OR restrictive OR 'against the will') NEAR/3 (commit* OR inpatient* OR stay* OR admiss* OR readmiss* OR admit* OR treatment* OR interven* OR measure* OR medication* OR drug* OR hospitaliz* OR hospitalis* OR segregation OR isolation OR 'solitary confinement' OR practice*)):ti,ab,kw)) NOT ('obsessive compulsive' NEAR/2 treat*):ti,ab

35057

#3

'clinical effectiveness'/exp OR 'treatment outcome'/exp OR 'risk factor'/de OR 'adverse event'/exp OR (((seclusion OR restraint* OR constraint* OR compuls* OR coerc* OR involunta* OR 'in volunta*' OR contain*) NEAR/7 (effect* OR efficacy OR value OR impact* OR evaluat* OR evidence OR adverse OR risk* OR benefit* OR harm*)):ti,ab,kw)

5046765

#4

#1 AND #2 AND #3 NOT ('conference abstract'/it OR 'editorial'/it OR 'letter'/it OR 'note'/it) NOT (('animal'/exp OR 'animal experiment'/exp OR 'animal model'/exp OR 'nonhuman'/exp) NOT 'human'/exp) AND [2010-2024]/py

2400

#5

'meta analysis'/exp OR 'meta analysis (topic)'/exp OR metaanaly*:ti,ab OR 'meta analy*':ti,ab OR metanaly*:ti,ab OR 'systematic review'/de OR 'cochrane database of systematic reviews'/jt OR prisma:ti,ab OR prospero:ti,ab OR (((systemati* OR scoping OR umbrella OR 'structured literature') NEAR/3 (review* OR overview*)):ti,ab) OR ((systemic* NEAR/1 review*):ti,ab) OR (((systemati* OR literature OR database* OR 'data base*') NEAR/10 search*):ti,ab) OR (((structured OR comprehensive* OR systemic*) NEAR/3 search*):ti,ab) OR (((literature NEAR/3 review*):ti,ab) AND (search*:ti,ab OR database*:ti,ab OR 'data base*':ti,ab)) OR (('data extraction':ti,ab OR 'data source*':ti,ab) AND 'study selection':ti,ab) OR ('search strategy':ti,ab AND 'selection criteria':ti,ab) OR ('data source*':ti,ab AND 'data synthesis':ti,ab) OR medline:ab OR pubmed:ab OR embase:ab OR cochrane:ab OR (((critical OR rapid) NEAR/2 (review* OR overview* OR synthes*)):ti) OR ((((critical* OR rapid*) NEAR/3 (review* OR overview* OR synthes*)):ab) AND (search*:ab OR database*:ab OR 'data base*':ab)) OR metasynthes*:ti,ab OR 'meta synthes*':ti,ab

1065477

#6

#4 AND #5

300

 

Ovid/Medline

#

Searches

Results

1

exp Mental Disorders/ or exp Mental Health/ or exp Mental Health Services/ or exp Mentally Ill Persons/ or exp Psychiatry/ or exp Psychiatrists/ or (mental* adj3 (disease* or disorder* or ill* or problem* or health* or patient* or department*)).ti,ab,kf. or psychot*.ti,ab,kf. or psychos*.ti,ab,kf. or psychiatr*.ti,ab,kf.

2062137

2

(exp Involuntary Commitment/ or exp Commitment of Mentally Ill/ or exp Coercion/ or exp Restraint, Physical/ or coersion.ti,ab,kf. or ((physical or chemical or pharmac* or mechanical or patient* or using) adj3 restraint*).ti,ab,kf. or 'use of restrain*'.ti,ab,kf. or 'restraint* use'.ti,ab,kf. or seclusion.ti,ab,kf. or ((involunta* or 'in volunta*' or mandator* or coerc* or compuls* or forced or enforced or restrictive or 'against the will') adj3 (commit* or inpatient* or stay* or admiss* or readmiss* or admit* or treatment* or interven* or measure* or medication* or drug* or hospitaliz* or hospitalis* or segregation or isolation or 'solitary confinement' or practice*)).ti,ab,kf.) not ('obsessive compulsive' adj2 treat*).ti,ab.

46762

3

exp Treatment Outcome/ or exp Risk/ or Restraint, Physical/ae or ((seclusion or restraint* or constraint* or compuls* or coerc* or involunta* or 'in volunta*' or contain*) adj7 (effect* or efficacy or value or impact* or evaluat* or evidence or adverse or risk* or benefit* or harm*)).ti,ab,kf.

2663018

4

(1 and 2 and 3) not (comment/ or editorial/ or letter/) not ((exp animals/ or exp models, animal/) not humans/)

3635

5

limit 4 to yr="2010 -Current"

2012

6

meta-analysis/ or meta-analysis as topic/ or (metaanaly* or meta-analy* or metanaly*).ti,ab,kf. or systematic review/ or cochrane.jw. or (prisma or prospero).ti,ab,kf. or ((systemati* or scoping or umbrella or "structured literature") adj3 (review* or overview*)).ti,ab,kf. or (systemic* adj1 review*).ti,ab,kf. or ((systemati* or literature or database* or data-base*) adj10 search*).ti,ab,kf. or ((structured or comprehensive* or systemic*) adj3 search*).ti,ab,kf. or ((literature adj3 review*) and (search* or database* or data-base*)).ti,ab,kf. or (("data extraction" or "data source*") and "study selection").ti,ab,kf. or ("search strategy" and "selection criteria").ti,ab,kf. or ("data source*" and "data synthesis").ti,ab,kf. or (medline or pubmed or embase or cochrane).ab. or ((critical or rapid) adj2 (review* or overview* or synthes*)).ti. or (((critical* or rapid*) adj3 (review* or overview* or synthes*)) and (search* or database* or data-base*)).ab. or (metasynthes* or meta-synthes*).ti,ab,kf.

779830

7

5 and 6

184

 

Ovid/PsycInfo

#

Searches

Results

1

exp Mental Disorders/ or exp Mental Health/ or exp Mental Health Services/ or exp Psychiatry/ or exp Psychiatrists/ or (mental* adj3 (disease* or disorder* or ill* or problem* or health* or patient* or department*)).ti,ab,id. or psychot*.ti,ab,id. or psychos*.ti,ab,id. or psychiatr*.ti,ab,id.

1625670

2

(exp Involuntary Treatment/ or exp "Commitment (Psychiatric)"/ or exp Coercion/ or exp Physical Restraint/ or exp Patient Seclusion/ or coersion.ti,ab,id. or ((physical or chemical or pharmac* or mechanical or patient* or using) adj3 restraint*).ti,ab,id. or 'use of restrain*'.ti,ab,id. or 'restraint* use'.ti,ab,id. or seclusion.ti,ab,id. or ((involunta* or 'in volunta*' or mandator* or coerc* or compuls* or forced or enforced or restrictive or 'against the will') adj3 (commit* or inpatient* or stay* or admiss* or readmiss* or admit* or treatment* or interven* or measure* or medication* or drug* or hospitaliz* or hospitalis* or segregation or isolation or 'solitary confinement' or practice*)).ti,ab,id.) not ('obsessive compulsive' adj2 treat*).ti,ab.

19808

3

exp Treatment Effectiveness Evaluation/ or exp Treatment Outcomes/ or exp "Side Effects (Treatment)"/ or exp Risk Factors/ or ((seclusion or restraint* or constraint* or compuls* or coerc* or involunta* or 'in volunta*' or contain*) adj7 (effect* or efficacy or value or impact* or evaluat* or evidence or adverse or risk* or benefit* or harm*)).ti,ab,id.

312113

4

1 and 2 and 3

3535

5

limit 4 to yr="2010 -Current"

2013

6

((literature review or systematic review or meta analysis).md. or "literature review"/ or meta analysis/ or (((meta adj2 analy*) or metaanaly* or (synthes* adj2 (literature* or research* or studies or data)) or (pooled and analys*) or ((data adj1 pool*) and studies) or medline or medlars or embase or cinahl or scisearch or psychlit or psyclit or cinhal or cancerlit or cochrane or bids or pubmed or ovid or ((hand or manual or database* or computer*) adj1 search*) or (electronic adj1 (database* or data base or data bases))).ti,ab,id. or (review* or overview).ti. or (bibliograph* or relevant journals or ((review* or overview*) adj9 (systematic* or methodologic* or quantitativ* or research* or literature* or studies or trial* or effective*))).ab.)) not (((retrospective* or record* or case* or patient*) adj1 review*) or ((patient* or review*) adj1 chart*)).ti,ab,id.

502603

7

5 and 6

307