Ambulant verplichte zorg
Uitgangsvraag
Welke kwaliteitseisen gelden bij de uitvoering en evaluatie van ambulant verplichte zorg?
Aanbeveling
Wanneer en hoe ambulante verplichte zorg
Ga bij uitvoering van ambulant verplichte zorg uit van de voorkeuren van patiënt en diens naasten. Deze kunnen mondeling zijn geuit en/of zijn vastgelegd in verschillende documenten zoals zorgkaart, plan van aanpak en zelfbindingsverklaring.
Leg in een vroeg stadium vast door wie patiënt vertegenwoordigd wil worden op het moment dat de patiënt niet (meer) wilsbekwaam is.
Waarborg ten alle tijden de veiligheid van zorgverlener, patiënt en de naasten die betrokken zijn bij de uitvoering van verplichte zorg. Leg de nodige randvoorwaarden vast in het beleidsplan van de zorgaanbieder.
Betrek bij inzet van verplichte zorg, daar waar nodig, de gemeente in het kader van het wederkerigheidsprincipe. Het ontbreken van essentiële voorwaarden voor deelname aan het maatschappelijk leven kan/mag geen reden zijn voor inzet van verplichte zorg. Zorg dat dit in een vroeg stadium van de zorg gebeurt, liefst al voordat verplichte zorg wordt aangevraagd. Ook als er al een machtiging is, blijft overleg met de gemeente over essentiële voorwaarden van belang. Maak goede afspraken met de gemeente over de uitvoering van het wederkerigheidsprincipe. Bedenk dat zonder toestemming van de patiënt er geen inhoudelijke gegevens over de zorg gedeeld mogen worden. Dat er een zorgmachtiging traject loopt, kan dus zonder toestemming ook niet gedeeld worden. Spreek goed door met de patiënt of diens vertegenwoordiger wat de consequenties zijn van het wel of niet delen van informatie.
Gebruik een ZM als motiveringsinstrument zorgvuldig. Overweeg of voorliggend een plan van aanpak of zelfbindingsverklaring de voorkeur verdienen boven een ZM. Indien een ZM als motiveringsinstrument wordt ingezet verdient het aanbeveling om in de ZM zo duidelijk mogelijk op te laten nemen in welke situatie overgegaan zal worden tot verplichte zorg.
Wacht bij iemand die zorg (bijv. medicatie) weigert en die bij eerdere ontregelingen forse agressie heeft laten zien, niet te lang met inzet van verplichte zorg. Dien dan bijvoorbeeld ambulant medicatie toe of ga over tot (korte) verplichte opname (en toedienen van medicatie) om verdere escalatie te voorkomen. In module Onderscheid definities vrijwillige zorg en verplichte zorg wordt stilgestaan bij wanneer verplichte zorg kan worden ingezet (niet te vroeg en niet te laat).
Samenwerking met netwerk
Betrek zoveel mogelijk de relevante naasten bij de voorbereiding, de uitvoering, de wijziging en de beëindiging van verplichte zorg. Het betrekken van naasten is dus een doorgaand proces en beperkt zich in de regel niet tot een enkel moment.
Betrek naasten bij het formuleren van de wensen en voorkeuren van de patiënt en leg deze voorkeuren vast in een wilsverklaring(advance directive) die opgenomen wordt in eigen regie instrumenten zoals het crisisplan, de crisiskaart, het signaleringsplan, WRAP en de wettelijke instrumenten; de zorgkaart, het eigen plan van aanpak en de zelfbindingsverklaring.
Betrek bij toepassen van drang (adviseren, onderhandelen, verleiden/ overtuigen, uitoefenen van druk) zoveel mogelijk het netwerk. Denk daarbij zowel aan naasten alsook mogelijkheden uit het sociaal domein (‘social holding', wijkcoach, respijthuizen etc.) uiteraard met inachtneming van het beroepsgeheim.
Wijs naasten op de mogelijkheid om gebruik te maken van een familievertrouwenspersoon.
Maak afspraken met andere zorgaanbieders en gemeenten (GGD) over bemoeizorg en (daarin) de mogelijkheden voor assertieve zorg. Zorg voor korte lijnen met de gespecialiseerde (GGZ)zorg. Het spectrum van vrijwillige zorg, via drang, naar verplichte zorg wordt toegelicht in module Onderscheid definities vrijwillige zorg en verplichte zorg.
Zorg dat bij patiënt en naasten bekend is op welke manier een hulpverlener, ook buiten kantoortijden, bereikbaar is.
Bespreek met de patiënt (en diens naasten) of en zo, ja met welke instanties de informatie uit de advance directive (crisis signaleringsplan) of het zorgplan gedeeld kan worden met bijvoorbeeld HAP, politie en/of ambulancezorg/meldkamer ambulancezorg (MKA). Regel daarbij de toestemming goed.
Maak, daar waar andere zorginstellingen betrokken zijn bij uitvoering van verplichte zorg, duidelijk wie waarvoor verantwoordelijk is. Helder moet zijn dat de zorgverantwoordelijke verantwoordelijk is voor het besluit uitvoering van verplichte zorg en de evaluatie daarvan.
Maak regionaal/ lokaal in algemene zin afspraken met politie uitgaande van de op dat moment vigerende afspraken/ convenant met landelijke politie over inzet bij gedwongen zorg.
Hanteer bij inschatten van (te verwachten) agressie een risicotaxatie instrument (bijvoorbeeld BVC; Brøset Violence Checklist). Doe dit ook in ambulante setting. Dit geeft richting bij het verzoek aan politie om assistentie voor veiligheid.
Plan zogenaamde ZAG's (zorgafstemmingsgesprekken) met de patiënt, diens naasten en (een vertegenwoordiging van) de klinische- en ambulante teams. De frequentie daarvan hangt af van de fase van behandeling.
Maak goede afspraken over ambulant verplicht toedienen van medicatie middels een constructie waarbij de medicatie, bijvoorbeeld het depot, wordt toegediend op een GGZ-locatie. Dit wordt soms ‘prikken op de HIC’ genoemd.
Overwegingen
Kwaliteit van bewijs
Deze module evalueert welke kwaliteitseisen gelden bij de uitvoering en evaluatie van ambulant verplichte zorg. Er is systematisch gezocht in de literatuur om de effectiviteit van ambulante verplichte zorg te evalueren. Er werden in totaal zes studies opgenomen in de literatuursamenvatting.
De overall kwaliteit van bewijs is zeer laag. Dit betekent dat we zeer onzeker zijn over het gevonden geschatte effect van de cruciale uitkomstmaten.
Er is afgewaardeerd vanwege ernstige:
- Risk of Bias: methodologische beperkingen.
- Imprecisie: onnauwkeurigheid, omdat het betrouwbaarheidsinterval de grens van klinische relevantie overschrijdt en vanwege een zeer klein aantal events.
Wanneer en hoe ambulant verplichte zorg
Onder verplichte zorg in de ambulante setting wordt verstaan: alle verplichte zorg die buiten de accommodatie wordt toegepast. Dit kan dus thuis zijn maar bijvoorbeeld ook in een beschermd wonen voorziening, een algemeen ziekenhuis of op een polikliniek.
Ambulante zorg kan maatschappelijke participatie bevorderen en minder traumatisch zijn dan opname in een accommodatie. Bijvoorbeeld omdat vanuit de thuissituatie bepaalde daginvulling (denk aan werk, hobby’s, sociale contacten huisdieren etc.) gecontinueerd kan worden die op een gesloten afdeling niet kan. Ook kan iemand heel slechte ervaringen hebben van verplichte opnames in het verleden. Patiënten kunnen echter ook de voorkeur hebben voor een opname om ernstig nadeel af te wenden, omdat ze geen verplichte zorg willen in hun eigen huis en verplichte zorg in eigen huis juist ook als meer traumatisch kan worden ervaren. Voorkeuren van de patiënt worden in principe gevolgd. Het is belangrijk een zo goed mogelijke inschatting van de voorkeuren van de patiënt te krijgen, in gesprek met patiënt, met relevante naasten uit relevante documenten en dergelijke. Vervolgens dienen de overwegingen goed in het zorgplan vastgelegd te worden.
Daar waar geweld in de thuissituatie een rol speelt en de veiligheid voor naasten en/ of minderjarigen in het geding is, volg dan, naast de eventueel in te zetten verplichte zorg, de ‘meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling’ en https://www.knmg.nl/actueel/dossiers/beroepsgeheim/kindermishandeling-en-huiselijk-geweld-5.
Besluit verplichte GGZ
Het Besluit verplichte GGZ (Bvggz) stelt in hoofdstuk twee de voorwaarden voor ambulant verplichte zorg.
Artikel 2.1 benoemt de vormen van verplichte zorg die ambulant kunnen worden ingezet. Deze worden later in deze module besproken.
Het Bvggz stelt verder dat ambulante verplichte zorg alleen kan worden toegepast indien de zorgverantwoordelijke voorafgaand aan het vaststellen van het zorgplan overleg heeft gepleegd met ten minste één andere deskundige (N.B. Een deskundige behorende tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie van deskundigen) over een aantal punten. De zorgverantwoordelijke betrekt bij dit overleg tevens deskundigen van andere disciplines, voor zover de aard van de ambulante verplichte zorg daartoe noodzaakt (N.B. Niet van toepassing bij ambulante verplichte zorg op grond van een crisismaatregel of een machtiging tot voortzetting van een crisismaatregel, omdat dan nog geen sprake is van een zorgplan).
De punten waarover overlegd dient te worden:
| A. | de wijze waarop toezicht op de patiënt moet worden gehouden om diens veiligheid voldoende te borgen. In het zorgplan moet worden beschreven op welke wijze dat toezicht wordt gerealiseerd; |
| B. | het aantal zorgverleners dat op het moment van de daadwerkelijke uitvoering van de ambulante verplichte zorg aanwezig moet zijn om een verantwoorde zorgverlening te borgen. Dit aantal moet worden vastgelegd in het zorgplan. Daarnaast dient het zorgplan binnen vier weken na de aanvang van de uitvoering van het zorgplan te worden geëvalueerd (N.B. Niet van toepassing bij ambulante verplichte zorg op grond van een crisismaatregel of een machtiging tot voortzetting van een crisismaatregel). |
Beleidsplan
Het Bvggz stelt daarnaast een aantal voorwaarden ten aanzien van het beleidsplan van de GGZ-instelling: De zorgaanbieder moet in het beleidsplan van de instelling de randvoorwaarden voor ambulante verplichte zorg opnemen. Hierin moet ten minste worden vastgelegd:
| A. | welke factoren in ieder geval worden meegewogen bij de beoordeling of ambulante verplichte zorg de voorkeur heeft boven opname in een accommodatie, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met de wens van patiënt en de belangen van voor de continuïteit van zorg relevante familie en naasten; |
| B. | hoe door middel van toezicht de veiligheid in geval van ambulante verplichte zorg op voldoende wijze kan worden geborgd; |
| C. | welke factoren in ieder geval worden meegewogen bij de beoordeling van het aantal zorgverleners dat met het oog op een verantwoorde zorgverlening aanwezig moet zijn op het moment van de daadwerkelijke uitvoering van de ambulante verplichte zorg; |
| D. | hoe in geval van ambulante verplichte zorg op verantwoorde wijze wordt omgegaan met fysiek verzet van patiënt; |
| E. | op welke wijze de ter zake deskundige zorgverlener bereikbaar moet zijn voor verzoeken om hulp van patiënt en diens naasten naar aanleiding van de verleende ambulante verplichte zorg én hoe de ondersteuning wordt geborgd; |
| F. | op welke wijze in geval van ambulante verplichte zorg wordt toegezien op het voorkomen van grensoverschrijdend gedrag door een zorgverlener. |
Vormen van verplichte zorg en de ambulante toepassing
De Wvggz en het bijbehorende Besluit verplichte geestelijke gezondheidszorg (Bvggz) maken het mogelijk om de volgende vormen van verplichte zorg toe te passen in de ambulante setting:
| A. | toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening; |
| B. | beperken van de bewegingsvrijheid; |
| C. | insluiten; |
| D. | uitoefenen van toezicht op patiënt; |
| E. | onderzoek aan kleding of lichaam; |
| F. | onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedragsbeïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen; |
| G. | controleren op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen; |
| H. |
aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat patiënt iets moet doen of nalaten, waaronder begrepen het gebruik van communicatiemiddelen. Het beperken van het recht op het ontvangen van bezoek, is (per abuis) niet in het Besluit opgenomen en dus formeel niet mogelijk. |
Deze zorgvormen mogen in het kader van een zorgmachtiging, (machtiging tot voortzetting van een) crisismaatregel, tijdelijke verplichte zorg in noodsituaties waarin een zorgmachtiging of crisismaatregel niet voorziet en tijdelijk verplichte zorg voorafgaand aan een crisismaatregel worden toegepast.
Niet alle vormen van verplichte zorg zijn ambulant toe te passen met in achtneming van de vier principes van subsidiariteit, proportionaliteit, effectiviteit en vooral veiligheid. Hieronder worden de verschillende vormen in de ambulante setting toegelicht.
a. toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
Hierbij valt te denken aan verplichte medicatie (bijvoorbeeld depotmedicatie of noodmedicatie), bloedafname of het meten van bloedsuiker, uitgevoerd door iemand die hiertoe bevoegd en bekwaam is. Deze vorm wordt in de ambulante setting het meest toegepast. Vanuit het ultimum remedium principe betekent dit dat het als verplichte zorg ingezet kan worden als vrijwillige toepassing niet mogelijk is. Drang kan gebruikt worden om iemand toch te motiveren voor vrijwillige toepassing. Verplichte zorg wordt ingezet als iemand zich verzet. Verbale- maar ook non-verbale uitingen waaruit blijkt dat iemand deze vorm van zorg niet wil, worden gezien als verzet. Wanneer er sprake is van fysiek verzet levert dit onveilige situaties op en is ambulant toedienen van medicatie als verplichte zorg zelden mogelijk om veilig uit te voeren. Fysiek verzet zal later worden toegelicht.
Voor het toedienen van medicatie is het denkbaar dat de patiënt wel medewerking verleent (bijvoorbeeld het toelaat dat een hulpverlener diens arm vastpakt om een depot te geven), terwijl de patiënt mondeling wel aangeeft hier ambivalent tegenover te staan. Daar waar de patiënt het niet als vrijwillige zorg ervaart, zich verzet, is het verplichte zorg en wordt het aan patiënt gemeld en als zodanig geregistreerd. In module Onderscheid definities vrijwillige zorg en verplichte zorg wordt uitvoerig stil gestaan bij de interpretatie van het begrip verzet en de individuele toepassing daarvan.
‘Prikken op de HIC’ of zogenoemde ‘stoelconstructie’;
Indien toedienen van medicatie als ambulante verplichte zorg in verband met veiligheid niet mogelijk is, kan de medicatietoediening om veiligheidsredenen op een andere locatie plaatsvinden waar de veiligheid gewaarborgd kan worden zonder dat direct opname in een accommodatie nodig is. Dit kan een GGZ-locatie zijn, maar mogelijk ook een SEH. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn indien de patiënt zich fysiek verzet. De patiënt wordt naar de locatie gebracht en krijgt daar de (meestal depot-) medicatie toegediend. Indien na de toediening een klinische observatieperiode noodzakelijk is, blijft de patiënt de noodzakelijke tijd op de locatie. De verplichte zorg wordt aangezegd en geregistreerd. Per instelling worden afspraken vastgelegd over regie en waarborgen van de veiligheid. De afspraak in de instelling kan zijn dat de ambulante zorgverantwoordelijk de zorg aanzegt. Deze kan ook verantwoordelijk blijven voor toezicht op de uitvoering. Het kan ook zijn dat de verantwoordelijkheid tijdelijk wordt overgedragen aan iemand van de locatie, die dan een eigenstandige beroepsverantwoordelijkheid heeft. Het is belangrijk dat er duidelijke afspraken zijn over vervoer, bijvoorbeeld met de vervoersdienst, en het handhaven van veiligheid op de locatie rondom de toediening. Bij complicaties kan besloten worden om een opname in een accommodatie aan te zeggen wanneer dit noodzakelijk blijkt en deze mogelijkheid is opgenomen in de crisismaatregel of machtiging. De (ambulante) zorgverantwoordelijke neemt dan, bij verzet, het besluit tot opname in de accommodatie, vaak wordt dan ook beperken van de bewegingsvrijheid aangezegd.
b. beperken van de bewegingsvrijheid;
Het beperken van de bewegingsvrijheid, zoals kortdurend fixeren, is in de ambulante setting alleen uitvoerbaar in geval van uiterste nood, bijvoorbeeld wanneer een patiënt zichzelf of een ander onmiddellijk in gevaar dreigt te brengen. Kortdurend fixeren ten behoeve van het toedienen van medicatie is dan onder goed gecontroleerde omstandigheden mogelijk en soms noodzakelijk ter voorkoming van acuut gevaar voor de patiënt en/of anderen.
Mechanische fixatie wordt ambulant niet toegepast. Het ontzeggen van de toegang tot bijvoorbeeld de keuken of andere ruimtes, omdat daar spullen liggen die gevaarlijk zijn voor de patiënt, is ambulant niet uitvoerbaar daar dit niet gehandhaafd kan worden.
c. insluiten;
Het insluiten van een patiënt wordt niet toegepast in de ambulante situatie omdat de veiligheid dan niet voldoende gewaarborgd kan worden. Insluiting door bijvoorbeeld het sluiten van een deur waardoor de patiënt niet weg kan, kan alleen als er sprake is van een noodsituatie. Bijvoorbeeld in afwachting van politie of ambulance voor vervoer naar een kliniek. Hierbij dient het uitdrukkelijk eenmalig en zo kort mogelijk plaats te vinden en er moet zorggedragen worden voor de veiligheid van de patiënt. Zo dient er te allen tijde contact mogelijk te zijn met de patiënt (er behoort zodoende altijd een zorgverlener aanwezig te zijn) en dienen de risico’s voor de patiënt en de zorgverlener(s) vooraf goed te worden ingeschat. Insluiten dient gepaard te gaan met professioneel toezicht. Deze verantwoordelijkheid kan niet overgedragen worden aan daartoe niet bevoegde mensen, zeker niet aan mantelzorgers /naastbetrokkenen. Ten slotte dient ook de ruimte waarin ingesloten wordt veilig te zijn.
d. uitoefenen van toezicht op patiënt;
Het uitoefenen van toezicht, zoals in wet gekoppeld is aan cameratoezicht bij insluiting in een daartoe aangemerkte ruimte, is in de ambulante setting meestal niet haalbaar. Toezicht kan soms kortdurend geboden worden door fysieke aanwezigheid van zorgprofessionals. Het inzetten van domotica als verplichte zorg, zoals cameratoezicht, in de ambulante setting is denkbaar maar ingewikkeld. Wettelijk laat de Wvggz dit wel toe.
e. onderzoek aan kleding of lichaam;
Het doen van onderzoek aan kleding of het lichaam van de patiënt kan op sommige momenten wenselijk zijn, bijvoorbeeld voorafgaand aan het vervoer in het kader van een Wvggz-maatregel om te voorkomen dat een patiënt met gevaarlijke voorwerpen of drugs wordt vervoerd. Het onderzoek aan kleding en/of lichaam wordt echter in de ambulante setting bijna nooit uitgevoerd door zorgverleners, maar wordt daarentegen overgelaten aan politieambtenaren.
Het doen van onderzoek aan de kleding en lichaam van de patiënt is echter wél mogelijk voor een zorgverlener in de ambulante setting. Zo is het bijvoorbeeld denkbaar dat de zorgverlener aan de patiënt vraagt om diens zakken leeg te halen en binnenstebuiten te keren. In het algemeen kan echter gesteld worden dat onderzoek aan kleding of lichaam door GGZ-hulpverleners niet effectief is in de ambulante setting. Je onderzoekt immers op een moment en het volgende moment, bijvoorbeeld als de hulpverlener weer weg is, kan de patiënt zich weer toegang verschaffen tot alle mogelijke gevaarlijke voorwerpen of gedragbeïnvloedende middelen.
f. onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
Het uitvoerend onderzoek met als doel het wegnemen en weghouden van middelen en voorwerpen hiervan is over het algemeen niet effectief, omdat ze vrijwel direct weer opnieuw kunnen worden gekocht. Er is een uitzondering voorstelbaar, waarbij het onderzoek naar deze middelen in sommige gevallen effectief kan zijn om gebruik of gevaar te signaleren en vervolgens bijvoorbeeld tot opname in een accommodatie over te gaan. Aangeraden wordt om per casus af te wegen of de toepassing effectief is. In sommige gevallen kan het wél effectief zijn. Huizen volledig doorzoeken is niet effectief, maar het maken van afspraken en het uitvoeren van wekelijks controles kan wél effectief zijn. Dit komt doordat de patiënt hierdoor mogelijk een extra prikkel heeft om gevaarlijke voorwerpen of gedrag-beïnvloedende middelen niet te kopen. Bij uitvoer van onderzoek in verblijfsruimte is het aan te bevelen dit zoveel mogelijk samen met de patiënt te doen. Door bijvoorbeeld aan de patiënte te vragen de kasten open te maken, blijft de regie zoveel mogelijk bij de patiënt.
g. controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
Urine- en bloedcontroles op de aanwezigheid van drugs is mogelijk. Als een patiënt meewerkt aan afname maar het er niet mee eens is, is het verplichte zorg en wordt het als zodanig geregistreerd. In opdracht van de zorgverantwoordelijke kan een laborant ambulant bloed afnemen. De zorgverantwoordelijke zegt de verplichte zorg aan en registreert het. Ook is de zorgverantwoordelijke verantwoordelijk voor het garanderen van de veiligheid voor patiënt en laborant tijdens het prikken.
h. aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat patiënt iets moet doen of nalaten, waaronder begrepen het gebruik van communicatiemiddelen. De afweging of het aanbrengen van beperkingen effectief, subsidiair, proportioneel en veilig kan worden uitgevoerd, is hier opnieuw aan de orde. Bepaalde beperkingen -zoals geen gebruik van alcohol en/of drugs- zijn nauwelijks te monitoren en te handhaven. Zoals hiervoor reeds gesteld is, zal het toepassen van dergelijke beperkingen over het algemeen niet effectief zijn. Andere beperkingen kunnen wel effectief zijn, zoals het innemen van een telefoon indien er een loverboy in het spel is of de patiënt via social media de eigen belangen ernstig schaadt. Ook het binnenlaten van de zorgverlener en mantelzorgers en het volgen van dagbesteding kan effectief zijn om in te zetten als verplichte zorg. De afweging of een bepaalde beperking wel of niet aanvaardbaar is (steeds met het oog op de 4 principes; subsidiariteit, proportionaliteit, effectiviteit en veiligheid), zal zodoende bij iedere patiënt opnieuw moeten worden gemaakt. Dit doordat de individuele omstandigheden van de patiënt bepalend zijn voor de afweging of een beperking wel of niet toegepast kan worden. In de praktijk wordt het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten vaak aangevraagd voor de ambulante setting om afspraken met behandelaars mogelijk te maken. In de praktijk blijkt het echter vaak niet als ambulante verplichte zorg te worden geregistreerd. Het kan zijn dat hier sprake is van onder-registratie.
I. beperken van het recht op het ontvangen van bezoek is nu niet mogelijk omdat het (per abuis) niet is opgenomen voor de ambulante setting in het Besluit verplichte geestelijke gezondheidszorg. Het zou bovendien niet effectief zijn om dit in de ambulante setting als verplichte zorg in te zetten.
De uitvoering van ambulant verplichte zorg
De Wvggz stelt de wensen en voorkeuren van patiënt centraal en beoogt deze wensen invloed te geven op de behandeling tijdens de hele periode van verplichte zorg. Art. 2:1 lid 6 Wvggz bepaalt dat de voorgenomen gedwongen interventies van het zorgplan in overeenstemming moeten zijn met de wensen en voorkeuren van de patiënt, tenzij de patiënt niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen óf er acuut levensgevaar voor de patiënt dreigt dan wel een aanzienlijk risico voor een ander is op levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische, materiële, immateriële of financiële schade, ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang, of om ernstig in zijn ontwikkeling te worden geschaad, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
In de literatuur wordt onderscheid gemaakt in mate van wilsbekwaamheid om aan te geven wanneer er een overgang is van vrijwillige zorg, waarin patiënt volledige autonomie heeft, naar verplichte zorg waarin er sprake is van zeer ingeperkte zeggenschap, dit is in een module Onderscheid definities vrijwillige zorg en verplichte zorg nader toegelicht. In de fase tussen vrijwillige zorg en verplichte zorg, waarin gedeelde zeggenschap speelt, kan drang worden toegepast. Deze fase komt ambulant regelmatig voor. Om verplichte zorg te voorkomen kan getracht worden de patiënt te overtuigen, te verleiden, met hem te onderhandelen en te adviseren. Ook kan druk van buitenaf ingezet worden, bijvoorbeeld door belangrijke naasten. In deze fase kan het nodig zijn om de ambulante zorg te intensiveren, bijvoorbeeld door uitbreiding van FACT zorg of op te schalen naar IHT, met als doel inzet van verplichte zorg te voorkomen.
Voorbeelden van technieken in de fase van gedeelde zeggenschap zijn:
- Begeleiding door een wijkcoach, een herstelcoach, een IPS-coach, een sportcoach
- Intensieve vormen van ‘social holding’
- Activiteiten op een herstelacademie
- Samenwerking met familie en naasten om de patiënt te verleiden tot zorg
- Tijdelijk verblijf elders zoals in respijthuizen, herstelhuizen, zorgboerderijen
- Faciliteren van de benodigde zorg zoals ‘peer-supported open dialogue’, resourcegroepen, Eigen Kracht Conferenties.
Inzetten van crisissignaleringsplan, crisisplan, WRAP, eigen plan van aanpak of zelfbindingsverklaring. In de fase van gedeelde zeggenschap is een moment aan te wijzen waarin een zorgmachtiging als motiveringsinstrument kan worden ingezet. Er wordt steeds ingezet op medewerking tot vrijwillige zorg maar bij toename van het ernstig nadeel of afname van wilsbekwaamheid kan met de patiënt en diens naasten gedeeld worden dat aanvraag van een ZM een mogelijkheid is. Soms wordt in het proces van een aanwezige zorgmachtiging waarbij geen verplichte zorg uitgevoerd wordt (een zogenaamde ‘lege zorgmachtiging') de mogelijke inzet van verplichte zorg als motiveringsinstrument ingezet. “Als u nu niet meewerkt, dan is de volgende stap verplichte zorg”. Risico hierbij is dat de overgang naar verplichte zorg opschuift en er ten onrechte geen verplichte zorg wordt aangezegd. Als iemand ‘het mes op de keel gezet wordt’: “als u nu geen medicatie neemt, wordt u opgenomen” is er geen sprake meer van vrijwillige zorg. Ook is er een risico dat een zorgmachtiging waarbij geen verplichte zorg uitgevoerd wordt onnodig lang blijft bestaan als een soort van veiligheidsclausule. Steeds moet bedacht worden dat ook een dergelijke ‘lege zorgmachtiging’ het gevoel van autonomie inperkt en dus met terughoudendheid moet worden gebruikt.
Het is van belang al vanaf de eerste contacten in de GGZ de dialoog aan te gaan met de patiënt en zijn naasten over de te verlenen zorg en bij voorkeur ook samen vast te leggen hoe in principe het beste gehandeld kan worden bij verschillende scenario’s die zich kunnen voordoen. Als het gaat om het voorkomen, verlenen en beëindigen van verplichte zorg, gebeurt dit bij voorkeur in de vorm van een ‘advance directive’ of wilsverklaring. Een ‘advance directive’ of wilsverklaring is een juridisch document waarin iemand diens voorkeuren met betrekking tot belangrijke medische beslissingen vastlegt. In deze verklaringen wordt aangegeven welke vormen van medische zorg iemand nu en in de toekomst wel of niet wenst te ontvangen. Daarnaast wijzen wilsverklaringen één of meer personen aan die als vertegenwoordiger van de patiënt zullen optreden als deze zelf niet meer in staat is om diens wensen kenbaar te maken. De zelfbindingsverklaring is een goed voorbeeld van een wilsverklaring. Door het aangaan van de dialoog en het samen opstellen van een dergelijk document kan immers beter worden aangesloten bij de wensen en voorkeuren van de cliënt. Daarnaast is het opstellen van een ‘advance directive’ een bewezen effectieve interventie in het voorkomen van gedwongen opnames.
Eigen regie instrumenten als zorgkaart, plan van aanpak en zelfbindingsverklaring moeten vroegtijdig onder de aandacht worden gebracht en worden ingezet, inclusief het bespreken van wie er kan optreden als vertegenwoordiger bij wilsonbekwaamheid. Op die manier kunnen de eigen regie instrumenten ook dienen als een ‘advance directive'. De patiënt heeft hierbij recht op ondersteuning van een patiëntenvertrouwenspersoon (PVP). De PVP kan klinisch ook ondersteuning bieden aan vrijwillig in een Wvggz-accommodatie opgenomen patiënten, ambulant strekt hun werkgebied alleen tot patiënten voor wie een crisismaatregel of zorgmachtiging wordt overwogen of voorbereid en aan patiënten met een (voortgezette) crisismaatregel of zorgmachtiging (zie ook artikel 11:1 lid 1 Wvggz).
In het verdiepingsonderzoek bij de wetsevaluatie van ZonMw (Plomp, 2024) staan een aantal belangrijke aanbevelingen:
•Voer ruim vóór de aanvraag van een zorgmachtiging, bij voorkeur op het moment dat de cliënt wilsbekwaam is, een dialoog met de patiënt en zijn naaste(n) over het voorkomen, verlenen en beëindigen van verplichte zorg. Leg, bij voorkeur op het moment dat de cliënt wilsbekwaam ter zake is, de uitkomsten van de dialoog over het voorkomen, verlenen en beëindigen van verplichte zorg samen met de cliënt en zijn naaste(n) schriftelijk vast – indien mogelijk, in een schriftelijke wilsverklaring – en actualiseer het document regelmatig.
•Voer met de cliënt en zo veel mogelijk ook zijn naaste(n) tijdig een dialoog over ambulante verplichte zorg en de voorwaarden waaronder deze kan worden uitgevoerd.
Toelichting en suggesties: Bespreek welke vormen van verplichte zorg eventueel ambulant kunnen worden toegepast, in welke situaties deze kunnen worden toegepast, hoe deze kunnen worden uitgevoerd, welke alternatieven er zijn, in welke gevallen eventueel toch voor een verplichte opname zal worden gekozen en hoe deze dan zal verlopen, hoe de toegang tot de woning zal worden verschaft, in hoeverre de aanwezigheid van naasten wenselijk is, welke maatregelen eventueel zullen worden ingezet om de veiligheid te waarborgen en hoe de 24/7 bereikbaarheid is geregeld.
Artikel 2:1 lid 4 Wvggz bepaalt dat bij elke fase van een (V)CM of ZM rekening moet worden gehouden met voorwaarden die deelname van de patiënt aan het maatschappelijk leven bevorderen. De patiënt moet zoveel als mogelijk mee kunnen blijven doen in de maatschappij. Het beginsel van wederkerigheid is een belangrijk uitgangspunt voor de behandeling. Dit beginsel houdt in dat tegenover de inbreuk die wordt gedaan op iemands vrijheid, er voor de overheid een inspanningsverplichting bestaat om kwalitatief de beste zorg te bieden en te zorgen dat iemand ook op diens niveau daadwerkelijk maatschappelijk kan participeren. Het is van belang om bij patiënten met ernstige psychische aandoeningen vanaf de eerste contacten (dus ook al voordat er sprake is van verplichte zorg) aandacht te besteden aan de vraag wat er nodig is om essentiële voorwaarden voor deelname aan het maatschappelijk leven te realiseren. Het gaat hierbij met name om identiteitspapieren, huisvesting, inkomen en eventuele schuldsanering. Ontbrekende voorwaarden moeten in het zorgplan worden benoemd en met de gemeente besproken. Daarbij hoort ook om met gemeenten afspraken te maken over samenwerking bij het realiseren van de essentiële voorwaarden voor deelname aan het maatschappelijk leven. Zowel overheid/gemeente als zorgaanbieder hebben hierbij dus een inspanningsverplichting.
Goede samenwerking met het sociaal domein is noodzakelijk, vooral bij cliënten met een EPA-indicatie. Lokale en landelijke initiatieven laten zien hoe integratie tussen GGZ en gemeenten kan bijdragen aan herstel en maatschappelijke participatie. Voorbeelden zijn terug te vinden in verdiepingsonderzoek (Plomp, 2024).
Op de online kennisbank https://www.ggzstandaarden.nl/ staat beschreven hoe kwalitatief goede zorg eruit hoort te zien. In de zorgstandaarden is dit per ziektebeeld of aandoening beschreven.
De verplichte zorg dient regelmatig samen met de patiënt en diens naasten geëvalueerd te worden. De schadelijke effecten van verplichte zorg op de korte en langere termijn dienen hierbij aandacht te krijgen.
Het besluit over de uitvoering van verplichte zorg (art. 8:9 Wvggz) verschilt voor ambulante zorg niet van klinische zorg.
Fysiek verzet
Het oordeel en de uiteindelijke beslissing over het toepassen van zorg in de ambulante setting hangen mede af van de mate waarin de patiënt zich al dan niet coöperatief opstelt; is er sprake van fysiek verzet of is er verbaal verzet met daarbij (schoorvoetende) medewerking?
Als er sprake is van fysiek verzet zal opname in een accommodatie vrijwel altijd aangewezen zijn. De opname en eventuele beperking van bewegingsvrijheid zijn dan vormen van verplichte zorg. De reden dat er is gekozen voor het hanteren van het criterium van fysiek verzet is dat het in de thuissituatie veel lastiger is om snel te kunnen opschalen in personeel om de veiligheid van zowel de patiënt als van de zorgverleners te kunnen waarborgen. Enige vorm van medewerking door de patiënt is zodoende benodigd om verplichte zorg in de ambulante situatie te kunnen toepassen. Ambulante verplichte zorg is wellicht ook toe te passen wanneer fysiek verzet wél voorzien is. Theoretisch gezien is dit te organiseren, maar wordt vanwege de onvoorspelbaarheid en het risico dat wordt gecreëerd voor de hulpverleners niet aangeraden. Dit geldt met name doordat een dergelijke situatie mogelijk zorgt voor onveilige situaties voor hulpverleners die de ambulante verplichte zorg in de dagen erna zullen verlenen. Gezien het feit dat dit risico zich moeilijk laat voorspellen, dient men zeer terughoudend om te gaan met het toepassen van ambulante verplichte zorg indien fysiek verzet wordt voorzien.
Bepalend hierbij is de manier waarop het criterium van fysiek verzet moet worden uitgelegd. In het kader van ambulant verplichte zorg moet fysiek verzet worden beschouwd als de mate waarin de verplichte zorg wel of niet op een (voor de patiënt, diens naasten én de hulpverleners) fysiek veilige manier wordt toegestaan door de patiënt. De grens hierbij is het moment waarop fysiek verzet voorzien wordt, niet noodzakelijkerwijs pas nadat de patiënt daadwerkelijk fysiek verzet vertoont. Het inschatten van de mate van dreiging van fysiek verzet is uiteraard afhankelijk van de omstandigheden en dient per patiënt te worden bepaald.
Niet elk fysiek verzet weegt even zwaar: bij een geschiedenis van geweldsincidenten kan opname eerder noodzakelijk zijn, terwijl bij voorspelbaar verzet inzet van familie of extra zorgverleners ambulante uitvoering toch mogelijk kan maken. Bij inzet van familie dient goed te worden afgewogen of die inzet de relatie tussen patiënt en familie kan schaden. De uitingen van verzet kunnen verschillen. Bij voorkeur moet vroegtijdig, in een wilsbekwame fase worden vastgelegd wat bij deze patiënt als verzet gezien moet worden. Dit kan in het zorgplan of de zorgkaart of een andere wilsverklaring. Een patiënt kan dan bijvoorbeeld aangeven dat als die “ja zegt en nee doet of omgekeerd”, dit als verzet gezien moet worden en dan moet er dus afgewogen worden of verplichte zorg moet worden ingezet. Het is duidelijk als helder gedefinieerd wordt wanneer bij deze patiënt vrijwillige zorg eindigt en verplichte zorg start. Te vroeg of te laat ingrijpen, kan zo worden voorkomen. Verzet kan verbaal, non-verbaal en/of fysiek zijn, en verdient blijvende aandacht in MDO’s, evaluaties en dossiervoering. Training van personeel is nodig om verzet goed te herkennen. Heldere voorbeelden worden besproken in box 2 van module Onderscheid definities vrijwillige zorg en verplichte zorg.
Wat voor fysiek verzet beschreven is, geldt ook voor verbale dreiging en/of intimidatie. Ook dat kan een reden zijn om verplichte zorg niet meer ambulant uit te voeren maar te besluiten of er opgeschaald moet worden naar een (verplichte) opname.
Samenwerking met netwerk
Naasten
Naasten zijn een essentiële partner bij ambulante verplichte zorg. Zij kennen de patiënt, signaleren veranderingen en vormen een vangnet. 92% van de patiënten wil betrokkenheid van naasten, al verschillen de voorkeuren (Plomp, 2024). Structurele betrokkenheid door alle fasen heen is de regel vanuit de Wvggz.
Gemeenten en andere zorgaanbieders
Goede samenwerking met andere zorgaanbieders en gemeenten is cruciaal voor de uitvoering van verplichte zorg. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het scheppen van voorwaarden voor maatschappelijke participatie (zoals huisvesting, inkomen of schuldhulpverlening). Het ontbreken van deze voorwaarden mag niet leiden tot onnodige inzet van verplichte zorg. Afspraken met gemeenten over uitvoering van het wederkerigheidsprincipe zijn daarom noodzakelijk. Informatie mag daarbij alleen met toestemming van de patiënt gedeeld worden.
Andere zorginstellingen
Ook andere zorginstellingen, zoals thuiszorg of ambulante woonbegeleiding, kunnen betrokken zijn bij de uitvoering van (verplichte)zorg, bijvoorbeeld bij het verstrekken van medicatie. De zorgverantwoordelijke blijft altijd eindverantwoordelijk, maar onderdelen kunnen gedelegeerd worden mits er duidelijke afspraken zijn over verantwoordelijkheden. Helder is dat wie verantwoordelijk is dat blijft, ook als uitvoering ten dele gedelegeerd wordt. Daarnaast is het belangrijk om met de patiënt te bespreken welke documenten met andere partijen gedeeld mogen worden. Het kan belangrijk zijn om documenten waarin voorkeuren van de patiënt zijn vastgelegd (zoals crisisplan, zorgkaart of zelfbindingsverklaring), met toestemming te delen met bijvoorbeeld de HAP of politie.
Politie
Daar waar samenwerking met de politie noodzakelijk is bij de uitvoer van ambulante verplichte zorg wordt ook verwezen naar de Zorgstandaard Acute Psychiatrie. https://www.ggzstandaarden.nl/zorgstandaarden/acute-psychiatrie
Mogelijke inzet van de politie bij een beoordeling van de crisissituatie is vaak niet anders dan de mogelijke inzet van politie bij uitvoer van ambulante verplichte zorg. Hoewel veiligheid voorop staat, is het belangrijk om mee te wegen dat inzet van politie als stigmatiserend en zeer ingrijpend kan worden ervaren. Inzet van de wijkagent kan vaak als eerste stap ingezet worden. In onderlinge afstemming kan besloten worden tot opschaling van verdere politie inzet. De grens van mogelijkheden van zorgverleners ligt bij fysiek verzet en (escalatie van) geweld. In dat geval is de inzet van politie noodzakelijk.
De politie zal in principe enkel op verzoek van de hulpverleners optreden, assistentie verlenen bij het binnentreden en hen eventueel bijstaan bij het begeleiden naar een opvang- of zorglocatie als de hulpverleners bij de uitvoering van onvrijwillige zorg dit niet meer veilig alleen kunnen doen. De inzet van de politie is hierbij dus alleen op verzoek en alleen als het niet anders kan vanwege gevaar en het risico van (escalatie van) geweld.
Indien de politie assistentie verleent, heeft zij de volgende bevoegdheden:
1.
Het gedurende korte tijd leveren van verplichte zorg aan een persoon, indien dit voorafgaat aan de beslissing over een crisismaatregel en er redelijkerwijs mag worden verondersteld dat er een crisismaatregel zal worden genomen.
Onder deze verplichte zorg kan, teneinde te laten onderzoeken of een crisismaatregel moet worden genomen en in afwachting van het nemen van de crisismaatregel, tevens worden verstaan het ontnemen van de vrijheid van een persoon én het onverwijld overbrengen van een persoon naar een plaats die geschikt is voor tijdelijk verblijf.
Uit de memorie van Toelichting blijkt dat voor het onverwijld overbrengen geldt dat de patiënt op de voor hem minst belastende wijze vervoerd moet worden. In situaties waar iemand zich hevig verzet tegen het vervoer naar de instelling kan het echter noodzakelijk zijn dat de hulp van de politie wordt ingeroepen om de woning van patiënt binnen te kunnen treden of te assisteren bij het vervoer. De primaire verantwoordelijkheid voor het vervoer ligt bij de zorgaanbieder, de politie kan alleen indien dat noodzakelijk is ter ondersteuning worden ingeschakeld. Omdat het hier om doorgaans zeer kwetsbare mensen gaat, zullen hulpverleners die verstand van en ervaring met dergelijke situaties hebben, de politie in alle gevallen moeten vergezellen.
Met betrekking tot het verblijf volgt uit art. 7:3 lid 6 Wvggz dat het onderbrengen van een patiënt bij de politie echter uitsluitend plaats kan vinden indien de patiënt wordt verdacht van het plegen van een strafbaar feit.
2.
Het gehoor geven aan het verzoek van de burgemeester of de officier van justitie om de hulp van ambtenaren van de politie in te roepen bij de tenuitvoerlegging van de crisismaatregel, de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel onderscheidenlijk de zorgmachtiging. Zij zijn hierbij bevoegd om -uitsluitend voor zover dat redelijkerwijs nodig is voor de tenuitvoerlegging van de crisismaatregel, de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel of de zorgmachtiging- de woning van de patiënt te betreden, zonder dat zij hiervoor toestemming hebben van de patiënt.
3.
Het gehoor geven aan het verzoek van de zorgaanbieder, de geneesheer-directeur of de zorgverantwoordelijke om, indien benodigd, de hulp van ambtenaren van de politie in te roepen bij de uitvoering van de crisismaatregel, de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel of de zorgmachtiging; Op het moment dat een maatregel of machtiging is afgegeven en de zorgverantwoordelijke het besluit heeft genomen tot uitvoering van verplichte zorg, kan de politie gevraagd worden om daarbij te ondersteunen. De zorgaanbieder is verantwoordelijk voor de afweging of en hoe de verplichtezorg in een ambulante setting veilig kan worden verleend. Dat neemt niet weg dat in noodsituaties de assistentie van de politie nodig kan zijn, bijvoorbeeld als de veiligheid van hulpverleners, patiënt of andere betrokkenen in het geding zijn. Wanneer de politie wordt ingeschakeld bepaalt zij ook welke middelen er worden ingezet. Het kan zijn dat de patiënt hulpverleners de toegang tot zijn woning weigert als er verplichte zorg ingezet moet worden. Hoewel de hulpverlener in het kader van de Wvggz bevoegd is om dan zelf binnen te treden, is het advies aan GGZ-hulpverleners om dit niet te doen. Indien het uit veiligheidsoverwegingen noodzakelijk is om de woning te betreden doet de hulpverlener een beroep op de politie. Uit de Memorie van Toelichting blijkt daarnaast, dat mocht de patiënt bijvoorbeeld medicatie weigeren, of daar niet mee instemmen, dan zal de medicatie ook buiten een accommodatie moeten kunnen worden toegediend. Een proportionaliteitstoets zal ook tot een andere uitkomst kunnen leiden. Mocht vervoer naar een (poli)kliniek nodig zijn, voorziet de wet in een regeling voor gedwongen vervoer naar de instelling waar de medicatie alsnog kan worden toegediend. Politie vervoert niet zelf, dat is aan ambulance, psycholance of GGZ-vervoersdienst (of een andere vervoersdienst).
4.
Het deelnemen aan het periodiek regio-overleg.
Voor een goede inschatting van risico’s kan (ook ambulant) gebruik worden gemaakt van instrumenten zoals de Brøset Violence Checklist (BVC). De GGZ-triagewijzer geeft handvatten wanneer politie-inzet gepast is, bijvoorbeeld bij hoog agressieniveau of (verdenking van) strafbare feiten. Belangrijk is dat verwijzers, hulpverleners en politie elkaars professionele oordeel respecteren. Discussie over de vraag of politie-inzet terecht was, vindt achteraf plaats.
Samenwerking ambulant en kliniek
Binnen de GGZ ligt het zwaartepunt van behandeling doorgaans in het ambulante traject; een opname in de kliniek geldt als tijdelijke onderbreking. Dit sluit aan bij de mogelijkheid om verplichte zorg zoveel mogelijk ambulant uit te voeren. Goede afstemming tussen ambulant en klinisch team is essentieel, zowel bij vrijwillige- als bij verplichte zorg. Een ‘warme overdracht’ is wenselijk. Daarnaast is het van groot belang dat het zorgplan, de zorgkaart en andere documenten waarin de voorkeuren van de patiënt zijn vastgelegd (zoals een crisissignaleringsplan) duidelijk in het EPD zijn vastgelegd en goed terug vindbaar zijn. Het zorg- en behandelplan van de patiënt is leidend, waarbij tijdens opname aanvullende doelen kunnen worden toegevoegd. In veel centra worden hiervoor zorgafstemmingsgesprekken (ZAG) ingezet, met deelname van patiënt, naasten en beide behandelteams, om af te stemmen en om de continuïteit te waarborgen. In de HIC-monitor zijn items opgenomen over samenwerking tussen ambulante teams en teams van de HIC.
Een bijzonder aandachtspunt is het “prikken op de HIC”. Dit is al eerder besproken.
Bij opname vanuit een crisissituatie en blijvende noodzaak voor verplichte zorg, stemt de klinisch zorgverantwoordelijke met de ambulante zorgverantwoordelijke af welke behandeldoelen gelden en hoe de verplichte zorg in het zorgplan wordt opgenomen. Wanneer een zorgmachtiging volgt na een voortzetting crisismaatregel, verblijft de cliënt doorgaans het grootste deel van de machtigingsperiode ambulant.
Evaluatie en registratie
Na afschalen of beëindigen van de verplichte zorg moet de zorg met de patiënt en diens naasten worden geëvalueerd. Tevens dient in het zorgplan van de patiënt te worden vermeld wanneer en hoe vaak het zorgplan moet worden geëvalueerd met de patiënt, de vertegenwoordiger, de pvp (indien de patiënt dat wil) en de familie of naasten. In deze evaluatie dienen ook de proportionaliteit, subsidiariteit, effectiviteit en veiligheid van de verplichte zorg te worden meegenomen. Minstens moet in geval van ambulante dwang vier weken na aanvang geëvalueerd worden.
Elke evaluatie is een logisch moment om de eigen regie instrumenten indien aanwezig (zorgkaart, eigen plan van aanpak en de wilsverklaringen zoals de zelfbindingsverklaring) te bespreken. Gedurende de behandeling is het de bedoeling dat de patiënt steeds meer zelf weer de regie gaat nemen. Daar waar de verantwoordelijkheid tijdelijk overgenomen kan zijn, dient de evaluatie om steeds weer meer terug te gaan naar autonomie, indien dat mogelijk is.
Van belang hierbij om te benoemen is dat de verplichte zorg niet alleen in de klinische setting, maar óók in de ambulante setting goed geregistreerd dient te worden. Het kan helpend zijn om in elk team een aandachtsfunctionaris aan te stellen die als taak heeft om toe te zien of er op een juiste manier geregistreerd wordt.
Registratie van ‘prikken op HIC’ verdient aparte aandacht. De uitvoer van ambulante verplichte zorg vindt dan plaats in een klinische setting. Voor sommige depotpreparaten is een observatie van een aantal uur nodig na toediening. Het ‘prikken op de HIC’ wordt geregistreerd als ambulante toediening van medicatie. Er wordt eenmalig een besluit tot uitvoer van verplichte zorg gedaan (art 8:9 Wvggz) en de toepassing wordt in de dwangregistratie ‘aan en uit gezet’ (toepassing registreren op moment van toedienen depot en dan weer stoppen tot volgend depot). Als de situatie niet verandert, wordt er dus niet elke maand een nieuw besluit genomen.
Waarden en voorkeuren van patiënten en naasten
Uitgangspunt in de GGZ is om triadisch te werken, dat wil zeggen steeds in de driehoek van patiënt, diens naasten en de zorgverlener. De naaste wordt betrokken, tenzij. Zie ook de Zorgstandaard Naasten.
Wanneer de patiënt niet wil dat zijn naasten betrokken worden, is het van belang om met de patiënt in gesprek te gaan over zijn redenen hiervoor en te kijken naar wanneer het wel mogelijk is. Indien een patiënt dat wil, kan er ook gezocht worden naar een patiëntvertegenwoordiger die de belangen van de patiënt in acht houdt.
Niet elke patiënt heeft een voorkeur voor ambulante verplichte zorg boven klinisch verplichte zorg. Bij de aanvraag van een zorgmachtiging of voortgezette crisismaatregel, moet al helder zijn of de patiënt ambulante verplichte zorg wil en kan ontvangen. Ook het informele netwerk rond de patiënt speelt een belangrijke rol bij deze keuze. Is er voldoende steun door, maar ook voor naasten, om de patiënt op een verantwoorde en veilige manier ambulant verplichte zorg te kunnen verlenen?
Als ambulante verplichte zorg wordt ingezet, is het van belang dat de patiënt zoveel mogelijk regie behoudt over wat er gebeurt, wanneer en waar. Dat kan door de wensen en voorkeuren van de patiënt met betrekking tot het handelen in crisissituaties tijdig te bespreken, wanneer de patiënt wilsbekwaam is. Wanneer ambulante verplichte zorg onvermijdelijk is, dan is het van belang om diens wensen en voorkeuren ook daadwerkelijk te volgen, en de verplichte zorg respectvol, met geduld en nabijheid uit te voeren, in contact met de patiënt, met oog voor diens privacy. Ook moet er steeds aandacht zijn voor de mogelijkheden, belastbaarheid en behoeften van de directe naasten van de patiënt.
Wanneer verplichte zorg bij de patiënt thuis wordt verleend, dan is het van belang om elke keer samen met de patiënt en diens naasten te checken/bespreken of het eigen huis nog steeds de meest ideale en veilige plek is.
Voor zowel patiënt als diens naasten is het belangrijk om te weten dat er altijd een zorgverlener voor hen bereikbaar is en hoe men deze kan bereiken.
Bij elke overgang van kliniek naar ambulant en van ambulant naar kliniek is een goede afstemming tussen de klinische en de ambulante zorgverantwoordelijke en tussen de klinische en ambulante behandelteams essentieel. Continuïteit van zorg is belangrijk voor patiënten, ook bij een tijdelijke opname. Tijdens en na uitvoering van de ambulante verplichte zorg moet deze niet alleen binnen het team en de instelling, maar ook met de patiënt zelf en diens naasten geëvalueerd worden.
Kostenaspecten
Met de invoering van de Wvggz is het aantal procedures toegenomen, waardoor alle betrokken partijen meer tijd kwijt zijn aan procedurele taken. In het tweede deel van de wetsevaluatie Wvggz (Legemaate, 2022) is in hoofdstuk 5 een kostenonderzoek beschreven. Voor GGZ werd een stijging in kosten van 45% gezien ten opzichte van wet BOPZ. Er is geen onderzoek bekend naar specifieke kosten van ambulante verplichte zorg. Daar waar ambulante zorg subsidiair is voor klinische zorg (bijvoorbeeld langdurige opname), zullen de kosten naar verwachting lager uitvallen. Hierbij is op te merken dat ambulante zorg wel extra coördinatie vergt. Inzet van extra personeel of politie verhoogt de kosten. Goede betrokkenheid van netwerk zou kosten kunnen reduceren door terugval te voorkomen.
Gezondheidsgelijkheid
In de Wvggz is geen sprake van gezondheidsongelijkheid. De wet geldt ongeacht, leeftijd (met specificaties voor jeugd), gender, sociaaleconomische status of woonplaats. In de toepassing is echter wel degelijk sprake van ongelijkheid voor bepaalde groepen. In module Preventie verplichte zorg in de ggz wordt aandacht besteed aan gezondheids(on)gelijkheid. Voor de ambulante setting is hierover geen onderzoek bekend.
Aanvaardbaarheid
Ethische aanvaardbaarheid
De Wvggz biedt naast een juridisch kader ook ethische richtlijnen. Kern is de balans tussen respect voor de autonomie van de cliënt en bescherming tegen ernstig nadeel. Zorgprofessionals moeten steeds zorgvuldig afwegen wanneer ingrijpen noodzakelijk is. Dit geldt zowel ambulant als klinisch. Logisch volgend uit de visie om behandeling zoveel mogelijk ambulant vorm te geven, volgt dat er ook ambulant inzet van verplichte zorg mogelijk is en wordt toegepast.
De wet verankert principes van proportionaliteit, subsidiariteit, effectiviteit, veiligheid en wederkerigheid. Deze dienen als leidraad om verplichte zorg proportioneel, effectief en veilig toe te passen en maatschappelijke participatie te bevorderen.
Specifiek voor ambulante verplichte zorg gelden aanvullende (wettelijke) voorwaarden:
- vooraf overleg met een deskundige bij vaststellen van het zorgplan;
- een zorgplan dat binnen vier weken wordt geëvalueerd;
- 24/7 bereikbaarheid van een deskundige zorgverlener voor zowel de patiënt als diens naasten;
- passende veiligheidsmaatregelen, bijvoorbeeld toezicht of afspraken bij fysiek verzet.
Deze voorwaarden waarborgen dat de ethische principes ook in de praktijk worden toegepast en ambulante zorg verantwoord kan plaatsvinden.
Duurzaamheid
Duurzaamheidsaspecten hebben geen rol gespeeld in de formulering van de aanbevelingen van deze module.
Haalbaarheid
De aanbevelingen zijn haalbaar mits randvoorwaarden goed zijn vastgelegd en samenwerking met gemeente en ketenpartners stevig is georganiseerd. Daarnaast dienen evaluaties structureel plaats te vinden.
Rationale van de aanbeveling: weging van argumenten voor en tegen de interventies.
Omdat wetenschappelijke onderbouwing over effectiviteit en veiligheid van ambulante verplichte zorg ontbreekt, zijn de aanbevelingen voornamelijk gebaseerd op overige literatuur, praktijkervaring, jurisprudentie, ethische overwegingen en ervaringen van patiënten en naasten. De aanbevelingen zijn overwegend sterk en richtinggevend geformuleerd door de werkgroep, met nadruk op terughoudendheid, proportionaliteit en voortdurende evaluatie.
Eindoordeel:
Sterke aanbeveling voor
Onderbouwing
Definitie:
Ambulante verplichte zorg is verplichte zorg op grond van artikel 3:1, onderdelen a, b en c, van de wet anders dan die in een accommodatie aan een patiënt wordt verleend.
Het doel van deze module is om primair de zorgverleners (denk daarbij aan psychiaters, verpleegkundig specialisten, gz- en klinisch psychologen en artsen (niet) in opleiding (A(N)IOS)) adviezen te geven bij het duiden van de basisprincipes en de overwegingen behorende bij de toepassing van ambulante verplichte zorg.
De toepassing van verplichte zorg in de thuissituatie betekent een sterke inmenging in de privéomgeving van de patiënt. Met andere woorden, het kan een grote impact hebben op het gevoel van een thuis waar de patiënt zich veilig voelt. Ook voor naasten is verplichte zorg in de thuissituatie ingrijpend. Wanneer er een keuze is, zullen sommige patiënten de voorkeur geven aan opname in een accommodatie, anderen juist de voorkeur geven aan behandeling (ook al is dat in het kader van een machtiging) thuis. Bij de laatste groep kan het vooruitzicht op opname ervoor zorgen dat een patiënt medewerking verleent om verplichte behandeling thuis te ondergaan. Zoals beschreven kunnen voorkeuren zijn vastgelegd in een zorgkaart, crisiskaart, crisissignaleringsplan of andere documenten.
In het Besluit verplichte geestelijke gezondheidszorg (Bvggz) zijn een aantal aanvullende kwaliteitseisen voor ambulante verplichte zorg vastgelegd. Zo moet de zorgaanbieder een beleidsplan Wvggz opstellen waarin de randvoorwaarden voor ambulante verplichte zorg zijn opgenomen. Wettelijk moet het zorgplan betreffende de ambulant verplichte zorg binnen vier weken na de aanvang van de uitvoering worden geëvalueerd. Later in deze module zullen de verschillende vormen van verplichte zorg die ambulant kunnen worden toegepast, worden toegelicht.
De Wvggz maakt uitdrukkelijk ambulant verplichte zorg mogelijk. Het fundament van de wet ligt in het ultimum remedium principe. Dit geldt ook ambulant. Ook de algemene principes van subsidiariteit, proportionaliteit, effectiviteit en veiligheid gelden ambulant. Het waarborgen van de veiligheid vraagt ambulant andere maatregelen dan in een klinische situatie. Fysiek verzet zal sneller leiden tot inzet van een opname in accommodatie. Bij (te verwachten) fysiek verzet is ambulante verplichte zorg vaak niet veilig (genoeg) uit te voeren.
Population: Patients with mental illness; Intervention: Community treatment order; Comparator: Voluntary treatment.
|
Outcome Timeframe |
Study results and measurements |
Absolute effect estimates |
Certainty of the evidence (Quality of evidence) |
Conclusions |
||
|
Voluntary treatment |
Community treatment order |
|||||
|
Adverse effects (crucial) |
||||||
|
Physical and psychological adverse events (patient/carer) |
- |
- |
No GRADE (no evidence was found) |
No evidence was found regarding the effect of community treatment order on physical and psychological events when compared with voluntary treatment in patients with mental illness. |
||
|
Death/suicide |
Based on data from 641 participants in 2 studies |
Parker (2021) reported that five individuals died. Burns (2015) reported a risk difference of 0.04 (95%CI -0.01 to 0.09) between CTO and no CTO. |
Very low Due to serious imprecision1 |
The evidence is very uncertain about the effect of community treatment order on death/suicide when compared with voluntary treatment in patients with mental illness.
(Parker, 2021; Burns, 2015) |
||
|
Objective effectiveness (crucial) |
||||||
|
Symptom intensity |
Overactive/aggressive behaviour Relative risk: 0.87 (CI 95% 0.65 – 1.15) Based on data from 206 participants in 1 study |
528 per 1000 |
459 per 1000 |
Very low Due to serious risk of bias, due to serious imprecision2 |
The evidence is very uncertain about the effect of community treatment order on symptom severity (overactive/aggressive behaviour, physical impairment, psychotic symptoms) when compared with voluntary treatment in patients with mental illness.
(Parker, 2021) |
|
|
Difference: 69 fewer per 1000 (95%CI 185 fewer – 79 more) |
||||||
|
Physical impairment Relative risk: 1.60 (CI 95% 0.80 – 3.23) Based on data from 206 participants in 1 study |
528 per 1000 |
845 per 1000 |
||||
|
Difference: 317 more per 1000 (95%CI 106 fewer – 1177 more) |
||||||
|
Psychotic symptoms Relative risk: 0.93 (CI 95% 0.75 – 1.15) Based on data from 206 participants in 1 study |
528 per 1000 |
491 per 1000 |
||||
|
Difference: 37 fewer per 1000 (95%CI 132 fewer – 79 more) |
||||||
|
Medication use |
- |
- |
No GRADE (no evidence was found) |
No evidence was found regarding the effect of community treatment order on medication use when compared with voluntary treatment in patients with mental illness. |
||
|
Quality of life (important) |
||||||
|
Quality of life |
Based on data from 138 participants in 1 study |
Patients under CTO had a score of 68.85 as compared to 70.15 for patients who were not under CTO (p=0.845). |
Very low Due to serious risk of bias, due to very serious imprecision3 |
The evidence is very uncertain about the effect of community treatment order on quality of life when compared with voluntary treatment in patients with mental illness.
(Nakhost, 2018) |
||
|
Satisfaction (important) |
||||||
|
Participant/ carer/professionals’ satisfaction |
- |
- |
No GRADE (no evidence was found) |
No evidence was found regarding the effect of community treatment order on participant/carer/professionals’ satisfaction when compared with voluntary treatment in patients with mental illness. |
||
|
Perceived coercion |
Based on data from 138 participants in 1 study |
Patients under CTO had a mean Perceived Coercion Scale of 13.8 (SD=5.14) as compared to 10.8 (SD=4.26) for patients who were not under CTO (MD=3.00, 95%CI 1.42 to 4.58). |
Very low Due to serious risk of bias, due to very serious imprecision3 |
The evidence is very uncertain about the effect of community treatment order on perceived coercion when compared with voluntary treatment in patients with mental illness.
(Nakhost, 2018) |
||
|
Health service contact and utilization (important) |
||||||
|
(re)admission to hospital |
Number of readmissions Based on data from 17 studies |
Barnett (2018) reported a SMD of -0.14 (95%CI -0.41 to 0.14). Burns (2015) reported a SMD of 0.12 (95%CI -0.15 to 0.39). |
Very low Due to serious risk of bias, due to serious inconsistency4 |
The evidence is very uncertain about the effect of community treatment order on the number of (re)admission to the hospital when compared with voluntary treatment in patients with mental illness.
(Barnett, 2018; Burns, 2015) |
||
|
Readmission: yes or no Based on data from 5 studies |
A pooled RR of 1.58 (95%CI 0.63 to 3.97) was found based on Burns (2015), Dey (2022) and Segal (2022) Barnett (2018) reported a pooled RR of 1.98 (95%CI 0.78 to 5.01). |
Very low Due to very serious imprecision5 |
The evidence is very uncertain about the effect of community treatment order on (re)admission to the hospital when compared with voluntary treatment in patients with mental illness.
(Barnett, 2018; Burns, 2015; Dey, 2022; Segal, 2022) |
|||
|
Bed-days spend in hospital |
Based on data from 14 studies |
Barnett (2018) reported a SMD of 0.13 (95%CI 0.19 to 0.58). Burns (2015) reported a SMD of -0.05 (-0.32 to 0.22). Dey (2022) reported that CTO patients had a higher amount of rehospitalization bed nights of 29-90 days and >90 days than no CTO patients. Parker (2022) reported a SMD of 0.68 (95%CI 0.40 to 0.69). |
Very low Due to serious risk of bias, due to serious inconsistency6 |
The evidence is very uncertain about the effect of community treatment order on bed-days in hospital when compared with voluntary treatment in patients with mental illness.
(Barnett, 2018; Burns, 2015; Dey, 2022; Parker, 2022) |
||
|
Compliance with medication |
Based on data from 2 studies |
Barnett (2018) reported a SMD of 0.91 (95%CI -0.70 to 2.51). |
Very low Due to serious risk of bias, due to serious indirectness7 |
The evidence is very uncertain about the effect of community treatment order on bed-days in hospital when compared with voluntary treatment in patients with mental illness.
(Barnett, 2018) |
||
|
Use of community services |
Based on data from 10 studies |
Barnett (2018) reported a SMD of 0.38 (95%CI 0.19 to 0.58). Dey (2022) reported a risk difference of 0.04 (95%CI -0.07 to 0.14) |
Very low Due to serious risk of bias8 |
The evidence is very uncertain about the effect of community treatment order on bed-days in hospital when compared with voluntary treatment in patients with mental illness.
(Barnett, 2018; Dey, 2022) |
||
|
Social functioning (important) |
||||||
|
Imprisonment |
Relative risk: 1.00 (CI 95% 0.06 – 15.85) Based on data from 330 participants in 1 study |
6 per 1000 |
6 per 1000 |
Very low Due to very serious imprecision9 |
The evidence is very uncertain about the effect of community treatment order on imprisonment when compared with voluntary treatment in patients with mental illness.
(Burns, 2015) |
|
|
Difference: 0 fewer per 1000 (95%CI 6 fewer – 89 more) |
||||||
|
Police contact and arrest |
- |
- |
No GRADE (no evidence was found) |
No evidence was found regarding the effect of community treatment order on police contact and arrest when compared with voluntary treatment in patients with mental illness. |
||
|
Employment |
- |
- |
No GRADE (no evidence was found) |
No evidence was found regarding the effect of community treatment order on employment and arrest when compared with voluntary treatment in patients with mental illness. |
||
|
Accommodation status |
- |
- |
No GRADE (no evidence was found) |
No evidence was found regarding the effect of community treatment order on accommodation status when compared with voluntary treatment in patients with mental illness. |
||
|
General social functioning |
Based on data from 311 participants in 1 study |
Patients who remained on a CTO at the time of discharge had a HoNOS total Score of 13.59 (SD=8.93) as compared to 10.93 (SD=9.68) for patients when involuntary treatment was discontinued on or before discharge (MD=2.66, 95%CI 0.02 to 5.30). |
Very low Due to serious risk of bias, due to very serious imprecision10 |
The evidence is very uncertain about the effect of community treatment order on general social functioning when compared with voluntary treatment in patients with mental illness.
(Parker, 2021) |
||
|
Restoration of contact with carer(s) |
- |
- |
No GRADE (no evidence was found) |
No evidence was found regarding the effect of community treatment order on restoration of contact with carer(s) when compared with voluntary treatment in patients with mental illness. |
||
- Serious imprecision: due to low number of events and overlap of both the lower and upper limit of the 95% confidence interval with the minimal clinically important difference.
- Serious risk of bias: due to missing data.
Serious imprecision: due to overlap of either the lower or upper limit of the 95% confidence interval with the minimal clinically important difference.
- Serious risk of bias: due to selection bias.
Very serious imprecision: due to the optimal information size which was not achieved.
- Serious risk of bias: due to studies included in the review of Barnett (2018) with high risk of bias.
Serious inconsistency: due to conflicting results and high level of heterogeneity. - Very serious imprecision: due to overlap of either the lower or upper limit of the 95% confidence interval with the minimal clinically important difference.
- Serious risk of bias: due to studies included in the review of Barnett (2018) with high risk of bias.
Serious inconsistency: due to conflicting results. - Serious risk of bias: due to studies included in the review of Barnett (2018) with high risk of bias.
Indirectness: difference in outcome (treatment adherence instead of compliance with medication). - Serious risk of bias: due to studies included in the review of Barnett (2018) with high risk of bias.
- Very serious imprecision: due to low number of events.
- Serious risk of bias: due to missing data.
Very serious imprecision: due to the optimal information size which was not achieved.
Summary of literature (ENG)
Description of studies
A total of six studies were included in the analysis of the literature. Important study characteristics and results are summarized in Table 2. The assessment of the risk of bias is summarized in the risk of bias tables (under the tab ‘Evidence tabellen’). The Summary of Findings is presented in Table 3 under the tab 'Conclusies / Summary of Findings'.
Barnett (2018) performed a systematic review and meta-analysis to evaluate the effectiveness of compulsory community treatment (CCT) on reducing hospital readmission rates and length of stay, while promoting greater use of community services and improving treatment adherence. PsycINFO, MEDLINE and Embase were searched for quantitative studies on CCT published in English between Jan 1, 1806, and Jan 4, 2018. Besides, reference lists of eligible studies were searched. The inclusion criteria consisted of peer-reviewed studies involving samples where the majority (>50%) of patients had severe mental illness. Additionally, included studies featured CCT interventions, defined as legal mandates requiring patients to maintain contact with mental health services, adhere to community-based treatment, or both. In total, 41 studies were included in this review consisting of randomized and non-randomized designs that compared CCT with no CCT and pre-post designs that compared patients before and after CCT. For the purpose of this guideline, studies with a pre-post design were excluded. Therefore, nineteen studies were used for the literature analysis. Outcomes of interest were hospital readmission, length of hospital stay (defined as inpatient bed-days), use of community services, and treatment adherence.
Burns (2015) performed a follow-up study of an open-label, parallel, randomized controlled trial (OCTET) to investigate the long-term impact of community treatment orders (CTOs) on readmission rates and the risk of patients temporarily or permanently disengaging from mental health services. Patients aged 18 to 65 years who were involuntarily admitted to mental health hospitals across 32 trusts in England, diagnosed with psychosis, and considered suitable for CTOs by their clinicians were included. In total, 336 patients were randomly assigned to CTO (n=167) or to voluntary status via Section 17 leave (n=169). Groups were comparable at baseline. Outcomes of interest were rate of readmission to mental health hospital, duration of readmission and number of readmissions.
The observational study of Dey (2022) investigated the relationship between CTOs and the likelihood of rehospitalization in patients with schizophrenia or related disorders. Adult psychiatric inpatients (aged between 18 and 65 years) discharged with a diagnosis of schizophrenia or related disorders (ICD10, DSM V F20-29) were included. In total, 177 patients were under CTO and 149 patients were not (voluntary). Groups were comparable at baseline. Outcomes of interest were rehospitalization and combined hospital bed days during all hospitalization.
Nakhost (2018) aimed to explore service users’ perceptions of coercion while being treated under a CTO by performing a cross-sectional comparative design where service users treated under a CTO (n=69) were matched to a comparison group of voluntary psychiatric outpatients (n=69). Participants needed to be between 18 and 65 years old, able to speak English and capable of providing informed consent to participate in a survey. Participants in the CTO group had been placed on a CTO within the past 18 months, while those in the control group had never been on a CTO. Groups were similar in demographic characteristics. The outcome of interest was perceived coercion.
Parker (2021) performed a retrospective analysis to explore the impact of changes in CTO status during residential rehabilitation care on outcomes in the year following discharge from a Community Care Unit (CCU). Specifically, this study examined whether the length of CCU stay and the transition from involuntary treatment to voluntary status at or before discharge (CTO > VOL) were associated with subsequent mental health and social outcomes. Individuals on a CTO who were admitted to five CCUs in Queensland, Australia between 2005 and 2014 were categorized based on their involuntary treatment status at discharge. Those who transitioned to voluntary status (n = 63; CTO > VOL) were compared with those who remained under involuntary treatment (n = 248; CTO > CTO). Groups were not comparable. Participants who were subjected to a CTO at admission and discharge were more often males and had more primary diagnoses of schizophrenia spectrum disorders as compared to participants subjected to a CTO and admission and voluntary discharge. Outcomes of interest were change in mental health and social functioning, hospital bed use, and overactive/aggressive behavior.
The non-randomized trial of Segal (2022) aimed to explore whether CTO use declined in an era emphasizing patients’ capacity to refuse CTO assignments. Besides, it aimed to answer the following questions: 1) did patients assigned to a CTO have a greater need for treatment than other psychiatric inpatients?, 2) Did CTO assignment serve as a less restrictive alternative to psychiatric hospitalization?, 3) Did CTO assignment deliver the necessary treatment at internationally recommended levels, impacting patient outcomes? In total, 7826 patients were placed on CTO and 13896 patients were hospitalized but were not placed on CTO. Groups were not comparable. CTO patients had more diagnoses of schizophrenia, entered the mental health system at an earlier age and had more inpatient episodes and inpatient days per episode. The outcome of interest was rehospitalization.
Table 2. Characteristics of included studies
|
Study |
Participants |
Comparison |
Follow-up |
Outcome measures |
Comments |
Risk of bias* |
|
Included in Barnett, 2018 |
||||||
|
Burns, 2013 (RCT) |
N at baseline: 336
Mean age, years (range): 39.6 (18–65) |
Intervention: CCT Control: extended leave |
12 months |
Readmission to hospital; inpatient bed-days; use of community services |
Country: England, UK |
Unclear |
|
Wagner, 2003 (RCT) |
N at baseline: 264
Mean age, years (range): NR |
Intervention: CCT |
12 months |
Use of community services |
Country: USA |
Unclear |
|
Steadman, 2001 (RCT) |
N at baseline: 142
Mean age, years (range): 41 (NR) |
Intervention: CCT |
11 months |
Readmission to hospital |
Country: USA |
Unclear |
|
Swartz, 1999 (RCT) |
N at baseline: 264
Mean age, years (range): 39.6 (NR) |
Intervention: CCT |
12 months |
Readmission to hospital; inpatient bed-days |
Country: USA |
Unclear |
|
Van Doorn, 2010 (case-control) |
N at baseline: 3576
Mean age, years (range): 41.8 (NR) |
Intervention: CCT |
88 months |
Readmission to hospital; treatment adherence |
Country: USA |
Low risk (high quality) |
|
Burgess, 2006 (cohort) |
N at baseline: 128,427
Mean age, years (range): 40.1 (NR) |
Intervention: CCT |
96 months |
Readmission to hospital |
Country: Australia |
High risk (low quality) |
|
Bursten, 1986 (cohort) |
N at baseline: 156
Mean age, years (range): 35.9 (NR) |
Intervention: CCT |
14 months |
Readmission to hospital |
Country: USA |
High risk (low quality) |
|
Castells-Aulet, 2015 (cohort) |
N at baseline: 150
Mean age, years (range): 41.6 (NR) |
Intervention: CCT Control: patients who remained under section in hospital as a comparator |
24 months |
Readmission to hospital; inpatient bed-days |
Country: Spain |
Low risk (high quality) |
|
Geller, 1998 (cohort) |
N at baseline: 19
Mean age, years (range): 38.5 (NR) |
Intervention: CCT |
6 months |
Readmission to hospital; inpatient bed-days |
Country: USA |
High risk (low quality) |
|
Hernández-Viadel, 2010 (cohort) |
N at baseline: 76
Mean age, years (range): 41.5 (NR) |
Intervention: CCT |
6 months |
Readmission to hospital |
Country: Spain |
High risk (low quality) |
|
Hiday and Scheid-Cook, 1987 (cohort) |
N at baseline: 7,002
Mean age, years (range): NR |
Intervention: CCT |
6 months |
Readmission to hospital; use of community services; treatment adherence |
Country: USA |
High risk (low quality) |
|
Hiday and Scheid-Cook, 1989 (cohort) |
N at baseline: 740
Mean age, years (range): NR |
Intervention: CCT |
6 months |
Readmission to hospital; use of community services |
Country: USA |
High risk (low quality) |
|
Kisely, 2005 (cohort) |
N at baseline: 392
Mean age, years (range): 37.2 (NR) |
Intervention: CCT |
12 months |
Readmission to hospital; inpatient bed-days |
Country: Australia |
Low risk (high quality) |
|
Kisely, 2004 (cohort) |
N at baseline: 754
Mean age, years (range): 37.4 (NR) |
Intervention: CCT |
12 months |
Readmission to hospital |
Country: Australia |
Low risk (high quality) |
|
Pollack, 2005 (cohort) |
N at baseline: 290
Mean age, years (range): 42 (NR) |
Intervention: CCT |
36 months |
Readmission to hospital; use of community services |
Country: USA |
High risk (low quality) |
|
Segal and Burgess, 2006a (cohort) |
N at baseline: 4,146
Mean age, years (range): 30.3 (NR) |
Intervention: CCT |
6 months |
Readmission to hospital; inpatient bed-days; use of community services |
Country: Australia |
Low risk (high quality) |
|
Segal and Burgess, 2006b (cohort) |
N at baseline: 24,973
Mean age, years (range): 44.2 (NR) |
Intervention: CCT |
120 months |
Readmission to hospital; inpatient bed-days; use of community services |
Country: Australia |
Low risk (high quality) |
|
Segal, 2009 (cohort) |
N at baseline: 246
Mean age, years (range): 33.9 (NR) |
Intervention: CCT |
12 months |
Use of community services |
Country: Australia |
Low risk (high quality) |
|
Swartz, 2010 (cohort) |
N at baseline: 3576
Mean age, years (range): 41.8 (NR) |
Intervention: CCT |
96 months |
Readmission to hospital; use of community services; treatment adherence |
Country: USA |
High risk (low quality) |
|
Individual studies |
||||||
|
Burns, 2015 (prospective cohort) |
N at baseline Intervention: 165 Control: 165
Age (mean, SD) Intervention: 39.9 (SD=11.2) Control: 39.2 (SD=11.5)
Sex (male) Intervention: 110 (67%) Control: 113 (68%) |
Intervention: CTO Control: Voluntary status Section 17 leave
|
36 months |
Rate of readmission to mental health hospital, duration of readmission and number of readmissions |
Funded by National Institute for Health Research. The authors declare no competing interests.
Follow-up study of OCTET trial |
Some concerns (duration of readmission, number of readmissions)
Low (readmission) |
|
Dey, 2022 (observational comparative study) |
N at baseline Intervention: 177 Control: 149
Age (mean, SD) Intervention: 18-25 years: 44 (25%) 26-49 years: 98 (55%) 50-65 years: 35 (20%) Control: 18-25 years: 28 (19%) 26-49 years: 84 (56%) 50-65 years: 37 (25%)
Sex (male) Intervention: 108 (61%) Control: 85 (57%) |
Intervention: CTO Control: no CTO (voluntary) |
24 months |
Rehospitalisation, combined hospital bed days during rehospitalisation |
Funded by Waikato DHB mental health research fund. The authors declare no potential conflicts of interest. |
Low (all outcomes) |
|
Nakhost, 2018 (cross-sectional matched comparison study) |
N at baseline Intervention: 69 Control: 69
Age (mean, SD) Intervention: 38.4 (11.1) Control: 39.4 (10.9)
Sex (male) Intervention: 43 (62.3%) Control: 43 (62.3%) |
Intervention: CTO Control: Voluntary psychiatric outpatients |
NR |
Perceived coercion, quality of life |
Funded by the Ontario Academic Health Science Center Alternate Funding Plan Innovation Funds. The authors declare no potential conflicts of interest. |
Some concerns (all outcomes) |
|
Parker, 2021 (retrospective analysis) |
N at baseline Intervention: 248 Control: 63 Age (mean, SD) Intervention: 35.41 (12.18) Control: 33.30 (11.74)
Sex (male) Intervention: 186 (75.0%) Control: 36 (57.1%) |
Intervention: CTO - CTO (individuals whose status remained involuntary) Control: CTO > VOL (individuals whose status changes to voluntary) |
12 months |
Mental health and social functioning, hospital bed use, overactive/aggressive behavior |
One author was funded by the Mental Health Alcohol and Other Drugs Branch (Queensland). No conflicts of interest. |
Some concerns (all outcomes) |
|
Segal, 2022 (non-randomized trial) |
N at baseline Intervention: 7826 Control: 13896
Age (mean, SD) Intervention: 35. 1 (15.4) Control: 36.6 (16.5)
Sex (male) Intervention: 4500 (57.5%) Control: 7175 (51.6%) |
Intervention: CTO Control: hospitalized, non-CTO |
2 years |
Rehospitalization |
Funded by National Institute of Mental Health, USA. The authors have no conflicts of interest. |
Low (all outcomes) |
*For further details, see risk of bias table in the appendix. For the systematic review of Barnett (2018), the risk of bias was adopted from the review.
Results
1. Adverse effects (crucial)
1.1. Physical and psychological adverse events (patient/carer)
Not reported.
1.2. Death/suicide
Parker (2021) reported that five individuals (1.6%) died within one year after discharge. However, it was not reported how many of them were under CTO or not.
Burns (2015), the 36-months follow-up of the OCTET trial (Burns, 2013), reported that 13 of the 165 patients (7.9%) under CTO were deceased as compared to 7 of the 165 patients (4.2%) who were not under CTO (RR=1.86, 95%CI 0.76 to 4.54). Four of the 13 patients (30.8%) under CTO committed suicide as compared to 2 of the 7 patients (28.6%) who were not under CTO (RR=1.08, 95%CI 0.26 tot 4.49).
2. Objective effectiveness (crucial)
2.1. Symptom intensity (e.g., aggressive behavior)
Parker (2021) reported how many patients had mild/greater severity of clinical symptoms defined as a score ³ 2 on the Health of the Nation Outcome Scales (HoNOS).
Overactive/aggressive behavior
Ninety-four of the 170 patients (55.3%) who remained on a CTO at the time of discharge scored ³ 2 on overactive/aggressive behavior as compared to 23 of the 36 patients (63.9%) for patients when involuntary treatment was discontinued on or before discharge (RR=0.87, 95%CI 0.65 to 1.15).
Physical impairment
Fifty-three of the 170 patients (31.2%) who remained on a CTO at the time of discharge scored ³ 2 on physical impairment as compared to 7 of the 36 patients (19.4%) for patients when involuntary treatment was discontinued on or before discharge (RR=1.60, 95%CI 0.80 to 3.23).
Psychotic symptoms
One hundred and eighteen of the 170 patients (69.4%) who remained on a CTO at the time of discharge scored ³ 2 on psychotic symptoms as compared to 27 of the 36 patients (75%) for patients when involuntary treatment was discontinued on or before discharge (RR=0.93, 95%CI 0.75 to 1.15).
2.2. Medication use
Not reported.
3. Quality of life (important)
Nakhost (2018) measured the quality of life with the 20-item Lehman’s quality of life scale. Patients under CTO had a score of 68.85 as compared to 70.15 for patients who were not under CTO (p=0.845).
4. Satisfaction (important)
4.1. Participant/carer/professionals’ satisfaction
Not reported.
4.2. Perceived coercion
Nakhost (2018) reported perceived coercion by measuring 4 items: 1) Influence (‘What has more influence on your mental health treatment: what you want or others want?’); 2) Control (‘How much control do you have over your current mental health treatment?’); 3) Choice (‘How much is your current mental health treatment based on your choice?’); 4) Freedom. Each of these questions was assessed individually using a Likert scale from 1 to 5, where higher values represented greater perceived coercion. Patients under CTO had a mean Perceived Coercion Scale of 13.8 (SD=5.14) as compared to 10.8 (SD=4.26) for patients who were not under CTO (MD=3.00, 95%CI 1.42 to 4.58).
5. Health service contact and utilization (important)
5.1. (re)admission to hospital
5.1.1. Number of readmissions
Barnett (2018) included sixteen studies that reported the readmission to the hospital. A pooled standardized mean difference of -0.14 (95%CI -0.41 to 0.14) in readmission to the hospital was found between CCT and no CCT (Figure 5.1.1).
Figure 5.1.1. Number of readmissions to hospital for patients under CCT or not.
Burns (2015), the 36-months follow-up of the OCTET trial (Burns, 2013), reported the total number of readmissions from first discharge (set to one for patients who never left hospital). Patients under CTO (n=165) had a mean number of readmissions of 2.4 (SD=1.91) as compared to 2.2 (SD=1.43) for patients who were not under CTO (n=165) (SMD=0.12, 95%CI -0.15 to 0.39).
5.1.2. Readmission: yes or no
Three studies reported how many patients were readmitted to the hospital (Burns, 2015; Dey, 2022; Segal, 2022) (Figure 5.1.2). In total, 5313 of the 8168 patients (65.0%) under CTO had a readmission as compared to 2786 of the 14210 patients (19.6%) who were not under CTO (RR=1.58, 95%CI 0.63 to 3.97).
Figure 5.1.2. Readmission to hospital for patients under CTO or not.
Besides, Barnett (2018) included two studies that reported readmission to the hospital (Kisely, 2004; Kisely, 2005). A pooled risk ratio of 1.98 (95%CI 0.78 to 5.01) was found. However, since no raw data with the number of events for the individual studies was presented, the results could not be pooled.
5.2. Bed-days spend in hospital
Barnett (2018) included eleven studies that reported inpatient bed-days. A pooled standardized mean difference of 0.13 (95%CI 0.19 to 0.58) in bed-days spend in the hospital was found between CCT and no CCT (Figure 5.2.1). However, no raw data about the duration of rehospitalization were presented for the CCT and no CCT group, thus the results could not be pooled with the studies described below.
Figure 5.2.1 Bed-days spend in hospital.
Burns (2015), the 36-months follow-up of the OCTET trial (Burns, 2013), reported that the mean duration of readmission was 237.1 days (SD=269.09) for patients under CTO as compared to 252.1 days (SD=282.48) for patients who were not under CTO (SMD=-0.05, 95%CI -0.32 to 0.22).
Dey (2022) reported the amount of rehospitalization bed nights in the 2 years post index admission (Figure 5.2.2). The duration of rehospitalization (number of days) was only presented with percentages in a bar chart. The bar chart showed that patients under CTO had more rehospitalization bed nights as compared to patients who were not under CTO. No means with standard deviations were reported. Therefore, the results could not be pooled with the other studies.
Parker (2022) reported that patients who remained on a CTO at the time of discharge had a mean hospital bed use of 110.17 (SD=140.91) as compared to 22.16 (SD=61.49) for patients when involuntary treatment was discontinued on or before discharge (SMD=0.68, 95%CI 0.40 to 0.69).
Figure 5.2.2. Rehospitalization bed nights in the 2 years post index admission by legal status at discharge.
5.3. Compliance with medication
Barnett (2018) included two studies that reported treatment adherence (Van Doorn, 2010; Hidday, 1987). A pooled standardized mean difference of 0.91 (95%CI -0.70 to 2.51) for treatment adherence was found between CCT and no CCT. However, the outcome treatment adherence was not further defined. Therefore, it was unclear whether the treatment consisted of receiving medication or also other interventions.
5.4. Use of community services
Barnett (2018) included nine studies that reported the use of community services. A pooled standardized mean difference of 0.38 (95%CI 0.19 to 0.58) in the use of community services was found between CCT and no CCT (Figure 5.4).
Figure 5.4. Use of community services.
Dey (2022) reported the number of community follow-up contacts. In total, 61 of the 177 patients (34%) of the patients who were under CTO had >96 follow-up contacts (on average more than once of week) as compared to 46 of the 149 patients (31%) who were not under CTO (RR=1.12, 95%CI 0.81 to 1.53).
6. Social functioning (important)
6.1. Imprisonment
Burns (2015), the 36-months follow-up of the OCTET trial (Burns, 2013), reported that 1 of the 165 patients (0.6%) in the CTO-group and 1 of the 165 patients (0.6%) in the no CTO-group had a long period in prison (RR=1.00, 95%CI 0.06 to 15.85).
6.2. Police contact and arrest
Not reported.
6.3. Employment
Not reported.
6.4. Accommodation status
Not reported.
6.5. General social functioning
Parker (2021) reported the change in mental health and social functioning (Health of the Nation Outcome Scale (HoNOS)). Patients who remained on a CTO at the time of discharge had a HoNOS total Score of 13.59 (SD=8.93) as compared to 10.93 (SD=9.68) for patients when involuntary treatment was discontinued on or before discharge (MD=2.66, 95%CI 0.02 to 5.30).
6.6. Restoration of contact with carer(s)
Not reported.
Search and select
A systematic review of the literature was performed to answer the following question(s):
What is the effectiveness of providing outpatient compulsory care for patients with a mental illness?
Table 1. PICO
|
Patients |
Patients with mental illness |
|
Intervention |
Community treatment order |
|
Control |
Voluntary treatment |
|
Outcomes |
1. Adverse effects: physical and psychological adverse events (patient/carer), death/suicide (crucial) 2. Objective effectiveness: symptom intensity (e.g., aggressive behavior), medication use (crucial) 3. Quality of life (important) 4. Satisfaction: patient/ carer/ professional’ satisfaction, perceived coercion (important) 5. Health service contact and utilization: (re)admission to hospital, bed-days spend in hospital, compliance with medication (important) 6. Social functioning: specific – imprisonment, police contact and arrest, employment, accommodation status, general social functioning, restoration of contact with carer(s) (important) |
|
Other selection criteria |
Study design: systematic reviews, randomized controlled trials, observational studies. Published after: 2010 |
Relevant outcome measures
The guideline panel considered adverse effects and objective effectiveness as critical outcome measure for decision making; and quality of life, satisfaction, health service contact and utilization, social functioning as important outcome measures for decision making.
A priori, the guideline panel did not define the outcome measures listed above but used the definitions used in the studies.
For all outcome measures the guideline panel defined a 25% difference for dichotomous outcomes (0.8 ≥ RR ≥ 1.25) and 0.5 SD for continuous outcomes as a minimal clinically (patient) important difference.
Search and select (Methods)
The databases Medline (via OVID), Embase (via Embase.com), and PsycINFO (via OVID) were searched with relevant search terms from 2010 until 10 September 2024. The detailed search strategy is listed under the tab ‘Literature search strategy’. The systematic literature search resulted in 496 hits. Studies were selected based on the following criteria:
- Systematic reviews in which searches were performed in at least two databases, with a detailed search strategy, risk of bias assessment and results of individual studies available; randomized controlled trials (RCT); or observational studies;
- Full-text English or Dutch language publication; and
- Studies according to the PICO.
Initially, 496 studies were selected based on title and abstract screening. After reading the full text, 25 systematic reviews were excluded (see the exclusion table under the tab ‘Evidence tabellen’), and six were selected for inclusion: one systematic review (Barnett, 2018) and five additional studies (Burns, 2015; Dey, 2022; Nakhost, 2019; Parker, 2021; Segal, 2022).
- Barnett P, Matthews H, Lloyd-Evans B, Mackay E, Pilling S, Johnson S. Compulsory community treatment to reduce readmission to hospital and increase engagement with community care in people with mental illness: a systematic review and meta-analysis. Lancet Psychiatry. 2018 Dec;5(12):1013-1022. doi: 10.1016/S2215-0366(18)30382-1. Epub 2018 Nov 1. PMID: 30391280; PMCID: PMC6251967.
- Burns T, Yeeles K, Koshiaris C, Vazquez-Montes M, Molodynski A, Puntis S, Vergunst F, Forrest A, Mitchell A, Burns K, Rugkåsa J. Effect of increased compulsion on readmission to hospital or disengagement from community services for patients with psychosis: follow-up of a cohort from the OCTET trial. Lancet Psychiatry. 2015 Oct;2(10):881-90. doi: 10.1016/S2215-0366(15)00231-X. Epub 2015 Sep 8. PMID: 26362496.
- Dey S, Mellsop G, Obertova Z, Jenkins M. Compulsory treatment order and rehospitalisation: A New Zealand study. Australas Psychiatry. 2022 Jun;30(3):346-351. doi: 10.1177/10398562211057080. Epub 2022 Feb 1. PMID: 35100901.
- Legemaate, J., Nuijen, J., Voskes, Y., Ploem, M. C., Kroezen, M., Gerritsen, S., ... & Kroon, H. (2022). Eerste evaluatie Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg en Wet zorg en dwang, deel 2 – Doeltreffendheid en (neven) effecten. Den Haag: ZonMw, oktober 2022. 250/10/2022/Jeugd, ISBN 9789057631641. Link: https://open.overheid.nl/repository/ronl-d23535deeda8382ac01ea3c04f59cd046b69817c/1/pdf/evaluatie-wvggz-wzd-eindrapport.pdf
- Nakhost A, Sirotich F, Pridham KMF, Stergiopoulos V, Simpson AIF. Coercion in Outpatients under Community Treatment Orders: A Matched Comparison Study. Can J Psychiatry. 2018 Nov;63(11):757-765. doi: 10.1177/0706743718766053. Epub 2018 Apr 3. PMID: 29614866; PMCID: PMC6299192.
- Parker S, Arnautovska U, McKeon G, Kisely S. The association between discontinuation of community treatment orders and outcomes in the 12-months following discharge from residential mental health rehabilitation. Int J Law Psychiatry. 2021 Jan-Feb;74:101664. doi: 10.1016/j.ijlp.2020.101664. Epub 2020 Dec 11. PMID: 33316696.
- Plomp E. & Legemaate, J. Verdiepingsonderzoek - Uitvoering Wvggz: goede voorbeelden uit de praktijk. Den Haag: ZonMw, maart 2024. Link: https://www.zonmw.nl/sites/zonmw/files/2024-04/Eindrapport-Verdiepingsonderzoek-Uitvoering-Wvggz-def.pdf
- Segal SP, Rimes L, Badran L. Need for Treatment, A Less Restrictive Alternative to Hospitalization, and Treatment Provision: The Utility of Community Treatment Orders. Schizophr Bull Open. 2022 Dec 16;4(1):sgac071. doi: 10.1093/schizbullopen/sgac071. PMID: 36756191; PMCID: PMC9894024.
Risk of Bias tables for interventions studies (cohort studies based on risk of bias tool by the CLARITY Group at McMaster University)
|
Author, year |
Selection of participants
Was selection of exposed and non-exposed cohorts drawn from the same population? |
Exposure
Can we be confident in the assessment of exposure? |
Outcome of interest
Can we be confident that the outcome of interest was not present at start of study? |
Confounding-assessment
Can we be confident in the assessment of confounding factors? |
Confounding-analysis
Did the study match exposed and unexposed for all variables that are associated with the outcome of interest or did the statistical analysis adjust for these confounding variables?
|
Assessment of outcome
Can we be confident in the assessment of outcome? |
Follow up
Was the follow up of cohorts adequate? In particular, was outcome data complete or imputed?
|
Co-interventions
Were co-interventions similar between groups? |
Overall Risk of bias
|
|
Definitely yes, probably yes, probably no, definitely no |
Definitely yes, probably yes, probably no, definitely no |
Definitely yes, probably yes, probably no, definitely no |
Definitely yes, probably yes, probably no, definitely no |
Definitely yes, probably yes, probably no, definitely no |
Definitely yes, probably yes, probably no, definitely no |
Definitely yes, probably yes, probably no, definitely no |
Definitely yes, probably yes, probably no, definitely no |
Low, Some concerns, High |
|
|
Burns, 2015 |
Probably yes;
Reason: recruited from mental health hospitals in 32 trusts in England. |
Probably yes;
Reason: Derived from previous study. |
Probably yes;
Reason: Outcomes were assessed after the exposure (follow-up study of RCT). |
Probably yes;
Reason: Patient characteristics were reported. |
Probably yes;
Reason: Adjustment for stratification factors. |
Probably yes;
Reason: Derived from medical records and outcomes were predefined.
|
Probably yes;
Reason: Follow-up was adequate. Missing data was frequent. |
Probably yes;
Reason: No other interventions. |
Some concerns (duration of readmission, number of readmissions)
Low (readmission) |
|
Dey, 2022 |
Probably yes;
Reason: Recruited from the same hospital. |
Probably yes;
Reason: Derived from database. |
Probably yes;
Reason: Outcome related to exposure. |
Probably yes;
Reason: The information on predetermined variables and potential confounding variables were obtained from clinical files. |
Probably yes;
Reason: Univariate, multiple logistic and linear regression analyses were performed and adjusted for several factors. |
Probably yes;
Reason: Derived from database. |
Probably yes;
Reason: Follow-up was adequate. No missing data. |
Probably yes;
Reason: No other interventions. |
Low (all outcomes) |
|
Nakhost, 2018 |
Probably yes;
Reason: Drawn from 3 mental health centres. |
Probably yes;
Reason: identified by an administrative coordinator who maintains a database. |
Probably yes;
Reason: Outcome related to exposure. |
Probably yes;
Reason: Socio-demographic and other characteristics were reported. |
Probably yes;
Reason: Exposed and unexposed were matched, but not for all confounding factors. |
Probably yes;
Reason: Outcomes were assessed with questionnaires. |
Probably yes;
Reason: Missing data was infrequent. |
Probably no;
Reason: Intramusculair injection medication differed between groups. |
Some concerns (all outcomes) |
|
Parker, 2021 |
Probably yes;
Reason: Derived from five CGU sites. |
Probably yes;
Reason: Derived from electronic health databases. |
Probably yes;
Reason: Outcome related to exposure. |
Probably yes;
Reason: Demographic data was derived from electronic health database. |
Probably yes;
Reason: Adjustment for confounders was performed. |
Probably yes;
Reason: Derived from electronic health database. |
Probably no;
Reason: Missing data was frequent. |
Probably yes;
Reason: No other interventions. |
Some concerns (all outcomes) |
|
Segal, 2022 |
Probably yes;
Reason: Exposed and unexposed derived from same register. |
Probably yes;
Reason: Derived from register and patient records. |
Probably yes;
Reason: Outcome related to exposure. |
Probably yes;
Reason: Derived from register and patient records. |
Probably yes;
Reason: Exposed and unexposed were matched. Besides, a propensity score procedure was used in the analysis to adjust for clinical and demographic historical differences. |
Probably yes;
Reason: Adapted from register and patient records and assessed with questionnaires. |
Probably yes;
Reason: Follow-up was adequate and no missing data. |
Probably yes;
Reason: No other interventions. |
Low (all outcomes) |
Table of excluded studies
|
Reference |
Reason for exclusion |
|
Burns T, Rugkåsa J, Molodynski A, Dawson J, Yeeles K, Vazquez-Montes M, Voysey M, Sinclair J, Priebe S. Community treatment orders for patients with psychosis (OCTET): a randomised controlled trial. Lancet. 2013 May 11;381(9878):1627-33. doi: 10.1016/S0140-6736(13)60107-5. Epub 2013 Mar 26. PMID: 23537605. |
Included in Barnett (2018). |
|
Cossu G, Kalcev G, Sancassiani F, Primavera D, Gyppaz D, Zreik T, Carta MG. The long-term adherence following the end of Community Treatment Order: A systematic review. Acta Psychiatr Scand. 2024 Aug;150(2):78-90. doi: 10.1111/acps.13709. Epub 2024 May 25. PMID: 38796307. |
No RCTs included. |
|
de Waardt DA, van der Heijden FM. Gedwongen behandeling van mensen met een psychiatrische stoornis in de thuissituatie [Compulsory treatment in the community for persons in need of mental health care]. Tijdschr Psychiatr. 2017;59(4):221-228. Dutch. PMID: 28421574. |
Includes the same studies as Barnett (2018), but that review is more recent and of better quality. |
|
Kisely SR, Campbell LA. Compulsory community and involuntary outpatient treatment for people with severe mental disorders. Schizophr Bull. 2015 May;41(3):542-3. doi: 10.1093/schbul/sbv021. Epub 2015 Mar 12. PMID: 25767194; PMCID: PMC4393705. |
Includes the same studies as Barnett (2018), but that review is more recent and of better quality. |
|
Kisely SR, Campbell LA, O'Reilly R. Compulsory community and involuntary outpatient treatment for people with severe mental disorders. Cochrane Database Syst Rev. 2017 Mar 17;3(3):CD004408. doi: 10.1002/14651858.CD004408.pub5. PMID: 28303578; PMCID: PMC6464695. |
Less recent and less complete than Barnett (2018). |
|
Kisely S, Yu D, Maehashi S, Siskind D. A systematic review and meta-analysis of predictors and outcomes of community treatment orders in Australia and New Zealand. Aust N Z J Psychiatry. 2021 Jul;55(7):650-665. doi: 10.1177/0004867420954286. Epub 2020 Sep 12. PMID: 32921145. |
No RCTs included. |
|
Lam EHY, Lai ESK, Lai ECL, Lau E, Siu BWM, Tang DYY, Mok CCM, Lam M. Effect of Community Treatment Orders on Mental Health Service Usage, Emergency Visits, and Violence: a Systematic Review and Meta-Analysis. East Asian Arch Psychiatry. 2023 Jun;33(2):37-43. doi: 10.12809/eaap2246. PMID: 37400226. |
No RCTs included. |
|
Maughan D, Molodynski A, Rugkåsa J, Burns T. A systematic review of the effect of community treatment orders on service use. Soc Psychiatry Psychiatr Epidemiol. 2014 Apr;49(4):651-63. doi: 10.1007/s00127-013-0781-0. Epub 2013 Oct 18. PMID: 24136002. |
Includes the same studies as Barnett (2018), but that review is more recent and of better quality. |
|
Nakhost A, Simpson AIF, Sirotich F. Service Users' Knowledge and Views on Outpatients' Compulsory Community Treatment Orders: A Cross-Sectional Matched Comparison Study. Can J Psychiatry. 2019 Oct;64(10):726-735. doi: 10.1177/0706743719828961. Epub 2019 Mar 20. PMID: 30895806; PMCID: PMC6783670. |
No raw data presented. |
|
Patel MX, Matonhodze J, Baig MK, Taylor D, Szmukler G, David AS. Naturalistic outcomes of community treatment orders: antipsychotic long-acting injections versus oral medication. J Psychopharmacol. 2013 Jul;27(7):629-37. doi: 10.1177/0269881113486717. Epub 2013 May 15. PMID: 23676196. |
Wrong comparison. |
|
Patterson T, Mullen R, Gale C, Gray A. Compulsory community treatment and patients' perception of recovery in schizophrenia. Australas Psychiatry. 2011 Oct;19(5):431-433. doi: 10.1080/10398562.2011.603330. Epub 2011 Sep 17. PMID: 21923479. |
Wrong outcome; no raw data presented. |
|
Phelan JC, Sinkewicz M, Castille DM, Huz S, Muenzenmaier K, Link BG. Effectiveness and outcomes of assisted outpatient treatment in New York State. Psychiatr Serv. 2010 Feb;61(2):137-43. doi: 10.1176/ps.2010.61.2.137. Erratum in: Psychiatr Serv. 2010 May;61(5):494. Muenzenmaier, Kristina [added]. PMID: 20123818. |
No raw data presented. |
|
Puntis SR, Rugkåsa J, Burns T. Associations between compulsory community treatment and continuity of care in a three year follow-up of the Oxford Community Treatment Order Trial (OCTET) cohort. BMC Psychiatry. 2017 Apr 28;17(1):151. doi: 10.1186/s12888-017-1319-x. PMID: 28454533; PMCID: PMC5410081. |
Wrong outcome. |
|
Schneeberger AR, Huber CG, Lang UE, Muenzenmaier KH, Castille D, Jaeger M, Seixas A, Sowislo J, Link BG. Effects of assisted outpatient treatment and health care services on psychotic symptoms. Soc Sci Med. 2017 Feb;175:152-160. doi: 10.1016/j.socscimed.2017.01.007. Epub 2017 Jan 6. PMID: 28092756. |
Wrong outcomes; no raw data presented. |
|
Segal SP. Hospital Utilization Outcomes Following Assignment to Outpatient Commitment. Adm Policy Ment Health. 2021 Nov;48(6):942-961. doi: 10.1007/s10488-021-01112-y. Epub 2021 Feb 3. PMID: 33534072; PMCID: PMC8329100. |
No raw data presented. |
|
Segal SP, Badran L, Rimes L. Accessing acute medical care to protect health: the utility of community treatment orders. Gen Psychiatr. 2022 Dec 16;35(6):e100858. doi: 10.1136/gpsych-2022-100858. PMID: 36654668; PMCID: PMC9764604. |
Wrong outcome. |
|
Segal SP, Hayes SL, Rimes L. The utility of outpatient commitment: acute medical care access and protecting health. Soc Psychiatry Psychiatr Epidemiol. 2018 Jun;53(6):597-606. doi: 10.1007/s00127-018-1510-5. Epub 2018 Apr 6. PMID: 29626237; PMCID: PMC7336898. |
Wrong outcome; no raw data presented. |
|
Simon J, Mayer S, Łaszewska A, Rugkåsa J, Yeeles K, Burns T, Gray A. Cost and quality-of-life impacts of community treatment orders (CTOs) for patients with psychosis: economic evaluation of the OCTET trial. Soc Psychiatry Psychiatr Epidemiol. 2021 Jan;56(1):85-95. doi: 10.1007/s00127-020-01919-4. Epub 2020 Jul 27. PMID: 32719905; PMCID: PMC7847440. |
Wrong outcome. |
|
Suetani S, Foo E, Wilson D. We need to talk about depot: effect of Community Treatment Order on depot antipsychotic medication compliance. Australas Psychiatry. 2014 Aug;22(4):357-359. doi: 10.1177/1039856214539859. Epub 2014 Jun 11. PMID: 24919833. |
Wrong outcome; no raw data presented. |
Beoordelingsdatum en geldigheid
Publicatiedatum : 02-07-2026
Beoordeeld op geldigheid : 02-07-2026
Algemene gegevens
De ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule werd ondersteund door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (www.demedischspecialist.nl/kennisinstituut) en werd gefinancierd door de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS). De financier heeft geen enkele invloed gehad op de inhoud van de richtlijnmodule.
Samenstelling werkgroep
Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is in 2023 een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van alle relevante specialismen (zie hiervoor de ‘Samenstelling van de werkgroep’) die betrokken zijn bij de preventie van, de besluitvorming over en de toepassing van verplichte zorg in de psychiatrie en de verslavingszorg in Nederland.
Werkgroep
- Dhr. E.J.D. (Elnathan) Prinsen (voorzitter), psychiater, namens de NVvP
- Mevr. C. (Carolien) Bakker, jurist, namens de Nederlandse ggz
- Dhr. C.J. (Chris) Bavinck, psychiater en geneesheer-directeur, namens de NVvP
- Dhr. P. (Paul) Doedens, verpleegkundige, onderzoeker en docent, namens V&VN
- Dhr. M.U. (Maarten) van Grevenstein, psychiater en geneesheer-directeur, namens de NVvP
- Dhr. A.G. (Rob) Havermans, psychiater en geneesheer-directeur, namens de NVvP
- Mevr. M. (Margot) Klooster, juridisch beleidsadviseur, namens de NVvP (per januari 2025)
- Mevr. K.M. (Kathelijne) Koorengevel, psychiater en geneesheer-directeur, namens de NVvP (per januari 2025)
- Dhr. A. (Arjen) Neven, psychiater, namens de NVvP
- Mevr. E. (Evi) Peters Rit, klinisch geriater, namens de NVKG (tot juni 2024)
- Mevr. M. (Maaike) Philippi, klinisch psycholoog, namens het NIP
- Dhr. P. (Peter) Pierik, patiëntvertegenwoordiging, namens MIND (tot juli 2024)
- Mevr. H. (Heleen) Schaffels, psychiater en geneesheer-directeur, namens de NVvP
- Dhr. E.P.K. (Erik) Sikkens, psychiater en geneesheer-directeur, namens de NVvP
- Mevr. M. (Mirjam) van Til, verpleegkundig specialist, namens V&VN
- Mevr. G.L. (Laura) Treurniet, patiëntvertegenwoordiger, namens MIND (per november 2024)
- Mevr. Y. (Yolande) Voskes, universitair docent medische ethiek, op persoonlijke titel
- Mevr. M.C.G. (Marja) van der Zanden, patiëntvertegenwoordiger, namens MIND
Klankbordgroep
- Dhr. J.W. (Jan Willem) de Boer, medisch manager ambulancezorg/ ziekenhuispsychiater, namens Ambulance zorg Nederland
- Dhr. D. (David) Baden, spoedeisendehulparts, namens de NVSHA
- Mevr. A. (Anneke) Huson, beleidsadviseur, namens Landelijke Stichting Familievertrouwenspersonen
- Mevr. M. (Marjo) Markx, naastenvertegenwoordiger, namens MIND
- Dhr. H. (Hans) Mollen, patiëntvertegenwoordiger, namens MIND
- Mevr. R.P. (Robinetta) de Roode, senior-jurist, namens Stichting PVP (patiëntenvertrouwenspersonen in de ggz)
- Dhr. H. (Hans) Slijpen, accountmanager gezondheidszorg, namens de Nederlandse Politie (tot oktober 2025)
- Mevr. M. (Marieke) Zeeman, internist, namens de NIV
Met ondersteuning van
- Mevr. C.T.J. (Charlotte) Michels, senior adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
- Mevr. B. (Beatrix) Vogelaar, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
- Mevr. L.C. (Laura) van Wijngaarden, junior adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
Belangenverklaringen
Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.
Tabel 1. Gemelde (neven)functies en belangen werkgroep
|
Naam |
Hoofdfunctie |
Nevenwerkzaamheden |
Persoonlijke financiële belangen |
Persoonlijke relaties |
Extern gefinancierd onderzoek |
Intellectuele belangen en reputatie |
Overige belangen |
Datum |
Restrictie |
|
Prinsen, Elnathan |
Psychiater en lid raad van het bestuur, Parnassia groep |
*Lid kamer psychiatrie van de Stichting BOLS. *Voorzitter Opleidings- en Onderwijsregio Den Haag/Leiden. *Lid winning team Verkennend Gesprek/ Mentale gezondheidscentra dNggz. *Psychiater Leo Kannerhuis (onderdeel PG), Oosterbeek. * OVV Begeleidingscommissie (sept 2024). Onderzoek naar de veiligheid van mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen, een vervolg op: Zorg voor veiligheid - Veiligheid van mensen met een ernstige psychische aandoening en hun omgeving - Onderzoeksraad voor Veiligheid. |
Hoofdstukken geschreven over psychiatrie en recht en specifiek de Wvggz in verschillende boeken, waar er bij één een kleine vergoeding is betaald.
|
Geen |
Geen |
*Veel gepubliceerd en gepresenteerd (en doe dat nog) over gedwongen zorg, dwangbehandeling en dan zowel de juridische- als de ethische aspecten. *Als voorzitter van de commissie wet- en regelgeving en later van de NVvP betrokken geweest bij de totstandkoming van de wet verplichte GGZ. Vanuit deze positie ook deelgenomen aan rondetafelbijeenkosmten in de 2e kamer en ook aan een expertmeeting in de 1e kamer. Ook heb ik in de media frequent kritiek geuit op de wet. *Momenteel bestuurder van een grote GGZ-instelling waar ook gedwongen zorg geleverd wordt. |
Geen |
08-04-2024 |
Geen restrictie |
|
Bakker, Carolien |
Juridisch adviseur, de Nederlandse ggz |
Lid redactie JGGZR (onbetaald). |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
12-03-2024 |
Geen restrictie |
|
Bavinck, Chris |
Psychiater en geneesheer-directeur, GGz Centraal, Amersfoort |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
21-02-2024 |
Geen restrictie |
|
Doedens, Paul |
* Verpleegkundige, postdoc onderzoeker & principal nurse educator, Amsterdam UMC (0.8 fte) * Docent-onderzoeker, Hogeschool van Amsterdam (0.2 fte) |
Sarcina Hortis: Eigenaar eenmanszaak (KvK: 61018953). Betaalde opdrachten op het gebied van onderwijs, advies en training in de gezondheidszorg sinds 2014 bij: - Arkin - Bohn Stafleu van Loghum - Cordaan - GGZ Oostbrabant - NCOI Groep - Noordhoff Health - Vereniging van Nederlandse Reflexzonetherapeuten - Hogeschool van Amsterdam - SDU Nurse Academy: Redactielid (betaald) V&VN: Commissielid, V&V Rookvrij (onbetaald) Stichting Vakantiespelen: * Bestuurslid (onbetaald) * Vereniging Beheer mandelig terrein Paktuinen gelegen achter nummer 27 t/m 35 (oneven nummers) * Voorzitter (onbetaald) Pointer: Spreker (eenmalig) in uitzending van Pointer over separaties in de GGZ. |
Geen |
Geen |
Ik neem geen deel aan extern gefinancierd onderzoek, alleen heb ik een beurs ontvangen van mijn werkgever om postdoctoraal onderzoek mee te doen. |
Geen |
Geen |
05-02-2024 |
Geen restrictie |
|
van Grevenstein, Maarten |
* Kinder- en jeugdpsychiater en geneesheer directeur, Karakter (betaald) * Lid van de NVVP, afdeling geneesheer directeuren, afdeling kinder- en jeugdpsychiatrie, platform digitalisering (onbetaald). * Lid van de commissie wet- en regelgeving (CWER) (onbetaald). |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
31-01-2024 |
Geen restrictie |
|
Havermans, Rob |
Geneesheer-directeur, Mondriaan |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
30-01-2024 |
Geen restrictie |
|
Klooster, Margot (per januari 2025) |
Juridisch beleidsadviseur NVvP |
Gastdocent Recht en Ethiek aan Radboud Centrum voor Sociale Wetenschappen (enkele keren per jaar). |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
04-02-2025 |
Geen restrictie |
|
Koorengevel, Kathelijne (per januari 2025) |
Psychiater en geneesheer-directeur, Erasmus MC, afdeling Psychiatrie |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
03-04-2025 |
Geen restrictie |
|
Neven, Arjen |
Psychiater, Fivoor FPA Utrecht |
*Prelum *NVvP Leidraad over verplichte zorg bij verslaving (lid commissie, onbetaald) |
Geen |
Geen |
Geen |
Ik geef verschillende presentaties over verplichte zorg bij verslaving, o.a. bij verslavingsartsen in opleiding, het leertraject verslavingspsychiatrie van het Radboud MC, rechters en Officieren van Justitie en de afd. geneesheren-directeur van de NVvP. |
Geen |
30-01-2024 |
Geen restrictie |
|
Peters Rit, Evi (tot juni 2024) |
Klinisch Geriater, Reinier de Graaf Gasthuis (betaald). Klinisch, poliklinisch en consulterend werk in het ziekenhuis. |
Lid werkgroep Wet Zorg en Dwang, NVKG (onbetaald) |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
31-01-2024 |
Geen restrictie |
|
Philippi, Maaike |
Directeur behandeling, CTP Veldzicht |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
06-03-2024 |
Geen restrictie |
|
Pierik, Peter (tot juli 2024) |
*Mediant 36u p/w Ervaringswerker *Saxion 8u p/w Docent Ad Ervaringsdeskundigheid *Patiëntvertegenwoordiger MIND |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
10-03-2024
|
Geen restrictie |
|
Schaffels, Heleen |
Psychiater en geneesheer-directeur, GGZinGeest, Amsterdam |
Lid van klachtencommissie Zuid Holland noord |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
14-02-2024 |
Geen restrictie |
|
Sikkens, Erik |
Psychiater, Arkin GGZ (24 uur) en FPC Oostvaarderskliniek (16 uur) |
Eigen praktijk via 1nP (2-4 uur) *Docent SSR *Docent OSR *Docent St. PVP |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
11-03-2024 |
Geen restrictie |
|
van Til, Mirjam |
Verpleegkundig Specialist, Geestelijke Gezondheidszorg Stichting Arkin |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
12-02-2024 |
Geen restrictie |
|
Treurniet, Laura (per november 2024) |
Patiëntvertegen woordiger MIND |
Onderzoeksstagair WKZ Utrecht |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
25-10-2024 |
Geen restrictie |
|
Voskes, Yolande |
*Universitairs docent te Amsterdam UMC; *Senior onderzoeker GGZ Breburg |
Voorzitter Stichting HIC&ART |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
02-04-2024
|
Geen restrictie |
|
van der Zanden, Marja |
Patiëntvertegen woordiger MIND |
Lid redactieraad Journaal GGZ en Recht Plus |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
05-03-2024 |
Geen restrictie |
Inbreng patiëntenperspectief
De werkgroep besteedde aandacht aan het patiënten- en naastenperspectief door afgevaardigden van de patiëntvereniging MIND te betrekken in de werkgroep en klankbordgroep. De verkregen input is meegenomen bij het opstellen van de uitgangsvragen, de keuze voor de uitkomstmaten en het opstellen van de overwegingen (zie kop ‘Waarden en voorkeuren van patiënten’). De conceptrichtlijn is tevens voor commentaar voorgelegd aan MIND, Stichting Patiëntenvertrouwenspersonen (PVP) en Landelijke Stichting Familievertrouwenspersonen en de eventueel aangeleverde commentaren zijn bekeken en verwerkt door de werkgroep.
Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz
Module |
Uitkomst raming |
Toelichting |
|
Module Ambulant verplichte zorg |
Geen financiële gevolgen |
Hoewel uit de toetsing volgt dat de aanbevelingen breed toepasbaar zijn (>40.000 patiënten), volgt ook uit de toetsing dat het geen nieuwe manier van zorgverlening of andere organisatie van zorgverlening betreft. Er worden daarom geen substantiële financiële gevolgen verwacht. |
Werkwijze
Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze. Relevante informatie voor de ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule is hieronder weergegeven.
Zoekverantwoording
Literature search strategy
Embase.com
|
No. |
Query |
Results |
|
#1 |
((community NEAR/2 treatment NEAR/2 order*):ti,ab,kw) OR ((('community treatment' OR 'community mental health') NEAR/4 (order* OR compuls* OR coerc* OR involunta* OR 'in volunta*' OR mandator*)):ti,ab,kw) OR (((compuls* OR coerc* OR involunta* OR 'in volunta*' OR mandator*) NEAR/3 (outpatient* OR 'out patient*') NEAR/3 (treatment* OR care)):ti,ab,kw) OR (((outpatient OR 'out patient') NEAR/2 commitment*):ti,ab,kw) OR (('mandatory program'/de OR ctos:ti,ab,kw) AND ('mental disease'/exp OR 'mental health'/exp OR 'mental health care'/exp OR 'mental patient'/exp OR 'psychiatry'/exp OR ((mental* NEAR/3 (disease* OR disorder* OR ill* OR problem* OR health* OR patient* OR department*)):ti,ab,kw) OR psychot*:ti,ab,kw OR psychos*:ti,ab,kw OR psychiatr*:ti,ab,kw)) |
1288 |
|
#2 |
#1 NOT ('conference abstract'/it OR 'editorial'/it OR 'letter'/it OR 'note'/it) NOT (('animal'/exp OR 'animal experiment'/exp OR 'animal model'/exp OR 'nonhuman'/exp) NOT 'human'/exp) |
1000 |
|
#3 |
#2 AND [2010-2024]/py |
510 |
|
#4 |
'meta analysis'/exp OR 'meta analysis (topic)'/exp OR metaanaly*:ti,ab OR 'meta analy*':ti,ab OR metanaly*:ti,ab OR 'systematic review'/de OR 'cochrane database of systematic reviews'/jt OR prisma:ti,ab OR prospero:ti,ab OR (((systemati* OR scoping OR umbrella OR 'structured literature') NEAR/3 (review* OR overview*)):ti,ab) OR ((systemic* NEAR/1 review*):ti,ab) OR (((systemati* OR literature OR database* OR 'data base*') NEAR/10 search*):ti,ab) OR (((structured OR comprehensive* OR systemic*) NEAR/3 search*):ti,ab) OR (((literature NEAR/3 review*):ti,ab) AND (search*:ti,ab OR database*:ti,ab OR 'data base*':ti,ab)) OR (('data extraction':ti,ab OR 'data source*':ti,ab) AND 'study selection':ti,ab) OR ('search strategy':ti,ab AND 'selection criteria':ti,ab) OR ('data source*':ti,ab AND 'data synthesis':ti,ab) OR medline:ab OR pubmed:ab OR embase:ab OR cochrane:ab OR (((critical OR rapid) NEAR/2 (review* OR overview* OR synthes*)):ti) OR ((((critical* OR rapid*) NEAR/3 (review* OR overview* OR synthes*)):ab) AND (search*:ab OR database*:ab OR 'data base*':ab)) OR metasynthes*:ti,ab OR 'meta synthes*':ti,ab |
1059738 |
|
#5 |
'clinical trial'/exp OR 'randomization'/exp OR 'single blind procedure'/exp OR 'double blind procedure'/exp OR 'crossover procedure'/exp OR 'placebo'/exp OR 'prospective study'/exp OR rct:ab,ti OR random*:ab,ti OR 'single blind':ab,ti OR 'randomised controlled trial':ab,ti OR 'randomized controlled trial'/exp OR placebo*:ab,ti |
4102638 |
|
#6 |
'major clinical study'/de OR 'clinical study'/de OR 'case control study'/de OR 'family study'/de OR 'longitudinal study'/de OR 'retrospective study'/de OR 'prospective study'/de OR 'comparative study'/de OR 'cohort analysis'/de OR ((cohort NEAR/1 (study OR studies)):ab,ti) OR (('case control' NEAR/1 (study OR studies)):ab,ti) OR (('follow up' NEAR/1 (study OR studies)):ab,ti) OR (observational NEAR/1 (study OR studies)) OR ((epidemiologic NEAR/1 (study OR studies)):ab,ti) OR (('cross sectional' NEAR/1 (study OR studies)):ab,ti) |
8396442 |
|
#7 |
'case control study'/de OR 'comparative study'/exp OR 'control group'/de OR 'controlled study'/de OR 'controlled clinical trial'/de OR 'crossover procedure'/de OR 'double blind procedure'/de OR 'phase 2 clinical trial'/de OR 'phase 3 clinical trial'/de OR 'phase 4 clinical trial'/de OR 'pretest posttest design'/de OR 'pretest posttest control group design'/de OR 'quasi experimental study'/de OR 'single blind procedure'/de OR 'triple blind procedure'/de OR (((control OR controlled) NEAR/6 trial):ti,ab,kw) OR (((control OR controlled) NEAR/6 (study OR studies)):ti,ab,kw) OR (((control OR controlled) NEAR/1 active):ti,ab,kw) OR 'open label*':ti,ab,kw OR (((double OR two OR three OR multi OR trial) NEAR/1 (arm OR arms)):ti,ab,kw) OR ((allocat* NEAR/10 (arm OR arms)):ti,ab,kw) OR placebo*:ti,ab,kw OR 'sham-control*':ti,ab,kw OR (((single OR double OR triple OR assessor) NEAR/1 (blind* OR masked)):ti,ab,kw) OR nonrandom*:ti,ab,kw OR 'non-random*':ti,ab,kw OR 'quasi-experiment*':ti,ab,kw OR crossover:ti,ab,kw OR 'cross over':ti,ab,kw OR 'parallel group*':ti,ab,kw OR 'factorial trial':ti,ab,kw OR ((phase NEAR/5 (study OR trial)):ti,ab,kw) OR ((case* NEAR/6 (matched OR control*)):ti,ab,kw) OR ((match* NEAR/6 (pair OR pairs OR cohort* OR control* OR group* OR healthy OR age OR sex OR gender OR patient* OR subject* OR participant*)):ti,ab,kw) OR ((propensity NEAR/6 (scor* OR match*)):ti,ab,kw) OR versus:ti OR vs:ti OR compar*:ti OR ((compar* NEAR/1 study):ti,ab,kw) OR (('major clinical study'/de OR 'clinical study'/de OR 'cohort analysis'/de OR 'observational study'/de OR 'cross-sectional study'/de OR 'multicenter study'/de OR 'correlational study'/de OR 'follow up'/de OR cohort*:ti,ab,kw OR 'follow up':ti,ab,kw OR followup:ti,ab,kw OR longitudinal*:ti,ab,kw OR prospective*:ti,ab,kw OR retrospective*:ti,ab,kw OR observational*:ti,ab,kw OR 'cross sectional*':ti,ab,kw OR cross?ectional*:ti,ab,kw OR multicent*:ti,ab,kw OR 'multi-cent*':ti,ab,kw OR consecutive*:ti,ab,kw) AND (group:ti,ab,kw OR groups:ti,ab,kw OR subgroup*:ti,ab,kw OR versus:ti,ab,kw OR vs:ti,ab,kw OR compar*:ti,ab,kw OR 'odds ratio*':ab OR 'relative odds':ab OR 'risk ratio*':ab OR 'relative risk*':ab OR 'rate ratio':ab OR aor:ab OR arr:ab OR rrr:ab OR ((('or' OR 'rr') NEAR/6 ci):ab))) |
15374758 |
|
#8 |
#3 AND #4 - SR |
55 |
|
#9 |
#3 AND #5 NOT #8 - RCT |
60 |
|
#10 |
#3 AND (#6 OR #7) NOT (#8 OR #9) - observationeel |
178 |
|
#11 |
#8 OR #9 OR #10 |
293 |
Ovid/Medline
|
# |
Searches |
Results |
|
1 |
((community adj2 treatment adj2 order*) or (('community treatment' or 'community mental health') adj4 (order* or compuls* or coerc* or involunta* or 'in volunta*' or mandator*)) or ((compuls* or coerc* or involunta* or 'in volunta*' or mandator*) adj3 (outpatient* or 'out patient*') adj3 (treatment* or care)) or ((outpatient or 'out patient') adj2 commitment*)).ti,ab,kf. or ((exp mandatory programs/ or ctos.ti,ab,kf.) and (exp Mental Disorders/ or exp Mental Health/ or exp Mental Health Services/ or exp Mentally Ill Persons/ or exp Psychiatry/ or (mental* adj3 (disease* or disorder* or ill* or problem* or health* or patient* or department*)).ti,ab,kf. or psychot*.ti,ab,kf. or psychos*.ti,ab,kf. or psychiatr*.ti,ab,kf.)) |
2204 |
|
2 |
1 not (comment/ or editorial/ or letter/) not ((exp animals/ or exp models, animal/) not humans/) |
2006 |
|
3 |
limit 2 to yr="2010 -Current" |
808 |
|
4 |
meta-analysis/ or meta-analysis as topic/ or (metaanaly* or meta-analy* or metanaly*).ti,ab,kf. or systematic review/ or cochrane.jw. or (prisma or prospero).ti,ab,kf. or ((systemati* or scoping or umbrella or "structured literature") adj3 (review* or overview*)).ti,ab,kf. or (systemic* adj1 review*).ti,ab,kf. or ((systemati* or literature or database* or data-base*) adj10 search*).ti,ab,kf. or ((structured or comprehensive* or systemic*) adj3 search*).ti,ab,kf. or ((literature adj3 review*) and (search* or database* or data-base*)).ti,ab,kf. or (("data extraction" or "data source*") and "study selection").ti,ab,kf. or ("search strategy" and "selection criteria").ti,ab,kf. or ("data source*" and "data synthesis").ti,ab,kf. or (medline or pubmed or embase or cochrane).ab. or ((critical or rapid) adj2 (review* or overview* or synthes*)).ti. or (((critical* or rapid*) adj3 (review* or overview* or synthes*)) and (search* or database* or data-base*)).ab. or (metasynthes* or meta-synthes*).ti,ab,kf. |
773590 |
|
5 |
exp clinical trial/ or randomized controlled trial/ or exp clinical trials as topic/ or randomized controlled trials as topic/ or Random Allocation/ or Double-Blind Method/ or Single-Blind Method/ or (clinical trial, phase i or clinical trial, phase ii or clinical trial, phase iii or clinical trial, phase iv or controlled clinical trial or randomized controlled trial or multicenter study or clinical trial).pt. or random*.ti,ab. or (clinic* adj trial*).tw. or ((singl* or doubl* or treb* or tripl*) adj (blind$3 or mask$3)).tw. or Placebos/ or placebo*.tw. |
2776072 |
|
6 |
Epidemiologic studies/ or case control studies/ or exp cohort studies/ or Controlled Before-After Studies/ or Case control.tw. or cohort.tw. or Cohort analy$.tw. or (Follow up adj (study or studies)).tw. or (observational adj (study or studies)).tw. or Longitudinal.tw. or Retrospective*.tw. or prospective*.tw. or consecutive*.tw. or Cross sectional.tw. or Cross-sectional studies/ or historically controlled study/ or interrupted time series analysis/ [Onder exp cohort studies vallen ook longitudinale, prospectieve en retrospectieve studies] |
4824634 |
|
7 |
Case-control Studies/ or clinical trial, phase ii/ or clinical trial, phase iii/ or clinical trial, phase iv/ or comparative study/ or control groups/ or controlled before-after studies/ or controlled clinical trial/ or double-blind method/ or historically controlled study/ or matched-pair analysis/ or single-blind method/ or (((control or controlled) adj6 (study or studies or trial)) or (compar* adj (study or studies)) or ((control or controlled) adj1 active) or "open label*" or ((double or two or three or multi or trial) adj (arm or arms)) or (allocat* adj10 (arm or arms)) or placebo* or "sham-control*" or ((single or double or triple or assessor) adj1 (blind* or masked)) or nonrandom* or "non-random*" or "quasi-experiment*" or "parallel group*" or "factorial trial" or "pretest posttest" or (phase adj5 (study or trial)) or (case* adj6 (matched or control*)) or (match* adj6 (pair or pairs or cohort* or control* or group* or healthy or age or sex or gender or patient* or subject* or participant*)) or (propensity adj6 (scor* or match*))).ti,ab,kf. or (confounding adj6 adjust*).ti,ab. or (versus or vs or compar*).ti. or ((exp cohort studies/ or epidemiologic studies/ or multicenter study/ or observational study/ or seroepidemiologic studies/ or (cohort* or 'follow up' or followup or longitudinal* or prospective* or retrospective* or observational* or multicent* or 'multi-cent*' or consecutive*).ti,ab,kf.) and ((group or groups or subgroup* or versus or vs or compar*).ti,ab,kf. or ('odds ratio*' or 'relative odds' or 'risk ratio*' or 'relative risk*' or aor or arr or rrr).ab. or (("OR" or "RR") adj6 CI).ab.)) |
5782218 |
|
8 |
3 and 4 - SR |
59 |
|
9 |
(3 and 5) not 8 - RCT |
87 |
|
10 |
(3 and (6 or 7)) not (8 or 9) - observationeel |
171 |
|
11 |
8 or 9 or 10 |
317 |
Ovid/Psycinfo
|
# |
Searches |
Results |
|
1 |
exp outpatient commitment/ or (community adj2 treatment adj2 order*).ti,ab,id. or (('community treatment' or 'community mental health') adj4 (order* or compuls* or coerc* or involunta* or 'in volunta*' or mandator*)).ti,ab,id. or ((compuls* or coerc* or involunta* or 'in volunta*' or mandator*) adj3 (outpatient* or 'out patient*') adj3 (treatment* or care)).ti,ab,id. or ((outpatient or 'out patient') adj2 commitment*).ti,ab,id. |
862 |
|
2 |
limit 1 to yr="2010 -Current" |
430 |
|
3 |
((literature review or systematic review or meta analysis).md. or "literature review"/ or meta analysis/ or (((meta adj2 analy*) or metaanaly* or (synthes* adj2 (literature* or research* or studies or data)) or (pooled and analys*) or ((data adj1 pool*) and studies) or medline or medlars or embase or cinahl or scisearch or psychlit or psyclit or cinhal or cancerlit or cochrane or bids or pubmed or ovid or ((hand or manual or database* or computer*) adj1 search*) or (electronic adj1 (database* or data base or data bases))).ti,ab,id. or (review* or overview).ti. or (bibliograph* or relevant journals or ((review* or overview*) adj9 (systematic* or methodologic* or quantitativ* or research* or literature* or studies or trial* or effective*))).ab.)) not (((retrospective* or record* or case* or patient*) adj1 review*) or ((patient* or review*) adj1 chart*)).ti,ab,id. |
501519 |
|
4 |
exp clinical trial/ or randomized controlled trial/ or randomized controlled trials as topic/ or Random Allocation/ or Double-Blind Method/ or Single-Blind Method/ or (clinical trial, phase i or clinical trial, phase ii or clinical trial, phase iii or clinical trial, phase iv or controlled clinical trial or randomized controlled trial or multicenter study or clinical trial).pt. or random*.ti,ab. or (clinic* adj trial*).tw. or ((singl* or doubl* or treb* or tripl*) adj (blind$3 or mask$3)).tw. or Placebos/ or placebo*.tw. |
306998 |
|
5 |
Epidemiologic studies/ or case control studies/ or exp Cohort Analysis/ or Controlled Before-After Studies/ or Case control.tw. or cohort*.tw. or Cohort analy$.tw. or (Follow up adj (study or studies)).tw. or (observational adj (study or studies)).tw. or Longitudinal.tw. or Retrospective*.tw. or prospective*.tw. or consecutive*.tw. or Cross sectional.tw. or Cross-sectional studies/ or historically controlled study/ or interrupted time series analysis/ |
493734 |
|
6 |
2 and 3 - SR |
72 |
|
7 |
(2 and 4) not 6 - RCT |
49 |
|
8 |
(2 and 5) not (6 or 7) - observationeel |
56 |
|
9 |
6 or 7 or 8 |
177 |




