Schildklierfunctiestoornissen

Initiatief: NIV Aantal modules: 75

Startpagina - Schildklierfunctiestoornissen

Waar gaat deze richtlijn over?

Deze richtlijn richt zich op wat volgens de huidige maatstaven de beste zorg is voor patiënten met schildklierfunctiestoornissen. In de richtlijn komen de volgende onderwerpen aan de orde:

    • De diagnostiek van schildklierfunctiestoornissen
    • De behandeling van schildklierfunctiestoornissen
    •  Schildklierfunctiestoornissen in de zwangerschap en na de bevalling
    • De organisatie van de zorg rondom een patiënt met schildklierstoornissen

 

Voor wie is de richtlijn bedoeld?

De richtlijn is bestemd voor alle zorgverleners die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten met schildklierfunctiestoornissen. 

 

Voor patiënten

De schildklier maakt een hormoon dat de stofwisseling stimuleert. Als de schildklier te traag werkt (hypothyreoïdie) kan dit klachten geven zoals kouwelijkheid, traagheid, haaruitval, gezwollen oogleden, droge huid. Een schildklier kan ook te hard werken, waardoor de stofwisseling versnelt (hyperthyreoïdie). Dit geeft de volgende klachten: hartkloppingen, zweten, afvallen, gejaagd gevoel. Te weinig of teveel schildklierhormoon kan tijdens de zwangerschap schadelijk zijn voor de moeder en voor het ongeboren kind.

 

Meer informatie over schildklierfuncitestoornissen is te vinden op Thuisarts:  http://www.thuisarts.nl/schildklierafwijking

 

Hoe is de richtlijn tot stand gekomen?

Het initiatief voor de richtlijn is afkomstig van de Nederlandse Internisten Vereniging (NIV). De richtlijn is opgesteld door een multidisciplinaire commissie met vertegenwoordigers vanuit de internisten, huisartsen, arbeids- en bedrijfsgeneeskundigen, chirurgen, klinisch chemici, nucleair geneeskundigen, gynaecologen en de patiëntenorganisatie Schildklierorganisatie Nederland (SON). 

Volgende:
Biochemische bepalingen bij schildklierfunctiestoornissen