Waar gaat deze richtlijn over?

Deze richtlijn richt zich op wat volgens de huidige maatstaven de beste zorg is voor patiënten met alvleesklierkanker. In de richtlijn komen de volgende onderwerpen aan de orde:

  • Diagnostiek en stadiëring van alvleesklierkanker
  • Chirurgische behandeling en analyse van het verwijderde weefsel door de patholoog
  • Chemo- en radiotherapie voorafgaand of na de operatie
  • Andere onderwerpen in deze richtlijn zijn onder andere de palliatieve behandeling en psychosociale zorg

 

Voor wie is de richtlijn bedoeld?

Deze richtlijn is bestemd voor alle zorgverleners die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten met alvleesklierkanker.

 

Voor patiënten

Pancreascarcinoom is de medische term voor alvleesklierkanker. De alvleesklier is een langgerekte klier die een belangrijke rol speelt bij de spijsvertering. Alvleesklierkanker is een kwaadaardige tumor in de alvleesklier. Jaarlijks krijgen ruim 2000 mensen in Nederland alvleesklierkanker.

 

Meer informatie over alvleesklierkanker te vinden op kanker.nl:

https://www.kanker.nl/organisaties/alvleesklierkanker

 

Meer informatie over alvleesklierkanker is ook te vinden op de website van de Maag Lever Darm Stichting:  

https://www.mlds.nl/kanker/alvleesklierkanker/

 

Hoe is de richtlijn tot stand gekomen?

Het initiatief voor deze richtlijn is afkomstig van het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL). De richtlijn is opgesteld door een multidisciplinaire commissie met vertegenwoordigers vanuit de internist-oncologen, chirurgen, radiotherapeuten, maag-darm-leverartsen, radiologen, pathologen en oncologieverpleegkundigen. Bij de totstandkoming van de richtlijn was ook Levenmetkanker betrokken.

Autorisatiedatum en geldigheid

Laatst beoordeeld : 22-08-2011

Laatst geautoriseerd : 22-08-2011

De geldigheidsduur van deze richtlijn is vastgesteld op 5 jaar. De geldigheidstermijn voor de richtlijn wordt vanuit het richtlijnenbureau van het IKNL  bewaakt. Om verscheidene redenen kan herziening eerder dan beoogd nodig zijn. De Landelijke Werkgroep Gastro-intestinale Tumoren toetst daarom jaarlijks de actualiteit van de richtlijn. Het bestuur van deze landelijke werkgroep draagt de verantwoordelijkheid om de behoefte voor herziening van de huidige richtlijn bij de beroepsgroepen te peilen. Zo nodig zal de richtlijn tussentijds op onderdelen worden bijgesteld. Uiterlijk in 2015 zal een nieuwe multidisciplinaire werkgroep worden geïnstalleerd voor een herziene versie van de richtlijn.

 

Juridische betekenis

Een richtlijn is geen wettelijk voorschrift, maar een document met wetenschappelijk onderbouwde en breed gedragen inzichten en aanbevelingen waaraan zorgverleners zouden moeten voldoen om kwalitatief goede zorg te verlenen. De richtlijn bevat aanbevelingen van algemene aard. Het is mogelijk dat deze aanbevelingen in een individueel geval niet van toepassing zijn. Er kunnen zich feiten of omstandigheden voordoen waardoor in het belang van de patiënt van de richtlijn wordt afgeweken. Wanneer van de richtlijn wordt afgeweken, dient dit beargumenteerd gedocumenteerd te worden. De toepasbaarheid en de toepassing van de richtlijnen in de praktijk is de verantwoordelijkheid van de behandelende arts.

Initiatief en autorisatie

Initiatief : Integraal Kankercentrum Nederland

Geautoriseerd door:
  • Nederlandse Internisten Vereniging
  • Nederlandse Vereniging van Maag-Darm-Leverartsen
  • Nederlandse Vereniging voor Heelkunde
  • Nederlandse Vereniging voor Pathologie
  • Nederlandse Vereniging voor Radiologie
  • Nederlandse Vereniging voor Radiotherapie en Oncologie

Algemene gegevens

Aanleiding

In 2006 werden in Nederland ongeveer 1750 nieuwe patiënten met een pancreascarcinoom gediagnosticeerd. De incidentie is leeftijdsafhankelijk en varieert van 0,5 - 3,6 per 100.000 voor personen jonger dan 50 jaar tot 55,9 - 89,2 per 100.000 voor personen ouder dan 75 jaar.

Zonder therapie is de mediane overleving na diagnose 4 tot 6 maanden. Indien er een in opzet curatieve resectie verricht kan worden, is de 5-jaars overleving 10 à 20%. Het percentage patiënten dat bij presentatie in aanmerking komt voor een resectie met curatieve intentie is met 20% echter laag. De diagnostiek is niet alleen gericht op het stellen van de diagnose maar ook om in een vroeg stadium te bepalen of een in opzet curatieve behandeling mogelijk is (stadiëring). Blijkt een resectie met curatieve intentie niet mogelijk te zijn, dan moet de juiste palliatieve behandeling geadviseerd worden. Palliatie betreft bij deze patiënten vooral biliaire en gastro-intestinale obstructie klachten, maar ook pijnklachten. De palliatieve behandelmogelijkheden kunnen variëren van een bypass-operatie of endoscopische drainage tot chemo- of radio(chemo)therapie, pijnblokkade, medicamenteuze pijnbehandeling en voedingsadviezen. De geschetste knelpunten, de grote veranderingen in diagnostiek en behandeling, nieuwe ontwikkelingen en de betrokkenheid van diverse disciplines bij de behandeling maken een uniforme richtlijn, die door de verschillende beroepsgroepen gedragen wordt, noodzakelijk. Bovengenoemde overwegingen waren voor de Landelijke Werkgroep Gastro-intestinale Tumoren van Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) aanleiding een multidisciplinaire, ‘evidence-based' richtlijn te ontwikkelen voor het beleid bij het pancreascarcinoom.

 

Probleemomschrijving

Deze richtlijn is een document met aanbevelingen en instructies ter ondersteuning van de dagelijkse praktijk van de diagnostiek en behandeling van de solide tumoren van het pancreas, zowel in de kop, het corpus en de staart. Omdat tumoren van de distale galwegen en de Papil van Vater (periampullaire carcinomen) veelal hetzelfde diagnostische- en behandeltraject kennen als het pancreaskopcarcinoom, vallen deze maligniteiten ook binnen deze richtlijn. Waar in de richtlijn "pancreascarcinoom" wordt geschreven, worden ook deze "periampullaire tumoren" bedoeld, tenzij anders aangegeven. In (Neo-)Adjuvante, chemo-, radio- of chemoradiotherapie en Palliatieve chemo- en chemoradiotherapie betreffende in de (neo) adjuvante en palliatieve chemo- en radiotherapie betreft het uitsluitend tumoren van de pancreas. Hierbij is beschreven wat de diagnostiek en behandelingsmogelijkheden zijn met hun effectiviteit en invloed op kwaliteit van leven. De uitgangsvragen gebaseerd op de knelpuntanalyse vormen de basis voor de verschillende modules van deze richtlijn. De richtlijn beoogt dus niet een volledig leerboek te zijn. De richtlijn is bedoeld om aanbevelingen te geven, daar waar in de dagelijkse praktijk de belangrijkste knelpunten bestaan. Deze richtlijn is zoveel mogelijk gebaseerd op wetenschappelijke onderzoek of consensus. Het niveau van bewijsvoering staat vermeld in de tekst.

 

De houder van de richtlijn moet kunnen aantonen dat de richtlijn zorgvuldig en met de vereiste deskundigheid tot stand is gekomen. Onder houder wordt verstaan de verenigingen van beroepsbeoefenaren die de richtlijn autoriseren. IKNL draagt zorg voor het beheer en de ontsluiting van de richtlijn.

 

Betrokken verenigingen

  • Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVvH)
  • Nederlandse Vereniging voor Pathologie (NVVP)
  • Nederlands Vereniging van Maag-Darm-Leverartsen (NVMDL)
  • Vereniging voor Verpleegkundigen en Verzorgenden (V&VN)
  • Nederlandse Vereniging voor Radiologie (NVvR)
  • Nederlandse Vereniging voor Radiotherapie en Oncologie (NVRO)
  • Landelijke Werkgroep Diëtisten Oncologie (LWDO)
  • Nederlandse vereniging voor anesthesiologie (NVA)
  • Nederlandse Federatie Kankerpatiënten Organisatie (NFK)
  • Stichting voor Patienten met Kanker aan het Spijsverteringskanaal, (Patiëntenvereniging SPKS)
  • Chirurgische Diëtisten Overleg Academische Ziekenhuizen (CHIODAZ)

Instemmende verenigingen

  • Nederlandse De Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties (NFK)

Doel en doelgroep

Doelstelling
De richtlijn berust op de resultaten van wetenschappelijk onderzoek en aansluitende meningsvorming gericht op het vaststellen van goed medisch handelen. Er wordt aangegeven wat over het algemeen de beste zorg is voor patiënten met een pancreascarcinoom. Als er in de richtlijn wordt gesproken over de patiënt, wordt ook de patiënte bedoeld. De richtlijn geeft aanbevelingen over de diagnostiek, behandeling en follow-up van volwassen patiënten, zowel mannen als vrouwen met een pancreascarcinoom of periampullair carcinoom en tracht daarmee een betere uniformiteit van behandeling en daarmee een betere overleving van deze patiënten in Nederland te bewerkstelligen. De richtlijn geeft ook aanbevelingen over, en kan worden gebruikt bij, het geven van voorlichting aan patiënten. Ook wordt deze richtlijn gebruikt voor het maken van patiënten informatiemateriaal in samenwerking met het KWF.

Doelgroep
Deze richtlijn is bestemd voor alle professionals die betrokken zijn bij de diagnostiek, behandeling en begeleiding van patiënten met een pancreas-, of periampullair carcinoom, zoals chirurgen, radiotherapeuten, medisch oncologen, maag-darm-leverartsen, radiologen, nucleair-geneeskundigen, pathologen, huisartsen, oncologieverpleegkundigen, IKNL-consulenten, maatschappelijk werkers, diëtisten en psychologen.

Samenstelling werkgroep

Alle werkgroepleden zijn afgevaardigd namens wetenschappelijke verenigingen en hebben daarmee het mandaat voor hun inbreng. Bij de samenstelling van de werkgroep is getracht rekening te houden met landelijke spreiding, inbreng van betrokkenen uit zowel academische als algemene ziekenhuizen/instellingen en vertegenwoordiging van de verschillende verenigingen/ disciplines. In de samenstelling van de werkgroep is de spreiding niet geheel landelijk verdeeld. De patiëntenvereniging is eveneens vertegenwoordigd.

 

Werkgroepleden

  • Prof. Dr. O.R.C. Busch, chirurg, Academisch Medisch Centrum, Amsterdam, voorzitter
  • Prof. Dr. C.H.J. van Eijck, chirurg, Erasmus MC, Rotterdam, secretaris
  • Mw. dr. H.G.T. Blaauwgeers, procesbegeleider IKNL, Utrecht
  • Mw. J. Liu, secretaresse, IKNL locatie Amsterdam, secretariële ondersteuning
  • Dr. R. Beukers, MDL-arts, Albert Schweitzer Ziekenhuis, Dordrecht
  • Drs. T.L. Bollen, radioloog, Antonius Mesos Groep, Nieuwegein
  • Prof. Dr. P.M.M. Bossuyt, klinisch epidemioloog, Academisch Medisch Centrum, Amsterdam
  • Prof. Dr M.J. Bruno, MDL-arts, Erasmus MC, Rotterdam
  • Dr. O.M. van Delden, radioloog, Academisch Medisch Centrum, Amsterdam
  • Prof. Dr. D.J. Gouma, chirurg, Academisch Medisch Centrum, Amsterdam
  • Prof. Dr. J.W.M. Greve, chirurg, Atrium Medisch Centrum Parkstad, Heerlen
  • Prof. Dr. F.J.W. ten Kate, patholoog, Academisch Medisch Centrum, Amsterdam
  • Dr. J.H.G. Klinkenbijl, chirurg, Academisch Medisch Centrum, Amsterdam
  • Dr. R.J.Th. Ouwendijk, MDL-arts, IKAZIA ziekenhuis, Rotterdam
  • Mw. C. Pek, nurse practitioner, Erasmus MC, Rotterdam
  • Mw. A.M. Raatgever, nurse practitioner oncologie, Franciscus Ziekenhuis, Roosendaal
  • Dr. E.A.J. Rauws, MDL-arts, Academisch Medisch Centrum, Amsterdam
  • Dr. GJ. van Tienhoven, radiotherapeut, Academisch Medisch Centrum , Amsterdam
  • Dhr H. Roelants, contactpersoon Stichting Doorgang, NFK, Utrecht
  • Mw. J. Janzen, contactpersoon Stichting Doorgang, NFK, Utrecht

 

Referenten

  • Dr. A. van der Gaast, internist-oncoloog, Erasmus Medisch Centrum, Rotterdam
  • Dr. G.C. Ligthart-Melis, diëtist/onderzoeker, VU medisch centrum, Amsterdam
  • Dr. Ir. B. van der Meij, diëtist/onderzoeker, VU medisch centrum, Amsterdam

 

De volgende wetenschappelijke verenigingen zijn bij deze richtlijn betrokken:

  • Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVvH)
  • Nederlandse Vereniging voor Pathologie (NVVP)
  • Nederlands Vereniging van Maag-Darm-Leverartsen (NVMDL)
  • Vereniging voor Verpleegkundigen en Verzorgenden (V&VN)
  • Nederlandse Vereniging voor Radiologie (NVvR)
  • Nederlandse Vereniging voor Radiotherapie en Oncologie (NVRO)
  • Landelijke Werkgroep Diëtisten Oncologie (LWDO)
  • Nederlandse vereniging voor anesthesiologie (NVA)
  • Nederlandse Federatie Kankerpatiënten Organisatie (NFK)
  • Stichting voor Patienten met Kanker aan het Spijsverteringskanaal, (Patiëntenvereniging SPKS)
  • Chirurgische Diëtisten Overleg Academische Ziekenhuizen (CHIODAZ)

Belangenverklaringen

Alle leden van de richtlijnwerkgroep hebben verklaard onafhankelijk gehandeld te hebben bij het opstellen van de richtlijn.

Methode ontwikkeling

Evidence based

Implementatie

Bij het ontwikkelen van de richtlijnen wordt rekening gehouden met de uitvoerbaarheid van de richtlijn. Daarbij wordt gelet op bevorderende of belemmerende factoren. De richtlijn wordt gepubliceerd op Oncoline (en de website van IKNL). Tevens wordt de richtlijn verspreid onder de professionals via de (wetenschappelijke) verenigingen, regionale en landelijke werkgroepen van het Integraal Kankercentrum Nederland. In principe worden tijdens het ontwikkelen van de richtlijn indicatoren voor de evaluatie van de aanbevelingen in de richtlijn opgesteld. Middels een documentatieproject kan met behulp van deze indicatoren worden vastgesteld in hoeverre de richtlijn wordt nageleefd. De informatie uit het documentatieproject vormt input bij de revisie van richtlijn.

Werkwijze

Uitgangsvragen
Voorafgaande aan de ontwikkeling van de richtlijn zijn uitgangsvragen geformuleerd. Deze vragen volgen uit een knelpuntinventarisatie gehouden in het veld bij professionals en patiënten (vertegenwoordigers). De meest relevante knelpunten worden uitgewerkt tot uitgangsvragen. Dit betreft een beperkt aantal problemen in de dagelijkse praktijk rond het diagnostisch, therapeutisch en follow-up beleid van patiënten met een pancreascarcinoom. De uitgangsvragen vormen de basis voor de verschillende modules van deze richtlijn. De richtlijn beoogt derhalve niet een volledig leerboek te zijn. Voor meer informatie over de uitgangsvragen, zie aanverwant.

 

Werkwijze werkgroep

Elke uitgangs(deel)vraag was toebedeeld aan een of meerdere werkgroepleden, waarbij één werkgroeplid eindverantwoordelijke was voor deze deelvraag. Van elke uitgangsvraag is door een informatiespecialist van het CBO een systematisch zoekactie verricht naar relevante literatuur. In aanvulling hierop is gebruik gemaakt van de evidencetabellen van de Belgische richtlijn pancreascarcinoom die tot stand is gekomen in samenwerking met het Belgische kenniscentrum voor de zorg (KCE). Hieraan toegevoegd is een literatuursearch gedaan vanaf eind 2008, de periode dat die richtlijn is uitgekomen. Deze selectie van literatuur is samengevat door een geconsulteerd epidemioloog Het KCE heeft ook voor epidemiologische ondersteuning gezorgd bij het formuleren van de conceptteksten en het samenstellen van de evidencetabellen.

De werkgroepleden hebben vervolgens de wetenschappelijke conclusies, overige overwegingen en aanbevelingen geformuleerd. De werkgroep heeft gedurende een periode van ongeveer een jaar gewerkt aan de tekst voor de conceptrichtlijn. De teksten zijn tijdens plenaire vergaderingen besproken en na verwerking van de commentaren geaccordeerd. De voltallige werkgroep is 10 maal bijeen geweest om de resultaten in onderling verband te bespreken.

De afzonderlijk teksten zijn door het redactieteam, bestaande uit de voorzitter en secretaris van de richtlijn en de medewerkers van IKNL samengevoegd en op elkaar afgestemd tot één document: de conceptrichtlijn. Deze werd op 31-08-2010 ter commentaar aangeboden aan de relevante wetenschappelijke verenigingen en aan de regionale werkgroepen van IKNL. Na verwerking van het commentaar is de richtlijn door de voltallige werkgroep vastgesteld en maart 2011 ter autorisatie naar de relevante beroepsverenigingen gestuurd.

Wetenschappelijke onderbouwing
Elke module van de richtlijn is volgens een vast stramien opgebouwd. Het doel hiervan is om de richtlijn transparant te laten zijn, zodat elke gebruiker kan zien op welke literatuur en overwegingen bepaalde aanbevelingen zijn gebaseerd. Literatuursearches en evidence-tabellen, zie aanverwant.

Verantwoording
Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) bevordert dat mensen met kanker en hun naasten zo dicht mogelijk bij huis toegang hebben tot een samenhangend en kwalitatief verantwoord zorgaanbod. Het Integraal Kankercentrum Nederland is opgericht om behandeling, zorg en klinisch onderzoek binnen de oncologie te verbeteren. Daarnaast heeft het een taak in het opzetten en ondersteunen van netwerken voor palliatieve zorg.

Integraal Kankercentrum Nederland werkt aan multidisciplinaire richtlijnontwikkeling voor de oncologische en palliatieve zorg. Naast deze ontwikkeling van richtlijnen faciliteert Integraal Kankercentrum Nederland ook het onderhoud, het beheer, de implementatie en de evaluatie van deze richtlijnen. De leidraad voor de ontwikkeling van de richtlijnen voor oncologische en palliatieve zorg is het AGREE instrument. Dit instrument is gemaakt voor de beoordeling van bestaande, nieuwe en herziene richtlijnen. Het AGREE Instrument beoordeelt zowel de kwaliteit van de verslaglegging als de kwaliteit van bepaalde aspecten van de aanbevelingen. Het beoordeelt de kans dat een richtlijn zijn gewenste doel zal behalen, maar niet de daadwerkelijke impact op patiëntuitkomsten.

Het AGREE Instrument is opgebouwd uit 23 items verdeeld over zes domeinen. Elk domein beslaat een aparte dimensie van kwaliteit van richtlijnen, namelijk:

Onderwerp en doel betreft het doel van de richtlijn de specifieke klinische vragen waarop de richtlijn een antwoord geeft en de patiëntenpopulatie waarop de richtlijn van toepassing is.

Betrokkenheid van belanghebbenden richt zich op de mate waarin de richtlijn de opvattingen van de beoogde gebruikers weerspiegelt.

Methodologie hangt samen met het proces waarin bewijsmateriaal is verzameld en samengesteld en met de gebruikte methoden om aanbevelingen op te stellen en te herzien.

Helderheid en presentatie gaat over het taalgebruik en de vorm van de richtlijn.

Toepassing houdt verband met de mogelijke organisatorische, gedragsmatige en financiële consequenties van het toepassen van de richtlijn.

Onafhankelijkheid van de opstellers betreft de onafhankelijkheid van de aanbevelingen en erkenning van mogelijke conflicterende belangen van leden van de werkgroep.