SOLK Somatisatiestoornis psychologie

Laatst beoordeeld: 01-01-2010

Uitgangsvraag

Wat is de wetenschappelijke evidentie voor psychologische behandeling van een somatisatiestoornis?

Aanbeveling

Cognitieve gedragstherapie dient onderdeel te zijn van het standaard medisch handelen in de tweede lijn bij SOLK en somatoforme stoornissen NAO.

Overwegingen

De cognitieve gedragstherapie is uitgeschreven en gepubliceerd en bestaat uit tien individuele sessies (Woolfolk en Allen, 2006). De behandeling wordt nog niet breed aangeboden binnen de GGZ in Nederland. De werkgroep is dan ook van mening dat meer cognitief gedragstherapeuten getraind moeten worden in de behandeling van mensen met een somatisatiestoornis.

Conclusies

Niveau 1

Het is aangetoond dat cognitieve gedragstherapie uitvoerbaar en effectief is in de

tweedelijns ambulante behandeling van patiënten met SOLK en somatoforme stoornis

niet anderszins omschreven.

 

A1 Henningssen, 2007; Kroencke, 2007; Sumathipala, 2007

A2 Speckens, 1995

B Escobar, 2007

B Hellman, 1990

B Sumathipali, 2000

 

Niveau 2

Het is aannemelijk dat cognitieve gedragstherapie effectief is als behandeling voor somatisatiestoornis en tot een verdere afname van de kosten leidt boven op die van een 'consultation letter'.

 

A2 Allen e.a., 2006

Samenvatting literatuur

Acht studies beschrijven het effect van een psychologische behandeling door een psychotherapeut na verwijzing door de huisarts. Vijf van de 8 studies waren van matige kwaliteit door methodologische problemen zoals kleine omvang, inadequate controle­groep of slechte rapportage van de uitkomstmaten.

In 6 studies betrof het een vorm van cognitieve gedragstherapie, de duur varieerde van 1 sessie van 3-4 uur tot 6 tot 12 sessies van 30 tot 60 minuten. In 1 studie was de methode variabel of eclectisch en afhankelijk van de expertise van de psychotherapeut.

In 1 studie werd disclosure door een getrainde arts onderzocht gedurende 2-3 sessies van 1-2 uur.

Alle studies die cognitieve gedragstherapie onderzochten rapporteerden positieve effecten. De 2 studies met disclosure en behandeling met variabele of eclectische methoden vonden geen positieve effecten. De studie van Speckens (1995) betreft een Nederlandse studie waar patiënten in een somatische setting werden geïncludeerd. Speckens bestudeerde de meerwaarde van cognitieve gedragstherapie (N=39) voor patiënten met medisch onverklaarde lichamelijke klachten in vergelijking met geoptima­liseerde medische zorg (N=40) op een polikliniek interne geneeskunde van een univer­siteits ziekenhuis. De interventiegroep kreeg tussen de zes en zestien sessies cognitieve gedragstherapie. Bij zes en twaalf maanden follow up bleek de interventiegroep beter hersteld.

De reviews van Sumathipala (2007), Kroencke e.a. (2007) en Henningsen (2007) laten zien dat cognitieve gedragstherapie effectief is bij het behandelen van medisch onverklaarde klachten in de tweede lijn.

 

Cognitieve gedragstherapie

In de studie van Allen e.a. (2006) werd het effect van CGt onderzocht bij patiënten van wie de huisarts eerder een ‘consultation letter' ontving. De behandeling werd gegeven door cognitief gedragstherapeuten en vond plaats op een polikliniek psychiatrie. De
individuele cognitief gedragstherapeutische behandeling volgens het behandeldraaiboek van Woolfolk & Allen (2006) bestaat uit de volgende onderdelen: ontspanningsoefeningen gericht op het verminderen van de spierspanning, activiteiten verdelen over de dag en op tijd stoppen (‘activity pacing'), het opbouwen van de lichamelijke conditie en het uitbreiden van plezierige en betekenisvolle bezigheden, bewuster worden van emoties, veranderen van disfunctionele cognities, verbeteren van de communicatie over gedachten en gevoe­lens en het verminderen van de bekrachtiging van het ziektegedrag door de partner.

Als primaire uitkomstmaat werd gebruikgemaakt van de CGI voor somatisatie stoornis. Daarnaast werd een klachtendagboek bijgehouden en de SF-36 (fysiek functi­oneren) afgenomen. In vergelijking tot de wachtlijstcontrole werden 3 maanden na het begin van de behandeling significant (p=0,001) meer (40% vs 5%) patiënten die CGt kregen, op basis van de CGI beoordeeld als ‘veel' of ‘heel veel' verbeterd. De lichamelijke klachten (dagboek) namen significant af (p<0,001), het fysiek functioneren verbeterde significant (p=0,02) en de medische kosten namen meer af dan in de controle groep (p<0,1). De resultaten bleven behouden bij follow-up na 9 en 15 maanden.

Zoeken en selecteren

De effectiviteit van cognitieve gedragstherapie (Allen e.a., 2006) en van groepstherapie (Kashner e.a. 1995) is steeds slechts in één studie onderzocht. De studie van Kashner e.a. (1995) naar het effect van groepstherapie wordt gekenmerkt door een hoog aantal weigeraars (55%) en uitval. Slechts 11 van de 44 patiënten namen deel aan ten minste 5 van de 8 groepsbijeenkomsten. De uitkomsten van deze studie zijn niet meegenomen in deze richtlijn.

Referenties

  1. Aaron, L.A., & Buchwald, D. (2001). A review of the evidence for overlap among unexplained clinical conditions. Annals of Internal Medicine, 134, 868-881.
  2. Abramowitz, J.S., & Braddock, A.E. (2008). Psychological treatment of health anxiety and hypochondriasis. A biopsychosocial perspective. Cambridge, MA: Hogrefe.
  3. Agrawal, A., & Whorwell, PJ. (2006). Irritable bowel syndrome: diagnosis and management. British Medical Journal, 332, 280-283.
  4. Aiarzaguena, J.M., Grandes, G., Gaminde, I., e.a. (2007). A randomized controlled clinical trial of a psychosocial and communication intervention carried out by GPs for patients with medically unexplained symptoms. Psychological Medicine, 37, 283-294.
  5. Alaranta, H., Rytokoski, U., Rissanen, A., Talo, S., Ronnemaa, T., Puukka, P., e.a. (1994). Intensive physical and psychosocial training program for patients with chronic low back pain. A controlled clinical trial. Spine, 19, 1339-1349.
  6. Allen, L.A., Woolfolk, R.L., Escobar, J.I., e.a. (2006). Cognitive-behavioral therapy for somatization disorder: a randomized controlled trial. Archives of Internal Medicine, 166, 1512-1518.
  7. American College of Obstetricians and Gynaecologists. (2004). Chronic pelvic pain. ACOG Practice Bulletin no 51. Obstetrics and Gynecology, 103, 589-605.
  8. American Psychiatric Association. (2000). Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (4de, herziene versie). Washington DC: American Psychiatric Press.
  9. Anderson, M., Hartz, A., Nordin, T., e.a. (2008). Community physicians' strategies for patients with medically unexplained symptoms. Family Medicine, 40, 111-118.
  10. Ariens, G.A.M., van Mechelen, W., Bongers, P.M., e.a. (2000). Physical risk factors for neck pain. Scandinavian Journal of Work, Environment & Health, 26, 7-19.
  11. Ariens, G.A.M., van Mechelen, W., Bongers, P.M., e.a. (2001). Psychosocial risk factors for neck pain: a systematic review. American Journal of Industrial Medicine, 39, 180-193.
  12. Arnold, I.A., De Waal, M.W.M., Eekhof, J.A.H., e.a. (in druk). Medically unexplained physical symptoms in primary care: a controlled study on the effectiveness of cognitive-behavioural treatment by the general practitioner. Psychosomatics.
  13. Ataoglu, A., Ozcetin, A., Icmeli, C., & Ozbulut, O. (2003). Paradoxical therapy in conversion reaction. Journal of Korean Medical Science,18(4), 581-4.
  14. Badamgarav, E., Weingarten, S.R., Henning, J.M., e.a. (2003). Effectiveness of disease management programs in depression: a systematic review. The American Journal of Psychiatry, 160, 2080-2090.
  15. Bankier B, Aigner M, Bach M. (2001). Alexithymia in DSM-IV disorder: comparative evaluation of somatoform disorder, panic disorder, obsessive-compulsive disorder, and depression. Psychosomatics, 42, 235-240.
  16. Barsky, A.J., & Ahern, D.K. (2004). Cognitive behavior therapy for hypochondriasis: a randomized controlled trial. JAMA, 291, 1464-1470.
  17. Barsky, A.J., Orav, E.J., & Bates, D.W. (2005). Somatization increases medical utilization and costs independent of psychiatric and medical comorbidity. Archives of General Psychiatry, 62, 903-910.
  18. Biberoglu, K.O., & Behrman, S.J. (1981). Dosage aspects of danazol therapy in endometriosis: short-term and long-term effectiveness. American Journal of Obstetrics and Gynecology, 139, 645-654.
  19. Bieber, C., Müller, K.G., Blumenstiel, K., e.a. (2006). Long-term effects of a shared decision-making intervention on physician-patient interaction and outcome in fibromyalgia. A qualitative and quantitative 1 year follow-up of a randomized controlled trial. Patient Education and Counseling, 63, 357-366.
  20. Bijkerk, C.J., Muris, J.W., Knottnerus, J.A., e.a. (2004). Systematic review: the role of different types of fibre in the treatment of irritable bowel syndrome. Alimentary Pharmacology & Therapeutics, 19, 245-251.
  21. Bijkerk, C.J., de Wit, N.J., Muris, J.W.M., e.a. (2003). Outcome measures in irritable bowel syndrome: comparison of psychometric and methodological characteristics. The American Journal of Gastroenterology, 98, 122-127.
  22. Blankenstein, A.H. (2001). Somatisingpatients in general practice: reattribution, a promising approach. Proefschrift. Amsterdam: Vrije Universiteit.
  23. Bleichhardt, G., Timmer, B., Rief, W. (2004). Cognitive-behavioural therapy for patients with multiple somatoform symptoms--a randomised controlled trial in tertiary care. Journal of Psychosomatic Research, 56, 449-454.
  24. Bleijenberg, G., & Fennis, J.F (1989). Anamnestic and psychological features in diagnosis and prognosis of functional abdominal complaints: a prospective study. Gut, 30, 1076-1081.
  25. Bongers, PM., Kremer, A.M., & ter Laak, J. (2002). Are psychosocial factors, risk factors for symptoms and signs of the shoulder, elbow, or hadn/wrist? A review of the epidemiological literature. American Journal of Industrial Medicine, 41, 315-342.
  26. Boscarino, J.A., Adams, R.E., & Figley, C.R. (2005). A prospective cohort study of the effectiveness of employer-sponsored crisis interventions after a major disaster. International Journal of Emergency Mental Health, 7, 9-22.
  27. Bouman, T.K. & Visser, S. (1998). Cognitive and behavioural treatments of hypochondriasis. Psychotherapy and Psychosomatics, 436, 214-221
  28. Bower, P, & Gilbody, S. (2005). Managing common mental health disorders in primary care: conceptual models and evidence base. BMJ, 330, 839-842.
  29. Boyce, PM., Talley, N.J., Balaam, B., e.a. (2003). A randomized controlled trial of cognitive behavior therapy, relaxation training, and routine clinical care for the irritable bowel syndrome. The American Journal of Gastroenterology, 98, 2209-2218.
  30. Braber, R., & van der Beek, E.J. (2008). De prevalentie van somatisatie in de bedrijfsgeneeskundige praktijk en de invloed van somatisatie op verzuimduur en -frequentie. Submitted.
  31. Brenninkmeijer, V., Lagerveld, S.E., & Blonk, R.W.B. (2006). Moelijk objectiveerbare gezondheidsklachten in de praktijk van de bedrijfs- en verzekeringsarts. Tijdschrift voor Bedrijfs- en Verzekeringsgeneeskunde, 14, 354-359.
  32. Brison, R.J., Hartling, L., Dostaler, S., e.a. (2005). A randomized controlled trial of an educational intervention to prevent the chronic pain of whiplash associated disorders following rear-end motor vehicle collisions. Spine, 30, 1799-1807.
  33. Brown, C.S., Ling, F.W., Wan, J.Y., e.a. (2002). Efficacy of static magnetic field therapy in chronic pelvic pain: a double-blind pilot study. American Journal of Obstetrics and Gynecology, 187, 1581-1587.
  34. Buddeberg-Fischer, B., Klaghofer, R., Reed, V., e.a. (2000). [Psychosomatic health promotion in adolescents. An intervention study in 2 high schools.] Gesundheitswesen, 62, 499-504.
  35. Buis, W., Berière, J., & van Eenbergen, M. (1995). Onbegrepen lichamelijke klachten. Voorlichting biedt perspectief. Medisch Contact, 50, 610-612.
  36. Buwalda, F.M., & Bouman, T.K. (2007). Cognitive-behavioural bibliotherapy for hypochondriasis: a pilot study. Submitted.
  37. Buwalda, F.M., Bouman, T.K., & van Duijn, M.A. (2007). Psychoeducation for hypochondriasis: a comparison of a cognitive-behavioural approach and a problem-solving approach. Behaviour Research and Therapy, 45, 887-899.
  38. Candy, B., Chalder, T., Cleare, A.J., e.a. (2004). A randomised controlled trial of a psycho-educational intervention to aid recovery in infectious mononucleosis. Journal of Psychosomatic Research, 57, 89-94.
  39. Carson, A.J., Stone, J., Warlow, C., e.a. (2004). Patients whom neurologists find difficult to help. Journal of Neurology, Neurosurgery, and Psychiatry, 75, 1776¬1778.
  40. Chen, F.P., Chang, S.D., Chu, K.K., e.a. (1996). Comparison of laparoscopic presacral neurectomy and laparoscopic uterine nerve ablation for primary dysmenorrhea. The Journal of Reproductive Medicine, 41, 463-466.
  41. Clark, D.M., Salkovskis, P.M., Hackmann, A., e.a. (1998). Two psychological treatments for hypochondriasis. A randomised controlled trial. The British Journal of Psychiatry, 173, 218-225.
  42. Creed e.a., (2003)
  43. Damasio, A.R. (2002) The feeling of what happens. Harvest Edition.
  44. Davis, D.A., Luecken, L.J., & Zaustra, A.J. (2005). Are reports of childhood abuse related to the experience of chornic pain in adulthood? A meta-analytic review of the literature. The Clinical Journal of Pain, 21, 398-405.
  45. Davis, A.R., Westhoff, C., O'Connell, K., e.a. (2005). Oral contraceptives for dysmenorrhea in adolescent girls: a randomized trial. Obstetrics and Gynecology, 106, 97-104.
  46. Deary, V., Chalder, T., & Sharpe, M. (2007). The cognitive behavioural model of medically unexplained symptoms: a theoretical and empirical review. Clinical Psychology Review, 27, 781-797.
  47. Decker, T.W., Williams, J.M., & Hall, D. (1982). Preventive training in management of stress for reduction of physiological symptoms through increased cognitive and behavioral controls. Psychological Reports, 50, 1327-1334.
  48. Dickinson, W.P., Dickinson, L.M., deGruy, F.V., e.a. (2003). A randomized clinical trial of a care recommendation letter intervention for somatization in primary care. Annals of Family Medicine, 1,228-235.
  49. Dieren, Q. van, & Vingerhoets, A.J.J.M. (2007). Medisch onverklaarde somatische symptomen zijn geen onverklaarbare, onbegrepen of vage lichamelijke klachten. Tijdschrift voor Psychiatrie, 49, 823-834.
  50. Dobkin, PL., Sita, A., & Sewitch, M.J. (2006). Predictors of adherence to treatment in women with fibromyalgia. The Clinical Journal of Pain, 22, 286-294.
  51. Donovan, J.L., & Blake, D.R. (2000). Qualitative study of interpretation of reassurance among patients attending rheumatology clinics: ‘just a touch of arthritis, doctor?'. British Medical Journal, 320, 541-544.
  52. Downes-Grainger, E., Morriss, R., Gask, L., e.a. (1998). Clinical factors associated with short-term changes in outcome of patients with somatized mental disorder in primary care. Psychological Medicine, 28, 703-711.
  53. Dowrick, C.F., Ring, A., Humphris, G.M., e.a. (2004). Normalisation of unexplained symptoms by general practitioners: a functional typology. The British Journal of General Practice, 54, 165-170.
  54. Drossman, D.A., Leserman, J., Nachman, G., e.a. (1990). Sexual and physical abuse in women with functional or organic gastrointestinal disorders. Annals of Internal Medicine, 113, 828-833.
  55. Engel, G.L. (1977). The need for a new medical model. a challenge for biomedicine. Science, 196, 129-136.
  56. Engel, C.C., Jr., Walker, E.A., Engel, A.L., e.a. (1998). A randomized, double-blind crossover trial of sertraline in women with chronic pelvic pain. Journal of Psychosomatic Research, 44, 203-207.
  57. Epstein, R.M., Hadee, T., Carroll, J., e.a. (2007). ‘Could this be something serious?'. Reassurance, uncertainty, and empathy in response to patients' expressions of worry. Journal of General Internal Medicine, 22, 1731-1739.
  58. Epstein, R.M., Shields, C.G., Meldrum, S.C., e.a. (2006). Physicians' responses to patients' medically unexplained symptoms. Psychosomatic Medicine, 68, 269-276.
  59. Eriksen, H.R., Ihlebaek, C., Mikkelsen, A., e.a. (2002). Improving subjective health at the worksite: a randomized controlled trial of stress management training, physical exercise and an integrated health programme. Occupational Medicine, 52, 383-391.
  60. Eriksen, H.R., Svendsrod, R., Ursin, G., e.a. (1998). Prevalence of subjective health complaints in the Nordic European countries in 1993. European Journal of Public Health, 8, 294-298.
  61. Escobar, J.I., Gara, M.A., Diaz-Martinez, A.M., e.a. (2007). Effectiveness of a time- limited cognitive behavior therapy type intervention among primary care patients with medically unexplained symptoms. Annals of Family Medicine, 5, 328-335.
  62. Evans, B.W., Clark, W.K., Moore, D.J., e.a. (2007). Tegaserod for treatment of irritable bowel syndrome and chronic constipation. Cochrane Database of Systematic Reviews, issue 4.
  63. Fallon, B.A., Schneier, F.R., Marshall, R., e.a. (1996). The pharmacotherapy of hypochondriasis. Psychopharmacology Bulletin, 32, 607-611.
  64. Fava, G.A., Grandi, S., Rafanelli, C., e.a. (2000). Explanatory therapy in hypochondriasis. The Journal of Clinical Psychiatry, 61, 317-322.
  65. Fekkes, M., Pijpers, F.I., Verloove-Vanhorick, S.P (2006). Effects of anti-bullying school program on bullying and health complaints. Archives of Pediatrics & Adolescent Medicine, 160, 638-644.
  66. Feltz-Cornelis, C.M. van der. (2007). Onverklaard of ondoordacht? Naar een DSM-V voor de somatoforme stoornissen. Commentaar op Van Dieren & Vingerhoets. Tijdschrift voor Psychiatrie, 49, 839-842.
  67. Feltz-Cornelis, C. van der, & van der Horst, H. (Red.). (2008). Handboek Somatisatie. Lichamelijk onverklaarde klachten in de eerste en tweede lijn (2de druk). Utrecht: De Tijdstroom.
  68. Feltz-Cornelis, C.M. van, Oppen, P., Ader, H.J., e.a. (2006). Randomised controlled trial of a collaborative care model with psychiatric consultation for persistent medically unexplained symptoms in general practice. Psychotherapy and Psychosomatics, 75, 282-289.
  69. Gholamrezaei, A., Ardestani, S.K., & Emami, M.H. (2006). Where does hypnotherapy stand in the management of irritable bowel syndrome? A systematic review. Journal of Alternative and Complementary Medicine, 12, 517-527.
  70. Gilbody, S.M. (2007). IMPACT collaborative care programme reduces suicide ideation in depressed older adults. Evidence-Based Mental Health, 10, 51.
  71. Glenton, C., Nilsen, E.S., & Carlsen, B. (2006). Lay perceptions of evidence-based information--a qualitative evaluation of a website for back pain sufferers. BMC Health Services Research, 15, 34.
  72. Glenton, C., Paulsen, E.J., & Oxman, A.D. (2005). Portals to Wonderland: Health portals lead to confusing information about the effects of health care. BMC Medical Informatics and Decision Making, 5, 7.
  73. Golding, J.M. (1999). Sexual assault history and headache: five general population studies. The Journal of Nervous and Mental Disease, 187, 624-629.
  74. Goldstein-Ferber, S., & Granot, M. (2006).The association between somatisation and perceived ability: roles in dysmenorrhoea among Israeli Arab adolescents. Psychosomatic Medicine, 68, 136-142.
  75. Grace, V.M., & Zondervan, K.T. (2006). Chronic pelvic pain in women in New Zealand: comparative well-being, comorbidity, and impact on work and other activities. Health Care for Women International, 27, 585-599.
  76. Greeven, A. (2007). Hypochondriasis; diagnostic issues and treatment. Proefschrift. Leiden: Universiteit Leiden.
  77. Grepmair, L., Mitterlehner, F., Loew, T., e.a. (2007). Promoting mindfulness in psychotherapists in training influences the treatment results of their patients: a randomized, double-blind, controlled study. Psychotherapy and Psychosomatics, 76, 332-338.
  78. Grol, R.P.T.M. (Red.) (1983). Huisarts en somatische fixatie. Theorie en praktijk van de preventie van somatische fixatie. Utrecht: Bohn,Scheltema en Holkema.
  79. Gucht, V. de, Fischler, B. (2002). Somatization: a critical review of conceptual and methodological issues. Psychosomatics, 43, 1-9.
  80. Guthrie, E., & Thompson, D. (2002). Abdominal pain and functional gastrointestinal disorders. British Medical Journal, 325, 701-703.
  81. Hansen, A., Edlund, C., & Branholm, I.B. (2005). Significant resources needed for return to work after sick leave. Work, 25, 231-240.
  82. Harlow, S., & Park, M. (1996). A longitudinal study of risk factors for the occurrence, duration and severity of menstrual cramps in a cohort of college women. British Journal of Obstetrics and Gynaecology, 103, 655-660.
  83. Harkapaa, K., Jarvikoski, A., Mellin, G., Hurri, H. (1989). A controlled study on the outcome of inpatient and outpatient treatment of low back pain. Part I. Pain, disability, compliance, and reported treatment benefits three months after treatment. Scandinavian Journal of Rehabilitation Medicine, 21, 81-89
  84. Harvey, R.F., Mauad, E.C., & Brown, A.M. (1987). Prognosis in the irritable bowel syndrome: a 5-year prospective study. Lancet, 1(8539), 963-965.
  85. Haugstad, G.K., Haugstad, T.S., Kirste, U.M., e.a. (2006). Mensendieck somatocognitive therapy as treatment approach to chronic pelvic pain: results of a randomized controlled intervention study. American Journal of Obstetrics and Gynecology, 194, 1303-1310.
  86. Heading, R., Bardhan, K., Hollerbach, S., e.a. (2006). Systematic review: the safety and tolerability of pharmacological agents for treatment of irritable bowel syndrome - a European perspective Alimentary Pharmacology & Therapeutics, 24, 207-236.
  87. Hellman, C.J.C., Budd, M., Borysenko, J., e.a. (1990). A study of the effectiveness of two group behavioral medicine interventions for patients with psychosomatic complaints. Behavioral Medicine, 16, 166-173.
  88. Henningsen, P, Zipfel, S., & Herzog, W. (2007). Management of functional somatic syndromes. Lancet, 369, 946-955.
  89. Heyman, J., Ohrvik, J., & Leppert, J. (2006). Distension of painful structures in the treatment for chronic pelvic pain in women. Acta Obstetricia et Gynecologica Scandinavica, 85, 599-603.
  90. Hoedeman, R. (2008). Mondelinge mededeling.
  91. Hoogendoorn, W.E., van Poppel, M.N.M., Bongers, PM., e.a. (1999). Physical load during work and leisure time as risk factors for back pain. Scandinavian Journal of Work, Environment & Health, 25, 387-403.
  92. Hoogendoorn, W.E., van Poppel, Bongers, P.M., e.a. (2000). Systematic review of psychosocial factors at work and private life as risk factors for back pain. Spine, 25, 2114-2125.
  93. Howard, L., Wessely, S., Leese, M., e.a. (2005). Are investigations anxiolytic or anxiogenic? A randomised controlled trial of neuroimaging to provide reassurance in chronic daily headache. Journal of Neurology, Neurosurgery, and Psychiatry, 76, 1558-1564.
  94. Howard, F.M. (2000). Introduction. In F.M. Howard, C.P Perry, J.E. Carter, e.a. (Red.), Pelvic Pain: diagnosis & management (pp. 3-6). Philadelphia, VS: Lippincott Williams, & Wilkins.
  95. Hussain, Z., & Quigley, E.M. (2006). Systematic review: complementary and alternative medicine in the irritable bowel syndrome. Alimentary Pharmacology & Therapeutics, 23, 465-471.
  96. Hutton, J. (2005). Cognitive behaviour therapy for irritable bowel syndrome. European Journal of Gastroenterology & Hepatology, 17, 11-14.
  97. Huurre, T., Rahkonen, O., Komulainen, E., e.a. (2005). Socioeconomic status as a cause and consequence of psychosomatic symptoms from adolescence to adulthood. Social Psychiatry and Psychiatric Epidemiology, 40, 580-587.
  98. Hurwitz, E.L., Morgenstern, H., & Chiao, C. (2005). Effects of recreational physical activity and back exercises on low back pain and psychological distress: findings from the UCLA Low Back Pain Study. American Journal of Public Health, 95, 1817-1824.
  99. Huygen, FJ.A. (2006). Family Medicine: the medical life history of families. London: Royal College of General Practitioners.
  100. Imbierowicz, K., & Egle, U.T. (2003). Childhood adversities in patients with fibromyalgia and somatoform pain disorder. European Journal of Pain, 7, 113-119.
  101. Inadomi, J.M., Fennerty, M.B., & Bjorkman, D. (2003). Systemic review: the economic impact of irritable bowel syndrome. Alimentary Pharmacology & Therapeutics, 18, 671-682.
  102. Jackson, J., Fiddler, M., Kapur, N., e.a. (2006). Number of bodily symptoms predicts outcome more accurately than health anxiety in patients attending neurology, cardiology, and gastroenterology clinics. Journal of Psychosomatic Research, 60, 357-363.
  103. Jackson, J.L., & Passamonti, M. (2005). The outcomes among patients presenting in primary care with a physical symptom at 5 years. Journal of General Internal Medicine, 20, 1032-1037.
  104. Jamieson, D.J., & Steege, J.F. (1996). The prevalence of dysmenorrhoea, dyspareunia, pelvic pain, and irritable bowel syndrome in primary care practices. Obstetrics and Gynecology, 87, 55-58.
  105. Jarrell, J.F, Vilos, G.A., Allaire, C., e.a. (2005). Consensus guidelines for the management of chronic pelvic pain. Journal of Obstetrics and Gynaecology Canada, 27, 781-826.
  106. Johnson, N.P., Farquhar, C.M., Crossley, S., e.a. (2004). A double-blind randomised controlled trial of laparoscopic uterine nerve ablation for women with chronic pelvic pain. BJOG, 111, 950-959.
  107. Johnson, S.R. (2004). Premenstrual syndrome, premenstrual dysphoric disorder, and beyond: a clinical primer for practitioners. Obstetrics and Gynecology, 104, 845-859.
  108. Jonghe, F. de, & Dekker, J. (1997). Steun, stress, kracht en kwetsbaarheid in de psychiatrie. Assen: Van Gorcum.
  109. Kajander, K., Hatakka, K., Poussa, T., e.a. (2005). A probiotic mixture alleviates symptoms in irritable bowel syndrome patients: a controlled 6-month intervention Alimentary Pharmacology & Therapeutics, 22, 387-394.
  110. Kashner, T.M., Rost, K., Cohen, B., e.a. (1995). Enhancing the health of somatization disorder patients. Effectiveness of short-term group therapy. Psychosomatics, 36, 462-470.
  111. Katon W, von Korff M, Lin E, Bush T. (1992) A randomized trial of psychiatric consultation with distressed high utilizers. General Hospital Psychiatry, 14, 86-98.
  112. Kennedy, T., Jones, R., Darnley, S., e.a. (2005). Cognitive behaviour therapy in addition to antispasmodic treatment for irritable bowel syndrome in primary care: randomised controlled trial. British Medical Journal, 331, 435.
  113. Khan, A.A., Khan, A., Harezlak, J., e.a. (2003). Somatic symptoms in primary care: etiology and outcome. Psychosomatics, 44, 471-478.
  114. Koch, U. & Schulz, H., (2008) Weiterentwicklung in der psychosomatischen Rehabilitation. In: Schmid-Ott, G., Wiegand-Grefe, S., Jacobi, C., e.a. (Eds). Rehabilitation in der Psychosomatik- Versorgungsstrukturen, Behandlungsangebote, Qualitatsmangement. Stuttgart/ New York: Schattauer Verlag, p 445-459
  115. Kolk, A.M., Schagen, S., & Hanewald, G.J. (2004). Multiple medically unexplained physical symptoms and health care utilization; Outcome of psychological intervention and patient-related predictors of change. Journal of Psychosomatic Research, 57, 379-389.
  116. Koopmans, P.C., Roelen, C.A., & Groothoff, J.W. (2008). Parametric hazard rate models for long-term sickness absence. International Archives of Occupational and Environmental Health, Oct 21.
  117. Krem M.M. (2004). Motor Conversion Disorders Reviewed From a Neuropsychiatric Perspective. Journal of Clinical Psychiatry, 65, 783-790.
  118. Kroenke, K., Spitzer, R.L., deGruy, F.V., e.a. (1998). A symptom checklist to screen for somatoform disorders in primary care. Psychosomatics, 39, 263-272.
  119. Kroenke, K., Spitzer, R.L., & Williams, J.B. (2002). The PHQ-15: validity of a new measure for evaluating the severity of somatic symptoms. Psychosomatic Medicine, 64, 258-266.
  120. Kroenke, K. (2007). Efficacy of treatment for somatoform disorders: a review of randomized controlled trials. Psychosomatic Medicine, 69, 881-888.
  121. Lackner, J.M., Morley, S., Dowzer, C., e.a. (2004). Psychological treatments for irritable bowel syndrome: a systematic review and meta-analysis. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 72, 1100-1113.
  122. Landelijke Stuurgroep Mulidisciplinaire Richtlijnontwikkeling. (2009) Richtlijn Angststoornissen (eerste herziene versie). Utrecht: Trimbos-instituut.
  123. Landelijke Stuurgroep Mulidisciplinaire Richtlijnontwikkeling. (2009) Richtlijn Depressie (1ste herziene versie). Utrecht: Trimbos-instituut.
  124. Latthe, P, Mignini, L., Gray, R., e.a. (2006). Factors predisposing women to chronic pelvic pain: systematic review. British Medical Journal, 332, 749-755.
  125. Larisch, A., Schweickhardt, A., Wirsching, M., e.a. (2004). Psychosocial interventions for somatizing patients by the general practitioner. A randomized controlled trial. Journal of Psychosomatic Research, 57, 507-514.
  126. Lefebvre, G., Pinsonneault, O., Antao, V., e.a. (2005). Primary dysmenorrhea consensus guideline. Journal of Obstetrics and Gyneacology Canada, 27, 1117¬1146.
  127. Lesbros-Pantoflickova, D., Michetti, P, Fried, M., e.a. (2004). Meta-analysis: the treatment of irritable bowel syndrome Alimentary Pharmacology & Therapeutics, 20, 1253-1269.
  128. Lichten, E.M., & Bombard, J. (1987). Surgical treatment of primary dysmenorrhoea with laparoscopic uterine nerve ablation. The Journal of Reproductive Medicine, 32, 37-41.
  129. Lim, B., Manheimer, E., Lao, L., e.a. (2006). Acupuncture for treatment of irritable bowel syndrome. Cochrane Database of Systematic Reviews, issue 4.
  130. Linton, S.J., & Andersson, T. (2000). Can chronic disability be prevented? A randomized trial of a cognitive-behavior intervention and two forms of information for patients with spinal pain. Spine, 25, 2825-2831.
  131. Linton, S.J., & Nordin, E. (2006). A 5-year follow-up evaluation of the health and economic consequences of an early cognitive behavioral intervention for back pain: a randomizd, controlled trial. Spine, 31, 853-858.
  132. Linton, S.J., & Ryberg, M. (2001). A cognitive-behavioral group intervention as prevention for persistent nack and back pain in a non-patient population: a randomized controlled trial. Pain, 90, 83-90.
  133. Linton, S.J., & van Tulder, M.W. (2001). Preventive interventions for back pain and neck pain problems: what is the evidence? Spine, 26, 778-787.
  134. Lipowski, Z.J. (1988). Somatization: the concept and its clinical application. The American Journal of Psychiatry, 145, 1358-1368.
  135. LISV (1996). Medisch arbeidsongeschiktheidscriterium. Richtlijn LISV. Amsterdam: Tica.
  136. Liu, J.P, Liu, Y.X., Wei, M.L., e.a. (2006). Herbal medicines for treatment of irritable bowel syndrome. Cochrane Database of Systematic Reviews, issue 1.
  137. Majoribanks, J., Proctor, M.L., & Farquhar, C. (2003). Nonsteroidal anti-inflammatory drugs for primary dysmenorrhoea. Cochrane Database of Systematic Reviews, issue 4.
  138. Martin, A., Rauh, E., Fichter, M., e.a. (2007). A one-session treatment for patients suffering from medically unexplained symptoms in primary care: a randomized clinical trial. Psychosomatics, 48, 294-303.
  139. Mathias, S.D., Kuppermann, M., Liberman, R.F., e.a. (1996). Chronic pelvic pain: prevalence, health-related quality of life, and economic correlates. Obstetrics and Gynecology, 87, 321-327.
  140. Maxion-Bergemann, S., Thielecke, F., Abel, F., e.a. (2006). Costs of irritable bowel syndrome in the UK and US. PharmacoEconomics, 24, 21-37.
  141. Mayou, R.A., Bass, C.M., & Bryant, B.M. (1999). Management of non-cardiac chest pain: from research to clinical practice. Heart, 81, 387-392.
  142. McDonald, I.G., Daly, J., Jelinek, V.M., e.a. (1996). Opening Pandora's box: the unpredictability of reassurance by a normal test result. British Medical Journal, 313, 329-332.
  143. Meijer, S.A., Smit, F., Schoemaker, C.G., e.a. (2006). Gezond verstand. Evidence- based preventie van psychische stoornissen. VTV themarapport. Utrecht/ Bilthoven: Trimbos-instituut & RIVM.
  144. Metz, J.C.M., Verbeek-Weel, A.M.M., & Huisjes, H.J. ( 2001). Raamplan 2001 artsenopleiding: bijgestelde eindtermen van de artsopleiding. Nijmegen: Mediagroep Nijmegen.
  145. Miller, W.R., & Rollnick, S. (2006). Motiverende gespreksvoering: een methode om mensen voor te bereiden op verandering (L. van der Leer, Vert.) (2de druk). Gorinchem: Uitgeverij Ekklesia.
  146. Moene, F.C., Hoogduin, K.A., Van D.R. (1998). The inpatient treatment of patients suffering from (motor) conversion symptoms: a description of eight cases. International Journal of Clinical and Experimental Hypnosis, 46, 171-190.
  147. Moene, F.C., Landberg, E.H., Hoogduin, K.A., e.a. (2000). Organic syndromes diagnosed as conversion disorder: identification and frequency in a study of 85 patients. Journal of Psychosomatic Research, 49, 7-12.
  148. Moene, F.C., Spinhoven, P., Hoogduin, K.A., & Van Dyck, R. (2002) A randomised controlled clinical trial on the additional effect of hypnosis in a comprehensive treatment rogramme for in-patients with conversion disorder of the motor type. Psychotherapy and Psychosomatics, 71(2), 66-76.
  149. Moene, F.C., Spinhoven, P.,Hoogduin, K.A., & van Dyck, R. (2003) A randomized controlled clinical trial of a hypnosis-based treatment for patients with conversion disorder,motortype. International Journal of Clinical and Experimental Hypnosis, 51, 29-50.
  150. Morriss, R., Dowrick, C., Salmon, P., e.a. (2007). Cluster randomised controlled trial of training practices in reattribution for medically unexplained symptoms. The British Journal of Psychiatry, 191, 536-542.
  151. Muller, T., Mannel, M., Murck, H., e.a. (2004). Treatment of somatoform disorders with St. John's wort: a randomized, double-blind and placebo-controlled trial. Psychosomatic Medicine, 66, 538-547.
  152. National Institute for Health and Clinical Excellence. (2007). Guideline 53: Chronic fatigue syndrome/myalgic encephalomyelitis (or encephalopathy). London: Department of Health.
  153. Nederlands Huisartsen Genootschap. (1999). NHG-Patiëntenbrief. Via www.nhg. artsennet.nl.
  154. Neumeyer-Gromen, A., Lampert, T., Stark, K., e.a. (2004). Disease management programs for depression: a systematic review and meta-analysis of randomized controlled trials. Medical Care, 42, 1211-1221.
  155. Nezu, A.M., Nezu, C.M., Lombardo, E.R., (2001). Cognitive-behavior therapy for medically unexplained symptoms: A critical review of the treatment literature. Behavior Therapy, 32, 537-583.
  156. Nickel, M., Cangoez, B., Bachler, E., e.a. (2006). Bioenergetic exercises in inpatient treatment of Turkish immigrants with chronic somatoform disorders: a randomized, controlled study. Journal of Psychosomatic Research, 61, 507-513.
  157. Nimnuan, C., Hotopf, M., & Wessely, S. (2001). Medically unexplaines symptoms: an epidemiological study in seven specialities. Journal of Psychosomatic Research, 51, 361-367.
  158. Norman, S.A., Lumley, M.A., Dooley, J.A., e.a. (2004). For whom does it work? Moderators of the effects of written emotional disclosure in a randomized trial among women with chronic pelvic pain, Psychosomatic Medicine, 66, 174-183.
  159. Norrmén, G., Svardsudd, K., & Andersson, D.K. (2008). How primary health care physicians make sick listing decisions: the impact of medical factors and functioning. BMC Family Practice, 9, 3.
  160. NVAB. (2008). Herziene richtlijn psychische klachten. Eindhoven: NVAB.
  161. O'Connor, A.M., Stacey, D., Entwistle, V., e.a. (2003). Decision aids for people facing health treatment or screening decisions. Cochrane Database of Systematic Reviews, .CD001431.
  162. O'Mahony, L., McCarthy J., Kelly, P., e.a. (2005). Lactobacillus and bifidobacterium in irritable bowel syndrome: symptom responses and relationship to cytokine profiles. Gastroenterology, 128, 541-551.
  163. Olde Hartman, T.C., Borghuis, M.S., Lucassen, P.L.B.J., e.a. (2009). Medically unexplained symptoms, somatisation disorder, and hypochondriasis: course and prognosis. A systematic review. Journal of Psychosomatic Research May;66(5):363-77. Epub 2008 Dec 16. Review.
  164. Onwude, J.L., Thornton, J.G., Morley, S., e.a. (2004). A randomised trial of photographic reinforcement during postoperative counselling after diagnostic laparoscopy for pelvic pain. European Journal of Obstetrics, Gynecology, and Reproductive Biology, 112, 89-94.
  165. Owens, D.M., Nelson, D.K., & Talley, N.J. (1995). The irritable bowel syndrome: long¬term prognosis and the physician-patient interaction. Annals of Internal Medicine, 122, 107-112.
  166. Palomba, S., Russo, T., Falbo, A., e.a. (2006). Laparoscopic uterine nerve ablation versus vaginal uterosacral ligament resection in postmenopausal women with intractable midline chronic pelvic pain: a randomized study. European Journal of Obstetrics, Gynecology, and Reproductive Biology, 129, 84-91.
  167. Patel, S.M., Stason, W.B., Legedza, A., e.a. (2005). The placebo effect in irritable bowel syndrome trials: a meta-analysis. Neurogastroenterology and Motility, 17, 332-340.
  168. Patel, V., Tanksale, V., Sahasrabhojanee, M., e.a. (2006). The burden and determinants of dysmenorrhoea: a population-based survey of 2262 women in Goa, India. BJOG, 113, 453-463.
  169. Peters, S., Stanley, I., Rose, M., e.a. (1998). Patients with medically unexplained symptoms: sources of patients' authority and implications for demands on medical care. Social Science & Medicine, 46, 559-565.
  170. Peters, S., Stanley, I., Rose, M., e.a. (2002). A randomized controlled trial of group aerobic exercise in primary care patients with persistent, unexplained physical symptoms. Family Practice, 19, 665-674.
  171. Phillips, K.A. (2005). Placebo-controlled study of pimozide augmentation of fluoxetine in body dysmorphic disorder. Am.J Psychiatry, 162, 377-379.
  172. Phillips, K. A., Albertini, R. S., & Rasmussen, S. A. (2002). A randomized placebo- controlled trial of fluoxetine in body dysmorphic disorder. Arch.Gen.Psychiatry, 59, 381-388.
  173. Poppel, M.N. van, Hooftman, W.E., & Koes, B.W. (2004). An update of a systematic review of controlled clinical trials on the primary prevention of back pain at the workplace. Occupational Medicine, 54, 345-352.
  174. Proctor, M.L., Hing, W., Johnson, T.C., e.a. (2006). Spinal manipulation for primary and secondary dysmenorrhoea. Cochrane Database of Systematic Reviews, issue 3.
  175. Proctor, M.L., Latthe, P.M., Farquhar, C.M., e.a. (2005). Surgical interruption of pelvic nerve pathways for primary and secondary dysmenorrhoea. Cochrane Database of Systematic Reviews, issue 4.
  176. Proctor, M.L., & Murphy, P.A. (2001). Herbal and dietary therapies for primary and secondary dysmenorrhoea. Cochrane Database of Systematic Reviews, issue 2.
  177. Proctor, M.L., Murphy, P.A., Pattison, H.M., e.a. (2007). Behavioural interventions for primary and secondary dysmenorrhoea. Cochrane Database of Systematic Reviews, issue 3.
  178. Proctor, M.L., Roberts, H., & Farquhar, C.M. (2001). Combined oral contraceptive pill (OCP) as treatment for primary dysmenorrhoea. Cochrane Database of Systematic Reviews, issue 2.
  179. Proctor, M.L., Smith, C.A., Farquhar, C.M., e.a. (2002). Transcutaneous electrical nerve stimulation and acupuncture for primary dysmenorrhoea. Cochrane Database of Systematic Reviews, issue 1.
  180. Quartero, A.O., Meinecke-Schmidt, V., Muris, J., e.a. (2007). Bulking agents, antispasmodic an antidepressant medication for the treatment of irritable bowel syndrome. Cochrane Database of Systematic Review, issue 4.
  181. Rasmussen, N.H., Furst, J.W., Swenson-Dravis, D.M., e.a. (2006). Innovative reflecting interview: effect on high-utilizing patients with medically unexplained symptoms. Disease Management, 9, 349-359.
  182. Rief, W., Martin, A., Rauh, E., e.a. (2006). Evaluation of general practitioners' training: how to manage patients with unexplained physical symptoms. Psychosomatics, 47, 304-311.
  183. Rief, W., Nanke, A., Emmerich, J., e.a. (2004). Causal illness attributions in somatoform disorders associations with comorbidity and illness behavior. Journal of Psychosomatic Research, 57, 367-371.
  184. Ring, A., Dowrick, C., Humphris, G., e.a. (2004). Do patients with unexplained physical symptoms pressurise general practitioners for somatic treatment? A qualitative study. British Medical Journal, 328, 1057.
  185. Robbins, J. M., & Kirmayer, L. J. (1991). Attributions of common somatic symptoms. Psychological medicine, 21(4), 1029-45.
  186. Roberts, L., Little, P, Chapman, J., e.a. (2002). The back home trial: general practitioner-supported leaflets may change back pain behavior. Spine, 27, 1821-1828.
  187. Roberts, L., Wilson, S., Singh, S., e.a. (2006). Gut-directed hypnotherapy for irritable bowel syndrome: piloting a primary care-based randomised controlled trial. The British Journal of General Practice, 56, 115-121.
  188. Robinson, A., Lee, V., Kennedy, A., e.a. (2006). A randomised controlled trial of self-help interventions in patients with a primary care diagnosis of irritable bowel syndrome. Gut, 55, 643-648.
  189. Roelen, C.A.M., van der Pol, T.R., Koopmans, PC., e.a. (2006). Identifying workers at risk of sickness absence by questionnaire, Occupational Medicine, 56, 442-446.
  190. Roelofs, K., & Spinhoven, P (2007). Trauma and medically unexplained symptoms. Towards an integration of cognitive and neuro-biological accounts. Clinical Psychology Review, 27, 798-820.
  191. Romeijnders, A.C.M., Vriezen, J.A., van der Klink, J.J.L., e.a. (2005). Landelijke Eerstelijns Samenwekings Afspraak Overspanning. Huisarts & Wetenschap, 48, 20-23.
  192. Rood, Y.R. van, Kuile, M.M. ter, Speckens, A.E.M. (2001). Ongedifferentierde somatoformestoornis. In. red. Ph Spinhoven, T.K. Bouman en C.A.L. Hoogduin. Behandelstrategieen bij somatoforme stoornisen. Houten: Bohn, Stafleu, Van Loghum.p. 17-40
  193. Rosen, J. C., Reiter, J., & Orosan, P (1995). Cognitive-behavioral body image therapy for body dysmorphic disorder. J Consult Clin.Psychol., 63, 263-269.
  194. Rosendal, M., Olesen, F, Fink, P, e.a. (2007). A randomized controlled trial of brief training in the assessment and treatment of somatization in primary care: effects on patient outcome. General Hospital Psychiatry, 29, 364-373.
  195. Rost, K., Kashner, T.M., & Smith, R.G., Jr. (1994). Effectiveness of psychiatric intervention with somatization disorder patients: improved outcomes at reduced costs. General Hospital Psychiatry, 16, 381-387.
  196. Royal College of Obstetricians and Gynaecologists (RCOG). (2005). The initial management of chronic pelvic pain. Guideline no 41. London, UK: Royal College of Obstetricians and Gynaecologists.
  197. Ruddy, R., & House, A.(2005). Psychosocial interventions for conversion disorder. Cochrane Database of Systematic Reviews 2005, Issue 4.
  198. Salkovskis P.M. (1989). Somaticproblems. In: K. Hawton, PM. Salkovskis, J. Kirk, & D.M. Clark. (Eds.) . Cognitive behaviour therapy for psychiatric problems: a practical guide. (pp. 235-276).
  199. Salmon, P, Dowrick, C.F., Ring, A., e.a. (2004). Voiced but unheard agendas: qualitative analysis of the psychosocial cues that patients with unexplained symptoms present to general practitioners. The British Journal of General Practice, 54, 171-176.
  200. Salmon P, Ring A, Dowrick CF, Humphris GM (2005). What do general practice patients want when they present medically unexplained symptoms, and why do their doctors feel pressurized? Journal of Psychosomatic Research, 59, 255-262.
  201. Sar, V., Akyüz, G., Kundakgi, T., e.a. (2004). Childhood trauma, dissociation, and psychiatric comorbidity in patients with conversion disorder. The American Journal of Psychiatry, 161, 2271-2276.
  202. Sator-Katzenschlager, S.M., Scharbert, G., Kress, H.G., e.a. (2005). Chronic pelvic pain treated with gabapentin and amitriptyline: a randomized controlled pilot study. Wiener Klinische Wochenschrift, 117, 761-768.
  203. Schauenburg, H., Hildenbrand, G., Koch, U., e.a. (2007). Klinikführer: stationare psychosomatisch-psychotherapeutische Einrichtungen. Stuttgart: Schattaure GmbH
  204. Schilte, A.F., Portegijs, PJ., Blankenstein, A.H., e.a. (2001). Randomised controlled trial of disclosure of emotionally important events in somatisation in primary care. British Medical Journal, 323, 86.
  205. Sharpe, M., Mayou, R., & Walker, J. (2006). Bodily symptoms: new approaches to classification. Journal of Psychosomatic Research, 60, 353-356.
  206. Sharpe, M., Pevele,r R., & Mayou R. (1992). The psychological treatment of patients with functional somatic symptoms: a practical guide. Journal of Psychosomatic Research, 36, 515-529.
  207. Sifneos, PE. (1973). The prevalence of ‘alexithymic' characteristics in psychosomatic patients. Psychotherapy and Psychosomatics, 22, 255-262.
  208. Silver F.W. (1996). Management of conversion disorder. American Journal of Physical Medicine & Rehabilitation, 75, 134-140.
  209. Smith, R.C., Lyles, J.S., Gardiner, J.C., e.a. (2006). Primary care clinicians treat patients with medically unexplained symptoms: a randomized controlled trial. Journal of General Internal Medicine, 21, 671-677.
  210. Smith, G.R., Jr., Monson, R.A., & Ray, D.C. (1986). Psychiatric consultation in somatization disorder. A randomized controlled study. The New England Journal of Medicine, 314, 1407-1413.
  211. Smith, G.R., Jr., Rost, K., & Kashner, T.M. (1995). A trial of the effect of a standardized psychiatric consultation on health outcomes and costs in somatizing patients. Archives of General Psychiatry, 52, 238-243.
  212. Smout, A.J.PM. (2001). Prikkelbare Darm Syndroom. In de serie ‘Spreekuur thuis'. Wormer: Inmerc.
  213. Soysal, M.E., Soysal, S., Vicdan, K., e.a. (2001). A randomized controlled trial of goserelin and medroxyprogesterone acetate in the treatment of pelvic congestion. Human Reproduction, 16, 931-939.
  214. Speckens, A.E., van Hemert, A.M., Spinhoven, P, e.a. (1995). Cognitive behavioural therapy for medically unexplained physical symptoms: a randomised controlled trial. British Medical Journal, 311, 1328-1332.
  215. Speckens, A.E.M., Spinhoven, P. & van Rood, Y.R. (2004). Protocollaire behandeling van patiënten met onverklaarde lichamelijke klachten: Cognitieve gedragstherapie. In: G.PJ. Keijsers, A. van Minnen & C.A.L. Hoogduin (Eds.). Protocollaire behandelingen in de ambulante geestelijke gezondheidszorg I (2 e herziene druk). Houten: Bohn, Stafleu, Van Loghum, p. 183-218.
  216. Steffanowski, A., Löschmann, C., Schmidt, J., Wittmann, W. W. & Nübling, R. (2007). Metaanalyse der Effekte stationarer psychosomatischer Rehabilitation. Bern: Huber.
  217. Stewart, M.A. (1995). Effective physician-patient communication and health outcome: a review. Canadian Medical Association Journal, 125, 1432-1433.
  218. Stone, J., Wojcik, W., Durrance, D., e.a. (2002). What should we say to patients with symptoms unexplained by disease? The ‘number needed to offend'. British Medical Journal; 325, 1449-1450.
  219. Stones, R.W., Bradbury, L., & Anderson, D. (2001). Randomized placebo controlled trial of lofexidine hydrochloride for chronic pelvic pain in women. Human Reproduction, 16, 1719-1721.
  220. Stones, R.W., Cheong, Y.C., & Howard, F.M. (2005). Interventions for treating chronic pelvic pain in women. The Cochrane Database of Systematic Reviews, issue 3.
  221. Sumathipala, A. (2007). What is the evidence for the efficacy of treatments for somatoform disorders? A critical review of previous intervention studies. Psychosomatic Medicine, 69, 889-900.
  222. Sumathipala, A., Hewege, S., Hanwella, R., e.a. (2000). Randomized controlled trial of cognitive behaviour therapy for repeated consultations for medically unexplained complaints: a feasibility study in Sri Lanka. Psychological Medicine, 30, 747-757.
  223. Sundell, G., Milsom, I., & Andersch, B. (1990). Factors influencing the prevalence and severity of dysmenorrhoea in young women. British Journal of Obstetrics and Gynaecology, 97, 588-594.
  224. Swank, D.J., Swank-Bordewijk, S.C., Hop, W.C., e.a. (2003). Laparoscopic adhesiolysis in patients with chronic abdominal pain: a blinded randomised controlled multi- centre trial. Lancet, 361, 1247-1251.
  225. Sykes, R. (2006). Somatoform disorders in DSM-IV: mental or physical disorders? Journal of Psychosomatic Research, 60, 341-344.
  226. Tabas, G., Beaves, M., Wang, J., e.a. (2004). Paroxetine to treat irritable bowel syndrome not responding to high-fiber diet: a double-blind, placebo-controlled trial. The American Journal of Gastroenterology, 99, 914-920.
  227. Tack, J., Fried, M., Houghton, L.A., e.a. (2006). Systematic review: the efficacy of treatments for irritable bowel syndrome - a European perspective. Alimentary Pharmacology & Therapeutics, 24, 183-205.
  228. Thomson, A., & Page, L. (2007). Psychotherapies for hypochondriasis. Cochrane Database of Systematic Reviews, issue 4, CD006520.
  229. Toner, B.B. (2005). Cognitive-behavioral treatment of irritable bowel syndrome. CNS Spectrums, 10, 883-890.
  230. Tu, F., Bettendorf, B., & Shay, S. (2007). Dysmenorrhea: contemporary perspectives. Pain Clinical Updates, 15, issue 8.
  231. UWV (2005). Ziektediagnosen bij uitkeringen voor arbeidsongeschiktheid. Statistische informatie over medische classificaties in WAO, Wajong en WAZ. 2002, 2005. www.uwv.nl
  232. Vahedi, H., Merat, S., Rashidioon, A., e.a. (2005). The effect of fluoxetine in patients with pain and constipation - predominant irritable bowel syndrome: a double- blind randomized controlled study. Alimentary Pharmacology & Therapeutics, 22, 381-385.
  233. Veale, D., Gournay, K., Dryden, W., Boocock, A., Shah, F., Willson, R. e.a. (1996). Body dysmorphic disorder: a cognitive behavioural model and pilot randomised controlled trial. Behav.Res.Ther., 34, 717-729.
  234. Veek, P.P.J. van der, van Rood, Y.R., & Masclee, A.A.M. (2007). Clinical trial: short- and long-term benefit of relaxation training for irritable bowel syndrome. Alimentary Pharmacology & Therapeutics, 26, 943-952.
  235. Verhaak, P.F., Meijer, S.A., Visser, A.P., e.a. (2006). Persistent presentation of medically unexplained symptoms in general practice. Family Practice, 23, 414-420.
  236. Veselka, L., Lipovsky, M.M., Lether F., Buhring, M.E.F. (2005). Bridges toward integrated medicine. Journal of psychosomatic Research. EACLPP abstract, 59, 22-50
  237. Viinamaki, H.V., Koskela, K., & Niskanen, L. (1996). Rapidly declining mental well- being during unemployment. The European Journal of Psychiatry, 10, 215-221.
  238. Visser, S., & Bouman, T.K. (2001). The treatment of hypochondriasis: exposure and response prevention vs. cognitive therapy. Behaviour Research and Therapy, 39, 423-442.
  239. Vlieger, A.M., Menko-Frankenhuis, C., Wolfkamp, S.C., e.a. (2007). Hypnotherapy for children with functional abdominal pain or irritable bowel syndrome: a randomized controlled trial. Gastroenterology, 133, 1430-1436.
  240. Volz, H.P., Murck, H., Kasper, S., e.a. (2002). St John's wort extract (LI 160) in somatoform disorders: results of a placebo-controlled trial. Psychopharmacology, 164, 294-300.
  241. Waal, M.W.M. de, Arnold, I.A., Eekhof, J.A.H., e.a. (2004). Somatoform disorders in general practice: prevalence, functional impairment, and comorbidity with anxiety and depressive disorders. The British Journal of Psychiatry; 184, 470-476.
  242. Walker, L.S., Garber, J., & Greene, J.W. (1993). Psychosocial correlates of recurrent childhood pain: a comparison of pediatric patients with recurrent abdominal pain, organic illness, and psychiatric disorders. Journal of Abnormal Psychology, 102, 248-258.
  243. Warwick, H.M., Clark, D.M., Cobb, A.M., e.a. (1996). A controlled trial of cognitive- behavioural treatment of hypochondriasis. The British Journal of Psychiatry, 169, 189-195.
  244. Warwick, H.M.C., & Salkovskis, P.M. (1985). Reassurance. British Medical Journal, 290, 1028.
  245. Webb, A.N., Kukuruzovic, R.H., Catto-Smith, A.G., Sawyer, S.M. (2007). Hypnotherapy for treatment of irritable bowel syndrome. Cochrane Database Systematic Review issue 4:CD005110.
  246. Weissman, A.M., Hartz, A.J., Hansen, M.D., e.a. (2004). The natural history of primary dysmenorrhoea: a longitudinal study. BJOG, 111, 345-352.
  247. Wessely, S., Nimnuan, C., & Sharpe, M. (1999). Functional somatic syndromes: one or many? Lancet, 354, 936-939.
  248. Wessely, S., & White, PD. (2004). There is only one functional somatic syndrome. The British Journal of Psychiatry, 185, 95-96.
  249. Whitehead, W.E., Palsson, O., & Jones, K.R. (2002). Systematic review of the comorbidity of irritable bowel syndrome with other disorders: what are the causes and implications? Gastroenterology, 122,1140-1156.
  250. Whitehead, W.E. (2006). Hypnosis for irritable bowel syndrome: the empirical evidence of therapeutic effects. The International Journal of Clinical and Experimental Hypnosis, 54, 7-20.
  251. Whorwell, P, Altringer, L., Morel, J., e.a. (2006). Efficacy of an encapsulated probiotic Bifidobacterium infantis 35624 in women with irritable bowel syndrome. The American Journal of Gastroenterology, 101, 1581-1590.
  252. Wiegand, S., Meerman C., Jacobbi, C., e.a. (2008) Ergebnisse einer evaluation aller wirksamkeitsstudieen psychosoamtischer rehabilitation. In: Schmid-Ott,
  253. G., Wiegand-Grefe, S, e.a. (Eds.) Rehabilitation in der Psychosomatik Versorgungsstrukturen - Behandlungsangebote - Qualitatsmanagement. Stuttgart/ New York: Schattauer Verlag, p 445-459
  254. Williams, R.E., Hartmann, K.E., & Steege, J.F. (2004). Documenting the current definitions of chronic pelvic pain: implications for research. Obstetrics and Gynecology, 103, 686-691.
  255. Williams, J., Hadjistavropoulos, T., & Sharpe, D. (2006). A meta-analysis of psychological and pharmacological treatments for Body Dysmorphic Disorder. Behaviour Research and Therapy, 44, 99-111.
  256. Wilson, S., Maddison, T., Roberts, C., e.a. (2006). Systematic review: the effectiveness of hypnotherapy in the management of irritable bowel syndrome. Alimentary Pharmacology & Therapeutics, 24, 769-780.
  257. Wise, T.N., & Birket-Smith, M. (2002). The somatoform disorders for DSM-V: the need for changes in process and content. Psychosomatics, 43, 437-440.
  258. Wit, N., de, Rubin, G., & Jones, R.H. (2007) Irritable bowel syndrome. Clinical Evidence, 2007
  259. Woolfolk, R.L., & Allen, L.A. (2006). Treatening Somatization: a cognitive-behavioral approach. New York: The Guildford Press.
  260. World Health Organization. (2002). International Classification of Functioning, Disability and Health (ICF). Geneva, Switzerland: WHO.
  261. Yunus, M.B. (2004) Suffering, science, and sabotage. Journal of Musculoskelet Pain, 12, 3-18
  262. Zhu, X., Proctor, M., Bensoussan, A., e.a. (2007). Chinese herbal medicine for primary dysmenorrhoea. Cochrane Database of Systematic Reviews, issue 4.
  263. Zondervan, K.T., Yudkin, P.L., Vessey, M.P., e.a. (1999a). Prevalence and incidence of chronic pelvic pain in primary care: evidence from a national general practice database. British Journal of Obstetrics and Gynaecology, 106, 1149-1155.
  264. Zondervan, K.T., Yudkin, P.L., Vessey, M.P., e.a. (1999b). Patterns of diagnosis and referral in women consulting for chronic pelvic pain in UK primary care. British Journal of Obstetrics and Gynaecology, 106, 1156-1161.
  265. Zondervan, K.T., Yudkin, P.L., Vessey, M.P., e.a. (2001). The community prevalence of chronic pelvic pain in women and associated illness behaviour. The British Journal of General Practice, 51, 541-547.

Evidence tabellen

Bibliografische

referentie

o)

Mate

van

bewijs

(2)

Studie type

(3)

Aantal patiënten

(% drop-out)

(4)

Inclusiecriteria

(5)

Comorbiditeit

(6)

Interventie

(incl. duur, dosering)

(7)

Muller e.a.,

2004

A2

Prospectieve,

gerandomiseerde,

dubbelblinde

en placebo

gecontroleerde

studie (RCT)

St Johns Wort

(Hypericum) LI

160, 2 x 300

mg/d / placebo

ITT analyse

N = 184, na

placebo run-out

N = 175, Geen

v.d. patiënten

verbeterde

N = 2 placebo

loss of patient

documentation

Uiteindelijke

studie: 173 (87

interventie en 86

controle)

Lost to nm N = 5

hypericum, N = 6

placebo

Inclusiecriteria: CD-10

criteria, somatisation

disorder, undifferentiated

somatoform disorder,

somatoform autonomic

dysfunction & SOMS-2-

score: > 4 (mannen) of >

6 (vrouwen)

HAM-PSY 5 punten lager

dan HAM-SOM

Exclusiecriteria: Major

depression (and HDS > 12), drug or alcohol

abuse, epilepsy, organic

mental disorder, serious

acute or chronical medical conditions.

MDD uitgesloten

Overigen As-I

niet vastgesteld of

beschreven

St Johns Wort

(Hypericum) LI 160,

2 x 300 mg/d; 6

weken

Volz e.a.,

2002

A2

Prospectieve,

gerandomiseerde,

dubbelblinde

en placebo

gecontroleerde

studie (RCT)

St Johns Wort

(Hypericum) LI

160, 2 x 300

mg/d / placebo

ITT analyse

N = 151, na

placebo run-out

N = 149, Geen

v.d. patiënten

verbeterde.

N = 2 missing

values. Uiteinde-

lijke studie 149

(75 interventie en

74 controle)

Lost ton m N = 2

in placebogroep

Hypericum

werd even goed

verdragen als

placebo. Geen

verschil in bijwerkingen.

Inclusiecriteria: CD-10-

criteria, somatisation

disorder, undifferentiated

somatoform disorder,

somatoform autonomic

dysfunction & SOMS-2-

score: > 4 (mannen) of

> 6 (vrouwen)

HAM-PSY 5 punten lager

dan HAM-SOM Exclusiecriteria: Major

depression (HDS >12 and

HAMD > 14), schizo- phrenia, schizo-affective

disorder, dementia,

pregnancy serious acute

or chronical medical

conditions of laboratory

value deviations.

MDD uitgesloten

Overigen As-I

niet vastgesteld of

beschreven

Skelet-spier-

ziekten, schild-

klierafwijkingen,

overgangsklachten

St Johns Wort

(Hypericum) LI

160, 2 x 300 mg/d;

6 weken

 

 

Controle/verge-

lijking

(incl. duur, dose­ring, follow-up, pre randomisatie) (8)

Setting

Discipline

(9)

MUPS

Health Anxiety

PW

Personal well being

QALY

Kwaliteit van leven

HCU

Medische

consumptie

p-waarde, 95% CL, D

p-waarde, 95% CL, D

p-waarde, 95% CL, D

p-waarde, 95% CL, D

p-waarde, 95% CL, D

 

Run-out placebo phase (1 week): geen v.d. patiënten verbeterde Placebo: 6 weken

Poliklinische patiënten doorverwezen door internisten, psychiaters en huisartsen

Primaire uitkomst- maten:

SOMS-7

p < 0,0001

HAMA-SOM

p < 0,0001

SCL-90R-SOM

p < 0,0001

CGI p < 0,0001 45% vs 21% responders

HAMA-PSY

p < 0,0001

 

 

 

 

Run-out placebo phase (1 week): geen v.d. patiënten verbeterde Placebo: 6 weken

Poliklinisch patiënten doorverwezen door 21 huis­artsen of door hen behandeld (is onduidelijk)

Primaire uitkomst- maten:

HAM-SOM

p = 0,001

SCL-90R-SOM

p < 0,0001

CGI p = 0,006 CGI Improved (> minimal improved) 81% vs 50% p = 0,0001 Verbetering significant vanaf dag 28

HAMA-PSY

p < 0,0001

HAM-D

p < 0,0001

Verbetering significant vanaf dag 28

 

 

 

 

Bibliografische

referentie

(1)

Mate

van

bewijs

(2)

Studie type

(3)

Aantal patiënten

(% drop-out)

(4)

Inclusiecriteria

(5)

Comorbiditeit

(6)

Interventie

(incl. duur, dosering)

(7)

Allen e.a.,

2006

A2

Prospectieve

gerandomiseerde

en gecontroleerde

studie

VM, NM (3 mnd),

1ste follow-up

(9 mnd) en 2de

follow-up (15

mnd)

ITT analyse

N = 84; N = 43

CBT+PCI (exp)

en N = 41 PCI

(controle)

In de loop van

de studie lost to

follow-up N = 8

in CBT+PCI en

N = 4 in PCI

Inclusiecriteria DSM-IV,

SCID, somatisatie stoornis

& CGI-SD > 4

Unstable medical

condition

or unstable

medication regime

in last 2 months,

active suicidal

ideation, history

of psychosis,

substance depen-

dence, pregnancy.

No concurrent psychotherapy was permitted

10 sessies indivi-

duele CGt volgens

draaiboek

Psychiatrische

consultatie

interventie (brief

aan huisarts met

adviezen)

Rost e.a.,

1994

A2

RCT, randomisatie

over huisartsen

Deels retro-

spectief, deels

prospectief

59 huisartsen

73 patiënten,

3 drop-outs geen

data

85% vrouw,

80% caucasian,

DSM-III-R somatisatie-

stoornis

Exclusie: huisarts

die niet mee wil

doen aan studie,

niet naar onder-

zoeksinstelling

kan reizen

Veel comorbiditeit

ook op As-II

12 mnd, waarbij

elke 4 mnd data

werden verzameld

Vergelijking tussen

30 mnd voor brief

en 12 mnd na brief

Vergelijking brief vs

geen brief

Kashner e.a.,

1995

A2

RCT

Getrapte

randomisatie,

eerst huisartsen

daarna patiënten

gestratificeerd

op afstand tot

therapielocatie

Groepstherapie vs consultation letter

N = 70

55% uitval en

slechts 11 van

de 44 patiënten

namen deel aan

5 v.d. 8 groeps-

sessies

Patiënten die in het eerste

jaar van de studie als SD

werden gediagnosticeerd;

criteria niet bekend

Niet bekend

8 groepssessies van

2 uur

Doel cursus:

steun, uitwisselen

ervaringen, emoties

leren herkennen en

uiten en genieten

van het groepsge-

beuren

 

 

Controle/verge-

lijking

(incl. duur, dose­ring, follow-up, pre randomisatie) (8)

Setting

Discipline

(9)

MUPS

Health Anxiety

PW

Personal well being

QALY

Kwaliteit van leven

HCU

Medische

consumptie

p-waarde, 95% CL, D

p-waarde, 95% CL, D

p-waarde, 95% CL, D

p-waarde, 95% CL, D

p-waarde, 95% CL, D

 

Psychiatrische consultatie interventie (brief aan huisarts met adviezen)

En care as usual

Poliklinische patiënten doorverwezen door medisch specialisten (70%) of gereageerd op advertentie (30%) Behandeling op de poli psychiatrie

Primaire uitkomst- maten:

CGI-SD much or very much Improved: 40% vs 5%

OR = 12,7 CGI-SD p < 0,001 (treatment x time) Dagboek p < 0,001 (treat- ment x time) Severity of somatic symptoms p < 0,01 (treat- ment x time) Resultaten blijven behouden tijdens follow-up

 

 

SF-36 fysiek functioneren

p = 0,02

N = 56 Medische kosten geredu­ceerd p = 0,1 Bezoek aan huisarts afge­nomen p = 0,07 Geen verschil in aantal diagnosti­sche procedures

 

 

Via huisartsen of via adver­tentie patiënten opgespoord en daar huisarts bij gezocht

 

 

 

SF-36 fysiek functioneren p < 0,05

Medische kosten, 45% reductie

p < 0,001

21% reductie in netto medische kosten

Psychiatrische kosten: kleine toename (ns)

 

I: groepssessies C: consultation letter

Duur van de interventie: 1 jaar Follow-up? Assessment elke 4 mnd

Niet bekend

 

 

 

SF fysiek functio­neren p < 0,05 SF mentaal functioneren

p < 0,01

52% reductie in medische kosten

 

Bibliografische

referentie

(1)

Mate

van

bewijs

(2)

Studie type (3)

Aantal patiënten (% drop-out)

(4)

Inclusiecriteria

(5)

Comorbiditeit

(6)

Interventie

(incl. duur, dosering)

(7)

 

Smit e.a., 1986

A2

RCT

Randomisatie over huisartsen (N =

17 en N = 18) Deels retro­spectief, deels prospectief 1980-1983

N = 38, N = 3 drop-outs Consultation letter vs wl

Na 9 mnd kregen huisartsen van de patiënten uit de controlegroep ook de consultation letter

18 mnd follow-up

Inclusiecriteria: recurrent (terugkerende) en multiple (meerdere) lichamelijk onverklaarde klachten Nat Inst of Mental Health Diagnostic Interview Schedule: DSM-III somatization disorder

 

12 mnd, waarbij elke 4 mnd data werden verzameld Vergelijking tussen 30 mnd voor brief en 12 mnd na brief Vergelijking brief vs geen brief

 

Smit e.a., 1995

A2

Randomisatie over huisartsen (N = 51)

RCT na 12 mnd Cross-over 27 in interventie en 29 in controle

2 lost to follow- up

DSM-III-R somatisatie- stoornis, checklist DSM-III

Veel comorbiditeit

24 mnd

 

 

 

Controle/verge-

lijking

(incl. duur, dose­ring, follow-up, pre randomisatie) (8)

Setting

Discipline

(9)

MUPS

Health Anxiety

PW

Personal well being

QALY

Kwaliteit van leven

HCU

Medische

consumptie

p-waarde, 95% CL, D

p-waarde, 95% CL, D

p-waarde, 95% CL, D

p-waarde, 95% CL, D

p-waarde, 95% CL, D

 

 

Patiënten geworven via huisartsen doorverwezen naar interne geneeskunde

 

 

 

SF-36

Geen

verandering (verslechtering) in mental health status

53% reductie in medische kosten p < 0,05, in de eerste groep, en 49% in de tweede groep (na cross-over) Resultaten bleven behouden bij follow-up De medische kosten waren hoger in de controleconditie p < 0,05

 

Interventie: consul- tation letter Controle: care as usual

 

 

 

 

SF-36: afname in algemene gezondheid -2,23 (p = 0,06) Psychisch funct. -0,79 p = 0,33 Toename in fysiek funct. 6,87 (p = 0,002)

Reductie medi­sche kosten 33%

(p = 0,02)

 

Bibliografische

referentie

(1)

Mate

van

bewijs

(2)

Studie type (3)

Aantal patiënten (% drop-out)

(4)

Inclusiecriteria

(5)

Comorbiditeit

(6)

Interventie

(incl. duur, dosering)

(7)

 

Dickinson e.a., 2003

A2

RCT

Single-cross over Randomisation on patient level

ASD: 183 (interventie 91 en controle 92)

MSD: 111 (interventie 56 en controle 55)

SD: 88 (inter­ventie 45 en controle 43)

3 primary care practices At 12 months 37/188

DIS (DSM-III-R version).

3 groups of patients:

1)  Somatization Disorder (SD): > 13 lifetime MUPS

2)  Abridged Somatization Disorder (ASD): >

6 lifetime MUPS in women and > 4 in men

3)   Controls: < 6 lifetime MUPS

Out of these 3 other groups formed:

1)  Multisomatoform Disorder (MSD): > 3 current (within the past 2 weeks) MUPS out

of a list of 15, along with a 2-year history of somatization

2)  ASD: > 6 lifetime MUPS women and > 4 in men

3)   SD: > 13 lifetime MUPS

 

Interventie: huisarts krijgt een consulta- tion letter Controle: care as usual

24 months/12 months for the controlled condition 1 jaar follow-up

 

 

 

Controle/verge-

lijking

(incl. duur, dose­ring, follow-up, pre randomisatie) (8)

Setting

Discipline

(9)

MUPS

Health Anxiety

PW

Personal well being

QALY

Kwaliteit van leven

HCU

Medische

consumptie

p-waarde, 95% CL, D

p-waarde, 95% CL, D

p-waarde, 95% CL, D

p-waarde, 95% CL, D

p-waarde, 95% CL, D

 

 

 

 

 

 

SF-36: Psychisch functioneren is ns

Fysiek functi­oneren MSD:

5,5 (CI 2,5-8,4) Effect size 0,48 SD: 7,1 (CI 3,5-10,7 effect size 0,61)

ASD: 4,2 (idem) (CI 1,5-6,9 effect size 0,37)

 

Autorisatiedatum en geldigheid

Laatst beoordeeld : 01-01-2010

Laatst geautoriseerd : 01-01-2010

Uiterlijk in 2014 bepaalt de opdrachtgever/verantwoordelijke instantie of deze richtlijn nog actueel is. Zo nodig wordt een nieuwe werkgroep geïnstalleerd om de richtlijn te herzien.

De geldigheid van de richtlijn komt eerder te vervallen als nieuwe ontwikkelingen aanleiding geven een herzieningstraject te starten.

Initiatief en autorisatie

Initiatief : Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie

Geautoriseerd door:
  • Nederlandse Internisten Vereniging
  • Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen
  • Nederlandse Vereniging voor Neurologie
  • Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie

Algemene gegevens

De multidisciplinaire richtlijn Somatisch Onvoldoende Verklaarde Lichamelijke Klachten en Somatoforme Stoornissen is op initiatief en onder auspiciën van de Landelijke Stuur­groep Multidisciplinaire Richtlijnontwikkeling in de GGZ en de daaronder ressorterende Commissie Cliëntenparticipatie tot stand gebracht door de werkgroep Somatoforme Klachten en Stoornissen, waarin de deelnemende verenigingen en organisaties hebben samengewerkt.

Methodologische en organisatorische ondersteuning en begeleiding werden verzorgd door het Trimbos-instituut en het Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO.

 

Landelijke Stuurgroep Multidisciplinaire Richtlijnontwikkeling in de GGZ

     Voorzitter

 

Dhr. R.M.W. Smeets

Raad van Bestuur GGZ Friesland

     Vice-voorzitter

 

Dhr. prof.dr. G. Hutschemaekers

De Gelderse Roos

      Secretaris

 

Dhr. dr. A.L.C.M. Henkelman

Trimbos-instituutLeden

       Leden

 

Dhr. dr. PM.A.J. Dingemans

Nederlands Instituut van Psychologen (NIP)

Dhr. dr. A.N. Goudswaard

Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG)

Dhr. dr. H.H.G.M. Lendemeijer

Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland, GGZ Verpleegkunde (V&VN)

Dhr. dr. D.P. Ravelli

Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP)

Dhr. prof.dr. R.W. Trijsburg t

Nederlandse Vereniging voor Psychotherapie

(NVP)

      Agendaleden

 

Dhr. drs. W.PH. Brunenberg

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Mw. dr. G.H.M.M. ten Horn

Voorzitter Commissie Cliëntenparticipatie

     Adviseurs

 

Dhr. ir. T.A. van Barneveld

Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO

Dhr. prof.dr. J.A. Swinkels

AMC De Meren/Trimbos-instituut

 

Methodologische ondersteuning en begeleiding

Trimbos-instituut

Het Trimbos-instituut is het landelijk kennisinstituut voor de geestelijke gezondheids­zorg, verslavingszorg en maatschappelijke zorg en lichamelijke ziektes en legt zich toe op de ontwikkeling, verspreiding, toepassing en evaluatie van kennis. De centrale vraag is op welke manieren deze kennis kan worden ingezet om de geestelijke gezondheid en de kwaliteit van leven van de Nederlandse bevolking te verbeteren.

Het Trimbos-instituut werkt hierbij nauw samen met partners in de wetenschap, praktijk en politiek.

Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO

Het Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO, gevestigd in Utrecht, heeft tot doel de individuele beroepsbeoefenaren, hun beroepsverenigingen en zorginstellingen te ondersteunen bij het verbeteren van de patiëntenzorg. Sinds zijn oprichting in 1979 heeft het CBO zich ontwikkeld tot een toonaangevend en ook internationaal erkend instituut dat via programma's en projecten ondersteuning en begeleiding geeft bij systematisch en gestructureerd meten, verbeteren, herontwerpen en borgen van kwaliteit van de patiëntenzorg.

 

 

 

Doel en doelgroep

De richtlijn is bedoeld voor alle hulpverleners die betrokken zijn bij patiënten/cliënten- zorg aan mensen met SOLK en somatoforme stoornissen in Nederland. Met de richtlijn beogen we houvast te bieden bij bejegening, herkenning, diagnostiek, voorkómen van verergering, behandeling, verwijzing en begeleiding van mensen met SOLK en somatoforme stoornissen. Patiënten kunnen de richtlijn gebruiken bij het overleg met hulpverleners over passende diagnostiek en behandeling.

De richtlijn biedt aanknopingspunten voor hiervan afgeleide richtlijnen per discipline en voor zorgorganisatie, bijvoorbeeld transmurale afspraken en locale protocollen. Daar­naast geeft de richtlijn kennislacunes aan en doet aanbevelingen voor wetenschappelijk onderzoek. Ten slotte bevat de richtlijn aanbevelingen voor implementatie.

Samenstelling werkgroep

Werkgroep Somatoforme klachten en stoornissen

Voorzitter

 

 

Dhr. prof. dr. J.A. Swinkels

 

Vice-voorzitter (en werkgroeplid)

 

Mw. prof. dr. C.M. van

der Feltz-Cornelis

Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie

Leden

 

 

Mw. dr. I. Arnolds

Nederlands Huisartsen Genootschap

Mw. dr. A.H. Blankenstein

Nederlands Huisartsen Genootschap

Dhr. dr. T.K. Bouman

Nederlandse Vereniging voor Psychotherapie

Dhr. prof.dr. J.H. Bolk

Nederlandse Internisten Vereeniging

Mw. drs. K. Bozelie (vanaf 270807)

Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland,

GGZ Verpleegkunde (V&VN)

Dhr. drs. R. Broeders (vanaf 010108)

Nederlandse Vereniging voor

Verzekeringsgeneeskunde

Mw. dr. M.E.F. Bühring

Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie

Dhr. dr. D.J.S. Donker (tot 011207)

Nederlands Instituut van Psychologen

Mw. drs. C.E. Flik

Nederlands Instituut van Psychologen

Dhr. J.L.M. van Gestel (tot 050109)

Koninklijk Nederlands Genootschap voor

Fysiotherapie

Dhr. dr. P.H.T.G. Heuts

Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen

Mw. prof.dr. H.E. van der Horst

Nederlands Huisartsen Genootschap

Dhr. drs. R. Hoederman

Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en

Bedrijfsgeneeskunde

Mw. drs. C.H. Kaufmann (tot 200307)

Nederlandse Vereniging voor Psychotherapie

Dhr. drs. E.J.W. Keuter

Nederlandse Vereniging voor Neurologie

Dhr. prof.dr. H.E. Kremer (tot 250907)

Nederlandse Vereniging voor Neurologie

Dhr. drs. T.C. Olde Hartman

Nederlands Huisartsen Genootschap

Mw. dr. Y.R. van Rood

Nederlands Instituut van Psychologen

Dhr. drs J.A. Spaans

Nederlandse Vereniging voor Psychotherapie

Mw. B. Vanderschuren (tot 260607)

Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland,

GGZ Verpleegkunde (V&VN)

Mw. drs. Ph.Th.M. Weijenborg

Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en

Gynaecologie

Adviseurs

 

 

Mw. drs. E.R. Fischer

Trimbos-instituut

Mw. drs. J.W. Hagemeijer (tot 010908)

Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg

CBO

Inbreng patiëntenperspectief

Commissie Cliëntenparticipatie

Voorzitter

 

 

Mw. dr. G.H.M.M. ten Horn

 

Trimbos-instituut

Secretaris

 

 

Mw. M.H. van der Aar-Peulen

Stichting Labyrinth~In Perspectief

Leden

 

Mw. drs. A.K. Bols

Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa

Mw. drs. H. Boumans

Ypsilon

Mw. A. Faber

Stichting Labyrinth~In Perspectief

Mw. J.T.E. van Hamersveld

Angst, Dwang en Fobiestichting

Mw. drs. A. Kal

Ypsilon

 

Dhr. I. Keuchenius

Angst, Dwang en Fobiestichting

Dhr. Ir. B.H. Kraaijenbrink

Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa

Mw. M. Mannak-Bouman

Stichting Labyrint~In Perspectief

Mw. M.C. Muis

Anoiksis

 

Mw. L. van ’t Veen

Cliëntenbond in de GGZ

Dhr. M.P. Vermeulen

Vereniging voor Manisch Depressieven en

Betrokkenen (VMDB)

Dhr. dr. T.F. van Wel

Gezondheidszorgpsycholoog, medisch

socioloog

Mw. L. Westerhof

Vereniging voor Manisch Depressieven en

Betrokkenen (VMDB)

Mw. I.R.M. Wijne

Landelijke Stichting Zelfbeschadiging (LSZ)

Mw. drs. J. Zwanikken-Leenders

GGZ Den Bosch

Dhr. drs. H. Zwol †

Landelijke Stichting Ouders en Verwanten van

Druggebruikers (LSOVD)

Methode ontwikkeling

Evidence based

Implementatie

De richtlijn wordt verspreid onder de leden van de aan de ontwikkeling van de richtlijn deelnemende wetenschappelijke verenigingen en beroepsverenigingen. Daarnaast wordt een samenvatting van de richtlijn gepubliceerd in relevante tijdschriften.

Werkwijze

Deze paragraaf is opgesteld aan de hand van het ‘Appraisal of Guidelines for Research & Evaluation' (AGREE) instrument. Dit instrument is in een Europees verband opgesteld om de kwaliteit van richtlijnen te kunnen beoordelen. Door de aspecten van AGREE te verwerken in de inleiding van de richtlijn, wordt duidelijk aan welke kwaliteitseisen is voldaan.

 

De werkgroep werkte gedurende twee en een half jaar (14 vergaderingen) aan de totstandkoming van de richtlijn.

De werkgroep heeft uitgangsvragen geformuleerd die gebaseerd zijn op knelpunten die door professionals in de zorg worden ervaren. De werkgroep heeft door middel van systematisch literatuuronderzoek onderzoeksgegevens verzameld ter beantwoording van de uitgangsvragen. Dit leverde een zeer grote hoeveelheid potentieel relevante onderzoeken. De beperkte tijd die voor het maken van deze richtlijn stond, dwong de werkgroep prioriteiten te stellen. Vervolgens schreven de werkgroepleden een paragraaf of hoofdstuk waarin de beoordeelde literatuur werd verwerkt. Tijdens vergaderingen lichtten zij hun teksten toe, dachten mee en discussieerden over andere hoofdstukken.

Een redactiecommissie heeft de teksten uiteindelijk tot een samenhangend geheel geredigeerd.

De richtlijn heeft van december 2008 tot maart 2009 op de website van het Trimbos-instituut en het CBO gestaan om beroepsverenigingen en professionals in de gelegenheid te stellen commentaar te leveren. De commentaren zijn door de werkgroep beoordeeld en waar van toepassing in de richtlijn verwerkt.

 

Wetenschappelijke onderbouwing

De richtlijn is voor zover mogelijk gebaseerd op bewijs uit gepubliceerd wetenschappe­lijk onderzoek. We zochten in de databases van Medline (PubMed), Embase, PsycINFO en Cochrane naar publicaties in het Nederlands, Engels en Duits. Indien we een erg

groot aantal treffers vonden, hebben we ons beperkt tot publicaties die tussen 1997 en 2007 zijn verschenen. Voor de gehanteerde zoektermen verwijzen we naar bijlage II: Systematische literatuursearch. Tevens verkregen we artikelen uit referentielijsten van opgevraagde literatuur. Daarnaast raadpleegden we ook andere richtlijnen voor soma- tofome stoornissen en SOLK. De werkgroepsleden hebben de geselecteerde artikelen beoordeeld op kwaliteit van het onderzoek en ingedeeld naar mate van bewijs. De hierbij gebruikte indeling staat in tabel 2.

 

Format

De beoordeling van de verschillende artikelen is in de verschillende teksten terug te vinden onder het kopje ‘Wetenschappelijke onderbouwing'. Het wetenschappelijke bewijs is vervolgens kort samengevat in een conclusie, met daarbij een niveau van bewijs (zie tabel 1 en 2). Om te komen tot een aanbeveling zijn er naast het wetenschappelijk bewijs nog andere aspecten van belang, zoals patiëntenvoorkeuren, kosten, en beschik­baarheid (in verschillende echelons). Deze aspecten worden vermeld onder het kopje ‘Overige overwegingen'. Deze overwegingen, geformuleerd door werkgroepleden, zijn dus niet gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. De aanbevelingen zijn het resultaat van het beschikbare bewijs en de overige overwegingen.

 

Tabel 2: Indeling van methodologische kwaliteit van individuele onderzoeken

 

Interventie

Diagnostisch onderzoek

Etiologie, prognose

A1

Systematische review van ten onderzoeken van A2-niveau

minste twee onafhankelijk van elkaar uitgevoerde

A2

Gerandomiseerd dubbelblind vergelijkend klinisch onderzoek van goede kwaliteit van voldoende omvang

Onderzoek ten opzichte van een referentietest (een 'gouden standaard') met tevoren gedefinieerde afkapwaarden en onafhankelijke beoordeling van de resultaten van test en gouden standaard, betreffende een voldoende grote serie van opeenvolgende patiënten die allen de index- en referentietest hebben gehad

Prospectief cohortonderzoek van voldoende omvang en follow-up, waarbij adequaat gecontroleerd is voor 'confounding' en selectieve follow-up voldoende is uitgesloten.

B

Vergelijkend onderzoek, maar niet met alle kenmerken als genoemd onder A2 (hieronder valt ook patiënt-controle onderzoek, cohort-onderzoek)

Onderzoek ten opzichte van een referentietest, maar niet met alle kenmerken die onder A2 zijn genoemd

Prospectief cohortonderzoek, maar niet met alle kenmerken als genoemd onder A2 of retrospectief cohortonderzoek of patiënt- controle onderzoek

C

Niet-vergelijkend onderzoek

D

Mening van deskundigen

 

 

Tabel 3: Niveau van conclusie

 

Conclusie gebaseerd op

1

Onderzoek van niveau A1 of ten minste twee onafhankelijk van elkaar uitgevoerde onder­zoeken van niveau A2

2

Eén onderzoek van niveau A2 of ten minste twee onafhankelijk van elkaar uitgevoerde onderzoeken van niveau B

3

Eén onderzoek van niveau B of C

4

Mening van deskundigen

© Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO Handleiding voor werkgroepleden, januari 2006

 

 


Deze classificatie is alleen van toepassing in situaties waarin om ethische of andere redenen gecontroleerde trials niet mogelijk zijn. Zijn die wel mogelijk dan geldt de classificatie voor interventies.

 

Afbakening in de richtlijn

In de richtlijn ligt de nadruk op algemene principes van herkenning, bejegening, diagnos­tiek en behandeling van patiënten met SOLK en somatoforme stoornissen. De richtlijn is uitdrukkelijk van toepasssing voor alle SOLK en somatoforme stoornissen.

 

De voornaamste functie van de richtlijn is het bieden van een ‘moederrichtlijn' waarin alle hulpverleners het generieke beleid kunnen vinden voor SOLK of somatoforme stoornis. Iedere discipline kan deze moederrichtlijn gebruiken om van daaruit haar eigen disciplinespecifieke richtlijn te specificeren.

De werkgroep heeft derhalve besloten de aandacht voor klachtspecifieke aspecten beperkt te houden. Immers, voor klachtspecifieke diagnostiek en beleid bestaan al veel klachtspecifieke richtlijnen, zoals de huisartsgeneeskundige NHG-standaarden, de verzekeringsgeneeskundige protocollen, de interdisciplinaire CBO-richtlijnen en Gezondheidsraadrapporten en de Landelijke Eerstelijns Samenwerkings Afspraken (LESA's). Voor CVS en fibromyalgie is een multidisciplinaire richtlijn in ontwikkeling. Derhalve zal dat hier niet worden behandeld. Ook is besloten om de chronische pijn niet uitgebreid aan bod te laten komen. De werkgroep adviseert om voor chronische pijn een aparte richtlijn te ontwikkelen.Hypochondrie is eerder beschreven in de MDR angststoornissen. We hebben echter besloten deze stoornis toch op te nemen in de richtlijn, omdat hypochondrie in de DSM gerekend wordt tot de somatoforme stoor­nissen. Bovendien zijn er sinds het verschijnen van de richtlijn angststoornissen nieuwe studies verschenen die voor ons reden waren tot aanpassing van de aanbevelingen.

De richtlijn gaat niet over SOLK en somatoforme stoornissen bij kinderen. Deze problematiek, met de grote invloed van ontwikkelingsfasen en de rol van ouders en andere opvoeders, wettigt ons inziens een aparte richtlijn.

Bij het zoeken naar literatuur is besloten om primair te zoeken op de algemene term ‘lichamelijk onverklaarde klacht' (en zijn vele varianten), op de namen van functionele syndromen (zoals prikkelbaredarmsyndroom, en niet-cardiale thoraxpijn) en op DSM-IV somatoforme stoornissen.

Tot slot heeft de werkgroep ervoor gekozen in het hoofdstuk behandeling voor één groep klachten, namelijk buikklachten, de klachtspecifieke aspecten wél uit te werken. Aan de hand van enkele gynaecologische pijnsyndromen en het prikkelba- redarmsyndroom wordt de rol van verschillende klachtspecifieke aspecten bij buikpijn geïllustreerd.

 

Opzet van de richtlijn

Keuzes

Hoewel de werkgroep ervan uitgaat dat de richtlijn zo veel mogelijk gebaseerd moet zijn op resultaten van wetenschappelijk onderzoek, bleek gaandeweg dat de grote hoeveel­heid onderzoeksgegevens slechts zeer fragmentarische kennis representeert. Enkele voorbeelden: over werkgerelateerde factoren bij rugpijn bestaat veel onderzoek, terwijl over de rol van de factor werk bij SOLK en somatoforme stoornissen in het algemeen heel weinig bekend is; kortetermijneffecten van antidepressiva worden vaak onderzocht, terwijl relevanter langetermijnonderzoek ontbreekt; naar bepaalde kruiden is verrassend veel onderzoek gedaan; over organisatie van zorg (stepped care, disease-management, effectiviteit van dezelfde therapie uitgevoerd door verschillende disciplines of in verschil­lende settings) bestaat vrijwel geen onderzoek. De meeste uitgangsvragen bleken niet of slechts zeer gedeeltelijk op basis van bestaand onderzoek te beantwoorden. De werk­groep heeft daarom op veel punten haar eigen praktische expertise laten spreken.

Ter wille van de transparantie van de richtlijn noemen we hier enkele belangrijke keuzes die de werkgroep gemaakt heeft op basis van haar eigen ervaring en consensus:

  • De werkgroep beschouwt SOLK en somatoforme stoornissen als een continuüm, lopend van enerzijds een enkelvoudige lichamelijk onvoldoende verklaarde klacht die nog niet al te lang bestaat en weinig functionele beperkingen met zich meebrengt, via langdurige SOLK met functionele beperkingen en vaak meerdere klachten naar soma­toforme stoornissen die voldoen aan de DSM-criteria, met als ernstigste de somatisa- tiestoornis. Daarbij zien we SOLK vooral als het gevolg van gebrekkige communicatie en verschillen in klachtinterpretatie tussen arts en patiënt, terwijl bij somatoforme stoornissen de rol van psychische stoornissen en aangeboren kwetsbaarheid bij de patiënt toeneemt. Dit leidt tot aanbevelingen over communicatietraining voor alle hulpverleners.
  • De werkgroep ziet een consequent tweesporenbeleid in de eerste lijn als de basis van het beleid bij patiënten met SOLK en somatoforme stoornissen.
  • De werkgroep hanteert stepped care als basisprincipe voor de organisatie van zorg. Dit houdt in dat begonnen wordt met de lichtste vorm van behandeling, en dat alle patiënten die hierop niet verbeteren een tweede en zo nodig derde stap aangeboden krijgen. Het is nog onduidelijk of patiënten met een complexe lang bestaande soma- toforme stoornis met grote belemmeringen in het dagelijks leven er baat bij hebben de eerste stappen over te slaan en direct een hooggespecialiseerde behandeling aangeboden te krijgen.
  • De werkgroep benadrukt het belang van tijdige herkenning en adequate hulp bij SOLK en somatoforme stoornissen. De werkgroep beschouwt somatoforme stoor­nissen, inclusief de somatisatiestoornis, als goed behandelbare aandoeningen, waarbij nog niet te zeggen is welk percentage van de patiënten chronisch last van hun soma- toforme stoornissen zullen houden als zij meer dan nu tijdig adequate hulp krijgen.
  • Werken met patientprofielen die het risico op iatrogene schade dan wel een chronisch beloop aangeven biedt de mogelijkheid om mensen die een hoog risico hebben op ongunstig beloop te identificeren en adequaat te behandelen en begeleiden, door de patient op geleide van diens profiel ergens in de stepped care behandeling in te laten stappen.

Bovenstaande keuzes vormen, naast de wetenschappelijke literatuur, de peilers onder de opzet van de richtlijn.

 

De indeling van de richtlijn

De indeling van de hoofdstukken volgt de uitgangsvragen.

 

Slotopmerking

Daar waar de werkgroep in deze richtlijn ‘hij' schrijft, wordt ook ‘zij' bedoeld.

Daar waar de richtlijn ‘patiënt' schrijft, erkent de werkgroep dat de term ‘cliënt' in de geestelijke gezondheidszorg veel wordt gebruikt. Omwille van de eenheid binnen deze richtlijn en binnen alle GGZ-richtlijnen is echter de term patiënt aangehouden.

Zoekverantwoording

Zoekacties zijn opvraagbaar. Neem hiervoor contact op met de Richtlijnendatabase.