Primaire SP-risicofactoren/etiologie

Laatst beoordeeld: 05-10-2001

Uitgangsvraag

Risicofactoren en etiologie van primaire spontane pneumothorax.

Aanbeveling

Bij deze module werden geen aanbevelingen geformuleerd.

Overwegingen

Bij deze module werden geen overwegingen geformuleerd.

Samenvatting literatuur

Externe factoren

Sigarettenrook

Van de patiënten met een primaire SP rookt 75-86%8,1314 in vergelijking met 31% van de normale bevolking van vergelijkbare leeftijd.15 Mannen die 1-12 sigaretten per dag roken hebben een zeven maal grotere kans op primaire SP. Bij 13-22 sigaretten is dit 21 maal verhoogd en bij meer dan 22 sigaretten 102 maal. Vrouwen tonen een vergelijkbare toename in het risico van een primaire SP, van 4x, 14x en 68x bij respectievelijk lichte, matige en zware rokers.16 Stoppen met roken verlaagt de kans op recidief primaire SP.8 Sigarettenrook veroorzaakt bronchiolitis 17,18 en verhoogt de kans op alveolaire schade (o.a. bullae). Het is aangetoond dat deze bronchiolitis ook bij patiënten met SP bestaat.19 Roken lijkt dus een belangrijke risicofactor voor het ontstaan van primaire SP.

 

Weersinvloeden en clustering

De primaire SP komt vaker voor in clusters.20,21 Dit suggereert een invloed op het ontstaan van de primaire SP van buitenaf, zoals luchtvervuiling (niet onderzocht) of meteorologische omstandigheden. Seizoensinvloeden worden niet gevonden.9,22

Er lijkt een invloed te bestaan van ‘weersomstandigheden’ op het ontstaan van de primaire SP. De primaire SP komt 1-2 dagen na onweer vaker voor.9 Er zijn verschillende studies die de invloed van de atmosferische druk hebben geanalyseerd. Enkele hiervan laten een relatie zien tussen atmosferische druk en de primaire SP.23,24 Het is onzeker of het verschil in atmosferische druk zelf, of andere begeleidende weersinvloeden het ontstaan van primaire SP beïnvloeden.

 

Duiken en vliegen

Er is een verhoogde kans op primaire SP bij drukverschillen die optreden bij duiken en vliegen.25-27 Dit suggereert dat drukverschillen de kans op het ontstaan van de primaire SP doen toenemen. ‘Air-trapping’ speelt hierbij waarschijnlijk een cruciale rol, omdat alleen in afgesloten luchtdelen een drukverschil kan worden opgebouwd.28,4

 

Interne factoren

Leeftijd

De primaire SP komt voornamelijk voor tussen de 15 en 40 jaar met een piekincidentie tussen 15 en 25 jaar (Sadikot et al: piek 15-25 jaar8, Lippert et al: gemiddeld 34 jaar10, Watt et al: piek 16-25 jaar11). Er is geen bekende verklaring voor deze leeftijdsvoorkeur. Op de kinderleeftijd komt de primaire SP wel voor, maar slechts incidenteel.29,30 Meestal is er een onderliggende oorzaak te vinden bij kinderen. Opvallend is dat primaire SP in de long op hogere leeftijd minder vaak voorkomt.

 

Erfelijkheid

Er lijkt een familiaire predispositie te zijn voor het verkrijgen van een primaire SP, zoals vermeld in enkele kleine series.31-35 In een Israëlische studie heeft 11,5% van de 286 patiënten een positieve familieanamnese voor een primaire SP.36,37 Bij vrouwen is 4,42% gevonden.38 Er zijn aanwijzingen dat de overerfbaarheid, indien van toepassing, autosomaal-dominant met incomplete penetrantie of X-linked recessief is.37

 

Habitus

Volgens verschillende studies is de patiënt met een primaire SP gemiddeld langer en lichter dan leeftijdsgenoten.8,39 De Japanse studie39 toont aan dat de patiënten met latere primaire SP reeds op zesjarige leeftijd langer zijn dan hun leeftijdgenoten. Tussen de 11 en 14 jaar neemt de lengte ten opzichte van het gewicht nog sneller toe bij degenen die later een primaire SP krijgen in ver­gelijking met de leeftijdgenoten.

 

Blebs en bullae

Bij 89% van de primaire SP worden in röntgenologische studies blebs en/of bullae gevonden aan de ipsilaterale zijde (bij niet-rokers met SP toch ook nog 81%) en bij 80% ook aan de contralaterale zijde.40,41 Blebs en/of bullae worden in de radiologie beschreven als emfyseemachtige afwijkingen (emphysema-like changes (ELC)). Van de patiënten met een primaire SP is 75-86% roker8,13,14 en veel patiënten hebben ELC op de CT-scan12,40,41 of laten blebs en/of bullae zien bij thoracoscopie of thoracotomie.5,42,43 Niet-rokende primaire-SP-patiënten hebben vaker ELC dan niet-rokende controles.12

Zoeken en selecteren

De verkregen gegevens komen uit MEDLINE-searches (1966-2000) met de limiet van Engelstalige artikelen, via de trefwoorden: pneumothorax and “epidemiology” (19 referenties) respectievelijk “pathogenesis” (61 referenties), “etiology” (66 referenties), “inheritance” (5 referenties), “smoking” (88 referenties), “body height” (12 referenties), “age factors” (467 referenties) en “sex factors” (83 referenties). Voorts zijn referenties in het boek “Pleural Diseases” van R. Light1 en de proefschriften van J.P. Janssen2, F.M.N.H. Schramel3 en H.J.M Smit4 gebruikt. De selectie van gebruikte artikelen heeft plaatsgevonden op basis van toepasbaarheid op de primaire SP, in het licht van deze richtlijn en de kwaliteit van de studies. In totaal zijn 92 studies geraadpleegd uit de jaren 1957 tot 2000.

Referenties

  1. 1 - Light RW. Pneumothorax. In: Pleural diseases. 3rd ed: Williams & Wilkins, Baltimore, 1995.
  2. 2 - Janssen JP. Videothoracoscopy in pulmonary and pleural disease. Thesis. ISBN: 90-90086-38-2. Krips Repro Meppel, Amsterdam, 1995.
  3. 3 - Schramel FMNH. Clinical studies in patients with primary spontaneous pneumothorax. Thesis. ISBN 90-90093-84-2. Amsterdam, 1996.
  4. 4 - Smit HJM. Spontaneous pneumothorax; pathogenesis and treatment related aspects. Thesis. ISBN:90-90132-38-4. Brouwer Uithof, Utrecht, 1999.
  5. 5 - Schramel FMNH, Postmus PE, Vanderschueren RGJRA. Current aspects of spontaneous pneumothorax. Eur Respir J 1997;10:1372-9.
  6. 6 - Melton LJ, Hepper NGG, Offord KP. Incidence of spontaneous pneumothorax in Olmsted county, Minnesota: 1950-1974. Am Rev Respir Dis 1979:120;1379-82.
  7. 7 - S.I.G.-rapport 1991, 1992, 1993, Amsterdam.
  8. 8 - Sadikot RT, Greene T, Meadows K, Arnold AG. Recurrence of primary spontaneous pneumothorax. Thorax 1997;52:805-9.
  9. 9 - Smit HJM, Devillé WL, Schramel FMNH, Schreurs AJM, Sutedja TG, Postmus PE. Atmospheric pressure changes and outdoor temperature changes in relation to spontaneous pneumothorax. Chest 1999;116:678-1.
  10. 10 - Lippert HL, Lund O, Blegvad S, Larsen HV. Independent risk factors for the cumulative recurrence rate after first spontaneous pneumothorax. Eur Respir J 1991;4:324-31.
  11. 11 - Watt AG. Spontaneous pneumothorax. A review of 210 consecutive admissions to Royal Perth Hospital. Med J Aust 1978;1:186-8.
  12. 12 - Smit HJM, Wienk MAThP, Schreurs AJM, Schramel FMNH, Postmus PE. Do bullae indicate a predisposition to recurrent pneumothorax? Br J Radiol 2000;73:356-9.
  13. 13 - Smit HJM, Chatrou M, Postmus PE. The impact of spontaneous smoking pneumothorax, and its treatment, on the smoking behavior of young adult smokers. Respir Med 1998;92:1132-6.
  14. 14 - Fox JT, Sawyer MA. Primary spontaneous pneumothorax and smoking. Mil Med 1996;161:489-90.
  15. 15 - Steptoe A, Wardle J, Smith H, Kopp M, Skrabski A, Vinck J, et al. Tobacco smoking in young adults from 21 European countries: association with attitudes and risk awareness. Addiction 1995;90(4):571-82.
  16. 16 - Bense L, Eklund G, Wiman LG. Smoking and the increased risk of contracting spontaneous pneumothorax. Chest 1987;92:1009-12.
  17. 17 - Nieuwehner D, Kleinerman J, Rice D. Pathologic changes in the peripheral airways of young cigarette smokers. N Engl J Med 1974;291:755-8.
  18. 18 - Colby TV. Bronchiolitis. Pathologic considerations. Am J Clin Pathol 1998;109:101-9.
  19. 19 - Cottin V, Streichenberger N, Gamondez JP, Thevenet F, Loire R, Cordier JF. Respiratory bronchiolitis in smokers with spontaneous pneumothorax. Eur Respir J 1998;12:701-4.
  20. 20 - Smit HJM, Devillé WL, Schramel FMNH, Postmus PE. Spontaneous pneumothorax; predictable mini-epidemics? Lancet 1997:350:1450.
  21. 21 - Boulay F, Sisteron O, Chevallier T, Blaive B. Predictable mini-epidemics of spontaneous pneumothorax: haem- optysis too? Lancet 1998;351:522.
  22. 22 - Seremetis MG. Management of spontaneous pneumothorax. Chest 1970;57:65-8.
  23. 23 - Scott GC, Berger R, Mc Kean HE. The role of atmospheric pressure variation in the development of spontaneous pneumothorax. Am Rev Respir Dis 1989;139:659-2.
  24. 24 - Bense L. Spontaneous pneumothorax related to falls in atmospheric pressure. Eur J Respir Dis 1984;65:544-6.
  25. 25 - Dermksian G, Lamb LE. Spontaneous pneumothorax in apparently healthy flying personnel. Ann Int Med 1959;51:39-51.
  26. 26 - Jantz MA, Pierson DJ. Pneumothorax and barotrauma. Clin Chest Med 1994;15:75-91.
  27. 27 - Tezlaff K, Reuter M, Leplow B, Heller M, Bettinghausen B. Risk factors for pulmonary barotrauma in divers. Chest 1997;112:654-9.
  28. 28 - Newman KB, Lynch DA, Newman LS, Ellegood D, Newell jr JD. Quantitative computed tomography detects air trapping due to asthma. Chest 1994;106:105-9.
  29. 29 - Beg MH, Reyazuddin Faridi MM, Ahmed SH, Shahab T. Sontaneous pneumothorax in children: a review of 95 cases. Ann Trop Paediatr 1988;8:18-21.
  30. 30 - Alter SJ. Spontaneous pneumothorax in infants: a 10-year review. Pediatr Emerg Care 1997;13:401-3.
  31. 31 - Morrison PJ, Lowry RC, Nevin NC. Familial primary spontaneous pneumothorax consistent with true autosomal dominant inheritance. Thorax 1998;53:151-2.
  32. 32 - Cheng YJ, Chou SH, Kao EL. Familial spontaneous pneumothorax; report of seven cases in two families. Kao Hsiung I Hsueh Ko Hsueh Tsa Chih 1992;8:390-4.
  33. 33 - Lenler-Petersen P, Grunnet N, Jespersen TW, Jaeger P: Familial spontaneous pneumothorax. Eur J Respir Dis 1990;3:342-5.
  34. 34 - Wilson WG, Aylsworth AS. Familial spontaneous pneumothorax. Pediatrics 1979;64:172-5b.
  35. 35 - Sharpe IK, Ahmad M, Braun W. Familial spontaneous pneumothorax and HLA antigens. Chest 1980;78:264-8.
  36. 36 - Abolnik IZ, Lossos IS, Zlotogora J, Breuer R. On the inheritance of primary spontaneous pneumothorax. Am J Med Genet 1991;40:155-8.
  37. 37 - Abolnik IZ, Lossos IS, Gillis D, Breurer R. Primary spontaneous pneumothorax. Am J Med Sci 1993;305:297-303.
  38. 38 - Nakamura H, Konishiike J, Sugamura A, Takeno Y. Epidemiology of spontaneous pneumothorax in women. Chest 1986;89:378-82.
  39. 39 - Fujino S, Inoue S, Tezuka N, Hanaoka J, Sawai S, Ichinose M, et al. Physical development of surgically treated patients with primary spontaneous pneumothorax. Chest 1999;116:899-902.
  40. 40 - Lesur O, Delorme N, Framaget JM, Bernadac P, Polu JM. Computed tomography in the etiologic assessment of idiopathic spontaneous pneumothorax. Chest 1990;98:341-7.
  41. 41 - Mitlehner W, Friedrich M, Dissmann W. Value of computer tomography in the detection of bullae and blebs in patients with primary spontaneous pneumothorax. Respiration 1992;59:221-7.
  42. 42 - Janssen JP, Schramel FMNH, Sutedja TG, Cuesta MA, Oosterhuis W, Postmus PE. Videothoracoscopic appearance of first and recurrent pneumothorax. Chest 1995;108:330-4.
  43. 43 - Ikeda M, Uno A, Yamane Y, Hagiwara N. Median sternotomy with bilateral bullous resection for unilateral spontaneous pneumothorax, with special reference to operative indications. J Thorac Cardiovasc Surg 1988;96:615-20.

Autorisatiedatum en geldigheid

Laatst beoordeeld : 05-10-2001

Laatst geautoriseerd : 05-10-2001

Initiatief en autorisatie

Initiatief : Nederlandse Vereniging van Artsen voor Longziekten en Tuberculose

Doel en doelgroep

De doelgroep bestaat uit patiënten met een primaire SP. Patiënten met een secundaire SP of iatrogene pneumothorax vallen buiten de beschouwing van deze richtlijn. De richtlijn is primair bedoeld voor de klinisch werkzame longarts en richt zich op de pathogenese, etiologie, patho- fysiologie, diagnostiek en behandeling van de primaire SP.

Samenstelling werkgroep

De Nederlandse Vereniging van Artsen voor Longziekten en Tuberculose (NVALT) heeft een werkgroep ingesteld om de richtlijn 'Primaire spontane pneumothoraz' voor te bereiden.

 

DE LEDEN VAN DE WERKGROEP:

dr. F.M.N.H. Schramel (voorzitter)

St. Antonius ziekenhuis, Nieuwegein

J.T. Annema

Leids Universitair Medisch Centrum, Leiden

G.P.M. Mannes

Twenteborg Ziekenhuis, Almelo

dr. J.M. Smit

Ziekenhuis Rijnstate, Arnhem

dr. L.N.A. Willems                                 

Leids Universitair Medisch Centrum, Leiden

Methode ontwikkeling

Evidence based

Werkwijze

Door middel van uitgebreid literatuur onderzoek wordt getracht antwoord te geven op klinisch relevante zaken aangaande de primaire SP. Conclusies en aanbevelingen zijn zoveel mogelijk evidence-based met vermelding van de mate van bewijs. Er wordt geen gebruik gemaakt van zogenaamde ‘expert opinions’, omdat een nationaal panel van deskundigen niet voorhanden of gevormd is. Een dergelijk panel zou ook niet mono- disciplinair kunnen zijn maar zou moeten bestaan uit verschillende specialismen, zoals ook recentelijk is gebruikt in de consensusstatement ‘Management of spontaneous pneumothorax’ van de American College of Chest Physicians.

 

Interventiestudies

A1

Meta-analyses die ten minste enkele onderzoeken van A2-niveau betreffen waarbij de resultaten van afzonderlijke onderzoeken consistent zijn.

A2

Gerandomiseerd vergelijkend klinisch onderzoek van goede kwaliteit (gerandomiseerd, dubbelblind gecontroleerde trials) van voldoende omvang en consistentie.

B

Gerandomiseerde klinische trials van matige kwaliteit of onvoldoende omvang of ander vergelijkend onderzoek (niet-gerandomiseerde studies, cohortstudies, patiëntcontrole- studies).

C

Niet-vergelijkend onderzoek.

D

Mening van deskundigen, bijvoorbeeld werkgroepleden.

 

Diagnostische studies

A1

Vergelijkend onderzoek naar de effecten van diagnostiek op klinische uitkomsten of onderzoek waarbij met behulp van besliskundige modellen of multivariate analyses de toegevoegde informatie wordt beoordeeld van de te onderzoeken test ten opzichte van een referentietest.

A2

Vergelijkend onderzoek waarbij van tevoren criteria zijn gedefinieerd voor de te onderzoeken test en voor een referentietest, met een beschrijving van de onderzochte klinische populatie; bovendien moet het een voldoende grote serie van opeenvolgende patiënten betreffen, moet gebruik zijn gemaakt van tevoren gedefinieerde afkapwaarden van de test, en dienen de resultaten van de test en gouden standaard onafhankelijk te zijn beoordeeld.

B

Vergelijking met een referentietest, beschrijving van de onderzochte test en van de onderzochte populatie, maar niet de kenmerken die verder onder niveau A staan genoemd.

C

Niet-vergelijkend onderzoek.

D

Mening van deskundigen, bijvoorbeeld werkgroepleden.

 

Niveau en formulering van conclusies en aanbevelingen

1

Ondersteund door ten minste twee onafhankelijk van elkaar uitgevoerde studies van niveau A1 of A2 of een meta-analyse (A1).

2

Ondersteund door ten minste twee onafhankelijk van elkaar uitgevoerde onderzoeken van niveau B.

3

Niet ondersteund door voldoende onderzoek van niveau A of B.

4

Advies op grond van de mening van de werkgroepleden of van literatuur van niveau D.