Verplichte zorg in de ggz

Initiatief: NVvP psychiatrie Aantal modules: 11

Onderscheid definities vrijwillige zorg en verplichte zorg

Publicatiedatum: 02-07-2026
Beoordeeld op geldigheid: 02-07-2026

Uitgangsvraag

Wanneer is sprake van verplichte zorg en hoe wordt dit onderscheiden van vrijwillige zorg?

Aanbeveling

Aanbeveling-1 Verplichte zorg

Maak zo veel mogelijk gebruik van zorg die in het vrijwillige kader kan plaatsvinden. Benut daarbij de mogelijkheden die in figuur 1 genoemd worden.

 

Verplichte zorg is slechts mogelijk wanneer er geen passend alternatief in een vrijwillig kader mogelijk is en er sprake is van ernstig nadeel, veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Zet alleen verplichte zorg in, zodra er sprake is van verzet tegen die vorm van zorg en alleen zolang het verzet niet wilsbekwaam is of er sprake is van acuut levensgevaar voor de patiënt of ernstig nadeel voor anderen.

 

Indien verplichte zorg toch noodzakelijk is, moet de minst ingrijpende vorm worden ingezet.

 

Aanbeveling-2 Wanneer is sprake van verplichte zorg? Vastellen van verzet

Volg onderstaande afwegingen bij het vaststellen van verzet:

  • Zie de mogelijkheid om verzet te laten zien als een continuüm: hoe kwetsbaarder de patiënt en hoe minder diegene in staat is om zich te verzetten, hoe eerder een eerste teken van verzet of ambivalentie aanleiding zou moeten zijn om zorg niet langer als vrijwillig te zien.
  • Zijn er individuele factoren die een rol spelen? (zie voorbeelden in Box.2 in de overwegingen)
  • Heeft de patiënt nog de mogelijkheid of ruimte om het er niet mee eens te zijn, en dus een reële keuze?
    • Hoeveel mogelijkheid en ruimte heeft de patiënt om verzet te uiten? (zie voorbeelden in Box.2 in de overwegingen)
  • Indien verzet moeilijk te interpreteren is, verbreed dan het blikveld:
    • Bespreek met de patiënt, familie, of andere naasten en bekijk of patiënt voorkeuren heeft vastgelegd/uitgesproken (bijv. in de zorgkaart); laat de patiënt bijstaan door een naaste (van eigen keus); Weeg relevante voorgeschiedenis van de patiënt; en/of
    • Overleg met collega’s, een ervaringsdeskundige of een specifiek cultuursensitieve hulpverlener en reflecteer daarmee ook op je eigen normen en waarden als zorgverlener;
    • Overweeg niet alleen de individuele voor- en nadelen voor de patiënt van een hogere drempel (om een bepaalde uiting als verzet te zien), maar ook die van een lagere drempel.

Indien na toepassing van het afwegingskader onduidelijk is of sprake is van verzet, dan adviseert de werkgroep om eerder uit te gaan van verzet dan van instemming.

  • Hoe meer kwetsbaar een patiënt is en/of minder goed in staat is om zich voldoende uit te drukken, interpreteer het gedrag dan bij twijfel eerder als verzet.
  • Beschouw een eerste teken van verzet niet direct als reden voor verplichte zorg, hernieuwde instemming in een gesprek met de patiënt, o.a. over de achtergrond van mogelijke uitingen van verzet, kan voldoende zijn voor vrijwillige behandeling.
  • Betrek de patiënt bij de overwegingen om zorg als vrijwillig of verplicht te verlenen en maak expliciet welke zorg er overwogen wordt om vervolgens per vorm het gesprek aan te kunnen gaan in hoeverre er sprake is van verzet tegen die specifieke vorm. Zo kan de patiënt adequater instemmen met de zorg (vrijwillig) of zich verzetten (verplicht).

Overwegingen

Balans tussen gewenste en ongewenste effecten en kwaliteit van bewijs

Het doel van deze uitgangsvraag was om het verschil tussen vrijwillige zorg en verplichte zorg te duiden, en om enkele concepten die hiermee gepaard gaan te verhelderen. Om de uitgangsvraag te kunnen beantwoorden is geen systematische literatuursamenvatting verricht, o.a. vanwege de juridische aard van deze vraag.

 

Definiëring verplichte zorg

De wetgever spreekt van verplichte zorg wanneer, ondanks verzet, zorg wordt toegepast op basis van een juridische maatregel waarbij de patiënt iets moet ondergaan, iets niet meer kan doen of iets juist wel moet doen. Deze vormen van verplichte zorg zijn in de Wvggz geclusterd in elf groepen, en kan bijvoorbeeld het verplicht ondergaan van een (medicamenteuze) behandeling inhouden, maar ook een verplichte opname in een Wvggz accommodatie (art. 3:2 Wvggz). Het doel van verplichte zorg is steeds gericht op het afwenden van het risico op ernstig nadeel. Het begrip 'ernstig nadeel' in de Wvggz omvat het (het aanzienlijke risico) dat (art. 1:1 Wvggz):

  • de patiënt zichzelf of anderen in levensgevaar brengt, ernstig lichamelijk letsel toebrengt, ernstige psychische, materiële, immateriële of financiële schade toebrengt, ernstig verwaarloost of ‘maatschappelijk ten onder gaat’, of als de eigen ontwikkeling ernstig verstoord is of de patiënt andermans ontwikkeling ernstig verstoort;
  • de veiligheid van de patiënt bedreigd wordt, al dan niet onder invloed van een ander;
  • het gedrag van de patiënt zo hinderlijk is dat het agressie van anderen oproept;
  • de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.

Ernstig nadeel kan bijvoorbeeld agressie naar anderen, suïcidaal gedrag, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang, beïnvloeding door anderen (bijv. loverboys) of grote financiële schade omvatten.

Verplichte zorg kan alleen als laatste redmiddel ingezet worden en alleen wanneer aan de wettelijke voorwaarden die de Wvggz daar aan stelt is voldaan, zie ook Box 1 hieronder gepresenteerd.

Box 1. Wet verplichte ggz (Wvggz): Wettelijk kader

De Wvggz geldt alleen voor mensen bij wie een psychische stoornis leidt tot gedrag dat ernstig nadeel veroorzaakt voor henzelf of voor anderen. In de wet heten zij: 'betrokkene'. In deze richtlijn spreekt de werkgroep over ‘patiënt’ om verwarring met directbetrokkenen (zoals naasten) te voorkomen.

Als passende vrijwillige zorg niet mogelijk is en er géén sprake is van wilsbekwaam verzet, of als er wél sprake is van wilsbekwaam verzet maar acuut levensgevaar voor de patiënt of ernstig nadeel voor derden afgewend moet worden, kan verplichte zorg volgens de daarvoor geldende procedure afgegeven worden.

 

Deze verplichte zorg kan alleen worden verleend indien (art. 3:3 Wvggz):

  • er geen mogelijkheden voor vrijwillige zorg zijn;
  • er voor patiënt geen minder bezwarende alternatieven met het beoogde effect zijn;
  • het verlenen van verplichte zorg, gelet op het beoogde doel van verplichte zorg evenredig is; en
  • redelijkerwijs te verwachten is dat het verlenen van verplichte zorg effectief is.

Er worden onder andere vier principes proportionaliteit, subsidiariteit, effectiviteit en veiligheid van verplichte zorg beoordeeld (art. 2:1 Wvggz) (zie ook module ‘Besluitvorming verplichte zorg’).

 

Bronnen: Wvggz (BWBR0040635; https://wetten.overheid.nl/BWBR0040635/2025-01-01/0); www.dwangindezorg.nl/wvggz (geraadpleegd 3 februari 2025)

 

 

Figuur 1. Continuüm van vrijwillige naar verplichte zorg (Plomp, 2024; pag. 410)

 

Gebied tussen vrijwillige en verplichte zorg

De Wvggz is erop gericht om verplichte zorg zo veel mogelijk te voorkomen. De zorgaanbieder en geneesheer-directeur moeten voldoende mogelijkheden voor zorg op basis van vrijwilligheid bieden, om te voorkomen dat overgegaan moet worden tot verplichte zorg. Dat is niet alleen een doel voortkomend uit goede zorgverlening maar ook een eis vanuit de Wvggz (artikel 2:1). Figuur 1 laat zien welke basishouding in de zorg binnen het vrijwillige kader, als continuüm richting verplichte zorg, daarbij benut kunnen worden.

 

Het uitgangspunt van de Wvggz is daarnaast dat wilsbekwaam verzet altijd gehonoreerd moet worden, tenzij er sprake is van acuut levensgevaar voor de patiënt zelf of ernstig nadeel voor een ander. Dat maakt dat een inschatting van de wilsbekwaamheid van de patiënt een onderdeel moet zijn van de beoordeling of er voldaan wordt aan de voorwaarden voor de inzet van verplichte zorg. Een ander punt dat overwogen moet worden is wat de consequentie moet zijn wanneer instemming niet wilsbekwaam gegeven wordt. Net als bij verzet zou ook in dat geval verbreding door bijvoorbeeld het betrekken van naasten en/of een vertegenwoordiger aan de orde moeten zijn, tenzij de patiënt dit uitdrukkelijk niet wil.

 

Wilsbekwaamheid is geen categorische toestand maar wordt alleen met betrekking tot een specifieke beslissing of situatie beoordeeld, ook wel “wilsbekwaamheid ter zake” genoemd. Om wilsbekwaam tot een beslissing te kunnen komen zijn er vier voorwaarden (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, 2019):

  • Kan de patiënt een keuze maken en deze ook uiten?
  • Kan de patiënt geboden informatie voldoende begrijpen en overzien?
  • Kan de patiënt deze informatie waarderen voor- en betrekken op de eigen situatie?
  • Kan de patiënt de voor- en nadelen van zijn beslissing tegen elkaar afwegen?

De handreiking beslisvaardigheid en wilsbekwaamheid (SKILZ, 2024) is daarbij een praktisch en informatief kader.

 

Wanneer een patiënt wilsbekwaam ter zake is, staan zijn autonomie en zelfbeschikking zoals gezegd centraal. Bij afnemende wilsbekwaamheid en dreigend ernstig nadeel kan ‘drang’ worden ingezet om noodzakelijke zorg te laten accepteren. Naarmate de ‘drang’ toeneemt, neemt de keuzeruimte af maar er moet sprake blijven van een vrijwillige keus door de patiënt. Bij verminderde wilsbekwaamheid krijgt bescherming meer gewicht dan zelfbeschikking (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, 2019). Wanneer drang onvoldoende effectief is en de patiënt zich verzet, kan verplichte zorg worden ingezet, wat de keuzeruimte verder beperkt. In het verdiepingsonderzoek ‘Uitvoering Wvggz: goede voorbeelden uit de praktijk’ is dit continuüm van vrijwillige naar verplichte zorg mooi gevisualiseerd, zie Figuur 1 (Plomp, 2024).

 

Verschillende interventies (e.g. extra uitleg, proactieve houding van zorgverleners, het duidelijk schetsen van consequenties van het weigeren van zorg) zijn in de literatuur beschreven als voorbeelden van vrijwillige zorg waarbij de keuzevrijheid van een patiënt wel kleiner wordt maar niet mag verdwijnen. Deze categorie interventies wordt in de praktijk onder de noemer ‘drang’ gevangen. Bij het uitoefenen van ‘drang’ is het noodzakelijk voortdurend en zorgvuldig af te blijven wegen in hoeverre de keuzeruimte van een patiënt nog groot genoeg is zodat de zorg als vrijwillig kan worden gezien.

 

Het is dus van belang te beseffen dat er sprake is van een continuüm van evident vrijwillige zorg waarbij er zonder enige vorm van druk sprake is van instemming met een vorm van zorg, naar evident verplichte zorg waarbij er sprake is van actief verbaal en/of fysiek verzet

 (zie Figuur 1).

 

Verzet volgens de Wvggz

In de Wvggz wordt het verzetscriterium gebruikt, waar de Wet Bopz “instemming” (‘bereidheid’) als criterium gebruikte. Deze wijziging had als doel de groep patiënten waarbij geen sprake is van instemming maar ook niet van verzet de noodzakelijke zorg juridisch op vrijwillige basis te kunnen verlenen. Maar de wet definieert de term verzet niet, en maakt dus niet voldoende duidelijk op welke manier en in welke mate verzet geuit moet worden om te kunnen spreken van ‘verzet’ in de zin van de Wvggz.

 

Wel wordt in de Memorie van Toelichting op de wet (MvT) aan de ene kant over de Wvggz beschreven dat het begrip verzet ruim geïnterpreteerd moet worden: elke feitelijke verbale of non-verbale uiting van verzet. Maar ook wordt er verwezen naar de definitie van verzet zoals die is vastgesteld t.b.v. de Wgbo. Daarmee is het dan ook te volgen dat er in de MvT ten aanzien van de Wzd beschreven is dat er enige eisen van consistentie en persistentie aan verzet kunnen worden gesteld. Hoewel dit enige richting geeft blijft er bijzonder veel ruimte voor interpretatie.

 

Het standpunt van de werkgroep is dat het niet voldoende is tot een sluitende definiëring van het juridische begrip verzet te komen. Elk teken van mogelijk verzet moet in principe als zodanig beoordeeld worden. Maar de praktijk leert dat niet elk teken van verzet betekent dat er ook daadwerkelijk sprake is van verzet in de juridische zin van het woord. Verzet in inhoudelijke/taalkundige en in juridische zin (ex Wvggz) zijn, zoals de Memorie van Toelichting beschrijft, twee verschillende concepten en dezelfde uiting van verzet kan bij de ene patiënt een grondig andere betekenis hebben dan bij een andere. Daarom is het van belang per patiënt een individuele inschatting te maken.

 

Verzet kan actief zijn: in taal of in gedrag, maar ook passief: bijvoorbeeld door niet actief mee te werken aan een behandeling. Het ontbreken van actief verzet betekent niet altijd dat de behandeling vrijwillig wordt ondergaan. Andersom betekent ambivalentie of een beperkte mate van verbaal verzet ook niet per definitie dat zorg als verplicht moet worden gezien. Ook kan er sprake zijn van verzet dat niet actief geuit wordt maar wel als zodanig door een patiënt beleefd. De praktijk leert dat dit zeer afhankelijk is van de patiënt en de situatie, met als consequentie dat het van belang is hier een afwegingskader voor te scheppen. De werkgroep acht het noodzakelijk in dit afwegingskader mee te wegen in hoeverre een patiënt (als individu en binnen de actuele context) in staat is om in taal en/of gedrag verzet te uiten. Het verschilt dus per patiënt en per situatie of er een ruime of juist een smalle inhoudelijke definiëring van verzet aangehouden moet worden om te kunnen spreken van verzet in juridische zin.

 

Consequenties

Doordat de interpretatie van uitingen, in taal of gedrag, van potentieel verzet per definitie een inschatting is waarbij subjectieve factoren meewegen, bestaat het risico voor zorgverleners deze drempel ofwel te hoog ofwel te laag te leggen. Bij deze afweging is het van belang maar ook helpend om mee te nemen wat de voor- en nadelen kunnen zijn voor de individuele patiënt.

 

Het te laag leggen van de drempel is niet bevorderlijk voor de patiënt. Diegene verliest mogelijk ten onrechte autonomie en wordt belast met de praktische maar ook de psychologische gevolgen van het moeten ondergaan van verplichte zorg. Het bestaan van een Wvggz-maatregel, zelfs zonder inzet van verplichte zorg, wordt al als zeer belastend ervaren door patiënten (Plomp, 2024). Ook worden de mogelijkheden tot inzet van vrijwillige zorg dan potentieel onvoldoende benut. Dat dit niet bevorderlijk is voor de behandelrelatie acht de werkgroep vanzelfsprekend. Het ondermijnt namelijk het proces van shared decision making.

 

Het te hoog leggen van de drempel is ook niet bevorderlijk voor de patiënt. Het ontzegt een patiënt een passende rechtspositie met de mogelijkheid van een klacht indienen tegen de beslissing tot verplichte zorg. Ook dit ondermijnt het proces van shared decision making, door uitingen van verzet onvoldoende te “horen” en “zien”.

 

Afwegingskader

Het uitgangspunt is om zoveel mogelijk en in een zo vroeg mogelijk stadium in gesprek met patiënt tot een gezamenlijk behandelplan te komen op basis van een vrijwillige keuze. Ook al hanteert de wet het begrip verzet als criterium, in de praktijk heeft het uiteraard de voorkeur te streven naar instemming in een proces van shared decision making.

 

Instrumenten als de zorgkaart, crisiskaart, signaleringsplan, eigen plan van aanpak, zelfbindingsverklaring of andere zelfregie-instrumenten kunnen, wanneer de situatie het toelaat, hier een goed instrument zijn om al op voorhand met de patiënt het gesprek aan te gaan.

 

Wanneer het onduidelijk is in hoeverre er sprake is van verzet tegen een vorm van behandeling dan moet dat aanleiding zijn tot het (opnieuw) daarover in gesprek gaan met de patiënt.

 

De mogelijkheid om verzet te laten zien moet feitelijk als een continuüm gezien worden: hoe kwetsbaarder de patiënt en hoe minder diegene in staat is om zich te verzetten, hoe eerder een eerste teken van verzet of ambivalentie aanleiding zou moeten zijn om zorg niet langer als vrijwillig te zien. Factoren die hierbij een rol kunnen spelen zijn:

  • Persoonlijkheidskenmerken (e.g. assertiviteit, verbale vaardigheden, gevoeligheid/angst voor hiërarchische verhoudingen);
  • Taal en cultuur (uitingen van verzet zijn sterk taal- en cultuurafhankelijk);
  • (jonge) Leeftijd; of
  • Systemische factoren waardoor er sprake is van afgenomen autonomie of zeggenschap. (zoals afhankelijkheid binnen een relatie, agressie binnen het systeem etc.)

Onderstaande afwegingen acht de werkgroep richtinggevend voor zorgverleners, bij het maken van de inschatting met betrekking tot het vaststellen van de aanwezigheid en de mate van mogelijkheid om verzet te uiten in een situatie waarbij dit niet evident is:

  • Zijn er individuele factoren die een rol spelen (zoals bijvoorbeeld de hierboven genoemde factoren)? 
  • Heeft de patiënt nog de mogelijkheid of ruimte om het er niet mee eens te zijn, en dus een reële keuze om de zorg te weigeren?
    • Hoeveel mogelijkheid en ruimte heeft de patiënt om verzet te uiten?
  • Indien uitingen van verzet moeilijk te interpreteren zijn, verbreedt het blikveld:
    • Bespreek met de patiënt, familie, of andere naasten en bekijk of patiënt voorkeuren heeft vastgelegd/uitgesproken (bijv. in de crisiskaart, het signaleringsplan of de zorgkaart); laat de patiënt bijstaan door een naaste (van eigen keus); weeg relevante voorgeschiedenis van de patiënt; en/of
    • Overleg met collega’s, een ervaringsdeskundige of een specifiek cultuursensitieve hulpverlener en reflecteer daarmee ook op je eigen normen en waarden als zorgverlener en houd een open blik.
    • Overweeg niet alleen de individuele voor- en nadelen voor de patiënt van een hogere drempel, maar ook die van een lagere drempel.

Indien na toepassing van het afwegingskader nog steeds onduidelijk is of sprake is van verzet, dan adviseert de werkgroep om eerder uit te gaan van verzet dan van instemming. Naarmate de ruimte voor inspraak en het maken van eigen keuzes in de zorg die aan de patiënt wordt verleend beperkter is zou daarnaast ook eerder sprake moeten zijn van verplichte zorg.

 

Beschouw een eerste teken van verzet niet direct als reden voor verplichte zorg: hernieuwde instemming kan voldoende zijn voor vrijwillige behandeling. Als enige vertraging acceptabel is ga dan vooral in gesprek met de patiënt, ook over de achtergrond van het verzet, en schat in in hoeverre het toch mogelijk is tot instemming te komen en de zorg dus als vrijwillige zorg te hervatten.

 

Het bovenstaande afwegingskader is niet alleen van toepassing op het startmoment van verplichte zorg maar dient in elke fase van de behandeling overwogen/gebruikt te worden (zie ook Module ‘Uitvoering en evaluatie van verplichte zorg’). Instemming met- of verzet tegen behandeling kunnen wisselen in de tijd. Bij het inschatten van wanneer behandeling niet meer als vrijwillig gezien moet worden moet het beloop van het gedrag en eventuele tekenen van verzet dan ook meegewogen worden. Hoe wisselender deze uitingen zijn, of hoe vaker er ambivalentie is: hoe eerder de grens bereikt wordt wanneer mogelijke uitingen van verzet als verzet in het kader van de Wvggz gezien moeten worden.

 

Het is dus van belang de mate van vrijwilligheid en mogelijkheid om verzet te uiten continu te blijven beoordelen, waarbij naast de verantwoordelijkheid van de patiënt om verzet zelf kenbaar te maken een significante verantwoordelijkheid bij de zorgverlener ligt om dit afhankelijk van de context zo zorgvuldig mogelijk te interpreteren. Ook tijdens een behandeling, waarbij sprake is van verplichte zorg, is het van belang deze zo veel mogelijk te beperken, zo kort mogelijk te laten duren en expliciet te streven naar een zo groot mogelijke mate van vrijwillige zorg. Regelmatige evaluatie van de inzet van verplichte zorg is daarom van groot belang.

 

De werkgroep heeft ter illustratie een aantal voorbeelden omschreven, om handvatten aan te reiken voor de klinische praktijk, zie Box 2.

Box 2. Voorbeelden

Voorbeeld 1: De patiënt heeft een reële keuze.

Als een patiënt kan kiezen uit twee vormen van zorg die de patiënt niet wil (bijvoorbeeld de keuze tussen medicamenteuze toedieningswijze: intramusculair of oraal) en hierin wel een keuze maakt, betekent dit niet dat deze zorg als vrijwillig kan worden gezien. Beide vormen van zorg moeten als verplichte zorg worden gezien.

 

Voorbeeld 2: De patiënt accepteert een bepaalde vorm zorg, onder dreiging met sancties of in ruil voor een beloning.

Bijvoorbeeld: een patiënt zegt toch vrijwillig opgenomen te willen blijven omdat de patiënt geen crisismaatregel wil krijgen.

 

Uitgangspunt is dat zorg die onder grote druk van consequenties als sancties of beloning wordt geaccepteerd, waarbij er geen reële ruimte is voor verzet, als verplichte zorg moet worden gezien. De patiënt heeft dan een betere rechtsbescherming.

 

Maar er zijn ook patiënten die het hebben van een crisismaatregel of zorgmachtiging koste wat het kost willen voorkomen. En dan er liever de zorg accepteren, dan dat er een Wvggz-procedure wordt gestart. De zorg kan dan ook onder een vrijwillig kader worden gegeven. Dit kan alleen als de patiënt begrijpt wat het alternatief van een machtigingsprocedure inhoudt, inclusief de rol van de advocaat en de mogelijkheid van hulp van een patiëntenvertrouwenspersoon. Ook moet de patiënt weten dat het aanvragen van een maatregel niet betekent dat deze ook altijd wordt verleend of dat elke in een maatregel opgenomen vorm van verplichte zorg ook daadwerkelijk uitgevoerd zal worden. De zorgverlener moet ook inschatten dat de situatie ernstig genoeg is om een machtigingsverzoek te rechtvaardigen

 

De kern is dan ook om in te blijven schatten, bij voorkeur in gesprek met de patiënt zelf, in hoeverre de patiënt nog ruimte heeft om het er niet mee eens te zijn, of dat de consequenties van het tonen van verzet zo groot voelen of zijn dat de mogelijkheid en de ruimte om verzet te tonen feitelijk niet meer gevoeld wordt.

 

Voorbeeld 3: Hoeveel ruimte en mogelijkheden heeft de patiënt om verzet te uiten?

Een patiënt die zich minder goed kan uiten (bijvoorbeeld wegens selectief mutisme, katatonie, angst of systemische factoren) zal mogelijk minder snel verzet kenbaar maken. Bijvoorbeeld een jongere van dertien jaar zal zich minder snel verzetten wanneer een behandeling wordt gesteund door zijn ouders en het behandelteam, wat niet betekent dat deze ook daadwerkelijk vrijwillig wordt aangegaan. Hier zou de kern moeten zijn om in te schatten in hoeverre een jongere zich (zelf) voegt naar de mening van zijn ouders. Of dat de patiënt zich (door ouders) gedwongen voelt.

 

Voorbeeld 4: Patiënt zegt nee, maar loopt toch mee om medicatie te nemen / toegediend te krijgen.

Het is de vraag of in deze situatie sprake is van vrijwillige zorg. Er is een situatie denkbaar waarbij dit als verzet gezien moet worden en dus als verplichte zorg. Patiënt denkt mogelijk dat medicatie onvermijdelijk is, omdat dit in de zorgmachtiging staat. Maar net zo goed is een situatie denkbaar waarbij patiënt wel zegt deze medicatie niet te willen, maar weloverwogen en wilsbekwaam accepteert deze toch te nemen. In beide scenario’s is het dus van belang een inschatting te maken van de feitelijke aanwezigheid van verzet.

 

De praktijk (Plomp, 2024) leert dat patiënten vaak niet weten dat de zorgverantwoordelijke eerst een gemotiveerd besluit moet nemen vóór de daadwerkelijke uitvoering van verplichte zorg. Het is van belang dat zorgverleners patiënten hierover informeren.

 

Waarden en voorkeuren van patiënten en naasten

Het is van belang om in een vroeg stadium, liefst al bij het eerste contact met een patiënt die vrijwillig in zorg komt, te vragen naar een crisiskaart en een signaleringsplan. Ook is het behulpzaam om in dit stadium naasten te betrekken die de patiënt zelf kiest. Is er nog geen crisiskaart, dan kan deze samen met de patiënt en, indien mogelijk en gewenst, met diens naasten worden opgesteld.

 

Het is essentieel om patiënten voor wie een zorgmachtiging (ZM) of (voortgezette) crisismaatregel ((V)CM) wordt aangevraagd of voor wie een ZM of (V)CM is afgegeven, volledig en op begrijpelijke wijze te informeren over wat dit voor hen betekent. Het is met name van belang om hen duidelijk te maken dat een ZM of (V)CM niet automatisch leidt tot verplichte zorg. De eerste stap is altijd om samen met de patiënt en diens naasten te kijken of zorg op vrijwillige basis kan worden verleend, het eigen plan van aanpak of de zorgkaart zijn daarin helpende instrumenten. Pas als dat niet lukt, en als aan verschillende voorwaarden is voldaan, zal de zorgverantwoordelijke éérst een formeel besluit moeten nemen om daadwerkelijk tot verplichte zorg over te kunnen gaan.

 

Ook is het van belang om aan de patiënt goed uit te leggen wat de consequenties zijn van diens verzet tegen de voorgestelde zorg; en om met de patiënt te bespreken wat de voor- en nadelen zijn van verplichte zorg en van vrijwillige zorg bij het ontbreken van verzet. Als voordeel van verplichte zorg valt te denken aan in de wet verankerde rechten zoals het klachtrecht.

 

Op een patiënt kan zodanige drang worden uitgeoefend, dat deze weliswaar tegen heug en meug, maar toch zonder verzet bepaalde zorg ondergaat. Dan heet het officieel vrijwillige zorg. Er moet voor gewaakt worden dat de patiënt zich zozeer onder druk gezet voelt, dat er in feite sprake is van verplichte zorg, zonder de daarbij behorende rechten. Dit is voor patiënten een zeer onwenselijke situatie.

 

Ook naasten moeten over dit alles goed geïnformeerd zijn.

 

Patiënten moeten weten dat zij de patiëntenvertrouwenspersoon kunnen inschakelen voor advies en bijstand. Met hulp van de pvp ontstaat een gelijker speelveld. Evenzo moeten naasten op de hoogte gesteld worden van de mogelijkheid om de familievertrouwenspersoon in te schakelen.

 

Wanneer het onduidelijk is of een patiënt zich verzet tegen de voorgestelde zorg of niet, is het belangrijk om hierover met de patiënt zelf en eventueel zijn naasten in gesprek te gaan. Daarnaast is het te overwegen of de patiënt zich misschien bij een andere collega binnen het team meer durft te uiten, omdat de patiënt daar een betere klik mee heeft.

 

In het belang van de rechtszekerheid geldt als uitgangspunt: hoe kwetsbaarder de patiënt is en hoe minder de patiënt in staat is om zich te verzetten, des te sneller elk teken van verzet of ambivalentie moet leiden tot de conclusie dat de zorg niet langer vrijwillig is.

 

Kostenaspecten

Kostenaspecten spelen in de context van deze module geen rol in de besluitvorming.

 

Gezondheidsgelijkheid

Wat gelijkheid betreft beoogt de richtlijn juist de gelijke behandeling van patiënten te stimuleren.

 

Haalbaarheid en aanvaardbaarheid

In deze module zet de werkgroep de definiëring van het concept verplichte zorg uiteen. Haalbaarheid in de klinische praktijk in Nederland en aanvaardbaarheid op grond van duurzaamheid spelen derhalve geen rol in de formulering van de aanbevelingen.

 

Ethische aanvaardbaarheid

De werkgroep beoogt middels deze module enerzijds de kwaliteit van toegepaste verplichte zorg te verbeteren, en anderzijds onwenselijke situaties waarbij zorg onterecht in een vrijwillig- of onnodig in een verplicht kader wordt uitgevoerd te voorkomen. In die zin ziet de werkgroep geen ethische bezwaren.

 

Rationale van de aanbeveling: weging van argumenten voor en tegen de interventies

De aanbevelingen zijn gebaseerd op bestaande wetteksten en op praktijkervaringen met de Wvggz, zoals weergegeven in de twee wetsevaluaties, verdiepingsonderzoek, beschikbare literatuur, jurisprudentie, expert opinie en op ervaringen van patiënten en naasten.

 

Eindoordeel: Sterke aanbeveling voor

Onderbouwing

Het verlenen van zorg tegen iemands wil is logischerwijs een gevoelig onderwerp. Met de Wet verplichte ggz (Wvggz) geeft de wetgever kaders voor het inzetten van verplichte zorg, om de uitvoering daarvan verder te verbeteren en waar mogelijk terug te dringen. Daarnaast is de rechtspositie van de patiënt en diens omgeving ten opzichte van de Wet Bopz beter verankerd. Echter, in de praktijk is de grens tussen vrijwillige zorg en verplichte zorg een knelpunt. Er heerst praktijkvariatie op dit gebied waarbij verschillende vragen spelen, zoals: Wanneer houdt vrijwillige zorg op en moet gesproken worden van verplichte zorg? Het uitgangspunt bij dit onderscheid in de wet is het al dan niet aanwezig zijn van “verzet”. Maar de wetgever definieert niet aan welke eisen eventuele uitingen van verzet moeten voldoen of op welke manier deze geuit moeten worden. Dus hoe interpreteert de zorgverlener uitingen van verzet, of juist het ontbreken daarvan? Hoe wordt voorkomen dat de zorgverantwoordelijke zorg als vrijwillige zorg ziet, doordat deze ten onrechte inschat dat de patiënt geen verzet toont? Maar ook andersom: dat een zorgverantwoordelijke de zorg als verplicht beoordeelt terwijl er wel degelijk voldoende mate van instemming is en een eerste teken of uiting van verzet niet meteen als juridisch verzet, zoals bedoeld in de Wvggz, tegen de ingestelde zorg gezien moet worden. Beide scenario’s zijn onwenselijk en hebben significante gevolgen voor de patiënt en omgeving, waardoor het zeer van belang is hier meer handvatten voor te bieden.

 

De Memorie van Toelichting op de Wvggz geeft geen eenduidige interpretatie aan het begrip verzet en verschillende factoren spelen hierbij een rol (e.g. context, criteria van verzet, ambivalentie). Het doel van deze module is om het concept ‘verzet’ te verhelderen, het onderscheid tussen verplichte zorg en vrijwillige zorg daarmee beter te markeren en enkele concepten die met dit onderscheid samenhangen te verduidelijken. Het is van belang onderscheid te maken tussen “uitingen of tekenen van verzet” in bredere taalkundige en inhoudelijke zin, en “verzet” als term in het kader van de Wvggz.

 

Verschillende aspecten komen in deze module aan bod:

  • Definities van vrijwillige zorg en verplichte zorg op basis van de Wvggz;
  • Reflecties op concepten (e.g. verzet, context) die in deze definities worden gebruikt vanuit zorgverlener- en patiëntperspectief;
  • Toelichting op de grens tussen vrijwillige zorg en verplichte zorg (afbakening); en
  • Toelichting met praktijkvoorbeelden (situaties schetsen, voorbeelden).

Om de uitgangsvraag te kunnen beantwoorden is geen systematische literatuursamenvatting mogelijk, vanwege de overwegend juridische/ethische aard van deze vraag en het feit dat het gaat om vraagstukken die specifiek gelden voor de Nederlandse context. Deze module is gebaseerd op bestaande wetteksten en op praktijkervaringen met de Wvggz, zoals weergegeven in de twee wetsevaluaties ‘Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg en Wet zorg en dwang’ (Legemaate, 2021; Legemaate, 2022), het verdiepingsonderzoek ‘Verdiepingsonderzoek

Uitvoering Wvggz: goede voorbeelden uit de praktijk’ (Plomp, 2024). Tevens is reeds bekende en beschikbare literatuur bij de leden van de richtlijnwerkgroep verwerkt in deze module (Plomp, 2021; Plomp, 2022). Daarnaast is de huidige module gebaseerd op jurisprudentie, expert opinie en op ervaringen van patiënten en naasten.

  1. Legemaate, J., Nuijen, J., Voskes, Y., Ploem, M. C., Kroezen, M., Gerritsen, S., ... & Kroon, H. (2021). Eerste evaluatie Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg en Wet zorg en dwang, deel 1 – Implementatie en uitvoerbaarheid. Den Haag: ZonMw, december 2021. 200/12/2021/Jeugd, ISBN 9789057631627. Link: https://open.overheid.nl/repository/ronl-6be3e35f-ee27-4710-8c61-0e8ce60a7905/1/pdf/evaluatie-wet-verplichte-geestelijke-gezondheidszorg-en-wet-zorg-en-dwang-deel-1.pdf
  2. Legemaate, J., Nuijen, J., Voskes, Y., Ploem, M. C., Kroezen, M., Gerritsen, S., ... & Kroon, H. (2022). Eerste evaluatie Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg en Wet zorg en dwang, deel 2 – Doeltreffendheid en (neven) effecten. Den Haag: ZonMw, oktober 2022. 250/10/2022/Jeugd, ISBN 9789057631641. Link: https://open.overheid.nl/repository/ronl-d23535deeda8382ac01ea3c04f59cd046b69817c/1/pdf/evaluatie-wvggz-wzd-eindrapport.pdf
  3. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Stappenplan bij de beoordeling van wilsbekwaamheid. November 2019. Link: https://www.dwangindezorg.nl/documenten/publicaties/implementatie/wzd/diversen/stappenplan-wilsonbekwaamheid
  4. Plomp E. Kroniek rechtspraak Wet verplichte ggz en Wet zorg en dwang: Deel 1. TvGR. 1 Oct 2021; 45(5); 492-519. doi: 10.5553/TvGR/016508742021045005005.
  5. Plomp E. & Widdershoven T.P. (2022), Dwang, drang of vrijwillig: psychiatrische zorg in juridisch perspectief, TvGR 2022 (46) 3. doi: 10.5553/TvGR/016508742022046003004
  6. Plomp E. & Legemaate, J. Verdiepingsonderzoek - Uitvoering Wvggz: goede voorbeelden uit de praktijk. Den Haag: ZonMw, maart 2024. Link: https://www.zonmw.nl/sites/zonmw/files/2024-04/Eindrapport-Verdiepingsonderzoek-Uitvoering-Wvggz-def.pdf
  7. StichtingKwaliteitsimpulsLangdurigeZorg (SKILZ): https://www.richtlijnenlangdurigezorg.nl/handreikingen/beslisvaardigheid-en-wilsbekwaamheid/overzicht-van-aanbevelingen

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 02-07-2026

Beoordeeld op geldigheid  : 02-07-2026

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie
Geautoriseerd door:
  • MIND Landelijk Platform Psychische Gezondheid
  • Nederlands Instituut van Psychologen
  • Nederlandse Internisten Vereniging
  • Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie
  • Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie
  • Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland

Algemene gegevens

De ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule werd ondersteund door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (www.demedischspecialist.nl/kennisinstituut) en werd gefinancierd door de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS). De financier heeft geen enkele invloed gehad op de inhoud van de richtlijnmodule.

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is in 2023 een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van alle relevante specialismen (zie hiervoor de ‘Samenstelling van de werkgroep’) die betrokken zijn bij de preventie van, de besluitvorming over en de toepassing van verplichte zorg in de psychiatrie en de verslavingszorg in Nederland.

 

Werkgroep

  • Dhr. E.J.D. (Elnathan) Prinsen (voorzitter), psychiater, namens de NVvP
  • Mevr. C. (Carolien) Bakker, jurist, namens de Nederlandse ggz
  • Dhr. C.J. (Chris) Bavinck, psychiater en geneesheer-directeur, namens de NVvP
  • Dhr. P. (Paul) Doedens, verpleegkundige, onderzoeker en docent, namens V&VN
  • Dhr. M.U. (Maarten) van Grevenstein, psychiater en geneesheer-directeur, namens de NVvP
  • Dhr. A.G. (Rob) Havermans, psychiater en geneesheer-directeur, namens de NVvP
  • Mevr. M. (Margot) Klooster, juridisch beleidsadviseur, namens de NVvP (per januari 2025)
  • Mevr. K.M. (Kathelijne) Koorengevel, psychiater en geneesheer-directeur, namens de NVvP (per januari 2025)
  • Dhr. A. (Arjen) Neven, psychiater, namens de NVvP
  • Mevr. E. (Evi) Peters Rit, klinisch geriater, namens de NVKG (tot juni 2024)
  • Mevr. M. (Maaike) Philippi, klinisch psycholoog, namens het NIP
  • Dhr. P. (Peter) Pierik, patiëntvertegenwoordiging, namens MIND (tot juli 2024)
  • Mevr. H. (Heleen) Schaffels, psychiater en geneesheer-directeur, namens de NVvP
  • Dhr. E.P.K. (Erik) Sikkens, psychiater en geneesheer-directeur, namens de NVvP
  • Mevr. M. (Mirjam) van Til, verpleegkundig specialist, namens V&VN
  • Mevr. G.L. (Laura) Treurniet, patiëntvertegenwoordiger, namens MIND (per november 2024)
  • Mevr. Y. (Yolande) Voskes, universitair docent medische ethiek, op persoonlijke titel
  • Mevr. M.C.G. (Marja) van der Zanden, patiëntvertegenwoordiger, namens MIND

Klankbordgroep

  • Dhr. J.W. (Jan Willem) de Boer, medisch manager ambulancezorg/ ziekenhuispsychiater, namens Ambulance zorg Nederland
  • Dhr. D. (David) Baden, spoedeisendehulparts, namens de NVSHA
  • Mevr. A. (Anneke) Huson, beleidsadviseur, namens Landelijke Stichting Familievertrouwenspersonen
  • Mevr. M. (Marjo) Markx, naastenvertegenwoordiger, namens MIND
  • Dhr. H. (Hans) Mollen, patiëntvertegenwoordiger, namens MIND
  • Mevr. R.P. (Robinetta) de Roode, senior-jurist, namens Stichting PVP (patiëntenvertrouwenspersonen in de ggz)
  • Dhr. H. (Hans) Slijpen, accountmanager gezondheidszorg, namens de Nederlandse Politie (tot oktober 2025)
  • Mevr. M. (Marieke) Zeeman, internist, namens de NIV

Met ondersteuning van

  • Mevr. C.T.J. (Charlotte) Michels, senior adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Mevr. B. (Beatrix) Vogelaar, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Mevr. L.C. (Laura) van Wijngaarden, junior adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten

Belangenverklaringen

Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.

 

Tabel 1. Gemelde (neven)functies en belangen werkgroep

Naam

Hoofdfunctie

Nevenwerkzaamheden

Persoonlijke financiële belangen

Persoonlijke relaties

Extern gefinancierd onderzoek

Intellectuele belangen en reputatie

Overige belangen

Datum

Restrictie

Prinsen, Elnathan

Psychiater en lid raad van het bestuur, Parnassia groep

*Lid kamer psychiatrie van de Stichting BOLS.

*Voorzitter Opleidings- en Onderwijsregio Den Haag/Leiden.

*Lid winning team Verkennend Gesprek/ Mentale gezondheidscentra dNggz.

*Psychiater Leo Kannerhuis (onderdeel PG), Oosterbeek.

* OVV Begeleidingscommissie (sept 2024). Onderzoek naar de veiligheid van mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen, een vervolg op: Zorg voor veiligheid - Veiligheid van mensen met een ernstige psychische aandoening en hun omgeving - Onderzoeksraad voor Veiligheid.

Hoofdstukken geschreven over psychiatrie en recht en specifiek de Wvggz in verschillende boeken, waar er bij één een kleine vergoeding is betaald.

 

Geen

Geen

*Veel gepubliceerd en gepresenteerd (en doe dat nog) over gedwongen

zorg, dwangbehandeling en dan zowel de juridische- als de ethische aspecten.

*Als voorzitter van de commissie wet- en regelgeving en later van de NVvP betrokken geweest bij de totstandkoming van de wet verplichte GGZ. Vanuit deze positie ook deelgenomen aan rondetafelbijeenkosmten in de 2e kamer en ook aan een expertmeeting in de 1e kamer. Ook heb ik in de media frequent kritiek geuit op de wet. *Momenteel bestuurder van een grote GGZ-instelling waar ook gedwongen zorg geleverd wordt.

Geen

08-04-2024

Geen restrictie

Bakker, Carolien

Juridisch adviseur, de Nederlandse ggz

Lid redactie JGGZR (onbetaald).

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

12-03-2024

Geen restrictie

Bavinck, Chris

Psychiater en geneesheer-directeur, GGz Centraal, Amersfoort

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

21-02-2024

Geen restrictie

Doedens, Paul

* Verpleegkundige, postdoc onderzoeker & principal nurse educator, Amsterdam UMC (0.8 fte)

* Docent-onderzoeker, Hogeschool van Amsterdam (0.2 fte)

Sarcina Hortis:

Eigenaar eenmanszaak (KvK: 61018953). Betaalde opdrachten op het gebied van onderwijs, advies en training in de gezondheidszorg sinds 2014 bij:

- Arkin

- Bohn Stafleu van Loghum

- Cordaan

- GGZ Oostbrabant

- NCOI Groep

- Noordhoff Health

- Vereniging van Nederlandse Reflexzonetherapeuten

- Hogeschool van Amsterdam

- SDU

Nurse Academy:

Redactielid (betaald)

V&VN:

Commissielid, V&V Rookvrij (onbetaald)

Stichting Vakantiespelen:

* Bestuurslid (onbetaald)

* Vereniging Beheer mandelig terrein Paktuinen gelegen achter nummer 27 t/m 35 (oneven nummers)

* Voorzitter (onbetaald)

Pointer:

Spreker (eenmalig) in uitzending van Pointer over separaties in de GGZ.

Geen

Geen

Ik neem geen deel aan extern gefinancierd onderzoek, alleen heb ik een beurs ontvangen van mijn werkgever om postdoctoraal onderzoek mee te doen.

Geen

Geen

05-02-2024

Geen restrictie

van Grevenstein, Maarten

* Kinder- en jeugdpsychiater en geneesheer directeur, Karakter (betaald)

* Lid van de NVVP, afdeling geneesheer directeuren, afdeling kinder- en jeugdpsychiatrie, platform digitalisering (onbetaald).

* Lid van de commissie wet- en regelgeving (CWER) (onbetaald).

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

31-01-2024

Geen restrictie

Havermans, Rob

Geneesheer-directeur, Mondriaan

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

30-01-2024

Geen restrictie

Klooster, Margot

(per januari 2025)

Juridisch beleidsadviseur

NVvP

Gastdocent Recht en Ethiek aan Radboud Centrum voor Sociale Wetenschappen (enkele keren per jaar).

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

04-02-2025

Geen restrictie

Koorengevel, Kathelijne

(per januari 2025)

Psychiater en geneesheer-directeur, Erasmus MC, afdeling Psychiatrie

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

03-04-2025

Geen restrictie

Neven, Arjen

Psychiater, Fivoor FPA Utrecht

*Prelum

*NVvP Leidraad over verplichte zorg bij verslaving (lid commissie, onbetaald)

Geen

Geen

Geen

Ik geef verschillende presentaties over verplichte zorg bij verslaving, o.a. bij verslavingsartsen in opleiding, het leertraject verslavingspsychiatrie van het Radboud MC, rechters en Officieren van Justitie en de afd. geneesheren-directeur van de NVvP.

Geen

30-01-2024

Geen restrictie

Peters Rit, Evi

(tot juni 2024)

Klinisch Geriater, Reinier de Graaf Gasthuis (betaald). Klinisch, poliklinisch en consulterend werk in het ziekenhuis.

Lid werkgroep Wet Zorg en Dwang, NVKG (onbetaald)

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

31-01-2024

Geen restrictie

Philippi, Maaike

Directeur behandeling, CTP Veldzicht

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

06-03-2024

Geen restrictie

Pierik, Peter

(tot juli 2024)

*Mediant 36u p/w Ervaringswerker

*Saxion 8u p/w Docent Ad Ervaringsdeskundigheid

*Patiëntvertegenwoordiger MIND

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

10-03-2024

 

Geen restrictie

Schaffels, Heleen

Psychiater en geneesheer-directeur, GGZinGeest, Amsterdam

Lid van klachtencommissie Zuid Holland noord

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

14-02-2024

Geen restrictie

Sikkens, Erik

Psychiater,

Arkin GGZ (24 uur) en

FPC Oostvaarderskliniek (16 uur)

Eigen praktijk via 1nP (2-4 uur)

*Docent SSR

*Docent OSR

*Docent St. PVP

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

11-03-2024

Geen restrictie

van Til, Mirjam

Verpleegkundig Specialist, Geestelijke Gezondheidszorg

Stichting Arkin

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

12-02-2024

Geen restrictie

Treurniet, Laura

(per november 2024)

Patiëntvertegen

woordiger MIND

Onderzoeksstagair WKZ Utrecht

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

25-10-2024

Geen restrictie

Voskes, Yolande

*Universitairs docent te Amsterdam UMC;

*Senior onderzoeker GGZ Breburg

Voorzitter Stichting HIC&ART

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

02-04-2024

 

Geen restrictie

van der Zanden, Marja

Patiëntvertegen

woordiger MIND

Lid redactieraad Journaal GGZ en Recht Plus

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

05-03-2024

Geen restrictie

Inbreng patiëntenperspectief

De werkgroep besteedde aandacht aan het patiënten- en naastenperspectief door afgevaardigden van de patiëntvereniging MIND te betrekken in de werkgroep en klankbordgroep. De verkregen input is meegenomen bij het opstellen van de uitgangsvragen, de keuze voor de uitkomstmaten en het opstellen van de overwegingen (zie kop ‘Waarden en voorkeuren van patiënten’). De conceptrichtlijn is tevens voor commentaar voorgelegd aan MIND, Stichting Patiëntenvertrouwenspersonen (PVP) en Landelijke Stichting Familievertrouwenspersonen en de eventueel aangeleverde commentaren zijn bekeken en verwerkt door de werkgroep.

 

Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz

Module

Uitkomst raming

Toelichting

Module Onderscheid definities vrijwillige zorg en verplichte zorg

Geen financiële gevolgen

Hoewel uit de toetsing volgt dat de aanbevelingen breed toepasbaar zijn (5.000-40.000 patiënten), volgt ook uit de toetsing dat het geen nieuwe manier van zorgverlening of andere organisatie van zorgverlening betreft. Er worden daarom geen substantiële financiële gevolgen verwacht.

 

Werkwijze

Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze. Relevante informatie voor de ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule is hieronder weergegeven.

Volgende:
Preventie verplichte zorg in de ggz