Waar gaat deze richtlijn over?

Deze richtlijn richt zich op wat volgens de huidige maatstaven de beste zorg is voor patiënten met soa. In de richtlijn komen de volgende onderwerpen aan de orde:

    • Soa-gerelateerde syndromen
    • Soa-verwekkers en aandoeningen
    • Procedures zoals partnerwaarschuwing en misbruik en soa bij kinderen

 

Voor wie is de richtlijn bedoeld?

De richtlijn is bestemd voor alle zorgverleners die betrokken zijn bij de zorg voor soa-patiënten.

 

Voor patiënten

Soa staat voor seksueel overdraagbare aandoening. Een soa is een besmettelijke ziekte die tijdens seksueel contact wordt overgebracht. De meest voorkomende soa zijn chlamydia, herpes genitalis, genitale wratten, gonorroe, syfilis, hepatitis B, hiv-infectie, trichomoniasis, en schaamluis.

 

Bij aanverwante informatie op deze website staat een link naar een patiëntenversie van de richtlijn.

 

Meer informatie over soa is te vinden op Thuisarts:

http://www.thuisarts.nl/soa

 

Meer informatie over soa is ook te vinden op de website van de dermatologen:

http://www.nvdv.nl/informatie-voor-de-patient/patientenfolders/algemene-folders-2/soa

 

Hoe is de richtlijn tot stand gekomen?

Het initiatief voor deze richtlijn is afkomstig van de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV). De richtlijn is opgesteld door een multidisciplinaire commissie met vertegenwoordigers vanuit de dermatologen oogartsen, internisten, kinderartsen, medisch microbiologen, neurologen, gynaecologen, urologen, GGD-artsen, huisartsen, verpleegkundigen & verzorgenden en patiënten. Daarnaast zijn het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en het Milieu-Centrum voor Infectieziektebestrijding (RIVM-Cib) en SOA-AIDS Nederland bij de richtlijnontwikkeling betrokken. Voor de huisartsen is er een NHG-Standaard Het soa-consult. Deze is in een paralleltraject ontwikkeld en sluit goed aan op de multidisciplinaire soa-richtlijn.

 

 

Autorisatiedatum en geldigheid

Laatst beoordeeld : 01-01-2013

Laatst geautoriseerd : 01-01-2013

Een richtlijn heeft alleen zeggingskracht als op continue basis onderhoud plaatsvindt, op grond van systematische monitoring van zowel de medisch wetenschappelijke literatuur als praktijkgegevens en door gebruikers van de richtlijn aangeleverde commentaren. Voor deze richtlijn is afgesproken één keer per jaar de literatuur te bekijken om nieuwe ontwikkelingen te volgen. Bij essentiële ontwikkelingen kan besloten worden om de gehele richtlijnwerkgroep bij elkaar te roepen, tussentijdse elektronische amendementen te maken en deze onder de beroepsgroep(en) te verspreiden.

Initiatief en autorisatie

Initiatief : Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venerologie

Geautoriseerd door:
  • Nederlandse Internisten Vereniging
  • Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde
  • Nederlandse Vereniging voor Medische microbiologie
  • Nederlandse Vereniging voor Neurologie
  • Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie
  • Nederlandse Vereniging voor Urologie

Algemene gegevens

Deze richtlijn is tot stand gekomen op initiatief van de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV) en vanuit de Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie (NVMM), met steun van de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS).

 

Aanleiding

De laatste jaren heeft zich een aantal ontwikkelingen voorgedaan die een herbeoordeling van de multidisciplinaire richtlijn soa noodzakelijk maakten. Hierbij valt te denken aan de introductie van nieuwe diagnostische technieken zoals 'Nucleic Acid Amplification Tests' (NAAT) waaronder ook de PCR, nieuwe therapeutische mogelijkheden, resistentieontwikkeling en de (maatschappelijke) discussie over de noodzaak van een meer actieve screening en vaccinatie. Daarnaast blijkt er nog steeds veel diversiteit te bestaan in handelswijzen tussen de verschillende beroepsgroepen.

 

Literatuur

  • Nieuwenhuis RF, Ossewaarde JM, van der Meijden WI, Neumann HA. Unusual presentation of early lymphogranuloma venereum in an HIV-1 infected patient: effective treatment with 1 g azithromycin. Sex Transm Infect. 2003 Dec;79(6):453-5.
  • van der Bij AK, Vries de HJC. Seksueel overdraagbare infecties. In: Hoepelman AIM, Kroes ACM, Sauerwein RW, Verbrugh HA. Microbiologie en infectieziekten. Tweede druk. Bohn Stafleu Van Loghum; 2011

Doel en doelgroep

Doelstelling

Deze richtlijn is een document met aanbevelingen ter ondersteuning van de dagelijkse praktijkvoering en is gericht op het vaststellen van goed medisch handelen.

De richtlijn berust op:

  1. De resultaten van wetenschappelijk onderzoek zoals weergegeven in artikelen, voor een beperkt aantal uitgangsvragen werden gericht literatuuronderzoek verricht.
  2. Eerdere soa richtlijnen (zoals Richtlijnen Seksueel overdraagbare aandoeningen en herpes neonatorum 2002 van het CBO, Seksueel Overdraagbare Aandoeningen 2011 van de soa domeingroep van de NVDV, Sexually Transmitted Diseases Treatment Guidelines 2010 van Centers for Disease Control and Prevention (CDC), U.S. Department of Health and human Services, de British Association for Sexual Health and HIV (BASHH), de International Union against Sexually Transmitted Infections (IUSTI) en de Landelijke coördinatiestructuur infectieziektebestrijding (CIb), Centrum Infectieziektebestrijding van het RIVM, Bilthoven.
  3. Aansluitende meningsvorming tussen de leden van de werkgroep zoals hierboven is opgesomd. De leden vertegenwoordigden de diverse belanghebbende beroepsgroepen. Tijdens een twee dagen durende retraite op 4 en 5 oktober 2011 zijn zij samengekomen in Den Dolder waarbij de verschillende hoofdstukken aan de orde zijn gekomen en door een ieder van commentaar en suggesties is voorzien.

 

De richtlijn geeft aanbevelingen over:

  1. De werkwijze bij een patiënt met een mogelijk door een soa veroorzaakt syndroom (deel 1).
  2. De diagnostiek en de behandeling van patiënten met een van de in Nederland veel voorkomende soa's; urogenitale Chlamydia trachomatis infectie, lymfogranuloma venereum, syfilis, gonorroe, infectie met herpes simplex virus, infectie met humaan papilloma virus (deel 2).
  3. Te volgen procedures aangaande bron en contactopsporing bij patiënten met een bewezen soa en bij het vermoeden op seksueel misbruik en soa (deel 3).

 

Doelgroep

Soa's zijn bij uitstek een multidisciplinair onderwerp. Zo kunnen clinici zoals dermatologen, gynaecologen, urologen, kinderartsen, internisten, neurologen, oogartsen, reumatologen en huisartsen geconfronteerd worden met aan een soa gerelateerde klachten en hulpvragen. Daarnaast is er specifieke diagnostische expertise aanwezig bij medisch microbiologen en zijn de publieke gezondheidszorg en infectiepreventie gerelateerde aspecten het werkterrein van de GGD. Daarnaast kan seksuologische of psychologische problematiek, zoals seksverslaving en identiteitsproblemen, een verhoogd risico op een soa opleveren. De richtlijn is bestemd voor leden van de desbetreffende medische en verpleegkundige beroepsgroep. Voor patiënten kan algemene en specifieke informatie omtrent de meeste soa's gevonden worden via Soa AIDS Nederland (www.soa.nl). Hier zijn ook patiëntenfolders en voorlichtingsmateriaal te bestellen.

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijn werd een werkgroep samengesteld, bestaande uit vertegenwoordiging van dermatologen, gynaecologen, arts-microbiologen, internisten, kinderartsen en een uroloog. Daarnaast zijn er toehoorders aangesteld van het RIVM, NHG, GGD, V&VN en Soa Aids Nederland. Daarnaast nam een vertegenwoordiger van de Hiv Vereniging Nederland deel. Bij het samenstellen van de werkgroep werd rekening gehouden met de geografische spreiding van de werkgroepleden en met een evenredige vertegenwoordiging van academische en niet-academische achtergrond. De werkgroepleden hebben onafhankelijk gehandeld en geen enkel lid ontving gunsten met het doel de richtlijnen te beïnvloeden. Gaandeweg de voorbereidingen van de richtlijn toonden ook niet uitgenodigde beroepsgroepen belangstelling in de richtlijn. Daarom is de conceptversie voor commentaar ook toegestuurd aan de Nederlandse Vereniging voor Reumatologie, de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie, de Nederlandse Vereniging van Maag-Darm-Leverartsen, de Nederlandse Vereniging voor Keel-Neus-Oorheelkunde en Heelkunde van het Hoofd-Halsgebied, en het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap. Bij een volgende versie van de richtlijn kan overwogen worden de werkgroep uit te breiden met meer aanpalende specialismen.

 

Naam        

Functie

Affiliatie

Vertegenwoordiging

Prof. dr. H.J.C. de Vries

Dermatoloog, voorzitter werkgroep

AMC, GGD Amsterdam

NVDV

Prof. dr. G.J.J. van Doornum

Arts-microbioloog

AMC

NVMM

dr. C.J. Bax

Gynaecoloog

AMC

NVOG

Prof. dr. J.E.A.M. van Bergen

Huisarts, epidemioloog, public health arts

Soa AIDS Nederland

Soa Aids Nederland

drs. J. de Bes

Arts-onderzoeker

richtlijnontwikkeling

NVDV

NDVD

dr. A.P. van Dam

Arts-microbioloog

OLVG

NVMM

dr. J.J.E. van Everdingen

Directeur NVDV

NVDV

NVDV

dr. H. Götz

Arts infectieziekten

GGD Rotterdam- Rijnmond

GGD

drs. A.G.W van Hulzen

Verpleegkundig specialist

Isala klinieken

V&VN

dr. S.H. Kardaun

Dermatoloog

UMC Groningen

NVDV

dr. E. Lanjouw

AIOS dermatologie

Erasmus MC

NVDV

dr. E. van Leeuwen

Gynaecoloog

AMC

NVOG

drs. M.T.W. Lock

Uroloog

UMC Utrecht

NVU

Prof dr. P. Portegies

Neuroloog

OLVG Amsterdam, AMC

NVN

dr. K.D. Quint

AIOS dermatologie

LUMC

NVDV

dr. B.J.A. Rijnders

Internist

Erasmus MC

NVHB

dr. G.I.J.G. Rours

Kinderarts, klinisch epidemioloog

Erasmus MC

NVK

dr. M.A.B. van der Sande

Arts-epidemioloog

RIVM

RIVM

dhr. L. Schenk

Patiënt-

vertegenwoordiger

Poz and Proud, Hiv vereniging

Hiv Vereniging

dr. H.J. Scherpbier

Kinderarts

AMC, Emma kinderziekenhuis

NVK

dr. V. Sigurdsson

Dermatoloog

UMC Utrecht

NVDV

drs. R. Soetekouw

Internist

Kennemer Gasthuis

NIV

dr. J. van Steenbergen

Arts-epidemioloog

RIVM

RIVM

dr. H.T. Tjhie

Arts-microbioloog

Stichting PAMM

NVMM

drs. L. Verlee

Huisarts/wetenschappelijk

medewerker

NHG

NHG

Methode ontwikkeling

Evidence based

Implementatie

In de verschillende fasen van de ontwikkeling van het concept van de richtlijn is zoveel mogelijk rekening gehouden met de implementatie van de richtlijn en de daadwerkelijke uitvoerbaarheid van de aanbevelingen. De richtlijn wordt verspreid onder alle relevante beroepsgroepen en ziekenhuizen. Ook wordt een samenvatting van de richtlijn aangeboden aan het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde en er zal in de specifieke vaktijdschriften aandacht worden besteed aan de richtlijn.

Werkwijze

De werkgroep werkte in 2011 en 2012 aan een conceptrichtlijntekst. In de voorbereidingsfase werd een knelpuntanalyse uitgevoerd en werden uitgangsvragen geformuleerd. Voor de beantwoording van deze uitgangsvragen werden de werkgroepleden verdeeld in subgroepen per soa. Via systematische zoekopdrachten en controle van referenties is bruikbare literatuur die na 2000 is gepubliceerd, verzameld. De werkgroepleden hebben de literatuur beoordeeld op inhoud en kwaliteit. Zie voor de uitgangsvragen en de uitkomsten van het literatuuronderzoek de NVDV website (http:www.huidarts.info.). De bewijskracht voor de beantwoording van de uitgangsvragen was teleurstellend (er kwamen geen adviezen met een bewijskracht boven niveau 4 uit). Hierom is de richtlijn hoofdzakelijk gebaseerd op de mening van de werkgroep na uitvoerige discussie en aanvullend gericht literatuur onderzoek en die van eerder gepubliceerde richtlijnen die hierboven zijn genoemd. De teksten werden tijdens vergaderingen, waaronder een tweedaagse plenaire bijeenkomst besproken en na verwerking van de commentaren geaccordeerd. Er is getracht om de samenhang en afstemming tussen de richtlijnen die door de verschillende echelons worden gebruikt te versterken. Als basistekst is uitgegaan van de SOA richtlijnen van het LCI die eerder door de in Nederland aanwezige deel experts zijn samengesteld.

De uiteindelijke teksten vormden samen de conceptrichtlijn die in 2012 aan alle betrokken beroepsverenigingen en instanties werd aangeboden. Tevens werd men in staat gesteld om via websites van de desbetreffende instanties commentaar op de richtlijn te geven. De commentaren zijn in de definitieve versie van de richtlijn verwerkt.

 

Wetenschappelijke bewijsvoering

De aanbevelingen uit deze richtlijn zijn voor zover mogelijk gebaseerd op bewijs uit gepubliceerd wetenschappelijk onderzoek. Daarbij ligt de nadruk op de diagnostiek en behandeling. Een literatuur onderzoek werd verricht via PubMed vanaf het jaar 2000 met gebruikmaking van relevante zoektermen. Na screening op titel en samenvatting werden de studies ingedeeld volgens de criteria van mate van bewijs. Artikelen van matige of slechte kwaliteit werden uitgesloten. Na deze selectie bleven de artikelen over die als onderbouwing in de richtlijn staan vermeld. Een overzicht van dit onderzoek is te vinden in elektronische versie van deze richtlijn (www.huidarts.info en www.nvmm.nl). Daar waar geen gepubliceerd bewijs voorhanden was, is gebruik gemaakt van 'expert opinions' zoals deze tijdens de retraite in oktober 2011 en later werden geformuleerd. Vanwege de uitgebreidheid van de onderwerpen kon slechts een beperkt aantal uitgangsvragen per onderdeel worden geformuleerd. Zoals hierboven al gesteld kon voor de beantwoording van de vragen het literatuuronderzoek met selectie van RTC's niet direct uitsluitsel geven. Daarnaast is additioneel literatuuronderzoek gedaan, dat per hoofdstuk wordt vermeld.