Startpagina - Ondervoeding en sarcopenie bij ouderen met een kwetsbare gezondheid
| Wat is nieuw? | Publicatiedatum |
|---|---|
| Startpagina - Ondervoeding en sarcopenie bij ouderen met een kwetsbare gezondheid | 22-01-2026 |
| Screening ondervoeding | 22-01-2026 |
| Screening sarcopenie | 22-01-2026 |
| Meetinstrumenten spierkracht | 22-01-2026 |
| Meetinstrumenten spiermassa | 22-01-2026 |
| Meetinstrumenten fysiek functioneren | 22-01-2026 |
Waar gaat deze richtlijn over?
Deze richtlijn richt zich op wat volgens de huidige maatstaven de beste zorg is voor ondervoeding en/of sarcopenie bij ouderen met een kwetsbare gezondheid op de polikliniek geriatrie of ouderengeneeskunde, klinische afdeling geriatrie en andere ziekenhuisafdelingen. Zie richtlijn CGA voor identificatie van ouderen met een kwetsbare gezondheid. In de richtlijn komen de volgende onderwerpen aan de orde:
- Screening op ondervoeding en sarcopenie
- Meten van spiermassa, spierkracht, fysiek functioneren en inflammatie
- Behandeling van ondervoeding en sarcopenie
- Organisatie van ziekenhuiszorg
Voor wie is deze richtlijn bedoeld?
Deze richtlijn is bestemd voor alle zorgverleners in de ziekenhuizen die betrokken zijn bij de zorg voor ouderen met een kwetsbare gezondheid en (risico op) ondervoeding en/of sarcopenie. In deze richtlijn wordt de ziekenhuiszorg vanuit een transmuraal perspectief beschreven. De richtlijn heeft geen betrekking op patiënten die op de intensive- en medium care zijn opgenomen.
Voor patiënten
De groep ouderen die een beroep doet op ziekenhuis zorg neemt steeds verder toe en is erg heterogeen. Ongeveer 40% van deze ouderen hebben een kwetsbare gezondheid. Met name deze ouderen met een kwetsbare gezondheid hebben een verhoogd risico op verlies van spiermassa, spierkracht en functie, wat ook wel sarcopenie wordt genoemd. Van deze patiënten heeft 18-33% ondervoeding. Met name de patiënten met een kwetsbare gezondheid lopen gevaar op complicaties als deze problemen niet tijdig herkend worden. Kwetsbaarheid kan op verschillende manieren worden gedefinieerd. Het is een proces waarin achteruitgang wordt ervaren in één of meer domeinen van functioneren (fysiek, psychisch of sociaal), wat de kans op negatieve gezondheidsuitkomsten vergroot. Patiënten hebben minder reserves, waardoor deze steeds verder inleveren, niet optimaal kunnen herstellen en een verhoogd risico hebben op complicaties, functieverlies en vroegtijdig overlijden (Gobbens, 2010).
Sarcopenie en ondervoeding kunnen samen voorkomen en tijdens een ziekenhuisopname of acute ziekte plotseling sterk toenemen en gaan gepaard met ongewenste gezondheidsuitkomsten zoals, verlies aan spiermassa, risico op vallen, risico op infecties, risico op verlies van zelfredzaamheid en een verhoogde kans op andere complicaties. Omdat sarcopenie en ondervoeding niet altijd goed te herkennen zijn, met name bij ouderen met obesitas, zal er actief naar gezocht moeten worden. De oorzaak voor zowel sarcopenie als ondervoeding is meervoudig en vraagt om zorgvuldig onderzoek en vormt het vertrekpunt voor een tijdige behandeling die veelal uit meerdere onderdelen bestaat om verdere verslechtering en complicaties voor te zijn. De richtlijn zal ingaan op het opsporen, vaststellen en behandelen van ondervoeding en sarcopenie en zal richting geven aan een vervolg buiten het ziekenhuis.
Meer informatie over ondervoeding is te vinden op Thuisarts (https://www.thuisarts.nl/te-veel-afgevallen) en het Kenniscentrum Ondervoeding (www.kenniscentrumondervoeding.nl).
Hoe is de richtlijn tot stand gekomen?
Het initiatief voor deze richtlijn is afkomstig van de Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie (NVKG). Deze richtlijn is opgesteld door een multidisciplinaire commissie met vertegenwoordigers vanuit de klinisch geriaters, internisten, specialisten ouderengeneeskunde, geriatriefysiotherapeuten en diëtisten. Er werd aandacht besteed aan het patiëntenperspectief door de richtlijn ter commentaar voor te leggen aan Patiëntenfederatie Nederland.
Het vertrekpunt van deze richtlijn is de herziene Europese consensus sarcopenie, opgesteld door de European Working Group on Sarcopenia in Older People (EWGSOP-2) (Cruz-Jentoft, 2019), en de consensuscriteria voor ondervoeding van het Global Leadership Initiative on Malnutrition (GLIM) (Cederholm, 2019).
De EWGSOP-2 maakt gebruik van een diagnostisch algoritme waarbij gestart wordt met screening en vervolgens meten van spierkracht en bij een afwijkende spierkracht is sarcopenie waarschijnlijk. Om de diagnose sarcopenie definitief vast te stellen dient vervolgens de spiermassa gemeten te worden. Bij een lage spiermassa kan de diagnose sarcopenie bevestigd worden en tenslotte kan de ernst van sarcopenie worden vastgesteld door het fysiek functioneren te meten.
Het GLIM stelt ook een diagnostisch algoritme voor startend met screening om ondervoeding op het spoor te komen. Bij een verhoogd risico op ondervoeding beschrijft het diagnostische stappen om de aanwezigheid van drie mogelijke fenotypische criteria (lage BMI, onbedoeld gewichtsverlies of lage spiermassa) en twee mogelijke etiologische criteria (lage voedingsinname of ziektelast/inflammatie) vast te stellen. De diagnose ondervoeding kan gesteld worden indien er minimaal één fenotypisch en één etiologisch criterium aanwezig is.
Toepassen
Een overzicht van screeningsinstrumenten en meetinstrumenten bij ouderen met een kwetsbare gezondheid is opgenomen in de bijlage.
Ter illustratie volgt er na de volledige richtlijnherziening een stroomdiagram over de ziekenhuiszorg voor ouderen met een kwetsbare gezondheid en ondervoeding en/of sarcopenie.
Status van de richtlijn
Deze richtlijn wordt momenteel modulair herzien. In 2025 zijn de volgende modules herzien/ontwikkeld:
- Screening bij verdenking op ondervoeding
- Screening bij verdenking op sarcopenie
- Meetinstrumenten spierkracht
- Meetinstrumenten spiermassa
- Meetinstrumenten fysiek functioneren
De herziening van de volgende modules wordt verwacht in 2026:
- Prognostisch instrument inflammatie
- Behandeling van ondervoeding en/of sarcopenie
- Organisatie van zorg
Onderbouwing
Referenties
- Cederholm T, Jensen GL, Correia MITD, Gonzalez MC, Fukushima R, Higashiguchi T, Baptista G, Barazzoni R, Blaauw R, Coats A, Crivelli A, Evans DC, Gramlich L, Fuchs-Tarlovsky V, Keller H, Llido L, Malone A, Mogensen KM, Morley JE, Muscaritoli M, Nyulasi I, Pirlich M, Pisprasert V, de van der Schueren MAE, Siltharm S, Singer P, Tappenden K, Velasco N, Waitzberg D, Yamwong P, Yu J, Van Gossum A, Compher C; GLIM Core Leadership Committee; GLIM Working Group. GLIM criteria for the diagnosis of malnutrition - A consensus report from the global clinical nutrition community. Clin Nutr. 2019 Feb;38(1):1-9. doi: 10.1016/j.clnu.2018.08.002. Epub 2018 Sep 3. PMID: 30181091.
- Cruz-Jentoft AJ, Bahat G, Bauer J, Boirie Y, Bruyère O, Cederholm T, Cooper C, Landi F, Rolland Y, Sayer AA, Schneider SM, Sieber CC, Topinkova E, Vandewoude M, Visser M, Zamboni M; Writing Group for the European Working Group on Sarcopenia in Older People 2 (EWGSOP2), and the Extended Group for EWGSOP2. Sarcopenia: revised European consensus on definition and diagnosis. Age Ageing. 2019 Jan 1;48(1):16-31. doi: 10.1093/ageing/afy169. Erratum in: Age Ageing. 2019 Jul 1;48(4):601. doi: 10.1093/ageing/afz046. PMID: 30312372; PMCID: PMC6322506.
- Gobbens RJ, van Assen MA, Luijkx KG, Wijnen-Sponselee MT, Schols JM. Determinants of frailty. J Am Med Dir Assoc. 2010 Jun;11(5):356-64. doi: 10.1016/j.jamda.2009.11.008. PMID: 20511103.
Verantwoording
Beoordelingsdatum en geldigheid
Publicatiedatum : 22-01-2026
Beoordeeld op geldigheid : 22-01-2026