Sinus Pilonidalis

Initiatief: NHG / NVAB / NVDV / NVPC / NVVH / V&VN Aantal modules: 9

Startpagina - Sinus Pilonidalis

Waar gaat deze richtlijn over?

Deze richtlijn gaat over de diagnostiek (classificatie), behandeling en nazorg van patiënten met een sinus pilonidalis. In de richtlijn komen de volgende onderwerpen aan de orde:

  • Diagnostiek
    • Classificatie ernst sinus pilonidalis
    • Differentiaaldiagnose hidradenitis suppurativa
  • Behandeling van sinus pilonidalis
    • Optimale behandeling symptomatische sinus pilonidalis
    • Type verschuivingsplastiek
  • Nazorg van sinus pilonidalis
    • Laserontharing
    • Behandeling niet genezende hypergranulerende wond
    • Etiologie, risicofactoren en preventieve adviezen

 

Voor wie is deze richtlijn bedoeld?

Deze richtlijn is geschreven voor alle beroepsbeoefenaars die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten met sinus pilonidalis. De richtlijn is primair bedoeld voor chirurgen, omdat zij de meeste patiënten behandelen in Nederland. Daarnaast is de richtlijn relevant voor dermatologen, SEH-artsen, wondverpleegkundigen, plastisch chirurgen en kinderchirurgen. Het komt voor dat een patiënt met een geabcedeerde sinus pilonidalis zelf op de spoedeisende hulp komt of wordt doorverwezen door dermatologen, omdat het ziektebeeld soms overeenkomsten heeft met hidradenitis suppurativa. Wondverpleegkundigen zijn ook vaak betrokken bij patiënten, waarbij de wonden niet of traag willen genezen. Tenslotte worden sommige ingrepen, bijvoorbeeld verschuivingsplastieken, uitgevoerd door plastisch chirurgen eventueel in samenwerking met algemeen chirurgen. Kinderchirurgen komen ook in aanraking met sinus pilonidalis bij kinderen.

Voor patiënten

Sinus pilonidalis (voorheen ook wel een haarnestcyste genoemd) is een ontsteking in de bilnaad.

Het ziektebeeld sinus pilonidalis wordt beschreven op Thuisarts: https://www.thuisarts.nl/ontsteking-in-bilspleet


Hoe is de richtlijn tot stand gekomen?

Het initiatief van de richtlijn is afkomstig van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVvH). De Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV) is als penvoerder betrokken geweest bij het schrijven van de aanvraag, aangezien tijdens het ontwikkelen van de richtlijn de Guideline Development Tool (GDT) werd geëvalueerd. Het evalueren van de GDT was een project van de NVDV. Lees meer over deze software in het evaluatierapport of de handleiding.

   
De richtlijn is opgesteld door een multidisciplinaire commissie met vertegenwoordigers vanuit de heelkunde, kindergeneeskunde, plastische chirurgie, dermatologie, bedrijfsgeneeskunde, verpleegkunde en de Hidradenitis Patiënten Vereniging.

 

 

Definities en begrippen

Asymptomatisch sinus pilonidalis: een sinus pilonidalis, door een medicus geobjectiveerd, bestaand uit kleine openingen in de bilnaad (“pits”), met of zonder laterale openingen, die bij de patiënt geen subjectieve klachten geeft (zoals pijn, jeuk of afvloed van pus of bloed).

Classificatie: methode om de ernst van de ziekte in te delen. Er zijn verschillende classificatiesystemen ontwikkeld zoals die van Guner (2016).

Excisie: volledig uitsnijden van de sinus pilonidalis (huid en subcutis). Daarna kan de wond gesloten worden met hechtingen (primaire wondgenezing) of opengelaten worden (secundaire wondgenezing).

Minimaal invasieve chirurgie: chirurgische behandelmethode om met minimaal chirurgisch trauma de onderliggende infectie te saneren. Adjuvante behandelingen bestaan uit phenol, laser, endoscopische diathermie of laterale drainage.

Niet genezende wond: een wond in de middenlijn van de bilnaad bij een patiënt met een sinus pilonidalis waarbij de huid niet sluit. Dit kan een primair ontstane sinus pilonidalis zijn, maar ook secundair na chirurgie.

Recidief: een terugkerende sinus pilonidalis na eerdere (chirurgische) behandeling, waarbij de huid na de behandeling gesloten was en de patiënt geen symptomen meer had (Doll, 2007).

Sinus pilonidalis: ziekte die veroorzaakt wordt door subcutaan (onderhuids) gemigreerde haren in voornamelijk de bilnaad. Leidt vaak tot recidiverende infecties met uitvloed van pus en/of bloed, of tot abcedering.

Verschuivingsplastiek: het verschuiven van een stuk huid en eventueel subcutis, nadat de sinus is behandeld. Sluiting van de wond vindt buiten de middellijn plaats.

Referenties
Guner, A., Cekic, A. B., Boz, A., Turkyilmaz, S., & Kucuktulu, U. (2016). A proposed staging system for chronic symptomatic pilonidal sinus disease and results in patients treated with stage-based approach. BMC surgery, 16(1), 1-7.

 

Doll, D., Krueger, C. M., Schrank, S., Dettmann, H., Petersen, S., & Duesel, W. (2007). Timeline of recurrence after primary and secondary pilonidal sinus surgery. Diseases of the colon & rectum, 50(11), 1928-1934.

 

 

Volgende:
Classificatie ernst sinus pilonidalis