Uveitis

Initiatief: NOG Aantal modules: 29

tsDMARD’s (JAK remmers)

Publicatiedatum: 14-10-2025
Beoordeeld op geldigheid: 29-09-2025

Uitgangsvraag

Wat is de effectiviteit van targeted synthetic (ts) DMARDs (JAK-remmers) bij de systemische behandeling van niet-infectieuze uveitis?

Aanbeveling

Overweeg systemische behandeling met een tsDMARD bij refractaire niet-infectieuze uveitis indien:

Behandel conform de richtlijn biological DMARD’s en targeted synthetic DMARD’s, module Complicaties als gevolg van behandeling met tsDMARD’s

Overwegingen

Voor- en nadelen van de interventie en de kwaliteit van het bewijs

Er is voor de module literatuuronderzoek verricht naar het effect van behandeling met targeted synthetic (ts) Disease-Modifying Antirheumatic Drugs (DMARD’s; JAK-remmers) versus csDMARD’s of bDMARD’s bij patiënten met niet-infectieuze uveitis. Als cruciale uitkomstmaat voor besluitvorming werd reductie in inflammatie gedefinieerd. De overige uitkomstmaten: best-gecorrigeerde visus, aantal recidieven, cystoïd macula oedeem (CME), retinale vasculitis, retinale laesies, choroidale laesies en bijwerkingen werden gedefinieerd als belangrijke uitkomstmaten. Uit het literatuuronderzoek kwamen geen vergelijkende prospectieve studies naar voren die rapporteerden over JAK-remmers vergeleken met cs/bDMARD’s bij patiënten met niet-infectieuze uveitis. Hierdoor kon ook geen literatuuranalyse worden uitgevoerd en geen GRADE-conclusies worden geformuleerd voor deze vergelijking.

 

Aanpalende literatuur

Na de uitgevoerde search (op 22-1-2024) is er 1 gerandomiseerde studie verschenen die naar de effectiviteit en veiligheid van filgotinib (JAK1-remmer) bij niet-infectieuze uveitis heeft gekeken. De HUMBOLDT-trial (Srivastava, 2024) werd echter voortijdig afgebroken op 30% van de beoogde inclusie vanwege zakelijke redenen niet gerelateerd aan de effectiviteit van de medicatie. De patiënten die meededen in deze trial hadden allemaal actieve niet-infectieuze uveitis, ondanks behandeling met oraal prednison (10-60 mg/dag) gedurende twee weken, met of zonder aanvullende immunosuppressieve therapie. Patiënten werden 1:1 gerandomiseerd voor behandeling met éénmaal daags 200 mg filgotinib (n=38) of placebo (n=36), gedurende 52 weken. Resultaten op het primaire eindpunt op 24 weken toonden in de filgotinib groep minder vaak therapiefalen dan in de placebogroep (37,5% vs. 67,6%; verschil in behandeling tussen de groepen: -30,1% [95% betrouwbaarheidsinterval (BI) -56.2% tot -4.1%]). Deelnemers in de filgotinib groep hadden een significant lagere kans op therapiefalen vanaf week 6 vergeleken met deelnemers in de placebogroep (gestratificeerde hazard ratio [HR] 0,31; 95% BI 0,14 tot 0,66; P = 0,003). Ten aanzien van veiligheid werd er een adverse event gemeld in 81,1% in de filgotinib groep (slechtere visus, slapeloosheid, urineweginfectie, misselijkheid en buikpijn) vergeleken met 68,6% in de placebogroep (hoofdpijn, slapeloosheid, urineweginfectie en droge ogen). Een adverse event gerelateerd aan de studiemedicatie werd gerapporteerd in 40,5% in de filgotinib-groep vergeleken met 17,5% in de placebogroep. Op basis van de beschikbare data werd geconcludeerd dat filgotinib mogelijk effectief kan zijn in de behandeling van niet-infectieuze uveitis en dat het over het algemeen goed verdragen werd, maar dat verder onderzoek nodig is.

 

Er is verder gekeken naar data uit case-series en naar de effectiviteit van tsDMARD’s op uveitis in studies in aanverwante inflammatoire aandoeningen waarbij uveitis een onderdeel van het ziektebeeld is.

Vitale (2024) beschrijft een serie van 12 patiënten, verzameld binnen het Europese AIDA netwerk, die gewisseld waren naar tofacitinib, baracitinib of upadacitinib. Alle patiënten kwamen in remissie onder deze therapie. En zij stelden dat JAK remmers een waardevolle optie kunnen zijn in de behandeling van (refractaire) niet-infectieuze inflammatoire oogaandoeningen.

Garweg en Straessle (2024) daarentegen, concludeerden in hun verhalende review, dat bij gebrek aan bewijs uit gecontroleerde klinische onderzoeken behandeling met JAK-remmers nog steeds als experimenteel beschouwd moet worden en momenteel alleen overwogen zouden kunnen worden voor gezichtsbedreigende uveïtis met onvoldoende respons of secundair verlies van respons op cs- of bDMARD’s.

Bechman (2024) voerden een meta-analyse uit naar de incidentie van uveitis anterior in patiënten met axiale spondyloartritis (SpA) behandeld met bDMARD’s en tsDMARD’s. Er werden 44 studies geïncludeerd, waarvan 6 met een tsDMARD. Er werden 331 patiënt-blootstellings-jaren meegenomen in de analyse. De incidentie ratio voor uveitis anterior in deze groep was 1,5 (95% BI 0,0 tot 3,0), ten opzichte van 10,8 (95% BI 7,4 tot 14,1) in de placebogroep. Op basis van een cumulatieve ranking benadering werden JAK-remmers gezien als de op een na gunstige risico-verlagende medicatie (na anti-TNF monoklonale antilichamen).

In het artikel van Wen (2021) zijn na een uitgebreide literatuur search 7 publicaties met 1 of meerdere casus bij elkaar gebracht en samengevat. Het betrof 12 casus, waarvan 5 juveniele idiopathische artritis (JIA) patiënten. In alle gevallen hadden patiënten nog actieve inflammatie ondanks behandeling met meerdere csDMARD’s en bDMARD’s en topicale steroïden. Van deze 12 patiënten kwamen 11 patiënten in remissie onder JAK-remmers behandeling.

 

Complicaties bij gebruik van tsDMARD’s

Sepriano (2023) is een uitgebreide systemische review vanuit de EULAR, die gekeken heeft naar de veiligheid van onder andere tsDMARD’s. Er is zorg omtrent het voorkomen van thromboebolische events (VTE) en cardiovasculaire aandoeningen (CVD) bij het gebruik van JAK-remmers, gebaseerd op de ORAL surveillance studie (Ytterberg, 2022) in patiënten met reumatoïde artritis. Uit meerdere studies is echter gebleken dat bij andere inflammatoire aandoeningen geen verhoogd risico is op CVD/VTE (Ingrassia, 2023; Misra, 2023). Er blijkt tevens t.o.v. bDMARD’s (TNF-remmers) een verhoogde kans op (ernstige) infecties, in het bijzonder herpes zoster, en een verhoogd risico op maligniteiten met name in patiënten met een maligniteit in de voorgeschiedenis.

Hieruit is de volgende aanbeveling voortgekomen: “De volgende risicofactoren voor cardiovasculaire events en maligniteiten moeten in acht genomen worden wanneer overwogen wordt om een JAK-remmer voor te schrijven: leeftijd > 65 jaar, roken (actief of in het verleden), andere cardiovasculaire risicofactoren (zoals diabetes, zwaarlijvigheid en hypertensie), andere risicofactoren voor kanker (maligniteiten, nog aanwezig of in de voorgeschiedenis, met uitzondering van succesvol behandelde niet-melanoom huidkanker), risicofactoren voor veneuze trombo-embolie (voorgeschiedenis van hartinfarct of hartfalen, kanker, erfelijke bloedstollingsstoornis, voorgeschiedenis van bloedstolsels, hormonale anticonceptie en hormoonsubstitutietherapie, het moeten ondergaan van een grote operatieve ingreep, of immobiliteit).”

Een uitgebreide wetenschappelijke onderbouwing is terug te lezen in de richtlijn biological DMARD’s en targeted synthetic DMARD’s, module Complicaties als gevolg van behandeling met tsDMARD’s.

 

Zwangerschap

De richtlijn Medicatiegebruik bij inflammatoire reumatische aandoeningen rondom de zwangerschap kan als leidraad dienen voor keuze van behandeling van uveitis patiënten met een kinderwens. Ook de internationale EULAR richtlijn voor het gebruik van DMARD’s bij zwangerschaps(wens) en lactatie (Götestam Skorpen, 2016), kan geraadpleegd worden.

 

Waarden en voorkeuren van patiënten (en evt. hun verzorgers)

Voor de patiënt is het van belang dat de behandeling zo snel mogelijk aanslaat om blijvende schade aan het zicht te voorkomen, evenals het verminderen van bijkomende klachten en het verbeteren van (arbeids)participatie. Daarnaast is het van belang dat de bijwerkingen van de medicatie geminimaliseerd blijven.

Omdat in de literatuur nog geen bewezen effectiviteit van tsDMARD’s is aangetoond voor de behandeling van niet-infectieuze uveitis in volwassenen, is het moeilijk om de plaats van deze medicatie in het behandelplan aan te geven. Het is daardoor ook nog niet wenselijk om een keuze tussen csDMARD, bDMARD of een tsDMARD bij de patiënt te laten.

De voor- en nadelen voor de patiënt bestaan vooral uit de frequentie van toediening van medicatie (tsDMARD’s: dagelijks; bDMARD’s: wisselend van 1x per week tot 1x per 8 weken), de manier van toedienen (tsDMARD’s: oraal; bDMARD’s: subcutaan of via infuus) en de (subjectieve) bijwerkingen. Prikangst kan een rol spelen om niet te kiezen voor subcutane of intraveneuze toediening. Indien de uveitis onderdeel is van een systeemziekte, is het belangrijk dat de behandeling ook hiervoor effectief is of in ieder geval niet schadelijk. In deze gevallen moet de keuze van behandeling door het multidisciplinaire team gemaakt worden, in afstemming met de patiënt.

 

Kosten (middelenbeslag)

De kosten van tsDMARD’s liggen hoger dan de kosten van een csDMARD (meer dan 150 keer hoger t.o.v. bijvoorbeeld methotrexaat). De vraag is dus of de voordelen (minder bijwerkingen en een waarschijnlijk hogere effectiviteit op basis van een snellere respons) opwegen tegen de hogere kosten. Bij intolerantie voor bijvoorbeeld methotrexaat, wat vaak gepaard gaat met verminderde compliance, met toename van ziekte-activiteit tot gevolg, zijn de hogere kosten voor tsDMARD het zeker waard.

Als de tsDMARD gebruikt wordt ter vervanging van subcutane bDMARD’s (zoals adalimumab) zijn de kosten vergelijkbaar. In vergelijking met intraveneuze bDMARD’s die via dagbehandeling gegeven worden, zullen de kosten van tsDMARD’s lager zijn, aangezien deze in tabletvorm beschikbaar zijn en in de thuissituatie worden ingenomen. In veel gevallen wordt een csDMARD gegeven naast een bDMARD, wat bij intolerantie nog steeds voor verminderde compliance kan zorgen en dientengevolge mogelijk ook verminderde werkzaamheid van een bDMARD, als gevolg van anti-stofvorming en toename van ziekte-activiteit. Ook dan kunnen de kosten van een tsDMARD positief opwegen tegen die van bDMARD’s. Het gaat om tientallen patiënten per jaar die in aanmerking komen voor tsDMARD’s in plaats van een csDMARD of bDMARD. Daar staat tegenover dat er minder maatschappelijke kosten zijn doordat patiënten sneller terug kunnen keren in arbeidsparticipatie. 

 

Aanvaardbaarheid, haalbaarheid en implementatie

Zorgvuldige begeleiding vanuit een multidisciplinair 2e of 3e lijns team is essentieel bij het voorschrijven van tsDMARD’s, zeker gezien de risico’s en mogelijke bijwerkingen. Bij de behandeling wordt daarom een (kinder-) reumatoloog of (internist)-immunoloog in medebehandeling gevraagd in verband met de specifieke expertise van deze specialisten, zie ook module Multidisciplinaire zorg.

Omdat er nog weinig kennis is op het gebied van werkzaamheid en voorschrijven van tsDMARD’s, zal de implementatie hiervan liggen bij uveitis specialisten in de universitaire centra en het Oogziekenhuis.

 

Duurzaamheid

In het kader van duurzaamheid op het vlak van milieu zijn de volgende aspecten van belang:

  • Schrijf medicijnen gepast voor om medicijnverspilling te beperken;
  • Het is niet bekend of er verschil is in milieu-impact tussen tsDMARD’s, bDMARD’s en csDMARD’s;
  • Over de medicijnen uit deze richtlijn is de totale CO2 uitstoot niet bekend;
  • Zowel csDMARD’s als tsDMARD’s kunnen in tabletvorm worden ingenomen in de thuissituatie. Er is dus geen verschil in ziekenhuisbezoeken. Er is mogelijk wel een verschil in de hoeveelheid afval, afhankelijk van of er een verschil is in de frequentie van inname tussen csDMARD’s en tsDMARD’s.

Rationale van de aanbeveling: weging van argumenten voor en tegen de interventies

Er ontbreekt nog bewijs dat de behandeling met targeted synthetic (ts) DMARD’s effectiever is dan cs- of bDMARD’s voor de behandeling van niet-infectieuze uveitis bij volwassenen. Voor patiënten die ondanks behandeling met bDMARD’s ziekte-activiteit blijven houden, al dan niet als gevolg van verminderde effectiviteit van deze middelen, lijken deze tsDMARD’s een potentiële alternatieve behandeling te kunnen zijn, met een gunstig effect en goede verdraagzaamheid. Als patiënten echter voldoen aan criteria, die een verhoogd risico op ernstige complicaties met zich meebrengen, dan is het verstandig het voorschrijven van een tsDMARD te heroverwegen.  

Onderbouwing

In the past, corticosteroids were the first choice for treatment of non-infectious uveitis, but due to systemic and ophthalmic side effects, long-term treatment with corticosteroids is not desirable. Various conventional synthetic (cs) and biological (b) Disease-Modifying Antirheumatic Drugs (DMARDs) have proven effective in the treatment of uveitis. Early use of corticosteroid-sparing medication appears to improve the prognosis of uveitis with fewer ophthalmic and systemic side effects.

A new generation of small molecule anti-inflammatory drugs, referred to as targeted synthetic (ts) DMARDs, have been developed and have shown good efficacy in major inflammatory diseases, like rheumatoid arthritis and spondylarthritis. These drugs block or suppress the transmembrane proteins, Janus Kinase (JAK) and transducer and activator of transcription (STAT), leading to inhibition of phosphorylation of intracellular transcription and subsequently the release and activation of cytokines and inflammatory mediators. In this section we evaluate the value of these tsDMARDs for treatment of non-infections uveitis.

No GRADE

No evidence was found regarding the effect of targeted synthetic (ts) Disease-Modifying Antirheumatic Drugs (DMARDs) on reduction in disease activity when compared with conventional synthetic (cs) DMARDs in patients with non-infectious uveitis.

Description of studies

Due to the absence of studies meeting the selection criteria, no studies were included in the literature analysis.

 

Results

Due to the absence of studies meeting the selection criteria, no studies were included that reported information regarding disease activity outcomes in patients with non-infectious uveitis undergoing treatment with targeted synthetic (ts) Disease-Modifying Antirheumatic Drugs (DMARDs) compared with other primary treatments such as conventional synthetic (cs) DMARDs.

 

Level of evidence of the literature

Due to lack of data, it was not possible to grade the literature for the predefined outcomes in patients with non-infectious uveitis undergoing treatment with tsDMARDs compared with other primary treatments such as csDMARDs.

A systematic review of the literature was performed to answer the following question:

 

What is the effectiveness of targeted synthetic (ts) Disease-Modifying Antirheumatic Drugs (DMARDs) vs. conventional synthetic (cs) DMARDs in patients with non-infectious uveitis?

P: patients

Patients with non-infectious uveitis

I: intervention

tsDMARDs (JAK-inhibitors)

C: control

Other types of primary treatments (such as csDMARDs)

O: outcomes

Inflammation (anterior chamber cells/vitreous haze), recurrence rate, relapse rate, visual acuity, cystoid macular edema (CME), retinal vasculitis, retinal lesions, choroidal lesions, adverse effects of medication (cataract, glaucoma)

Relevant outcome measures

The guideline development group considered reduction of inflammation as a critical outcome measure for decision making; and visual acuity, cystoid macular edema (CME), retinal vasculitis, retinal lesions, choroidal lesions, recurrence rate, relapse rate, and adverse effects from medication (cataract, glaucoma) as important outcome measures for decision making.

 

For the outcome reduction of inflammation, the guideline development group used the definition in the studies, if at least one of the variables below was mentioned:

  • Anterior chamber cells grading
  • Vitreous haze, graded as follows:
    • Number of cells: 0 (no cells); 0.5+ (trace); 1+; 2+; 3+; 4+; or
    • Haze, using:
      • Standardization of Uveitis Nomenclature scale (SUN) (Hornbeak, 2014): 0, clear view of fundus, 1+, faint, 2+, moderate, 3+ marked (hazy optic nerve details), intense (minimal/no optic nerve details);
      • Miami 9-step Scale (Davis, 2010): 0 (no haze) – 8 (maximum haze)
  • CME assessed using optical coherence tomography (OCT) and/or fluorescence angiography (FA)
  • Retinal vasculitis or capillary leakage, assessed with a FA (grading system by Tugal-Tutkun, 2010)

Reduction of inflammation was considered if at least a 2-step improvement from baseline was achieved at the study’s primary endpoint. For the remainder of the module the overall term ‘disease activity’ will be used.

 

For the outcomes visual acuity, recurrence rate, relapse rate, retinal lesions, choroidal lesions, and adverse effects from medication (cataract, glaucoma), the guideline development group used the definitions in the studies.

 

The guideline development group defined a mean difference (MD) of 10% for continuous outcomes, a relative risk (RR) of <0.80 or >1.25 for dichotomous outcomes, and a risk difference (RD) of 25% for dichotomous outcomes with a few events, as a minimal clinically (patient) important difference.

 

Search and select (Methods)

The databases Medline (via OVID) and Embase (via Embase.com) were searched with relevant search terms until January 2024. The detailed search strategy is depicted under the tab Methods. The systematic literature search resulted in 467 hits. Studies were selected based on the following criteria: systematic reviews and randomized controlled trials (RCTs) comparing tsDMARDs with other types of primary treatments (such as csDMARDs) for non-infectious uveitis. No studies were selected after title and abstract screening; thus, no studies were included.

 

Results

No studies were included in the analysis of the literature.

  1. <em>-In evidence-to-decision framework-
  2. Bechman K, Yang Z, Adas M, Nagra D, S Uğuzlar A, Russell MD, Wilson N, Steer S, Norton S, Galloway J. Incidence of Uveitis in Patients With Axial Spondylarthritis Treated With Biologics or Targeted Synthetics: A Systematic Review and Network Meta-Analysis. Arthritis Rheumatol. 2024 May;76(5):704-714. doi: 10.1002/art.42788. Epub 2024 Apr 13. PMID: 38116697.
  3. Garweg JG, Straessle KA. Janus Kinase Inhibitors as a Third-Line Therapy for Refractory Endogenous Noninfectious Uveitis. Ocul Immunol Inflamm. 2024 May 6:1-8. doi: 10.1080/09273948.2024.2348125. Epub ahead of print. PMID: 38709218.
  4. Götestam Skorpen C, Hoeltzenbein M, Tincani A, Fischer-Betz R, Elefant E, Chambers C, da Silva J, Nelson-Piercy C, Cetin I, Costedoat-Chalumeau N, Dolhain R, Förger F, Khamashta M, Ruiz-Irastorza G, Zink A, Vencovsky J, Cutolo M, Caeyers N, Zumbühl C, Østensen M. The EULAR points to consider for use of antirheumatic drugs before pregnancy, and during pregnancy and lactation. Ann Rheum Dis. 2016 May;75(5):795-810. doi: 10.1136/annrheumdis-2015-208840. Epub 2016 Feb 17. PMID: 26888948.
  5. Ingrassia JP, Maqsood MH, Gelfand JM, Weber BN, Bangalore S, Lo Sicco KI, Garshick MS. Cardiovascular and Venous Thromboembolic Risk With JAK Inhibitors in Immune-Mediated Inflammatory Skin Diseases: A Systematic Review and Meta-Analysis. JAMA Dermatol. 2024 Jan 1;160(1):28-36. doi: 10.1001/jamadermatol.2023.4090. PMID: 37910098; PMCID: PMC10620674.
  6. Misra DP, Pande G, Agarwal V. Cardiovascular risks associated with Janus kinase inhibitors: peering outside the black box. Clin Rheumatol. 2023 Feb;42(2):621-632. doi: 10.1007/s10067-022-06415-5. Epub 2022 Oct 20. PMID: 36264400.
  7. Sepriano A, Kerschbaumer A, Bergstra SA, Smolen JS, Van Der Heijde D, Caporali R, Edwards CJ, Verschueren P, De Souza S, Pope J, Takeuchi T. Safety of synthetic and biological DMARD’s: a systematic literature review Informing the 2022 update of the EULAR recommendations for the management of rheumatoid arthritis. Annals of the rheumatic diseases. 2023 Jan 1;82(1):107-18. doi: 10.1136/ard-2022-223357. Epub 2022 Nov 14. PMID: 36376026.
  8. Srivastava SK, Watkins TR, Nguyen QD, Sharma S, Scales DK, Dacey MS, Shah RE, Chu DS, Grewal DS, Faia LJ, Suhler EB, Genovese MC, Guo Y, Barchuk WT, Besuyen R, Dick AD, Rosenbaum JT. Filgotinib in Active Noninfectious Uveitis: The HUMBOLDT Randomized Clinical Trial. JAMA Ophthalmol. 2024 Sep 1;142(9):789-797. doi: 10.1001/jamaophthalmol.2024.2439. PMID: 39023880; PMCID: PMC11258638.
  9. Vitale A, Palacios-Olid J, Caggiano V, Ragab G, Hernández-Rodríguez J, Pelegrín L, Mejía-Salgado G, Zarate-Pinzón L, Gentileschi S, Sota J, Fonollosa A, Carreño E, Gaggiano C, Amin RH, Balistreri A, Narváez J, Tosi GM, Frediani B, Cantarini L, de-la-Torre A, Fabiani C. Efficacy and safety of Janus kinase inhibitors in non-infectious inflammatory ocular diseases: a prospective cohort study from the international AIDA network registries. Front Med (Lausanne). 2024 Aug 23;11:1439338. doi: 10.3389/fmed.2024.1439338. Erratum in: Front Med (Lausanne). 2024 Sep 13;11:1489092. doi: 10.3389/fmed.2024.1489092. PMID: 39247640; PMCID: PMC11377336.
  10. Wen J, Hu H, Chen M, Yang H, Zhao Y, Liu Y. Role of Janus Kinase (JAK) Inhibitor in Autoimmune Ocular Inflammation: A Systematic Review. J Immunol Res. 2021 Dec 20;2021:2324400. doi: 10.1155/2021/2324400. PMID: 34966823; PMCID: PMC8712175.
  11. Ytterberg SR, Bhatt DL, Mikuls TR, Koch GG, Fleischmann R, Rivas JL, Germino R, Menon S, Sun Y, Wang C, Shapiro AB, Kanik KS, Connell CA; ORAL Surveillance Investigators. Cardiovascular and Cancer Risk with Tofacitinib in Rheumatoid Arthritis. N Engl J Med. 2022 Jan 27;386(4):316-326. doi: 10.1056/NEJMoa2109927. PMID: 35081280.

Evidence tables

Due to the absence of studies meeting the selection criteria, no evidence tables and risk of bias tables could be drafted.

 

Table of excluded studies

Full-texts were not consulted and were thus also not excluded, because no articles were selected during title-abstract selection.

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 14-10-2025

Beoordeeld op geldigheid  : 29-09-2025

Uiterlijk in 2020 bepaalt het bestuur van het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap of deze richtlijn nog actueel is. Zo nodig wordt een nieuwe werkgroep geïnstalleerd om de richtlijn te herzien. De geldigheid van de richtlijn komt eerder te vervallen indien nieuwe ontwikkelingen aanleiding zijn een herzieningstraject te starten.

 

Vanaf 2022 wordt de richtlijn modulair herzien door het cluster Oog. Deze module is toen beoordeeld als actueel.

 

Het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap is als houder van deze richtlijn de eerstverantwoordelijke voor de actualiteit van deze richtlijn. De andere aan deze richtlijn deelnemende wetenschappelijke verenigingen of gebruikers van de richtlijn delen de verantwoordelijkheid en informeren de eerstverantwoordelijke over relevante ontwikkelingen binnen hun vakgebied.

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nederlands Oogheelkundig Gezelschap
Geautoriseerd door:
  • Nederlands Oogheelkundig Gezelschap
  • Nederlandse Internisten Vereniging
  • Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde
  • Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie
  • Nederlandse Vereniging voor Reumatologie
  • De Oogvereniging

Algemene gegevens

De ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule werd ondersteund door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (www.demedischspecialist.nl/kennisinstituut) en werd gefinancierd uit de Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS).

 

De financier heeft geen enkele invloed gehad op de inhoud van de richtlijnmodule.

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is in 2023 een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van alle relevante specialismen (zie hiervoor de Samenstelling van de werkgroep) die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten met uveitis.

 

Werkgroep

  • Prof. Dr. J. (Joke) de Boer (voorzitter), oogarts, UMC Utrecht (NOG)
  • Dr. J.C.E.M. (Josianne) ten Berge, oogarts, Erasmus MC Rotterdam (NOG)
  • Dr. M.E.J. (Mirjam) van Velthoven, oogarts, Oogziekenhuis Rotterdam (NOG)
  • Dr. F. (Fahriye) Hakan-Groen, oogarts-in-opleiding, Erasmus MC Rotterdam (NOG)
  • Dr. A.J.W. (Anne-Mieke) Haasnoot, oogarts, Deventer Ziekenhuis (NOG)
  • Prof. Dr. I.E. (Irene) van der Horst-Bruinsma, reumatoloog, Radboud UMC Nijmegen (NVR)
  • Dr. S.M. (Saskia) Rombach, internist-allergoloog/immunoloog, Erasmus MC Rotterdam (NIV)
  • Drs. J.F. (Joost) Swart, kinderreumatoloog en -immunoloog, WKZ/UMC Utrecht (NVK)
  • Dr. J.D.F. (Jolanda) de Groot-Mijnes, klinisch microbioloog, UMC Utrecht (NVMM)
  • J. (Jessica) Rijnboutt, patiëntvertegenwoordiger, Oogvereniging

Klankbordgroep

  • Dr. J.J. (Jan-Jelrik) Oosterheert, internist-infectioloog, UMC Utrecht (NIV)
  • Drs. W. (Wineke) Armbrust, kinderarts-kinderreumatoloog-immunoloog, UMC Groningen (NVK)

Met ondersteuning van

  • D.M.J. (Debby) Tennekes, directiesecretaresse, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • E. (Esther) van der Bijl, informatiespecialist, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Dr. A. (Astrid) Balemans, senior adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • Dr. W. (Willemijn) de Ridder, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (tot september 2023)
  • Dr. A.C. (Anniek) van ‘t Veld, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (vanaf november 2023)

Belangenverklaringen

De Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling is gevolgd. Alle werkgroepleden hebben schriftelijk verklaard of zij in de laatste drie jaar directe financiële belangen (betrekking bij een commercieel bedrijf, persoonlijke financiële belangen, onderzoeksfinanciering) of indirecte belangen (persoonlijke relaties, reputatiemanagement) hebben gehad. Gedurende de ontwikkeling of herziening van een module worden wijzigingen in belangen aan de voorzitter doorgegeven. De belangenverklaring wordt opnieuw bevestigd tijdens de commentaarfase.

Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten.

Werkgroeplid

Hoofdfunctie

Nevenfuncties

Persoonlijke financiële belangen

Extern gefinancierd onderzoek

Intellectuele belangen en reputatie

Overige belangen

Actie

Joke de Boer (voorzitter richtlijn)

Oogarts UMCU

Voorzitter commissie kwaliteit NOG

Geen

1) Uveitis bij kinderen, financiers:
Fischerstichting, ODAS stichting, ANVVB, LSBS. (Ik begeleid als PI een promovendus die onderzoek doet naar uveitis bij kinderen. De promovendus wordt gefinancierd vanuit ODAS, Fischer, LSBS en de ANVVB. Ik ontvang geen persoonlijke vergoeding. Het betreft een fundamenteel onderzoek naar uveitis bij kinderen waarbij er geen raakvlak is met de onderwerpen uit de richtlijn.)
2) Ontsteking bij retinitis pigmentosa, financier: ZonMw via Bartimeus. Ik begeleid als PI een promovendus die onderzoek doet naar retinitis pigmentosa vanuit Bartimeus. De promovendus wordt vanuit Zonmw gefinancierd. Ik ontvang geen persoonlijke vergoeding.
3) De effectiviteit van tocilizumab, financier: Rol: Lokaal PI: inclusie van 3-5 patiënten gaan includeren waar het UMC een vergoeding voor krijgt. UMC krijgt onkostenvergoeding voor gemaakte kosten in het UMCU, apotheek, lab, functie onderzoeken en personeel.  4) Copromotor bij onderzoek 'Ocular surface disease in atopic dermatitis and the effect of dupilumab treatment'. Dit proefschrift is deels gebaseerd op data uit de Registratie Bioday, gefinancierd door Sanofi Genzyme. Sanofi genzyme heeft geen producten die in de richtlijn aan bod komen.

Geen

Geen

Geen restricties

Anne-Mieke Haasnoot

Oogarts Deventer Ziekenhuis

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen restricties

Fahriye Hakan-Groen

AIOS Erasmus MC

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen restricties

Irene van der Horst-Bruinsma

Afdelingshoofd reumatologie, Radboud UMC

Geen

Betaalde adviseurschappen/disclosures > 2 jaar geleden gestopt:
Consultant for Abbvie, UCB, MSD, Novartis, Lilly until 2021.
Fees received for Lectures from BMS, AbbVie, Pfizer, MSD, UCB.

 

Financier 1: Reuma Nederland
Financier 2: EuroSpa

Inhoud onderzoek 1: Sexe and gender differences in AxSpa

Inhoud onderzoek 2: Seks differences in efficacy of biologicals in AxSpA
Projectleidersrol 1: ja
Projectleidersrol 2: ja

Geen

Geen

Geen restricties (gefinancierde onderzoeken gaan over axiale spondyloartritis) en betaalde adviseurschappen zijn > 2 jaar geleden beeindigd.

 

Jolanda de Groot-Mijnes

Klinisch microbioloog/MMM UMC Utrecht

Geen

Geen

Geen

Unieke expertise op het gebied van laboratorium diagnostiek van uveitis, met name detectie van lokale antistofproductie (GWC).

Geen

Geen restricties

Mirjam van Velthoven

Oogarts – Oogziekenhuis, Rotterdam, betaald (via CMOR)

Geen

Sprekersvergoeding van Roche (2024), Bayer (2025), onderwerpen anders dan uveitis; in 2023 presentatie voor Canon over OCT beeldvorming (niet vergoed).

1) PI in Meerkat studie (Roche, intravitreaal IL-6 remmer bij uveitis maculaoedeem); inclusie 3 patienten; vergoeding voor inzet personeel en onkosten onderzoeksinstituut (ROI) en apotheek ; 2) per 2024/2025 financiering wetenschappelijk onderzoek over scleritis en multifocale choroiditis; financierders: SWOO, Henkes, RSB, Oogfonds, Fischer, LSBS en Dedert Legaat (OZR). Begeleiding als co-promotor is in-kind.

Nee

Geen

Geen restricties, presentatie houdt geen verband met de richtlijn

Josianne ten Berge

Oogarts – Erasmus MC

Geen

Presentatie (retinaquiz) verzorgd op 27-11-2023, persoonlijke vergoeding ontvangen van ABBVIE. Onderwerpen van de presentatie waren 1. dexamethasonimplantaat bij diabetisch macula oedeem, zoals vermeld in de richtlijn  en 2) diagnosestelling en beloop van uveitis bij oculaire tuberculose

per 2024/2025 financiering wetenschappelijk onderzoek over scleritis; financierders: SWOO, Henkes, RSB. Begeleiding als co-promotor is in-kind.

Geen

Geen

Geen restricties, deel in presentatie dat over uveitis ging, komt niet in de richtlijn aan bod

Saskia Rombach

Internist-allergoloog/immunoloog, Erasmus MC

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen restricties

Joost Swart

Kinderreumatoloog-immunoloog WKZ/UMC Utrecht

Geen

Betaald adviseursschap Amgen (€1400 in 2021)
Betaald adviseurschap Pfizer (€3192 in 2023).

Sponsored by Pfizer (€43.000)

 

Geen

Geen

Geen restricties

Jessica Rijnboutt

Hogeschool Utrecht - docent en afstudeerbegeleider bij opleiding Farmakunde - betaald

Oogvereniging - lid Kernteam Uveïtis - onbetaald

 

Geen

Geen

Rol bij Oogvereniging als lid kernteam Uveïtis

 

Geen

Geen restricties

Jan-Jelrik Oosterheert

Infectioloog UMCU

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen restricties

Wineke Armbrust

Kinderarts-kinderreumatoloog-immunoloog, UMCG

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen restricties

Inbreng patiëntenperspectief

Er werd aandacht besteed aan het patiëntenperspectief door afvaardiging van de Oogvereniging in de werkgroep. Ze zijn uitgenodigd voor het inbrengen van knelpunten en de afgevaardigde heeft in de werkgroep plaatsgenomen. De ingebrachte knelpunten zijn besproken in de werkgroep. De verkregen input is meegenomen bij het opstellen van de uitgangsvragen, de keuze voor de uitkomstmaten en bij het opstellen van de overwegingen (zie kop ‘waarden en voorkeuren van patiënten en naasten’). De conceptmodules zijn tevens voor commentaar voorgelegd aan de Oogvereniging en de eventueel aangeleverde commentaren zijn bekeken en verwerkt.

 

Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz

Bij de richtlijnmodule is conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uitgevoerd om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema op de Richtlijnendatabase).

Module

Uitkomst raming

Toelichting

tsDMARD’s (JAK remmers)

Geen financiële gevolgen

Uitkomst 1

Werkwijze

AGREE

Deze richtlijnmodule is opgesteld conform de eisen vermeld in het rapport Medisch Specialistische Richtlijnen 2.0 van de adviescommissie Richtlijnen van de Raad Kwaliteit. Dit rapport is gebaseerd op het AGREE II instrument (Appraisal of Guidelines for Research & Evaluation II; Brouwers, 2010).

 

Knelpuntenanalyse en uitgangsvragen

Tijdens de voorbereidende fase inventariseerde de werkgroep de knelpunten in de zorg voor patiënten met uveitis. De werkgroep beoordeelde de aanbeveling(en) uit de eerdere richtlijnmodules (NOG, 2016 en vervolgens gedeeltelijk herzien in 2020) op noodzaak tot revisie. Tevens zijn er knelpunten aangedragen door NOG, NIV, NVR, Oogvereniging, OVN, NVMM, NVK en VIG via de need-for-update van het cluster Oog. Een terugkoppeling van de need-for-update van het cluster Oog richtlijn Uveitis is opgenomen onder aanverwante producten.

 

Op basis van de uitkomsten van de knelpuntenanalyse zijn door de werkgroep concept-uitgangsvragen opgesteld en definitief vastgesteld.

 

Uitkomstmaten

Na het opstellen van de zoekvraag behorende bij de uitgangsvraag inventariseerde de werkgroep welke uitkomstmaten voor de patiënt relevant zijn, waarbij zowel naar gewenste als ongewenste effecten werd gekeken. Hierbij werd een maximum van acht uitkomstmaten gehanteerd. De werkgroep waardeerde deze uitkomstmaten volgens hun relatieve belang bij de besluitvorming rondom aanbevelingen, als cruciaal (kritiek voor de besluitvorming), belangrijk (maar niet cruciaal) en onbelangrijk. Tevens definieerde de werkgroep tenminste voor de cruciale uitkomstmaten welke verschillen zij klinisch (patiënt) relevant vonden.

 

Methode literatuursamenvatting

Een uitgebreide beschrijving van de strategie voor zoeken en selecteren van literatuur is te vinden onder ‘Zoeken en selecteren’ onder Onderbouwing. Indien mogelijk werd de data uit verschillende studies gepoold in een random-effects model. Review Manager 5.4 werd gebruikt voor de statistische analyses. De beoordeling van de kracht van het wetenschappelijke bewijs wordt hieronder toegelicht.

 

Beoordelen van de kracht van het wetenschappelijke bewijs

De kracht van het wetenschappelijke bewijs werd bepaald volgens de GRADE-methode. GRADE staat voor ‘Grading Recommendations Assessment, Development and Evaluation’ (zie http://www.gradeworkinggroup.org/). De basisprincipes van de GRADE-methodiek zijn: het benoemen en prioriteren van de klinisch (patiënt) relevante uitkomstmaten, een systematische review per uitkomstmaat, en een beoordeling van de bewijskracht per uitkomstmaat op basis van de acht GRADE-domeinen (domeinen voor downgraden: risk of bias, inconsistentie, indirectheid, imprecisie, en publicatiebias; domeinen voor upgraden: dosis-effect relatie, groot effect, en residuele plausibele confounding).

GRADE onderscheidt vier gradaties voor de kwaliteit van het wetenschappelijk bewijs: hoog, redelijk, laag en zeer laag. Deze gradaties verwijzen naar de mate van zekerheid die er bestaat over de literatuurconclusie, in het bijzonder de mate van zekerheid dat de literatuurconclusie de aanbeveling adequaat ondersteunt (Schünemann, 2013; Hultcrantz, 2017).

GRADE

Definitie

Hoog

  • er is hoge zekerheid dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte effect van behandeling ligt;
  • het is zeer onwaarschijnlijk dat de literatuurconclusie klinisch relevant verandert wanneer er resultaten van nieuw grootschalig onderzoek aan de literatuuranalyse worden toegevoegd.

Redelijk

  • er is redelijke zekerheid dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte effect van behandeling ligt;
  • het is mogelijk dat de conclusie klinisch relevant verandert wanneer er resultaten van nieuw grootschalig onderzoek aan de literatuuranalyse worden toegevoegd.

Laag

  • er is lage zekerheid dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte effect van behandeling ligt;
  • er is een reële kans dat de conclusie klinisch relevant verandert wanneer er resultaten van nieuw grootschalig onderzoek aan de literatuuranalyse worden toegevoegd.

Zeer laag

  • er is zeer lage zekerheid dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte effect van behandeling ligt;
  • de literatuurconclusie is zeer onzeker.

Bij het beoordelen (graderen) van de kracht van het wetenschappelijk bewijs in richtlijnen volgens de GRADE-methodiek spelen grenzen voor klinische besluitvorming een belangrijke rol (Hultcrantz, 2017). Dit zijn de grenzen die bij overschrijding aanleiding zouden geven tot een aanpassing van de aanbeveling. Om de grenzen voor klinische besluitvorming te bepalen moeten alle relevante uitkomstmaten en overwegingen worden meegewogen. De grenzen voor klinische besluitvorming zijn daarmee niet één op één vergelijkbaar met het minimaal klinisch relevant verschil (Minimal Clinically Important Difference, MCID). Met name in situaties waarin een interventie geen belangrijke nadelen heeft en de kosten relatief laag zijn, kan de grens voor klinische besluitvorming met betrekking tot de effectiviteit van de interventie bij een lagere waarde (dichter bij het nuleffect) liggen dan de MCID (Hultcrantz, 2017).

 

Overwegingen (van bewijs naar aanbeveling)

Om te komen tot een aanbeveling zijn naast (de kwaliteit van) het wetenschappelijke bewijs ook andere aspecten belangrijk en worden meegewogen, zoals aanvullende argumenten uit bijvoorbeeld de biomechanica of fysiologie, waarden en voorkeuren van patiënten, kosten (middelenbeslag), aanvaardbaarheid, haalbaarheid en implementatie. Deze aspecten zijn systematisch vermeld en beoordeeld (gewogen) onder het kopje ‘Overwegingen’ en kunnen (mede) gebaseerd zijn op expert opinion. Hierbij is gebruik gemaakt van een gestructureerd format gebaseerd op het evidence-to-decision framework van de internationale GRADE Working Group (Alonso-Coello, 2016a; Alonso-Coello 2016b). Dit evidence-to-decision framework is een integraal onderdeel van de GRADE methodiek.

 

Formuleren van aanbevelingen

De aanbevelingen geven antwoord op de uitgangsvraag en zijn gebaseerd op het beschikbare wetenschappelijke bewijs en de belangrijkste overwegingen, en een weging van de gunstige en ongunstige effecten van de relevante interventies. De kracht van het wetenschappelijk bewijs en het gewicht dat door de werkgroep wordt toegekend aan de overwegingen, bepalen samen de sterkte van de aanbeveling. Conform de GRADE-methodiek sluit een lage bewijskracht van conclusies in de systematische literatuuranalyse een sterke aanbeveling niet a priori uit, en zijn bij een hoge bewijskracht ook zwakke aanbevelingen mogelijk (Agoritsas, 2017; Neumann, 2016). De sterkte van de aanbeveling wordt altijd bepaald door weging van alle relevante argumenten tezamen. De werkgroep heeft bij elke aanbeveling opgenomen hoe zij tot de richting en sterkte van de aanbeveling zijn gekomen.

In de GRADE-methodiek wordt onderscheid gemaakt tussen sterke en zwakke (of conditionele) aanbevelingen. De sterkte van een aanbeveling verwijst naar de mate van zekerheid dat de voordelen van de interventie opwegen tegen de nadelen (of vice versa), gezien over het hele spectrum van patiënten waarvoor de aanbeveling is bedoeld. De sterkte van een aanbeveling heeft duidelijke implicaties voor patiënten, behandelaars en beleidsmakers (zie onderstaande tabel). Een aanbeveling is geen dictaat, zelfs een sterke aanbeveling gebaseerd op bewijs van hoge kwaliteit (GRADE gradering HOOG) zal niet altijd van toepassing zijn, onder alle mogelijke omstandigheden en voor elke individuele patiënt.

 

Implicaties van sterke en zwakke aanbevelingen voor verschillende richtlijngebruikers

 

 

Sterke aanbeveling

Zwakke (conditionele) aanbeveling

Voor patiënten

De meeste patiënten zouden de aanbevolen interventie of aanpak kiezen en slechts een klein aantal niet.

Een aanzienlijk deel van de patiënten zouden de aanbevolen interventie of aanpak kiezen, maar veel patiënten ook niet. 

Voor behandelaars

De meeste patiënten zouden de aanbevolen interventie of aanpak moeten ontvangen.

Er zijn meerdere geschikte interventies of aanpakken. De patiënt moet worden ondersteund bij de keuze voor de interventie of aanpak die het beste aansluit bij zijn of haar waarden en voorkeuren.

Voor beleidsmakers

De aanbevolen interventie of aanpak kan worden gezien als standaardbeleid.

Beleidsbepaling vereist uitvoerige discussie met betrokkenheid van veel stakeholders. Er is een grotere kans op lokale beleidsverschillen. 

Organisatie van zorg

In de knelpuntenanalyse en bij de ontwikkeling van de richtlijnmodule is expliciet aandacht geweest voor de organisatie van zorg: alle aspecten die randvoorwaardelijk zijn voor het verlenen van zorg (zoals coördinatie, communicatie, (financiële) middelen, mankracht en infrastructuur). Randvoorwaarden die relevant zijn voor het beantwoorden van deze specifieke uitgangsvraag zijn genoemd bij de overwegingen. Meer algemene, overkoepelende, of bijkomende aspecten van de organisatie van zorg worden behandeld in de module Organisatie van zorg.

 

Commentaar- en autorisatiefase

De conceptrichtlijnmodule werd aan de betrokken (wetenschappelijke) verenigingen en (patiënt) organisaties voorgelegd ter commentaar. De commentaren werden verzameld en besproken met de werkgroep. Naar aanleiding van de commentaren werd de conceptrichtlijnmodule aangepast en definitief vastgesteld door de werkgroep. De definitieve richtlijnmodule werd aan de deelnemende (wetenschappelijke) verenigingen en (patiënt) organisaties voorgelegd voor autorisatie en door hen geautoriseerd dan wel geaccordeerd.

 

Literatuur

Agoritsas T, Merglen A, Heen AF, Kristiansen A, Neumann I, Brito JP, Brignardello-Petersen R, Alexander PE, Rind DM, Vandvik PO, Guyatt GH. UpToDate adherence to GRADE criteria for strong recommendations: an analytical survey. BMJ Open. 2017 Nov 16;7(11):e018593. doi: 10.1136/bmjopen-2017-018593. PubMed PMID: 29150475; PubMed Central PMCID: PMC5701989.

 

Alonso-Coello P, Schünemann HJ, Moberg J, Brignardello-Petersen R, Akl EA, Davoli M, Treweek S, Mustafa RA, Rada G, Rosenbaum S, Morelli A, Guyatt GH, Oxman AD; GRADE Working Group. GRADE Evidence to Decision (EtD) frameworks: a systematic and transparent approach to making well informed healthcare choices. 1: Introduction. BMJ. 2016 Jun 28;353:i2016. doi: 10.1136/bmj.i2016. PubMed PMID: 27353417.

 

Alonso-Coello P, Oxman AD, Moberg J, Brignardello-Petersen R, Akl EA, Davoli M, Treweek S, Mustafa RA, Vandvik PO, Meerpohl J, Guyatt GH, Schünemann HJ; GRADE Working Group. GRADE Evidence to Decision (EtD) frameworks: a systematic and transparent approach to making well informed healthcare choices. 2: Clinical practice guidelines. BMJ. 2016 Jun 30;353:i2089. doi: 10.1136/bmj.i2089. PubMed PMID: 27365494.

 

Brouwers MC, Kho ME, Browman GP, Burgers JS, Cluzeau F, Feder G, Fervers B, Graham ID, Grimshaw J, Hanna SE, Littlejohns P, Makarski J, Zitzelsberger L; AGREE Next Steps Consortium. AGREE II: advancing guideline development, reporting and evaluation in health care. CMAJ. 2010 Dec 14;182(18):E839-42. doi: 10.1503/cmaj.090449. Epub 2010 Jul 5. Review. PubMed PMID: 20603348; PubMed Central PMCID: PMC3001530.

 

Hultcrantz M, Rind D, Akl EA, Treweek S, Mustafa RA, Iorio A, Alper BS, Meerpohl JJ, Murad MH, Ansari MT, Katikireddi SV, Östlund P, Tranæus S, Christensen R, Gartlehner G, Brozek J, Izcovich A, Schünemann H, Guyatt G. The GRADE Working Group clarifies the construct of certainty of evidence. J Clin Epidemiol. 2017 Jul;87:4-13. doi: 10.1016/j.jclinepi.2017.05.006. Epub 2017 May 18. PubMed PMID: 28529184; PubMed Central PMCID: PMC6542664.

 

Medisch Specialistische Richtlijnen 2.0 (2012). Adviescommissie Richtlijnen van de Raad Kwalitieit. http://richtlijnendatabase.nl/over_deze_site/over_richtlijnontwikkeling.html

 

Neumann I, Santesso N, Akl EA, Rind DM, Vandvik PO, Alonso-Coello P, Agoritsas T, Mustafa RA, Alexander PE, Schünemann H, Guyatt GH. A guide for health professionals to interpret and use recommendations in guidelines developed with the GRADE approach. J Clin Epidemiol. 2016 Apr;72:45-55. doi: 10.1016/j.jclinepi.2015.11.017. Epub 2016 Jan 6. Review. PubMed PMID: 26772609.

 

Schünemann H, Brożek J, Guyatt G, et al. GRADE handbook for grading quality of evidence and strength of recommendations. Updated October 2013. The GRADE Working Group, 2013. Available from http://gdt.guidelinedevelopment.org/central_prod/_design/client/handbook/handbook.html.

Zoekverantwoording

Literature search strategy

Algemene informatie

Cluster/richtlijn: Uveitis - UV4 Types of primary treatments

Uitgangsvraag/modules: Wat is de meest effectieve corticosteroïd-sparende behandeling van niet-infectieuze uveitis?

Database(s): Embase.com, Ovid/Medline

Datum: 22-1-2024

Periode: vanaf 2019

Talen: geen restrictie

Literatuurspecialist: Esther van der Bijl

Rayyan review: https://rayyan.ai/reviews/906233

BMI-zoekblokken: voor verschillende opdrachten wordt (deels) gebruik gemaakt van de zoekblokken van BMI-Online https://blocks.bmi-online.nl/ Bij gebruikmaking van een volledig zoekblok zal naar de betreffende link op de website worden verwezen.

Toelichting:

Voor deze vraag is gezocht op de elementen:

  • uveitis
  • corticosteroïd-sparende behandeling

De sleutelartikelen PMID 31503307, PMID 33065425, PMID 36315029 en PMID 35027247 worden gevonden met deze search.

Te gebruiken voor richtlijntekst:

In de databases Embase.com en Ovid/Medline is op 22 januari 2024 systematisch gezocht naar systematische reviews en RCTs over de meest effectieve corticosteroïd-sparende behandeling van niet-infectieuze uveitis. De literatuurzoekactie leverde 467 unieke treffers op.

 

Zoekopbrengst 22-1-2024

 

EMBASE

OVID/MEDLINE

Ontdubbeld

SR

325

110

322

RCT

138

67

145

Totaal

463

177

467*

*in Rayyan

 

Zoekstrategie Embase.com 22-1-2024

No.

Query

Results

#1

'uveitis'/exp OR 'panuveitis':ti,ab,kw OR 'uveiti*':ti,ab,kw OR chorioretinitis:ti,ab,kw OR retinitis:ti,ab,kw OR scleritis:ti,ab,kw OR vitritis:ti,ab,kw OR iritis:ti,ab,kw OR iridocyclitis:ti,ab,kw OR 'pars planitis':ti,ab,kw OR chorioiditis:ti,ab,kw

97280

#2

'abatacept'/exp OR 'rituximab'/exp OR 'interleukin 1 receptor blocking agent'/exp OR 'tumor necrosis factor inhibitor'/exp OR 'infliximab'/exp OR 'adalimumab'/exp OR 'golimumab'/exp OR 'certolizumab'/exp OR 'certolizumab pegol'/exp OR 't lymphocyte'/exp OR 'vedolizumab'/exp OR 'cd20 antigen'/exp OR 'cd52 antigen'/exp OR 'alemtuzumab'/exp OR 'interleukin antibody'/exp OR 'anakinra'/exp OR 'canakinumab'/exp OR 'ixekizumab'/exp OR 'sarilumab'/exp OR 'secukinumab'/exp OR 'tocilizumab'/exp OR 'ustekinumab'/exp OR 'bimekizumab'/exp OR 'janus kinase inhibitor'/exp OR 'upadacitinib'/exp OR 'baricitinib'/exp OR 'targeted synthetic disease modifying antirheumatic drug'/exp OR 'biological disease modifying antirheumatic drug'/exp OR 'tofacitinib'/exp OR 'gevokizumab'/exp OR 'interleukin 6 inhibitor'/exp OR (('interleukin 1' NEAR/3 (antagonist* OR block*)):ti,ab,kw) OR ((tnf NEAR/3 (inhibitor* OR agent*)):ti,ab,kw) OR (((tumor* OR tumour*) NEAR/3 'necros* factor*'):ti,ab,kw) OR ((thym* NEAR/3 ('lymphocyt*' OR cell*)):ti,ab,kw) OR (((cd20 OR 'cd 20') NEAR/1 antigen*):ti,ab,kw) OR (((cd52 OR 'cd 52') NEAR/1 antigen*):ti,ab,kw) OR ((('jak' OR 'janus kinase' OR 'janus tyrosine kinase') NEAR/3 'inhibitor*'):ti,ab,kw) OR ((('targeted synthetic' OR ts OR 'biologic*') NEAR/3 ('disease modif* antirheumatic drug*' OR 'disease modif* antirheumatic agent*' OR dmards)):ti,ab,kw) OR ((('corticosteroid*' OR 'steroid*') NEAR/3 'spar*'):ti,ab,kw) OR 'abatacept':ti,ab,kw OR 'orencia':ti,ab,kw OR 'acellbia':ti,ab,kw OR 'blitzima':ti,ab,kw OR 'cimabior':ti,ab,kw OR 'halpryza':ti,ab,kw OR 'kikuzubam':ti,ab,kw OR 'mabthera':ti,ab,kw OR 'redditux':ti,ab,kw OR 'reditux':ti,ab,kw OR 'retuxira':ti,ab,kw OR 'riabni':ti,ab,kw OR 'ristova':ti,ab,kw OR 'ritemvia':ti,ab,kw OR 'ritucad':ti,ab,kw OR 'ritumax':ti,ab,kw OR 'rituxan':ti,ab,kw OR 'rituximab':ti,ab,kw OR 'rituxin':ti,ab,kw OR 'rituzena':ti,ab,kw OR 'rixathon':ti,ab,kw OR 'riximyo':ti,ab,kw OR 'ruxience':ti,ab,kw OR 'tidecron':ti,ab,kw OR 'truxima':ti,ab,kw OR 'tuxella':ti,ab,kw OR 'zytux':ti,ab,kw OR 'campath':ti,ab,kw OR 'mabcampath':ti,ab,kw OR 'mabkampat':ti,ab,kw OR 'amtril':ti,ab,kw OR 'avakine':ti,ab,kw OR 'avsola':ti,ab,kw OR 'flixabi':ti,ab,kw OR 'inflectra':ti,ab,kw OR 'infliximab':ti,ab,kw OR 'ixifi':ti,ab,kw OR 'remicade':ti,ab,kw OR 'remsima':ti,ab,kw OR 'renflexis':ti,ab,kw OR 'revellex':ti,ab,kw OR 'zessly':ti,ab,kw OR 'abrilada':ti,ab,kw OR 'adalimumab':ti,ab,kw OR 'adaly':ti,ab,kw OR 'amgevita':ti,ab,kw OR 'amjevita':ti,ab,kw OR 'amsparity':ti,ab,kw OR 'cinnora':ti,ab,kw OR 'exemptia':ti,ab,kw OR 'fyzoclad':ti,ab,kw OR 'hadlima':ti,ab,kw OR 'halimatoz':ti,ab,kw OR 'hefiya':ti,ab,kw OR 'hukyndra':ti,ab,kw OR 'hulio':ti,ab,kw OR 'humira':ti,ab,kw OR 'hyrimoz':ti,ab,kw OR 'idacio':ti,ab,kw OR 'imraldi':ti,ab,kw OR 'kromeya':ti,ab,kw OR 'libmyris':ti,ab,kw OR 'mabura':ti,ab,kw OR 'qletli':ti,ab,kw OR 'raheara':ti,ab,kw OR 'solymbic':ti,ab,kw OR 'sulinno':ti,ab,kw OR 'trudexa':ti,ab,kw OR 'yuflyma':ti,ab,kw OR 'yusimry':ti,ab,kw OR 'golimumab':ti,ab,kw OR 'shinponi':ti,ab,kw OR 'simponi':ti,ab,kw OR 'certolizumab':ti,ab,kw OR 'cimzia':ti,ab,kw OR 'simziya':ti,ab,kw OR 'xcimzane':ti,ab,kw OR 't cell*':ti,ab,kw OR 't lymphocyte':ti,ab,kw OR 'entyvio':ti,ab,kw OR 'kynteles':ti,ab,kw OR 'vedolizumab':ti,ab,kw OR 'alemtuzumab':ti,ab,kw OR 'campat*':ti,ab,kw OR 'lemtrada':ti,ab,kw OR 'mabcampat*':ti,ab,kw OR 'mabkampat*':ti,ab,kw OR 'remniq':ti,ab,kw OR 'anti interleukin':ti,ab,kw OR 'anakinra':ti,ab,kw OR 'antril':ti,ab,kw OR 'kineret':ti,ab,kw OR 'raleukin':ti,ab,kw OR 'canakinumab':ti,ab,kw OR 'ilaris':ti,ab,kw OR 'ixekizumab':ti,ab,kw OR 'taltz':ti,ab,kw OR 'kevzara':ti,ab,kw OR 'sarilumab':ti,ab,kw OR 'cosentyx':ti,ab,kw OR 'scapho':ti,ab,kw OR 'secukinumab':ti,ab,kw OR 'actemra':ti,ab,kw OR 'atlizumab':ti,ab,kw OR 'lusinex':ti,ab,kw OR 'roactemra':ti,ab,kw OR 'tocilizumab':ti,ab,kw OR 'stelara':ti,ab,kw OR 'stellara':ti,ab,kw OR 'ustekinumab':ti,ab,kw OR 'bimekizumab':ti,ab,kw OR 'bimzelx':ti,ab,kw OR 'rinvoq':ti,ab,kw OR 'upadacitinib':ti,ab,kw OR 'baricitinib':ti,ab,kw OR 'olumiant':ti,ab,kw OR 'jaquinus':ti,ab,kw OR 'tasocitinib':ti,ab,kw OR 'tofacitinib':ti,ab,kw OR 'xeljanz':ti,ab,kw OR 'interleukin 6 inhibitor*':ti,ab,kw OR tsdmards:ti,ab,kw OR bdmards:ti,ab,kw OR vedoluzimab:ti,ab,kw OR 'gevokizumab':ti,ab,kw

1375418

#3

#1 AND #2

14802

#4

#3 AND [2019-2024]/py NOT ('conference abstract'/it OR 'editorial'/it OR 'letter'/it OR 'note'/it) NOT (('animal'/exp OR 'animal experiment'/exp OR 'animal model'/exp OR 'nonhuman'/exp) NOT 'human'/exp)

3260

#5

'meta analysis'/exp OR 'meta analysis (topic)'/exp OR metaanaly*:ti,ab OR 'meta analy*':ti,ab OR metanaly*:ti,ab OR 'systematic review'/de OR 'cochrane database of systematic reviews'/jt OR prisma:ti,ab OR prospero:ti,ab OR (((systemati* OR scoping OR umbrella OR 'structured literature') NEAR/3 (review* OR overview*)):ti,ab) OR ((systemic* NEAR/1 review*):ti,ab) OR (((systemati* OR literature OR database* OR 'data base*') NEAR/10 search*):ti,ab) OR (((structured OR comprehensive* OR systemic*) NEAR/3 search*):ti,ab) OR (((literature NEAR/3 review*):ti,ab) AND (search*:ti,ab OR database*:ti,ab OR 'data base*':ti,ab)) OR (('data extraction':ti,ab OR 'data source*':ti,ab) AND 'study selection':ti,ab) OR ('search strategy':ti,ab AND 'selection criteria':ti,ab) OR ('data source*':ti,ab AND 'data synthesis':ti,ab) OR medline:ab OR pubmed:ab OR embase:ab OR cochrane:ab OR (((critical OR rapid) NEAR/2 (review* OR overview* OR synthes*)):ti) OR ((((critical* OR rapid*) NEAR/3 (review* OR overview* OR synthes*)):ab) AND (search*:ab OR database*:ab OR 'data base*':ab)) OR metasynthes*:ti,ab OR 'meta synthes*':ti,ab

996070

#6

'randomized controlled trial'/exp OR random*:ti,ab OR (((pragmatic OR practical) NEAR/1 'clinical trial*'):ti,ab) OR ((('non inferiority' OR noninferiority OR superiority OR equivalence) NEAR/3 trial*):ti,ab) OR rct:ti,ab,kw

2150058

#7

#4 AND #5 – SR’s

325

#8

#4 AND #6 NOT #7 – RCT’s

138

#9

#7 OR #8

463

 

Zoekstrategie Ovid/Medline 22-1-2024

#

Searches

Results

1

exp Uveitis/ or exp Panuveitis/ or uveiti*.ti,ab,kf. or chorioretinitis.ti,ab,kf. or retinitis.ti,ab,kf. or scleritis.ti,ab,kf. or vitritis.ti,ab,kf. or iritis.ti,ab,kf. or iridocyclitis.ti,ab,kf. or pars planitis.ti,ab,kf. or chorioiditis.ti,ab,kf.

60661

2

exp Abatacept/ or exp Rituximab/ or exp Interleukin 1 Receptor Antagonist Protein/ or exp Tumor Necrosis Factor Inhibitors/ or exp Infliximab/ or exp Adalimumab/ or exp Certolizumab Pegol/ or exp T-Lymphocytes/ or exp Antigens, CD20/ or exp Alemtuzumab/ or exp CD52 Antigen/ or exp Ustekinumab/ or exp Janus Kinase Inhibitors/ or (interleukin 1 adj3 (antagonist* or block*)).ti,ab,kf. or (tnf adj3 (inhibitor* or agent*)).ti,ab,kf. or ((tumor* or tumour*) adj3 necros* factor*).ti,ab,kf. or (thym* adj3 (lymphocyt* or cell*)).ti,ab,kf. or ((cd20 or cd 20) adj1 antigen*).ti,ab,kf. or ((cd52 or cd 52) adj1 antigen*).ti,ab,kf. or ((jak or janus kinase or janus tyrosine kinase) adj3 inhibitor*).ti,ab,kf. or ((targeted synthetic or ts or biologic*) adj3 (disease modif* antirheumatic drug* or disease modif* antirheumatic agent* or dmards)).ti,ab,kf. or ((corticosteroid* or steroid*) adj3 spar*).ti,ab,kf. or abatacept.ti,ab,kf. or orencia.ti,ab,kf. or acellbia.ti,ab,kf. or blitzima.ti,ab,kf. or cimabior.ti,ab,kf. or halpryza.ti,ab,kf. or kikuzubam.ti,ab,kf. or mabthera.ti,ab,kf. or redditux.ti,ab,kf. or reditux.ti,ab,kf. or retuxira.ti,ab,kf. or riabni.ti,ab,kf. or ristova.ti,ab,kf. or ritemvia.ti,ab,kf. or ritucad.ti,ab,kf. or ritumax.ti,ab,kf. or rituxan.ti,ab,kf. or rituximab.ti,ab,kf. or rituxin.ti,ab,kf. or rituzena.ti,ab,kf. or rixathon.ti,ab,kf. or riximyo.ti,ab,kf. or ruxience.ti,ab,kf. or tidecron.ti,ab,kf. or truxima.ti,ab,kf. or tuxella.ti,ab,kf. or zytux.ti,ab,kf. or campath.ti,ab,kf. or mabcampath.ti,ab,kf. or mabkampat.ti,ab,kf. or amtril.ti,ab,kf. or avakine.ti,ab,kf. or avsola.ti,ab,kf. or flixabi.ti,ab,kf. or inflectra.ti,ab,kf. or infliximab.ti,ab,kf. or ixifi.ti,ab,kf. or remicade.ti,ab,kf. or remsima.ti,ab,kf. or renflexis.ti,ab,kf. or revellex.ti,ab,kf. or zessly.ti,ab,kf. or abrilada.ti,ab,kf. or adalimumab.ti,ab,kf. or adaly.ti,ab,kf. or amgevita.ti,ab,kf. or amjevita.ti,ab,kf. or amsparity.ti,ab,kf. or cinnora.ti,ab,kf. or exemptia.ti,ab,kf. or fyzoclad.ti,ab,kf. or hadlima.ti,ab,kf. or halimatoz.ti,ab,kf. or hefiya.ti,ab,kf. or hukyndra.ti,ab,kf. or hulio.ti,ab,kf. or humira.ti,ab,kf. or hyrimoz.ti,ab,kf. or idacio.ti,ab,kf. or imraldi.ti,ab,kf. or kromeya.ti,ab,kf. or libmyris.ti,ab,kf. or mabura.ti,ab,kf. or qletli.ti,ab,kf. or raheara.ti,ab,kf. or solymbic.ti,ab,kf. or sulinno.ti,ab,kf. or trudexa.ti,ab,kf. or yuflyma.ti,ab,kf. or yusimry.ti,ab,kf. or golimumab.ti,ab,kf. or shinponi.ti,ab,kf. or simponi.ti,ab,kf. or certolizumab.ti,ab,kf. or cimzia.ti,ab,kf. or simziya.ti,ab,kf. or xcimzane.ti,ab,kf. or t cell*.ti,ab,kf. or t lymphocyte.ti,ab,kf. or entyvio.ti,ab,kf. or kynteles.ti,ab,kf. or vedolizumab.ti,ab,kf. or alemtuzumab.ti,ab,kf. or campat*.ti,ab,kf. or lemtrada.ti,ab,kf. or mabcampat*.ti,ab,kf. or mabkampat*.ti,ab,kf. or remniq.ti,ab,kf. or anti interleukin.ti,ab,kf. or anakinra.ti,ab,kf. or antril.ti,ab,kf. or kineret.ti,ab,kf. or raleukin.ti,ab,kf. or canakinumab.ti,ab,kf. or ilaris.ti,ab,kf. or ixekizumab.ti,ab,kf. or taltz.ti,ab,kf. or kevzara.ti,ab,kf. or sarilumab.ti,ab,kf. or cosentyx.ti,ab,kf. or scapho.ti,ab,kf. or secukinumab.ti,ab,kf. or actemra.ti,ab,kf. or atlizumab.ti,ab,kf. or lusinex.ti,ab,kf. or roactemra.ti,ab,kf. or tocilizumab.ti,ab,kf. or stelara.ti,ab,kf. or stellara.ti,ab,kf. or ustekinumab.ti,ab,kf. or bimekizumab.ti,ab,kf. or bimzelx.ti,ab,kf. or rinvoq.ti,ab,kf. or upadacitinib.ti,ab,kf. or baricitinib.ti,ab,kf. or olumiant.ti,ab,kf. or jaquinus.ti,ab,kf. or tasocitinib.ti,ab,kf. or tofacitinib.ti,ab,kf. or xeljanz.ti,ab,kf. or interleukin 6 inhibitor*.ti,ab,kf. or tsdmards.ti,ab,kf. or bdmards.ti,ab,kf. or vedoluzimab.ti,ab,kf. or gevokizumab.ti,ab,kf.

830124

3

1 and 2

5818

4

limit 3 to yr="2019 -Current"

1577

5

4 not (comment/ or editorial/ or letter/) not ((exp animals/ or exp models, animal/) not humans/)

1384

6

meta-analysis/ or meta-analysis as topic/ or (metaanaly* or meta-analy* or metanaly*).ti,ab,kf. or systematic review/ or cochrane.jw. or (prisma or prospero).ti,ab,kf. or ((systemati* or scoping or umbrella or "structured literature") adj3 (review* or overview*)).ti,ab,kf. or (systemic* adj1 review*).ti,ab,kf. or ((systemati* or literature or database* or data-base*) adj10 search*).ti,ab,kf. or ((structured or comprehensive* or systemic*) adj3 search*).ti,ab,kf. or ((literature adj3 review*) and (search* or database* or data-base*)).ti,ab,kf. or (("data extraction" or "data source*") and "study selection").ti,ab,kf. or ("search strategy" and "selection criteria").ti,ab,kf. or ("data source*" and "data synthesis").ti,ab,kf. or (medline or pubmed or embase or cochrane).ab. or ((critical or rapid) adj2 (review* or overview* or synthes*)).ti. or (((critical* or rapid*) adj3 (review* or overview* or synthes*)) and (search* or database* or data-base*)).ab. or (metasynthes* or meta-synthes*).ti,ab,kf.

720239

7

exp randomized controlled trial/ or randomized controlled trials as topic/ or random*.ti,ab. or rct?.ti,ab. or ((pragmatic or practical) adj "clinical trial*").ti,ab,kf. or ((non-inferiority or noninferiority or superiority or equivalence) adj3 trial*).ti,ab,kf.

1680611

8

5 and 6 – SR’s

110

9

(5 and 7) not 8 – RCT’s

67

10

8 or 9

177

Volgende:
Chirurgische ingrepen bij uveitis