Schouderprothese

Initiatief: Cluster Bovenste extremiteiten Aantal modules: 20

Startpagina - Schouderprothese

Publicatiedatum: 12-03-2026
Beoordeeld op geldigheid: 12-03-2026

Deze richtlijn valt onder het cluster Bovenste extremiteiten.

 

Waar gaat deze richtlijn over?

Deze richtlijn richt zich op wat volgens de huidige maatstaven de beste zorg is voor patiënten die in aanmerking komen voor electieve plaatsing van een schouderprothese. In de richtlijn komen de volgende onderwerpen aan de orde:

 

  • Indicaties en contra-indicaties voor plaatsing van een schouderprothese.
  • Diagnostiek voor plaatsing van een schouderprothese.
  • Patiëntvoorlichting, communicatie en het belang van mentale gezondheid.
  • Gebruik van pre-operatieve planningssoftware
  • De verschillende types schouderprothese per pathologie.
  • Operatie technieken.
  • Postoperatieve pijnbestrijding.
  • Postoperatieve fysiotherapie.
  • De invloed van patiëntverwachtingen.
  • De organisatie van zorg rondom patiënten met een schouderprothese.

Voor wie is deze richtlijn bedoeld?

De richtlijn is bestemd voor alle zorgverleners die betrokken zijn bij tweede- of derdelijns zorg voor patiënten met een electieve schouderprothese.

 

Voor patiënten

Eén op de vijf Nederlanders heeft weleens last van de schouder. Conservatieve behandeling kan verlichting van de klachten geven. Bij onvoldoende verbetering, kan op indicatie plaatsing van een schouderprothese worden overwogen. Het doel is om de pijn te verminderen en de beweging van de schouder te verbeteren. In Nederland worden per jaar circa 4000 primaire schouderprothesen geplaatst. Er zijn verschillende soorten prothesen, zoals de reguliere anatomische prothese, de omgekeerde prothese en de hemiprothese. De keuze van de prothese is afhankelijk van de aandoening en andere kenmerken van de patiënt. Ongeveer 75% van de geplaatste prothesen betreft een omgekeerde schouderprothese, 20% een anatomische schouderprothese en 5% een halve schouderprothese.

 

Voor deze richtlijn is informatie voor patiënten ontwikkeld in begrijpelijke taal op

Thuisarts.nl:

Daarnaast is ook meer informatie te vinden op: https://zorgvoorbeweging.nl/pijn-aan/schouder/prothese/

 

Toepassen

N.v.t.

 

Hoe is de richtlijn tot stand gekomen?

Het initiatief voor deze richtlijn is afkomstig van Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV). De eerste versie van de richtlijn is verschenen in 2021. De richtlijn is opgesteld door een multidisciplinaire commissie met vertegenwoordigers vanuit de orthopedisch chirurgen, radiologen en fysiotherapeuten na het raadplegen van alle stakeholders om knelpunten te inventariseren. Er werd aandacht besteed aan het patiëntperspectief door vertegenwoordiging in de werkgroep van de patiëntenorganisaties ReumaNederland en Nationale Vereniging ReumaZorg Nederland. Daarnaast is de richtlijn ter commentaar voorgelegd aan Patiëntenfederatie Nederland.

 

Modulair onderhoud

Vanaf 2025 wordt de richtlijn modulair herzien door het cluster Bovenste extremiteiten. Onder de tab ‘verantwoording’ staat beschreven welke organisaties uit het cluster betrokken waren bij herziening/ontwikkeling van de betreffende module.

Meer informatie over werken in clusters en modulair onderhoud vindt u hier.

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 12-03-2026

Beoordeeld op geldigheid  : 12-03-2026

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Cluster Bovenste extremiteiten
Volgende:
Indicatiestelling