Urine-incontinentie (UI) 2e- en 3e-lijnszorg

Initiatief: NVU Aantal modules: 68

Antimuscarinica, ouderen en cognitie bij UI

Uitgangsvraag

Antimuscarinica, ouderen en cognitie bij UI in de tweede- en derdelijnszorg.

Aanbeveling

AANBEVELINGEN

GR

Kies, bij het behandelen van ouderen met UI, zoveel mogelijk voor niet-farmacologische behandelingen alvorens antimuscarinica voor te schrijven

C

Wees terughoudend met het voorschrijven van antimuscarinica bij oudere patiënten die at risk zijn voor cognitieve disfunctie, of hier reeds last van hebben.

B

Als er toch gekozen wordt voor het geven van antimuscarinica voor UI bij ouderen, overweeg dan andere medicatie aan te passen om zo de ‘anticholinergic load’ te verminderen.

C

Controleer de mentale status bij patiënten die antimuscarinica gebruiken als ze at risk zijn voor cognitieve disfunctie.

C

Overwegingen

Er zijn bij deze uigangsvraag geen overwegingen geformuleerd.

Onderbouwing

Hoewel de prevalentie van UI toeneemt met de leeftijd, is er eigenlijk maar weinig onderzoek gedaan naar behandeling van UI bij ouderen. Trials excluderen doorgaans patiënten met uitgebreide comorbiditeit en polyfarmacie. Echter, de mechanismen die aan de UI bij ouderen ten grondslag liggen zijn vaker multifactoriëel dan bij jongere patiënten. Ouderen gebruiken vaak ook medicatie die effect kan hebben op zowel de werkzaamheid als de bijwerkingen van een nieuw toegevoegd middel.

 

Muscarinerge receptoren zijn in het gehele lichaam aanwezig en hebben een rol bij vele fysiologische processen. De meeste antimuscarinica die worden gebruikt om OAB te behandelen richten zich op de M2 en M3 receptoren. De M1 receptor is betrokken bij het geheugen. De specificiteit voor een middel voor subtypes van de muscarine-receptor en de mogelijkheid tot penetratie van de bloed-hersenbarrière hebben invloed op de wijze waarop antimuscarinica de cognitie beïnvloeden. In de afgelopen jaren zijn de effecten van antimuscarinica op de cognitie gedetailleerder bestudeerd.

 

Er zijn twee systematische reviews gepubliceerd over antimuscarinica bij oudere patiënten [3,30]. Eén review beperkte zich tot UUI-patiënten wonende in verzorgings- en verpleegtehuizen.[30] Een community-based cohort study over de hoeveelheid antimuscarinica die werd gebruikt in een geriatrische populatie (n = 372) vond een hoge incidentie cognitieve disfunctie.[34] Andere systematische reviews over behandelingen voor OAB rapporteren specifiek over uitkomsten bij ouderen.[35,36]

 

Een systematische review uit 2012 includeerde negen studies waarin de cognitieve impact van antimuscarinica werd getest, maar het verzamelde bewijs werd als niet conclusief geduid.[37] 

Er zijn zeer weinig onderzoeken die specifiek de cognitieve veranderingen onderzoeken die tijdens het gebruik van antimuscarinica kunnen optreden. De meeste van deze trials zijn verricht onder gezonde vrijwilligers met verschillende leeftijden en slechts gedurende korte tijd (van een enkele gift tot 12 weken). Andere publicaties beschrijven post-hoc analyses van andere trials of waren reviews van een beperkt aantal geselecteerde studies. In het algemeen hebben deze trials de bijwerkingen op het centrale zenuwstelsel op een niet-specfieke manier gemeten waardoor de impact op de cognitie in een specifieke subpopulatie maar moeilijk uit deze artikelen geëxtraheerd kan worden.[38,39] Meta-analyses worden beperkt door heterogeniteit van de gepubliceerde onderzoeken, inconsistente doseringen en reporting bias. Er is sterke behoefte aan meer gedetailleerde, gestandaardiseerde metingen van effecten op het centrale zenuwstelsel, gestratificeerd naar leeftijd, in publicaties van klinische trials die artsen en patiënten beter informeren over de cerebrale risico’s die het gebruik van antimuscarinica met zich meebrengen.

 

Onderzoeken naar antimuscarinica zijn uitgevoerd onder ouderen [40] en bij mensen met dementie en urge-incontinentie.[41] Er zijn geen onderzoeken verricht onder kwetsbare patiënten die een verhoogd risico hebben op cognitieve disfunctie en bij wie ook een verhoogd risico ibestaat op verslechtering van de cognitieve functies door antimuscarinicagebruik. 

 

Hoewel er geen specifieke RCT’s zijn verricht die de invloed van antimuscarinica op oudere patiënten vergelijken met de invloed op jongere patiënten is het wel mogelijk om relevant bewijs uit sommige RCT’s te extraheren. Ook zijn er flink wat case studies die gaan over de negatieve bijwerkingen van antimuscarinica bij ouderen. Wel moet hier worden benadrukt dat de definitie van ouderen, alsook de in- en exclusiecriteria per studie behoorlijk kunnen verschillen.

SAMENVATTING VAN HET BEWIJS

LE

Alle antimuscarinerge middelen zijn effectief bij oudere patiënten.

1b

Bij ouderen is de invloed van anticholinerge middelen op de cognitie cumulatief (hoe meer middelen, hoe meer effect) en progressief naarmate deze middelen langer gebruikt worden.

3

Oxybutynine kan de cognitieve functies verslechteren, hoewel het bewijs hieromtrent inconsistent is.

2

Solifenacine, darifenacine en fesoterodine veroorzaken géén toename van cognitieve disfunctie bij ouderen.

1b

Er is geen bewijs dat tolterodine de cognitieve functies beïnvloedt.

3

Oxybutynine
Er is bewijs dat oxybutynine IR cognitieve dysfunctie bij volwassenen kan veroorzaken of verergeren.[40,42,43] Een recentere vergelijking tussen solifenacine en oxybutynine IR liet daarentegen op korte termijn geen verschil in cognitieve bijwerkingen tussen deze twee middelen zien.[44]

 

Een crossover RCT verricht onder oudere vrijwilligers die oxybutynine IR kregen, rapporteerde een toegenomen cognitieve disfunctie met oxybutynine. Een kortdurende RCT met oxybutynine ER bij oudere vrouwen met cognitieve disfunctie liet geen hogere incidentie van delier zien,[45] hoewel een secundaire analyse van deze RCT geen verschil in de hoeveelheid incontinentie aantoonde, waardoor het lastig is deze resultaten te interpreteren.[46]

 

Twee onderzoeken, verricht onder ouderen, lieten de toegevoegde waarde zien van oxybutynine IR in combinatie met ‘op de klok plassen’ versus alleen ‘op de klok plassen’. Een andere studie vond geen verschillen tussen oxybutynine ER en IR bij oudere patiënten, hoewel de studie niet aan het aantal benodigde patiënten kwam dat vooraf was gesteld.[47]

 

Een grote observationele studie (n = 3536) suggereerde dat snellere functionele verslechtering kan voortkomen uit een gecombineerd gebruik van choline-esterase remmers en antimuscarinica bij oudere patiënten met cognitieve disfunctie.[48] De exacte interactie tussen deze middelen wordt niet goed begrepen, maar het lijkt wel aanbevelingswaardig de combinatie van antimuscarinica en choline-esteraseremmers bij ouderen te mijden.

Solifenacine
Een gepoolde analyse van verschillende RCT’s [49] liet zien dat solifenacine een goede werkzaamheid heeft en niet leidt tot meer cognitieve disfunctie onder ouderen. Een andere RCT vond geen leeftijdsgerelateerde verschillen in de farmacokinetiek tussen ouderen, mensen van middelbare leeftijd en jongere patiënten. Eén postmarketing surveillance study rapporteerde frequentere bijwerkingen bij patiënten van 80 jaar en ouder. Een andere studie bij gezonde oudere vrijwilligers liet geen effecten op de cognitie zien.[43] In de subanalyse van een grote trials leek solifenacine 5-10 mg effectief te zijn voor symptoom en kwaliteit van leven-verbetering onder mensen ouder dan 75 jaar die niet hadden gereageerd op tolterodine.[50]

Tolterodine
Gepoolde data van RCT’s liet geen verandering zien van de werkzaamheid of toename van het aantal bijwerkingen van tolterodine gerelateerd aan de leeftijd, maar ouderen stopten wel vaker met de medicatie dan jongeren (dit laatste gold overigens zowel voor tolterodine als placebo).[42]

Twee RCT’s over tolterodine die specifiek waren opgezet met oudere patiënten erin vonden dat tolterodine een vergelijkbare werkzaamheid en bijwerkingenprofiel had als bij jongere patiënten.[51-54] Post-hoc analyse van andere RCT’s liet maar weinig effect op de cognitie zien. Eén trial liet minder depressies zien onder oudere participanten die tolterodine ER gebruikten wanneer vergeleken met patiënten die oxybutynine IR voorgeschreven hadden gekeken.[55] 

Darifenacine
Twee RCT’s die specifiek zijn verricht in een oudere populatie (één RCT bij patiënten met UUI en een andere RCT bij vrijwilligers) concludeerden dat darifenacine effectief was en geen cognitieve bijwerkingen had (gemeten met geheugentests).[56,57] Een andere vergelijking tussen darifenacine en oxybutynine ER bij oudere patiënten concludeerde dat de twee middelen een vergelijkbare werkzaamheid hadden, maar dat de cognitieve bijwerkingen vaker werden gezien bij patiënten die oxybutynine ER kregen.[40]

Fesoterodine
Er is geen gepubliceerd aangaande vergelijkende effectiviteit van fesoterodine in de oudere populatie met de jongere populatie. Twee RCT’s over fesoterodine bij ouderen bevestigden de werkzaamheid van 8 mg fesoterodine, maar niet van 4 mg bij patiënten ouder dan 75 jaar.[44] Therapietrouw was slechter bij de patiënten ouder dan 75, maar er werd niets gerapporteerd over het effect op de mentale status.[58-60]  Een kleine RCT bij gezonde ouderen vergeleek de cognitieve functie na behandeling met placebo en fesoterodine; er werd geen verschil gevonden.[61]


Toepasbaarheid van het bewijs op de oudere populatie
Het is niet duidelijk in hoeverre de gegevens uit gepoolde analyses en subgroep analyses van grotere RCT’s geëxtrapoleerd worden naar de algemene oudere populatie. De community-based onderzoeken naar het vóórkomen van anticholinerge bijwerkingen onder oudere patiënten zijn in deze misschien nog het meest waardevol.[34] 

 

Er is geopperd dat het wellicht een goed idee is om bij patiënten die at risk zijn voor cognitieve verslechtering, de cognitieve status vast te stellen vóór de behandeling, en dat deze dan gevolgd dient te worden tijdens de behandeling om eventuele veranderingen te kunnen monitoren.[62] Het is echter niet duidelijk wélke test dan precies gebruikt zou moeten worden omdat veel van deze testen de sensitiviteit missen die nodig is om verandering in cognitief functioneren goed te kunnen meten.[44,48]

Anticholinergic load
Er zijn vele medicijnen met anticholinerge bijwerkingen. Artsen die medicatie voorschrijven aan oudere patiënten dienen zich goed te vergewissen van het cumulatieve effect dat deze anticholinerge middelen kunnen hebben op patiënten.

 

Hoewel er over deze zogenaamde ‘anticholinergic load’ geen onderzoeken zijn te vinden die specifiek gaan over ouderen met incontinentie kan bewijs gedistilleerd worden uit observationele cohortstudies onder ‘algemene’ ouderen.

 

Het is moeilijk een lijst te vinden waarop alle middelen staan die mogelijk anticholinerge bijwerkingen hebben. Boustani heeft in 2008 een graadmeter ontwikkeld op basis van een systematische review welke luistert naar de naam ‘Anticholinergic Cognitive Burden Scale (ACB) (beschikbaar op http://www.indydiscoverynetwork.org/AnticholinergicCognitiveBurdenScale.html).[63] Veel van het bewijs waarop deze graadmeter is gebaseerd is afkomstig van één enkel instituut uit Indiana (VS).

 

Er zijn twee systematische reviews die bewijs bevatten van grote retrospectieve cohortstudies, met in totaal meer dan 8000 patiënten. Er was een consistent verband tussen langetermijn anticholinergica gebruik en cognitieve disfunctie.[64] Een review over 3690 ouderen liet zien dat diegenen die drie of meer medicijnen met anticholinerge bijwerkingen gebruiken, at risk zijn voor het cognitieve disfunctie.[65]

 

Longitudinale studies met een loopduur van 2 tot 4 jaar hebben een verhoogd risico op achteruitgang van de cognitieve functies laten zien voor patiënten die middelen met een zekere anticholinerge werking gebruiken (OR 1,68) en voor diegenen die middelen gebruiken met een mogelijke anticholinerge werking (OR 1,56).[66,67]

Naam file

aantal

med 20120125 vr8 cognitive dysfunction aged en antimuscarinic systrev

17

med 20120125 vr8 cognitive dysfunction en antimuscarinic drugs rct risk

18

med 20120125 vr8 cognitive dysfunction aged en antimuscarinic rct.

14

med 20120125 vr8 cognitive dysfunction en antimuscarinic drugs start

 2

med 20120129 vr8 antimuscaric cognition aged

16

med 20120129 vr8 antimuscaric prediction prognosis aged

28

 

Database: Ovid MEDLINE(R) In-Process & Other Non-Indexed Citations and Ovid MEDLINE(R) <1946 to Present>

Search Strategy:

--------------------------------------------------------------------------------

1     Flavoxate/ (97)

2     Flavoxate.rn. (97)

3     flavoxat*.tw. (137)

4     or/1-3 (159)

5     Imipramine/ (9093)

6     imipramin*.rn. (9149)

7     imipramin*.tw. (8416)

8     or/5-7 (11954)

9     Parasympatholytics/ (11955)

10     9 or 4 (12040)

11     amytript*.tw. (27)

12     Amitriptyline.rn. (5724)

13     Amitriptyline/ (5724)

14     amitriptyl*.tw. (5263)

15     or/11-14 (7617)

16     Muscarinic Antagonists/ (5940)

17     muscarinic*.rn. (8450)

18     (muscarini* adj5 antagon*).tw. (5385)

19     (muscarini* adj5 drug?).tw. (476)

20     or/16-19 (12228) antimuscaric drugs

21     "richtlijn incontinentie zoekacties CBO".ti. (0)

22     Urinary-Incontinence.tw. (14269)

23     urinary incontinence/ or urinary incontinence, stress/ or urinary incontinence, urge/ (23572)

24     ((urinary adj3 incontinence) or (stress adj3 incontinence) or (urge adj3 incontinence)).tw. (18627)

25     (mixed adj3 incontinence).tw. (700)

26     micturation disorder*.tw. (4)

27     Urination Disorders/ (9807)

28     (urin$ adj2 leak$).tw. (1807)

29     (dutch or english).la. (16677789)

30     or/22-28 (37925)

31     30 and 29 (29001)

32     limit 31 to yr="1990 -Current" (21554)

33     32 and 10 (186)

34     "med091027 CBO filter sysrev & meta Medline START".ti. (0)

35     meta analysis.pt. (30995)

36     (meta-anal$ or metaanal$).af. (56198)

37     (quantitativ$ adj10 (review$ or overview$)).tw. (3426)

38     (systematic$ adj10 (review$ or overview$)).tw. (38185)

39     (methodologic$ adj10 (review$ or overview$)).tw. (4853)

40     medline.tw. and review.pt. (30071)

41     (pooled adj3 analy*).tw. (5387)

42     or/35-41 (106584)

43     "med091027 CBO filter sysrev & meta Medline EINDE".ti. (0)

44     "med091027 CBO filter obs Medline START".ti. (0)

45     epidemiologic studies/ (5169)

46     exp case-control studies/ (529093)

47     exp cohort studies/ (1134531)

48     cross-sectional studies/ (132325)

49     (case adj3 control).af. (162137)

50     (cohort adj5 (study or studies or analy$)).af. (169157)

51     (follow-up adj5 (study or studies)).af. (458340)

52     (longitudinal or retrospective or prospective or (cross adj5 sectional)).af. (1121453)

53     (observational adj5 (study or studies)).af. (40843)

54     or/45-53 (1639565)

55     "med091027 CBO filter obs Medline EINDE".ti. (0)

56     "med101005 Cochrane Highly Sensitive Search Strategy for Randomized Trials in Medline START".ti. (0)

57     randomized controlled trial.pt. (317672)

58     controlled clinical trial.pt. (83335)

59     (randomized or randomised).ab. (279106)

60     placebo.ab. (132047)

61     drug therapy.fs. (1491821)

62     randomly.ab. (172050)

63     trial.ab. (241204)

64     groups.ab. (1129382)

65     or/57-64 (2856843)

66     65 not (exp animals/ not humans/) (2438689)

67     "med101005 Cochrane Highly Sensitive Search Strategy for Randomized Trials in Medline EINDE".ti. (0)

68     33 and 66 (141)

69     4 and 32 and 66 (22)

70     33 and 42 (8)

71     4 and 32 and 54 (8)

72     (leak* adj3 (episod* or period?)).tw. (284)

73     (incont* adj3 pad*).tw. (274)

74     absorbent pads/ or diapers, adult/ or incontinence pads/ (482)

75     from 69 keep 1-22 (22)

76     from 70 keep 1-8 (8)

77     from 71 keep 1-8 (8)

78     72 or 73 or 74 (984)

79     4 and 32 and 78 (1)

80     from 74 keep 1 (1)

81     32 and 8 (54)

82     32 and 8 and (42 or 66) (38)

83     32 and 8 and 42 (4)

84     32 and 8 and 66 (37)

85     (32 and 8 and 54) not (66 or 42) (3)

86     (32 and 8) not (42 or 66 or 54) (13)

87     32 and 15 (4)

88     32 and 20 (552) P + antimuscaric

89     exp Cognition Disorders/ (49256)

90     cognit*.tw. (162273)

91     px.fs. (636659)

92     or/89-91 (761939) cognitive stoornissen

93     88 and 92 (57)

94     88 and (89 or 90) (21) med 20120125 vr8 cognitive dysfunction en antimuscarinic drugs start

95     exp Aged/ (2042103)

96     Geriatric Assessment/ (15429)

97     exp Residential Facilities/ (39479)

98     88 and (95 or 96 or 97) (232)

99     88 and (89 or 90 or 96 or 97) and 42 (2)

100     88 and (89 or 90 or 96 or 97 or 95) and 42 (18) med 20120125 vr8 cognitive dysfunction aged en antimuscarinic systrev

101     (88 and (89 or 90 or 96 or 97 or 95) and 66) not 42 (195)

102     (88 and (89 or 90 or 96 or 97) and 66) not 42 (19) med 20120125 vr8 cognitive dysfunction aged en antimuscarinic rct

103     exp Probability/ (780567)

104     101 and (103 or risk.tw.) (18) med 20120125 vr8 cognitive dysfunction en antimuscarinic drugs rct risk

 

***************************

 

Vr8 vervolg van 29 January 2012

 

Database: Ovid MEDLINE(R) In-Process & Other Non-Indexed Citations and Ovid MEDLINE(R) <1946 to Present>

Search Strategy:

--------------------------------------------------------------------------------

1     "onderdeel outcome".ti. (0)

2     exp treatment outcome/ (519898)

3     "Quality of Life"/ (95123)

4     wellbeing.mp. (3783)

5     self?report*.tw. (56)

6     ("social isolation" or embarras*).tw. (6031)

7     (treatment adj3 succes*).tw. (36775)

8     (urogenital distress invent* or incontinence impact question*).tw. (375)

9     (invent* or question*).tw. (511726)

10     (leak* adj3 (episod* or period?)).tw. (285)

11     (incont* adj3 pad*).tw. (275)

12     absorbent pads/ or diapers, adult/ or incontinence pads/ (483)

13     or/2-12 (1094357)

14     Flavoxate/ (97)

15     Flavoxate.rn. (97)

16     flavoxat*.tw. (137)

17     or/14-16 (159)

18     Imipramine/ (9094)

19     imipramin*.rn. (9150)

20     imipramin*.tw. (8420)

21     or/18-20 (11958)

22     Parasympatholytics/ (11961)

23     22 or 17 (12046)

24     amytript*.tw. (27)

25     Amitriptyline.rn. (5726)

26     Amitriptyline/ (5726)

27     amitriptyl*.tw. (5268)

28     or/24-27 (7623)

29     Muscarinic Antagonists/ (5947)

30     muscarinic*.rn. (8460)

31     (muscarini* adj5 antagon*).tw. (5390)

32     (muscarini* adj5 drug?).tw. (476)

33     or/29-32 (12240)

34     "richtlijn incontinentie zoekacties CBO".ti. (0)

35     Urinary-Incontinence.tw. (14295)

36     urinary incontinence/ or urinary incontinence, stress/ or urinary incontinence, urge/ (23595)

37     ((urinary adj3 incontinence) or (stress adj3 incontinence) or (urge adj3 incontinence)).tw. (18654)

38     (mixed adj3 incontinence).tw. (698)

39     micturation disorder*.tw. (4)

40     Urination Disorders/ (9807)

41     (urin$ adj2 leak$).tw. (1808)

42     (dutch or english).la. (16685322)

43     or/35-41 (37962)

44     43 and 42 (29037)

45     limit 44 to yr="1990 -Current" (21590)

46     45 and 23 (186)

47     "med091027 CBO filter sysrev & meta Medline START".ti. (0)

48     meta analysis.pt. (31068)

49     (meta-anal$ or metaanal$).af. (56286)

50     (quantitativ$ adj10 (review$ or overview$)).tw. (3438)

51     (systematic$ adj10 (review$ or overview$)).tw. (38223)

52     (methodologic$ adj10 (review$ or overview$)).tw. (4864)

53     medline.tw. and review.pt. (30131)

54     (pooled adj3 analy*).tw. (5397)

55     or/48-54 (106733)

56     "med091027 CBO filter sysrev & meta Medline EINDE".ti. (0)

57     "med091027 CBO filter obs Medline START".ti. (0)

58     epidemiologic studies/ (5176)

59     exp case-control studies/ (530082)

60     exp cohort studies/ (1136147)

61     cross-sectional studies/ (132629)

62     (case adj3 control).af. (162414)

63     (cohort adj5 (study or studies or analy$)).af. (169439)

64     (follow-up adj5 (study or studies)).af. (458801)

65     (longitudinal or retrospective or prospective or (cross adj5 sectional)).af. (1122672)

66     (observational adj5 (study or studies)).af. (40858)

67     or/58-66 (1641300)

68     "med091027 CBO filter obs Medline EINDE".ti. (0)

69     "med101005 Cochrane Highly Sensitive Search Strategy for Randomized Trials in Medline START".ti. (0)

70     randomized controlled trial.pt. (317996)

71     controlled clinical trial.pt. (83347)

72     (randomized or randomised).ab. (279329)

73     placebo.ab. (132136)

74     drug therapy.fs. (1493432)

75     randomly.ab. (172109)

76     trial.ab. (241467)

77     groups.ab. (1130042)

78     or/70-77 (2859113)

79     78 not (exp animals/ not humans/) (2440532)

80     "med101005 Cochrane Highly Sensitive Search Strategy for Randomized Trials in Medline EINDE".ti. (0)

81     46 and 79 (141)

82     17 and 45 and 79 (22)

83     46 and 55 (8)

84     17 and 45 and 67 (8)

85     (leak* adj3 (episod* or period?)).tw. (285)

86     (incont* adj3 pad*).tw. (275)

87     absorbent pads/ or diapers, adult/ or incontinence pads/ (483)

88     from 82 keep 1-22 (22)

89     from 83 keep 1-8 (8)

90     from 84 keep 1-8 (8)

91     85 or 86 or 87 (987)

92     17 and 45 and 91 (1)

93     from 87 keep 1 (1)

94     45 and 21 (54)

95     45 and 21 and (55 or 79) (38)

96     45 and 21 and 55 (4)

97     45 and 21 and 79 (37)

98     (45 and 21 and 67) not (79 or 55) (3)

99     (45 and 21) not (55 or 79 or 67) (13)

100     45 and 28 (4)

101     45 and 33 (552)

102     exp Cognition Disorders/ (49358)

103     cognit*.tw. (162561)

104     px.fs. (637749)

105     or/102-104 (763201)

106     101 and 105 (57)

107     101 and (102 or 103) (21)

108     exp Aged/ (2044303)

109     Geriatric Assessment/ (15441)

110     exp Residential Facilities/ (39520)

111     101 and (108 or 109 or 110) (232)

112     101 and (102 or 103 or 109 or 110) and 55 (2)

113     101 and (102 or 103 or 109 or 110 or 108) and 55 (18)

114     (101 and (102 or 103 or 109 or 110 or 108) and 79) not 55 (195)

115     (101 and (102 or 103 or 109 or 110) and 79) not 55 (19)

116     exp Probability/ (781775)

117     114 and (116 or risk.tw.) (18)

118     "medline filter voor frail elderly".ti. (0)

119     frail elderly/ (5481)

120     "Aged, 80 and over"/ (502527)

121     Aged/ (2028988)

122     (vulnerabl* or frail* or very old or "over the age" or "older olds").tw. (51655)

123     ((old or older or elderly or aged or middle?aged or middle aged or aging or geriatric) adj3 (people or population or patient? or in?patient? or person? or men or women)).tw. (297209)

124     ((old or older or elderly or aged or aging or geriatric) adj3 (people or population or patient? or in?patient? or person? or men or women)).tw. (297192)

125     ((over or aged) adj2 ("65" or "70" or "75" or "80" or "85" or "90" or "95" or "100") adj3 (people or population or patient? or in?patient? or person? or men or women)).tw. (26570)

126     geriatric patient?.tw. (4702)

127     (institut* adj3 (old or elderly or aged)).tw. (2672)

128     or/119-127 (2207633)

129     senior?.tw. (19850)

130     aging.mp. or exp Aging/ (235123)

131     129 and 130 (1081)

132     geriatric?.af. (116007)

133     home care/ (25573)

134     residential facilities/ or assisted living facilities/ or homes for the aged/ or nursing homes/ or intermediate care facilities/ or skilled nursing facilities/ (37729)

135     132 or 133 or 134 (167838)

136     (resident* or population? or group? or people or senior? or elderly or old or aged).tw. (3637908)

137     135 and 136 (74641)

138     131 or 137 (75398)

139     128 or 138 (2220445)

140     " filter frail elderly of geriatrische patient stap 3 meest sensitief".ti. (0)

141     residence characteristics/ or housing/ or independent living/ or residential mobility/ (30149)

142     "Referral and Consultation"/ (45984)

143     exp Psychiatric Status Rating Scales/ (55691)

144     Neuropsychological Tests/ (54834)

145     Geriatric Assessment/ (15441)

146     Psychometrics/ (46258)

147     Psychotherapy/ (38185)

148     health status indicators/ or "severity of illness index"/ or sickness impact profile/ (156352)

149     nursing assessment/ or nursing diagnosis/ (29247)

150     exp "Delivery of Health Care"/ (688353)

151     Patient-Centered Care/ (7853)

152     Life Style/ (36628)

153     exp Social Environment/ (77274)

154     Physical Stimulation/ (15190)

155     Withholding Treatment/ (8204)

156     Observation/ (3900)

157     exp Terminal Care/ (36899)

158     exp Attitude to Health/ (248322)

159     Life Expectancy/ (12358)

160     exp Decision Making/ (100916)

161     exp Nutritional Support/ or Fluid Therapy/ (46896)

162     Disabled Persons/ (28416)

163     (functional adj3 decline).tw. (2220)

164     (care ward? or psychogeriatric).tw. (1886)

165     (resident? adj3 admit*).tw. (314)

166     or/141-165 (1312177)

167     128 and 166 (274249)

168     119 or 120 or 122 or 123 or 124 or 126 or 127 or 131 or 137 or 167 (945287) frail elderly

169     " filter frail elderly of geriatrische patient stap 3 meest sensitief".ti. (0)

170     88 and 168 (6)

171     101 and 168 (183)

172     171 and 105 (31) med 20120129 vr8 antimuscaric cognition aged

173     "zoekfilter voor prediction medline 17 feb 2010".tw. (0)

174     prognosis/ (311531)

175     probability/ or proportional hazards models/ or uncertainty/ (80393)

176     ((risk adj prediction) or (predictor adj variabl??) or (increas* adj risk)).tw. (112776)

177     ((risk adj assessement?) or (predict* adj risk?) or (risk adj factor?)).tw. (276565)

178     (validat* or predict* or rule*).tw. (977854)

179     (predict* and (outcome* or risk* or model*)).tw. (357832)

180     ((history or variable* or criteria or scor* or characteristic* or finding* or factor*) and (predict* or model* or decision* or identi* or prognos*)).tw. (1465637)

181     (decision* and (model* or clinical* or (logistic adj3 models))).tw. (68626)

182     likelihood functions/ or logistic models/ or proportional hazards models/ (110196)

183     or/174-182 (2512004) prediction filter

184     "filter CBO medline prognose".ti. (0)

185     prognosis/ or probability/ or proportional hazards models/ or uncertainty/ or likelihood functions/ or logistic models/ or proportional hazards models/ (451738)

186     ((risk adj prediction) or (predictor adj variabl??) or (increas* adj risk)).tw. (112776)

187     ((risk adj assessement?) or (predict* adj risk?) or (risk adj factor?) or (validat* or predict* or rule*)).tw. (1204102)

188     (((history or variable* or criteria or scor* or characteristic* or finding* or factor*) and (predict* or model* or decision* or identi* or prognos*)) or (decision* and (model* or clinical* or (logistic adj3 models)))).tw. (1500733)

189     or/185-188 (2512004) prognose filter

190     "prediction filter ter voorspelling".ti. (0)

191     101 and 105 and (120 or 121 or 168) and (183 or 189) (8)

192     101 and (120 or 121 or 168) and (183 or 189) (48) med 20120129 vr8 antimuscaric prediction prognosis aged

  1. 1 - Halfens RJ, Meesterberends E, DuMoulin MF, Van Nie MC, Neyens JC, Schols JM. Landelijke Prevalentiemeting Zorgproblemen. Universiteit Maastricht, Maastricht. 2011.
  2. 2 - Van Houten P, Frijters DF, Ribbe M.W. Incontinence in the nursing home; mostly a problem of dual incontinence. Tijdschrift voor Verpleeghuisgeneeskunde 2006;31 4.
  3. 3 - DuBeau CE, Kuchel GA, Johnson T,2nd, Palmer MH, Wagg A, Fourth International Consultation on Incontinence. Incontinence in the frail elderly: report from the 4th International Consultation on Incontinence. Neurourol.Urodyn. 2010;29 165-78.
  4. 4 - Fried LP, Tangen CM, Walston J, Newman AB, Hirsch C, Gottdiener J, et al. Frailty in older adults: evidence for a phenotype. J.Gerontol.A Biol.Sci.Med.Sci. 2001;56 M146-56.
  5. 5 - Van den Berg M, Hamberg-Van Reenen HH, Baan CA, Schoemaker CG. Preventie in de zorg. Themarapport. Volksgezondheid Toekomstverkenning 2014, RIVM, Bilthoven 2013.
  6. 6 - Nelson RL, Furner SE. Risk factors for the development of fecal and urinary incontinence in Wisconsin nursing home residents. Maturitas 2005;52 26-31.
  7. 7 - Holroyd-Leduc JM, Mehta KM, Covinsky KE. Urinary incontinence and its association with death, nursing home admission, and functional decline. J.Am.Geriatr.Soc. 2004;52 712-8.
  8. 8 - Schnelle JF, Alessi CA, Simmons SF, Al-Samarrai NR, Beck JC, Ouslander JG. Translating clinical research into practice: a randomized controlled trial of exercise and incontinence care with nursing home residents. J.Am.Geriatr.Soc. 2002;50 1476-83.
  9. 9 - van Houten P, Achterberg W, Ribbe M. Urinary incontinence in disabled elderly women: a randomized clinical trial on the effect of training mobility and toileting skills to achieve independent toileting. Gerontology 2007;53 205-10.
  10. 10 - Marengoni A, Angleman S, Melis R, Mangialasche F, Karp A, Garmen A, et al. Aging with multimorbidity: a systematic review of the literature. Ageing Res.Rev. 2011;10 430-9.
  11. 11 - De Beer H, et al. Richtlijnen en multimorbiditeit bij ouderen: tussen algemene adviezen en individueel maatwerk; een rapport in opdracht van de Regieraad Kwaliteit van Zorg. CBO, Utrecht 2013.
  12. 12 - Dubeau CE, Kraus SR, Griebling TL, Newman DK, Wyman JF, Johnson TM,2nd, et al. Effect of fesoterodine in vulnerable elderly subjects with urgency incontinence: a double-blind, placebo controlled trial. J.Urol. 2014;191 395-404.
  13. 13 - Wagg A, Khullar V, Michel MC, Oelke M, Darekar A, Bitoun CE. Long-term safety, tolerability and efficacy of flexible-dose fesoterodine in elderly patients with overactive bladder: Open-label extension of the SOFIA trial. Neurourol.Urodyn. 2014;33 106-14.
  14. 14 - Vermeulen Windsant-van den Tweel AM, Verduijn MM, Derijks HJ, van Marum RJ. Detection of inappropriate medication use in the elderly; will the STOPP and START criteria become the new Dutch standards?. Ned.Tijdschr.Geneeskd. 2012;156 A5076.
  15. 15 - American Geriatrics Society 2012 Beers Criteria Update Expert Panel. American Geriatrics Society updated Beers Criteria for potentially inappropriate medication use in older adults. J.Am.Geriatr.Soc. 2012;60 616-31.
  16. 16 - Inouye SK, Bogardus ST,Jr, Vitagliano G, Desai MM, Williams CS, Grady JN, et al. Burden of illness score for elderly persons: risk adjustment incorporating the cumulative impact of diseases, physiologic abnormalities, and functional impairments. Med.Care 2003;41 70-83.
  17. 17 - Verenso. Richtlijn Blaaskatheters, langdurige blaaskatheterisatie bij patiënten met complexe multicomorbiditeit Utrecht, 2010.
  18. 18 - Lee PG, Cigolle C, Blaum C. The co-occurrence of chronic diseases and geriatric syndromes: the health and retirement study. J.Am.Geriatr.Soc. 2009;57 511-6.
  19. 19 - Vischer UM, Bauduceau B, Bourdel-Marchasson I, Blickle JF, Constans T, Fagot-Campagna A, et al. A call to incorporate the prevention and treatment of geriatric disorders in the management of diabetes in the elderly. Diabetes Metab. 2009;35 168-77.
  20. 20 - Hirayama F, Lee AH, Binns CW, Taniguchi H, Nishimura K, Kato K. Urinary incontinence in men with chronic obstructive pulmonary disease. Int.J.Urol. 2008;15 751-3.
  21. 21 - Tsakiris P, de la Rosette JJ, Michel MC, Oelke M. Pharmacologic treatment of male stress urinary incontinence: systematic review of the literature and levels of evidence. Eur.Urol. 2008;53 53-9.
  22. 22 - Tomlinson BU, Dougherty MC, Pendergast JF, Boyington AR, Coffman MA, Pickens SM. Dietary caffeine, fluid intake and urinary incontinence in older rural women. Int.Urogynecol.J.Pelvic Floor Dysfunct. 1999;10 22-8.
  23. 23 - Kim H, Suzuki T, Yoshida Y, Yoshida H. Effectiveness of multidimensional exercises for the treatment of stress urinary incontinence in elderly community-dwelling Japanese women: a randomized, controlled, crossover trial. J.Am.Geriatr.Soc. 2007;55 1932-9.
  24. 24 - Kim H, Yoshida H, Suzuki T. The effects of multidimensional exercise on functional decline, urinary incontinence, and fear of falling in community-dwelling elderly women with multiple symptoms of geriatric syndrome: a randomized controlled and 6-month follow-up trial. Arch.Gerontol.Geriatr. 2011;52 99-105.
  25. 25 - Schnelle JF, Leung FW, Rao SS, Beuscher L, Keeler E, Clift JW, et al. A controlled trial of an intervention to improve urinary and fecal incontinence and constipation. J.Am.Geriatr.Soc. 2010;58 1504-11.
  26. 26 - Aslan E, Komurcu N, Beji NK, Yalcin O. Bladder training and Kegel exercises for women with urinary complaints living in a rest home. Gerontology 2008;54 224-31.
  27. 27 - Sherburn M, Bird M, Carey M, Bo K, Galea MP. Incontinence improves in older women after intensive pelvic floor muscle training: an assessor-blinded randomized controlled trial. Neurourol.Urodyn. 2011;30 317-24.
  28. 28 - Flanagan L, Roe B, Jack B, Barrett J, Chung A, Shaw C, et al. Systematic review of care intervention studies for the management of incontinence and promotion of continence in older people in care homes with urinary incontinence as the primary focus (1966-2010). Geriatr.Gerontol.Int. 2012;12 600-11.
  29. 29 - Forster A, Lambley R, Hardy J, Young J, Smith J, Green J, et al. Rehabilitation for older people in long-term care. Cochrane Database Syst.Rev. 2009;(1):CD004294. doi CD004294.
  30. 30 - Fink HA, Taylor BC, Tacklind JW, Rutks IR, Wilt TJ. Treatment interventions in nursing home residents with urinary incontinence: a systematic review of randomized trials. Mayo Clin.Proc. 2008;83 1332-43.
  31. 31 - McFall SL, Yerkes AM, Cowan LD. Outcomes of a small group educational intervention for urinary incontinence: health-related quality of life. J.Aging Health 2000;12 301-17.
  32. 32 - Spruijt J, Vierhout M, Verstraeten R, Janssens J, Burger C. Vaginal electrical stimulation of the pelvic floor: a randomized feasibility study in urinary incontinent elderly women. Acta Obstet.Gynecol.Scand. 2003;82 1043-8.
  33. 33 - Killinger KA, Kangas JR, Wolfert C, Boura JA, Peters KM. Secondary changes in bowel function after successful treatment of voiding symptoms with neuromodulation. Neurourol.Urodyn. 2011;30 133-7.
  34. 34 - Ancelin ML, Artero S, Portet F, Dupuy AM, Touchon J, Ritchie K. Non-degenerative mild cognitive impairment in elderly people and use of anticholinergic drugs: longitudinal cohort study. BMJ 2006;332 455-9.
  35. 35 - McDonagh MS, Selover D, Santa J, Thakurta S 2009.
  36. 36 - Shamliyan T, Wyman J, Kane RL 2012.
  37. 37 - Tannenbaum C, Paquette A, Hilmer S, Holroyd-Leduc J, Carnahan R. A systematic review of amnestic and non-amnestic mild cognitive impairment induced by anticholinergic, antihistamine, GABAergic and opioid drugs. Drugs Aging 2012;29 639-58.
  38. 38 - Paquette A, Gou P, Tannenbaum C. Systematic review and meta-analysis: do clinical trials testing antimuscarinic agents for overactive bladder adequately measure central nervous system adverse events?. J.Am.Geriatr.Soc. 2011;59 1332-9.
  39. 39 - Chou FH, Ho CH, Chir MB, Linsenmeyer TA. Normal ranges of variability for urodynamic studies of neurogenic bladders in spinal cord injury. J.Spinal Cord Med. 2006;29 26-31.
  40. 40 - Kay G, Crook T, Rekeda L, Lima R, Ebinger U, Arguinzoniz M, et al. Differential effects of the antimuscarinic agents darifenacin and oxybutynin ER on memory in older subjects. Eur.Urol. 2006;50 317-26.
  41. 41 - Isik AT, Celik T, Bozoglu E, Doruk H. Trospium and cognition in patients with late onset Alzheimer disease. J.Nutr.Health Aging 2009;13 6726.
  42. 42 - Kessler TM, Bachmann LM, Minder C, Lohrer D, Umbehr M, Schunemann HJ, et al. Adverse event assessment of antimuscarinics for treating overactive bladder: a network meta-analytic approach. PLoS One 2011;6 e16718.
  43. 43 - Wesnes KA, Edgar C, Tretter RN, Bolodeoku J. Exploratory pilot study assessing the risk of cognitive impairment or sedation in the elderly following single doses of solifenacin 10 mg. Expert Opin.Drug Saf. 2009;8 615-26.
  44. 44 - Wagg A, Dale M, Tretter R, Stow B, Compion G. Randomised, multicentre, placebo-controlled, double-blind crossover study investigating the effect of solifenacin and oxybutynin in elderly people with mild cognitive impairment: the SENIOR study. Eur.Urol. 2013;64 74-81.
  45. 45 - Lackner TE, Wyman JF, McCarthy TC, Monigold M, Davey C. Randomized, placebo-controlled trial of the cognitive effect, safety, and tolerability of oral extended-release oxybutynin in cognitively impaired nursing home residents with urge urinary incontinence. J.Am.Geriatr.Soc. 2008;56 862-70.
  46. 46 - Lackner TE, Wyman JF, McCarthy TC, Monigold M, Davey C. Efficacy of oral extended-release oxybutynin in cognitively impaired older nursing home residents with urge urinary incontinence: a randomized placebo-controlled trial. J.Am.Med.Dir.Assoc. 2011;12 639-47.
  47. 47 - Minassian VA, Ross S, Sumabat O, Lovatsis D, Pascali D, Al-Badr A, et al. Randomized trial of oxybutynin extended versus immediate release for women aged 65 and older with overactive bladder: lessons learned from conducting a trial. J.Obstet.Gynaecol.Can. 2007;29 726-32.
  48. 48 - Sink KM, Thomas J,3rd, Xu H, Craig B, Kritchevsky S, Sands LP. Dual use of bladder anticholinergics and cholinesterase inhibitors: long-term functional and cognitive outcomes. J.Am.Geriatr.Soc. 2008;56 847-53.
  49. 49 - Wagg A, Wyndaele JJ, Sieber P. Efficacy and tolerability of solifenacin in elderly subjects with overactive bladder syndrome: a pooled analysis. Am.J.Geriatr.Pharmacother. 2006;4 14-24.
  50. 50 - Zinner N, Noe L, Rasouliyan L, Marshall T, Runken MC, Seifeldin R. Impact of solifenacin on quality of life, medical care use, work productivity, and health utility in the elderly: an exploratory subgroup analysis. Am.J.Geriatr.Pharmacother. 2009;7 373-82.
  51. 51 - Drutz HP, Appell RA, Gleason D, Klimberg I, Radomski S. Clinical efficacy and safety of tolterodine compared to oxybutynin and placebo in patients with overactive bladder. Int.Urogynecol.J.Pelvic Floor Dysfunct. 1999;10 283-9.
  52. 52 - Michel MC, Schneider T, Krege S, Goepel M. Does gender or age affect the efficacy and safety of tolterodine?. J.Urol. 2002;168 1027-31.
  53. 53 - Zinner NR, Mattiasson A, Stanton SL. Efficacy, safety, and tolerability of extended-release once-daily tolterodine treatment for overactive bladder in older versus younger patients. J.Am.Geriatr.Soc. 2002;50 799-807.
  54. 54 - Millard R, Tuttle J, Moore K, Susset J, Clarke B, Dwyer P, et al. Clinical efficacy and safety of tolterodine compared to placebo in detrusor overactivity. J.Urol. 1999;161 1551-5.
  55. 55 - Jumadilova Z, Varadharajan S, Girase P, Ollendorf DA. Retrospective evaluation of outcomes in patients with overactive bladder receiving tolterodine versus oxybutynin. Am.J.Health.Syst.Pharm. 2006;63 2357-64.
  56. 56 - Chapple C, DuBeau C, Ebinger U, Rekeda L, Viegas A. Darifenacin treatment of patients >or= 65 years with overactive bladder: results of a randomized, controlled, 12-week trial. Curr.Med.Res.Opin. 2007;23 2347-58.
  57. 57 - Lipton RB, Kolodner K, Wesnes K. Assessment of cognitive function of the elderly population: effects of darifenacin. J.Urol. 2005;173 493-8.
  58. 58 - DuBeau CE, Morrow JD, Kraus SR, Creanga D, Bavendam T. Efficacy and tolerability of fesoterodine versus tolterodine in older and younger subjects with overactive bladder: a post hoc, pooled analysis from two placebo-controlled trials. Neurourol.Urodyn. 2012;31 1258-65.
  59. 59 - Kraus SR, Ruiz-Cerda JL, Martire D, Wang JT, Wagg AS. Efficacy and tolerability of fesoterodine in older and younger subjects with overactive bladder. Urology 2010;76 1350-7.
  60. 60 - Sand PK, Heesakkers J, Kraus SR, Carlsson M, Guan Z, Berriman S. Long-term safety, tolerability and efficacy of fesoterodine in subjects with overactive bladder symptoms stratified by age: pooled analysis of two open-label extension studies. Drugs Aging 2012;29 119-31.
  61. 61 - Kay GG, Maruff P, Scholfield D, Malhotra B, Whelan L, Darekar A, et al. Evaluation of cognitive function in healthy older subjects treated with fesoterodine. Postgrad.Med. 2012;124 7-15.
  62. 62 - Wagg A, Verdejo C, Molander U. Review of cognitive impairment with antimuscarinic agents in elderly patients with overactive bladder. Int.J.Clin.Pract. 2010;64 1279-86.
  63. 63 - Boustani M, Campbell N, Munger S, Maidment I, Fox C. Impact of anticholinergics on the aging brain: a review and practical application. Aging Health 2008;4 311-20.
  64. 64 - Campbell N, Boustani M, Limbil T, Ott C, Fox C, Maidment I, et al. The cognitive impact of anticholinergics: a clinical review. Clin.Interv.Aging 2009;4 225-33.
  65. 65 - Cai X, Campbell N, Khan B, Callahan C, Boustani M. Long-term anticholinergic use and the aging brain. Alzheimers Dement. 2013;9 377-85.
  66. 66 - Carriere I, Fourrier-Reglat A, Dartigues JF, Rouaud O, Pasquier F, Ritchie K, et al. Drugs with anticholinergic properties, cognitive decline, and dementia in an elderly general population: the 3-city study. Arch.Intern.Med. 2009;169 1317-24.
  67. 67 - Fox C, Richardson K, Maidment ID, Savva GM, Matthews FE, Smithard D, et al. Anticholinergic medication use and cognitive impairment in the older population: the medical research council cognitive function and ageing study. J.Am.Geriatr.Soc. 2011;59 1477-83.
  68. 68 - Rechberger T, Futyma K, Jankiewicz K, Adamiak A, Skorupski P. The clinical effectiveness of retropubic (IVS-02) and transobturator (IVS-04) midurethral slings: randomized trial. Eur.Urol. 2009;56 24-30.
  69. 69 - Barber MD, Kleeman S, Karram MM, Paraiso MF, Ellerkmann M, Vasavada S, et al. Risk factors associated with failure 1 year after retropubic or transobturator midurethral slings. Am.J.Obstet.Gynecol. 2008;199 666.e1,666.e7.
  70. 70 - Richter HE, Diokno A, Kenton K, Norton P, Albo M, Kraus S, et al. Predictors of treatment failure 24 months after surgery for stress urinary incontinence. J.Urol. 2008;179 1024-30.
  71. 71 - Campeau L, Tu LM, Lemieux MC, Naud A, Karsenty G, Schick E, et al. A multicenter, prospective, randomized clinical trial comparing tension-free vaginal tape surgery and no treatment for the management of stress urinary incontinence in elderly women. Neurourol.Urodyn. 2007;26 990-4.
  72. 72 - Groutz A, Cohen A, Gold R, Pauzner D, Lessing JB, Gordon D. The safety and efficacy of the "inside-out" trans-obturator TVT in elderly versus younger stress-incontinent women: a prospective study of 353 consecutive patients. Neurourol.Urodyn. 2011;30 380-3.
  73. 73 - Liao CH, Kuo HC. Increased risk of large post-void residual urine and decreased long-term success rate after intravesical onabotulinumtoxinA injection for refractory idiopathic detrusor overactivity. J.Urol. 2013;189 1804-10.
  74. 74 - White WM, Pickens RB, Doggweiler R, Klein FA. Short-term efficacy of botulinum toxin a for refractory overactive bladder in the elderly population. J.Urol. 2008;180 2522-6.

Autorisatiedatum en geldigheid

Laatst beoordeeld  : 01-01-2014

Laatst geautoriseerd  : 01-01-2014

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nederlandse Vereniging voor Urologie
Geautoriseerd door:
  • Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie

Algemene gegevens

Aanleiding voor het maken van de richtlijn

De vorige NVU-richtlijnen aangaande urine-incontinentie bij volwassenen zonder neurogeen blaaslijden stammen uit 2002 (Urge-incontinentie  en Stress-incontinentie) en 2003 (Stress-incontinentie bij de vrouw). Deze richtlijnen zijn gedateerd en monodisciplinair. In 2011 is op initiatief van de NVOG een multidisciplinaire richtlijn urine-incontinentie bij vrouwen verschenen. Deze richtlijn is vooral gericht op de eerste lijn en is een leidraad voor de ketenzorg en is niet zozeer op tweede- en derdelijnszorg gericht. Er bestaat nog geen aparte richtlijn over urine-incontinentie bij mannen, hoewel dit probleem wel frequent voorkomt. Vooral in de NVU bestond daarom de behoefte aan een richtlijn gericht op de tweede en derdelijnszorg die beschrijft hoe een uroloog dient te handelen. Aangezien een recente (2012) EAU-richtlijn is uitgekomen die volledig evidencebased is, is die richtlijn als uitgangspunt genomen voor de huidige richtlijn en aangepast aan de Nederlandse situatie.

 

De huidige richtlijn vervangt de vorige NVU-richtlijnen en is vooral gericht op intramuraal gebruik. Op sommige punten kan de onderhavige richtlijn verschillen van de multidisciplinaire richtlijn urine-incontinentie bij vrouwen (2011). Redenen hiervoor zijn dat voor deze nieuwe NVU-richtlijn meer recente literatuur is gebruikt en de toegepaste methodologie anders is. Een verwijzing naar de multidisciplinaire richtlijn urine-incontinentie bij vrouwen uit 2011 is links onder op deze pagina te vinden. De EAU-richtlijn is te vinden op: www.uroweb.org.

Doel en doelgroep

Doelstelling richtlijn

Deze richtlijn is een document met aanbevelingen en instructies ter ondersteuning van de dagelijkse (intramurale) praktijkvoering. De aanbevelingen in de richtlijn berusten op de resultaten van wetenschappelijk onderzoek en aansluitende meningsvorming. Er wordt aangegeven wat, volgens de huidige maatstaven en aansluitend bij de gangbare Nederlandse praktijk, in het algemeen de beste zorg is voor patiënten met urine-incontinentie (UI). De richtlijn geeft aanbevelingen voor de diagnostiek alsook de conservatieve, medicamenteuze en chirurgische behandeling van urine-incontinentie.

Doelgroep

Deze richtlijn is primair bestemd voor urologen en (uro)gynaecologen maar kan ook door andere tweede- en derdelijnsspecialisten aangewend worden.

Samenstelling werkgroep

Voorzitter:

  • Prof. Dr. Ruud Bosch, uroloog, Universitair Medisch Centrum Utrecht, Utrecht

Werkgroepleden:

Namens de Nederlandse Vereniging voor Urologie:

  • Dr. Michael van Balken, uroloog, Rijnstate Ziekenhuis, Arnhem
  • Dr. John Heesakkers, uroloog, Universitair Medisch Centrum St. Radboud, Nijmegen
  • Dr. Evert Koldewijn, uroloog, Catharina Ziekenhuis, Eindhoven. 
  • Dr. Laetitia de Kort, uroloog, Universitair Medisch Centrum Utrecht, Utrecht

Namens de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie:

  • Dr. Viviane Dietz, gynaecoloog, Catharina Ziekenhuis, Eindhoven
  • Prof. Dr. Huub van der Vaart, gynaecoloog, Universitair Medisch Centrum Utrecht, Utrecht

Adviseur:

  • Dr. Paul van Houten, specialist ouderengeneeskunde; Zonnehuisgroep Amstelland, Amstelveen.


Facilitator:

  • Dr. Paul Veenboer, arts-onderzoeker/anios, afdeling urologie, Universitair Medisch Centrum Utrecht, Utrecht

Verdere ondersteuning werd verleend door:

  • Rinie Lammers, MSc, kwaliteitsfunctionaris Nederlandse Vereniging van Urologie. 
  • Drs. Rikie Deurenberg, CBO

Belangenverklaringen

Niemand van de werkgroepleden heeft enige vorm van belangenverstrengeling gemeld die tot een belangenconflict zou kunnen leiden. Er is een verklaring door de leden van de werkgroep getekend. In 2014 zijn de formulieren opnieuw ingevuld door de werkgroepleden. Deze liggen ter inzage op het Bureau van de NVU.

Inbreng patiëntenperspectief

Zowel de ProstaatKankerStichting.nl als de Stichting Bekkenbodempatiënten (SBP) zijn benaderd door de Werkgroep. Zij zijn ook betrokken bij het commentaarproces en hebben opmerkingen kunnen maken. Meer informatie over de ProstaatKankerStichting is te vinden op http://www.prostaatkankerstichting.nl/.  

De SBP heeft verzocht tot het refereren naar hun project ‘Goud in Handen’. Hierbij zijn er een aantal criteria kwaliteitscriteria vanuit patiëntenperspectief geformuleerd, die bij kunnen dragen aan betere zorg voor de patiënt met urine-incontinentie. Meer informatie hierover is te vinden op website van de SBP. http://www.bekkenbodem.net/

Methode ontwikkeling

Evidence based

Implementatie

Ter bevordering van de implementatie van deze richtlijn, zijn de volgende implementatiehulpmiddelen ontwikkeld: 

  • Algoritmen, gebaseerd op algoritmen gepubliceerd bij de Europese richtlijn (aangepast na de update) (zie bijlagen “Flowchart”);
  • Indicatoren (te vinden op de website van de NVU) (zie bijlage Indicatoren);
  • Een vormgegeven samenvatting (aangepast na de update) (zie bijlage Samenvattingskaart);
  • Een samenvatting voor patiënten (aangepast na de update) (zie bijlage Samenvatting voor Patiënten);
  • Een artikel voor de Prostaatkankerstichting


Tevens is een artikel voor het Tijdschrift voor Urologie geschreven. Daarnaast adviseert de Werkgroep om lokale behandelprotocollen zoveel mogelijk te baseren op deze Richtlijn, rekening houdende met de lokale situatie. 

Werkwijze

Probleemomschrijving en afbakening
De richtlijn omvat de volgende patiëntencategorieën:

  1. Urine-incontinentie bij alle patiënten ouder dan 18 jaar, ongeacht geslacht; urine-incontinentie wordt volgens de International Continence Society gedefinieerd als iedere vorm van ongewenst urineverlies;
  2. Urogynaecologische patiënten (vaak met urogenitale prolaps als comorbiditeit) vallen hier nadrukkelijk óók onder.
  3. Speciale aandacht in de richtlijn gaat uit naar ‘de kwetsbare oudere’, geriatrische patiënten [ouder dan 65 jaar];

 

De richtlijn is niet van toepassing op de volgende patiëntencategorieën:

  1. Kinderen (<18 jaar); hiervoor bestaat reeds een aparte richtlijn (Richtlijn Urine incontinentie bij Kinderen, 2008,  http://www.nvu.nl/Kwaliteit/Richtlijnen.aspx, geraadpleegd op woensdag 19 december 2012).
  2. Patiënten met neurogeen blaaslijden (op basis van bijvoorbeeld spina bifida, multiple sclerose of een dwarslaesie): ook hiervoor bestaat een aparte richtlijn (Richtlijn Neurogene blaas, 2011, http://www.nvu.nl/Kwaliteit/Richtlijnen.aspx, geraadpleegd op woensdag 19 december 2012).

 

Aanpassing van de EAU richtlijn naar de Nederlandse situatie
De EAU (European Association of Urology) Guideline Urinary Incontinence zoals verschenen in 2012 is een systematische, evidence based richtlijn gebaseerd op zogenoemde PICO’s (Patient-Intervention-Comparator-Outcome) – een systematische methode om klinische vragen mee te beantwoorden. De Werkgroep heeft deze richtlijn als uitgangspunt genomen voor het ontwikkelen van een Nederlandse richtlijn. Omdat de Nederlandse situatie niet op alle punten gelijk is aan de Europese situatie qua, bijvoorbeeld, gebruik van bepaalde medicijnen (antimuscarinica zoals trospium, in Nederland niet geregistreerd voor overactieve blaas) en de economische situatie (Nederland heeft relatief gunstige economische voorwaarden voor het toepassen van iedere vorm van state-of-the-art behandelingsmogelijkheden, in tegenstelling tot bijvoorbeeld sommige Oost-Europese landen) is besloten de richtlijn hier op aan te passen. Tevens wordt in de EAU richtlijn rekening gehouden met het feit dat in sommige landen de eerstelijnszorg [ook] door specialisten verricht wordt.

 

Tevens is besloten dat de NVU-richtlijn een specialismen overstijgende en probleemgeoriënteerde richtlijn moet worden, die door urologen en (uro) gynaecologen gebruikt kan worden en, uiteraard, andere tweedelijns specialisten. Voorts is besloten deze richtlijn toe te spitsen op de tweede- en derde lijn; de eerste lijn werkt met eigen standaarden en richtlijnen. Preventie van urine-incontinentie valt daarom buiten het bestek van deze richtlijn.

 

Vertaling EAU richtlijn
De Engelstalige EAU-richtlijn (te vinden op http://uroweb.org/guideline/urinary-incontinence/ ((geraadpleegd op woensdag 19 december 2012)) is na verkrijging van toestemming van de EAU voor de adaptatie daarvan in het Nederlands vertaald door de facilitator van de Werkgroep. Vervolgens zijn de afzonderlijke delen van de richtlijn naar de Werkgroepleden met het betreffende expertisegebied gezonden om deze kritisch te beoordelen en waar nodig aan te vullen of PICO’s te schrappen. Hierbij is in principe de werkwijze van de EAU-richtlijn aangehouden, welke uitgaat van een korte en to-the-point bespreking van de literatuur zonder klassiek trechtermodel met bespreking van alle soorten studies en kwaliteit daarvan. De “evidence” die ten grondslag ligt aan de EAU-richtlijn is online beschikbaar voor diegenen die detailinformatie wensen; deze evidence is in deze richtlijn maar niet voor iedere PICO uitvoerig uitgeschreven. Dit is vooral om de leesbaarheid van de richtlijn hoog te houden. Daarnaast is de bespreking van de aanbevelingen zoveel mogelijk ‘action-based’ (doe dit, doe dat NIET, in plaats van ‘overweeg’). 

 

Er is besloten de PICO’s over cognitieve bijwerkingen (die in zekere zin al kort belicht werden in de oorspronkelijke EAU Richtlijn) opnieuw te doen, ditmaal gebruikmakende van de expertise van een specialist ouderengeneeskunde. Hiermee is de literatuur voor dit onderwerp tevens geüpdatet naar februari 2012. Hetzelfde geldt ook voor de bekkenfysiotherapie bij zwangeren en vrouwen na de bevalling; deze onderwerpen worden kort aangehaald in de EAU-richtlijn, maar zijn door urogynaecologen herbeoordeeld en geüpdatet. Het gebruik van Engelse terminologie is zoveel mogelijk voorkómen; voorbeelden zijn lussuspensie in plaats van sling en sfincterprothese in plaats van Artificial Urinary Sphincter. Omdat dit niet altijd is gelukt, is er een Begrippenlijst toegevoegd waarin de meest voorkomende Engelse termen zijn uitgelegd.

 

Bij een aantal paragrafen zijn er, indien nodig, ‘Overige overwegingen’ toegevoegd indien de Werkgroep een mening was toegedaan die de uiteindelijke aanbeveling beïnvloedde. Deze overwegingen zijn niet standaard bij iedere vraag toegevoegd, maar alleen indien discussie binnen de Werkgroep daar aanleiding toe gaf. De door de NVU zelf toegevoegde vragen vanuit de Knelpuntanalyse (zie ook hieronder) hebben wel allemaal standaard een kopje ‘Overige overwegingen’.

 

Knelpuntenanalyse
Tijdens de eerste twee Werkgroepvergaderingen zijn de volgende vragen volgens PICO-systematiek opgesteld voor de in de EAU-richtlijn ontbrekende onderwerpen: ‘de urogynaecologische patiënt’ en ‘de kwetsbare oudere’. 

PICO’s (patient = rood, intervention = blauw, controle = groen, outcome = grijs).

Modules conservatieve (niet-medicamenteuze) behandeling:

  • In adult female patients with UI, does using a pessary improve both subjective and objective outcomes of UI, compared to no treatment?
  • In adult female patients with both UI and prolapse, does using a pessary improve both subjective and objective outcomes of UI, compared to no treatment?
  • In pregnant female patients with UI, does PFME improve both subjective and objective outcomes of UI, compared to no treatment?
  • In post-partum female patients with UI, does PFME improve both subjective and objective outcomes of UI, compared to no treatment?

 

Modules medicamenteuze behandeling:

  • In adult patients with UI, is flavoxate more effective than placebo treatment in reducing UI episodes an achieving continence?
  • In adult patients with UI, is imipramin more effective than placebo treatment in reducing UI episodes an achieving continence?
  • In adult patients with UI, is amytriptilin more effective than placebo treatment in reducing UI episodes an achieving continence?
  • What is the risk of cognitive dysfunction in both female and male elderly patients with UI (>65 years) treated by antimuscarinic drugs, compared to patients treated with placebo?

 

Modules chirurgische behandeling:

  • In adult female patients with both UI and genital prolapse, does a combined surgical approach (correcting prolapse and urinary incontinence surgery) in one session give better subjective and objective improvement of UI symptoms than an approach by 2 separate (staged) procedures (i.e. correction of prolapse first, followed by UI-surgery).
  • In adult female patients with “hidden/masked” UI, does a combined surgical approach (correcting prolapse and urinary incontinence surgery) in one session give better subjective and objective improvement of UI symptoms than an approach by 2 separate (staged) procedures (i.e. correction of prolapse first, followed by UI-surgery).
  • How does obesity/being overweight (male and female patients with UI and BMI > 25 kg/m²) influence outcome of surgical interventions for UI in terms of improvement of objective and subjective outcomes of UI compared to patients with UI without obesity (BMI < 25 kg/m²)?
  • In adult female patients with MUI, to which extent does surgical treatment of the SUI-component objectively and subjectively improve UI when compared to adult female patients with only (pure) SUI?

 

Literatuursearch en selectie relevante literatuur
Een literatuurspecialist van het CBO (Drs. R. Deurenberg) heeft op verzoek van de Werkgroep bij iedere PICO een literatuursearch verricht in februari 2012. Er is besloten om alleen te zoeken naar Nederlandse en Engelstalige artikelen en alleen die artikelen die gepubliceerd zijn na 1990 mee te nemen. Door de facilitator is een preselectie gedaan van de titels en abstracts en zijn de meest irrelevante titels verwijderd. Vervolgens kregen de Werkgroepleden diverse PICO’s toegewezen, waarbij ieder Werkgroeplid in principe de resultaten van zes PICO’s screende. Na het screenen van de abstracts zoals aangeleverd door de facilitator, werd besloten van welke artikelen de volledige tekst moest worden verkregen:

  1. Van systematic reviews was het voldoende als tenminste één van de screenende Werkgroepleden aangaf het volledige artikel te willen lezen;
  2. Van de RCT’s moest minstens de helft van de screenende Werkgroepleden aangeven welke fulltext zij wilden hebben (in het geval van 3 screenende Werkgroepleden minstens 2, in het geval van 4 minstens 2 en in het geval van 5 minstens 3).
  3. Van de overige, observationele (cohort)studies en case series, moesten tenminste alle screenende Werkgroepleden akkoord gaan voor de fulltext.

 

Dit laatste was om een al te grote hoeveelheid aan irrelevant bewijs al bij voorbaat uit te filteren. De facilitator droeg zorg voor het verzamelen van alle artikelen. Deze werden vervolgens verspreid onder de Werkgroepleden en iedere fulltext werd door tenminste twee Werkgroepleden gelezen, bij voorkeur door diegenen met het betreffende expertisegebied. Allereerst werd er met gestandaardiseerde formulieren beoordeeld op relevantie (met als belangrijkste vraag of de PICO ermee te beantwoorden was). Indien dit toch niet zo bleek te zijn, werd de fulltext verder buiten beschouwing gelaten. Voor de critical appraisal van de artikelen werd er gebruik gemaakt van de SIGN-checklist. Hierbij werden artikelen op de gebieden van validiteit en relevantie kritisch tegen het licht gehouden. Bij een latere vergadering is besloten de PICO’s over prolapschirurgie gezien een op handen zijnde nieuwe Cochrane-review voorlopig niet in ogenschouw te nemen en de chirurgie voor de gemengde chirurgie ook voorlopig even buiten beschouwing te laten. 

 

Uiteindelijk zijn op basis van de SIGN-checklists uitgewerkte stukken tekst geschreven die door alle Werkgroepleden zijn gelezen en beoordeeld op inhoud en taal, waarna ze zijn ‘verweven’ met de rest van de Richtlijn. 

 

De zoekverantwoording en uitwerkingen van het bewijs van de door de NVU toegevoegde zoekopdrachten zijn op te vragen bij het bureau van de NVU (bij de kwaliteitsfunctionaris, mw. R. Lammers).

 

Kanttekeningen bij module Diagnostiek
De diagnostiek van urine-incontinentie kent vele facetten. Te denken valt aan een gedegen anamnese en lichamelijk onderzoek, maar ook mictiedagboeken en urodynamische diagnostiek hebben hierin een plaats. Urethrocystoscopie zou eventuele intravesicale pathologie kunnen vaststellen die aanleiding zou kunnen geven tot urge en urge-incontinentie zoals blaasstenen of tumoren. Omdat urethrocystoscopie echter eerder in de work-up van hematurie thuishoort, valt dit buiten het bestek van deze richtlijn, die uitgaat van ‘ongecompliceerde’ urine-incontinentie patiënten. 

 

Hetzelfde gaat min of meer op voor urinecytologie, een modaliteit die meer thuishoort in de work-up voor een eventuele intravesicale (of hogerop gelegen) maligniteit van het urotheel. Daarom worden deze twee modaliteiten verder niet in deze richtlijn besproken.

De diagnostische hulpmiddelen die ervoor nodig zijn tijdig in te schatten of patiënte een gemaskeerde incontinentie heeft of niet vallen ook buiten het bestek van deze richtlijn, daar deze in meer detail worden besproken in de in ontwikkeling zijnde richtlijn ‘Prolaps’ van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie.

 

Niveau van bewijs (level of evidence) en niveau van aanbeveling (grade of recommendation)
De Werkgroep heeft dezelfde niveaus van aanbeveling gebruikt als de EAU Guidelines Panel. Het betreft een modificatie van de Oxford Levels of Evidence.

TABEL: NIVEAU VAN BEWIJS

Soort bewijs

LE

Bewijs uit meta-analyses of RCT’s

1a

Bewijs verkregen uit tenminste één gerandomiseerde trial

1b

Bewijs verkregen uit tenminste één goed opgezet, gecontroleerd onderzoek zonder randomisatie

2a

Bewijs verkregen uit tenminste één ander soort goed opgezet (quasi-experimenteel) onderzoek

2b

Bewijs verkregen uit goed opgezette niet-experimentele studies zoals vergelijkende studies, correlatiestudies en casusbeschrijvingen

3

Bewijs verkregen uit ‘expert opinions’ of consensusrapporten

4

 

Het niveau van aanbeveling is niet direct gebaseerd op de bewijskracht. Zo kan er relatief weinig bewijs zijn (niveau 4), maar zijn er andere overwegingen die meespelen om toch tot een sterke aanbeveling te komen. Een voorbeeld daarvan is het behandelen van een urineweginfectie; dat zal volgens het beschikbare bewijs dan wel niet de incontinentie doen verminderen, maar iedere arts zal een urineweginfectie indien deze klachten geeft toch wel behandelen. Andersom kan er sterk bewijs zijn, maar is de aanbeveling niet per se sterk omdat er betere alternatieven voorhanden zijn of omdat de generaliseerbaarheid van het bewijs tegenvalt. 

Zoals eerder gezegd zijn alle aanbevelingen ‘action-based’: ze zetten aan tot handelen.

TABEL: NIVEAU VAN AANBEVELING

Aard van aanbevelingen

GR

Gebaseerd op klinische onderzoeken van hoge kwaliteit die consistent een aanbeveling onderbouwen met tenminste één RCT

A

Gebaseerd op goed uitgevoerde klinische onderzoeken (geen RCT’s)

B

Gemaakt ondanks het ontbreken van gedegen klinisch bewijs

C

 

Bij de update (2013 – 2014)
In maart 2013 heeft de EAU een nieuwe versie van de Richtlijn gepubliceerd, welke op een aantal punten inhoudelijk verschilt van de vorige versie. Daarom heeft de Werkgroep besloten een update uit te voeren. Door de Richtlijn heen zijn zowel tekstueel, qua referenties als qua lay-out veranderingen doorgevoerd. Ook is er een aantal PICO’s bijgekomen (zie ook hieronder) en is Geriatrie uitgebreid. De stukken over prolaps en mirabegron zijn gebaseerd op de EAU Richtlijn update die in het voorjaar van 2014 uit zal komen.

 

Naast het argument dat de EAU een nieuwe versie van de richtlijn heeft ontwikkeld, is gebleken dat er ook een aantal specifieke knelputen zijn die  voor Nederland van belang zijn nader uit te zoeken.  De Nederlandse Richtlijnwerkgroep heeft daarom in juli 2013 zeven aanvullende knelpunten voorgelegd aan het veld met het verzoek aan te geven of de partijen zich konden vinden in deze knelpunten en of er nog knelpunten werden gemist. De partijen hiervoor geconsulteerd zijn, waren: NVU, NVOG, Prostaatkankerstichting.nl, Stichting Bekkenbodem Patiënten, Nefarma en

Zorgverzekeraars Nederland. Uiteindelijk zijn door de richtlijnwerkgroep nog drie PICO’s uitgewerkt in deze update. Dit is ook afgestemd met de richtlijnwerkgroep ‘prolaps’, op initiatief van de NVOG. De richtlijn ‘prolaps’ is nog in ontwikkeling.  

  • In adult women with both pelvic organ prolapse and urge urinary incontinence, to what extent does surgical repair of the pelvic organ prolapse result in improvement of urge urinary incontinence in terms of reduction of incontinent episodes, improvement of quality of life and cure, when compared to no treatment or sham treatment?
  • In adult women with stress urinary incontinence, is pelvic floor muscle therapy as first-line/primary treatment more effective in improving symptoms and quality of life than mid-urethral slings as first-line/primary treatment?
  • In adult men with urinary incontinence after radiation therapy (i.e. external beam and brachytherapy) for prostate cancer, is one treatment more effective in achieving cure or improvement of the incontinence, or improvement of quality of life, than another treatment?