Startpagina - Sedatie, Analgesie en niet-farmacologische interventies voor begeleiding van kinderen bij medische procedures
Waar gaat deze richtlijn over?
De subrichtlijn ‘Sedatie, Analgesie en niet-farmacologische interventies voor begeleiding van kinderen bij medische procedures’ heeft betrekking op alle (niet-kritisch zieke) kinderen die buiten het operatiekamercomplex een (medische) procedure moeten ondergaan waarbij een vorm van sedatie en/of analgesie en/of niet-farmacologische interventie is aangewezen om het comfort van het kind en het succes van de procedure te garanderen.
Deze subrichtlijn borgt de fysieke en psychologische veiligheid van de patiënt en beschrijft de optimale procedurele zorg, waar mogelijk onderbouwd door de meest recente wetenschappelijke literatuur.
Voor wie is deze richtlijn bedoeld?
Deze richtlijn is, in algemene zin, bedoeld voor alle professionele zorgverleners die betrokken zijn bij het beslissen over en het uitvoeren van medische procedures bij kinderen. Een belangrijk deel van de richtlijn is specifiek bedoeld voor die zorgverleners die direct betrokken zijn bij het voorschrijven, verlenen of ondersteunen van sedatie en/of analgesie, zowel intra- als extramuraal en zowel gepland als ongepland/acuut.
Voor patiënten
Zieke of gewonde kinderen moeten regelmatig medische verrichtingen (ook wel ‘procedures’ genoemd) ondergaan die ze als pijnlijk en/of angstaanjagend kunnen ervaren. Typische voorbeelden zijn bloedprikken, infuus plaatsen, een vaccinatie, het hechten of verzorgen van een wond, het zetten van een botbreuk, het plaatsen van een maagsonde of blaaskatheter. Bij andere verrichtingen moet een kind dan weer langere tijd heel stil kunnen liggen, zoals bijvoorbeeld tijdens een MRI-onderzoek. Onaangename medische verrichtingen kunnen leiden tot nare ervaringen voor kinderen. Hierdoor kunnen zij zich deze verrichtingen nadien als traumatisch herinneren of ontwikkelen ze angst voor en wantrouwen in zorg en zorgverleners. Deze angst kan ertoe leiden dat een kind niet goed meewerkt of zich heftig verzet, waardoor de verrichting onmogelijk wordt tenzij dwang wordt gebruikt. Voor ouders/verzorgers leiden negatieve ervaringen in het kader van medische verrichtingen bij hun kind tot stress, negatieve emoties, onzekerheid en angst.
Deze richtlijn gaat over de methodes die een kind kunnen helpen om comfortabel, veilig en succesvol een medische verrichting te ondergaan. In module 1 worden de belangrijkste principes en algemene aanbevelingen voor goede procedurele zorg bij kinderen geformuleerd. In module 15 worden belangrijke methodes voor comfort beschreven die altijd zouden moeten worden toegepast omdat ze het kind en de ouders/verzorgers helpen om goed voorbereid, optimaal begeleid en vol vertrouwen een medische verrichting te ondergaan.
In de modules 2-14 gaat het over het gebruik van medicijnen waarmee de angst en/of de pijn van een verrichting kunnen worden verminderd. Soms volstaat alleen het gebruik van pijnstillende middelen (analgesie), zoals bijvoorbeeld het aanbrengen van verdovende crème een uur voorafgaand aan een prik. In andere gevallen kan een vorm van sedatie nodig zijn. Bij sedatie wordt met slaapmiddelen het bewustzijn van het kind zodanig verlaagd dat het kind de procedure comfortabel kan doorstaan en meestal niets of bijna niets merkt van de procedure. In tegenstelling tot algehele anesthesie (narcose), blijft een kind tijdens een sedatie wel zelf ademen.
In deze richtlijn worden de randvoorwaarden beschreven om de veiligheid en het comfort van een kind tijdens een sedatie te garanderen.
Meer informatie over dit onderwerp is te vinden op Thuisarts: [hyperlink Thuisarts].
Hoe is de richtlijn tot stand gekomen?
Het initiatief voor deze subrichtlijn is afkomstig van de Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie (NVA). De richtlijn is opgesteld door een multidisciplinaire commissie met vertegenwoordigers vanuit de Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie, de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde, de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde, de Nederlandse Vereniging van Anesthesiemedewerkers, de Landelijke Vereniging Medische Psychologie, de Nederlandse Vereniging van Spoedeisende Hulp Artsen, de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde, de Nederlandse Vereniging voor Radiologie en Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland. Het patiëntperspectief werd vertegenwoordigd door Stichting Kind en Ziekenhuis.
Verantwoording
Autorisatiedatum en geldigheid
Laatst beoordeeld : 02-07-2024
Laatst geautoriseerd : 02-07-2024
Geplande herbeoordeling : 02-07-2029