Prostaatcarcinoom - Na uitwendige radiotherapie en brachytherapie

Laatst beoordeeld: 16-04-2014

Uitgangsvraag

Hoe wordt de diagnose PSA-recidief vastgesteld na in opzet curatieve uitwendige radiotherapie / brachytherapie?

 

Aanbeveling

Het PSA beloop na uitwendige radiotherapie en brachytherapie moet vanwege het bestaan van de “PSA-bounce” voorzichtig worden geïnterpreteerd. Indien er sprake is van een PSA stijging van ten minste 2 ng/mL boven de nadir (de laagste waarde ooit gemeten na behandeling) wordt van een recidief gesproken. De kans is dan ongeveer 5% op een fout-positieve uitslag (oftewel dat er toch sprake is van ‘PSA bounce’).

Overwegingen

Er zijn geen overwegingen beschreven.

Conclusies

Hoe wordt de diagnose PSA-recidief vastgesteld na in opzet curatieve uitwendige radiotherapie / brachytherapie?


De werkgroep is van mening dat de “PSA-bounce” een tijdelijke PSA-stijging van ≥0.2 ng/mL is binnen drie jaar na uitwendige radiotherapie.

Drie opeenvolgende stijgingen van het PSA (met een minimum interval van drie maanden) wordt beschouwd als een PSA recidief na uitwendige radiotherapie. Echter de Phoenix definitie (PSA-nadir plus 2 ng/mL) wordt aanbevolen in verband met een betere voorspellende waarde voor klinisch recidief, overleving en ziekte-specifieke overleving.
Niveau 4

 

De werkgroep is van mening dat een ‘PSA-bounce' na brachytherapie een tijdelijke stijging is circa twee jaar na behandeling.
Niveau 4

 

De werkgroep is op basis van internationale consensus van mening dat een stijging van 2 ng/mL boven de nadir als een PSA-recidief na bestraling wordt beschouwd.
Niveau 4

Samenvatting literatuur

Vaststellen diagnose PSA recidief

Omdat de prostaat nog in situ is, daalt het PSA na uitwendige radiotherapie/brachytherapie meestal niet tot een onmeetbaar lage waarde, zoals na radicale prostatectomie. De PSA-daling is meestal langzaam en duurt 6-24 maanden, soms langer.

De ASTRO heeft criteria beschreven voor PSA-recidief na uitwendige radiotherapie [ASTRO, 1999]. Drie opeenvolgende PSA-stijgingen met een minimum interval van drie maanden worden beschouwd als een PSA-recidief na uitwendige radiotherapie. Een andere definitie, PSA-nadir plus 2 ng/mL [Phoenix definitie][Buyyounouski 2005] wordt tegenwoordig aanbevolen in verband met een betere voorspellende waarde voor klinisch recidief (lokaal of afstandsmetastasen), overleving en ziekte-specifieke overleving [Fitch et al 2006]. De werkgroep houdt de Phoenix definitie aan.

 

Een PSA recidief is niet hetzelfde als een klinisch recidief

Hoewel PSA-nadir een belangrijke factor is, kan geen absolute waarde gegeven worden, waarbij sprake is van een succesvolle behandeling. Het PSA-beloop na bestraling moet daarom voorzichtig worden geïnterpreteerd, ook vanwege het bestaan van de “PSA bounce”(2). De “PSA-bounce” is een tijdelijke PSA-stijging van ≥0.2 ng/mL binnen drie jaar na bestraling [Caloglu et al 2011].

Referenties

  1. 1 - Buyyounouski MK, Hanlon AL, Eisenberg DF, et al. Defining biochemical failure after radiotherapy with and without androgen deprivation for prostae cancer. Int J Radiat Oncol Biol Phys 2005;63:1455-62.
  2. 2 - Catton C, Milosevic M, Warde P, et al. Recurrent prostate cancer following external beam radiotherapy: follow-up strategies and management. Urol Clin North Am. Follow-up strategies and management of recurrence in urologic oncology. 2003;30:751-63.
  3. 3 - Critz FA. A standard definition of disease freedom is needed for prostate cancer: Undetectable prostate specific antigen compared with the American Society of Therapeutic Radiology and Oncology consensus definition. J Urol 2002;167:1310-3.
  4. 4 - Hanlon AL, Hanks GE. Scrutinity of the ASDTRO consessus definition of biochemical failure in irradiated prostate cancer patients demonstrates its usefulness and robustness. Int J Radiat Oncol Biol Phys 2000;46:559-66.
  5. 5 - Zelefsky M, Leibel S, Gaudin P et al. Dose escalation with three-dimensional-conformal radiation therapy affects the outcome in prostate cancer. Int J Radiat Oncol Biol Phys 1998;41:491-500.
  6. 6 - Crook J, Malone S, Perry G et al. Postradiotherapy prostate biopsies: what do they really mean? Results for 498 patients. Int J Radiat Oncol Biol Phys 2000;48:355-67.
  7. 7 - Pollack A, Zagars G, Antolak J et al. prostate biopsy status and PSA nadir level as early surrogates for treatment failure: analysis of a prostate cancer randomized radiation dose escalation trial. Int.J Radiat Oncol Phys 2002;54.677-85.
  8. 8 - Lee W, Hanks G, Hanlon A. Increasing PSA profile following definitive radiation therapy for localized prostate cancer: clinical observations. J Clin Oncol 1997;15:230-8.
  9. 9 - Vaidya A, Soloway MS. Salvage radical prostatectomy for radiorecurrent prostate cancer: morbidity revisited. J Urol 2000;164:1998-2001.
  10. 10 - Stephenson AJ, Eastham JA. Role of salvage radical prostatectomy for recurrent prostate cancer after radiation therapy. J Clin Oncol. 2005;23:8198-203.
  11. 11 - Grado G, Collins J, Kriegshauser J. Salvage brachytherapy for localized prostate cancer after radiotherapy failure. Urology 1999;53:2-10.
  12. 12 - Battermann JJ. Feasibility of permanent implant for prostate cancer after previous radiotherapy in the true pelvis. Radiother Oncol 2000;57:297-300.
  13. 13 - Gheiler E, Tefilli M, Tiguert R et al. Predictors for maximal outcome in patients undergoing salvage surgery for radiorecurrent prostate cancer. Urology 1998;51:789-95.

Autorisatiedatum en geldigheid

Laatst beoordeeld : 16-04-2014

Laatst geautoriseerd : 16-04-2014

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nederlandse Vereniging voor Urologie

Methode ontwikkeling

Evidence based