Somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis

Initiatief: NVvP psychiatrie Aantal modules: 15

Medisch-specialistische zorg

Publicatiedatum: 09-07-2026
Beoordeeld op geldigheid: 09-07-2026

Uitgangsvraag

Wat zijn de aanbevelingen voor medisch specialisten om te zorgen dat patiënten met een somatisch-symptoomstoornis of functioneel-neurologisch-symptoomstoornis adequate diagnostiek en behandeling krijgen?

Aanbeveling

Raadpleeg de geldende klacht- en aandoeningsspecifieke richtlijnen voor diagnostiek en differentiaaldiagnose bij aanhoudende lichamelijke klachten (https://richtlijnendatabase.nl/).

 

Pas een biopsychosociale benadering toe, en focus op een positieve, steunende en open arts-patiëntrelatie en daarbij horende communicatie. Gebruik daarbij Tabel 2 in de module Communicatie.

 

Ga standaard uit van een breedsporig beleid, waarbij biologische, psychologische, sociale factoren gelijktijdig in ogenschouw worden genomen. Hiermee hoeft niet gewacht te worden tot biomedische diagnostiek en behandeling zijn afgerond.

 

Om te screenen of er bij iemand met lichamelijke klachten sprake zou kunnen zijn van een somatisch-symptoomstoornis, kunt u de volgende open vraag stellen:

Wat zijn de gevolgen van uw lichamelijke klachten op uzelf en uw dagelijks leven?

Meer gerichte vragen zijn: Merkt u dat u zich veel zorgen maakt over de klachten en/of er veel over piekert? Wordt u regelmatig angstig, gefrustreerd of moedeloos door de klachten? Merkt u dat het omgaan met de klachten u veel tijd of energie kost? Ziet uw leven met deze klachten er heel anders uit dan voordat u deze klachten had? Hoe reageren anderen op uw klachten?

 

Wees oprecht nieuwsgierig naar wat het betekent deze klachten te hebben. Neem een professionele, niet-oordelende en onderzoekende houding aan ten aanzien van het verhaal van de patiënt.

 

Luister open naar de beïnvloedende factoren die patiënten zelf vaak aandragen, zeker wanneer ze merken dat hun verhaal serieus wordt genomen en samen naar een verklaring wordt gezocht.

 

Houd er rekening mee dat patiënten eerder te maken kunnen hebben gehad met stigma in de zorg. Geef erkenning voor de emoties in reactie op eerdere - eventuele negatieve - ervaringen die patiënten hebben gehad.

 

Sta stil bij eigen vooroordelen en hoe deze uw houding en communicatie richting de patiënt beïnvloeden.

 

Vermijd onjuiste of stigmatiserende opmerkingen als ‘er is niks aan de hand’, ‘medisch shoppen’ of ‘u moet er maar gewoon mee leren leven’ in contact met patiënten en andere zorgverleners.

 

Benoem de diagnose functioneel-neurologisch-symptoomstoornis expliciet en leg uit hoe u tot deze diagnose bent gekomen, waarbij u de positieve klinische kenmerken benoemt of demonstreert.

 

Leg bij een functioneel-neurologisch-symptoomstoornis uit welk mechanisme vermoedelijk ten grondslag ligt, in plaats van u te richten op mogelijke oorzaken. Metaforen zoals die van de computer (‘hardware intact, software hapert’) kunnen hierbij behulpzaam zijn.

 

Informeer de patiënt over de bewezen effectieve behandelopties voor aanhoudende lichamelijke klachten, somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis — zowel binnen als buiten de ggz. Hiervoor bestaan digitale hulpmiddelen:

Stem het vervolgbeleid en de regievoering af met de huisarts, waarbij gezamenlijk wordt bepaald wie de coördinerende rol vervult in het verdere behandeltraject.

Overwegingen

Kennis, attitude en communicatie in medisch-specialistische zorg

Communicatie rondom aanhoudende lichamelijke klachten (A- en C criterium somatisch-symptoomstoornis)

Medisch specialisten spelen een sleutelrol in preventie, signaleren en starten van behandeling bij patiënten met een somatisch-symptoomstoornis of functioneel-neurologisch-symptoomstoornis. In de medisch-specialistische zorg dient voorkomen te worden dat deze op zichzelf een negatief beïnvloedende factor wordt door slechte ervaringen. Ook dient voorkomen te worden dat er dualistisch denken ontstaat, en daarmee mogelijke weerstand tegen behandeling op grond van vooroordelen.

 

Als een patiënt zich met lichamelijke klachten presenteert, worden aanvankelijk klacht- en aandoeningsspecifieke richtlijnen voor diagnostiek en behandeling gevolgd (https://richtlijnendatabase.nl/), waarin doorgaans ook psychosociale screening een plek heeft. Niet alle klacht- en aandoeningsspecifieke richtlijnen beschrijven echter expliciet de specifieke (transdiagnostische) biopsychosociale benadering bij aanhoudende lichamelijke klachten. Bij aanhoudende lichamelijke klachten gaat het om klachten die langer dan drie maanden bestaan en het functioneren beperken of lijdensdruk veroorzaken, ongeacht hun oorzaak. De klachten kunnen voorkomen in de context van een somatische, psychische of functionele aandoening, of in de afwezigheid van een bekende aandoening. Bij het aanhouden van deze klachten kunnen biologische, psychologische en sociale factoren een rol spelen (Rutten, 2024; Löwe, 2024). Tevens staat in veel richtlijnen niet beschreven wanneer te denken aan een somatisch-symptoomstoornis.


Artsen kunnen zich zorgen maken om het missen van een biomedische diagnose en het lastig vinden te bepalen hoeveel biomedische diagnostiek noodzakelijk is. Omdat dit hun houding, beleid en uitleg naar patiënten kan beïnvloeden, is het belangrijk te realiseren dat indien er geen biomedische diagnose kan worden gesteld na adequate diagnostiek, de kans op het alsnog vinden van een bekende biomedische verklaring laag lijkt, al blijft dit afhankelijk van de aard van de klachten en de duur van follow-up. In een meta-analyse naar verschillende klachten zoals vermoeidheid, buikpijn en clusters van lichamelijke klachten met mediane follow-up duur van 42 maanden bleek er bij 0.5% alsnog een bekende biomedische verklaring gevonden te worden (Eikelboom, 2016). De werkgroep merkt als limitatie van deze meta-analyse op dat de follow-up periode in de meeste geïncludeerde studies kort was en de aantallen studies en patiënten beperkt. Zeker als het gaat om niet-progressieve aandoeningen, waarbij de tijd tot een biomedische diagnose meerdere jaren kan zijn, zou dit percentage daarom hoger kunnen liggen (Poon, 2022). Dit geldt ook voor 5000-8000 zeldzame ziektes, die ieder afzonderlijk zeer weinig voorkomen, maar samen 6-8% van de algemene bevolking treffen (https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/kwaliteit-van-de-zorg/expertisecentra-zeldzame-aandoeningen). Wat als ‘adequate diagnostiek’ kan worden beschouwd voor een bepaalde klacht is geen vaststaand gegeven en wordt bepaald door de stand van onze huidige kennis.

 

Er wordt bij patiënten wiens aanhoudende lichamelijke klachten hun functioneren en kwaliteit van leven sterk beïnvloeden geadviseerd standaard uit te gaan van een breedsporig beleid. Hiermee wordt bedoeld dat biomedische, psychologische en sociale diagnostiek en behandeling naast elkaar lopen. Dit kan al plaatsvinden vanaf het eerste consult met de patiënt. De aanwezigheid van beïnvloedende factoren van lichamelijke klachten of de aanwezigheid van een somatisch-symptoomstoornis kan worden onderzocht voordat de biomedische diagnostiek is afgerond. Eventuele biopsychosociale behandeling kan naast biomedische behandeling worden gestart. Dit breedsporig beleid heeft als voordeel dat klachten vanuit een breder perspectief worden onderzocht en biopsychosociale factoren tijdig herkend en niet gemist worden. Veel lichamelijke klachten zijn noch exclusieve correlaten van een somatische aandoening noch van een psychische aandoening, zeker niet naar mate de klachten langer duren. Een dualistische visie, waarbij symptomen als ofwel biomedisch ofwel als psychisch worden beschouwd, is niet gebaseerd op wetenschappelijk bewijs (Löwe, 2022; Löwe 2024). 

 

Medisch specialisten kunnen verklaringsmodellen of metaforen kiezen die bij hun vakgebied passen, om lichaam-geest interacties begrijpelijker te maken en zo het begrip en de motivatie voor behandeling van patiënten te vergroten. Er zijn meerdere verklaringsmodellen die in de praktijk vaak flexibel en complementair gebruikt worden door ervaren zorgverleners op het gebied van aanhoudende lichamelijke klachten. Bijvoorbeeld (Saunders, 2023):

  • het ‘multisysteem stress model’, waarbij fysiologische stress reacties binnen een biopsychosociaal paradigma geplaatst worden
  • het ‘gesensitiseerde alarmsysteem’ of ‘haperende software’ vanuit neurowetenschappelijke modellen
  • de ‘belichaamde ervaring’ die vaak wordt toegepast om psychosomatische interacties uit te leggen
  • een ‘gepersonaliseerde uitleg over de lichamelijke klacht’, waarbij specialist en patiënt samen tot een individuele passende verklaring komen.

De genoemde verklaringsmodellen en metaforen zijn bedoeld als hulpmiddel om complexe biopsychosociale interacties inzichtelijk te maken. Zij vormen geen sluitende etiologische verklaring en zijn niet noodzakelijk op elk individueel geval van toepassing. Hoewel sommige modellen worden ondersteund door wetenschappelijk onderzoek naar onderliggende mechanismen, is het bewijs voor directe causale verbanden op individueel niveau beperkt.

 

Patiënten brengen vaak spontaan biopsychosociale factoren ter sprake, vooral wanneer duidelijk wordt gemaakt dat deze factoren niet per se de oorzaak zijn, maar ook een gevolg van hun klachten kunnen zijn. Als artsen vervolgens met hun patiënten open onderzoeken of en hoe de genoemde biopsychosociale factoren eventueel samen zouden kunnen hangen met de lichamelijke klacht, leidt dit tot betere verklaringsmodellen vergeleken met wanneer artsen zelf deze mogelijke samenhang introduceren (Bekhuis, 2020; Stortenbeker, 2022). In Nederland wordt in paramedische-, medisch-psychologische, revalidatie- en ggz settings veel gebruik gemaakt van Diagnostiek volgens het Gevolgenmodel (van Rood, 2017). Hierin staan biopsychosociale gevolgen, die in reactie op lichamelijke klachten ontstaan en lichamelijke klachten, welbevinden en/of functioneren negatief beïnvloeden, centraal. Er zijn aanwijzingen dat een duidelijke uitleg de prognose zou kunnen verbeteren (Frølund Pedersen, 2019), maar hier is nog weinig onderzoek naar verricht. Zie module Communicatie voor concrete aandachtspunten en voorbeeldzinnen.

 

Het toepassen van deze communicatie-adviezen is waarschijnlijk lastiger bij mensen met geringe gezondheidsvaardigheden; dit betreft circa 1 op de 4 Nederlanders, waarbij mensen met laag opleidingsniveau, migratieachtergrond of ouderen oververtegenwoordigd zijn. Als concrete adviezen kan gedacht worden aan de volgende punten: geen basiskennis van het lichaam veronderstellen, rustig spreken met korte zinnen en eenvoudige woorden, herhalen van de belangrijkste punten (maximaal drie). Ook wordt geadviseerd de terugvraagmethode en ondersteunend voorlichtingsmateriaal te gebruiken, zie bijvoorbeeld informatie op de website van Pharos of volg de interactieve e-learning ‘Goed begrepen’.  

 

Communicatie rondom diagnostiek psychologische reactie op de lichamelijke klachten (B-criterium somatisch-symptoomstoornis)

Een patiënt met lichamelijke klachten voldoet alleen aan de classificatie van een somatisch-symptoomstoornis als er tevens sprake is van een ‘excessieve’ of ‘disproportionele’ psychologische reactie op de lichamelijke klachten. Het B-criterium zegt dus niets over de aard en ernst van de lichamelijke klachten zelf. De werkgroep is van mening dat het gebruik van de woorden ‘excessieve’ en ‘disproportionele’ in de praktijk normatief kan worden ervaren, zie toelichting hierover in de Algemene inleiding. De psychologische reactie op lichamelijke klachten is vaak begrijpelijk, maar het gaat over de mate waarin gedachten, gevoelens of gedragingen persisterend en overheersend aanwezig zijn en in significante mate bijdragen aan lijdensdruk of beperkingen in het functioneren. Open vragen die gesteld zouden kunnen worden om een beeld te krijgen van de psychologische reactie zijn: Hoe zag uw leven voor het ontstaan van de lichamelijke klachten eruit en hoe nu? Hoe hebben de lichamelijke klachten uw leven beïnvloed? Wat zijn de gevolgen van uw lichamelijke klachten op uw dagelijks leven?

Mocht de patiënt toelichting willen op waar hij of zij aan kan denken, zijn voorbeelden van meer gerichte vragen: Merkt u dat u zich veel zorgen maakt over de klachten en/of er veel over piekert? Wordt u regelmatig angstig, gefrustreerd of moedeloos door de klachten? Merkt u dat het omgaan met de klachten u veel tijd of energie kost? Heeft u dingen in uw leven op moeten geven door de klachten? Hoe reageren anderen op uw klachten?

 

Een bevestigend antwoord op één of meerdere van deze vragen betekent niet automatisch dat sprake is van een ‘excessieve’ of ‘disproportionele’ reactie in de zin van het B-criterium. Deze vragen zijn bedoeld als hulpmiddel om gedachten, gevoelens en gedragingen te verkennen. De beoordeling of sprake is van een somatisch-symptoomstoornis vraagt altijd om een integrale klinische weging van duur, intensiteit, dominantie en impact op het functioneren, in de context van de individuele situatie en eventuele somatische onzekerheid.

 

Hieronder wordt een aantal praktijkvoorbeelden beschreven van gedachten, gevoelens en gedragingen in reactie op de lichamelijke klachten waarbij de medisch specialist een somatisch-symptoomstoornis zou kunnen overwegen of herkennen. Hierbij dient opgemerkt te worden dat gedachten, gevoelens en gedrag vaak niet zo strikt te onderscheiden zijn:

 

Reactie op lichamelijke klachten: gedachten

  • Een patiënt kan door gegeneraliseerde pijn zijn kinderen niet meer zelf naar school brengen. Hij heeft de gedachte dat hij niets waard is als vader. 
  • Een chirurg ziet een patiënte met pijn in haar rechterbeen door een hernia bij wie geen operatie-indicatie is. De patiënte geeft aan dat zij blijft piekeren over de klachten, mede door de gedachte dat haar moeder met precies dezelfde klachten in een rolstoel is beland.
  • Een oncoloog merkt dat een patiënt ondanks een geslaagde curatieve behandeling van de darmkanker veel last van vermoeidheid blijft houden. De gedachte ‘niet zeuren, ik moet toch blij zijn dat ik genezen ben?’ komt steeds op. Hij houdt zijn werk alleen vol door thuis veel te slapen.

Reactie op lichamelijke klachten: gevoelens

  • De reumatoloog vindt het opvallend dat iemand met reumatoïde artritis nog maar zeer korte afstanden kan lopen, dit herkent hij niet van andere patiënten met ongeveer hetzelfde stadium van deze aandoening. De patiënt vertelt dat hij bang is zijn gewrichten verder te beschadigen. Ondanks uitleg van de reumatoloog, dat bewegen niet schadelijk is maar juist belangrijk, blijft de patiënt angstig.
  • Er is bij een oudere patiënt sprake van pijn die tot eenzaamheid, moedeloosheid en depressie heeft geleid.
  • Een patiënte heeft bekkenhypermobiliteit en -pijn overgehouden na haar gecompliceerde bevalling in het ziekenhuis. Iedere keer als haar bekkenklachten toenemen in de loop van de dag, wordt ze boos op zichzelf: ‘als ik toen duidelijker had gezegd dat ik een ruggenprik wilde, had ik nu niet zulke ernstige klachten gehad!’.

Reactie op lichamelijke klachten: gedrag

  • Een patiënt met buikpijn volgt op eigen initiatief een ingewikkeld en tijdrovend dieet, waardoor gezamenlijk eten met het gezin of anderen vrijwel onmogelijk is geworden.
  • Een patiënte met tinnitus vertelt dat ze helemaal beheerst wordt door het piepen en suizen en bemerkt dat haar lijf steeds meer ‘één brok spanning wordt’, waarvoor ze veel pijnstillers gebruikt.
  • Een patiënte met post-exertionele malaise, maanden na een acute infectie, heeft uitgebreid somatisch onderzoek ondergaan en leefstijladviezen opgevolgd zonder merkbaar effect. Zij vertelt dat ze een groot deel van haar dag bezig is met het analyseren en piekeren over de vraag of zij qua leefstijl alles optimaal doet om te herstellen, en dat zij veel afspraken heeft bij alternatieve behandelaars, wat veel energie en geld kost.

Diagnostiek en communicatie rondom de functioneel-neurologisch-symptoomstoornis

De diagnose functioneel-neurologisch-symptoomstoornis wordt door de neuroloog gesteld op basis van positieve klinische neurologische kenmerken en niet op grond van de aanwezigheid van psychologische of sociale factoren. Hiermee wordt benadrukt dat functioneel-neurologisch-symptoomstoornis een positief gestelde neurologische diagnose betreft, waarbij biopsychosociale factoren relevant zijn voor duiding en behandeling, maar geen onderdeel vormen van de diagnostische criteria.

 

Hoewel de diagnose functioneel-neurologisch-symptoomstoornis in principe door een neuroloog wordt gesteld, kan deze – afhankelijk van de klachten – ook door andere medisch specialisten met relevante expertise worden vastgesteld, zo nodig in samenspraak met een neuroloog. Dit betreft bijvoorbeeld KNO-artsen bij functionele slik-, stem- of gehoorklachten en oogartsen bij functionele visusstoornissen Ramsay (2024). Voorwaarde is dat de diagnose wordt gebaseerd op positieve klinische kenmerken en plaatsvindt na adequate somatische beoordeling; het betreft nadrukkelijk geen diagnose per exclusionem.

 

Om duidelijk te maken hoe de diagnose functioneel-neurologisch-symptoomstoornis tot stand is gekomen, kunnen de positieve klinische kenmerken besproken of gedemonstreerd worden. Denk hierbij aan het tonen van het Hoover’s sign of entrainment test bij het neurologisch onderzoek bij bewegingsstoornissen, of het bespreken van de klinische kenmerken die typisch zijn voor een functionele aanval, zoals een waxing and waning beloop of afwezigheid van postictale fase na een langdurige aanval met bewustzijnsverandering (Carson, 2016).

Voor de classificatie functioneel-neurologisch-symptoomstoornis is het niet langer nodig om een verband vast te stellen tussen psychische factoren en het ontstaan of verergeren van de klachten (Vermeulen, 2015). Desalniettemin is het, net als bij andere aandoeningen waarbij vaker sprake is van psychiatrische comorbiditeit, zinvol om te informeren naar psychologische factoren.

 

Het onderliggende mechanisme bij de functioneel-neurologisch-symptoomstoornis kan uitgelegd worden als een communicatieprobleem tussen verschillende hersengebieden en de rest van het lichaam. Hierbij kan de ‘computermetafoor’ gebruikt worden: bij de functioneel-neurologisch-symptoomstoornis is er geen schade aan de hersenen of zenuwen (de hardware is intact) maar ontstaan er klachten doordat er iets mis gaat in de samenwerking van hersengebieden (de software hapert). De informatiefolder over de functionele neurologische stoornis van de Nederlandse Vereniging voor Neurologie is geschikt om mee te geven.

 

Een goede uitleg van de diagnose functioneel-neurologisch-symptoomstoornis draagt bij aan begrip en acceptatie van de diagnose, bereidheid tot het volgen van behandeling, en het herstel (Gelauff, 2020; Aybek, 2022). De belangrijkste elementen van een diagnostisch consult bij de neuroloog zijn (Carson, 2016):

  1. neem het probleem serieus
  2. benoem de diagnose functioneel-neurologisch-symptoomstoornis expliciet (in plaats van alleen uitgesloten diagnosen benoemen)
  3. leg uit hoe de diagnose tot stand is gekomen (positieve neurologische klinische kenmerken)
  4. geef uitleg over het onderliggende mechanisme in plaats van de veronderstelde oorzaak
  5. bespreek dat bij recent ontstane klachten spontaan herstel regelmatig optreedt en dat behandeling vaak effectief is; benoem bij aanhoudende klachten ook de realistische prognose dat ongeveer 1 op de 3 patiënten niet (volledig) herstelt.
  6. verstrek schriftelijke informatie
  7. verwijs voor behandeling.

Onderzoek laat zien dat er soms jaren zitten tussen het ontstaan van de klachten en het bespreken van de diagnose, met als gevolg onnodige consultaties, aanvullende onderzoeken en behandelingen, evenals hogere zorgconsumptie en directe en indirecte zorgkosten (Aasadi Pooya, 2017; Tinazzi, 2021). De werkgroep adviseert om de functioneel-neurologisch-symptoomstoornis al snel in het diagnostisch proces als differentiaaldiagnose te benoemen indien de klachten hierbij kunnen passen.

 

Onderzoek toont aan dat een duidelijke uitleg van de diagnose functioneel-neurologisch-symptoomstoornis bijdraagt aan een positievere ervaring van patiënten en hun bereidheid om het behandeladvies op te volgen (Thompson, 2005; Hall - Patch, 2010; Dworetzky, 2015).

 

Kennis en communicatie rondom behandelmogelijkheden

Na het stellen of vermoeden van een somatisch-symptoomstoornis kan de medisch specialist, afhankelijk van expertise en behandelvraag, verwijzen naar passende behandelaren voor verdere uitleg, begeleiding en behandeling. Er zijn verschillende behandelmogelijkheden voor patiënten met (een risico op het ontwikkelen van) een somatisch-symptoomstoornis. Deze behandeling hoeft niet altijd in de ggz plaats te vinden, maar kan vaak ook door medisch psychologen binnen het ziekenhuis, de huisarts, (psychosomatisch) oefen- of fysiotherapeut, ergotherapeut, diëtist, logopedist of in een revalidatiecentrum. Psychosomatische fysiotherapie en oefentherapie worden in de praktijk regelmatig ingezet als onderdeel van de eerste behandelstappen. Er is onderzoek beschikbaar naar fysiotherapeutische interventies bij aanhoudende lichamelijke klachten in bredere zin (zie bijvoorbeeld Wortman, 2023), maar onderzoek naar effectiviteit specifiek bij patiënten met een classificatie somatisch-symptoomstoornis ontbreekt. Voor de functioneel-neurologisch-symptoomstoornis zijn er specifieke klachtspecifieke behandelmogelijkheden binnen en buiten de ggz (zie ook module Paramedische en psychologische behandeling voor FNS). Idealiter verwijst de neuroloog of andere medisch specialist na het stellen van de diagnose – in samenspraak met de patiënt – direct door voor behandeling.

 

De werkgroep acht het van belang dat bij (een vermoeden van) een somatisch-symptoomstoornis de beschikbare behandelopties expliciet worden benoemd. Hierdoor weet de patiënt dat behandeling mogelijk is, ook wanneer deze niet binnen de medisch-specialistische setting wordt gestart. Welke zorgverlener het vervolg bespreekt en initieert, is afhankelijk van de verwijsvraag, de behandelcontext en de gemaakte afspraken tussen betrokken zorgverleners. Het herhaaldelijk benoemen van behandelperspectieven door verschillende zorgverleners draagt bij aan een consistente boodschap binnen de zorgketen.

 

Licht toe dat de keuze voor behandeling afhankelijk is van het type en de ernst van de lichamelijke klachten, de gevolgen ervan en het effect van eerdere behandelingen. Voor praktische tips, voorbeeldzinnen en digitale hulpmiddelen om behandelopties effectief te bespreken wordt verwezen naar de module Communicatie. Stem het vervolgbeleid en de regievoering af met de huisarts, waarbij gezamenlijk wordt bepaald wie de coördinerende rol vervult in het verdere behandeltraject.


Een stroomschema van behandelopties bij functioneel-neurologisch-symptoomstoornis is opgenomen in de Zorgstandaard Functioneel-neurologisch-symptoomstoornis (Akwa GGZ, 2026). Een overzicht van getrainde paramedische behandelaren is te vinden via FNS-net. Een overzicht van behandelaren / behandelcentra voor aanhoudende lichamelijke klachten, somatisch-symptoomstoornis en functioneel-somatisch-symptoomstoornis is te vinden op de zorgkaart NALK.

 

Wanneer diagnostiek, uitleg, behandeling en/of gezamenlijke besluitvorming met de patiënt moeizaam verlopen, dient de medisch specialist laagdrempelig consultatie- en liaisonpsychiatrie en/of medische psychologie te overwegen. Voor het betrekken van deze expertise is geen verdenking op een psychiatrische stoornis vereist. Consultatie- en liaisonpsychiatrie kan juist worden gevraagd ter ondersteuning van een geïntegreerde biopsychosociale analyse en het komen tot een passende behandelstrategie en communicatie met de patiënt.

 

Verminderen stigma en versterken positieve attitude in communicatie

Onderzoek naar het effect van interventies om stigma bij medisch specialisten over een somatisch-symptoomstoornis te verminderen is nog niet verricht. Het effect om stigma te verminderen over functioneel-neurologisch-symptoomstoornis is effectief, na het volgen van workshop van in totaal zes uur waren bijna alle medisch specialisten overtuigd dat de klachten echt waren, en was er een grote toename in kennis over en het nut van behandeling en meer overtuiging dat patiënten oprecht zijn in plaats van ‘manipulatief’ (Medina, 2020). Stigma is een gelaagd fenomeen, dat zich onder andere uit in verbale en non-verbale communicatie. Op basis van patiëntervaringen is een aantal algemene richtingen te formuleren die medisch specialisten kunnen helpen eigen attitude en daardoor communicatie te verbeteren:

  • Bewustwording van eventuele (onbewuste) oordelen over patiënten met een somatisch-symptoomstoornis of een functioneel-neurologisch-symptoomstoornis, en hoe deze de eigen houding en taal beïnvloeden. Omdat het lichaam-geest dualisme diep in ons denken zit, is het lastig om de vooroordelen die hieruit voortkomen volledig los te laten. Onderwijs en nascholing kan hierbij helpen.
  • Het aanspreken van collega’s als in onderling overleg niet-juiste of stigmatiserende opmerkingen worden gemaakt over patiënten (‘het is niets’, ‘het zit tussen de oren’, ‘medisch shoppen’, ‘ziektewinst’) en suggesties doen hoe hierin correct te communiceren, om wat wordt overgedragen via het verborgen curriculum ten positieve te veranderen.
  • Oprechte nieuwsgierigheid naar wat klachten bij iemand teweegbrengen en aandacht hebben voor wat bepaalde woorden of uitdrukkingen betekenen voor iemand. Opmerkingen naar patiënten als ‘er is niets met u aan de hand’ of ‘u moet er maar gewoon mee leren leven’ dienen vermeden te worden.
  • Patiënten die al een langere voorgeschiedenis in de gezondheidszorg hebben met hun klachten, hebben vaak negatieve ervaringen achter de rug, waardoor ze mogelijk wantrouwender of defensiever reageren bij een nieuw medisch consult. Hierdoor belanden ze sneller in een vicieuze cirkel met een negatieve arts-patiëntrelatie. Open vragen naar eerdere ervaringen - en het geven van erkenning voor eventuele slechte ervaringen die patiënten hebben gehad - kunnen bijdragen aan een arts-patiëntrelatie met meer wederzijds vertrouwen.

Waarden en voorkeuren van patiënten (en hun naasten)

Een biopsychosociale benadering zoals geboden zou moeten worden bij een somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis, wordt door veel patiënten met aanhoudende lichamelijke klachten gewaardeerd (Mirzaei, 2013; Wortman, 2022). Er is echter een relevant verschil tussen de mensen met biomedisch verklaarde en onverklaarde klachten. Patiënten met lichamelijke klachten, bij wie er geen somatische aandoening is gevonden, blijven vaak lang in onzekerheid over waar hun klachten door worden veroorzaakt en/of hoe deze behandeld kunnen worden. Ze kunnen ook een dilemma ervaren dat als ze ingaan op psychosociale factoren - die ze vaak herkennen als beïnvloedende factor - de biomedische kant onderbelicht of vergeten wordt (Toye, 2010). Patiënten ondergaan vaak herhaaldelijk consulten in medisch-specialistische setting die vervolgens niet leiden tot een uitleg of behandelplan, en ervaren de interactie met medisch-specialisten soms als negatief, stresserend of stigmatiserend. Net als patiënten met lichamelijke klachten waarvoor een biomedische verklaring is gevonden, hebben patiënten met lichamelijke klachten zonder bekende somatische verklaring behoefte om serieus genomen te worden en positieve emotionele steun te ontvangen (Kromme, 2018). Patiënten met lichamelijke klachten, bij wie er geen bekende somatische aandoening is gevonden, voelen zich serieus genomen wanneer zij:

  • empathisch benaderd worden
  • als individu worden gezien
  • als gelijkwaardige gesprekspartner benaderd worden
  • normale aandacht krijgen voor hun klachten
  • een duidelijke uitleg / verklaringsmodel krijgen
  • betrokken worden bij behandelkeuzes (Houwen, 2017; Löwe, 2024).

Bij patiënten met lichamelijke klachten in de context van een bekende chronische somatische aandoening is de arts-patiëntrelatie vaak beter en acceptatie van een biopsychosociale benadering vanzelfsprekender, omdat er minder stigma bestaat en de klachten gemakkelijker binnen het bestaande medische denken kunnen worden geplaatst (Ko, 2022).

 

Kosten (middelenbeslag)

Voor de somatisch-symptoomstoornis is nog beperkt empirisch bewijs, maar onderzoek naar de functioneel-neurologisch-symptoomstoornis heeft laten zien dat er soms meerdere jaren tijd zit tussen het ontstaan van de klachten en het vaststellen of bespreken van de diagnose, met hoge zorg- en maatschappelijke kosten (Tinazzi, 2021; Stephen, 2021). Een goede uitleg over de diagnose kan leiden tot een afname van zorgkosten (Lagrand, 2023).

 

Een breedsporig beleid en meer aandacht besteden aan een goede arts-patiëntrelatie kan ervoor zorgen dat een consult meer tijd kost. Dit zal eenmalig de kosten voor het eerste consult en eventuele follow-up consulten verhogen. Op dit moment wordt dit nauwelijks vergoed in het dbc-systeem. Echter de verwachting is dat totale zorgkosten zullen verlagen, omdat er minder (onnodige) diagnostiek en doorverwijzingen naar andere medisch specialisten noodzakelijk zijn. Bovendien zal iemand sneller passende behandeling krijgen, aangezien er aanwijzingen zijn dat de diagnostische vertraging zeer lang kan zijn (Herzog, 2018). Zelfs als de totale zorgkosten gelijk zouden blijven, zal dit naar verwachting een verschuiving inhouden naar doelmatige zorgkosten en een afname betekenen van maatschappelijke kosten. Hier is echter voor de somatisch-symptoomstoornis nog geen wetenschappelijke onderbouwing over bekend.

 

Er zijn op dit moment weinig behandelplekken binnen de revalidatiegeneeskunde voor functioneel-neurologisch-symptoomstoornis, hoewel er op dit gebied wel veel kennis en ervaring aanwezig is. Het beperkte aantal plekken hangt samen met ontbrekende financiering, doordat de diagnose niet binnen de kwaliteitsstandaard Indicatiestelling medisch-specialistische revalidatie paste. De nieuwe definitie van functioneel-neurologisch-symptoomstoornis, waarin de focus ligt op positieve klinische kenmerken, geeft aanleiding om deze indicatiestelling te heroverwegen.

 

Aanvaardbaarheid, haalbaarheid en implementatie

Veel medische professionals geven aan dat ze zich onvoldoende toegerust voelen om goed te communiceren met patiënten met een functioneel-neurologisch-symptoomstoornis en hebben behoefte aan meer scholing en training (McLoughlin, 2023). Scholing draagt niet alleen bij aan het verbeteren van de kennis en een positievere attitude naar de aandoening, maar wordt door de deelnemers ook als nuttig en haalbaar beoordeeld (Medina, 2021). Meer scholing over de functioneel-neurologisch-symptoomstoornis lijkt dus aanvaardbaar en haalbaar. 

 

Medisch specialisten zien het niet altijd als hun verantwoordelijkheid om kennis en kunde te hebben om bij te dragen aan kwalitatief goede zorg voor patiënten met een somatisch-symptoomstoornis, zeker als er geen somatische aandoening is vastgesteld binnen hun specialisme. Het kennisniveau en de vaardigheden worden vaak als onvoldoende ervaren, omdat de basisprincipes weinig aan bod komen in de studie geneeskunde en de medisch-specialistische vervolgopleidingen. Vanwege de hoge prevalentie van de somatisch-symptoomstoornis zou dit verbeterd moeten worden, maar aangezien bestaande opleidingscurricula aanpassen niet eenvoudig is, is het mogelijk haalbaarder te beginnen met nascholingen voor medisch specialisten. Er is een Nederlandse online nascholing beschikbaar, die ook gericht is op en geaccrediteerd voor medisch specialisten, die kennis en vaardigheden kan vergroten (van Gils, 2021): e-learning Aanhoudende Lichamelijke Klachten.

 

De uitleg en communicatiewijze, zoals beschreven in de aanbevelingen en Tabel 1 (zie appendix), daadwerkelijk tot standaard maken is enerzijds vrij eenvoudig, maar anderzijds complex omdat bestaande gewoontes en cultuur veranderen moeilijk is. Men is nu eenmaal gewend consulten te voeren zoals het altijd al gaat en werkwijze en systemen zijn hierop ingericht. Het is daarom nodig dat (bewustzijn over het belang van) de communicatiewijze in opleidingen en nascholingen aan bod komt. Het veranderen van gewoontes en cultuur moet op afdelingsniveau actief gefaciliteerd worden. Hiervoor zijn ook systeemveranderingen nodig, zodat meer tijd ingeruimd kan worden en langere consulten ook vergoed worden. Daarnaast is het belangrijk dat, als deze verandering plaatsvindt in een medisch-specialistische setting, dit ingebed is in een regionaal gezondheidszorgsysteem met voldoende beschikbare behandelopties en waarbinnen laagdrempelig afgestemd kan worden (zie module Samenwerking). Langdurige behandeling van patiënten met een somatisch-symptoomstoornis door medisch specialisten wordt door de specialisten zelf vaak niet wenselijk geacht, omdat ze ervaren beperkt wat te bieden te hebben en er bovendien schaarste is in de zorg. Patiënten geven aan deze behoefte meestal ook niet te hebben als ze in het begin al serieus genomen zijn en er een duidelijk plan van aanpak komt.

 

Rationale van de aanbevelingen

Kennis over wat de classificaties somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis inhouden en hoe veelvoorkomend ze zijn, kan leiden tot meer bewustzijn van de sleutelrol van medisch specialisten. Kennis over het toepassen van het biopsychosociale model bij aanhoudende lichamelijke klachten bevordert een empathische houding en positieve communicatie door de medisch specialist. Een breedsporig beleid, waarbij biomedische- en biopsychosociale diagnostiek en behandeling parallel kunnen lopen leidt tot betere kwaliteit van zorg. Kleine veranderingen in benadering kunnen een preventief effect hebben, leiden tot minder diagnostische vertraging, toegang tot effectieve behandeling vergroten en meer werkplezier geven door een betere arts-patiëntrelatie. Tot slot zijn meer onderwijs en systeemveranderingen in de organisatie van zorg noodzakelijk om deze benadering te faciliteren. Aangezien er beperkte beschikbare literatuur is, is er consensus gezocht binnen de werkgroep over de aanbevelingen.

Onderbouwing

Medisch specialisten zien dagelijks mensen met lichamelijke klachten. Een psychologische reactie (in de vorm van gedachten, gevoelens, gedrag) op deze klachten is normaal. Bij een deel van de mensen blijken de lichamelijke klachten aanhoudend en beïnvloedt hun psychologische reactie daarop hun dagelijks functioneren en/of welbevinden in aanzienlijke mate. Hoewel het in dergelijke situaties passend kan zijn een somatisch-symptoomstoornis te overwegen en te bespreken, gebeurt dit in de praktijk vaak niet. Medisch specialisten beschouwen het doorgaans niet als hun taak of deskundigheid deze DSM-5 classificatie te stellen. Daarnaast bestaat bij zowel patiënten als medisch specialisten vaak de verwachting dat een verwijzing naar de polikliniek primair gericht is op het stellen, behandelen of uitsluiten van een biomedische diagnose. Ook speelt de hardnekkige, onjuiste veronderstelling dat lichamelijke klachten onverklaard of psychisch veroorzaakt moeten zijn om tot een DSM-5 classificatie te komen. Aanhoudende lichamelijke klachten komen voor binnen uiteenlopende medisch-specialistische disciplines, waaronder neurologie, gynaecologie, cardiologie, interne geneeskunde, MDL, anesthesiologie, reumatologie, longgeneeskunde, en brengen vergelijkbare diagnostische en communicatieve uitdagingen met zich mee. Medisch specialisten kunnen daarom een sleutelrol spelen in preventie van ontwikkeling van een somatisch-symptoomstoornis bij mensen met aanhoudende lichamelijke klachten. Daarnaast vormen zij een essentiële schakel in het tijdig initiëren en faciliteren van passende behandeling bij een somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis.

 

Aanhoudende lichamelijke klachten betreft een brede parapluterm. Het kan gaan om klachten in de context van een biomedische-, psychiatrische- of functionele aandoening, of in de afwezigheid van een bekende aandoening (Löwe, 2024). Een somatisch-symptoomstoornis en een functioneel-neurologisch-symptoomstoornis zijn specifieke DSM-5 classificaties, waarbij het hebben van lichamelijke klachten - ongeacht hun etiologie - onderdeel is (APA, 2013). Een somatisch-symptoomstoornis kan dus ook voorkomen bij mensen met een biomedische diagnose. De Algemene inleiding van deze richtlijn geeft een uitgebreidere uitleg over terminologie en concepten. Het medisch-specialistisch traject wordt meestal afgerond als er geen biomedische diagnose wordt gevonden of als de onderliggende pathofysiologie van een aandoening is (uit)behandeld. Kennis en vaardigheden op het gebied van adequate communicatie, uitleg en behandelopties voor aanhoudende lichamelijke klachten – die verder reiken dan alleen biomedische interventies – krijgen nog onvoldoende aandacht. In deze module wordt toegelicht hoe kleine veranderingen in communicatie en attitude een groot verschil kunnen maken voor patiënten en voor de specialist zelf — bijvoorbeeld door meer grip te krijgen op als complex ervaren consulten en een meer bevredigende arts-patiëntrelatie.

 

Deze module richt zich specifiek op kennis, attitude en communicatie rondom diagnostiek en uitleg over aanhoudende lichamelijke klachten in het algemeen en deze DSM-5 classificaties in het bijzonder. In deze module komen eerst de knelpunten in de medisch-specialistische setting aan bod en biedt vervolgens aanbevelingen voor verbetering van kennis, attitude en communicatie.

 

Knelpunten rondom kennis, attitude en communicatie in medisch-specialistische zorg

Knelpunt: Ontbreken bewustzijn aard en hoge prevalentie somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis

Veel medisch specialisten zijn zich door onbekendheid en misvattingen onvoldoende bewust van de aard en hoge prevalentie van somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis. Bij patiënten met een functioneel somatisch syndroom wordt er waarschijnlijk vaker aan gedacht dan bij patiënten met een andere chronische aandoening, terwijl de prevalentiecijfers in beide gevallen ongeveer gelijk zijn. Uit een review blijkt dat bij somatische (pulmonaire, cardiologische, endocrinologische en chronische pijn) aandoeningen er in 24% van de gevallen óók een somatisch-symptoomstoornis geclassificeerd kan worden (Löwe, 2022). Deze schatting wordt bevestigd in recente studies bij gastro-intestinale aandoeningen (Berens, 2021), de ziekte van Parkinson (Onofrj, 2021) en borstkanker (Li, 2022). Bij functioneel somatische syndromen, zoals fibromyalgie en prikkelbaredarmsyndroom, voldoet naar schatting ook ongeveer een kwart aan de criteria voor somatisch-symptoomstoornis (Löwe, 2022). Een functioneel-neurologisch-symptoomstoornis is comorbide bij ongeveer een kwart van de patiënten met de ziekte van Parkinson (Wissel, 2018), 13% van de patiënten met multiple sclerosis (Walzl, 2021) en 20% van de patiënten met epilepsie (Kutlubaev, 2018). Hoewel de lijdenslast van chronische somatische aandoeningen als ze samengaan met een somatisch-symptoomstoornis of functioneel-neurologisch-symptoomstoornis hoger is dan wanneer dit niet het geval is, is er nog weinig bekend over wat dit betekent voor prognose en behandeling.

Bij oudere patiënten kunnen atypische ziektepresentatie en multimorbiditeit de diagnostiek bemoeilijken, waardoor lichamelijke klachten en hun psychologische reactie soms onterecht aan ‘de leeftijd’ worden toegeschreven. Dit kan ertoe leiden dat een somatisch-symptoomstoornis en een functioneel-neurologisch-symptoomstoornis over het hoofd worden gezien.

 

Knelpunt: Dominantie medisch model in plaats van biopsychosociale visie

Het van meet af aan lichamelijke klachten biopsychosociaal beschouwen gebeurt – behalve bij geriatrie, revalidatie en in de kindergeneeskunde – zelden in de medisch-specialistische praktijk. Zowel patiënten als medisch specialisten hebben vaak het idee dat éérst alle biomedische oorzaken uitgesloten moeten worden, voordat men (aanhoudende) lichamelijke klachten in een biopsychosociaal perspectief kan beschouwen. Ook wordt vaak onterecht gedacht dat eerst alle biomedische behandelmogelijkheden doorlopen moeten zijn, alvorens over een somatisch-symptoomstoornis te kunnen spreken. Het medisch model, waarop onze zorg is gebaseerd, beïnvloedt sterk deze manier van denken en de onderlinge verwachtingen. Het medisch model bevordert lichaam-geestdualisme (het hardnekkige denken in termen van lichamelijk óf psychisch). In het medisch model staan diagnostiek en behandelen van biomedische diagnoses centraal. ‘Objectief meetbare afwijkingen’ gerelateerd aan deze biomedische diagnose zijn leidend in een behandelplan, ook al is bekend dat deze er niet altijd zijn of niet (sterk) correleren met de ziektelast die iemand ervaart, zeker niet naarmate klachten langer bestaan (Conway, 2011; Fairbrass, 2020; Hansen, 2022; Choutka, 2022; Murphy, 2023; Ochi, 2024). De ziektelast wordt mede bepaald door een breder palet aan beïnvloedende biopsychosociale factoren. Bij een somatisch-symptoomstoornis is het daarom niet relevant of de lichamelijke klachten geheel, deels of niet biomedisch verklaard kunnen worden. Een eventuele biomedische verklaring blijft, met het oog op passende behandelmogelijkheden, vanzelfsprekend wel relevant.

 

Knelpunt: Stigma in gezondheidszorg

Bij een somatisch-symptoomstoornis is er per definitie sprake van aanhoudende lichamelijke klachten. Patiënten met aanhoudende lichamelijke klachten, met name als er geen bekende biomedische diagnose is, worden door een groot deel van de artsen en andere zorgverleners als ‘lastig’, ‘eisend’ en ‘moeilijk’ ervaren (Maatz, 2016; Barnett, 2022). Dit lijkt te komen doordat artsen zich onvoldoende opgeleid en bekwaam voelen om mensen vanuit een biopsychosociaal kader te behandelen en/of hiervoor onvoldoende tijd hebben in hun consult, zoals toegelicht onder het knelpunt ‘Gebrek aan onderwijs, vaardigheden en bekendheid met hulpmiddelen’. Artsen hebben de neiging interactieproblemen vooral aan veronderstelde (psychische) patiëntkenmerken toe te schrijven, terwijl er aanwijzingen zijn dat hun eigen interactiestijl of gevoelde machteloosheid hierin een rol zouden kunnen spelen (Kromme, 2018; Stortenbeker, 2021). Voorts blijken artsen niet goed te zijn in onderscheid maken tussen lichamelijke klachten met en zonder biomedische verklaring: als ze de patiënt sympathiek vinden, zijn ze eerder geneigd te denken aan een biomedische verklaring (Nimnuan, 2001). Aanhoudende lichamelijke klachten, met name als geen somatische aandoening bekend is, worden door sommige artsen bewust of onbewust beschouwd als ‘geen echte lichamelijke klachten’, waarvan mensen niet zoveel last en ontwrichting kunnen ervaren als van ‘een daadwerkelijke aandoening’. Als artsen mogen aangeven welk woord het eerste in ze opkomt als ze aan ‘medisch onverklaarde klachten’ denken, gebruiken ze vooral negatief geladen emotionele bewoordingen als ‘moeilijk’ of ‘gezeur’ (Hanssen, 2019). Dit heeft tot gevolg dat patiënten met verschillende vormen van aanhoudende lichamelijke klachten stigma ervaren in de gezondheidszorg (MacDuffie, 2020; Ko, 2022; Treufeldt 2024), wat gevolgen heeft voor hoe patiënten zichzelf en hun klachten zien en hoe ze er vervolgens mee omgaan. 

 

Medisch specialisten herkennen mogelijk de psychologische reactie op lichamelijke klachten (zoals bedoeld in het B-criterium van de somatisch-symptoomstoornis) wanneer er géén biomedische verklaring wordt gevonden. Toch wordt in zulke gevallen vaak geen passende zorg geboden, vanwege stigma en een gebrek aan kennis of vaardigheden. Wanneer dezelfde psychologische reactie optreedt, maar er wél een biomedische verklaring is, wordt deze reactie daarentegen vaak als ‘normaal’ beschouwd. Ook dan blijft passende zorg vaak uit. Gestandaardiseerde vragenlijsten (zoals de SSD-12) kunnen mogelijk bijdragen aan het systematisch signaleren van excessieve psychologische reacties op lichamelijke klachten. In de medisch-specialistische praktijk worden dergelijke instrumenten momenteel echter vooral in onderzoeksverband toegepast (Cao, 2020; Buck, 2025).

 

Ook mensen met een functioneel-neurologisch-symptoomstoornis en hun mantelzorgers ervaren vaker stigma dan mensen met vergelijkbare neurologische aandoeningen. Dit komt deels doordat sommige medisch specialisten de functioneel-neurologisch-symptoomstoornis nog steeds onterecht verwarren met simulatie of nabootsing. Ook bestaat onder sommige medische specialisten de misvatting dat de patiënt wel degelijk controle over de klachten heeft en er dus eigenlijk sprake is van ‘gedrag’ met als doel aandacht te krijgen (McLoughlin, 2024).

 

Knelpunt: Problemen in arts-patiëntrelatie

Hoewel een open en empathische arts-patiëntrelatie essentieel is, kan deze onder druk te komen staan door verwachtingen en interpretaties binnen het consult. Artsen kunnen bijvoorbeeld ervaren dat patiënten met lichamelijke klachten zonder duidelijke somatische verklaring klagerig communiceren, sterk gericht zijn op biomedische diagnostiek of minder openstaan voor psychosociale factoren. Onderzoek suggereert echter dat dergelijke beelden grotendeels gebaseerd zijn op artsenervaringen en interpretaties, en niet op aantoonbare verschillen in communicatie (Ring, 2004; Ring, 2005). Uit linguïstisch onderzoek in de huisartsenpraktijk is gebleken dat patiënten met een bekende somatische aandoening hetzelfde communiceren als patiënten zonder een bekende biomedische verklaring voor hun lichamelijke klachten. De heersende ideeën over ‘typische’ patiëntcommunicatie lijken dus mede samen te hangen met interpretaties van artsen, eerder dan met aantoonbare verschillen in communicatie (Stortenbeker, 2021). Artsen lijken zich minder te storen als patiënten met een somatische aandoening ’subjectief’, ‘vaag’ of ‘overdreven’ over hun klachten praten, mogelijk omdat ze zich in die situaties beter toegerust voelen. Ook de veronderstellingen dat patiënten biomedische interventies ‘eisen’ en niet over beïnvloedende factoren willen praten kloppen niet. Artsen tonen niet altijd empathie, gaan niet op de door patiënten zelf geopperde psychosociale factoren in of geven verwarrende boodschappen (Salmon, 2005; Salmon, 2007; Salmon, 2009, Morriss, 2009). Het weinige onderzoek naar attitude en arts-patiëntrelatie dat verricht is in een medisch-specialistische setting, betreft vooral kwalitatief onderzoek onder specialisten zoals cardiologen, gastro-enterologen, reumatologen en neurologen. De mate van uitleg die aan patiënten wordt gegeven is variabel. Diverse studies laten zien dat neurologen vaak nog moeite hebben om de diagnose functioneel-neurologisch-symptoomstoornis helder te communiceren, wat bij patiënten en hun naasten kan leiden tot verwarring over de diagnose en een moeilijkere start van de behandeling (McLoughlin, 2024). In onderzoek onder internisten bleek dat zij bij patiënten met aanhoudende lichamelijke klachten zonder duidelijke biomedische verklaring vaker professionele afstand bewaren dan bij patiënten met een chronische somatische aandoening (Kromme, 2018). Hierdoor kan (onbedoeld) een zichzelf versterkende interactiedynamiek ontstaan, waarbij negatieve ervaringen aan beide kanten leiden tot wederzijds minder vertrouwen. Dit kan bijdragen aan het beeld van de specialist dat deze patiënten ‘lastig’ zijn. Consulten met deze patiëntengroep worden door artsen verschillend ervaren; deze ervaringen hangen mede samen met consultcontext en kenmerken van de patiënt, waaronder leeftijd en geslacht, wat het belang onderstreept van afstemming van communicatie en benadering op de individuele patiënt (Kromme, 2018). Daarnaast zijn zorgverleners niet altijd voldoende toegerust om beperkte gezondheidsvaardigheden, laaggeletterdheid en culturele factoren te herkennen en hier communicatief op aan te sluiten, wat kan bijdragen aan misverstanden.

 

Knelpunt: Gebrek aan onderwijs, vaardigheden en bekendheid met hulpmiddelen

In de geneeskundestudie is zeer weinig onderwijs over het ervaren van lichamelijke klachten en hierbij beïnvloedende biopsychosociale factoren in het algemeen, en over somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis in het bijzonder. Dit komt doordat ze als ongemakkelijke en verwarrende onderwerpen worden ervaren waarvoor niemand verantwoordelijkheid ervaart (Nagel, 2024). Medisch specialisten geven zelf aan weinig tot geen onderwijs over aanhoudende lichamelijke klachten te hebben gehad in hun specialistische vervolgopleiding en rolmodellen ontbreken (Warner, 2017; McLoughlin,

 2024). Ze nemen hierdoor relevante biopsychosociale factoren in hun diagnostiek onvoldoende mee, wat een negatief effect heeft op de diagnostiek, indicatiestelling en behandeling op de lange termijn. Medisch specialisten ervaren daardoor gevoelens van angst, frustratie, en gebrek aan competentie. Ze merken dat ze mede worden gevormd door negatieve attitudes van oudere collega’s (Yon, 2015), ook wel het ‘verborgen curriculum’ genoemd. Hierdoor verschilt de uitleg sterk per specialisme en per individuele specialist. Door het gebrek aan onderwijs, is er vaak onvoldoende kennis over beschikbare (digitale) hulpmiddelen die de communicatie en zorg voor patiënten met aanhoudende lichamelijke klachten, een somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis kunnen verbeteren.

Er is geen systematisch literatuuronderzoek uitgevoerd omdat er bij een verkennende inventarisatie geen wetenschappelijke studies naar de effectiviteit van vergroten kennis en verbetering van attitude, communicatie, en arts-patiëntrelatie door medisch specialisten voor de preventie of de prognose van een somatisch-symptoomstoornis bekend zijn. Voor de functioneel-neurologisch-symptoomstoornis is relevante literatuur beschikbaar; vanwege het voornemen van de Nederlandse Vereniging voor Neurologie om een eigen FNS-richtlijn te ontwikkelen, is ervoor gekozen in deze module geen afzonderlijk literatuuronderzoek naar neurologie specifieke aanbevelingen uit te voeren. De huidige submodule is grotendeels gebaseerd op expert opinie en consensus binnen de werkgroep, aanvullend op beschikbare literatuur over de functioneel-neurologisch-symptoomstoornis en andere concepten (zie ook: Algemene inleiding) dan de somatisch-symptoomstoornis.

  1. Asadi-Pooya AA, Tinker J. Delay in diagnosis of psychogenic nonepileptic seizures in adults: A post hoc study. Epilepsy Behav. 2017 Oct;75:143-145. doi: 10.1016/j.yebeh.2017.08.005. Epub 2017 Sep 15. PMID: 28865250.
  2. Barnett C, Davis R, Mitchell C, Tyson S. The vicious cycle of functional neurological disorders: a synthesis of healthcare professionals' views on working with patients with functional neurological disorder. Disabil Rehabil. 2022 May;44(10):1802-1811. doi: 10.1080/09638288.2020.1822935. Epub 2020 Sep 24. PMID: 32970485.
  3. Bekhuis E, Gol J, Burton C, Rosmalen J. Patients' descriptions of the relation between physical symptoms and negative emotions: a qualitative analysis of primary care consultations. Br J Gen Pract. 2020 Jan 30;70(691):e78-e85. doi: 10.3399/bjgp19X707369. PMID: 31848200
  4. Berens S, Schaefert R, Ehrenthal JC, Baumeister D, Gauss A, Eich W, Tesarz J. The Validity of Somatic Symptom Disorder in Patients With Gastrointestinal Complaints. J Clin Gastroenterol. 2021 Sep 1;55(8):e66-e7. doi: 10.1097/MCG.0000000000001505. PMID: 33780221.
  5. Buck L, Peters L, Maehder K, Hartel F, Hoven H, Harth V, Härter M, Löwe B, Toussaint A. Risk of somatic symptom disorder in people with major medical disorders: Cross-sectional results from the population-based Hamburg City Health Study. J Psychosom Res. 2025 Feb;189:111997. doi: 10.1016/j.jpsychores.2024.111997. Epub 2024 Nov 28. PMID: 39644881.
  6. Cao J, Wei J, Fritzsche K, Toussaint AC, Li T, Jiang Y, Zhang L, Zhang Y, Chen H, Wu H, Ma X, Li W, Ren J, Lu W, Müller AM, Leonhart R. Prevalence of DSM-5 somatic symptom disorder in Chinese outpatients from general hospital care. Gen Hosp Psychiatry. 2020 Jan-Feb;62:63-71. doi: 10.1016/j.genhosppsych.2019.11.010. Epub 2019 Nov 29. PMID: 31841874.
  7. Carson A, Lehn A, Ludwig L, Stone J. Explaining functional disorders in the neurology clinic: a photo story. Pract Neurol. 2016 Feb;16(1):56-61. doi: 10.1136/practneurol-2015-001242. PMID: 26769761.
  8. Choutka J, Jansari V, Hornig M, Iwasaki A. Unexplained post-acute infection syndromes. Nat Med. 2022 May;28(5):911-923. doi: 10.1038/s41591-022-01810-6. Epub 2022 May 18. Erratum in: Nat Med. 2022 Aug;28(8):1723. doi: 10.1038/s41591-022-01952-7. PMID: 35585196.
  9. Conway AM, Nordon IM, Hinchliffe RJ, Thompson MM, Loftus IM. Patient-reported symptoms are independent of disease severity in patients with primary varicose veins. Vascular. 2011 Oct;19(5):262-8. doi: 10.1258/vasc.2011.oa0303. Epub 2011 Aug 5. PMID: 21821663.
  10. Dworetzky BA. What Are We Communicating When We Present the Diagnosis of PNES? Epilepsy Curr. 2015 Nov-Dec;15(6):353-7. doi: 10.5698/1535-7511-15.6.353. PMID: 26633963; PMCID: PMC4657778.
  11. Eikelboom EM, Tak LM, Roest AM, Rosmalen JGM. A systematic review and meta-analysis of the percentage of revised diagnoses in functional somatic symptoms. J Psychosom Res. 2016 Sep;88:60-67. doi: 10.1016/j.jpsychores.2016.07.001. Epub 2016 Jul 25. PMID: 27455914.
  12. Fairbrass KM, Costantino SJ, Gracie DJ, Ford AC. Prevalence of irritable bowel syndrome-type symptoms in patients with inflammatory bowel disease in remission: a systematic review and meta-analysis. Lancet Gastroenterol Hepatol. 2020 Dec;5(12):1053-1062. doi: 10.1016/S2468-1253(20)30300-9. Epub 2020 Oct 2. PMID: 33010814.
  13. Frølund Pedersen H, Holsting A, Frostholm L, Rask C, Jensen JS, Høeg MD, Schröder A. "Understand your illness and your needs": Assessment-informed patient education for people with multiple functional somatic syndromes. Patient Educ Couns. 2019 Sep;102(9):1662-1671. doi: 10.1016/j.pec.2019.04.016. Epub 2019 Apr 17. PMID: 31023608.
  14. Gelauff J, Stone J, Edwards M, Carson A. The prognosis of functional (psychogenic) motor symptoms: a systematic review. J Neurol Neurosurg Psychiatry. 2014 Feb;85(2):220-6. doi: 10.1136/jnnp-2013-305321. Epub 2013 Sep 12. PMID: 24029543.
  15. Gelauff JM, Rosmalen JGM, Carson A, Dijk JM, Ekkel M, Nielsen G, Stone J, Tijssen MAJ. Internet-based self-help randomized trial for motor functional neurologic disorder (SHIFT). Neurology. 2020 Sep 29;95(13):e1883-e1896. doi: 10.1212/WNL.0000000000010381. Epub 2020 Jul 20. PMID: 32690783.
  16. van Gils A, Tak LM, Sattel H, Rosmalen JGM. Development and User Experiences of a Biopsychosocial Interprofessional Online Course on Persistent Somatic Symptoms. Front Psychiatry. 2021 Nov 3;12:725546. doi: 10.3389/fpsyt.2021.725546. PMID: 34819884.
  17. Hall-Patch L, Brown R, House A, Howlett S, Kemp S, Lawton G, Mayor R, Smith P, Reuber M; NEST collaborators. Acceptability and effectiveness of a strategy for the communication of the diagnosis of psychogenic nonepileptic seizures. Epilepsia. 2010 Jan;51(1):70-8. doi: 10.1111/j.1528-1167.2009.02099.x. Epub 2009 Apr 27. PMID: 19453708.
  18. Hansen L, Chang MF, Hiatt S, Dieckmann NF, Mitra A, Lyons KS, Lee CS. Symptom Classes in Decompensated Liver Disease. Clin Gastroenterol Hepatol. 2022 Nov;20(11):2551-2557.e1. doi: 10.1016/j.cgh.2021.11.023. Epub 2021 Nov 20. PMID: 34813941; PMCID: PMC9120261.
  19. Hanssen D, Rosmalen J. Cloudy attitude? Healthcare professionals’ one-word descriptions of working with patients with medically unexplained symptoms. J Psychosom Res. 2019;121:109. doi: 10.1016/j.jpsychores.2019.03.032
  20. Heijmans M, Olde Hartman TC, van Weel-Baumgarten E, Dowrick C, Lucassen PL, van Weel C. Experts' opinions on the management of medically unexplained symptoms in primary care. A qualitative analysis of narrative reviews and scientific editorials. Fam Pract. 2011 Aug;28(4):444-55. doi: 10.1093/fampra/cmr004. Epub 2011 Mar 2. PMID: 21368064.
  21. Herzog A, Shedden-Mora MC, Jordan P, Löwe B. Duration of untreated illness in patients with somatoform disorders. J Psychosom Res. 2018 Apr;107:1-6. doi: 10.1016/j.jpsychores.2018.01.011. Epub 2018 Jan 31. PMID: 29502757.
  22. Houwen J, Lucassen PLBJ, Stappers HW, Assendelft PJJ, van Dulmen S, Olde Hartman TC. Medically unexplained symptoms: the person, the symptoms and the dialogue. Fam Pract. 2017 Apr 1;34(2):245-251. doi: 10.1093/fampra/cmw132. PMID: 28122842.
  23. Ko C, Lucassen P, van der Linden B, Ballering A, Olde Hartman T. Stigma perceived by patients with functional somatic syndromes and its effect on health outcomes - A systematic review. J Psychosom Res. 2022 Mar;154:110715. doi: 10.1016/j.jpsychores.2021.110715. Epub 2022 Jan 6. PMID: 35016138.
  24. Kromme NMH, Ahaus KTB, Gans ROB, van de Wiel HBM (2018) Internists’ dilemmas in their interactions with chronically ill patients; A comparison of their interaction strategies and dilemmas in two different medical contexts. PLoS One. 2018 May 30;13(5):e0194133. doi: 10.1371/journal.pone.0194133. PMID: 29847552.
  25. Kutlubaev MA, Xu Y, Hackett ML, Stone J. Dual diagnosis of epilepsy and psychogenic nonepileptic seizures: systematic review and meta-analysis of frequency, correlates, and outcomes. Epilepsy Behav. 2018;89:70–78. doi: 10.1016/j.yebeh.2018.10.010. PMID: 30384103.
  26. Lagrand TJ, Jones M, Bernard A, Lehn AC. Health Care Utilization in Functional Neurologic Disorders: Impact of Explaining the Diagnosis of Functional Seizures on Health Care Costs. Neurol Clin Pract. 2023 Feb;13(1):e200111. doi: 10.1212/CPJ.0000000000200111. Epub 2023 Jan 11. PMID: 36865642; PMCID: PMC9973286.
  27. Li J, Fritzsche K, Glinka M, Pang Y, Song L, Wang Y, Li Z, He Y, Zhang Y, He S, Leonhart R, Toussaint AK, Tang L. Prevalence of DSM-5 somatic symptom disorder in Chinese patients with breast cancer. Psychooncology. 2022 Aug;31(8):1302-1312. doi: 10.1002/pon.5932. Epub 2022 Apr 4. PMID: 35353396.
  28. Löwe B, Andresen V, Van den Bergh O, Huber TB, von dem Knesebeck O, Lohse AW, Nestoriuc Y, Schneider G, Schneider SW, Schramm C, Ständer S, Vettorazzi E, Zapf A, Shedden-Mora M, Toussaint A. Persistent SOMAtic symptoms ACROSS diseases - from risk factors to modification: scientific framework and overarching protocol of the interdisciplinary SOMACROSS research unit (RU 5211). BMJ Open. 2022 Jan 21;12(1):e057596. doi: 10.1136/bmjopen-2021-057596. PMID: 35063961.
  29. Löwe B, Levenson J, Depping M, Hüsing P, Kohlmann S, Lehmann M, Shedden-Mora M, Toussaint A, Uhlenbusch N, Weigel A. Somatic symptom disorder: a scoping review on the empirical evidence of a new diagnosis. Psychol Med. 2022 Mar;52(4):632-648. doi: 10.1017/S0033291721004177. Epub 2021 Nov 15. PMID: 34776017.
  30. Löwe B, Toussaint A, Rosmalen JGM, Huang WL, Burton C, Weigel A, Levenson JL, Henningsen P. Persistent physical symptoms: definition, genesis, and management. Lancet. 2024 Jun 15;403(10444):2649-2662. doi: 10.1016/S0140-6736(24)00623-8. PMID: 38879263.
  31. Maatz A, Wainwright M, Russell AJ, Macnaughton J, Yiannakou Y. What's 'difficult'? A multi-stage qualitative analysis of secondary care specialists' experiences with medically unexplained symptoms. J Psychosom Res. 2016 Nov;90:1-9. doi: 10.1016/j.jpsychores.2016.09.005. Epub 2016 Sep 9. PMID: 27772554.
  32. MacDuffie KE, Grubbs L, Best T, LaRoche S, Mildon B, Myers L, Stafford E, Rommelfanger KS. Stigma and functional neurological disorder: a research agenda targeting the clinical encounter. CNS Spectr. 2020 Dec 3:1-6. doi: 10.1017/S1092852920002084. PMID: 33267932.
  33. McLoughlin C, McGhie-Fraser B, Carson A, Olde Hartman T, Stone J. How stigma unfolds for patients with Functional Neurological Disorder. J Psychosom Res. 2024 Jun;181:111667. doi: 10.1016/j.jpsychores.2024.111667. Epub 2024 Apr 16. PMID: 38658293.
  34. Medina M, Giambarberi L, Lazarow SS, Lockman J, Faridi N, Hooshmad F, Karasov A, Bajestan SN. Using Patient-Centered Clinical Neuroscience to Deliver the Diagnosis of Functional Neurological Disorder (FND): Results from an Innovative Educational Workshop. Acad Psychiatry. 2021 Apr;45(2):185-189. doi: 10.1007/s40596-020-01324-8. Epub 2020 Oct 14. PMID: 33058046.
  35. Mirzaei M, Aspin C, Essue B, Jeon YH, Dugdale P, Usherwood T, Leeder S. A patient-centred approach to health service delivery: improving health outcomes for people with chronic illness. BMC Health Serv Res. 2013 Jul 3;13:251. doi: 10.1186/1472-6963-13-251. PMID: 23819721
  36. Morriss R, Gask L, Dowrick C, Dunn G, Peters S, Ring A, Davies J, Salmon P. Randomized trial of reattribution on psychosocial talk between doctors and patients with medically unexplained symptoms. Psychol Med. 2010 Feb;40(2):325-33. doi: 10.1017/S0033291709990353. Epub 2009 Jul 2. PMID: 19573262.
  37. Murphy SL, Chen YT, Lee YC, Carns M, Aren K, Korman B, Hinchcliff M, Varga J. Differences in symptom experience among patients with systemic sclerosis: a cluster analytic approach to identifying subgroups. Rheumatology (Oxford). 2023 Feb 6;62(SI):SI64-SI73. doi: 10.1093/rheumatology/keac444. PMID: 35920770.
  38. Nagel C, Queenan C, Burton C. What are medical students taught about persistent physical symptoms? A scoping review of the literature. BMC Med Educ. 2024 Jun 4;24(1):618. doi: 10.1186/s12909-024-05610-z. PMID: 3883500.
  39. Nimnuan C, Hotopf M, Wessely S. Medically unexplained symptoms: how often and why are they missed? QJM. 2000 Jan;93(1):21-8. doi: 10.1093/qjmed/93.1.21. PMID: 10623778.
  40. Ochi S, Sonomoto K, Nakayamada S, Tanaka Y. Predictors of functional improvement and pain reduction in rheumatoid arthritis patients who achieved low disease activity with disease-modifying antirheumatic drugs: a retrospective study of the FIRST Registry. Arthritis Res Ther. 2024 Jul 26;26(1):140. doi: 10.1186/s13075-024-03369-8. PMID: 39061106.
  41. Onofrj M, Russo M, Carrarini C, Delli Pizzi S, Thomas A, Bonanni L, Espay AJ, Sensi SL. Functional neurological disorder and somatic symptom disorder in Parkinson's disease. J Neurol Sci. 2022 Feb 15;433:120017. doi: 10.1016/j.jns.2021.120017. Epub 2021 Oct 2. PMID: 34629180.
  42. Poon D, Law GR, Major G, Andreyev HJN. A systematic review and meta-analysis on the prevalence of non-malignant, organic gastrointestinal disorders misdiagnosed as irritable bowel syndrome. Sci Rep. 2022 Feb 4;12(1):1949. doi: 10.1038/s41598-022-05933-1. PMID: 35121775.
  43. Ring A, Dowrick C, Humphris G, Salmon P. Do patients with unexplained physical symptoms pressurise general practitioners for somatic treatment? A qualitative study. BMJ. 2004 May 1;328(7447):1057. doi: 10.1136/bmj.38057.622639.EE. Epub 2004 Mar 31. PMID: 15056592.
  44. Ring A, Dowrick CF, Humphris GM, Davies J, Salmon P. The somatising effect of clinical consultation: what patients and doctors say and do not say when patients present medically unexplained physical symptoms. Soc Sci Med. 2005 Oct;61(7):1505-15. doi: 10.1016/j.socscimed.2005.03.014. PMID: 15922499.
  45. van Rood, Y., & de Roos, C. (2017). Somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten en somatisch-symptoomstoornis: Protocol voor een gepersonaliseerd behandelplan voor patiënten met somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (SOLK). In G. Keijsers, A. van Minnen, M. Verbraak, K. Hoogduin, & P. Emmelkamp (red.), Protocollaire behandelingen voor volwassenen met psychische klachten 3 (pp. 19-62). Uitgeverij Boom.
  46. Rutten S, den Boer C, Tak LM. Van SOLK naar ALK: voortschrijdend inzicht. Ned Tijdschr Geneeskd. 2024 Jun 27;168:D8101. PMID: 38989687.
  47. Salmon P, Humphris GM, Ring A, Davies JC, Dowrick CF. Primary care consultations about medically unexplained symptoms: patient presentations and doctor responses that influence the probability of somatic intervention. Psychosom Med. 2007 Jul-Aug;69(6):571-7. doi: 10.1097/PSY.0b013e3180cabc85. Epub 2007 Jul 16. PMID: 17636151.
  48. Salmon P, Ring A, Dowrick CF, Humphris GM. What do general practice patients want when they present medically unexplained symptoms, and why do their doctors feel pressurized? J Psychosom Res. 2005 Oct;59(4):255-60; discussion 261-2. doi:10.1016/j.jpsychores.2005.03.004. PMID: 16223629.
  49. Salmon P, Ring A, Humphris GM, Davies JC, Dowrick CF. Primary care consultations about medically unexplained symptoms: how do patients indicate what they want? J Gen Intern Med. 2009 Apr;24(4):450-6. doi: 10.1007/s11606-008-0898-0. PMID: 19165548.
  50. Saunders C, Treufeldt H, Rask MT, Pedersen HF, Rask C, Burton C, Frostholm L. Explanations for functional somatic symptoms across European treatment settings: A mixed methods study. J Psychosom Res. 2023 Mar;166:111155. doi: 10.1016/j.jpsychores.2023.111155. Epub 2023 Jan 13. PMID: 36680846.
  51. Schaefert R, Hausteiner-Wiehle C, Häuser W, Ronel J, Herrmann M, Henningsen P. Non-specific, functional, and somatoform bodily complaints. Dtsch Arztebl Int. 2012 Nov;109(47):803-13. doi: 10.3238/arztebl.2012.0803. Epub 2012 Nov 23. PMID: 23248710; PMCID: PMC3521192.
  52. Stephen CD, Fung V, Lungu CI, Espay AJ. Assessment of Emergency Department and Inpatient Use and Costs in Adult and Pediatric Functional Neurological Disorders. JAMA Neurol. 2021 Jan 1;78(1):88-101. doi: 10.1001/jamaneurol.2020.3753. PMID: 33104173; PMCID: PMC7589058.
  53. Stortenbeker I, Stommel W, Olde Hartman T, van Dulmen S, Das E. How General Practitioners Raise Psychosocial Concerns as a Potential Cause of Medically Unexplained Symptoms: A Conversation Analysis. Health Commun. 2022 May;37(6):696-707. doi: 10.1080/10410236.2020.1864888. Epub 2021 Jan 13. PMID: 33441007.
  54. Stortenbeker I, Olde Hartman T, Kwerreveld A, Stommel W, van Dulmen S, Das E. Unexplained versus explained symptoms: The difference is not in patients' language use. A quantitative analysis of linguistic markers. J Psychosom Res. 2021 Nov 8;152:110667. doi: 10.1016/j.jpsychores.2021.110667. PMID: 34775157.
  55. Thompson NC, Osorio I, Hunter EE. Nonepileptic seizures: reframing the diagnosis. Perspect Psychiatr Care. 2005 Apr-Jun;41(2):71-8. doi: 10.1111/j.1744-6163.2005.00023.x. PMID: 15924578.
  56. Tinazzi M, Gandolfi M, Landi S, Leardini C. Economic Costs of Delayed Diagnosis of Functional Motor Disorders: Preliminary Results From a Cohort of Patients of a Specialized Clinic. Front Neurol. 2021 Dec 8;12:786126. doi: 10.3389/fneur.2021.786126. PMID: 34956066; PMCID: PMC8692714.
  57. Toye F, Barker K. 'Could I be imagining this?' - the dialectic struggles of people with persistent unexplained back pain. Disabil Rehabil. 2010;32(21):1722-32. doi: 10.3109/09638281003657857. PMID: 20170277.
  58. Treufeldt H, Burton C. Stigmatisation in medical encounters for persistent physical symptoms/functional disorders: Scoping review and thematic synthesis. Patient Educ Couns. 2024 Feb 7;123:108198. doi: 10.1016/j.pec.2024.108198. PMID: 38367305.
  59. Vermeulen M, Willems MH. Conversiestoornis: van DSM-IV naar DSM-5 of van psychiatrische naar neurologische diagnose. Tijdschr Psychiatr. 2015;57(8):569-76. PMID: 26402892.
  60. Walzl D, Solomon AJ, Stone J. Functional neurological disorder and multiple sclerosis: a systematic review of misdiagnosis and clinical overlap. J Neurol. 2022 Feb;269(2):654-663. doi: 10.1007/s00415-021-10436-6. Epub 2021 Feb 21. PMID: 33611631.
  61. Warner A, Walters K, Lamahewa K, Buszewicz M. How do hospital doctors manage patients with medically unexplained symptoms: a qualitative study of physicians. J R Soc Med. 2017 Feb;110(2):65-72. doi: 10.1177/0141076816686348. PMID: 28169588.
  62. Wissel BD, Dwivedi AK, Merola A, Chin D, Jacob C, Duker AP, Vaughan JE, Lovera L, LaFaver K, Levy A, Lang AE, Morgante F, Nirenberg MJ, Stephen C, Sharma N, Romagnolo A, Lopiano L, Balint B, Yu XX, Bhatia KP, Espay AJ. Functional neurological disorders in Parkinson disease. J Neurol Neurosurg Psychiatry. 2018 Jun;89(6):566-571. doi: 10.1136/jnnp-2017-317378. Epub 2018 Mar 16. PMID: 29549192.
  63. Wortman MSH, Olde Hartman TC, van der Wouden JC, Dankers S, Visser B, Assendelft WJJ, van der Horst HE. Perceived working mechanisms of psychosomatic therapy in patients with persistent somatic symptoms in primary care: a qualitative study. BMJ Open. 2022 Jan 12;12(1):e057145. doi: 10.1136/bmjopen-2021-057145. PMID: 35022178
  64. Wortman MSH, van der Wouden JC, Twisk JWR, Visser B, Assendelft WJJ, van der Horst HE, Olde Hartman TC. Effectiveness of psychosomatic therapy for patients with persistent somatic symptoms: Results from the CORPUS randomised controlled trial in primary care. J Psychosom Res. 2023 Apr;167:111178. doi: 10.1016/j.jpsychores.2023.111178. Epub 2023 Feb 1. PMID: 36753944.
  65. Yon K, Nettleton S, Walters K, Lamahewa K, Buszewicz M. Junior doctors' experiences of managing patients with medically unexplained symptoms: a qualitative study. BMJ Open. 2015 Dec 1;5(12):e009593. doi: 10.1136/bmjopen-2015-009593. PMID: 26628528.
  66. Ramsay, N., McKee, J., Al-Ani, G., Stone, J. (2024). How do I manage functional visual loss. https://www.research.ed.ac.uk/en/publications/how-do-i-manage-functional-visual-loss/

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 09-07-2026

Beoordeeld op geldigheid  : 09-07-2026

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie
Geautoriseerd door:
  • Federatie Vaktherapeutische Beroepen
  • Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie
  • MIND Landelijk Platform Psychische Gezondheid
  • Kenniscentrum NALK
  • Nederlands Instituut van Psychologen
  • Nederlandse Internisten Vereniging
  • Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie
  • Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie
  • Nederlandse Vereniging voor Verzekeringsgeneeskunde
  • Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie
  • Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen

Algemene gegevens

Er is een verklaring van geen bezwaar afgegeven door:

  • Ergotherapie Nederland
  • Nederlandse Vereniging voor Neurologie
  • Nederlands Huisartsen Genootschap

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is in 2023 een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van alle relevante specialismen (zie hiervoor de Samenstelling van de werkgroep) die betrokken zijn bij de zorg voor mensen met een somatisch-symptoomstoornis of functioneel-neurologisch-symptoomstoornis.

 

Werkgroep

  • dr. E. (Ella) Bekhuis, psychiater, namens de NVvP
  • D. (Door) Boxhoorn, patiëntvertegenwoordiger, namens het NALK (tot mei 2025)
  • K. (Karin) Bruynesteyn, patiëntvertegenwoordiger, namens het NALK (tot april 2024)
  • dr. E.M.J. (Elisabeth) Foncke, neuroloog, namens de NVN
  • S. (Sem) Foreman, patiëntvertegenwoordiger, namens het NALK
  • dr. J. (Jeannette) Gelauff, AIOS neurologie, namens de NVN (vanaf maart 2025)
  • dr. D.J.C. (Denise) Hanssen, klinisch psycholoog/psychotherapeut, namens het NIP
  • dr. H. (Hanneke) Kalisvaart, psychomotorisch therapeut, namens Vaktherapie Nederland
  • drs. M. (Manouk) van de Klundert, patiëntvertegenwoordiger, namens het NALK
  • prof. dr. R.C. (Richard) Oude Voshaar, psychiater, namens de NVvP
  • prof. dr. J.G.M. (Judith) Rosmalen, hoogleraar, persoonlijke titel
  • dr. S. (Sonja) Rutten, psychiater, namens de NVvP
  • drs. C.A. (Lot) Spiertz, klinisch psycholoog/psychotherapeut, namens het NIP
  • dr. L.M. (Lineke) Tak (voorzitter), psychiater, namens de NVvP
  • dr. P.E. (Els) van Westrienen, docent-senior onderzoeker, namens het KNGF
  • prof. dr. A.P. (André) Wolff, anesthesioloog-pijnspecialist, namens de NVA
  • dr. L.N.L. (Lyonne) Zonneveld, klinisch psycholoog/psychotherapeut, namens het NIP

Klankbordgroep

  • drs. M. (Marieke) van Beugen, revalidatiearts, namens de Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen (VRA)
  • drs. B.F. (Bart) van Buchem, fysiotherapeut, namens het KNGF
  • drs. W.B. (Wouter) Doorn, klinisch geriater, namens de Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie (NVKG)
  • H.W.P.C. (Henk) van de Meerendonk, bedrijfsarts, namens de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB)
  • dr. A.F. (Alex) Muller, internist-endocrinoloog, namens Nederlandse Internisten Vereniging (NIV)
  • dr. S.L. (Sonja) van Ockenburg, internist, namens de NIV
  • dr. T.C. (Tim) Olde Hartman, huisarts(-onderzoeker), namens het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG)
  • drs. R.F.A. (René) Oosterwijk, revalidatiearts, namens de VRA
  • E.M. (Ilse) Otten, ergotherapeut, namens Ergotherapie Nederland (EN)
  • drs. F. (Felice) Tauer, vaktherapeut, namens de Vaktherapie Nederland
  • dr. K.H.N. (Kristel) Weerdesteijn, verzekeringsarts, namens de Nederlandse Vereniging voor Verzekeringsgeneeskunde (NVVG)
  • dr. M.S.H. (Margreet) Wortman, senior onderzoeker, namens de Vereniging van Oefentherapeuten Cesar en Mensendieck (VvOCM)

Met ondersteuning van

  • dr. M.L. (Marja) Molag, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • drs. L.C. (Laura) van Wijngaarden, junior adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten

Belangenverklaringen

Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.

 

Tabel 1. Gemelde (neven)functies en belangen werkgroep

Werkgroeplid

Functie

Nevenfuncties

Gemelde belangen

Ondernomen actie

E. (Ella) Bekhuis

Psychiater, Dimence, Alkura

Geen

Geen

Geen restricties

D. (Door) Boxhoorn (tot mei 2025)

Ervaringsdeskundige, Dimence Alkura 

Geen

Geen

Geen restricties

K. (Karin) Bruynesteyn (tot april 2024)

Lid patiëntenpanel NALK

Geen

Geen

Geen restricties

E.M.J. (Elisabeth) Foncke

Neuroloog, Acibadem International Medical Center, Amsterdam

Geen

Geen

Geen restricties

S. (Sem) Foreman

Lid patiëntenpanel NALK

* Investment manager, Graduate Entrepreneur Fund

Geen

Geen restricties

J. (Jeannette) Gelauff (vanaf maart 2025)

AIOS neurologie, Amsterdam UMC

* Voorzitter landelijke werkgroep FNS van de Nederlandse Vereniging voor Neurologie.

* Deelname werkgroep zorgstandaard FNS (Akwa GGZ).

Extern gefinancierd onderzoek:

Zonmw; National Plan Hoofdzaken: BEGRIP studie naar educatie over FNS. ProjectLeidersrol, nee

Geen restricties

D.J.C. (Denise) Hanssen

* Klinisch psycholoog/psychotherapeut, UMC Groningen

* Senior wetenschappelijk onderzoeker ouderenpsychiatrie, UMC Groningen

* Hoofddocent somatiek binnen de GZ-opleiding

Extern gefinancierd onderzoek:

* ZonMW, Haalbaarheidsstudie Acceptance and Commitment Therapy bij kwetsbare ouderen

EU, Horizon 2020

* Kennis vergroten over Functionele Stoornissen (labeling, multidisciplinaire samenwerking)

Geen restricties

H. (Hanneke) Kalisvaart

Psychomotorisch therapeut, vrijgevestigd  

* Trainer/supervisor in sensorimotor psychotherapy.

* Freelance senior onderzoeker (Tilburg University)

* Gast-docent Master PMT Hogeschool Windesheim.  

* Deelname werkgroep zorgstandaard FNS (Akwa GGZ).

Extern gefinancierd onderzoek:

* Stichting tot steun VCVGZ. Het effect van sensorimotor psychotherapie bij cliënten met persoonlijkheidsstoornissen.

Geen restricties

M. (Manouk) van de Klundert

Lid patiëntenpanel NALK

* Office manager NALK

* Project manager/junior consultant Ftrprf

Geen

Geen restricties

R.C. (Richard) Oude Voshaar

* Psychiater, UMC Groningen

* Hoogleraar ouderenpsychiatrie, Rijksuniversiteit Groningen

Geen

Geen

Geen restricties

J.G.M. (Judith) Rosmalen

Hoogleraar Psychosomatiek, UMC Groningen, Rijksuniversiteit Groningen 

* Voorzitter Netwerk Aanhoudende Lichamelijke Klachten (NALK) tot okt 2024.

* Vice-president European Association of Psychosomatic Medicine (EAPM) tot September 2025

Persoonlijke belangen:

Ontwikkelaar van een eLearning op het gebied van ALK. Deelnemen aan de elearning is betaald voor sommige groepen; inkomsten gaan naar het UMCG en hiervan wordt de accreditatie betaald.

Ontwikkelaar van Grip, een eHealth systeem dat zich richt op ALK. Momenteel is Grip niet beschikbaar buiten studiedoeleinden. Ik heb en had nooit persoonlijke financiële belangen bij Grip.

 

Extern gefinancierd onderzoek:

* ZonMw: ME/CFS Lines – A multidisciplinary consortium and biobank for unravelling ME/CFS aetiology in Lifelines, projectleider

* EU: Decision support for prediction and management of Long Covid Syndrome, geen projectleider

* NIMH: An Integrative Approach to the Etiology of Internalizing Disorders in the Lifelines Cohort, geen projectleider

* ZonMw: Persistent symptoms after COVID-19: perspective from the population, the patient, and the care system, projectleider

* SBOH Innovatiefonds Huisartsopleiding: Ontwikkeling, implementatie en evaluatie van onderwijsprogramma voor somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (SOLK) in de huisartsopleiding, geen projectleider

* NIMH: An Integrative Approach to the Etiology of Internal Sex and gender inequalities in COVID

* Regionaal ALK netwerk Salland. Sex and gender inequalities in medical trajectories of patients with common somatic symptoms. Master Your symptoms: personalized e-health for Self-management of somatic symptom disorder (MYSelf), projectleider

* EU: Encompassing Training in functional Disorders across Europe (ETUDE), projectleider

* EU: Towards evidence-based tailored implementation strategies for eHealth (ImpleMentAll), geen projectleider

Geen restricties

S. (Sonja) Rutten

* Psychiater, Amsterdam UMC

* Senior-onderzoeker, Amsterdam UMC

Geen

Extern gefinancierd onderzoek:

ZonMW: Meer BEkendheid en GRIP voor mensen met FNS middels een online educatiemodule (BEGRIP)

Geen restricties

C.A. (Lot) Spiertz

Klinisch-psycholoog, behandelcoördinator en teamleider, Dimence, Deventer

* Gastdocent Psychology master, Universiteit Twente (t/m 2024).

* Gastdocentschap Psychology master, Radboud Universiteit (t/m 2025).

Geen

Geen restricties

L.M. (Lineke) Tak

Psychiater, Dimence, Deventer

* Bestuurslid NALK, sinds okt 2024 voorzitter

* Kernredactielid Tijdschrift voor Psychiatrie

* EU: Encompassing Training in functional Disorders across Europe (ETUDE),

* Collaborative care networks for Functional Disorders

Geen restricties

P.E. (Els) van Westrienen

* Docent-senior onderzoeker, Fontys Hogeschool

* Docent, Hogeschool Utrecht

Geen

* SIA RAAK publiek - PARASOL studie

* SIA RAAK top-up - vervolg PARASOL studie

* SIA RAAK MKB - van sensoren naar zorg

* SIA RAAK publiek

Evaluatie van een proactief interventie ter preventie van chroniciteit bij mensen met matige SOLK

* SIA RAAK MKB

Het toepassen van stressmetingen met wearables in de praktijk

Geen restricties

A.P. (André) Wolff

* Anesthesioloog-pijnspecialist, UMC Groningen

* Hoogleraar Rijksuniversiteit Groningen

* Medisch hoofd UCG pijncentrum

Extern gefinancierd onderzoek:

* Philips, DANI studie, geen projectleider

* KWR, Chordotomie studie, projectleider

* Interreg, Chronische pijn in Noord-Nederland/Niedersachsen

* QPS, verrichtingen voor derden, geen projectleider

* Grunenthal, Prince studie, projectleider

Geen restricties

L.N.L. (Lyonne) Zonneveld

Klinisch-psycholoog, Amsterdam UMC

Geen

* ZonMW Stimuleringssubsidie

* Doelmatigheidsonderzoek

Geen restricties

 

Tabel 2. Gemelde (neven)functies en belangen klankbordgroep

Klankbordgroeplid

Functie

Nevenfuncties

Gemelde belangen

Ondernomen actie

M. (Marieke) van Beugen

Revalidatiearts bij Heliomare Wijk aan Zee

Geen

Geen

Geen restricties

B.F. (Bart) van Buchem

Eigenaar praktijk voor fysiotherapie Praktijk Noorder Spaarne

Geen

Nascholing voor fysiotherapeuten, het organiseren en doseren van cursussen. Aandeel in Noigroup Publications (Australia)

Royalties van het boek Begrijp de Pijn (Explain Pain)

Geen restricties

W.B. (Wouter) Doorn

Klinisch Geriater te Altrecht

Secretaris en vice-voorzitter Stichting Buddho, onbetaald.

Geen

Geen restricties

H.W.P.C. (Henk) van de Meerendonk

VDM Medisch Consult: zelfstandig bedrijfsarts.

Lid CROW NVAB

Geen

Geen restricties

A.F. (Alex) Muller

Internist Diakonessenziekenhuis Utrecht 1.0 fte

Geen

Geen

Geen restricties

S.L. (Sonja) van Ockenburg

Internist-endocrinoloog in het UMCG (bezoldigd 1.0 fte)

Geen

Ja, Lifelines long covid studie

ZonMw

Pathofysiologisch onderzoek naar 'long covid' in de Lifelines populatie (werkpakket 2). Geen hoofdonderzoeker.

Geen restricties

T.C. (Tim) Olde Hartman

Huisarts-onderzoeker, hoofd van de onderzoeksgroep Huisartsgeneeskunde

Afdeling Eerstelijnsgeneeskunde

Radboudumc

(afgevaardigde vanuit het Nederlands Huisartsen Genootschap - NHG)

Praktijkhoudend huisarts

ZonMw

Mental Health Verbindt - digitaal platform voor zoeken juiste zorg

EU (Horizon ITN)

ETUDE: Encompassing Training in fUnctional Disorders across Europe - Stigma - symptom diagnoses

ZonMw

GRIP3: General practice Research Infrastructure Pandemic Preparedness Program

ZonMw

ACTION: Aanhoudende Klachten na COVID-19: perspectief vanuit de populatie, patiënt, en zorg

ZonMw

Inzicht in aanhoudende klachten na Covid-19 besmetting:  Een mixed methods benadering.

Geen restricties

R.F.A. (René) Oosterwijk

Revalidatiearts-medisch directeur, CIR , Clinics In Revalidatie. Loondienstverband.  Het betreft 0.6 fte patiëntenzorg voor patiënten met chronische pijn en 0.4 fte medisch manager.

Onbezoldigd lid van het bestuur van het NALK

Geen

Geen restricties

E.M. (Ilse) Otten

Ergotherapeut in dienst bij Klimmendaal revalidatie. 24 uur/w

Ergotherapeut ZZP bij Care2change 2-6 uur/w

Geen

Geen restricties

F. (Felice) Tauer

1. Beeldend therapeut bij Altrecht GGZ (16u), behandeling van patiënten met psychosomatische klachten in een multidisciplinair team, betaald

2. docent beeldende therapie bij Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (20u), methodieklessen, onderzoek coördinatie bacheloronderzoek, docentonderzoeker lectoraat. betaald

Geen

Geen

Geen restricties

K. (Kristel) Weerdesteijn

Verzekeringsarts en opleider bij UWV

Betaald docent

Gepromoveerd in 2022

KCVG

Work-related functioning among long-term sick-listed workers with persistent subjective health complaints

Geen restricties

M.S.H. (Margreet) Wortman

Senior onderzoeker Hogeschool van Amsterdam, 0.5 fte, betaald

Curriculum ontwikkelaar en docent Hogeschool Windesheim, 0.5 fte, betaald

ZonMw

Oefentherapie voor gezond beweeggedrag in de leefomgeving van cliënten

Geen restricties

Inbreng patiëntenperspectief

De werkgroep besteedde aandacht aan het patiëntenperspectief door afgevaardigden van het patiëntenpanel NALK te betrekken in de werkgroep. De verkregen input is meegenomen bij het opstellen van de uitgangsvragen, de keuze voor de uitkomstmaten en bij het opstellen van de overwegingen (zie kop ‘Waarden en voorkeuren van patiënten’). De conceptrichtlijn is tevens voor commentaar voorgelegd aan NALK en MIND en de eventueel aangeleverde commentaren zijn bekeken en verwerkt.

 

Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz

Bij de richtlijnmodule voerde de werkgroep conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uit om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema bij Werkwijze).

Module

Uitkomst raming

Toelichting

Module Medisch-specialistische zorg

Geen financiële gevolgen

Hoewel uit de toetsing volgt dat de aanbevelingen breed toepasbaar zijn (>40.000 patiënten), volgt ook uit de toetsing dat het geen nieuwe manier van zorgverlening of andere organisatie van zorgverlening betreft.

Werkwijze

Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze. Relevante informatie voor de ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule is hieronder weergegeven.

Volgende:
Communicatie