Somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis

Initiatief: NVvP psychiatrie Aantal modules: 15

Geestelijke gezondheidszorg

Publicatiedatum: 09-07-2026
Beoordeeld op geldigheid: 09-07-2026

Uitgangsvraag

De uitgangsvraag omvat de volgende deelvragen:

  1. Wat zijn de aanbevelingen voor zorgverleners werkzaam in de geestelijke gezondheidszorg ten aanzien van het diagnostisch traject voor mensen met een vermoeden op een somatisch-symptoomstoornis of functioneel-neurologisch-symptoomstoornis?
  2. Wat zijn de aanbevelingen voor zorgverleners werkzaam in de geestelijke gezondheidszorg om te zorgen dat patiënten met een somatisch-symptoomstoornis of functioneel-neurologisch-symptoomstoornis adequate zorg krijgen?

Aanbeveling

Vraag lichamelijke klachten uit bij patiënten die voor behandeling komen in de ggz en neem deze mee in de classificatie, beschrijvende diagnose en het behandeladvies.

 

Om te screenen of er bij iemand met lichamelijke klachten sprake zou kunnen zijn van een somatisch-symptoomstoornis, kunnen de volgende vragen worden gesteld:

  • Hoe hebben de lichamelijke klachten uw leven beïnvloed?
  • Merkt u dat u zich veel zorgen maakt over de klachten en/of er veel over piekert?
  • Wordt u regelmatig angstig, gefrustreerd of moedeloos door de klachten?
  • Merkt u dat het omgaan met de klachten u veel tijd of energie kost?

Vraag de ernst van gedachtes, gevoelens en gedragingen in reactie op de lichamelijke klachten uit (het B-criterium van de somatisch-symptoomstoornis). Overweeg hiervoor de Somatic Symptom Disorder-B criteria Scale (SSD-12) te gebruiken.

 

Verwijs bij een vermoeden van - en nog niet eerder vastgestelde - functioneel-neurologisch-symptoomstoornis een patiënt naar de neuroloog voor diagnostiek.

 

Houd in de differentiaaldiagnose rekening met ziekteangststoornis, angst, depressie, psychotische stoornis, katatonie, posttraumatische stressstoornis en nagebootste stoornis/simulatie.

 

Stel samen met de patiënt een beschrijvende diagnose op voor de klachten en bespreek deze in een open gesprek met de patiënt en diens naasten.

 

Zorg voor een breedsporige blik met aandacht voor biologische, psychologische en sociale factoren.

 

Vraag uit welke diagnostiek en behandeling een patiënt heeft (gehad) voor somatische aandoeningen. Overleg laagdrempelig met een arts over biologische factoren, in elk geval bij:

  • nieuw ontstaan of veranderen van lichamelijke klachten
  • risicogroepen zoals oudere volwassenen en mensen met een verstandelijke beperking
  • patiënten die op een niet-gangbare wijze hun klachten communiceren en/of hulp zoeken

Informeer de patiënt over de bewezen effectieve behandelopties voor aanhoudende lichamelijke klachten, somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis - zowel binnen als buiten de ggz. Hiervoor bestaan digitale hulpmiddelen:

Overwegingen

Deelvraag 1

Screening en classificatie

Als een patiënt zich presenteert in de ggz, is het van belang om te screenen op de criteria van een somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis. Onder patiënten en zorgverleners is er vaak verwarring over wat de classificaties somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis precies inhouden. De misvatting bestaat dat deze stoornissen alleen gesteld kunnen worden wanneer de lichamelijke klachten onvoldoende verklaard worden door een lichamelijke aandoening. Volgens de nu geldende criteria kunnen de stoornissen echter ook vastgesteld worden in aanwezigheid van een somatische aandoening, en ligt de focus juist op het aantonen dat de klachten bepaalde eigenschappen hebben (zie een beschrijving van de criteria hieronder). Door de heersende onduidelijkheid over de classificaties, adviseert de werkgroep zorgverleners om extra aandacht te besteden aan een goede uitleg aan patiënt, naasten en andere betrokken zorgverleners over wat de classificaties inhouden (zie module Communicatie).

 

Classificatie van de somatisch-symptoomstoornis

De classificatie somatisch-symptoomstoornis wordt in de ggz gesteld volgens de DSM-5 criteria (American Psychiatric Association, 2013). Er dient sprake te zijn van een of meerdere lichamelijke klachten waar de betrokkene onder lijdt of beperkingen door ondervindt (A-criterium) in combinatie met gedachten, gevoelens of gedragingen die samenhangen met de klacht (B-criterium; zie Algemene inleiding). De classificatie kan gesteld worden in aanwezigheid en afwezigheid van een somatische aandoening. Open vragen die gesteld zouden kunnen worden om een beeld te krijgen van de lichamelijke klachten en de psychologische reactie hierop zijn: Hoe zag uw leven voor het ontstaan van de lichamelijke klachten eruit en hoe nu? Hoe hebben de lichamelijke klachten uw leven beïnvloed? Wat zijn de gevolgen van uw lichamelijke klachten op uw dagelijks leven?

 

Voorbeelden van meer gerichte vragen die kunnen helpen om de gedachten, gevoelens en gedragingen die samenhangen met de klachten uit te vragen zijn: Merkt u dat u zich veel zorgen maakt over de klachten en/of er veel over piekert? Wordt u regelmatig angstig, gefrustreerd of moedeloos door de klachten? Merkt u dat het omgaan met de klachten u veel tijd of energie kost? Heeft u dingen in uw leven op moeten geven door de klachten? Hoe reageren anderen op uw klachten?

Hoewel in de diagnostische criteria staat beschreven dat de gedachtes, gevoelens of gedragingen die samenhangen met de klachten ‘excessief’ dienen te zijn, is de werkgroep van mening dat deze term in de diagnostiek en uitleg beter vermeden kan worden door de onnodig normatieve en stigmatiserende connotatie (zie Algemene inleiding en module Communicatie voor suggesties voor alternatieve bewoording).

 

Voor de screening kan worden overwogen om een meetinstrument te gebruiken. De Somatic Symptom Disorder-B criteria Scale (SSD-12) is een meetinstrument dat geschikt is voor het screenen op het B-criterium van de somatisch-symptoomstoornis (Kamp, 2017; Toussaint, 2017). Met andere woorden, het meetinstrument kan helpen om bij mensen met aanhoudende lichamelijke klachten na te gaan of er sprake is van gedachtes, gevoelens en gedragingen in reactie op de lichamelijke klachten. De SSD-12 wordt ingevuld door de patiënt zelf. Het meetinstrument bestaat uit 12 vragen met antwoordmogelijkheden van nooit (0) tot zeer vaak (4); er kan een totaalscore berekend worden met scores tussen de 0 (geen aanwijzingen voor aanwezigheid van het B-criterium) tot 48 (sterke aanwijzingen voor aanwezigheid van het B-criterium). De gebruikelijke afkapwaarde voor de SSD-12 in de ggz wordt vaak gesteld op ≥23 punten (Toussaint, 2020). Een Nederlandse studie liet zien dat het instrument geschikt is om onderscheid te maken tussen de somatisch-symptoomstoornis en andere psychische aandoeningen (van der Feltz-Cornelis, 2023). Het A-criterium van de somatisch-symptoomstoornis, de aanwezigheid van één of meerdere lichamelijke klachten, is in de anamnese makkelijk vast te stellen en behoeft daarom in principe geen screeningsinstrument.

 

Classificatie van de functioneel-neurologisch-symptoomstoornis

De functioneel-neurologisch-symptoomstoornis wordt gekenmerkt door één of meer symptomen van motorische of sensorische functies, in combinatie met positieve klinische kenmerken die wijzen op deze diagnose (zie Algemene inleiding; American Psychiatric Association, 2013). De diagnose wordt gesteld door de neuroloog. Wanneer een zorgverlener in de ggz een functioneel-neurologisch-symptoomstoornis vermoedt, dient de patiënt daarom verwezen te worden naar de neuroloog.

 

De anamnese rondom de klacht en lichamelijk onderzoek kunnen richting hebben bij de vraag of neurologische klachten onderdeel kunnen zijn van een functioneel-neurologisch-symptoomstoornis. Klinische kenmerken die kunnen wijzen in de richting van een functionele wegraking zijn bijvoorbeeld het waxing and waning beloop of afwezigheid van postictale fase na een langdurige aanval met bewustzijnsverandering (Gilmour, 2021). Bij een functionele tremor kan tijdens het lichamelijk onderzoek geobserveerd worden dat de tremor afneemt of verdwijnt bij afleiding, of de frequentie overneemt van een ritmische beweging met de andere arm (positieve entrainment test) (Aybek, 2022). Deze signalen hebben op zichzelf staand echter een lage sensitiviteit en specificiteit (Gilmour, 2021). De diagnose wordt dus gebaseerd op een combinatie van positieve kenmerken in de context van de specifieke patiënt. Om het onderscheid met andere – soms zeldzame – neurologische aandoeningen te maken is een brede neurologische kennis van belang. Ook komt een functioneel-neurologisch-symptoomstoornis relatief frequent voor samen met een andere neurologische diagnoses (Aybek, 2022). Een zorgvuldig onderzoek door een neuroloog is daarom noodzakelijk om tot een betrouwbare diagnose te komen.

 

Voor de functioneel-neurologisch-symptoomstoornis bestaan geen betrouwbare screeningsinstrumenten.

 

Differentiaaldiagnose classificatie

Zorgverleners dienen bij de classificatie van de somatisch-symptoomstoornis en de functioneel-neurologisch-symptoomstoornis rekening te houden met een uitgebreide differentiaaldiagnose. De hierna beschreven aandoeningen zijn beperkt tot veelvoorkomende presentaties binnen de geestelijke gezondheidszorg (Spaans, 2017) en vormen geen volledige weergave.

 

Differentiaaldiagnose van de somatisch-symptoomstoornis

• Ziekteangststoornis

Bij de ziekteangststoornis ligt de nadruk op angst of obsessie voor het hebben van een somatische ziekte. Hoewel ziekteangststoornis in de DSM-5 wordt geclassificeerd onder stoornissen verwant aan de somatisch-symptoomstoornis, onderscheidt zij zich doordat bij ziekteangststoornis de angst voor een ziekte centraal staat, en de lichamelijke klachten niet belemmerend hoeven te zijn en zelfs afwezig kunnen zijn. Voor de diagnostiek en behandeling van een ziekteangststoornis bestaat op dit moment geen multidisciplinaire richtlijn. Voor algemene principes van de behandeling wordt verwezen naar de multidisciplinaire richtlijn ‘Angst- en dwangstoornissen’.

 

• Angststoornis

Bij angststoornissen is er sprake van een persisterend gevoel van angst of angstaanvallen. Wanneer de angst specifiek betrekking heeft op de lichamelijke klachten en de gevolgen daarvan past het binnen het kader van de somatisch-symptoomstoornis en dient het in dit kader verder te worden geëxploreerd. Wanneer de patiënt een algemeen angstig gevoel ondervindt of de angst wordt uitgelokt door specifieke situaties die geen betrekking hebben op de gezondheid, dient te worden gedacht aan een angststoornis. Lichamelijke klachten zijn ook onderdeel van de criteria van angststoornissen, zoals hartkloppingen bij de paniekstoornis. Voor de diagnostiek en behandeling van angststoornissen wordt verwezen naar de multidisciplinaire richtlijn ‘Angst- en dwangstoornissen’.

 

• Depressie

Een depressie wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van een sombere stemming en/of verlies van interesse of plezier in combinatie met ten minste vijf andere criteria van depressie. Onderdeel van deze criteria zijn lichamelijke uitingen van depressie, zoals vermoeidheid, psychomotore retardatie (traagheid in denken en bewegen), slecht slapen en veranderde eetlust en gewicht. Sommige vormen van depressie, bijvoorbeeld depressie op latere leeftijd, uiten zich met name met lichamelijke klachten (Hegeman, 2012). Mensen met lichamelijke klachten ervaren regelmatig een verandering in stemming als gevolg van de ernst en beperkingen door de lichamelijke klachten. Bij persisterende en/of ernstige somberheid of verlies van interesse of energie dient de zorgverlener alert te zijn op de aanwezigheid van een depressie. Voor de diagnostiek en behandeling van depressie wordt verwezen naar de multidisciplinaire richtlijn ‘Depressie’.

 

• Psychotische klachten

Bij een somatische waan heeft iemand een persisterende opvatting over zijn lichaam die niet overeenkomt met de realiteit. Lichamelijke klachten kunnen ook ontstaan vanuit tactiele of haptische hallucinaties. Psychotische klachten kunnen geïsoleerd voorkomen bij een psychotische stoornis, en in combinatie met andere klachten bij bijvoorbeeld een manie of een depressie met psychotische kenmerken. Kenmerkend voor psychotische stoornissen, in onderscheid tot de somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis, is dat de realiteitstoetsing vaak verstoord is en de overtuigingen bizar en/of paranoïde kunnen zijn. Zo kan een patiënt beschrijven de vaste overtuiging te hebben dat,  ‘het gezicht vervormd is’, ‘de botten draaien’, of ‘een lichaamsdeel vergiftigd of overleden is’). Voor de diagnostiek en behandeling van psychose wordt verwezen naar de multidisciplinaire richtlijn ‘Schizofrenie’.

 

Differentiaaldiagnose van de functioneel-neurologisch-symptoomstoornis

• Katatonie

Katatonie is een syndroom dat wordt gekenmerkt door motorische klachten, opwinding/agitatie, terugtrekgedrag en bizar gedrag (van Harten, 2005). Het syndroom kent verschillende oorzaken, waaronder somatische aandoeningen (o.a. neurologische en metabole aandoeningen), psychische aandoeningen (o.a. psychotische en stemmingsstoornissen), toxinen en medicijnen. De motorische klachten van katatonie kunnen lijken op een functioneel-neurologisch-symptoomstoornis. Onderscheid kan gemaakt worden door middel van positieve klinische kenmerken die karakteristiek zijn bij functioneel-neurologisch-symptoomstoornis (Aybek, 2022; Finkelstein, 2023). Voor meer informatie over diagnostiek en behandeling van katatonie wordt verwezen naar de richtlijn ‘Acute Psychiatrie’ van Federatie Medisch Specialisten, sectie behandeling acute katatonie. 

 

Differentiaaldiagnose van de somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis

• Posttraumatische stressstoornis (met of zonder dissociatieve symptomen)

Bij een posttraumatische stressstoornis heeft iemand klachten ontwikkeld na het doormaken of getuige zijn van een bedreigende gebeurtenis. De aanwezigheid van posttraumatische stresssymptomen, zoals een algemene verandering in fysieke arousal, emotionele verdoving en/of herbelevingen, kunnen aanhoudende lichamelijke klachten doen ontstaan, aanhouden of verergeren. Met name bij een complexe posttraumatische stressstoornis kunnen ook motorische of sensibele klachten ontstaan die overlappen met of tevens te diagnosticeren zijn als een functioneel-neurologisch-symptoomstoornis, zoals een ‘freeze’-reactie waarbij het lichaam verstijft na een traumatrigger of dissociatieve symptomen die overeenkomen met bijvoorbeeld een functionele wegraking. Fysieke herbelevingen, waarin de herinnering aan de lichamelijke sensaties die zijn ervaren ten tijde van het trauma wordt getriggerd, komen veelvuldig voor maar zijn niet altijd gemakkelijk te herkennen vanwege het referentiele en non-verbale karakter van de herinnering. In de diagnostiek van de somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis is het van belang om te screenen op traumatische gebeurtenissen en op klacht gerelateerde herinneringen met actuele lading. Voor de diagnostiek en behandeling van posttraumatische stressstoornis wordt verwezen naar de multidisciplinaire richtlijn ‘Posttraumatische stressstoornis’.

 

• Nagebootste stoornis en simulatie

Bij de nagebootste stoornis en simulatie is er sprake van voorgewende lichamelijke of psychische klachten of opzettelijk toegebrachte veranderingen aan het lichaam die klachten veroorzaken. Bij de nagebootste stoornis is sprake van een onbewust motief, zoals wanneer een persoon in de jeugd te maken heeft gehad met affectieve verwaarlozing en door het uiten van klachten gezien wordt of zorg krijgt. Bij simulatie is er sprake van een bewust motief, zoals het verkrijgen van een uitkering of letselschadevergoeding. In de praktijk worden deze aandoeningen ten onrechte regelmatig verward met de somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis. De somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis zijn echter duidelijk andere soorten aandoeningen, omdat er sprake is van klachten die niet worden voorgewend of ingebeeld (Edwards, 2023). Soms krijgen mensen bij wie een somatisch-symptoomstoornis of functioneel-neurologisch-symptoomstoornis worden vastgesteld door deze veelvoorkomende misvatting de indruk dat hun klachten worden bestempeld als simulatie. Het is helpend om in de uitleg aan de patiënt en diens naasten deze en andere misvattingen te corrigeren (zie module Communicatie).  

 

Het is in de praktijk vaak moeilijk om klachten die ingebeeld of voorgewend zijn te onderscheiden van echt ervaren klachten. De afleidbaarheid en inconsistentie van klachten bij functioneel-neurologisch-symptoomstoornis worden nog wel eens foutief geïnterpreteerd als aanwijzing voor nabootsing of simulatie. Deze kenmerken kunnen echter juist positieve klinische kenmerken zijn van de diagnose functioneel-neurologisch-symptoomstoornis. Bij verdenking op een nagebootste stoornis of simulatie wordt geadviseerd dit openlijk met de patiënt te bespreken met een nieuwsgierige, niet-beschuldigende houding waarin begrip is voor het mogelijke (onbewuste) motief van de patiënt (voor meer informatie over de handelingswijze bij een mogelijke nagebootste stoornis of simulatie, zie: van der Feltz-Cornelis, 2000; Groen, 2009; Tak, 2019).  

 

Beschrijvende diagnose

Na de classificatie wordt een persoonlijke beschrijvende diagnose opgesteld met als doel om een geïntegreerd werkmodel te creëren dat de patiënt, naasten en zorgverlener helpt om de klachten te begrijpen en behandeling te indiceren (Hengeveld, 2009; Saunders, 2023). In de ggz kan de beschrijvende diagnose worden opgesteld door verschillende zorgverleners, zoals een psycholoog, psychiater of verpleegkundig specialist. In de beschrijvende diagnose worden de aard, de ernst en het beloop van de klachten beschreven. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de kwetsbaarheids-, uitlokkende en beïnvloedende factoren van de klachten. Daarnaast is het belangrijk om aandacht te besteden aan de krachten en steunfactoren van de patiënt die kunnen bijdragen aan herstel.

 

Bij de somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis is een breedsporig beleid, waarin aandacht is voor zowel biologische, psychologische als sociale factoren, van groot belang (Löwe, 2024). In Figuur 1 Biopsychosociaal Model in de Algemene inleiding staan een aantal voorbeelden beschreven van factoren die kunnen bijdragen aan lichamelijke klachten die overwogen dienen te worden in de beschrijvende diagnose van een patiënt. Uit een systematische review blijkt dat patiënten met een somatisch-symptoomstoornis gemiddeld hogere niveaus van depressie, angst, ziekteangst en alexithymie hebben dan controles; daarnaast wordt gepleit voor meer onderzoek naar andere psychologische factoren, zoals negatieve affectiviteit, angst-vermijdingsgedrag en emotieregulatie (Smakowski, 2024).

 

Diagnostiek volgens het gevolgenmodel (PPS-Assessment Protocol) is een geprotocolleerde methode voor het vaststellen van de belangrijkste klacht- en persoon-specifieke in stand houdende factoren. De daaruit voortkomende vicieuze cirkel vormt de gepersonaliseerde verklaring voor het persisteren van de klacht en vormt de basis voor het behandelplan dat tot doel heeft de omstandigheden voor afname of herstel van de klacht te optimaliseren (Van Rood & de Roos, 2017).

Omdat zorgverleners in de ggz zich vaak bekwamer en comfortabeler voelen bij het in kaart brengen van psychologische en sociale factoren, adviseert de werkgroep expliciet stil te staan bij biologische factoren die de klacht beïnvloeden. Belangrijke factoren om te overwegen in de context van de ggz zijn onder andere slaap, leefstijl, lichamelijke conditie (zie module Leefstijl in de ggz in de GGZ-standaard Leefstijl en Module Preventie en vroegsignalering) en diagnostiek naar somatische aandoeningen. Een lichamelijke anamnese, lichamelijk onderzoek en aanvullend onderzoek kunnen hierbij helpen.

 

Wanneer een patiënt al een lichamelijk diagnostisch traject heeft ondergaan, is het van belang om deze in kaart te brengen, eventueel middels het opvragen van diagnostische gegevens of door overleg met eerder betrokken zorgverleners. Wanneer een patiënt nieuwe lichamelijke klachten ontwikkelt of als klachten veranderen, dient lichamelijke diagnostiek opnieuw te worden overwogen. Het advies van de werkgroep is om bij deze overwegingen een psychiater of arts te betrekken. Als deze niet beschikbaar is of ook weinig kennis van somatiek heeft, adviseert de werkgroep om laagdrempelig te overleggen met de huisarts of medisch specialist om diagnostiek en behandeling voor somatische aandoeningen te evalueren.

 

Bij sommige patiëntengroepen is het extra belangrijk dat de zorgverlener in de ggz kritisch meedenkt over het diagnostische traject naar somatische aandoeningen. Dit geldt bijvoorbeeld voor ouderen, die a priori al een hogere kans hebben op somatische aandoeningen (Volksgezondheid en Zorg, 2024). Daarnaast komen atypische klachtenpresentaties (een ongebruikelijke uiting van somatische aandoeningen, zoals wanneer een patiënt met buikpijn een hartinfarct blijkt te hebben) vaker voor bij oudere patiënten en patiënten met een verstandelijke beperking (Hofman 2017; Didden, 2016). Patiënten met lage gezondheidsvaardigheden, laaggeletterdheid en klachten op het gebied van de sociale interactie (bijvoorbeeld mensen met een autismespectrumstoornis of sommige persoonlijkheidsstoornissen) hebben vaker dan anderen moeite hun lichamelijke klachten adequaat met een arts te bespreken en overzicht te krijgen over het gezondheidszorgsysteem. Patiënten die tot deze groepen behoren kunnen soms gebaat zijn bij hulp van hun zorgverlener om hun hulpvraag te verhelderen of mismatches in de arts-patiëntcommunicatie te begrijpen en herformuleren (zie module Medisch-specialistische zorg voor een beschrijving van knelpunten en adviezen in de medisch-specialistische zorg).

 

Multimorbiditeit

De somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis komen vaak voor in combinatie met andere aandoeningen. Het is daarom van belang om alert te zijn op aanwijzingen voor deze multimorbiditeit. Aandoeningen die vaak worden gezien bij patiënten met een somatisch-symptoomstoornis zijn depressie (36-48%; Löwe, 2022), astma (29%; Newby, 2017), angststoornissen (16-52%; Löwe, 2022), hart- en vaatziekten (23%; Newby, 2017) en reumatologische aandoeningen (14%; Newby, 2017). Een functioneel-neurologisch-symptoomstoornis komt vaak samen voor met angst en depressie (rond 50%; Ekanayake, 2017; Tinazzi, 2021), posttraumatische stressstoornis (24%, Ekanayake, 2017) en neurologische aandoeningen zoals de ziekte van Parkinson of epilepsie (14%; Ducroizet, 2023). Als er naast de somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis multimorbiditeit bestaat, dient er een hypothese te worden gevormd over of en hoe de stoornissen elkaar beïnvloeden en welke consequenties dat heeft voor de behandeling. Er is weinig onderzoek gedaan naar welke behandelstrategieën het meest effectief zijn in geval van specifieke multimorbiditeit (Tak, 2018). Voor enkele vormen van co- of multimorbiditeit kunnen adviezen worden geformuleerd voor de behandeling (zie hieronder), en voor algemene adviezen bij multimorbiditeit wordt verwezen naar de hiervoor geldende richtlijnen (zie Leidraad Multidisciplinaire beoordeling bij multimorbiditeit, Richtlijn Multimorbiditeit en regie in het ziekenhuis, Zorgstandaard comorbiditeit).

 

Neurodiversiteit

Mensen met neurodivergent profiel, zoals een autismespectrumstoornis of aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis of mensen met een verstandelijke beperking, hebben een grotere kans op het hebben van een somatisch-symptoomstoornis of functioneel-neurologisch-symptoomstoornis (Carpita, 2024; Gonzalez-Herrero, 2024; Tamilson, 2024; Miyoshi, 2025). Kenmerkend bij neurodivergentie is vaak een onder- of overgevoeligheid voor interne en externe prikkels, een verminderd vermogen tot mentaliseren over lichamelijke signalen, en stress of uitputting door een disbalans tussen draaglast en draagkracht. Er is weinig onderzoek verricht naar de gevolgen van deze comorbiditeit voor de behandeling van somatisch-symptoomstoornis of functioneel-neurologisch-symptoomstoornis. In de klinische praktijk wordt geadviseerd om gepersonaliseerd en transdiagnostisch te behandelen (Tak, 2018).

 

Persoonlijkheidsstoornis

Hoewel concrete aantallen niet bekend zijn, worden comorbide persoonlijkheidsstoornissen soms gezien bij mensen met een somatisch-symptoomstoornis (van der Boom, 2014). De zorgverlener dient erop bedacht te zijn dat er zowel een risico is op overdiagnostiek als op onderdiagnostiek van deze stoornissen (Tak, 2018). Overschatting kan optreden als de behandelrelatie onder druk komt te staan door de machteloosheid die aanhoudende lichamelijke klachten kunnen oproepen, en deze problemen in de behandelrelatie onterecht als een uiting van maladaptieve persoonlijkheidskenmerken worden geïnterpreteerd. Daarnaast kunnen intense lichamelijke klachten, zoals pijn, het mentaliserend vermogen verminderen doordat ze cognitieve en emotionele verwerkingscapaciteit belasten (Moriarty, 2011). Onderschatting kan voorkomen als de lichamelijke klachten een patroon van innerlijke ervaringen en gedragingen vanuit persoonlijkheidsproblematiek maskeren, waardoor onderliggende persoonlijkheidsdynamiek zoals affectfobie, hechtings- of emotieregulatieproblematiek onderbelicht blijft.

 

Middelenafhankelijkheid

Afhankelijkheid van middelen (pijnstillers, rustgevende medicatie, alcohol of drugs) komt frequent voor onder mensen met een somatisch-symptoomstoornis of functioneel-neurologisch-symptoomstoornis (Tak, 2018). Pijnstillers zoals opioïden zijn in geval van chronisch gebruik niet bewezen effectief, terwijl er wel bijwerkingen zijn die lichamelijke klachten kunnen verergeren of in stand houden. Goede uitleg hierover aan de patiënt en naasten en overleg met de voorschrijvend arts is belangrijk, en kan een ingang zijn voor het afbouwen van medicatie (Volkow & McLellan, 2016). Zie ook module Farmacotherapie.

 

Waarden en voorkeuren van patiënten (en hun naasten)

Patiënten en hun naasten hebben behoefte aan het krijgen van een persoonlijk verklaringsmodel voor de klachten, en willen hierover in een gelijkwaardige relatie met hun zorgverlener kunnen spreken (Houwen, 2017). Ze hebben vaak een langdurig diagnostisch traject afgelegd bij verschillende artsen en regelmatig is de uitleg die ze kregen toegespitst op het specialisme, waarbij biopsychosociale factoren onvoldoende geïntegreerd zijn. Goede uitleg over de beschrijvende diagnose, waarin biologische, psychologische en sociale factoren in gelijke mate aan de orde komen, kan helpen om lichamelijke klachten en ziekteangst te verminderen en gedachtes en gedrag rondom de klachten te veranderen (Frolund Pedersen, 2019).

 

Kosten (middelenbeslag)

Somatisch-symptoomstoornissen zijn verantwoordelijk voor circa 662 jaren met beperking per 100.000 personen per jaar - wat betekent dat ze, na depressieve stoornissen, de tweede meest belastende psychische aandoeningen wereldwijd zijn, met aanzienlijke implicaties voor zorgkosten en middelenbeslag (Siig, 2025).

 

In 2019 werden er 15.883 patiënten met een somatisch-symptoomstoornis behandeld in de ggz in Nederland, met kosten van circa 86 miljoen euro (Tak, 2023). Dit zijn aanmerkelijk lagere aantallen dan bij depressie (99.930 patiënten in behandeling met kosten ca. 602 miljoen euro), terwijl depressie een lagere prevalentie heeft dan de somatisch-symptoomstoornis (Tak, 2023). Een verklaring voor de lagere zorgkosten voor de somatisch-symptoomstoornis is dat de stoornis vaak wordt gemist. Onderzoek naar de functioneel-neurologisch-symptoomstoornis in de algemene bevolking heeft ook laten zien dat er soms meerdere jaren tijd zit tussen het ontstaan van de klachten en het vaststellen of bespreken van de diagnose, met hoge directe en indirecte (zorg)kosten (Tinazzi, 2021; Stephen, 2021). Het niet herkennen van de somatisch-symptoomstoornis of functioneel-neurologisch-symptoomstoornis kan er ook toe leiden dat lopende behandelingen voor psychische klachten minder effectief zijn (Huijbregts, 2010), waardoor zorgkosten stijgen. Een andere mogelijke verklaring voor de lage zorgkosten is dat patiënten met een somatisch-symptoomstoornis worden doorverwezen naar behandelsettings buiten de ggz omdat behandelaren of beleidsmakers deze diagnose niet als behandelprioriteit binnen hun instelling erkennen.

 

Aanvaardbaarheid, haalbaarheid en implementatie

De somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis worden binnen de ggz niet altijd erkend als ‘grote psychiatrische aandoeningen’, hoewel zij dit op basis van prevalentie en ziektelast wel zijn (Tak, 2023). Doordat zorgverleners kennis en ervaring missen, voelen zij zich regelmatig onmachtig om een patiënt goed te diagnosticeren. De kloof tussen dat wat patiënten nodig hebben en dat wat in de ggz wordt geboden voor de somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis, wordt steeds vaker onderkend (Tak, 2023). Om deze kloof te kunnen dichten, is er behoefte aan meer scholing voor bijvoorbeeld psychiaters, psychologen en verpleegkundigen. Hiernaast is behoefte aan meer onderling overleg tussen de ggz en andere medische disciplines, om elkaars werkgebied beter te begrijpen en diagnostiek meer geïntegreerd aan te kunnen bieden. Een knelpunt hiervoor is dat er beperkte financiële compensatie is voor interdisciplinair overleg. Om beter overleg te bewerkstelligen, is adequate financiering van belang (zie module Samenwerking).

 

Deelvraag 2

Breedsporig beleid

Wanneer er overeenstemming is bereikt over een beschrijvende diagnose voor de klachten van de patiënt, kunnen de behandelopties overwogen worden. Op basis van de biopsychosociale factoren die de klachten beïnvloeden kan een persoonlijk behandelplan worden opgesteld, waarin de voorkeur van de patiënt en diens naasten meegenomen wordt. Voor patiënten en naasten is het belangrijk dat alle behandelopties worden uitgelegd en op basis hiervan een keuze wordt gemaakt. Om overzicht te bieden over de verschillende behandelopties kan de visual Behandelmogelijkheden voor patiënten met ALK worden gebruikt.

 

In de ggz zijn zorgverleners bekend met het in kaart brengen van psychologische en sociale beïnvloedende factoren en het indiceren van behandeling hiervoor. De werkgroep adviseert om bij het opstellen van een behandelplan ook expliciet stil te staan bij biologische factoren en welke behandelingen hiervoor effectief kunnen zijn, zo nodig in overleg met een zorgverlener met meer kennis van deze biologische factoren zoals een huisarts, fysiotherapeut of medisch specialist. Biologische behandelingen zijn bijvoorbeeld fysiotherapie en leefstijlinterventies (zie module Preventie en Vroegsignalering). Belangrijke informatie over behandeling van psychologische factoren staat onder andere beschreven in de module Psychologische behandeling, en van sociale factoren in de module module Naasten; module Communicatie; en module Arbeidsparticipatie en re-integratie. Behandeling gericht op psychosociale factoren kan ook naast lopende biomedische diagnostiek worden opgestart. Dit heeft als voordeel dat alle biopsychosociale beïnvloedende factoren een plek krijgen in behandeling en er geen behandelvertraging ontstaat.

 

De beperkingen die patiënten ervaren door een somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis verschillen in aard en intensiteit (Löwe, 2024). Hierdoor is het van belang om het behandelplan goed af te stemmen op de beperkingen en draagkracht van de patiënt en naasten. Het heeft de voorkeur om het behandelplan met regelmaat te evalueren. Bij achteruitgang in niveau van belastbaarheid kan in samenspraak met de patiënt en naasten het behandelplan (tijdelijk) aangepast worden om de patiënt niet te overvragen.

 

Behandeling binnen en buiten de ggz

Bij het indiceren van zorg kan aan behandeling binnen en buiten de ggz worden gedacht. De afgrenzing van behandelaanbod binnen en buiten de ggz is niet duidelijk gedefinieerd en per instelling verschillend. Het is daarom moeilijk een eenduidig advies te geven wanneer behandeling het beste primair plaats kan vinden in de ggz of binnen een andere (medische) discipline. Over het algemeen wordt verondersteld dat behandeling het beste (mede) in de ggz kan plaatvinden indien er psychiatrische multimorbiditeit aanwezig is of psychosociale factoren de lichamelijke klachten in belangrijke mate lijken te beïnvloeden.

 

Behandeling voor de somatisch-symptoomstoornis wordt binnen de ggz aangeboden in eerstelijns centra, tweedelijns centra, medische psychologie en enkele derdelijns centra met expertise. Er bestaat tevens een uitgebreid platform aan (groeps)behandelingen gericht op aanhoudende lichamelijke klachten die worden aangeboden bij onder andere revalidatiecentra, huisartsenpraktijken, algemene fysiotherapeuten, psychosomatisch fysiotherapeuten (met meer kennis en vaardigheden op het gebied van biopsychosociale problematiek) en ergotherapeuten, die ook voor patiënten met een somatisch-symptoomstoornis passend kunnen zijn. Een zorgaanbieder in de buurt van de patiënt kan worden gezocht op de zorgkaart van NALK (https://nalk.info/zorgkaart).

 

Behandeling voor de functioneel-neurologisch-symptoomstoornis vindt plaats in verschillende settings, afhankelijk van het type klacht en beïnvloedende factoren (zie module Paramedische en psychologische behandeling van FNS). Binnen de ggz bieden verschillende (algemene) poliklinieken behandeling aan, en er bestaan een paar gespecialiseerde behandelcentra. Voor (multidisciplinaire) behandeling binnen de ggz wordt verwezen naar de zorgkaart van NALK (https://nalk.info/zorgkaart). Therapeuten buiten de ggz die getraind zijn in de behandeling van de functioneel-neurologisch-symptoomstoornis zoals gespecialiseerde fysiotherapeuten of ergotherapeuten kunnen gevonden worden op https://www.stichtingfns.nl/fns-net/.

 

Er bestaat een zeer klein klinisch behandelaanbod voor patiënten met de somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis. Het vinden van een geschikte behandeling voor patiënten met ernstige beperkingen, bijvoorbeeld door ernstige pijn of functionele verlamming, is hierdoor soms een uitdaging. Ondanks dat er in die gevallen gespecialiseerde multidisciplinaire zorg geïndiceerd is, is de zorg in de praktijk vaak aangewezen op de huisarts en thuiszorg, eventueel met consultatie op afstand van de ggz. Voor adviezen bij deze doelgroep wordt verwezen naar de Handreiking hardnekkige ALK (230505 Finale versie handreiking HALK professionals).

 

Om het aantal behandelplekken uit te breiden, stimuleert de werkgroep het aanbieden van behandeling binnen de ggz bij bijvoorbeeld generalistisch werkende teams of teams die gespecialiseerd zijn in andere psychische aandoeningen. Ook als de zorgverlener geen ervaring heeft met de behandeling van lichamelijke klachten, bieden beschikbare behandelprotocollen en/of ervaring met behandelingen voor verwante klachten zoals depressie of angst vaak voldoende basis om psychologische behandeling voor de somatisch-symptoomstoornis of functioneel-neurologisch-symptoomstoornis zelf aan te bieden. In de module Psychologische behandeling staan algemene behandeladviezen beschreven voor de somatisch-symptoomstoornis. In de module Psychologische en paramedische behandeling bij functionele neurologische stoornis staan specifieke psychologische en paramedische behandeladviezen beschreven voor de functioneel-neurologisch-symptoomstoornis.

 

Wanneer verschillende behandelingen naast elkaar geïndiceerd zijn, is integratie van zorg van groot belang. Een geïntegreerde multidisciplinaire behandeling binnen één team bevordert duidelijkheid voor de patiënt en overleg tussen zorgverleners (zie module Multidisciplinaire behandeling). Wanneer behandelmogelijkheden binnen en buiten de ggz met elkaar gecombineerd worden, verdient het de voorkeur om samen met de patiënt en andere zorgverleners een duidelijke taakomschrijving en behandeldoel per discipline op te stellen, en met regelmaat te overleggen (zie module Samenwerking).

 

Waarden en voorkeuren van patiënten (en hun naasten)

Voor patiënten en hun naasten is het belangrijk dat zij betrokken worden bij het bespreken van de behandelopties (Houwen, 2017). Door het complexe zorglandschap is het voor patiënten en naasten vaak moeilijk te overzien bij welke discipline zij het beste zorg kunnen vragen.

 

Kosten (middelenbeslag)

Het beter indiceren van behandeling voor de somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis zou kunnen leiden tot efficiëntere behandeling. Adequate behandeling van de klachten zou ook het aantal verwijzingen naar andere disciplines kunnen verkleinen, zoals de lange en kostbare diagnostische trajecten bij medisch specialisten die patiënten soms ondergaan (Zonneveld, 2011). Er is voor cognitieve gedragstherapie voor lichamelijke klachten aangetoond dat deze kosteneffectief is (Sitnikova, 2020, Luo, 2007). Bij de functioneel-neurologisch-symptoomstoornis is aangetoond dat een goede uitleg leidt tot een afname van zorgkosten en het uitblijven van diagnose en behandeling leiden tot hoge maatschappelijke en zorgkosten (Lagrand, 2023; Watson, 2023).

 

Aanvaardbaarheid, haalbaarheid en implementatie

Doordat niet alle zorgverleners op de hoogte zijn van het bestaan van passende behandelopties voor de somatisch-symptoomstoornis of functioneel-neurologisch-symptoomstoornis binnen de ggz, voelen zij zich niet altijd bekwaam om diagnostiek en behandeling van deze klachten uit te voeren. Hierbij bestaat het risico dat de focus in behandeling komt te liggen op dat wat wel bekend is, namelijk het behandelen van psychologische beïnvloedende factoren, in plaats van een geïntegreerde biopsychosociale behandeling. Hoewel er steeds meer aandacht komt voor de somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis in onderwijs en onderzoek, zou nog meer aandacht – ook op beleidsniveau - kunnen helpen om behandeling van de aandoeningen meer te integreren in de ggz (Tak, 2024). Meer financiering zou kunnen helpen om de capaciteitsdruk die ontstaat op het beperkte aantal gespecialiseerde behandelcentra in de ggz te verkleinen.

 

Een belangrijke belemmerende factor voor goede behandeling is dat er weinig ergotherapeuten en fysiotherapeuten met kennis zijn over de doelgroep en paramedische behandelingen zoals fysiotherapie niet worden vergoed vanuit het basispakket van de zorgverzekering. Tevens wordt tijd die wordt besteed aan (interdisciplinair) overleg niet vergoed.

 

Deelvraag 1+2

Rationale van de aanbevelingen

Uit de overwegingen ontstaat de indruk dat zorgverleners in de ggz de somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis onvoldoende herkennen. Daarnaast worden de klachten onvoldoende in kaart gebracht met biopsychosociale diagnostiek en worden effectieve behandelingen beperkt aangeboden aan de patiënt. Patiënten hebben baat bij een persoonlijke uitleg over hun klachten en een gezamenlijke overweging van behandelopties. Op basis van de overwegingen komt de werkgroep tot de volgende aanbevelingen:

Onderbouwing

Deelvraag 1

Introductie

In de ggz behoort de somatisch-symptoomstoornis tot één van de meest voorkomende aandoeningen, met een geschatte prevalentie van 60% (Löwe, 2022). De prevalentie van de functioneel-neurologisch-symptoomstoornis ligt lager; hoewel de prevalentie binnen de geestelijke gezondheid niet is onderzocht, betreft deze in de algemene bevolking 80-140 op 100.000 personen (Finkelstein, 2025). De diagnose functioneel-neurologisch-symptoomstoornis wordt gesteld door de neuroloog. In de ggz worden mensen met een somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis gezien binnen verschillende behandelteams, variërend van poliklinieken tot klinische centra, en van generalistisch werkende teams tot teams gespecialiseerd in specifieke aandoeningen zoals depressie of posttraumatische stressstoornis. In de praktijk wordt gezien dat binnen deze behandelteams de somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis niet altijd worden herkend en onderzocht, waardoor ze ook wel de ‘blinde vlek’ van de psychiatrie zijn genoemd (Keynejad, 2017; Tak, 2023). In deze module wordt beschreven welke knelpunten er bestaan in de huidige praktijk ten aanzien van diagnostiek van de somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis. Er worden aanbevelingen gedaan voor zorgverleners in de ggz om de herkenning en diagnostiek te verbeteren.

 

Knelpunten

Onvoldoende herkenning

De somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis hebben een grote negatieve invloed op de kwaliteit van leven van patiënten (Löwe, 2022; Stone, 2020). Daarnaast hebben patiënten met deze aandoeningen een kleinere kans op herstel van psychische klachten (Huijbregts, 2010). Adequate diagnostiek van de somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis in de ggz is daarom van belang. Daar ontstaat in de praktijk een knelpunt: zorgverleners in de ggz herkennen de stoornissen lang niet altijd en, als ze deze herkennen, wordt er vaak onvoldoende diagnostiek verricht.

 

Twee factoren dragen bij aan de inadequate herkenning en diagnostiek. De eerste factor is dat de somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis, ondanks hun hoge prevalentie, relatief weinig positie innemen in de ggz ten opzichte van andere psychische aandoeningen zoals depressie en psychose (Keynejad, 2017; Tak, 2023). Er zijn minder gespecialiseerde behandelplekken, er wordt minder aandacht aan besteed in beroepsopleidingen en er wordt minder onderzoek verricht naar deze stoornissen ten opzichte van andere stoornissen (Jorsh, 2006; Tak, 2023). Dit leidt ertoe dat zorgverleners vaak weinig kennis hebben over de aandoeningen en amper behandelervaring opdoen (Jorsh, 2006).

 

Een tweede belangrijke factor is dat er een visieverandering is geweest ten aanzien van de classificatie van de somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis, die nog niet onder alle zorgverleners bekend is. In de DSM-IV is een focus geweest op aanhoudende lichamelijke klachten die onvoldoende verklaard werden door lichamelijke ziektes (American Psychiatric Association, 1994; zie Algemene inleiding). In de DSM-5 is met de introductie van de somatisch-symptoomstoornis de focus gelegd op aanhoudende lichamelijke klachten die leiden tot excessieve gedachten, gevoelens of gedragingen, ongeacht hun etiologie. De functioneel-neurologisch-symptoomstoornis wordt niet langer gezien als een diagnose per exclusionem, omdat deze classificatie gesteld wordt op basis van positieve klinische kenmerken die wijzen op de functionele aard van klachten (American Psychiatric Association, 2013; Aybek, 2022). In de praktijk worden de verouderde classificaties en termen, die door patiënten als stigmatiserend kunnen worden ervaren en een dualistisch lichaam-geest beeld in de hand werken (van der Feltz-Cornelis, 2014), nog met regelmaat gebruikt door zorgverleners.

 

Onvoldoende kennis over biologische factoren

In de ggz is veel kennis beschikbaar over psychologische en sociale factoren die bijdragen aan klachten en hoe deze kunnen worden behandeld. Zorgverleners in de ggz hebben echter vaak beperkt somatisch onderwijs gehad, waardoor zij weinig kennis hebben over somatische aandoeningen en biologische factoren (zoals leefstijl, hormonale en immunologische factoren; zie ook Figuur 1 Biopsychosociaal model in de Algemene inleiding) die kunnen bijdragen aan klachten (Jorsh, 2006; Löwe, 2024). In de diagnostiek van de somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis kan dit twee ongewenste gevolgen hebben. Eén mogelijk gevolg is dat zorgverleners zich focussen op de klachten en beïnvloedende factoren waar zij zich bekwaam in voelen, waardoor lichamelijke klachten worden gepsychologiseerd, en er onvoldoende aandacht wordt besteed aan biologische en sociale factoren die de klachten beïnvloeden. Een ander mogelijk gevolg is dat een biologische factor zoals reumatoïde artritis of een hernia als volledige verklaring voor de klachten wordt gehanteerd, en dat bestaande psychosociale beïnvloedende factoren niet voldoende plek krijgen in behandeling.

 

Patiënt en zorgverlener zitten op een ander spoor

Als het vermoeden bestaat dat psychosociale factoren een rol spelen in het beïnvloeden van de lichamelijke klachten, dan kan diagnostiek in de ggz worden overwogen. Het werken met een biopsychosociaal diagnostisch model is voor sommige patiënten meer vanzelfsprekend dan voor andere. Zeker voor patiënten die zelf een meer somatische focus hebben, kan het negatieve gevoelens oproepen als zij van het somatische zorgstelsel naar de ggz worden verwezen (Henningsen, 2020). Het is beschreven dat patiënten ervaren dat hun lichamelijke klachten als ‘volledig psychisch’ worden gezien door behandelaren, of dat somatische aandoeningen niet meer adequaat worden onderzocht of behandeld (Toye, 2010; Van der Feltz-Cornelis, 2014), wat ook kan voorkomen in de gezondheidszorg, gezien de eerder genoemde onvoldoende herkenning, gebruik van verouderde classificatie en onvoldoende kennis over biologische factoren in de huidige zorg. Regelmatig beschrijven zorgverleners in de ggz dat patiënten met een somatisch-symptoomstoornis of functioneel-neurologisch-symptoomstoornis met een volledig somatisch georiënteerde hulpvraag komen (Jorsh, 2006). Het is dan soms moeilijk om tot een gezamenlijk werkmodel te komen voor patiënt en zorgverlener, zeker wanneer de behandelaar met name op een psychosociaal spoor zit. Dit kan leiden tot onmacht aan beide kanten en de diagnostiek belemmeren. Daarnaast is het belangrijk om te beseffen dat uitgebreide psychosociale diagnostiek bij sommige patiënten niet nodig is om tot een effectieve behandeling te komen. Een deel van de mensen met een functioneel-neurologisch-symptoomstoornis kan, bijvoorbeeld, herstellen door middel van klachtgerichte behandeling met onder andere fysiotherapie.

 

Deelvraag 2

Introductie

Onvoldoende kennis over behandelmogelijkheden

Wanneer een somatisch-symptoomstoornis of functioneel-neurologisch-symptoomstoornis wordt vastgesteld, kan behandeling worden geïndiceerd. Zorgverleners in de ggz hebben vaak weinig onderwijs gehad over de behandelmogelijkheden voor deze stoornissen en hebben beperkte ervaring met het geven van deze behandelingen (Jorsh, 2006; Tak, 2023). Ze zijn zich hierdoor lang niet altijd bewust dat er effectieve behandelopties bestaan, die ook kosteneffectief zijn gebleken (Henningsen, 2020; Löwe, 2024). Ook indiceren zorgverleners minder vaak behandeling gericht op biologische factoren die bijdragen aan lichamelijke klachten dan gericht op psychosociale factoren. Door gebrek aan financiering zijn er weinig mogelijkheden om gespecialiseerd advies in te winnen over de behandeling van de somatisch-symptoomstoornis of functioneel-neurologisch-symptoomstoornis binnen de ggz en de schaarste aan gespecialiseerde behandelplekken belemmert tijdige en passende doorverwijzing (Tak, 2023).

 

Kloof tussen geestelijke en lichamelijke gezondheidszorg

De behandeling van de somatisch-symptoomstoornis en functioneel-neurologisch-symptoomstoornis vindt plaats bij verschillende disciplines binnen het medische domein (Löwe, 2024). Naast de ggz wordt behandeling aangeboden bij onder andere huisartsenpraktijken, fysiotherapie- en logopediepraktijken, ergotherapeuten, diëtisten, revalidatiecentra en medisch-specialistische poliklinieken zoals pijnpoli’s. De disciplines hebben ieder een eigen aanpak die gericht is op specifieke combinaties van klachten, bijdragende factoren en multimorbiditeit. Zorgverleners in de ggz hebben vaak weinig kennis over behandelopties bij andere disciplines en voelen weinig ruimte om samenwerking aan te gaan door druk op productie en beperkte financiering van overleg (zie module Samenwerking). Dit heeft tot gevolg dat er onvoldoende samenwerking is tussen de ggz en andere disciplines zoals fysiotherapie of revalidatiegeneeskunde (Mamo, 2024).

Deelvraag 1

Er is geen systematisch literatuuronderzoek uitgevoerd omdat er bij een verkennende inventarisatie geen wetenschappelijke studies naar de effectiviteit van interventies gericht op het verbeteren van kennis of diagnostiek in de geestelijke gezondheidszorg voor de preventie of de prognose van een somatisch-symptoomstoornis bekend zijn. De huidige submodule is gebaseerd op consensus binnen de werkgroep, aanvullend op beschikbare literatuur.

 

Deelvraag 2

Er is geen systematisch literatuuronderzoek uitgevoerd. De huidige submodule is gebaseerd op consensus binnen de werkgroep, aanvullend op beschikbare literatuur.

  1. American Psychiatric Association. (1994). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (IV ed.). https://doi.org/10.1176/appi.books.9780890425596
  2. American Psychiatric Association. (2013). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed.). https://doi.org/10.1176/appi.books.9780890425596
  3. Aybek S, Perez DL. Diagnosis and management of functional neurological disorder. BMJ. 2022 Jan 24;376:o64. doi: 10.1136/bmj.o64. PMID: 35074803.
  4. Boom, K.J. van der, & Houtveen, J.H. (2014). Psychiatric comorbidity in patients in tertiary care suffering from severe somatoform disorders. Tijdschrift voor Psychiatrie, 56, 743-747.
  5. Carpita B, Nardi B, Tognini V, Poli F, Amatori G, Cremone IM, Pini S, Dell'Osso L. Autistic Traits and Somatic Symptom Disorders: What Is the Link? Brain Sci. 2024 Mar 14;14(3):274. doi: 10.3390/brainsci14030274. PMID: 38539662; PMCID: PMC10968945.
  6. Didden R, Troost P, Moonen X, Groen W. Handboek psychiatrie en lichte verstandelijke beperking. Utrecht: de Tijdstroom; 2016.
  7. Ducroizet A, Zimianti I, Golder D, Hearne K, Edwards M, Nielsen G, Coebergh J. Functional neurological disorder: Clinical manifestations and comorbidities; an online survey. J Clin Neurosci. 2023;110:116–25. doi:10.1016/j.jocn.2023.02.014.
  8. Edwards MJ, Yogarajah M, Stone J. Why functional neurological disorder is not feigning or malingering. Nat Rev Neurol. 2023 Apr;19(4):246-256. doi: 10.1038/s41582-022-00765-z. Epub 2023 Feb 16. Erratum in: Nat Rev Neurol. 2023 Jun;19(6):384. doi: 10.1038/s41582-023-00821-2. PMID: 36797425.
  9. Ekanayake V, Kranick S, LaFaver K, Naz A, Webb AF, LaFrance WC Jr, Hallett M, Voon V. Personality traits in psychogenic nonepileptic seizures (PNES) and psychogenic movement disorder (PMD): Neuroticism and perfectionism. J Psychosom Res. 2017;97:23–9. doi:10.1016/j.jpsychores.2017.03.018.
  10. Finkelstein SA, Popkirov S. Functional neurological disorder: diagnostic pitfalls and differential diagnostic considerations. Neurol Clin. 2023 Nov;41(4):665-679. doi:10.1016/j.ncl.2023.04.001.
  11. Finkelstein SA, Diamond C, Carson A, Stone J. Incidence and prevalence of functional neurological disorder: a systematic review. J Neurol Neurosurg Psychiatry. 2025 Mar 24;96(4):383-395. doi: 10.1136/jnnp-2024-334767. PMID: 39663114; PMCID: PMC12015090
  12. Frølund Pedersen H, Holsting A, Frostholm L, Rask C, Jensen JS, Høeg MD, Schröder A. "Understand your illness and your needs": Assessment-informed patient education for people with multiple functional somatic syndromes. Patient Educ Couns. 2019 Sep;102(9):1662-1671. doi: 10.1016/j.pec.2019.04.016. Epub 2019 Apr 17. PMID: 31023608.
  13. Gilmour GS, MacIsaac R, Subotic A, Wiebe S, Josephson CB. Diagnostic accuracy of clinical signs and symptoms for psychogenic non-epileptic attacks versus epileptic seizures: a systematic review and meta-analysis. Epilepsy Behav. 2021;121:108030. doi:10.1016/j.yebeh.2021.108030.
  14. Gonzalez-Herrero B, Happé F, Nicholson TR, Morgante F, Pagonabarraga J, Deeley Q, Edwards MJ. Functional Neurological Disorder and Autism Spectrum Disorder: A Complex and Potentially Significant Relationship. Brain Behav. 2024 Dec;14(12):e70168. doi: 10.1002/brb3.70168. PMID: 39705515; PMCID: PMC11661563.
  15. Henningsen P. Management of somatic symptom disorder. Dialogues Clin Neurosci. 2018 Mar;20(1):23-31. doi: 10.31887/DCNS.2018.20.1/phenningsen. PMID: 29946208; PMCID: PMC6016049
  16. Hengeveld MW, van Balkom AJLM, van Heeringen C, Sabbe BGC. Leerboek psychiatrie (2e geheel herziene druk). De Tijdstroom, Utrecht, 2009.
  17. Hegeman JM, Kok RM, van der Mast RC, Giltay EJ. Phenomenology of depression in older compared with younger adults: meta-analysis. Br J Psychiatry. 2012;200(4):275–81. doi:10.1192/bjp.bp.111.095950.
  18. Hofman MR, van den Hanenberg F, Sierevelt IN, Tulner CR. Elderly patients with an atypical presentation of illness in the emergency department. Neth J Med 2017;75:241-246.
  19. Huijbregts KM, van der Feltz-Cornelis CM, van Marwijk HW, de Jong FJ, van der Windt DA, Beekman AT. Negative association of concomitant physical symptoms with the course of major depressive disorder: a systematic review. J Psychosom Res 2010;68:511-519.
  20. Jorsh MS. Somatoform disorders: the role of consultation liaison psychiatry. Int Rev Psychiatry 2006; 18: 61-5.
  21. Kamp CAD, de Vroege L, van Eck van der Sluijs JF, Kop WJ, van der Feltz-Cornelis CM. The Somatic Symptom Disorder – B criteria Scale (SSD-12) in a Dutch Clinical Sample. A Validation Study. 2017 Jun 30.
  22. Keynejad RC, Carson AJ, David AS, Nicholson TR. Functional neurological disorder: psychiatry's blind spot. Lancet psychiatry 2017;4:3E2E3.
  23. Ko C, Lucassen P, van der Linden B, Ballering A, Olde Hartman T. Stigma perceived by patients with functional somatic syndromes and its effect on health outcomes - A systematic review. J Psychosom Res. 2022 Mar;154:110715. doi: 10.1016/j.jpsychores.2021.110715. Epub 2022 Jan 6. PMID: 35016138.
  24. Kromme NMH, Ahaus KTB, Gans ROB, van de Wiel HBM (2018) Internists’ dilemmas in their interactions with chronically ill patients; A comparison of their interaction strategies and dilemmas in two different medical contexts. PLoS One. 2018 May 30;13(5):e0194133. doi: 10.1371/journal.pone.0194133. PMID: 29847552.
  25. Lagrand TJ, Jones M, Bernard A, Lehn AC. Health Care Utilization in Functional Neurologic Disorders: Impact of Explaining the Diagnosis of Functional Seizures on Health Care Costs. Neurol Clin Pract. 2023 Feb;13(1):e200111. doi: 10.1212/CPJ.0000000000200111. Epub 2023 Jan 11. PMID: 36865642; PMCID: PMC9973286.
  26. Löwe B, Levenson J, Depping M, Hüsing P, Kohlmann S, Lehmann M, Shedden-Mora M, Toussaint A, Uhlenbusch N, Weigel A. Somatic symptom disorder: a scoping review on the empirical evidence of a new diagnosis. Psychol Med. 2022 Mar;52(4):632-648. doi: 10.1017/S0033291721004177. Epub 2021 Nov 15. PMID: 34776017; PMCID: PMC8961337.
  27. Löwe B, Toussaint A, Rosmalen JGM, Huang WL, Burton C, Weigel A, Levenson JL, Henningsen P. Persistent physical symptoms: definition, genesis, and management. Lancet. 2024 Jun 15;403(10444):2649-2662. doi: 10.1016/S0140-6736(24)00623-8. PMID: 38879263.
  28. Luo Z, Goddeeris J, Gardiner JC, Smith RC. Costs of an intervention for primary care patients with medically unexplained symptoms: a randomized controlled trial. Psychiatr Serv. 2007;58(8):1079–86. doi:10.1176/ps.2007.58.8.1079.
  29. Mamo, N., Rosmalen, J. G. M., Hanssen, D. J. C., Tak, L. M., & Hartman, T. C. O. (2024). Barriers and potential solutions for collaboration between primary and secondary care in patients with persistent somatic symptoms and functional disorders: A nominal group technique study. European Journal of General Practice, 30(1), Article 2413090. https://doi.org/10.1080/13814788.2024.2413090
  30. Miyoshi M, Takanashi R, Taguchi K, Yoshida T, Kurita K, Shimizu E. Neurodevelopmental and personality traits of somatic symptom disorder: A cross-sectional study. PCN Rep. 2025 Mar 17;4(1):e70082. doi: 10.1002/pcn5.70082. PMID: 40104130; PMCID: PMC11913621.
  31. Moriarty O, McGuire BE, Finn DP. The effect of pain on cognitive function: a review of clinical and preclinical research. Prog Neurobiol. 2011 Mar;93(3):385-404. doi: 10.1016/j.pneurobio.2011.01.002. Epub 2011 Jan 7. PMID: 21216272.
  32. Newby, J. M., Hobbs, M. J., Mahoney, A. E. J., Wong, S. K., & Andrews, G. (2017). DSM-5 illness anxiety disorder and somatic symptom disorder: Comorbidity, correlates, and overlap with DSM-IV hypochondriasis. Journal of Psychosomatic Research, 101, 31–37. doi: 10.1016/j.jpsychores.2017.07.010
  33. Rood, Y. van, & Roos, C. de. (2017). Somatisch onvoldoende verklaarde klachten en somatische symptoom stoornissen. In G. Keijsers, A. van Minnen, M. Verbraak, K. Hoogduin, & P. Emmelkamp (Eds.), Protocollaire behandelingen voor volwassenen met psychische klachten Deel 3 (3rd ed., Vol. 3, pp. 19–61). Boom
  34. Rutten S, den Boer, Tak LM. Van SOLK naar ALK. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 2024;168:D8101.
  35. Saunders C, Treufeldt H, Rask MT, Pedersen HF, Rask C, Burton C, Frostholm L. Explanations for functional somatic symptoms across European treatment settings: A mixed methods study. J Psychosom Res. 2023 Mar;166:111155. doi: 10.1016/j.jpsychores.2023.111155. Epub 2023 Jan 13. PMID: 36680846.
  36. Smakowski A, Hüsing P, Völcker S, Löwe B, Rosmalen JGM, Shedden-Mora M, Toussaint A. Psychological risk factors of somatic symptom disorder: A systematic review and meta-analysis of cross-sectional and longitudinal studies. J Psychosom Res. 2024 Jun;181:111608. doi: 10.1016/j.jpsychores.2024.111608. Epub 2024 Feb 12. PMID: 38365462.
  37. Siig EJP, Hvidtfelt Lykke VM, Mantilla Herrera AM, Jørgensen TSH, Ferrari AJ, Santomauro DF. The prevalence and estimated burden of somatoform disorders: a systematic review and meta-analysis of their epidemiology. Lancet Psychiatry. 2025 Oct 15:S2215-0366(25)00272-X. doi: 10.1016/S2215-0366(25)00272-X. Epub ahead of print. PMID: 41109320.
  38. Sitnikova K, Finch AP, Leone SS, Bosmans JE, van Marwijk HWJ, van der Horst HE, van der Wouden JC. A brief cognitive behavioural intervention is cost-effective for primary care patients with medically unexplained physical symptoms compared to usual care. J Psychosom Res. 2020;138:110217. doi:10.1016/j.jpsychores.2020.110217.
  39. Spaans J, Visser S, Rosmalen J, van Roos Y, van der Horst H. Handboek behandeling van somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten. Hoofdstuk 2: Kenmerken en voorkomen; Hoofstuk 7: Diagnostiek en verwijzing in de huisartsenpraktijk. Lannoo Campus 2017.
  40. Stephen CD, Fung V, Lungu CI, Espay AJ. Assessment of emergency department and inpatient use and costs in adult and pediatric functional neurological disorders. JAMA Neurol. (2021) 78:88–101. doi: 10.1001/jamaneurol.2020.3753
  41. Stortenbeker I, Stommel W, Olde Hartman T, van Dulmen S, Das E. How general practitioners raise psychosocial concerns as a potential cause of medically unexplained symptoms: a conversation analysis. Health communication 2022;37:696-707.
  42. Stone J, Burton C, Carson A. Recognising and explaining functional neurological disorder. BMJ 2020;371:m3745. doi:10.1136/bmj.m3745
  43. Stone J, Carson A, Duncan R, Coleman R, Roberts R, Warlow C, et al. Symptoms 'unexplained by organic disease' in 1144 new neurology out-patients: how often does the diagnosis change at follow-up? Brain. 2009;132:2878-88
  44. Tak en Spiertz. Hoofdstuk 10, Somatisch-symptoomstoornis met comorbide stoornissen. In: Spinhoven P, Bockting C, Ruhe E, Spijker J. Comorbiditeit van psychische stoornissen, Boom, 2018.
  45. Tak L, Nagebootste stoornis. Tijdschrift over arbeid en gezondheid. 2019, Beschikbaar via https://www.tbv-online.nl/magazine-artikelen/nagebootste-stoornis/.
  46. Tak LM, Chrispijn M, Rosmalen JGM. Somatisch-symptoomstoornis: een grote, maar onderschatte psychiatrische stoornis. Tijdschrift voor Psychiatrie 2023;65:540-541.
  47. Tamilson B, Poole N, Agrawal N. The co-occurrence of functional neurological disorder and autism spectrum disorder: a systematic literature review and meta-analysis. Cogn Neuropsychiatry. 2024 Nov;29(6):358-385. doi: 10.1080/13546805.2025.2452259. Epub 2025 Jan 31. PMID: 39888594.
  48. Tinazzi, M., Gandolfi, M., Landi, S., & Leardini, C. (2021). Economic costs of delayed diagnosis of functional motor disorders: Preliminary results from a cohort of patients of a specialized clinic. Frontiers in Neurology, 12. https://doi.org/10.3389/ fneur.2021.786126
  49. Toussaint A, Löwe B, Brähler E, Jordan P. The Somatic Symptom Disorder - B Criteria Scale (SSD-12): Factorial structure, validity and population-based norms. J Psychosom Res. 2017 Jun;97:9-17. doi: 10.1016/j.jpsychores.2017.03.017. Epub 2017 Mar 30. PMID: 28606504.
  50. Toussaint A, Hüsing P, Kohlmann S, Löwe B. Detecting DSM-5 somatic symptom disorder: criterion validity of the Patient Health Questionnaire-15 (PHQ-15) and the Somatic Symptom Scale-8 (SSS-8) in combination with the Somatic Symptom Disorder - B Criteria Scale (SSD-12). Psychol Med. 2020 Jan;50(2):324-333. doi: 10.1017/S003329171900014X. Epub 2019 Feb 7. PMID: 30729902.
  51. Toye F, Barker K. 'Could I be imagining this?' - the dialectic struggles of people with persistent unexplained back pain. Disabil Rehabil. 2010;32(21):1722-32. doi: 10.3109/09638281003657857. PMID: 20170277.
  52. Van der Felz-Cornelis CM, Patiënten met een nagebootste stoornis: de confrontatie. Ned Tijdschr Geneeskd 2000;144:545-8.
  53. van der Feltz-Cornelis CM, Sweetman J, van Eck van der Sluijs JF, Kamp CAD, de Vroege L, de Beurs E. Diagnostic accuracy of the Dutch version of the Somatic Symptom Disorder - B Criteria Scale (SSD-12) compared to the Whiteley Index (WI) and PHQ-15 in a clinical population. J Psychosom Res. 2023 Oct;173:111460. doi: 10.1016/j.jpsychores.2023.111460. Epub 2023 Aug 12. PMID: 37607421.
  54. Van der Felz-Cornelis CM, van Houdenhove B. DSM-5: van somatoforme stoornissen naar ‘somatic symptom and related disorders’. Tijdschrift voor Psychiatrie 2014;56:182-186.
  55. Van Der Feltz-Cornelis CM, Sweetman J, van der Sluijs JVE, Kamp CAD, de Vroege L & de Beurs E. (2023). Diagnostic accuracy of the Dutch version of the Somatic Symptom Disorder–B Criteria Scale (SSD-12) compared to the Whiteley Index (WI) and PHQ-15 in a clinical population. Journal of Psychosomatic Research, 173, 111460.
  56. Van Harten PN. Katatonie, een syndroom om te herinneren. Tijdschrift voor Psychiatrie 2005;47:6.
  57. van Rood, Y., & de Roos, C. (2017). Somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten en somatisch-symptoomstoornis: Protocol voor een gepersonaliseerd behandelplan voor patiënten met somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (SOLK). In G. Keijsers, A. van Minnen, M. Verbraak, K. Hoogduin, & P. Emmelkamp (red.), Protocollaire behandelingen voor volwassenen met psychische klachten 3 (pp. 19-62). Uitgeverij Boom.
  58. Volkow, N.D., & McLellan, A.T. (2016). Opioid abuse in chronic pain--misconceptions and mitigation strategies. New England Journal of Medicine, 374, 1253-1263.
  59. Watson, M., Woodward, J. & Strom, L.A. (2023). The Financial Burden of Functional
  60. Neurological Disorders. Curr Neurol Neurosci Rep. Oct;23(10):637-643. doi: 10.1007/s11910-023-01298-8. Epub 2023 Sep 11. PMID: 37695443.
  61. Volksgezondheid en zorg. Chronische aandoeningen en multimorbiditeit | Leeftijd en geslacht. Versie 18-06-2024; beschikbaar via: https://www.vzinfo.nl/chronische-aandoeningen-en-multimorbiditeit/leeftijd-en-geslacht.

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 09-07-2026

Beoordeeld op geldigheid  : 09-07-2026

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie
Geautoriseerd door:
  • Federatie Vaktherapeutische Beroepen
  • Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie
  • MIND Landelijk Platform Psychische Gezondheid
  • Kenniscentrum NALK
  • Nederlands Instituut van Psychologen
  • Nederlandse Internisten Vereniging
  • Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie
  • Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie
  • Nederlandse Vereniging voor Verzekeringsgeneeskunde
  • Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie
  • Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen

Algemene gegevens

Er is een verklaring van geen bezwaar afgegeven door:

  • Ergotherapie Nederland
  • Nederlandse Vereniging voor Neurologie
  • Nederlands Huisartsen Genootschap

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is in 2023 een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van alle relevante specialismen (zie hiervoor de Samenstelling van de werkgroep) die betrokken zijn bij de zorg voor mensen met een somatisch-symptoomstoornis of functioneel-neurologisch-symptoomstoornis.

 

Werkgroep

  • dr. E. (Ella) Bekhuis, psychiater, namens de NVvP
  • D. (Door) Boxhoorn, patiëntvertegenwoordiger, namens het NALK (tot mei 2025)
  • K. (Karin) Bruynesteyn, patiëntvertegenwoordiger, namens het NALK (tot april 2024)
  • dr. E.M.J. (Elisabeth) Foncke, neuroloog, namens de NVN
  • S. (Sem) Foreman, patiëntvertegenwoordiger, namens het NALK
  • dr. J. (Jeannette) Gelauff, AIOS neurologie, namens de NVN (vanaf maart 2025)
  • dr. D.J.C. (Denise) Hanssen, klinisch psycholoog/psychotherapeut, namens het NIP
  • dr. H. (Hanneke) Kalisvaart, psychomotorisch therapeut, namens Vaktherapie Nederland
  • drs. M. (Manouk) van de Klundert, patiëntvertegenwoordiger, namens het NALK
  • prof. dr. R.C. (Richard) Oude Voshaar, psychiater, namens de NVvP
  • prof. dr. J.G.M. (Judith) Rosmalen, hoogleraar, persoonlijke titel
  • dr. S. (Sonja) Rutten, psychiater, namens de NVvP
  • drs. C.A. (Lot) Spiertz, klinisch psycholoog/psychotherapeut, namens het NIP
  • dr. L.M. (Lineke) Tak (voorzitter), psychiater, namens de NVvP
  • dr. P.E. (Els) van Westrienen, docent-senior onderzoeker, namens het KNGF
  • prof. dr. A.P. (André) Wolff, anesthesioloog-pijnspecialist, namens de NVA
  • dr. L.N.L. (Lyonne) Zonneveld, klinisch psycholoog/psychotherapeut, namens het NIP

Klankbordgroep

  • drs. M. (Marieke) van Beugen, revalidatiearts, namens de Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen (VRA)
  • drs. B.F. (Bart) van Buchem, fysiotherapeut, namens het KNGF
  • drs. W.B. (Wouter) Doorn, klinisch geriater, namens de Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie (NVKG)
  • H.W.P.C. (Henk) van de Meerendonk, bedrijfsarts, namens de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB)
  • dr. A.F. (Alex) Muller, internist-endocrinoloog, namens Nederlandse Internisten Vereniging (NIV)
  • dr. S.L. (Sonja) van Ockenburg, internist, namens de NIV
  • dr. T.C. (Tim) Olde Hartman, huisarts(-onderzoeker), namens het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG)
  • drs. R.F.A. (René) Oosterwijk, revalidatiearts, namens de VRA
  • E.M. (Ilse) Otten, ergotherapeut, namens Ergotherapie Nederland (EN)
  • drs. F. (Felice) Tauer, vaktherapeut, namens de Vaktherapie Nederland
  • dr. K.H.N. (Kristel) Weerdesteijn, verzekeringsarts, namens de Nederlandse Vereniging voor Verzekeringsgeneeskunde (NVVG)
  • dr. M.S.H. (Margreet) Wortman, senior onderzoeker, namens de Vereniging van Oefentherapeuten Cesar en Mensendieck (VvOCM)

Met ondersteuning van

  • dr. M.L. (Marja) Molag, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • drs. L.C. (Laura) van Wijngaarden, junior adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten

Belangenverklaringen

Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.

 

Tabel 1. Gemelde (neven)functies en belangen werkgroep

Werkgroeplid

Functie

Nevenfuncties

Gemelde belangen

Ondernomen actie

E. (Ella) Bekhuis

Psychiater, Dimence, Alkura

Geen

Geen

Geen restricties

D. (Door) Boxhoorn (tot mei 2025)

Ervaringsdeskundige, Dimence Alkura 

Geen

Geen

Geen restricties

K. (Karin) Bruynesteyn (tot april 2024)

Lid patiëntenpanel NALK

Geen

Geen

Geen restricties

E.M.J. (Elisabeth) Foncke

Neuroloog, Acibadem International Medical Center, Amsterdam

Geen

Geen

Geen restricties

S. (Sem) Foreman

Lid patiëntenpanel NALK

* Investment manager, Graduate Entrepreneur Fund

Geen

Geen restricties

J. (Jeannette) Gelauff (vanaf maart 2025)

AIOS neurologie, Amsterdam UMC

* Voorzitter landelijke werkgroep FNS van de Nederlandse Vereniging voor Neurologie.

* Deelname werkgroep zorgstandaard FNS (Akwa GGZ).

Extern gefinancierd onderzoek:

Zonmw; National Plan Hoofdzaken: BEGRIP studie naar educatie over FNS. ProjectLeidersrol, nee

Geen restricties

D.J.C. (Denise) Hanssen

* Klinisch psycholoog/psychotherapeut, UMC Groningen

* Senior wetenschappelijk onderzoeker ouderenpsychiatrie, UMC Groningen

* Hoofddocent somatiek binnen de GZ-opleiding

Extern gefinancierd onderzoek:

* ZonMW, Haalbaarheidsstudie Acceptance and Commitment Therapy bij kwetsbare ouderen

EU, Horizon 2020

* Kennis vergroten over Functionele Stoornissen (labeling, multidisciplinaire samenwerking)

Geen restricties

H. (Hanneke) Kalisvaart

Psychomotorisch therapeut, vrijgevestigd  

* Trainer/supervisor in sensorimotor psychotherapy.

* Freelance senior onderzoeker (Tilburg University)

* Gast-docent Master PMT Hogeschool Windesheim.  

* Deelname werkgroep zorgstandaard FNS (Akwa GGZ).

Extern gefinancierd onderzoek:

* Stichting tot steun VCVGZ. Het effect van sensorimotor psychotherapie bij cliënten met persoonlijkheidsstoornissen.

Geen restricties

M. (Manouk) van de Klundert

Lid patiëntenpanel NALK

* Office manager NALK

* Project manager/junior consultant Ftrprf

Geen

Geen restricties

R.C. (Richard) Oude Voshaar

* Psychiater, UMC Groningen

* Hoogleraar ouderenpsychiatrie, Rijksuniversiteit Groningen

Geen

Geen

Geen restricties

J.G.M. (Judith) Rosmalen

Hoogleraar Psychosomatiek, UMC Groningen, Rijksuniversiteit Groningen 

* Voorzitter Netwerk Aanhoudende Lichamelijke Klachten (NALK) tot okt 2024.

* Vice-president European Association of Psychosomatic Medicine (EAPM) tot September 2025

Persoonlijke belangen:

Ontwikkelaar van een eLearning op het gebied van ALK. Deelnemen aan de elearning is betaald voor sommige groepen; inkomsten gaan naar het UMCG en hiervan wordt de accreditatie betaald.

Ontwikkelaar van Grip, een eHealth systeem dat zich richt op ALK. Momenteel is Grip niet beschikbaar buiten studiedoeleinden. Ik heb en had nooit persoonlijke financiële belangen bij Grip.

 

Extern gefinancierd onderzoek:

* ZonMw: ME/CFS Lines – A multidisciplinary consortium and biobank for unravelling ME/CFS aetiology in Lifelines, projectleider

* EU: Decision support for prediction and management of Long Covid Syndrome, geen projectleider

* NIMH: An Integrative Approach to the Etiology of Internalizing Disorders in the Lifelines Cohort, geen projectleider

* ZonMw: Persistent symptoms after COVID-19: perspective from the population, the patient, and the care system, projectleider

* SBOH Innovatiefonds Huisartsopleiding: Ontwikkeling, implementatie en evaluatie van onderwijsprogramma voor somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (SOLK) in de huisartsopleiding, geen projectleider

* NIMH: An Integrative Approach to the Etiology of Internal Sex and gender inequalities in COVID

* Regionaal ALK netwerk Salland. Sex and gender inequalities in medical trajectories of patients with common somatic symptoms. Master Your symptoms: personalized e-health for Self-management of somatic symptom disorder (MYSelf), projectleider

* EU: Encompassing Training in functional Disorders across Europe (ETUDE), projectleider

* EU: Towards evidence-based tailored implementation strategies for eHealth (ImpleMentAll), geen projectleider

Geen restricties

S. (Sonja) Rutten

* Psychiater, Amsterdam UMC

* Senior-onderzoeker, Amsterdam UMC

Geen

Extern gefinancierd onderzoek:

ZonMW: Meer BEkendheid en GRIP voor mensen met FNS middels een online educatiemodule (BEGRIP)

Geen restricties

C.A. (Lot) Spiertz

Klinisch-psycholoog, behandelcoördinator en teamleider, Dimence, Deventer

* Gastdocent Psychology master, Universiteit Twente (t/m 2024).

* Gastdocentschap Psychology master, Radboud Universiteit (t/m 2025).

Geen

Geen restricties

L.M. (Lineke) Tak

Psychiater, Dimence, Deventer

* Bestuurslid NALK, sinds okt 2024 voorzitter

* Kernredactielid Tijdschrift voor Psychiatrie

* EU: Encompassing Training in functional Disorders across Europe (ETUDE),

* Collaborative care networks for Functional Disorders

Geen restricties

P.E. (Els) van Westrienen

* Docent-senior onderzoeker, Fontys Hogeschool

* Docent, Hogeschool Utrecht

Geen

* SIA RAAK publiek - PARASOL studie

* SIA RAAK top-up - vervolg PARASOL studie

* SIA RAAK MKB - van sensoren naar zorg

* SIA RAAK publiek

Evaluatie van een proactief interventie ter preventie van chroniciteit bij mensen met matige SOLK

* SIA RAAK MKB

Het toepassen van stressmetingen met wearables in de praktijk

Geen restricties

A.P. (André) Wolff

* Anesthesioloog-pijnspecialist, UMC Groningen

* Hoogleraar Rijksuniversiteit Groningen

* Medisch hoofd UCG pijncentrum

Extern gefinancierd onderzoek:

* Philips, DANI studie, geen projectleider

* KWR, Chordotomie studie, projectleider

* Interreg, Chronische pijn in Noord-Nederland/Niedersachsen

* QPS, verrichtingen voor derden, geen projectleider

* Grunenthal, Prince studie, projectleider

Geen restricties

L.N.L. (Lyonne) Zonneveld

Klinisch-psycholoog, Amsterdam UMC

Geen

* ZonMW Stimuleringssubsidie

* Doelmatigheidsonderzoek

Geen restricties

 

Tabel 2. Gemelde (neven)functies en belangen klankbordgroep

Klankbordgroeplid

Functie

Nevenfuncties

Gemelde belangen

Ondernomen actie

M. (Marieke) van Beugen

Revalidatiearts bij Heliomare Wijk aan Zee

Geen

Geen

Geen restricties

B.F. (Bart) van Buchem

Eigenaar praktijk voor fysiotherapie Praktijk Noorder Spaarne

Geen

Nascholing voor fysiotherapeuten, het organiseren en doseren van cursussen. Aandeel in Noigroup Publications (Australia)

Royalties van het boek Begrijp de Pijn (Explain Pain)

Geen restricties

W.B. (Wouter) Doorn

Klinisch Geriater te Altrecht

Secretaris en vice-voorzitter Stichting Buddho, onbetaald.

Geen

Geen restricties

H.W.P.C. (Henk) van de Meerendonk

VDM Medisch Consult: zelfstandig bedrijfsarts.

Lid CROW NVAB

Geen

Geen restricties

A.F. (Alex) Muller

Internist Diakonessenziekenhuis Utrecht 1.0 fte

Geen

Geen

Geen restricties

S.L. (Sonja) van Ockenburg

Internist-endocrinoloog in het UMCG (bezoldigd 1.0 fte)

Geen

Ja, Lifelines long covid studie

ZonMw

Pathofysiologisch onderzoek naar 'long covid' in de Lifelines populatie (werkpakket 2). Geen hoofdonderzoeker.

Geen restricties

T.C. (Tim) Olde Hartman

Huisarts-onderzoeker, hoofd van de onderzoeksgroep Huisartsgeneeskunde

Afdeling Eerstelijnsgeneeskunde

Radboudumc

(afgevaardigde vanuit het Nederlands Huisartsen Genootschap - NHG)

Praktijkhoudend huisarts

ZonMw

Mental Health Verbindt - digitaal platform voor zoeken juiste zorg

EU (Horizon ITN)

ETUDE: Encompassing Training in fUnctional Disorders across Europe - Stigma - symptom diagnoses

ZonMw

GRIP3: General practice Research Infrastructure Pandemic Preparedness Program

ZonMw

ACTION: Aanhoudende Klachten na COVID-19: perspectief vanuit de populatie, patiënt, en zorg

ZonMw

Inzicht in aanhoudende klachten na Covid-19 besmetting:  Een mixed methods benadering.

Geen restricties

R.F.A. (René) Oosterwijk

Revalidatiearts-medisch directeur, CIR , Clinics In Revalidatie. Loondienstverband.  Het betreft 0.6 fte patiëntenzorg voor patiënten met chronische pijn en 0.4 fte medisch manager.

Onbezoldigd lid van het bestuur van het NALK

Geen

Geen restricties

E.M. (Ilse) Otten

Ergotherapeut in dienst bij Klimmendaal revalidatie. 24 uur/w

Ergotherapeut ZZP bij Care2change 2-6 uur/w

Geen

Geen restricties

F. (Felice) Tauer

1. Beeldend therapeut bij Altrecht GGZ (16u), behandeling van patiënten met psychosomatische klachten in een multidisciplinair team, betaald

2. docent beeldende therapie bij Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (20u), methodieklessen, onderzoek coördinatie bacheloronderzoek, docentonderzoeker lectoraat. betaald

Geen

Geen

Geen restricties

K. (Kristel) Weerdesteijn

Verzekeringsarts en opleider bij UWV

Betaald docent

Gepromoveerd in 2022

KCVG

Work-related functioning among long-term sick-listed workers with persistent subjective health complaints

Geen restricties

M.S.H. (Margreet) Wortman

Senior onderzoeker Hogeschool van Amsterdam, 0.5 fte, betaald

Curriculum ontwikkelaar en docent Hogeschool Windesheim, 0.5 fte, betaald

ZonMw

Oefentherapie voor gezond beweeggedrag in de leefomgeving van cliënten

Geen restricties

Inbreng patiëntenperspectief

De werkgroep besteedde aandacht aan het patiëntenperspectief door afgevaardigden van het patiëntenpanel NALK te betrekken in de werkgroep. De verkregen input is meegenomen bij het opstellen van de uitgangsvragen, de keuze voor de uitkomstmaten en bij het opstellen van de overwegingen (zie kop ‘Waarden en voorkeuren van patiënten’). De conceptrichtlijn is tevens voor commentaar voorgelegd aan NALK en MIND en de eventueel aangeleverde commentaren zijn bekeken en verwerkt.

 

Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz

Bij de richtlijnmodule voerde de werkgroep conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uit om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema bij Werkwijze).

Module

Uitkomst raming

Toelichting

Module Geestelijke gezondheidszorg

Geen financiële gevolgen

Hoewel uit de toetsing volgt dat de aanbevelingen breed toepasbaar zijn (>40.000 patiënten), volgt ook uit de toetsing dat het geen nieuwe manier van zorgverlening of andere organisatie van zorgverlening betreft.

Werkwijze

Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze. Relevante informatie voor de ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule is hieronder weergegeven.

Volgende:
Communicatie