Postoperatieve pijn

Initiatief: Cluster Perioperatief proces Aantal modules: 74

Veiligheidsprofiel postoperatieve NSAIDs bij een verminderde nierfunctie

Publicatiedatum: 30-06-2026
Beoordeeld op geldigheid: 30-06-2026

Uitgangsvraag

Wat is het veiligheidsprofiel van het gebruik van postoperatieve non-steroidal anti-inflammatory drugs (NSAID’s) bij patiënten met een verminderde nierfunctie?

 

De uitgangsvraag omvat de volgende deelvragen:

  1. Onder welke nierfunctie moeten NSAID’s absoluut vermeden worden?
  2. Is er een verschil tussen verschillende types NSAID’s?
  3. Onder welke nierfunctie kunnen welke specifieke NSAID’s voor welke periode worden voorgeschreven?

Aanbeveling

Er is geen bezwaar tegen het voorschrijven van NSAID’s aan patiënten met een eGFR >60 mL/min/1,73 m2 in de postoperatieve fase.

 

Schrijf geen NSAID’s voor bij patiënten met een eGFR <30 mL/min/1,73 m2 in de postoperatieve fase.

 

Schrijf geen NSAID’s voor bij patienten met een eGFR tussen de 30-60 mL/min/1.73m2 in de postoperatieve fase bij additionele factoren die de nierfunctie negatief kunnen beinvloeden, zoals (relatieve) hypovolemie of gelijktijdig gebruik van nefrotoxische medicatie, tenzij er een sterke indicatie indicatie is voor NSAIDs (bijvoorbeeld een opiaat intolerantie).

 

Schrijf NSAID’s zo kort mogelijk voor.

 

Voor het type NSAID zie module Niet-selectieve NSAID's versus COX-2 remmers.

Overwegingen

Balans tussen gewenste en ongewenste effecten

Er werd literatuuronderzoek verricht naar het effect van het gebruik van NSAID’s op de nierfunctie, de noodzaak tot het starten van nierfunctievervangende therapie of cardiovasculaire events bij patiënten met een verminderde nierfunctie (geschatte klaring (eGFR) 15-60 mL/min/1.73m2, overeenkomstig chronische nierschade (CNS) stadium 3-4). Er zijn geen gerandomiseerde studies gevonden die NSAID’s vergeleken met niet-NSAID’s of placebo in deze patiëntengroep. De literatuur kan derhalve geen richting geven aan de besluitvorming en de aanbeveling is daarom gebaseerd op aanvullende argumenten, waaronder observationele literatuur en expert opinie, waar mogelijk aangevuld met indirecte literatuur.

 

In een secundaire analyse van een prospectieve studie van het STARSurg collectief uit 2020 is bij 5240 patiënten die majeure gastro-intestinale chirurgie ondergingen gekeken naar de associatie tussen vroeg NSAID-gebruik postoperatief en het optreden van acute nierinsufficiëntie op dag 7 (STARSurg Collaborative; 2020). Vroeg NSAID-gebruik werd gedefinieerd als elk gebruik van NSAID’s op dag 0-3 postoperatief. Hierbij werd geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende NSAID’s. De dosis werd geclassificeerd als laag, gemiddeld of hoog per NSAID. Acute nierinsufficiëntie werd gedefinieerd volgens de Kidney Disease Improving Global Outcomes (KDIGO) criteria (Khwaja, 2012): 26,5 µmol/L stijging in het serum kreatinine binnen 48 uur, een 50% stijging in serum kreatinine binnen 7 dagen, of het ondergaan van ongeplande nierfunctievervangende therapie. Door gebruik te maken van propensity score matching konden patiënten die werden blootgesteld aan het gebruik van NSAID’s worden vergeleken met patiënten die geen NSAID’s gebruiken. In deze studie was in de NSAID-groep de gemiddelde leeftijd 59,8 ± 15,8 jaar en 45,2% vrouw, in de controlegroep was 44,7% vrouw en de gemiddelde leeftijd 63,7 ± 15,9 jaar. Onder de patiënten die NSAID’s hadden gebruikt had 49,1% CNS stadium 1, 38,8% stadium 2 en 10,1 % stadium 3-5, terwijl dit in de controlegroep respectievelijk 42,7%, 38,2 % en 16,9% was. Acute nierinsufficiëntie trad op in 10,6% (110/1039) van de NSAID-groep, en in 14,9% (626/4201) van de controlegroep, waarmee er op geaggregeerd niveau geen associatie werd gevonden tussen het gebruik van NSAID’s en het vóórkomen van acute nierinsufficiëntie (adjusted odds ratio [OR] 0,80, 95% CI 0,63–1,00, p = 0,057), onafhankelijk van dosering. Wel was er een duidelijk hoger risico op acute nierinsufficiëntie in patiënten met chronische nierinsufficiëntie stadium 2 ten opzichte van stadium 1 (adjusted OR 1,30, 95% CI 1,06 – 1,59, p = 0,012), en bij chronische nierinsufficiëntie stadium 3-5 (adjusted OR 1,76, 95% CI 1,31 – 2,37, p  < 0,001). Er is in deze studie niet gekeken naar een eventuele interactie tussen chronische nierinsufficiëntie stadium en NSAID gebruik. Ook is er in deze studie niet gekeken naar de associaties van NSAID-gebruik of andere risicofactoren met nierfunctieverlies en/of nierfunctievervangende therapie op de lange termijn (STARSurg Collaborative; 2020).

 

Een observationele studie over 18794 ziekenhuisopnames in de Verenigde Staten vond een associatie tussen het gebruik van NSAID’s en de incidentie van acute nierinsufficiëntie bij patiënten met CNS in vergelijking met controles die geen NSAID’s gebruikten (n=1483; adjusted hazard ratio [HR] 1,38 95% CI 1,04 – 1,83), waar deze associatie niet werd gevonden bij patiënten zonder CNS (adjusted HR 0,83 95% CI 0,63 – 1,08) (Jeon; 2020). In deze studie werden patiënten geïncludeerd op niet-chirurgische afdelingen die langer dan 48 uur waren opgenomen en waarbij kreatininewaarden bekend waren. CNS werd gedefinieerd als een eGFR van <60 mL/min/1,73m2. Ook hier werd acute nierinsufficiëntie gedefinieerd volgens de Kidney Disease Improving Global Outcomes (KDIGO) criteria (Khwaja, 2012): 26,5 µmol/L stijging in serum kreatinine binnen 48 uur, een 50% stijging in kreatinine concentratie binnen 7 dagen of het ondergaan van ongeplande nierfunctievervangende therapie. NSAID gebruik werd gedefinieerd als de inname van minimaal één dosis. Patiënten die NSAID’s gebruikten werden vergeleken met patiënten die geen NSAID’s gebruikten, onafhankelijk van eventuele chronische nierinsufficiëntie, en gecorrigeerd voor baseline variabelen.

 

Gezien het gebrek aan equipose is het onwaarschijnlijk dat er in de toekomst gerandomiseerde literatuur beschikbaar zal komen die het perioperatief gebruik van NSAID’s in patiënten met een nierfunctiestoornis onderzoekt. Onzes inziens zijn de te verwachten risico’s met betrekking tot nierfunctieachteruitgang bij het gebruik van NSAID’s in deze patiëntengroep dermate groot dat er medisch-ethische obstakels zijn die het opzetten van een RCT belemmeren. De aanbeveling van het cluster komt om die reden voort uit bovengenoemde observationele literatuur en farmacologische data van NSAID’s.

 

NSAID’s blokkeren prostaglandinesynthese, waaronder prostaglandine E2 en I2, die een vasodilaterend effect hebben op met name de afferente arteriole van het nefron en zijn daarmee van belang voor in stand houden van de glomerulaire filtratie, in het bijzonder in situaties van verminderd circulerend volume (Chuan-Ming Hao, 2003). Bij slechtere nierfunctie, met name een GFR < 30 mL/min zijn patiënten extra gevoelig voor verdere onderdrukking van de nierfunctie door verstoring van het hemodynamische compensatiemechanisme van verhoogde prostaglandinesynthese. Ook zijn deze patiënten extra gevoelig voor het optreden van acute nierinsufficiëntie door een operatieve ingreep (STARSurg Collaborative; 2020). Het optreden van acute nierinsufficiëntie is geassocieerd met eindstadium nierfalen en mortaliteit (Ishani, 2009; Lo, 2009; Pannu, 2013; Liano, 1996).

 

Gezien het verhoogde risico op acute nierinsufficiëntie bij gebruik van NSAID’s bij patiënten met een eGFR <60 mL/min/1,73 m2 (Jeon, 2020) en het verhoogde risico op postoperatieve acute nierinsufficiëntie bij patiënten met een eGFR <60 mL/min/1,73 m2 (StarSURG Collaborative; 2020) is terughoudendheid geboden bij het voorschrijven van NSAID’s bij een eGFR onder de 60 mL/min/1.73m2, met name in de setting van additionele risicofactoren, zoals een lagere kreatinineklaring, het gebruik van een intraveneus contrastmiddel, andere middelen die de nierfunctie beïnvloeden, dehydratie etc. Het cluster is van mening dat NSAID’s absoluut moeten worden vermeden bij patiënten met een eGFR onder de 30 mL/min/1,73 m2.

 

Waarden en voorkeuren van patiënten (en eventueel hun naasten/verzorgers)

Voor patiënten is het belangrijk om een adequate postoperatieve pijnstilling te hebben, met zo min mogelijk complicaties. De voorkeur gaat ernaar uit om dat te bereiken met minder gebruik van opioïden vanwege het bijwerkingsprofiel en het risico op afhankelijkheid. Voor patiënten met een verminderde nierfunctie is het veiligheidsprofiel voor NSAID’s onbekend vanuit de literatuur, echter gezien de bekende acute effecten van NSAID’s op de nierfunctie, in combinatie met het risico op acute nierinsufficiëntie van de operatie zelf, dienen deze medicijnen zo veel mogelijk vermeden te worden.

 

Kostenaspecten

De kosten van (orale) NSAID’s zijn laag. Kosten spelen geen significante rol bij de keuze om NSAID’s wel of niet toe te dienen.

 

Gelijkheid ((health) equity/equitable)

Er zijn verschillen in het effect van NSAID’s bij verschillende subgroepen te verwachten. Er is echter geen ongelijkheid in toegang tot deze middelen.

 

Aanvaardbaarheid

Ethische aanvaardbaarheid

Er zijn geen ethische bezwaren.

 

Duurzaamheid

Voor duurzaamheidsoverwegingen van verschillende NSAID’s, verwijzen we naar submodule niet-selectieve NSAID’s versus COX-2 remmers. (link)

 

Haalbaarheid

De interventie is onderdeel van de huidige standaardzorg en daarmee haalbaar.

 

Rationale van de aanbeveling: weging van argumenten voor en tegen de interventies

Deze aanbeveling is gebaseerd op de acute negatieve effecten van NSAID’s op de nierfunctie, met name bij patiënten met een lagere uitgangsnierfunctie, gecombineerd met het risico van een operatieve ingreep op het optreden van acute nierinsufficiëntie, hetgeen ook toeneemt bij patiënten met lagere uitgangsnierfunctie. Daarnaast kan het postoperatieve thuisgebruik van vrij verkrijgbare (OTC) NSAID’s door patiënten leiden tot een potentieel risico. Routinematige controle van de nierfunctie één week na de start van een kortdurende NSAID-behandeling is in het Nederlandse zorgstelsel niet implementeerbaar. Anderzijds is bij uitsluiting van NSAID’s als pijnstiller een opioïde de eerstvolgende optie, waar ook belangrijke nadelen aan zitten, waaronder verslaving en obstipatie. Zie ook de module: Generieke richtlijnmodule gepast opioïdengebruik - Richtlijn - Richtlijnendatabase. Ten aanzien van de uitgangsvraag over het type NSAID is er geen reden met betrekking tot het veiligheidsprofiel bij patiënten met een verminderde nierfunctie om een andere aanbeveling te beschrijven dan in submodule niet-selectieve NSAID’s versus COX-2 remmers.

 

Eindoordeel:

Sterke aanbeveling tegen het voorschrijven van NSAID’s aan patiënten met een verminderde nierfunctie met een eGFR <30 mL/min/1,73 m2.

Onderbouwing

Considerable variation in clinical practice exists in the use of NSAIDs in the postoperative setting among patients with different stages of renal insufficiency, both with respect to the type of NSAID prescribed and the duration of therapy. Consequently, there is a need to address this in the existing guideline.

Summary of Findings

The level of evidence regarding the outcome measures renal function, need for renal replacement therapy and cardiovascular events could not be graded as no studies were found.

Outcome

Study results and measurements

Absolute effect estimates

Certainty of the evidence

(Quality of evidence)

Conclusions

NSAIDs

No NSAIDs/placebo

Renal function

 (critical)

-

-

No GRADE

(no evidence was found)

No evidence was found regarding the use of NSAIDs up to 14 days on Renal function (kreatinine) compared with No NSAIDs or placebo in patients with a decreased renal function (CKD stage 3-4)

Need for renal replacement therapy

(important)

-

-

No GRADE

(no evidence was found)

No evidence was found regarding the use of NSAIDs up to 14 days on need for renal replacement therapy compared with No NSAIDs or placebo in patients with a decreased renal function (CKD stage 3-4)

Cardiovascular events

(important)

-

-

No GRADE

(no evidence was found)

No evidence was found regarding the use of NSAIDs up to 14 days on cardiovascular events compared with No NSAIDs or placebo in patients with a decreased renal function (CKD stage 3-4)

Description of studies

No studies were included in the analysis of the literature

 

Results

1. Renal function (creatinine)

No studies reporting renal function were found.

 

2. Need for renal replacement therapy

No studies reporting need for renal replacement therapy were found.

 

3. Cardiovascular events

No studies reporting cardiovascular events were found. 

A systematic review of the literature was performed to answer the following question(s):

What is the effect of use of non-steroidal anti-inflammatory drugs (NSAIDs) compared to no NSAIDs or placebo in patients with decreased renal function on outcomes: renal function, need for renal replacement therapy and cardiovascular events?

 

Table 1. PICO

Patients Patients with a renal function of 15-60 mL/min/1.73m2 (chronic kidney disease stage 3-4)
Intervention Use of non-steroidal anti-inflammatory drugs (NSAIDs) up to 14 days
Control No NSAIDs or placebo
Outcomes Renal function (creatinine), need for renal replacement therapy, cardiovascular events

Relevant outcome measures

The guideline panel considered renal function as a critical outcome measure for decision making; and need for renal replacement therapy and cardiovascular events as an important outcome measure for decision making.

 

A priori, the guideline panel did not define the outcome measures listed above but used the definitions used in the studies.

 

The guideline panel defined the following thresholds as the minimal clinically important difference:

  • For continuous outcomes, a threshold of 10% for continuous outcomes.
  • For dichotomous outcomes, a threshold of <0,80 and >1,25.

Search and select (Methods)

A systematic literature search was performed by a medical information specialist using the following bibliographic databases: Embase.com and Ovid/Medline. Both databases were searched from 2005 to 14 of May 2025 for systematic reviews, RCTs, and observational studies. Systematic searches were completed using a combination of controlled vocabulary/subject headings (e.g., Emtree-terms, MeSH) wherever they were available and natural language keywords. The overall search strategy was derived from three primary search concepts: (1) decreased renal function; (2) NSAIDs; (3) postoperative period. Duplicates were removed using EndNote software. After deduplication a total of 582 records were imported for title/abstract screening.

 

No systematic reviews and RCTs were found eligible for inclusion. Three observational studies were initially selected based on title and abstract screening. However, after reading the full text, all three studies were excluded (see the exclusion table under the tab ‘Evidence tabellen’), and no studies were included in the current analysis.

  1. Chuan-Ming Hao, Matthew D Breyer, Physiological regulation of prostaglandins in the kidney, Annu Rev Physiol 2008:70:357-77.
  2. Ishani A, Xue J.L, Himmelfarb J, et al. Acute kidney injury increases risk of ESRD among elderly. J Am Soc Nephrol. 2009;20(1):223–228. PMID: 19020007.
  3. Jeon N, Park H, Segal R, Brumback B, Winterstein AG. Non-steroidal anti-inflammatory drug-associated acute kidney injury: does short-term NSAID use pose a risk in hospitalized patients?. European Journal of Clinical Pharmacology. 2021 Sep;77(9):1409-17.
  4. Khwaja A. (2012). KDIGO clinical practice guidelines for acute kidney injury. Nephron. Clinical practice, 120(4), c179–c184. https://doi.org/10.1159/000339789.
  5. Mizuno T, Ito K, Miyagawa Y, Ishikawa K, Suzuki Y, Mizuno M, Ito Y, Funahashi Y, Hattori R, Gotoh M, Yamada K, Noda Y. Short-term administration of diclofenac sodium affects renal function after laparoscopic radical nephrectomy in elderly patients. Jpn J Clin Oncol. 2012 Nov;42(11):1073-8. doi: 10.1093/jjco/hys145. Epub 2012 Sep 5. PMID:22952294.
  6. Liano F, Pascual J, Madrid Acute Renal Failure Study Group, . Epidemiology of acute renal failure: a prospective, multicenter, community-based study. Kidney Int. 1996;50(3):811–818. PMID: 8872955.
  7. Lisitano L, Röttinger T, Thorne T, Förch S, Cifuentes J, Rau K, Vounatsos PD, Mayr E. A comprehensive analysis of intraoperative factors associated with acute-on-chronic kidney injury in elderly trauma patients: blood loss as a key predictor. Aging Clin Exp Res. 2023 Nov;35(11):2729-2737. doi: 10.1007/s40520-023-02540-6. Epub 2023 Aug 30. PMID: 37646924; PMCID: PMC10628037.
  8. Lo L.J, Go A.S, Chertow G.M, et al. Dialysis-requiring acute renal failure increases the risk of progressive chronic kidney disease. Kidney Int. 2009;76(8):893–899. PMID: 19641480.
  9. Pannu N, James M, Hemmelgarn B, et al. Association between AKI, recovery of renal function, and long-term outcomes after hospital discharge. Clin J Am Soc Nephrol. 2013;8(2):194–202. PMID: 23124779.
  10. STARSurg Collaborative. Perioperative Nonsteroidal Anti-inflammatory Drugs (NSAID) Administration and Acute Kidney Injury (AKI) in Major Gastrointestinal Surgery: A Prospective, Multicenter, Propensity Matched Cohort Study. Ann Surg. 2022 May 1;275(5):904-910. doi: 10.1097/SLA.0000000000004314. Epub 2020 Oct 14. PMID:33074883.

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 30-06-2026

Beoordeeld op geldigheid  : 30-06-2026

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Cluster Perioperatief proces
Geautoriseerd door:
  • Nederlandse Internisten Vereniging
  • Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie
  • Nederlandse Vereniging van Anesthesiemedewerkers
  • Nederlandse Vereniging voor Heelkunde
  • Nederlandse Vereniging voor Neurochirurgie
  • Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers
  • Stichting Pijn-Hoop

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is in 2022 een multidisciplinair cluster ingesteld. Het cluster perioperatief proces bestaat uit meerdere richtlijnen (zie hier de actuele clusterindeling). De stuurgroep bewaakt het proces van modulair onderhoud binnen het cluster. De expertisegroepsleden brengen hun expertise in, indien nodig. De volgende personen uit het cluster zijn betrokken geweest bij de herziening van deze module:

 

Clusterstuurgroepleden

  • dr. P.N.M.Y.H. (Peter) Go (voorzitter), chirurg
  • prof. R.J. (Robert Jan) Stolker (voorzitter), anesthesioloog
  • dr. S.H. (Steven) Renes, anesthesioloog-pijnspecialist
  • R.S. (Ramon) Dekker, internist-ouderengeneeskunde
  • drs. E.A. (Ward) van Bodegraven, aios chirurgie
  • dr. N.P. (Nanne) Kort, orthopeed
  • dr. D. (Didy) Jacobsen, klinisch geriater
  • dr. R.A.F. (Rob) de Lind van Wijngaarden, cardiothoracaal chirurg
  • N.H.B. C. (Nicole) Dreessen, voorzitter Landelijke Vereniging voor Operatieassistenten
  • dr. T.J. (Tim) van Oostenbrugge, uroloog
  • dr. K.B. (Kim) Gombert-Handoko, ziekenhuisapotheker 

Betrokken clusterexpertisegroepleden

  • Msc. S.F.(Cedric) Lau, ziekenhuisapotheker
  • dr. C.L.M. (Camiel) De Roij van Zuijdewijn, internist
  • dr. K.M. (Mariam) Slot, neurochirurg
  • dr. P.H.W. (Pieter) Lubbert, chirurg
  • Prof. J. (Jörgen) Bruhn, anesthesioloog-pijnspecialist
  • M.H.J. (Margot) Roozekrans, anesthesioloog-pijnspecialist
  • B.J. (Bart) Kramers, aios internist
  • H. (Hans) van Dongen, patiëntenvertegenwoordiger
  • R. (Remko) ter Riet, anesthesiemedewerker

Met ondersteuning van

  • Dr. F. (Floor) Willeboordse, senior adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • I. (Irma) van Dijk, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
  • E. (Esther) van der Bijl, literatuurspecialist, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten

Belangenverklaringen

Een overzicht van de belangen van de clusterleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.

 

Gemelde (neven)functies en belangen stuurgroep

Naam

Hoofdfunctie

Nevenwerkzaamheden

Persoonlijke financiële belangen

Persoonlijke relaties

Extern gefinancierd onderzoek

Intellectuele belangen en reputatie

Overige belangen

Restrictie

*Peter Go

Chirurg (niet praktiserend, pensioen), Voorzitter landelijke rondetafel Concentratie en Spreiding Vaatchirurgie

Bestuurslid Pensioenfonds SPMS (Stichting Pensioenfonds Medische Specialisten).

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen restricties

*Robert Jan Stolker

Emeritus hoogleraar anesthesiologie ErasmusMC ihb perioperatieve geneeskunde

Lid regionaal tuchtcollega Amsterdam (vacatiegelden); Lid pleanire commissie instellingsvisitaties (registratie commissie geneeskundig specialisten) (vacatiegleden); Mediator bij bemiddeling en mediation, Haaglanden (onbetaald); Voorzitter werkgroep chronische pijn bij kinderen (NVA) (onbetaald)

Geen

Geen

Health Holland TKI grant voor extern gefinancierd onderzoek. Triage pre-operatieve polikliniek. Ik heb geen financiële of bestuurlijke belangen. Rol: promotor (onbezoldigd) van twee promovendi. Geen projectleider.

Geen

Geen

Geen restricties

Ramon Dekker

Internist ouderengeneeskunde bij Ziekenhuis Rivierenland vakgroep geriatrie per november 2021 - betaald

2021 – heden Commissielid NIV kerngroep Ouderengeneeskunde – Kwaliteit & Richtlijnen - onbetaald

2021 – heden Lid project Medical audit FMS multidisciplinaire richtlijn Polyfarmacie bij ouderen - onbetaald

2021- heden Lid Projectgroep FMS Richtlijn Urine incontinentie in de 2e en 3e lijn - onbetaald

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen restricties

Steven Renes

Anesthesioloog-pijnspecialist, RadboudUMC

Kwaliteitsvisitatie NVA, vacatiegeld

Medisch Specialistische Rapportage

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen restricties

Nanne Kort

Orthopeed bij CortoClinics

medisch directeur cortoclinics

Lid van de beroeps Belangen Commissie  (BBC) van het NOV

Eigenaar en medisch directeur cortoclinics

 

Geen

Geen

Medisch directeur cortoclinics: De behandeling moet geoptimaliseerd zijn in het belang van een zo voorspoedig en comfortabel mogelijke genezing. Technologie en het inzetten van de nieuwste kennis kunnen een verrijking zijn. Daarbij moet steeds weer worden overwogen of deze in dienst staan van de cliënt.

Geen

Geen restricties

Didy Jacobsen

Academisch medisch specialist Radboudumc, Nijmegen > patientenzorg, onderwijs, themaleider valpreventie, superuser. (betaald) ook gedetacheerd naar St.  Maartenskliniek, Nijmegen, perioperatieve patiënten zorg voor kwetsbare ouderen. (betaald via Radboud)

Geen

Geen

projectplan "Operationalizing and harmonizing patient-centered cancer care in older adults with high-risk cutaneous squamous cell carcinoma" > dit onderzoek moet nog gaan lopen via dermatologie. betrokken als geriatrisch deskundige. Het projectplan is niet actief datum (feb 2026).

 

Geen

Geen

Geen

Geen restricties

Rob de Lind van Wijngaarden

Cardiothoracaal chirurg, Amsterdam UMC

Geen Bestuurslid kwaliteit van de Nederlandse Vereniging voor Thoraxchirurgie. Dit is een onbezoldigde functie.

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen restricties

Nicole Dreessen

Teamleider Ok Medisch Centrum Zuyderland

Voorzitter LVO (Landelijke Vereniging voor Operatieassistenten

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen restricties

Tim van Oostenbrugge

Uroloog Deventer Ziekenhuis, betaald

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen restricties

Kim Gombert-Handoko

Ziekenhuisapotheker LUMC

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen restricties

Ward van Bodegraven

AIOS heelkunde per 1 april 2025 in het Tergooi MC

Geen

Geen

Geen

Intuitive: Europese registratie van minimaal invasieve pancreas-chirurgie.

 

Johnson & Johnson:

Financiele bijdrage bij PANDORINA trial. RCT tussen wel of geen drain na pancreasstaartresectie.

 

Niet gerelateerd aan deze richtlijnmodule.

Geen

Geen

Geen restricties

*voorzitter

 

Gemelde (neven)functies en belangen (betrokken) expertisegroep

Naam

Hoofdfunctie

Nevenwerkzaamheden

Persoonlijke financiële belangen

Persoonlijke relaties

Extern gefinancierd onderzoek

Intellectuele belangen en reputatie

Overige belangen

Restrictie

Cedric Lau

Ziekenhuisapotheker (Scheldezoom Farmacie, gedetacheerd in het Admiraal de Ruyter ziekenhuis)

Net gestopt bij het Albert Schweitzer ziekenhuis als ziekenhuisapotheker, daar nog wel geaffilieerd als ziekenhuisapotheker-onderzoeker

Werkgroep Obesitas en bariatrie

Afronding promotieonderzoek op het gebied van bariatrie en geneesmiddelen

 

Geen, promotie onderzoek is op een ander vlak

Geen

Promotieonderzoek door het Albert Schweitzer ziekenhuis voor onderzoek naar Bariatrie en geneesmiddelen

1. Albert Schweitzer ziekenhuis - bariatrie, geneesmiddelen (Projectleider NEE)

Geen

Geen

Geen restricties

Jörgen Bruhn

Afdelingshoofd Anesthesiologie, Pijn en Palliatieve Geneeskunde

 

Geen

Patent Trachospray.

 

Niet gerelateerd aan de richtlijnmodule

Geen

Geen

Patent Trachospray.

 

Niet gerelateerd aan de richtlijnmodule

Geen

Geen restricties

Pieter Lubbert

Chirurg, bestuurslid coöperatie Heelkunde Friesland

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen restricties

Margot Roozekrans

Anesthesioloog - pijnspecialist, Medisch Specialisten Noordwest

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen restricties

Camiel de Roij van Zuijdewijn

 

*Internist-nefroloog, klinisch farmacoloog, epidemioloog; Medisch Specialistische Cooperatie Kennemerland u.a./Spaarne Gasthuis

*Epidemioloog/onderzoeker, Amsterdam UMC

*lid sectie registratie NFN (onbetaald)

*diverse lessen aan verpleegkundigen/praktijkondersteuners (honorarium betaald aan Spaarne Gasthuis Academie tbv wetenschappelijk onderzoek)

Geen

Geen

Onderzoeksgelden ontvangen van Nierstichting Nederland, Niercentrum aan de Amstel en B.Braun Avitum A.G.

1. B.Braun Avitum A.G.: Effect van dialysemodaliteiten op

intradialytische hemodynamiek, weefselschade en

patientbeleving.

2. Niercentrum aan de Amstel: Effect van

dialysemodaliteiten op intradialytische hemodynamiek,

weefselschade en patientbeleving.

3. B.Braun Avitum A.G.: Effect dialysemodaliteit

en dialysaat-zout op non-osmotisch zout en microcirculatie.

4. Nierstichting Nederland: Effect

dialysemodaliteit en dialysaat-zout op non-osmotisch zout en microcirculatie. Projectleider.

5. Niercentrum aan de Amstel: Effect

dialysemodaliteit en dialysaat-zout op non-osmotisch zout en microcirculatie. Projectleider.

 

Allen niet gerelateerd aan de richtlijnmodule.

Geen

Geen

Geen restricties

Bart Kramers

AIOS interne geneeskunde, UMCG

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen restricties

Mariam Slot

 

Neurochirurg, Amsterdam UMC

Afdelingshoofd sinds 2025

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen restricties

Hans van Dongen

Penningmeester stichting Pijn Hoop.

Pijn naar één stem, patiënten vertegenwoordiger.

Alleen vrijwilligerswerk, gepensioneerd

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen restricties

Remko ter Riet

Anesthesiemedewerker en Physisian Assistant ZGT/Nocepta Hengelo (O) 0,5 fte. Docent Peri-Operatieve Verpleegkunde | Opleiding tot Anthesiemedewerker/Saxion Hogeschool Enschede 0,5fte.

Voorzitter beroepsvereniging van Anesthesiemedewerkers (NVAM) ; Lid Pijn Alliantie in Nederland | PA!N. (namens NVAM) ; lid. Werkgroep de Groene OK

Geen

Geen

Voorzitter beroepsvereniging NVAM

 

Geen

Geen

Geen restricties

Inbreng patiëntenperspectief

Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz

Bij de richtlijnmodule voerden de clusterleden conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uit om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema bij Werkwijze).

Module

Uitkomst raming

Toelichting

Veiligheidsprofiel postoperatieve NSAID’s bij een verminderde nierfunctie

geen financiële gevolgen

Hoewel uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) breed toepasbaar zijn (>40.000 patiënten), volgt ook uit de toetsing dat het overgrote deel (±90%) van de zorgaanbieders en zorgverleners al aan de norm voldoet. Er worden daarom geen substantiële financiële gevolgen verwacht.

Werkwijze

Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze. Relevante informatie voor de ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule is hieronder weergegeven.

Volgende:
Kinderen