Verplichte zorg in de ggz

Initiatief: NVvP psychiatrie Aantal modules: 11

Samenloop Wvggz met andere wetgeving

Publicatiedatum: 02-07-2026
Beoordeeld op geldigheid: 02-07-2026

Uitgangsvraag

Hoe verhoudt de Wvggz zich tot andere wetgeving in de gezondheidszorg?

Aanbeveling

Aanbeveling-1 Wvggz – Jeugdwet

Gebruik binnen de kinder- en jeugdpsychiatrie de Wvggz, en niet de jeugdwet, als juridisch kader indien sprake is van verzet tegen interventies die noodzakelijk zijn ter afwending van ernstig nadeel voortkomend uit een psychische stoornis.

Doe dat ook bij:

  • Minderjarigen (<12 jaar) met een psychische stoornis, als vanwege instemming van de vertegenwoordigers er in juridische zin geen sprake is van verplichte zorg. Laat op basis van goed-hulpverlenerschap het verzet van deze patiënten wel meewegen in de beslissing om een vrijheidsbeperkende interventie of gedwongen behandeling wel of niet uit te voeren, ook al is er toestemming van de vertegenwoordiger. Het is van belang dat de zorg wel moet voldoen aan de uitgangspunten van de Wvggz, zoals het causaliteitsprincipe.
  • Minderjarigen (<18 jaar) met complexe, meervoudige problematiek indien de psychische stoornis voorliggend is. Betrek bij het bepalen van de voorliggendheid de zorgbehoefte en het belang van effectiviteit en continuïteit van zorg.

Vraag bij twijfel over het juridisch kader advies aan de geneesheer-directeur en/of de jurist gezondheidsrecht en kies de rechtsbepaling die de beste bescherming en zorg biedt aan de minderjarige patiënt.

 

Betracht bij toepassing van verplichte zorg bij kinderen en jeugdigen extra zorgvuldigheid en terughoudendheid. Beoordeel daarbij de nadelige effecten op lange termijn op de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling en de deelname aan het maatschappelijk leven.

 

Bij voorkeur heeft de zorgverantwoordelijke specifieke deskundigheid op het terrein van de kinder- en jeugdpsychiatrie. Indien dat niet het geval is, betrek dan een behandelaar met die deskundigheid bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van de verplichte zorg.

 

Aanbeveling-2 Wvggz – Wet zorg en dwang (Wzd)

Indien een patiënt zowel een psychische stoornis als een verstandelijke beperking of psychogeriatrische aandoening heeft, geef in de medische verklaring aan welke aandoening voorliggend is.

  • Bepaal daartoe welke aandoening op dat moment op de voorgrond staat en daarmee tot een specifieke zorgbehoefte leidt.
  • Laat daarbij het belang van continuïteit van zorg in een vertrouwde omgeving meewegen.

Maak binnen de regio bestuurlijke afspraken over consultatiemogelijkheden, aanmeldprocedures en beschikbaarheid van passende bedden, zowel voor spoedprocedures (crisismaatregel of inbewarinstelling) als geplande opnames (met een zorgmachtiging of rechterlijke machtiging).

 

Indien plaatsing tot problemen leidt vanwege wachtlijsten of een lacune in het zorgaanbod:

  • Agendeer dit in samenspraak met het zorgkantoor op een regiotafel waar moeilijk plaatsbare personen besproken kunnen worden met de verantwoordelijke partijen.

Aanbeveling-3 Wvggz – Wet forensische zorg (Wfz)

Organiseer dat de voorbereiding Art 2.3 Wet forensische zorg (Wfz) zorgmachtiging wordt gedaan door een zorgverantwoordelijke en psychiater met voldoende ervaring met het inschatten van veiligheidsrisico’s en de daarbij passende behandelsetting.

Overwegingen

Overzichtstabel samenhang Wvggz met andere wetgeving

In Tabel 1 is een overzicht weergeven van relevante wetten voor zover relevant voor de samenloop met de Wvggz in de praktijk. Deze tabel biedt geen volledig overzicht, maar is bedoeld ter aanvulling op de beschrijving in de tekst.

 

Samenloop van de wetten in de praktijk en ervaren knelpunten

Wvggz en Wgbo

De Wgbo is van toepassing op handelingen op het gebied van de geneeskunst. Deze wet regelt de juridische relatie tussen patiënt en hulpverlener en beschrijft hun rechten en plichten. Meer specifiek worden daarbij geregeld:

  • de totstandkoming en beëindiging van de geneeskundige behandelingsovereenkomst;
  • de plicht om de patiënt te informeren en toestemming te vragen voor behandeling (informed consent);
  • de vertegenwoordiging van patiënten die wilsonbekwaam zijn;
  • de dossierplicht van de hulpverlener en het recht van de patiënt op inzage in en vernietiging van het dossier;
  • de geheimhoudingplicht;
  • de verplichting tot goede zorgverlening.

De Wgbo betreft in de regel vrijwillige zorg, die wordt verleend op basis van een behandelingsovereenkomst. De Wvggz daarentegen regelt de rechtspositie van patiënten met een psychische stoornis inzake de verlening van verplichte zorg. Bij deze patiënten blijft tevens de Wgbo van toepassing op de daarnaast verleende vrijwillige zorg en wat betreft bovengenoemde aspecten voor zover die niet in de Wvggz zijn geregeld.

 

De Wgbo biedt in twee uitzonderlijke situaties de mogelijkheid om een behandeling ondanks dat voorafgaande toestemming ontbreekt uit te voeren: 1) indien onmiddellijke behandeling nodig is, toestemming niet gevraagd kan worden en er geen wettelijke vertegenwoordiger beschikbaar is om toestemming aan te vragen; en 2) indien een wilsonbekwame patiënt behandeling weigert, het uitblijven van behandeling leidt tot ‘kennelijk ernstig nadeel’ voor de patiënt, en de wettelijk vertegenwoordiger toestemming geeft voor de behandeling. Aanvullend wordt de toelaatbaarheid van dwangbehandeling verder beoordeeld aan de hand van criteria van proportionaliteit, subsidiariteit en effectiviteit (Plomp en Legemaate, 2024, p. 325).

 

Indien de Wvggz van toepassing is, geldt in beginsel dat de Wvggz vóór de Wgbo gaat. De Wvggz is namelijk een specifieke wettelijke regeling (lex specialis) - voor het verlenen van verplichte zorg aan patiënten met een psychische stoornis - en gaat daardoor voor op een meer algemene wettelijke regeling (lex generalis). Bovendien biedt de Wvggz een betere bescherming van de rechtspositie van deze patienten. Hieruit volgt dat de Wvggz van toepassing is wanneer het gedrag van een persoon als gevolg van een psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel en de persoon zich verzet tegen het verlenen van zorg die noodzakelijk is om dit ernstig nadeel af te wenden. Dit geldt ook als vanwege die psychische stoornis, ernstig nadeel ontstaat door (verzet tegen de behandeling van) een somatische aandoening. Vormen van verplichte zorg die ter behandeling van een somatische aandoening kunnen worden ingezet zijn: toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen. Daarbij gelden twee voorwaarden:

  1. Het ernstig nadeel op somatisch vlak hangt causaal samen met een psychische stoornis. Bijvoorbeeld een patiënt met een ernstige depressie en daarmee samenhangende ernstige zelfverwaarlozing, waardoor een levensgevaarlijke ontregeling van diabetes of uitdroging optreedt. Het is ook mogelijk dat de somatische aandoening zelf niet veroorzaakt wordt door het gevaarzettende gedrag op basis van de psychische stoornis, maar dat de patiënt zich vanwege de psychische stoornis verzet tegen de noodzakelijke behandeling van een ernstige somatische aandoening (bijvoorbeeld op basis van nihilistische of paranoïde wanen). In de praktijk kan het lastig zijn te bepalen of het gevaarzettende gedrag voortkomt uit een psychische stoornis, een somatische aandoening of anderszins. Bijvoorbeeld een verwardheidstoestand waarbij onduidelijk is of de onderliggende oorzaak een schedeltrauma, een intoxicatie, een delier door een metabole ontregeling, of een psychose is. Het is uiteindelijk aan de ter zake kundig behandelaar van dat moment (Wgbo) of de eventueel betrokken onafhankelijke psychiater (Wvggz) die als ‘medical expert’ de beoordeling doet om hierin tot een oordeel te komen, zo nodig na consultatie van andere deskundigen.
  2. Het herstel van de somatische gezondheidstoestand is niet het enige doel van de verplichte zorg. Een somatisch verplichte behandeling valt alleen onder de Wvggz als de (verplichte) zorg mede gericht is op het herstel van de psychische stoornis. In de Wvggz-maatregel moet ook verplichte zorg zijn opgenomen om de psychische stoornis zelf te behandelen. Voor gevallen waarin enkel herstel van de somatische gezondheid wordt beoogd, dient de behandeling op grond van de Wgbo plaats te vinden (MvT Kamerstukken 32 399, nr. 3, p. 35).

Ervaren knelpunten Wvggz en Wgbo

Voor de praktijk is het noodzakelijk dat afstemming plaatsvindt omtrent de verantwoordelijkheidsverdeling tussen de GGZ zorgverantwoordelijke (opstellen zorgplan, besluitvorming uitvoering van verplichte zorg) en de somatische zorgverleners (e.g. huisarts, medisch specialisten, paramedici – die verantwoordelijkheid hebben t.a.v. indicatiestelling en uitvoering van somatische en paramedische zorg). Deze verantwoordelijkheidsverdeling zal bijvoorbeeld anders zijn bij op dat moment wel- en niet- verplicht opgenomen patiënten. Dit kan lastig zijn als zorgverleners in verschillende instellingen werken met eigen richtlijnen en protocollen. De noodzaak tot adequate afstemming tussen zorgverleners maakt dat in de praktijk veelal alleen voorzienbare somatische zorg in aanmerking komt voor verplichte zorg binnen het Wvggz-kader, waarbij duidelijke afspraken over de uitvoering van de somatische zorg in het zorgplan zijn opgenomen. Wanneer een psychiatrisch patiënt bij wie verplichte zorg wordt verleend in het kader van de Wvggz voor somatische zorg wordt overgeplaatst van een GGZ-instelling naar een algemeen of universitair ziekenhuis, dan is het aan te bevelen de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de verplichte zorg over te dragen aan een zorgverantwoordelijke van de ontvangende instelling (ex. Art. 8:16 Wvggz). Deze overdracht kan alleen als deze instelling ook is ingeschreven in het locatieregister Wvggz. Zonder deze overdracht is somatisch verplichte zorg onder de Wvggz nog steeds mogelijk, alleen blijft de zorgverantwoordelijke dan die van de GGZ-instelling.

 

De overwegingen ten aanzien van de uitvoerbaarheid en verantwoordelijksverdeling, die bepalen op welke wijze somatisch verplichte behandeling op goede en verantwoorde wijze kan worden uitgevoerd en geregistreerd binnen de kaders van de Wvggz komen aan bod in module Somatisch verplichte zorg. Ook voor daarbij aansluitende aanbeveling wordt verwezen naar deze module.

 

Wvggz en Jeugdwet

In de zorg voor minderjarigen met psychische problemen heeft de GGZ-zorgverlener naast de Wgbo en de Wvggz, ook met de Jeugdwet te maken. In de praktijk leidt dit regelmatig tot de vraag welk juridisch kader van toepassing is, in welke situatie een overgang van het ene naar het andere kader aan de orde is en hoe deze dan moet worden georganiseerd.

 

De Jeugdwet is van toepassing bij het verlenen van hulp vanwege psychische, psychosociale en gedragsproblemen, ondersteuning bij persoonlijke verzorging en het bevorderen van maatschappelijke deelname en zelfstandigheid bij jeugdigen tot 18 jaar (en in specifieke situaties zoals pleegzorg of jeugdstrafrecht bij jongeren tot 23 jaar). Dit omvat zowel behandeling als begeleiding. Ook de jeugd-GGZ wordt primair geregeld binnen de Jeugdwet. In beginsel vindt vrijwillige behandeling voor psychische problematiek van jeugdigen dan ook plaats op grond van de Jeugdwet.

 

De Jeugdwet biedt in specifieke situaties ook (beperkte) mogelijkheden tot toepassen van gedwongen interventies. In het geval dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die de ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren, een opname en verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt én er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen, kan de jeugdige (na toetsing door de rechter in het kader van een machtiging gesloten jeugdhulp) worden geplaatst  binnen de Jeugdzorg Plus. In januari 2024 is de Wet rechtspositie gesloten jeugdhulp in werking getreden, waarmee de Jeugdwet is gewijzigd. Doel van de wijziging was het verbeteren van de rechtspositie van de jeugdigen binnen de gesloten residentiële setting. Hierbij worden strenge voorwaarden verbonden aan het toepassen van vrijheidsbeperkende maatregelen en het verplicht ondergaan van geneeskundige handelingen en verplichte deelname aan jeugdhulpverleningsprogramma’s.

 

De Wvggz is, net als bij volwassenen, van toepassing bij minderjarigen indien er sprake is van verzet tegen zorg die noodzakelijk is ter afwending van (een aanzienlijk risico op) ernstig nadeel dat veroorzaakt wordt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. In die specifieke situaties gaat de Wvggz als bijzondere wettelijke regeling (lex specialis) voor op de Jeugdwet (lex generalis). Dit is ook het geval indien het ernstig nadeel een ernstig verstoorde ontwikkeling van de minderjarige betreft (art. 1:1 lid 2 sub a.). Niet de aard van het ernstig nadeel, maar de causale relatie met de psychische stoornis bepaalt het toepasselijke juridische kader. Daar waar de Wvggz niets regelt (b.v. recht op inzage in het medisch dossier) geldt de algemene regeling van de Wgbo en/of de Jeugdwet.

 

Artikel 1.4 Wvggz geeft per leeftijdscategorie aan wanneer sprake is van instemming en wanneer sprake is van verzet. De regeling van de vertegenwoordiging van minderjarigen in de Wvggz is daarbij vergelijkbaar met de systematiek van de Wgbo. Tot de leeftijd van 12 jaar is het standpunt van de vertegenwoordiger bepalend en is dus juridisch sprake van instemming als de vertegenwoordiger instemt, óók in het geval dat de jeugdige zich (hevig) verzet tegen noodzakelijke zorg. Vanaf de leeftijd van 12 jaar tot de leeftijd van 16 jaar moet sprake zijn van dubbele instemming en is dus sprake van verzet indien de jeugdige óf de vertegenwoordiger zich verzet, waarbij geldt dat de instemming van de vertegenwoordiger het verzet van de jeugdige niet kan overrulen. Vanaf de leeftijd van 16 jaar geldt net als bij volwassenen, dat instemming van patiënt volstaat, tenzij patiënt wilsonbekwaam is en er een vertegenwoordiger optreedt. In dat geval is pas sprake van instemming als de vertegenwoordiger instemt en de jeugdige zich niet verzet.

 

De Wvggz (Art 2:1 lid 9) bepaalt dat bij toepassing van verplichte zorg bij kinderen en jeugdigen extra zorgvuldigheid dient te worden betracht. Naast een expliciete beoordeling van de nadelige effecten op lange termijn op de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling en de deelname aan het maatschappelijk leven, bevat dit artikel ook de verplichting om zoveel mogelijk ter zake deskundigen op het terrein van de kinder- en jeugdpsychiatrie bij de voorbereiding en uitvoering van de verplichte zorg te betrekken. Hoe jonger het kind, hoe ingrijpender de inzet van verplichte zorg en hoe zorgvuldiger er gezocht moet worden naar minder ingrijpende alternatieven van zorg. Insluiten dient bij minderjarigen zeer terughoudend, slechts bij hoge uitzondering, te worden toegepast. Het toetsingskader van de inspectie (Toetsingskader terugdringen insluiting, maart 2025) schrijft voor dat ingesloten minderjarige patiënten permanent begeleid worden door een verpleegkundige of sociotherapeut. Met permanente begeleiding is bedoeld dat een verpleegkundige of sociotherapeut permanent beschikbaar moet zijn voor contact en zichtbaar is (in de voorruimte).

 

Ervaren knelpunten Wvggz en Jeugdwet

In de praktijk van de GGZ kan de complexe samenloop van de Wvggz en de Jeugdwet tot onzekerheid leiden als niet duidelijk is welk kader/regeling in een specifieke situatie van toepassing is. Een voorbeeld is de situatie waarbij een kind jonger dan 12 jaar in behandeling is bij de GGZ vanwege een psychische stoornis (niet zijnde een verstandelijke beperking), en daaruit voorvloeiend disruptief of impulsief gedrag ernstig nadeel oplevert voor het kind zelf of anderen. Ter afwending van het ernstig nadeel kan het dan noodzakelijk zijn om vrijheidsbeperkende maatregelen en gedwongen behandelinterventies in te zetten. Indien de vertegenwoordiger zich daartegen verzet, kan worden besloten tot een procedure aanvraag crisismaatregel of zorgmachtiging en na afgifte van een beschikking verplichte zorg worden verleend. Echter, indien het kind zich verzet maar de vertegenwoordiger wel instemt, is er juridisch geen sprake van verzet waarmee er in juridische zin geen sprake is van verplichte zorg zoals is omschreven in artikel 3:1 Wvggz, ook al kan het kind (hevig) in verzet zijn. De Jeugdwet biedt in een dergelijke situatie geen grondslag voor vrijheidsbeperkende maatregelen en gedwongen behandelinterventies. Zonder een evident toepasselijk juridisch kader dreigen dan echter handelingsverlegenheid, verlies van behandelperspectief en onveilige situaties. Hier is sprake van een lacune in de wetgeving.

 

De werkgroep heeft deze situatie uitgebreid besproken, hier ligt een duidelijke kennisvraag. Zoals weergegeven bij de kennisvragen (zie bijlagen) is het niet gelukt consensus te bereiken over het toepasselijke juridische kader. Volgens de meeste werkgroepleden van de richtlijncommissie is het medisch-ethisch niet uitlegbaar (en zal de wetgever ook niet hebben beoogd) dat een jeugdige jonger dan 12 jaar, die vanwege een psychische stoornis in zorg is binnen de Jeugd-GGZ, wél de noodzakelijke verplichte zorg kan krijgen als de vertegenwoordigers zich verzetten, maar daarvan verstoken blijft als deze instemmen. Naar het oordeel van deze leden is in de beschreven situatie dan ook de Wvggz en niet de Jeugdwet of de Wgbo het toepasselijke juridisch kader. Het begrip zorg in de Wvggz (Art 3:2 lid 1) omvat namelijk naast verplichte zorg ook bejegening, verzorging, verpleging, behandeling, begeleiding, bescherming en beveiliging. Deze bepaling biedt ruimte om in genoemde situaties interventies toe te passen ondanks verzet van de jeugdige. Bij de toepassing van deze interventies zal in ieder individueel geval de proportionaliteit, subsidiariteit, effectiviteit en veiligheid moeten worden getoetst; deze uitgangspunten van de Wvggz gelden dus ook als bij een jeugdige jonger dan 12 jaar in strikt juridische zin geen sprake is van verplichte zorg. MIND is echter van mening dat hier niet de Wvggz van toepassing is maar de Wgbo. Middels een kennisvraag zal de wetgever gevraagd worden deze onduidelijkheid te verhelderen.

 

Ook is het van belang op te merken dat ook al hoeft een jeugdige onder de 12 jaar, gelet op de leeftijdsgrenzen van de Wvggz (gebaseerd op de Wgbo), geen instemming c.q. toestemming te geven, de behandelaar wel verplicht is om diegene op een passende wijze te informeren (art. 7:448 lid 1 BW). Het goed-hulpverlenerschap brengt ook met zich mee dat eventueel verzet van een jeugdige onder 12 jaar wordt meegenomen in de beslissing om een onderzoek of behandeling wel of niet uit te voeren.

 

Een ander voorbeeld van een situatie die in de praktijk van de GGZ tot onduidelijkheid leidt over het toepasselijke juridische kader, betreft minderjarigen met complexe, meervoudige problematiek waarbij zowel een psychische stoornis als ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen spelen, met gedrag dat leidt tot onveilige situaties (denk aan wegloopgedrag, agressie of seksueel grensoverschrijdend gedrag). Wanneer de minderjarige of de vertegenwoordiger zich dan verzet tegen interventies die noodzakelijk zijn om de veiligheid te waarborgen, is dan de Wvggz of de Jeugdwet van toepassing?

 

Zoals hierboven besproken is het algemene uitgangspunt dat als de Wvggz van toepassing is, deze voorgaat op de regeling gesloten jeugdzorg van de Jeugdwet. In het geval van ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen niet voortkomend uit een psychische stoornis, is de Jeugdwet en machtiging JeugdzorgPlus van toepassing. De Wvggz is binnen de GGZ het kader voor het verlenen van verplichte zorg als de psychische stoornis voorliggend is. Bepalend voor de voorliggendheid van de psychische stoornis (zie ook volgende paragraaf over de samenloop van de Wvggz en de Wzd) is de zorgbehoefte van de minderjarige, inclusief het belang van effectiviteit en continuïteit van zorg wanneer een minderjarige met multi-problematiek al in zorg is binnen de GGZ. Het begrip psychische stoornis in de Wvggz sluit geen enkele DSM-5 classificatie uit (met uitzondering van de verstandelijke beperking). Dit maakt de Wvggz, zolang aan de basisprincipes daarvan wordt voldaan, breed toepasselijk voor het verlenen van verplichte zorg binnen de Kinder- en Jeugdpsychiatrie. Bij aanwezigheid van complexe, meervoudige problematiek is de zorgbehoefte dus bepalend voor de best passende plek en het van toepassing zijnde juridische kader. Als de zorgbehoefte passend is bij behandeling binnen de GGZ en deze daar het meest effectief kan worden verleend, dan is de Wvggz het toepasselijke kader voor verplichte zorg. Als plaatsing in de gesloten jeugdzorg het beste past bij de zorgbehoefte, dan is een machtiging JeugdzorgPlus met toepassing van vrijheidsbeperkende maatregelen aangewezen. De problemen die in de praktijk worden ervaren bij de overgang van het ene naar het andere wettelijke kader zijn daarmee overigens niet opgelost. De aanvraag machtiging JeugdzorgPlus met plaatsing gesloten jeugdzorg kost tijd en ook de wachttijd voor plaatsing is vaak lang. Dit probleem wordt versterkt door afschaling van plekken binnen de Jeugdzorg Plus.

 

Wvggz en Wzd

In 2020 is de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz) vervangen door de Wet verplichte ggz (Wvggz) en de Wet zorg en dwang (Wzd) (VWS, 2024a). De Wvggz en de Wzd handhaven belangrijke uitgangspunten van de Wet Bopz, waaronder het beperken van de inzet van dwang tot situaties waarin dat niet anders kan en het beschermen van de rechtspositie van de patiënt. Maar de Wvggz en de Wzd voegen ook nieuwe elementen toe, waaronder het uitvoeren van verplichte (Wvggz) of onvrijwillige (Wzd) zorg buiten een instelling en het zoveel mogelijk honoreren van de wensen en voorkeuren van de patiënt (ZonMw, 2022).

 

De Wzd is van toepassing op personen met een verstandelijke beperking, een psychogeriatrische aandoening (zoals dementie) of een hieraan gelijkgestelde aandoening (het syndroom van Korsakov, de ziekte van Huntington en niet-aangeboren hersenletsel, voor zover deze aandoening een neurocognitieve stoornis veroorzaakt of zich zo uit, en dit leidt tot een significante beperking overeenkomstig die bij een psychogeriatrische aandoening of verstandelijke beperking). Aanvullend kan de rechter een rechterlijke machtiging Wzd afgeven voor personen met een psychische stoornis en deze op basis van de verklaring van een ter zake kundige arts gelijkstellen met een psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap, als sprake is van overeenkomstige gedragsproblemen of regieverlies (en daarmee samenhangend ernstig nadeel) én van een zorgbehoefte die passend is bij plaatsing in een Wzd-accommodatie. Daarnaast bevat deze wet regels voor zorgverleners van een VG- of VVT-instelling voor het toepassen van onvrijwillige zorg. De Wvggz en Wzd kunnen op verschillende manieren samen voorkomen in de praktijk van de zorgverlening.

 

De Wvggz en de Wzd zijn beide specifieke wetten, waarbij het uitgangspunt is dat deze elkaar aanvullen, zodanig dat personen voor wie verplichte zorg is aangewezen de juiste zorg krijgen op de juiste plek (zie ‘Samenloop van de wetten in de praktijk’) (VWS, 2024c).

 

In de praktijk komt het regelmatig voor dat een patiënt zowel een psychische stoornis heeft als een verstandelijke beperking of psychogeriatrische aandoening. In dat geval bepaalt het antwoord op de vraag welke aandoening voorliggend is het wettelijk kader dat van toepassing is. De Wvggz en de Wzd geven zelf geen criteria voor het bepalen van de ‘voorliggendheid’, dat is vast te stellen door de ter zake kundige onafhankelijke arts die de medische verklaring opstelt (afhankelijk van de problematiek is dat een psychiater, arts verstandelijk gehandicapten, specialist ouderengeneeskunde). Ook de Handreiking ‘Samenloop van de wetten in de praktijk’ (VWS, 2024c) benoemt dat dit altijd een medisch deskundig oordeel is waarbij voor iedere patiënt een individuele afweging gemaakt moet worden. In de Handreiking Samenloop en relevante jurisprudentie wordt benadrukt dat daarbij de zorgbehoefte van de persoon leidend is en dat er waar mogelijk continuïteit van zorg geboden wordt wanneer een patiënt met multi-problematiek al in zorg is.

 

In de wet is vastgelegd dat bij de afgifte van een zorgmachtiging (Wvggz) bij een reeds lopende rechterlijke machtiging (Wzd), de laatste tijdelijk wordt geschorst en kan worden hervat na behandeling van de psychische stoornis. Omgekeerd wordt de zorgmachtiging (Wvggz) beëindigd bij afgifte van een rechterlijke machtiging, niet direct maar bij daadwerkelijke plaatsing in een Wzd-accommodatie (uiterlijk 4 weken na afgifte van de rechterlijke machtiging).

 

Ervaren knelpunten Wvggz en Wzd

Een randvoorwaarde voor de “de juiste zorg op de juiste plek” is de beschikbaarheid van een dekkend en passend zorgaanbod met voldoende opnamecapaciteit, zowel in de GGZ als in de VG- en VVT-sector, om te waarborgen dat een afgegeven maatregel (tijdig) uitvoerbaar is. Uit de wetsevaluatie is gebleken dat dit in de praktijk vaak tot problemen leidt.

 

Wvggz en Wfz

Forensische zorg is zorg aan justitiabelen met een psychische stoornis, een psychogeriatrische aandoening of een verstandelijke beperking, waarbij die zorg onderdeel is van een (voorwaardelijke) straf of maatregel. De Wfz is een ‘stelselwet’ en heeft als doel ervoor te zorgen dat cliënten op de juiste plek terecht komen en de juiste zorg krijgen. De basis van de Wfz wordt gevormd door de inkoop van de forensische zorg door het Ministerie van Justitie en Veiligheid bij zorgaanbieders, verder worden o.m. de indicatiestelling, de plaatsing en gegevensuitwisseling geregeld.

 

De Wfz beoogt de aansluiting tussen het strafrechtelijk systeem (bijvoorbeeld gevangenisstraf), de forensische zorg en de reguliere GGZ-zorg te verbeteren, doordat de strafrechter de bevoegdheid heeft om een zorgmachtiging (Wvggz) te verlenen (art. 2.3 Wfz; art 5:19 Wvggz). De art. 2.3 Wfz zorgmachtiging is een ‘gewone’ (civielrechtelijke) zorgmachtiging waarop de bepalingen van de Wvggz van toepassing zijn, maar die door een strafrechter wordt afgegeven. Met een art 2.3 Wfz zorgmachtiging kan aan de patiënt verplichte zorg waaronder opname in de GGZ-instelling (accommodatie) worden verleend, indien aan de overige voorwaarden voor verplichte zorg wordt voldaan. De Wvggz biedt daarnaast de mogelijkheid tot (tijdelijke) opname van een patiënt met een zorgmachtiging in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC), indien het veiligheidsrisico binnen een reguliere GGZ-instelling te groot is (art. 6:4, lid 3 en 4). Een voorwaarde is dat de rechter deze mogelijkheid in de machtiging heeft opgenomen.

 

Binnen de forensische psychiatrie heeft de zorgverlener naast de Wvggz en de Wfz ook te maken met de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden (Bvt; in de Forensisch Psychiatrische Centra, beveiligingsniveau 4) en de Penitentiaire Beginselenwet (Pbw; in de Penitentiaire Psychiatrische Centra). In deze wetten zijn regels opgenomen voor het toepassen van gedwongen zorg, zoals van gedwongen medicamenteuze behandeling, separatie en fixatie. De regelingen in de Bvt en de Pbw omtrent gedwongen medicatie zijn gebaseerd op de dwangbehandeling in de wet BOPZ en wijken daarmee af van de Wvggz. Het is voor de richtlijncommissie evident dat ondanks dit verschil in juridisch kader, de uitvoering en evaluatie van de gedwongen behandeling aan dezelfde professionele standaarden moet voldoen.

 

Ervaren knelpunten Wvggz en Wfz

De toepassing van de schakelbepaling art 2.3 Wfz in samenhang met art. 5:19 Wvggz levert in de praktijk hoofdbrekens op. Dit geldt ook voor de mogelijkheid tot doorplaatsing van een patiënt met een zorgmachtiging naar een FPC. Naast capaciteitsproblemen (te weinig plaatsen met voldoende mate van beveiliging binnen het Wvggz-domein en het Wfz-domein) speelt daarbij ook dat het in de praktijk lastig is om goed te selecteren welke patiënten geschikt zijn voor het verlenen van verplichte zorg binnen de context van de reguliere GGZ en wanneer een forensische setting (FPK of FPA) meer aangewezen is. Bij een deel van de patiënten met een art 2.3 Wfz ZM past namelijk het best een plaatsing binnen een reguliere HIC. Een ander deel van deze patiënten heeft echter een hoger beveiligingsniveau nodig (bijvoorbeeld in een forensische zorginstelling). Indien binnen een reguliere Wvggz-accommodatie de daarvoor benodigde expertise en faciliteiten ontbreken levert dit veiligheidsrisico’s op voor patiënt zelf, medepatiënten en personeel, waardoor ook de behandeling onvoldoende van de grond komt.

 

Tabel 1. Samenloop Wvggz met andere wetgeving

Andere wetten

Raakvlakken met de Wvggz

Wgbo

De Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst regelt de relatie tussen hulpverlener en patiënt en is van toepassing op handelingen op het gebied van de geneeskunst. In deze wet worden de rechten en plichten van de patiënt en hulpverlener beschreven. Geregeld worden onder meer de totstandkoming en beëindiging van de geneeskundige behandelingsovereenkomst, de plicht om de patiënt te informeren en om toestemming te vragen voor behandeling (informed consent), de vertegenwoordiging van patiënten die wilsonbekwaam ter zake zijn, het recht op inzage in het dossier, geheimhouding en de verplichting tot goed hulpverlenerschap.

Art. 3:2, lid2 onder a Wvggz

Verplichte zorg bestaat uit het:

toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

Wfz/WvSr

 

Wet forensische zorg betreft zorg aan justitiabelen met een psychische stoornis, een psychogeriatrische aandoening of een verstandelijke beperking, waarbij die zorg onderdeel is van een (voorwaardelijke) straf of maatregel.

De Wfz is een organisatiewet die een

kader op hoofdlijnen biedt voor de inkoop en organisatie van forensische zorg aan volwassenen. Doelstellingen van de Wfz zijn de

toeleiding van de patiënt naar de juiste plek, voldoende forensische zorgcapaciteit, kwalitatief goede forensische zorg en de verbetering van de continuïteit van zorg, ook na afloop van het strafrechtelijk kader heeft als doel ervoor te zorgen dat justitabelen op de juiste plek terecht komen en de juiste zorg krijgen. De basis van de Wfz wordt gevormd door de inkoop van de forensische zorg bij zorgaanbieders, verder worden o.m. de indicatiestelling, de plaatsing en gegevensuitwisseling geregeld.

De Wfz beoogt de aansluiting tussen het strafsysteem (bijvoorbeeld gevangenisstraf), de forensische zorg en de reguliere GGZ-zorg te verbeteren

 

In het Wetboek van Strafrecht zijn strafbare feiten en sancties opgenomen, voorafgegaan door algemene bepalingen over straffen en maatregelen en strafbaarheid.

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 9 Wvggz regelt rechtspositie van forensische patiënten in een Wvggz accommodatie (zie module 5.3 Klinisch verplichte zorg).

 

Art. 6:4, lid 3, 4 en 5 lid Wvggz: regelt de mogelijkheid van (tijdelijke) plaatsing in een FPC op basis van een ZM. De tijdelijke plaatsing is voor max 8 weken (lid 3).

Lid 4: Indien de rechter een zorgmachtiging verleent tot opname in een accommodatie kan de rechter in de zorgmachtiging bepalen dat betrokkene wordt opgenomen in een instelling als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, of artikel 3.3, eerste lid, van de Wet forensische zorg (FPC’s), indien de rechter dit noodzakelijk acht vanwege de veiligheid binnen de accommodatie.

 

Lid 5: Indien de rechter een zorgmachtiging als bedoeld in de leden 3 en 4 verleent, behoudt betrokkene zijn rechtspositie op grond van deze wet (=Wvggz). De rechter kan een zorgmachtiging als bedoeld in de leden 3 en 4 evenwel slechts verlenen indien de rechter in die zorgmachtiging, voor de duur van de opname in een instelling als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, of artikel 3.3, eerste lid, van de Wet forensische zorg, de artikelen 7, eerste en derde lid, 42, vijfde lid, en 44, alsmede de hoofdstukken V, VI en VII van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden van toepassing verklaart.

 

Art. 2.3 Wfz:

Indien de (lees: straf)rechter van oordeel is, dat voldaan is aan de criteria voor het afgeven van een zorgmachtiging krachtens de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, kan de rechter, ambtshalve of na een verzoekschrift van de officier van justitie, met toepassing van die wet een zorgmachtiging ingevolge die wet afgeven als bedoeld in artikel 6:5, aanhef en onderdeel a, van die wet. Aan deze bevoegdheid kan in het kader van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde bij afzonderlijke beslissing toepassing worden gegeven: (waarna de opsomming volgt in welke gevallen dat is)

 

Art. 5:19 Wvggz:

1 Indien de officier van justitie een verzoekschrift voor een zorgmachtiging voorbereidt met toepassing van artikel 2.3 van de Wet forensische zorg is het bepaalde in hoofdstuk 5 van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 5:1 en 5:2 en in geval van toepassing van artikel 2.3, eerste lid, onder 7° tot en met 12°, van de Wet forensische zorg, eveneens met uitzondering van artikel 5.5.

 

2 Indien de rechter ambtshalve toepassing van artikel 2.3, eerste lid, van de Wet forensische zorg overweegt, verzoekt de rechter de officier van justitie toepassing te geven aan het bepaalde in dit artikel.

 

Art. 2.5 Wfz:

Zes weken voor afloop van de justitiële titel treft de zorgaanbieder voorbereidingen voor aansluitende zorg, indien de zorgverlener of de behandelaar van oordeel is dat na afloop van de strafrechtelijke titel verdere zorg als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg of artikel 1, derde lid, van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijke gehandicapte cliënten nodig is.

 

Art. 6.7 Wfz           

Indien de aard van de bij de forensische patiënt geconstateerde psychische stoornis, verslaving daaronder begrepen, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap daartoe aanleiding geeft, kan Onze Minister bepalen dat de forensische patiënt naar een private instelling (lees: FPA of FPK), niet zijnde een private instelling met een bijzondere aanwijzing als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid (lees: FPC), zal worden overgebracht om daar zolang dat noodzakelijk is, te worden verpleegd. Voor deze overbrenging is een zorgmachtiging vereist op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg of een rechterlijke machtiging voor onvrijwillige opname op grond van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten. Een zorgmachtiging of rechterlijke machtiging als bedoeld in de vorige volzin kan achterwege blijven indien de forensische patiënt schriftelijk en vrijwillig met de overbrenging instemt.

Jeugdwet

De Jeugdwet regelt hoe hulp aan kinderen en gezinnen in Nederland georganiseerd is.

Sinds 1 januari 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor jeugdhulp aan kinderen en jongeren tot 18 jaar en hun gezin.  Psychosociale hulpverlening en geestelijke gezondheidszorg, inclusief specialistische GGZ vallen onder de Jeugdwet. 

Art. 6.1.2 lid 8 Jeugdwet

Indien de machtiging (=machtiging gesloten jeugdzorg) betrekking heeft op een jeugdige voor wie reeds een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg dan wel een machtiging tot opname en verblijf op grond van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten is afgegeven, vervalt die zorgmachtiging respectievelijk machtiging tot opname en verblijf.

 

Art. 1.1 lid 4 Wvggz

Een op grond van deze wet voor betrokkene afgegeven zorgmachtiging tot opname in een accommodatie schorst een eerdere voor deze persoon afgegeven rechterlijke machtiging op grond van hoofdstuk 6 van de Jeugdwet zodra betrokkene is opgenomen in een accommodatie. De schorsing eindigt op het moment dat de zorgmachtiging vervalt. Bij toepassing van deze bepaling is artikel 6.1.12, derde lid, van de Jeugdwet niet van toepassing.

Penitentiaire beginselenwet (Pbw)

In de Pbw wordt onder meer de interne rechtspositie (rechten en plichten) van gedetineerden geregeld.

Art. 15 lid 4 Pbw

In geval van een psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap van een gedetineerde kan Onze Minister bepalen dat de gedetineerde naar een accommodatie als bedoeld in artikel 1:1, onderdeel b, van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg of artikel 1, onderdeel b, van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten zal worden overgebracht om daar zolang dat noodzakelijk is te worden verpleegd. Indien de gedetineerde wordt overgebracht ten behoeve van de verlening van forensische zorg, bedoeld bij of krachtens de Wet forensische zorg, geschiedt de overbrenging overeenkomstig die wet.

 

Art. 43 lid 4 Pbw

De directeur draagt zorg voor overbrenging van de gedetineerde naar de daartoe bestemde plaats, indien de in het eerste lid omschreven zorg en hulp dit noodzakelijk maken en een dergelijke overbrenging zich verdraagt met de ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming. Indien de gedetineerde wordt overgebracht ten behoeve van de verlening van forensische zorg bedoeld in de Wet forensische zorg, geschiedt de overbrenging overeenkomstig de bepalingen van die wet.

Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen

In de Bjj wordt onder meer internerechtspositie (rechten en plichten) van jeugdigen in een justitiële jeugdinrichting geregeld.

Art. 8 lid 1 onder g Bjj

(justitiële jeugd)inrichtingen zijn bestemd voor

personen die in een inrichting verblijven en ten aanzien van wie een rechterlijke machtiging op grond van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten of een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg is gegeven, in afwachting van plaatsing in een accommodatie als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg of artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten;

 

Art. 12 lid 8 Bjj

In geval van een psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap van een jeugdige kan Onze Minister, met inachtneming van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg of de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten, bepalen dat de jeugdige naar een accommodatie als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg of artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten zal worden overgebracht om daar zolang als dat noodzakelijk is te worden verpleegd.

Waarden en voorkeuren van patiënten en naastenVoor patiënten en hun naasten is van belang dat ze tijdig en op een begrijpelijke manier geïnformeerd worden over de dilemma’s die spelen rond de vraag onder welke wet de zorg voor de patiënt zou moeten vallen. Uiteraard is het dan ook belangrijk om hen te informeren over de verschillende rechten die zij hebben op grond van de verschillende wetten.

 

Voor de patiënt is het belangrijk dat de zorg passend is bij diens behoeften en bij wat de patiënt nodig heeft, dat er continuïteit van zorg is en dat de zorg aandachtig en liefdevol/empathisch is.

 

De rechtsbescherming voor patiënten zou onder alle wetten gelijk moeten zijn.

 

Voor kinderen en jongeren is het essentieel dat de verleende verplichte zorg hen geen (extra) trauma bezorgt. Het is inmiddels duidelijk dat eenzame insluiting voor kinderen en jongeren zeer traumatiserend is. Eenzame insluiting in welke ruimte dan ook is voor hen onwenselijk en zou verboden moeten zijn. In de Jeugd-ggz zouden alle inspanningen gericht moeten zijn op het vinden van alternatieven voor die uitzonderlijke situaties waarvoor insluiting de enige oplossing leek te zijn.

 

Kostenaspecten

Kostenaspecten spelen in de context van deze module geen rol in de besluitvorming.

 

Gelijkheid

Wat gelijkheid betreft beoogt de richtlijn juist de gelijke behandeling van patiënten te stimuleren.

 

Haalbaarheid en aanvaardbaarheid

In deze module zet de werkgroep de samenhang van wetgeving op het gebied van verplichte zorg uiteen. Haalbaarheid in de klinische praktijk in Nederland en aanvaardbaarheid op grond van duurzaamheid spelen derhalve geen rol in de formulering van de aanbevelingen.

 

Duurzaamheid

Duurzaamheidsaspecten spelen in de context van deze module geen rol in de besluitvorming.

 

Ethische aanvaardbaarheid

De werkgroep is van mening dat bewustzijn van de verschillende juridische kaders en de onderlinge raakvlakken eerder voor een verbeterde rechtspositie van de patiënt kan zorgen. Ook kan het eerder tot kwalitatief betere zorg leiden. In die zin ziet de werkgroep geen ethische bezwaren.

 

Aanbeveling-1 Wvggz – Jeugdwet

Rationale van de aanbeveling:

Deze aanbeveling beoogt zorgverleners binnen de kinder- en jeugdpsychiatrie duidelijkheid te bieden te bieden over het van toepassing zijnde juridisch kader. Die duidelijkheid is van belang om handelingsverlegenheid te voorkomen en de rechtspositie van de minderjarige te waarborgen.

 

Eindoordeel: Sterke aanbeveling voor

 

Aanbeveling-2 Wvggz – Wzd

Rationale van de aanbeveling:

Met de splitsing van de Wvggz en de Wzd is beoogd dat patiënten de juiste zorg krijgen op de juiste plek, door te bepalen welke stoornis voorliggend is en daarmee een specifieke zorgbehoefte bepaalt. Deze aanbeveling beoogt meer duidelijkheid te geven over de bepaling van deze voorliggendheid en hoe plaatsingsproblemen te adresseren.

 

Eindoordeel: Sterke aanbeveling voor

 

Aanbeveling-3 Wvggz – Wfz

Rationale van de aanbeveling: weging van argumenten voor en tegen de interventies

Deze aanbeveling sluit aan bij de constatering dat het in de praktijk lastig is om goed te selecteren welke patiënten geschikt zijn voor het verlenen van verplichte zorg binnen de context van de reguliere GGZ en wanneer een forensisch-psychiatrische setting meer aangewezen is.

 

Eindoordeel: Sterke aanbeveling voor

Onderbouwing

De Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) regelt onder andere de rechten van patiënten en de bevoegdheden van professionals bij de verlening van verplichte zorg. De doelen van de wet zijn, aldus de wetgever, versterken van de rechtspositie van personen met een psychische stoornis aan wie tegen hun wil zorg wordt verleend, voorkomen van dwang en beperken van de duur en verhogen van de kwaliteit van de verplichte zorg.

De Wvggz is echter niet de enige wet die verplichte zorgverlening regelt. In de GGZ doet zich dan ook regelmatig de vraag voor welk juridisch kader in specifieke situaties van ’samenloop’ van toepassing is. Ook worden knelpunten ervaren in de overgang van het ene kader naar het andere kader.

 

In deze module wordt een korte beschrijving gegeven van een aantal wetten, waarvan de  samenloop met de Wvggz het meest relevant is voor de dagelijkse praktijk. Dat zijn achtereenvolgens de:

  • Wet op de Geneeskundige behandelovereenkomst (Wgbo)
  • Jeugdwet
  • Wet zorg en dwang (Wzd)
  • Wet forensische zorg (Wfz)

In de beschrijving van de samenloop met deze wetten wordt een aantal dilemma’s en knelpunten aangegeven, met aanbevelingen hoe deze te hanteren. Tabel 1 geeft een overzicht van de relevante wetsbepalingen. Voor de volledigheid zijn in deze tabel ook wetsbepalingen opgenomen die relevant zijn voor de samenloop van de Wvggz met een aantal andere wettelijke kaders die in de dagelijkse praktijk minder vaak aan de orde zijn, zoals het Wetboek van Strafrecht, de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden, de Penitentiaire beginselenwet en de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen.

Om de uitgangsvraag te kunnen beantwoorden zijn wetsteksten en de toelichting, jurisprudentie en inzichten vanuit de wetsevaluatie beoordeeld. Daarnaast is gebruik gemaakt van expert opinion op basis van praktijkervaring.

  1. IGJ, 2024. Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (z.d.). Wetten over dwang in de zorg. Dwang in de zorg. https://www.igj.nl/onderwerpen/dwang-in-de-zorg/welke-wetten-gaan-over-dwang-in-de-zorg
  2. VWS, 2024a. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) (z.d.-a). Dwang in de zorg. Informatiepunt dwang in de zorg. https://www.dwangindezorg.nl/
  3. VWS, 2024b. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) (z.d.-b). Wet verplichte ggz (Wvggz). Informatiepunt dwang in de zorg. https://www.dwangindezorg.nl/wvggz
  4. VWS, 2024c. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) (z.d.-c). Wet zorg en dwang. Informatiepunt dwang in de zorg. https://www.dwangindezorg.nl/wzd
  5. Legemaate et al., 2021. Eerste evaluatie Wvggz en Wzd. Deel 1, implementatie en uitvoerbaarheid. Den Haag: ZonMw
  6. Legemaate et al., 2022. Eerste evaluatie Wvggz en Wzd. Deel 2, doeltreffendheid en (neven)effecten. Den Haag: ZonMw
  7. Plomp en Legemaate, 2024. Verdiepingsonderzoek Uitvoering Wvggz: goede voorbeelden uit de praktijk. Den Haag: ZonMw
  8. ZonMw. 2022. Evaluatie Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg en Wet zorg en dwang. Deel 2 – Doeltreffendheid en (neven)effecten, p.15.

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 02-07-2026

Beoordeeld op geldigheid  : 02-07-2026

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie
Geautoriseerd door:
  • MIND Landelijk Platform Psychische Gezondheid
  • Nederlands Instituut van Psychologen
  • Nederlandse Internisten Vereniging
  • Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie
  • Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie
  • Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland

Algemene gegevens

De ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule werd ondersteund door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (www.demedischspecialist.nl/kennisinstituut) en werd gefinancierd door de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS). De financier heeft geen enkele invloed gehad op de inhoud van de richtlijnmodule.

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is in 2023 een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van alle relevante specialismen (zie hiervoor de ‘Samenstelling van de werkgroep’) die betrokken zijn bij de preventie van, de besluitvorming over en de toepassing van verplichte zorg in de psychiatrie en de verslavingszorg in Nederland.

 

Werkgroep

  • Dhr. E.J.D. (Elnathan) Prinsen (voorzitter), psychiater, namens de NVvP
  • Mevr. C. (Carolien) Bakker, jurist, namens de Nederlandse ggz
  • Dhr. C.J. (Chris) Bavinck, psychiater en geneesheer-directeur, namens de NVvP
  • Dhr. P. (Paul) Doedens, verpleegkundige, onderzoeker en docent, namens V&VN
  • Dhr. M.U. (Maarten) van Grevenstein, psychiater en geneesheer-directeur, namens de NVvP
  • Dhr. A.G. (Rob) Havermans, psychiater en geneesheer-directeur, namens de NVvP
  • Mevr. M. (Margot) Klooster, juridisch beleidsadviseur, namens de NVvP (per januari 2025)
  • Mevr. K.M. (Kathelijne) Koorengevel, psychiater en geneesheer-directeur, namens de NVvP (per januari 2025)
  • Dhr. A. (Arjen) Neven, psychiater, namens de NVvP
  • Mevr. E. (Evi) Peters Rit, klinisch geriater, namens de NVKG (tot juni 2024)
  • Mevr. M. (Maaike) Philippi, klinisch psycholoog, namens het NIP
  • Dhr. P. (Peter) Pierik, patiëntvertegenwoordiging, namens MIND (tot juli 2024)
  • Mevr. H. (Heleen) Schaffels, psychiater en geneesheer-directeur, namens de NVvP
  • Dhr. E.P.K. (Erik) Sikkens, psychiater en geneesheer-directeur, namens de NVvP
  • Mevr. M. (Mirjam) van Til, verpleegkundig specialist, namens V&VN
  • Mevr. G.L. (Laura) Treurniet, patiëntvertegenwoordiger, namens MIND (per november 2024)
  • Mevr. Y. (Yolande) Voskes, universitair docent medische ethiek, op persoonlijke titel
  • Mevr. M.C.G. (Marja) van der Zanden, patiëntvertegenwoordiger, namens MIND

Klankbordgroep

  • Dhr. J.W. (Jan Willem) de Boer, medisch manager ambulancezorg/ ziekenhuispsychiater, namens Ambulance zorg Nederland
  • Dhr. D. (David) Baden, spoedeisendehulparts, namens de NVSHA
  • Mevr. A. (Anneke) Huson, beleidsadviseur, namens Landelijke Stichting Familievertrouwenspersonen
  • Mevr. M. (Marjo) Markx, naastenvertegenwoordiger, namens MIND
  • Dhr. H. (Hans) Mollen, patiëntvertegenwoordiger, namens MIND
  • Mevr. R.P. (Robinetta) de Roode, senior-jurist, namens Stichting PVP (patiëntenvertrouwenspersonen in de ggz)
  • Dhr. H. (Hans) Slijpen, accountmanager gezondheidszorg, namens de Nederlandse Politie (tot oktober 2025)
  • Mevr. M. (Marieke) Zeeman, internist, namens de NIV

Met ondersteuning van

  • Mevr. C.T.J. (Charlotte) Michels, senior adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Mevr. B. (Beatrix) Vogelaar, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Mevr. L.C. (Laura) van Wijngaarden, junior adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten

Belangenverklaringen

Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.

 

Tabel 1. Gemelde (neven)functies en belangen werkgroep

Naam

Hoofdfunctie

Nevenwerkzaamheden

Persoonlijke financiële belangen

Persoonlijke relaties

Extern gefinancierd onderzoek

Intellectuele belangen en reputatie

Overige belangen

Datum

Restrictie

Prinsen, Elnathan

Psychiater en lid raad van het bestuur, Parnassia groep

*Lid kamer psychiatrie van de Stichting BOLS.

*Voorzitter Opleidings- en Onderwijsregio Den Haag/Leiden.

*Lid winning team Verkennend Gesprek/ Mentale gezondheidscentra dNggz.

*Psychiater Leo Kannerhuis (onderdeel PG), Oosterbeek.

* OVV Begeleidingscommissie (sept 2024). Onderzoek naar de veiligheid van mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen, een vervolg op: Zorg voor veiligheid - Veiligheid van mensen met een ernstige psychische aandoening en hun omgeving - Onderzoeksraad voor Veiligheid.

Hoofdstukken geschreven over psychiatrie en recht en specifiek de Wvggz in verschillende boeken, waar er bij één een kleine vergoeding is betaald.

 

Geen

Geen

*Veel gepubliceerd en gepresenteerd (en doe dat nog) over gedwongen

zorg, dwangbehandeling en dan zowel de juridische- als de ethische aspecten.

*Als voorzitter van de commissie wet- en regelgeving en later van de NVvP betrokken geweest bij de totstandkoming van de wet verplichte GGZ. Vanuit deze positie ook deelgenomen aan rondetafelbijeenkosmten in de 2e kamer en ook aan een expertmeeting in de 1e kamer. Ook heb ik in de media frequent kritiek geuit op de wet. *Momenteel bestuurder van een grote GGZ-instelling waar ook gedwongen zorg geleverd wordt.

Geen

08-04-2024

Geen restrictie

Bakker, Carolien

Juridisch adviseur, de Nederlandse ggz

Lid redactie JGGZR (onbetaald).

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

12-03-2024

Geen restrictie

Bavinck, Chris

Psychiater en geneesheer-directeur, GGz Centraal, Amersfoort

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

21-02-2024

Geen restrictie

Doedens, Paul

* Verpleegkundige, postdoc onderzoeker & principal nurse educator, Amsterdam UMC (0.8 fte)

* Docent-onderzoeker, Hogeschool van Amsterdam (0.2 fte)

Sarcina Hortis:

Eigenaar eenmanszaak (KvK: 61018953). Betaalde opdrachten op het gebied van onderwijs, advies en training in de gezondheidszorg sinds 2014 bij:

- Arkin

- Bohn Stafleu van Loghum

- Cordaan

- GGZ Oostbrabant

- NCOI Groep

- Noordhoff Health

- Vereniging van Nederlandse Reflexzonetherapeuten

- Hogeschool van Amsterdam

- SDU

Nurse Academy:

Redactielid (betaald)

V&VN:

Commissielid, V&V Rookvrij (onbetaald)

Stichting Vakantiespelen:

* Bestuurslid (onbetaald)

* Vereniging Beheer mandelig terrein Paktuinen gelegen achter nummer 27 t/m 35 (oneven nummers)

* Voorzitter (onbetaald)

Pointer:

Spreker (eenmalig) in uitzending van Pointer over separaties in de GGZ.

Geen

Geen

Ik neem geen deel aan extern gefinancierd onderzoek, alleen heb ik een beurs ontvangen van mijn werkgever om postdoctoraal onderzoek mee te doen.

Geen

Geen

05-02-2024

Geen restrictie

van Grevenstein, Maarten

* Kinder- en jeugdpsychiater en geneesheer directeur, Karakter (betaald)

* Lid van de NVVP, afdeling geneesheer directeuren, afdeling kinder- en jeugdpsychiatrie, platform digitalisering (onbetaald).

* Lid van de commissie wet- en regelgeving (CWER) (onbetaald).

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

31-01-2024

Geen restrictie

Havermans, Rob

Geneesheer-directeur, Mondriaan

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

30-01-2024

Geen restrictie

Klooster, Margot

(per januari 2025)

Juridisch beleidsadviseur

NVvP

Gastdocent Recht en Ethiek aan Radboud Centrum voor Sociale Wetenschappen (enkele keren per jaar).

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

04-02-2025

Geen restrictie

Koorengevel, Kathelijne

(per januari 2025)

Psychiater en geneesheer-directeur, Erasmus MC, afdeling Psychiatrie

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

03-04-2025

Geen restrictie

Neven, Arjen

Psychiater, Fivoor FPA Utrecht

*Prelum

*NVvP Leidraad over verplichte zorg bij verslaving (lid commissie, onbetaald)

Geen

Geen

Geen

Ik geef verschillende presentaties over verplichte zorg bij verslaving, o.a. bij verslavingsartsen in opleiding, het leertraject verslavingspsychiatrie van het Radboud MC, rechters en Officieren van Justitie en de afd. geneesheren-directeur van de NVvP.

Geen

30-01-2024

Geen restrictie

Peters Rit, Evi

(tot juni 2024)

Klinisch Geriater, Reinier de Graaf Gasthuis (betaald). Klinisch, poliklinisch en consulterend werk in het ziekenhuis.

Lid werkgroep Wet Zorg en Dwang, NVKG (onbetaald)

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

31-01-2024

Geen restrictie

Philippi, Maaike

Directeur behandeling, CTP Veldzicht

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

06-03-2024

Geen restrictie

Pierik, Peter

(tot juli 2024)

*Mediant 36u p/w Ervaringswerker

*Saxion 8u p/w Docent Ad Ervaringsdeskundigheid

*Patiëntvertegenwoordiger MIND

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

10-03-2024

 

Geen restrictie

Schaffels, Heleen

Psychiater en geneesheer-directeur, GGZinGeest, Amsterdam

Lid van klachtencommissie Zuid Holland noord

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

14-02-2024

Geen restrictie

Sikkens, Erik

Psychiater,

Arkin GGZ (24 uur) en

FPC Oostvaarderskliniek (16 uur)

Eigen praktijk via 1nP (2-4 uur)

*Docent SSR

*Docent OSR

*Docent St. PVP

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

11-03-2024

Geen restrictie

van Til, Mirjam

Verpleegkundig Specialist, Geestelijke Gezondheidszorg

Stichting Arkin

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

12-02-2024

Geen restrictie

Treurniet, Laura

(per november 2024)

Patiëntvertegen

woordiger MIND

Onderzoeksstagair WKZ Utrecht

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

25-10-2024

Geen restrictie

Voskes, Yolande

*Universitairs docent te Amsterdam UMC;

*Senior onderzoeker GGZ Breburg

Voorzitter Stichting HIC&ART

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

02-04-2024

 

Geen restrictie

van der Zanden, Marja

Patiëntvertegen

woordiger MIND

Lid redactieraad Journaal GGZ en Recht Plus

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

05-03-2024

Geen restrictie

Inbreng patiëntenperspectief

De werkgroep besteedde aandacht aan het patiënten- en naastenperspectief door afgevaardigden van de patiëntvereniging MIND te betrekken in de werkgroep en klankbordgroep. De verkregen input is meegenomen bij het opstellen van de uitgangsvragen, de keuze voor de uitkomstmaten en het opstellen van de overwegingen (zie kop ‘Waarden en voorkeuren van patiënten’). De conceptrichtlijn is tevens voor commentaar voorgelegd aan MIND, Stichting Patiëntenvertrouwenspersonen (PVP) en Landelijke Stichting Familievertrouwenspersonen en de eventueel aangeleverde commentaren zijn bekeken en verwerkt door de werkgroep.

 

Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz

Module

Uitkomst raming

Toelichting

Module Samenloop Wvggz met andere wetgeving

Geen financiële gevolgen

Hoewel uit de toetsing volgt dat de aanbevelingen breed toepasbaar zijn (>40.000 patiënten), volgt ook uit de toetsing dat het geen nieuwe manier van zorgverlening of andere organisatie van zorgverlening betreft. Er worden daarom geen substantiële financiële gevolgen verwacht.

Werkwijze

Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze. Relevante informatie voor de ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule is hieronder weergegeven.

Volgende:
Preventie verplichte zorg in de ggz