Prostaatcarcinoom - Radiotherapie bij pN+M0

Laatst beoordeeld: 16-04-2014

Uitgangsvraag

Is er een voordeel in overleving- van pN+M0 patiënten met prostaatcarcinoom - bij behandeling door uitwendige radiotherapie met hormonale therapie in vergelijking met hormonale therapie alleen?

Aanbeveling

Bij patiënten met positieve lymfeklieren na lymfeklierdissectie wordt geadviseerd radiotherapie te overwegen. Aangezien er geen gedetailleerde informatie is over patiënten selectie zal bij iedere casus multidisciplinair overwogen moeten worden of radiotherapie een realistische keuze is, of dat er een grote kans is dat patiënt al verder is gemetastaseerd.

 

Zowel bekkenbestraling als bestraling van de prostaat alleen geeft weinig ernstige toxiciteit. Er is op dit moment, op basis van de literatuur, geen meerwaarde van electieve bekkenbestraling bij positieve klieren.

 

Overwegingen

Er zijn geen overwegingen beschreven.

Conclusies

Er zijn aanwijzingen dat voor patiënten met positieve lymfeklieren zonder ossale metastasen de sterfte na uitwendige radiotherapie lager is in vergelijking met geen definitieve behandeling.

Niveau 3 Tward 2010, 2011

 

Alle gerandomiseerde studies die electieve bekkenbestraling vergeleken met bestraling van de prostaat alleen lieten geen winst in overleving zien. Het is aannemelijk dat bekkenbestraling bij N0 patiënten niet geadviseerd moet worden.
Niveau Asbell 1988, Jacob 2005

 

Er zijn aanwijzingen dat huidige radiotherapie technieken veilig kunnen worden toegepast.

Niveau 3 Adkison 2012, Wurschmidt 2011

 

Samenvatting literatuur

Er werden geen gerandomiseerde studies gevonden die uitwendige radiotherapie als primaire behandeling van patiënten met positieve lymfeklieren evalueerden. Eén retrospectieve cohort studie, op basis van data van het NCI’s Surveillance, Epidemiology, and End Results [SEER] Programme, deed dat wel [Tward 2010, Tward 2011]. Deze studie was alleen beschikbaar als samenvatting. Het cohort bestond uit 1285 mannen met N1M0 prostaatcarcinoom die of uitwendige radiotherapie ofwel geen definitieve therapie kregen. De onderzoekers beschikten niet over informatie over hormonale behandeling, over de keuze van radiotherapie velden, over de uitgebreidheid van klierdissectie en het aantal aangedane klieren. De ruwe, ongecorrigeerde prostaatcarcinoom-specifieke 5-jaars overleving was 74.5% vs. 66.5% (10-jaars: 58.9% vs. 46.2%) in het voordeel van de uitwendige radiotherapie arm. De karakteristieken van beide behandelgroepen werden niet gerapporteerd waardoor er geen uitspraak kan worden gedaan over de vergelijkbaarheid van de groepen. Wel werd beschreven dat de mediane leeftijd 69 jaar was (range 41-95) met een mediane follow-up tijd voor patiënten die niet overleden van 91 maanden (range 1-255 maanden). De 5-, 10- en 15-jaars ziekte-specifieke overleving voor patiënten die geen radiotherapie kregen was respectievelijk 66.5%, 46.2%, en 32.7%, met radiotherapie was dit respectievelijk 74.5%, 58.9%, en 48.6%. De 5-, 10- en 15-jaars algehele overleving was voor de arm zonder radiotherapie respectievelijk 51.6%, 26.6% and 13.6%, en voor de arm met radiotherapie respectievelijk 64.6%, 41.6% en 19.8%. In een multivariate analyse, waarin werd gecorrigeerd voor leeftijd, Gleason score 2-4, 5-7 en 8-10 en jaar van diagnose, bleek alleen radiotherapie significant gecorreleerd met een betere algehele overleving (HR: 0.68; 95%BI: 0.56-0.82; p<0.0001). De overige factoren vielen weg. Gleason score 8-10 was gecorreleerd met een slechtere ziekte-vrije overleving (HR: 1.47; 95%BI: 1.1-1.98, p=0.01), evenals een eerder jaar van diagnose (HR: 0.92; 95%BI: 0.90 - 0.94, p<0.0001). Concluderend is er een niveau 3 aanwijzing dat de sterfte na uitwendig eradiotherapie lager is voor patiënten met positieve lymfeklieren zonder metastasen, in vergelijking met geen definitieve behandeling.

 

De beslissing om radiotherapie te geven na lymfeklierdissectie met aangetoonde lymfeklier-metastasen is afhankelijk van meerdere factoren. Uiteraard is de kwaliteit en uitgebreidheid van de lymfeklierdissectie van belang. Bij slechts enkele verwijderde lymfeklieren is de waarschijnlijkheid dat er toch meer pelviene metastasen zijn groot. Daarnaast zal de beslissing radiotherapie te geven ook afhangen van de overige klinische factoren, zoals PSA, Gleason score, leeftijd en comorbiditeit. Bij een patiënt met een PSA van 100 ng/mL en Gleason score van 10 is de kans dat de ziekte werkelijk beperkt is tot de prostaat of het kleine bekken beperkt. De cohort studie van Tward et al [2010] was gebaseerd op SEER data en kan dus geen duidelijkheid geven over keuzes om wel of niet te bestralen.

 

De vraag is of er electieve bestraling van het kleine bekken moet worden geadviseerd of dat het volstaat om de prostaat alleen te bestralen. Al met al zijn er drie gerandomiseerde studies uitgevoerd met wisselende uitkomsten, die geen voordeel van bekkenbestraling lieten zien. Daarnaast zijn er meerdere retrospectieve studies gepubliceerd met een groot aantal geïncludeerde patiënten die wel conflicterende resultaten lieten zien. In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van vergelijkende studies tussen bestraling van het hele bekken en bestraling van de prostaat alleen, waarbij alleen studies worden getoond met minimaal 300 geïncludeerde patiënten. Het lijkt niet mogelijk op basis van literatuur bekkenbestraling te adviseren boven bestraling van de prostaat alleen. Daarnaast valt op dat als er tegelijkertijd hormonale therapie aan de bestraling wordt toegevoegd, hiermee de ziekte-vrije overleving ongeveer 80 tot 90% is na 5 jaar, voor zowel bekkenbestraling als bestraling van de prostaat alleen [Pan 2002, Mantini 2011].

 

Overzicht van studies die bestraling van het hele bekken hebben vergeleken met bestraling van de prostaat alleen. NB risico op lymfekliermetastasen wordt geschat met behulp van de ‘Roach’ formule

Eerste auteur

Studieopzet

Patiënten-aantal

Bevindingen

Asbell [1988]

Prospectief gerandomiseerd

445, stadium A2-B, cN0

Geen voordeel bekkenbestraling

Roach [2003]

Lawton [2007]

Prospectief gerandomiseerd [RTOG 9413]

1292; risico op LK ≥15%

Geen voordeel bekkenbestraling

Pommier [2007]

Prospectief gerandomiseerd [GETUG-01]

444

Geen voordeel bekkenbestraling

Pan [2002]

Retrospectief

1281

Voordeel bekkenbestraling   bij matig-risico [5-15% risico]

Mantini [2011]

Retrospectief

358

hoog-risico

Voordeel bekkenbestraling   indien >30% risico op LK

Vargas [2005]

Retrospectief

596; risico LK >15%

Geen voordeel bekkenbestraling

Jacob [2005]

Retrospectief

460; risico

LK ≥15%

Geen voordeel bekkenbestraling

 

Met de huidige radiotherapie wordt vrijwel geen (<1%) ernstige (graad 3 of hoger) toxiciteit waargenomen, zowel voor radiotherapie van de prostaat alleen, bekkenbestraling met een geïntegreerde boost op de prostaat en hypofractionering [Adkison 2012; Wurschmidt 2011].

 

De studie van Tward vond een voordeel van radiotherapie bij patiënten op basis van de uitkomst van de lymfeklierdissectie. In de huidige tijd is er een toenemende mogelijkheid tot het aantonen van lymfekliermetastasen met beeldvorming [Heesakkers 2008]. Ook voor de lymfeklierdissectie wordt op dit moment de schildwachtklier procedure onderzocht [Ganswindt, 2010]. Op dit moment is er nog geen definitieve beeldvormende techniek of minimaal invasieve chirurgische techniek aanwezig die in de klinische praktijk gebruikt kan worden om de radiotherapie op te sturen. In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van huidige beeldvormende technieken met de sensitiviteit en specificiteit. Toch lijkt het waarschijnlijk dat er in de nabije toekomst wel degelijk een beeldvormende techniek zal zijn die een hoge sensitiviteit en specificiteit zal hebben. In dat geval zijn er sterke aanwijzingen dat radiotherapie veilig een hoge dosis op de aangedane lymfeklier zou kunnen geven [Adkison 2012; Wurschmidt 2011]. Op dit moment wordt radiotherapie op verdachte kliermetastasen bij prostaatcarcinoom [oligometastasen] wereldwijd onderzocht. De NCT01558427 fase II trial onderzoekt chirurgische verwijdering van aangedane klieren boven stereotactische radiotherapie van pathologische lymfeklieren of beperkte afstandsmetastasen (maximaal 3).

 

Overzicht van beeldvormende technieken en hun sensitiviteit en specificiteit voor de detectie van pathologische lymfeklieren

Eerste   auteur

Beeldvormende   methode

Sensi-tiviteit

Specificiteit

Opmerkingen

Hovels [2008]

Conventionele CT

42%

82% [CT+MRI samen gebruikt]

Gebruikt grootte criterium

Conventionele   MRI

39%

82%   [CT+MRI samen gebruikt]

Gebruikt   grootte criterium

Fuccio [2011]

Choline PET

9-80%

96-100%

Routine gebruik afgeraden   vanwege grote spreiding in gerapporteerde sensitiviteit.

Bauman [2012]

FDG-PET

0-100%

80-100%

Routine gebruik afgeraden   vanwege grote spreiding in gerapporteerde sensitiviteit.

Ponsky [2002]

Membraan antigeen [PSMA,   ProstaScint] [SPECT]

17-75%

72-97%

Routine gebruik afgeraden   vanwege grote spreiding in gerapporteerde sensitiviteit.

Budiharto [2011]

DWI-MRI

19%

97%

Zeer lage specificiteit   gevonden bij extended lymfeklier dissectie

Heesakkers [2008]

Harisinghani [2013]

MRI-lymfografie

[ultrasmall iron particle[USPIO]]

80-100%

87-99%

Op dit moment niet   klinisch beschikbaar.

 

Voor meer informatie: zie literatuurserach

 

Referenties

  1. 1 - Fowler JE, Bigler SA, White PC, Duncan WL. Hormone therapy for locally advanced prostate cancer. J Urol 2002;168:546-9.
  2. 2 - Byar DP. The Veterans Administration Cooperative Urological Research Group’s studies of cancer of the prostate. Cancer 1973;32:1126-30.
  3. 3 - Wilt T, Nair B, MacDonald R, Rutks I. Early versus deferred androgen suppression in the treatment of advanced prostatic cancer (Cochrane Review). In: The Cochrane Library, Issue 1, 2004. Chicester, UK: John Wiley & Sons, Ltd.
  4. 4 - Studer UE, Hauri D, Hanselmann S et al. Immediate versus deferred hormonal treatment for patients with prostate cancer who are not suitable for curative local treatment: results of the randomized trial SAKK 08/88. J Clin Oncol 2004;22:4109-18.
  5. 5 - Wirth MP, See WA, McLeod DG et al. on behalf of the Casodex Early Prostate Cancer Trialists’ Group. Bicalutamide 150 mg in addition to standard care in patients with localized or locally advanced prostate cancer: results from the second analysis of the Early Prostate Cancer Program at median followup of 5.4 years. J Urol 2004;172:1865-70.
  6. 6 - Studer UE, Whelan P, Albrecht W, et al. Immediate or deferred androgen deprivation for patients with prostate cancer not suitable for local treatment with curative intent: European Organisation for Research and Treatment of Cancer (EORTC) trial 30891. J Clin Oncol 2006;24:1868-76.

Evidence tabellen

Autorisatiedatum en geldigheid

Laatst beoordeeld : 16-04-2014

Laatst geautoriseerd : 16-04-2014

De ontwikkelingen op het gebied diagnostiek, behandeling en begeleiding van (mannen met) prostaatcarcinoom volgen elkaar in steeds sneller tempo op. Het schrijven van een (concept) richtlijn is nog niet klaar, of er verschijnen alweer nieuwe mogelijk relevante artikelen. Een deel van de tijdens de consultatiefase ontvangen commentaren op de concept richtlijn bevestigen dit beeld opnieuw. Het slechts eenmaal per vier of vijf jaar (volledig) reviseren van een richtlijn past hier niet meer bij. Snellere tussentijdse ‘modulaire’ revisies van specifieke onderdelen van een richtlijn hebben de toekomst.

 

De kerngroep richtlijn prostaatcarcinoom (bestaande uit aantal leden van de richtlijnwerkgroep en de procesbegeleider van IKNL) wil daarom ook na autorisatie van de richtlijn intact blijven. Deze kerngroep vergadert tenminste eenmaal per jaar (zo nodig vaker) om op basis van eigen inzichten en/of signalen uit het veld te beoordelen of hernieuwde aanvulling en/of revisie van (onderdelen van) de richtlijn gewenst is. Als dat aan de orde is, zal de kerngroep de meest bij het desbetreffende onderwerp betrokken vereniging(en) verzoeken de revisie te financieren, bijvoorbeeld door middel van een hierop gericht beroep op SKMS gelden. 

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nederlandse Vereniging voor Urologie
Geautoriseerd door:
  • Nederlandse Internisten Vereniging
  • Nederlandse Vereniging voor Nucleaire geneeskunde
  • Nederlandse Vereniging voor Pathologie
  • Nederlandse Vereniging voor Radiologie
  • Nederlandse Vereniging voor Radiotherapie en Oncologie

Algemene gegevens

Initiatief

Nederlandse Vereniging voor Urologie (NVU)


Organisatie
Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL)

 

Betrokken verenigingen

Nederlandse Internisten Vereniging (NIV) / Nederlandse Vereniging voor Medische Oncologie (NVMO)

Nederlandse Vereniging voor Nucleaire Geneeskunde (NVNG)

Nederlandse Vereniging voor Radiotherapie en Oncologie (NVRO)

Nederlandse Vereniging voor Pathologie (NVVP)

Nederlandse Vereniging voor Radiologie (NVvR)

Nederlandse Vereniging voor Urologie (NVU)

ProstaatKankerStichting

Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland (V&VN)

 

Autoriserende verenigingen (autorisatie in aanvraag)

Nederlandse Internisten Vereniging (NIV)

Nederlandse Vereniging voor Nucleaire Geneeskunde (NVNG)

Nederlandse Vereniging voor Radiotherapie en Oncologie (NVRO)

Nederlandse Vereniging voor Pathologie (NVVP)

Nederlandse Vereniging voor Radiologie (NVvR)

Nederlandse Vereniging voor Urologie (NVU)

Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland (V&VN)

 

De volgende verenigingen stemmen in met de inhoud

ProstaatKankerStichting.nl en de Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties stemmen in met de inhoud van de richtlijn met uitzondering van de conclusies in het hoofdstuk Behandeling castratie-resistent prostaatcarcinoom (CRPC).

 

Financiering

De revisie van de richtlijn vond plaats op basis van een door de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS) aan de NVU toegekende subsidie.

 

Houderschap

De houder van de richtlijn moet kunnen aantonen dat de richtlijn zorgvuldig en met de vereiste deskundigheid tot stand is gekomen. Onder houder wordt verstaan de verenigingen van beroepsbeoefenaren die de richtlijn autoriseren.

Het Integraal Kankercentrum Nederland draagt zorg voor het beheer en de ontsluiting van de richtlijn.

 

Juridische betekenis

De richtlijn bevat aanbevelingen van algemene aard. Het is mogelijk dat deze aanbevelingen in een individueel geval niet van toepassing zijn. Er kunnen zich feiten of omstandigheden voordoen waardoor het wenselijk is dat in het belang van de patiënt van de richtlijn wordt afgeweken.

Wanneer van de richtlijn wordt afgeweken, dient dit beargumenteerd gedocumenteerd te worden.

De toepasbaarheid en de toepassing van de richtlijnen in de praktijk is de verantwoordelijkheid van de behandelend arts.

 

Doel en doelgroep

Doelstelling

Een richtlijn is een aanbeveling ter ondersteuning van de belangrijkste knelpunten uit de dagelijkse praktijk. Deze richtlijn is zoveel mogelijk gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek of consensus. Deze richtlijn bevat aanbevelingen gericht op het verbeteren van de kwaliteit van zorg en kwaliteit van leven voor mannen met (verdenking op) prostaatcarcinoom. Ongeveer 1 op de 9 mannen in Nederland krijgt ooit in zijn leven de diagnose prostaatcarcinoom. Dit zijn meer dan 10.000 patiënten per jaar en dit aantal neemt naar verwachting toe tot meer dan 17.000 patiënten in 2020. Bijna de helft (48%) van alle patiënten is 70 jaar of ouder.

 

De aanbevelingen betreffen zowel diagnostiek (inclusief lokaal recidief), behandeling als begeleiding. Het onderwerp behandeling is opgesplitst in modules met betrekking tot de stadia T1-2 Nx-0 Mx-0, T3-4 Nx-1 M0, M1a-c, castratie-resistent prostaatcarcinoom (CRPC), lokaal recidief.

 

Doelgroep

Deze richtlijn is bestemd voor alle professionals die betrokken zijn bij de diagnostiek, behandeling en begeleiding van mannen met (verdenking op) prostaatcarcinoom, zoals urologen, radiologen, nucleair geneeskundigen, pathologen, radiotherapeuten, internist-oncologen, oncologieverpleegkundigen, verpleegkundig specialisten, huisartsen, maatschappelijk werkers en psychologen.

 

Deze richtlijn is primair geschreven voor bovenstaande (groepen) professionals en daardoor mogelijk minder makkelijk leesbaar voor patiënten. Zoals onder het kopje ‘Inbreng patiëntenperspectief’  beschreven, is het patiëntenperspectief uiteraard wel meegenomen bij de revisie van deze richtlijn.

 

KWF Kankerbestrijding geeft makkelijker leesbare patiëntenbrochures uit, die gebaseerd zijn op door IKNL gepubliceerde richtlijnen. Naar aanleiding van het verschijnen van een geheel of gedeeltelijk gereviseerde richtlijn bepaalt KWF of de bestaande patiëntenbrochure herzien wordt.

Samenstelling werkgroep

Alle werkgroepleden zijn afgevaardigd namens wetenschappelijke verenigingen of namens patiëntenverenigingen en hebben daarmee het mandaat voor hun inbreng. Bij de samenstelling van de werkgroep is zo veel mogelijk rekening gehouden met landelijke spreiding en inbreng van betrokkenen uit zowel academische als algemene ziekenhuizen/instellingen.

 

Leden werkgroep richtlijn 2013:

Kernteam

  • Prof. dr. Th.M. de Reijke, uroloog, Academisch Medisch Centrum, Amsterdam, voorzitter
  • Prof. dr. R.J.A. van Moorselaar, uroloog, VU Medisch Centrum Amsterdam
  • Prof. dr. M. van Vulpen, radiotherapeut-oncoloog, Universitair Medisch Centrum Utrecht

 

Overige leden

  • Prof. dr. J.O. Barentsz, radioloog, Universitair Medisch Centrum St. Radboud Nijmegen
  • Drs. J.L.L.M. Coenen, medisch oncoloog, Isala klinieken, Zwolle
  • Prof. dr. J.A. Gietema, medisch oncoloog, Universitair Medisch Centrum, Groningen
  • Mw. dr. C.A. Hulsbergen-van de Kaa, patholoog, Universitair Medisch Centrum St. Radboud,
  • Nijmegen
  • Dr. L. Incrocci, radiotherapeut, Erasmus Medisch Centrum, Rotterdam
  • Dr. I.J. de Jong, uroloog, Universitair Medisch Centrum Groningen
  • C. Laarakker, ProstaatKankerStichting
  • Mw. dr. I. van Oort, uroloog, Universitair Medisch Centrum St. Radboud, Nijmegen
  • Prof. dr. R.C.M. Pelger, uroloog, Leids Universitair Medisch Centrum, Leiden
  • Mw. dr. E. Rociu, radioloog, St. Franciscus Gasthuis, Rotterdam
  • Mw. C. Tillier, verpleegkundig specialist, Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis, Amsterdam
  • J. Vierdag, ProstaatKankerStichting
  • Drs. R. Vink, patholoog, Stichting Laboratorium voor Pathologie, Enschede
  • Dr. W.V. Vogel, nucleair geneeskundige, Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis, Amsterdam

 

Naast bovenstaande leden maakte dr. E. van Lin (radiotherapeut, Universitair Medisch Centrum St. Radboud, Nijmegen) in eerste instantie ook deel uit van de werkgroep.

 

Behalve bovenstaande leden van de werkgroep heeft ook een aantal niet leden (op onderdelen) een belangrijke bijdrage geleverd aan de totstandkoming van deze richtlijn. De werkgroep dankt in het bijzonder:

Prof. dr. C.H. Bangma en dr. M.J. Roobol (afdeling urologie Erasmus MC Rotterdam) voor hun bijdrage aan het hoofdstuk over screening en vroeg-detectie; Radiotherapeuten dr. J.L. Noteboom (UMC Utrecht), dr. F.J. Pos (NKI-AvL) en drs. H.A.M. Vanhauten (UMC Groningen) voor hun bijdragen aan de paragrafen over radiotherapie, Arts-onderzoeker/promovendus drs. M. de Rooij (afdeling radiologie UMC St. Radboud Nijmegen) voor zijn bijdrage aan de paragraaf over beeldvorming, onderdeel MRI.

 

Medewerkers van IKNL waren verantwoordelijk voor de procesbegeleiding en secretariële ondersteuning.

 

Ondersteuning

  • Drs. J. de Groot, adviseur, Integraal Kankercentrum Nederland
  • Drs. T. van Vegchel, adviseur, Integraal Kankercentrum Nederland
  • Mw. H.W.G. Hamelers-Paulus, secretaresse, Integraal Kankercentrum Nederland

 

Onderzoekers patiëntenparticipatie

  • T. Brouwer, onderzoeker/GZ psycholoog, Brouwer Bruggenbouwer in de zorg (tot oktober 2012)
  • T. de Lange MSc, onderzoeker, Vrije Universiteit, Amsterdam (vanaf oktober 2012)
  • J. van de Meijden, onderzoeker, Vrije Universiteit, Amsterdam (vanaf oktober 2012)
  • C.A.C.M. Pittens MSc, onderzoeker, Vrije Universiteit, Amsterdam (tot oktober 2012)

Belangenverklaringen

Alle leden van de richtlijnwerkgroep hebben een belangenverklaring ingevuld en daarbij aangegeven onafhankelijk gehandeld te hebben bij het opstellen van de richtlijn.

Inbreng patiëntenperspectief

Twee vertegenwoordigers van de ProstaatKankerStichting maakten deel uit van de richtlijnwerkgroep en leverden een actieve bijdrage aan met name de inventarisatie van knelpunten (beginfase) en het becommentariëren van concept teksten (eindfase). Een van beide vertegenwoordigers was actief betrokken bij het schrijven van concept teksten voor het hoofdstuk informatie en nazorg.

 

Onderzoekers van het Athena Instituut (Vrije Universiteit Amsterdam) bezochten de vergaderingen van de richtlijnwerkgroep in het kader van een project gericht op het optimaliseren van patiëntenparticipatie in richtlijnwerkgroepen.

Methode ontwikkeling

Evidence based

Implementatie

Het bevorderen van het gebruik van de richtlijn begint met een brede verspreiding van de richtlijn. Er wordt een mailing verstuurd naar de professionals via de (wetenschappelijke) verenigingen en de werkgroepen van IKNL. Ook is de richtlijn gepubliceerd op www.richtlijnendatabase.nl. Tevens is er een artikel of manuscript ter publicatie aangeboden aan het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Ook in andere tijdschriften of bij bijvoorbeeld nascholingsbijeenkomsten wordt de richtlijn onder de aandacht gebracht. Om het gebruik in de dagelijkse praktijk te bevorderen is er een samenvattingskaart van de richtlijn gemaakt. Daarnaast beschikt IKNL over een toolbox ter ondersteuning van de IKNL adviseurs netwerken c.q. professionals in het veld voor de implementatie van de richtlijn. De toolbox bevat:

Een overzicht van de aanbevelingen. De kernboodschappen (belangrijkste inhoudelijke boodschappen). Een basis PowerPoint presentatie voor IKNL adviseurs netwerken en werkgroepleden van deze richtlijn. Een implementatieplan voor deze richtlijn (incl. indicatoren voor evaluatie van deze richtlijn). Dit plan bevat voor de belangrijkste aanbevelingen uit de richtlijn een overzicht van belemmerende en bevorderende factoren voor de implementatie. Op basis hiervan beschrijft het plan de belangrijkste doelgroepen en (adviezen voor) concrete acties om implementatie te bevorderen. Een training aan de IKNL adviseurs netwerken.

 

Evaluatie

Tijdens de ontwikkeling van de richtlijn zijn indicatoren voor de evaluatie van de aanbevelingen in de richtlijn opgesteld.  Met gegevens uit de NKR en eventuele andere bronnen (NVU registratie, het door KWF gesubsidieerde IKNL/UMC St. Radboud onderzoek naar de kwaliteit van prostaatkankerzorg in Nederland dat eind 2013 start) worden deze indicatoren geregistreerd. Hiermee wordt vastgesteld in hoeverre de richtlijn wordt nageleefd. De resultaten van de evaluatie kunnen aanknopingspunten vormen voor de volgende revisie van de richtlijn en/of voor tussentijdse aanpassing van het implementatieplan.

Werkwijze

Gebaseerd op de uitkomsten van een knelpunteninventarisatie in het veld, formuleerde de werkgroep een aantal uitgangsvragen voor evidence based revisie. Voor de desbetreffende onderdelen zorgde een externe methodoloog/onderzoeker (in overleg met een aantal direct betrokken werkgroepleden) voor de systematische literatuursearch, selectie, beoordeling en beschrijving van relevante literatuur en de daaruit voortvloeiende conclusies. De werkgroep formuleerde vervolgens de bijbehorende overige overwegingen en aanbevelingen.

 

Voor de overige (niet evidence based uitgewerkte) onderdelen vond een “consensus-based” revisie plaats, waarbij werkgroepleden zelf de literatuursearch uitvoerden, zorgden voor selectie, beoordeling en beschrijving van literatuur. Voor bepaalde onderdelen, bijvoorbeeld het nieuwe hoofdstuk ‘Screening en vroeg-detectie’, werd daarbij een beroep gedaan op specifieke expertise van niet-werkgroepleden.

 

Eind mei 2013 nodigde de werkgroep diverse betrokkenen uit het veld uit om vóór medio augustus commentaar te geven op de concept versie van de richtlijn. Circa veertig respondenten (zowel individuen als groepen) maakten van deze mogelijkheid gebruik.

 

Verantwoording

Het Integraal Kankercentrum Nederland bevordert  dat mensen met kanker en hun naasten zo dicht mogelijk bij huis toegang hebben tot een samenhangend en kwalitatief verantwoord zorgaanbod.

Het Integraal Kankercentrum Nederland is opgericht om behandeling, zorg en klinisch onderzoek binnen de oncologie te verbeteren. Daarnaast heeft het een taak in het opzetten en ondersteunen van netwerken voor palliatieve zorg. 

 

Het Integraal Kankercentrum Nederland  werkt aan multidisciplinaire richtlijnontwikkeling voor de oncologische en palliatieve zorg. Naast deze ontwikkeling van richtlijnen faciliteert het Integraal Kankercentrum Nederland ook het onderhoud, het beheer, de implementatie en de evaluatie van deze richtlijnen.

 

De leidraad voor de ontwikkeling van de richtlijnen voor oncologische en palliatieve zorg is het AGREE instrument. Dit instrument is gemaakt voor de beoordeling van bestaande, nieuwe en herziene richtlijnen.

Het AGREE Instrument beoordeelt zowel de kwaliteit van de verslaglegging als de kwaliteit van bepaalde aspecten van de aanbevelingen. Het beoordeelt de kans dat een richtlijn zijn gewenste doel zal behalen, maar niet de daadwerkelijke impact op patiëntuitkomsten.

 

Het AGREE Instrument is opgebouwd uit 23 items verdeeld over zes domeinen. Elk domein beslaat een aparte dimensie van kwaliteit van richtlijnen, namelijk:

Onderwerp en doelbetreft het doel van de richtlijn, de specifieke klinische vragen waarop de richtlijn een antwoord geeft en de patiëntenpopulatie waarop de richtlijn van toepassing is.

Betrokkenheid van belanghebbendenricht zich op de mate waarin de richtlijn de opvattingen van de beoogde gebruikers weerspiegelt.

Methodologiehangt samen met het proces waarin bewijsmateriaal is verzameld en samengesteld en met de gebruikte methoden om aanbevelingen op te stellen en te herzien.

Helderheid en presentatiegaat over het taalgebruik en de vorm van de richtlijn.

Toepassinghoudt verband met de mogelijke organisatorische, gedragsmatige en financiële consequenties van het toepassen van de richtlijn.

Onafhankelijkheid van de opstellersbetreft de onafhankelijkheid van de aanbevelingen en erkenning van mogelijke conflicterende belangen van leden van de werkgroep.

 

Zoekverantwoording

Zoekacties zijn opvraagbaar. Neem hiervoor contact op met de Richtlijnendatabase.