Niet epitheliale maligniteiten van het ovarium

Initiatief: NVOG Aantal modules: 34

Minimaal invasieve chirurgie bij stadiëring

Publicatiedatum: 14-04-2026
Beoordeeld op geldigheid: 14-04-2026

Uitgangsvraag

Wat is de rol van minimaal invasieve ingrepen bij de stadiering van niet epitheliale ovariumtumoren?

 

De uitgangsvraag omvat de volgende deelvraag:

  1. Wat is de rol van minimaal invasieve ingrepen bij de stadiering van kiemceltumoren?

Aanbeveling

Bij kiemceltumoren

Overweeg bij kiemceltumoren een laparoscopische stadiering indien dit technisch haalbaar lijkt.

 

Vermijd intra-operatieve spill indien gekozen wordt voor laparoscopische stadiering.

Overwegingen

Conform de ESMO-richtlijn (Ray Coquard, 2018) is laparoscopische benadering van stadiering van (klinisch laag stadium) sex cord-stromale  tumoren en kiemceltumoren een mogelijkheid; hierbij dient intra-operatieve cyste ruptuur vermeden te worden.

Onderbouwing

De huidige richtlijn doet geen uitspraken over de mogelijkheid van minimaal invasieve chirurgie bij de stadiëring en behandeling van niet epitheliale ovariumtumoren. Bij epitheliale ovariumcarcinomen wordt een open benadering geadviseerd, maar het is onduidelijk of dit ook geldt voor niet epitheliale ovariumtumoren. Indien een (robot geassisteerde) laparoscopische benadering oncologisch veilig blijkt, zal dit tot een kortere ligduur en sneller herstel leiden.

 

In de internationale richtlijn wordt voor de epitheliale ovariumtumoren een laparotomie geadviseerd, voor een nauwkeurige beoordeling van het abdomen en een lager risico op ruptuur van de primaire tumor (Ray Coquard, 2018). Echter, een minimaal invasieve benadering kan overwogen worden in geval van restadiering als de primaire tumor al bij een eerdere operatie verwijderd is en er geen risico op een ruptuur is. De laparoscopische ingreep moet door een ervaren operateur uitgevoerd worden volgens de ESGO-ESMO richtlijn.

Zeer laag

GRADE

Er lijkt geen verschil in compleetheid van stadiëring tussen een laparoscopische en open procedure bij patiënten met klinisch stadium I kiemceltumoren van het ovarium.

 

Bronnen: (Gremeau, 2013; Park, 2016; Nasioudis 2018)

Zeer laag

GRADE

Laparoscopische stadiëring van klinisch stadium I kiemceltumoren van het ovarium lijkt niet geassocieerd met verminderde (ziektevrije) overleving ten opzichte van laparotomische stadiëring.

 

Bronnen: (Gremeau, 2013; Park, 2016; Nasioudis 2018)

Beschrijving studies

Kiemceltumoren

Gremeau et al. (2013) vergeleken een laparoscopische (n=7) met een laparotomische (n=13) benadering voor het stadiëren van kiemceltumoren (n=16) en sex cord-stromale tumoren (n=7). Er was geen significant verschil in het aantal recidieven en in de laparoscopiegroep overleed een patiënte (aan een hersenmetastase bij een chorioncarcinoom).

 

De studie van Park et al. (2016) was bedoeld om de waarde van volledige stadiering te onderzoeken, maar beschreef ook de nevenbevinding dat de survival van patiënten gestadieerd middels laparoscopie (n=19) niet significant slechter was dan die van patiënten gestadieerd middels laparotomie (n=116).

 

Nasioudis et al. (2018) beschreven 918 patiënten met een kiemceltumor, waarvan 294 (32%) een laparoscopische stadiering ondergingen. Bij een laparoscopische stadiering werd minder vaak een lymfeklierdissectie (39.6%, vergeleken met 51.3% bij de laparotomieën, p = .001) en omentectomie (18.7%, vergeleken met 28.5% bij de laparotomieën, p = .002) verricht. Er was geen verschil in overleving tussen de groepen (p = .81).

 

Bewijskracht van de literatuur

De bewijskracht voor de uitkomstmaten (ziektevrije) overleving en recidief bij kiemceltumoren is met drie niveaus verlaagd gezien beperkingen in de onderzoeksopzet (risk of bias), extrapoleerbaarheid (bias t.g.v. indirectheid) en het geringe aantal patiënten (imprecisie).

 

De bewijskracht voor de uitkomstmaat compleetheid van stadiëring bij kiemceltumoren is met drie niveaus verlaagd gezien het geringe aantal patiënten (imprecisie).

Om de uitgangsvraag te kunnen beantwoorden is er een systematische literatuuranalyse verricht naar de volgende zoekvraag:

Leidt een laparoscopische ingreep bij patiënten met een kiemceltumor tot een betere uitkomst dan een open ingreep?

P: Patiënten met een niet epitheliaal ovariumcarcinoom
I: Laparoscopische ingreep
C: Open ingreep
O: (ziektevrije) overleving, recidief, compleetheid van de ingreep

Relevante uitkomstmaten

De werkgroep achtte (ziektevrije) overleving voor de besluitvorming  een cruciale uitkomstmaat; en compleetheid van de stadiering een voor de besluitvorming belangrijke uitkomstmaat. De werkgroep definieerde niet a priori de genoemde uitkomstmaten, maar hanteerde de in de studies gebruikte definities. Statistisch significante verschillen in compleetheid werden als klinisch relevant beschouwd, voor relevantie van (ziektevrije) overleving werden de Paskwil criteria (2023) gebruikt (Paskwil, 2023).

 

Zoeken en selecteren (Methode)

In de Medline (via OVID), Embase (via Embase.com) en de Cochrane Library (via Wiley) database is op 26-01-2023 met relevante zoektermen gezocht. De zoekverantwoording is weergegeven onder het tabblad Verantwoording.

 

De literatuurzoekactie leverde 595 treffers op. Studies werden geselecteerd op grond van de volgende selectiecriteria: a) minimaal 10 patiënten per studie arm, b) beschrijving van de gedefinieerde uitkomstmaten. Op basis van titel en abstract werden in eerste instantie 16 studies voorgeselecteerd. Na raadpleging van de volledige tekst, werden vervolgens 10 studies geëxcludeerd (zie exclusietabel onder het tabblad Verantwoording) en 6 studies definitief geselecteerd: 3 voor kiemceltumoren en 3 voor sex cord-stromale tumoren.

 

Resultaten

Zes onderzoeken zijn opgenomen in de literatuuranalyse. De belangrijkste studiekarakteristieken en resultaten zijn opgenomen in de evidencetabellen. De beoordeling van de individuele studieopzet (risk of bias) is opgenomen in de risk-of-biastabellen.

  1. 1 - Colombo N, Sessa C, du Bois A, et al, on behalf of the ESMO–ESGO Ovarian Cancer Consensus Conference Working Group. ESMO–ESGO consensus conference recommendations on ovarian cancer: pathology and molecular biology, early and advanced stages, borderline tumours and recurrent disease. Annals of Oncology 30: 672–705, 2019.
  2. 2 - Gremeau AS, Bourdel N, Jardon K, Rabischong B, Mage G, Pouly JL, Canis M. Surgical management of non-epithelial ovarian malignancies: advantages and limitations of laparoscopy. Eur J Obstet Gynecol Reprod Biol. 2014 Jan;172:106-10. doi: 10.1016/j.ejogrb.2013.10.023. Epub 2013 Nov 11. PMID: 24315353.
  3. 3 - Nasioudis D, Minis E, Chapman-Davis E, Frey MK, Caputo TA, Witkin SS, Holcomb K. Minimally Invasive Staging of Apparent Stage I Malignant Ovarian Germ Cell Tumors: Prevalence and Outcomes. J Minim Invasive Gynecol. 2019 Mar-Apr;26(3):471-476. doi: 10.1016/j.jmig.2018.05.021. Epub 2018 Jun 9. PMID: 29890352.
  4. 4 - Park JY, Kim DY, Suh DS, Kim JH, Kim YM, Kim YT, Nam JH. Significance of the Complete Surgical Staging of Stage I Malignant Ovarian Germ Cell Tumors. Ann Surg Oncol. 2016 Sep;23(9):2982-7. doi: 10.1245/s10434-016-5234-z. Epub 2016 Apr 25. PMID: 27112586.
  5. 5 - Paskwil 2023: https://www.nvmo.org/over-de-adviezen/.
  6. 6 - Ray-Coquard et al. Non-epithelial ovarian cancer: ESMO clinical Practice guidelines for diagnosis, treatment and follow up. I. Annals of Oncology 29 (suppl 4): iv1-iv18, 2018.

Study reference

Study characteristics

Patient characteristics 2

Intervention (I)

Comparison / control (C) 3

 

Follow-up

Outcome measures and effect size 4

Comments

Gremeau, 2013

Type of study:

Retrospective

 

Setting and country:

Single centre, France

 

Funding and conflicts of interest:

Unknown

Inclusion criteria:

all non-epithelial ovarian malignancies, such as ovarian sex cord-stromal tumors (OSCTs) and malignant ovarian germ cell tumors (MOGCTs), indexed in the database of the pathology unit at Clermont-Ferrand University Hospital, France, between 1989 and 2009

 

Exclusion criteria:

None

 

N total at baseline:

Intervention: 7

Control: 13

 

Important prognostic factors2:

Comparable for stage, age, tumor type, extent of staging, complications, adjuvant treatment and follow-up.

 

Hospital stay longer in laparotomy group, tumor size larger in laparotomy group

 

Included:

Dysgerminoma (n=3)

Non-dysgerminoma (n=13)

Granulosa tumor (n=2)

Sertoli-Leydig tumor (n=2)

 

Laparoscopy

 

 

 

 

Laparotomy

 

 

Length of follow-up:

6.7 ± 5.6 years

 

Loss-to-follow-up:

4 (30.8%) in laparotomy group

 

 

Recurrence: 0% laparoscopy, 2 (15.4%) laparotomy (not significant)

Death: 1 (14.3%) laparoscopy, 0% laparotomy.

 

 

 Park, 2016

Type of study:

Retrospective

 

Setting and country: Single centre, Korea

 

Funding and conflicts of interest: None

Inclusion criteria:

Patients with stage I malignant ovarian germ cell tumor who were treated and followed up at Asan Medical Center, Seoul, Korea, between September 1990 and December 2014. 

Exclusion criteria:

Patients who received neoadjuvant chemotherapy were excluded.

 

N total at baseline:

Intervention: 19

Control: 116

 

Important prognostic factors2:

Age, years

Median (range)

23 (6–46)

 

Age, n

≤23 years 72 (53.3)

>23 years 63 (46.7)

 

Histology

Dysgerminoma 44 (32.6)

Immature teratoma 51 (37.8)

Yolk sac tumor 15 (11.1)

Choriocarcinoma 2 (1.5)

Mixed 23 (17)

 

FIGO stage

IA 43 (31.3)

IB 3 (2.8)

IC 40 (29.6)

IX 49 (36.3)

 

Alpha feto protein

Median (range), 0–20 ng/mL

10.6 (0–182,334)

Elevated 45 (33.3)

Not elevated 50 (37.1)

Not checked 40 (29.6)

 

 

β-hCGb

Median (range), 0–3 mIU/mL

1 (0–12,000)

Elevated 14 (10.4)

Not elevated 56 (41.5)

Not checked 65 (48.1)

 

CA-125

Median (range), U/mL

51.2 (3–2390)

Elevated 70 (51.9)

Not elevated 45 (33.3)

Not checked 20 (14.8)

 

Groups comparable at baseline?

Not compared

Describe intervention (treatment/procedure/test):

Laparoscopy

 

 

 

 

Describe  control (treatment/procedure/test):

Laparotomy

 

Length of follow-up:

98 months (range 6–294 months)

 

 

 

 

Outcome measures and effect size (include 95%CI and p-value if available):

Disease free survival: laparoscopy vs laparotomy 0.8 (0.2–2.7), p=0.824. No multivariate analysis

 

 

Nasioudis, 2018

Type of study:

Retrospective

 

Setting and country: United States, National Cancer Data Base

 

Funding and conflicts of interest: none

Inclusion criteria:

A cohort of patients diagnosed between 2010 and 2014 with a malignant ovarian germ cell tumor was selected from the National Cancer Data Base. The National Cancer Data Base

Exclusion criteria:

 

N total at baseline:

Intervention: 294

Control:624

 

Important prognostic factors2:

Minimal invasive surgery

Median age, year 24

 

Age, yr    

 ≤21 112 (38.1%)

 22–40 144 (49%)

 ≥40 38 (12.9%)

 

Comorbidities

 No 268 (91.1%)

 Yes 26 (8.9%)

 

Histology

 dysgerminoma 92 (31.3%)

 Non-dysgerminoma 202 (68.7%)

 

Median size, cm 11.2

 

Pathologic stage

 IA 137 (58.3%)

 IC 61 (26%)

 IB 10 (4.3%)

 I not specified 22 (9.4%)

 II-III ^(2.1%)

 

Lymph node sampling/dissection

 No 177 (60.4%)

 Yes 116 (39.6%)

 

Chemotherapy

 Yes 68 (23.4%)

 No 222 (76.6%)

 

Laparotomy

Median age, year 22

 

Age, yearr

≤21 295 (47.3%)

22–40 272  (43.6%)

 ≥40 57 (9.1%)

 

Comorbidities

 No 576 (92.3%)

 Yes 48 (7.7%)

 

Histology

 Dysgerminoma 184 (29.5%)

 Non-dysgerminoma 440 (70.5%)

 

Median size, cm                15.5

 

Pathologic stage

 IA 337 (62.5%)

 IC 119 (22.1%)

 IB 17 (3.2%)

 I not specified 48 (8.9%)

 II-III 18 (3.3%)

 

Lymph node sampling/dissection

 No 302 (48.7%)

 Yes 318 (51.3%)

 

Chemotherapy

 Yes 197 (32%)

 No 418 (68%)

 

Groups comparable at baseline?

Minimal invasive surgery group patients significantly younger, and significantly less lymphadenectomies and adjuvant chemotherapy compared to laparotomy group

Describe intervention (treatment/procedure/test):

Minimal invasive surgery (MIS: laparoscopically, robotically)

 

 

 

Describe  control (treatment/procedure/test):

Laparotomy

 

Length of follow-up:

Median follow-up was 32.62 months

 

 

Outcome measures and effect size (include 95%CI and p-value if available):

Median hospital stay: shorter for minimal invasive surgery (2 vs 3 days, p<0.001)

Unplanned readmission: lower after minimal invasive surgery (1.4% vs 3.9%, p=0.043)

Chemotherapy: more often after laparotomy (32% vs 23%, p=0.008)

3-year overall survival: no difference (minimal invasive surgery 99.4%, laparotomy 97.7%, p=0.81 univariate log-rank test)

Intention to treat analyse, bij conversie nog steeds beschouwd als minimaal invasieve ingreep

Notes:

1. Prognostic balance between treatment groups is usually guaranteed in randomized studies, but non-randomized (observational) studies require matching of patients between treatment groups (case-control studies) or multivariate adjustment for prognostic factors (confounders) (cohort studies); the evidence table should contain sufficient details on these procedures.

2. Provide data per treatment group on the most important prognostic factors [(potential) confounders].

3. For case-control studies, provide sufficient detail on the procedure used to match cases and controls.

4. For cohort studies, provide sufficient detail on the (multivariate) analyses used to adjust for (potential) confounders.

 

Risk of bias table

Study reference

 

(first author, year of publication)

Bias due to a non-representative or ill-defined sample of patients?1

 

 

 

(unlikely/likely/unclear)

Bias due to  insufficiently long, or   incomplete follow-up, or differences in follow-up between treatment groups?2

 

 

(unlikely/likely/unclear)

 

Bias due to ill-defined or inadequately measured outcome ?3

 

 

 

(unlikely/likely/unclear)

Bias due to inadequate adjustment for all  important prognostic factors?4

 

 

 

(unlikely/likely/unclear)

Gremeau et al, 2014

Likely

Long inclusion period (1989-2009)

 

Likely

Broad range

Loss to follow-up not adequately described

Unlikely

Likely

Very small groups

Park et al, 2016

Likely

Long inclusion period (1990-2014)

Small intervention group, much larger non-intervention group

Likely

Broad range

Loss to follow-up not adequately described

Likely

Only univariate analysis

Likely

Small intervention group, much larger non-intervention group

Nasioudis et al, 2019

Likely

Data from national database, which does not contain all cancer patients

Unclear

No data

Unlikely

Unlikely regarding hospital stay, readmission

Likely regarding overall survival

1. Failure to develop and apply appropriate eligibility criteria: a) case-control study: under- or over-matching in case-control studies; b) cohort study: selection of exposed and unexposed from different populations.

2. Bias is likely if:  the percentage of patients lost to follow-up is large; or differs between treatment groups; or the reasons for loss to follow-up differ between treatment groups; or length of follow-up differs between treatment groups or is too short. The risk of bias is unclear if:  the number of patients lost to follow-up; or the reasons why, are not reported.

3. Flawed measurement, or differences in measurement of outcome in treatment and control group; bias may also result from a lack of blinding of those assessing outcomes (detection or information bias). If a study  has hard (objective) outcome measures, like death,  blinding of outcome assessment is not necessary. If a study has “soft” (subjective) outcome measures, like the assessment of an X-ray, blinding of outcome assessment is necessary.

4. Failure to adequately measure all known prognostic factors and/or failure to adequately adjust for these factors in multivariate statistical analysis.

 

Exclusietabel

Referentie

Reden voor exclusie

Montoli et al, 2011

Congresabstract

Rosenberg et al, 2011

Congresabstract

Shim et al, 2011

Betreft correspondentie

Garbi et al, 2012

Congresabstract

Peiretti et al, 2012

Congresabstract

Shim et al, 2013

Geen controlegroep

Nakayama et al, 2015

Posterpresentatie

Bergamini et al, 2017

Congresabstract

Anna et al, 2019

Poster dan wel voordracht op congres, data daarna beschreven in Peiretti et al, 2020 (geïncludeerd)

Graham et al, 2021

Samenvatting van voordracht op congres

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 14-04-2026

Beoordeeld op geldigheid  : 14-04-2026

Voor het beoordelen van de actualiteit van deze richtlijnmodules is een gynaecologisch centrum verantwoordelijk. Voor de richtlijn niet epitheliale ovarium tumoren is het Radboudumc verantwoordelijk (rapport revisie gynaecologische oncologische richtlijnen april 2018).

 

Het Radboudumc zal minimaal tweejaarlijks de richtlijn toetsen aan de hand van nieuwe ontwikkelingen. Mochten er nieuwe ontwikkelingen zijn die vragen om revisie van de richtlijn zal dit eerst worden getoetst bij de CRGO (Commissie Richtlijnen Gynaecologische Oncologie), commissie kwaliteitsdocumenten en de pijler oncologie van de NVOG.

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie
Geautoriseerd door:
  • Nederlandse Vereniging voor Nucleaire geneeskunde
  • Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie
  • Nederlandse Vereniging voor Pathologie
  • Nederlandse Vereniging voor Radiotherapie en Oncologie
  • Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland
  • Stichting Olijf

Algemene gegevens

De richtlijnontwikkeling werd ondersteund door IKNL (Integraal Kankercentrum Nederland) en werd gefinancierd uit de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS).

Doel en doelgroep

Doelstelling
Een richtlijn is een aanbeveling ter ondersteuning van de belangrijkste knelpunten uit de dagelijkse praktijk.


Doelgroep
Deze richtlijn is bestemd voor alle professionals die betrokken zijn bij de diagnostiek, behandeling en begeleiding van patiënten met een niet epitheliale ovarium tumor.

Samenstelling werkgroep

A.M. van Altena

gynaecoloog-oncoloog

Radboudumc, Nijmegen

I.A. Boere

internist-oncoloog

Erasmus MC, Rotterdam

F.H. Groenendijk (tot dec 2023)

patholoog

ErasmusMC, Rotterdam

G.N. Jonges

Patholoog

UMC Utrecht

S. Kelderman

gynaecoloog

Radboudumc, Nijmegen

C.A.R. Lok

gynaecoloog-oncoloog

AvL/NKI, Amsterdam

L. J.M. van der Putten

AIOS gynaecologie

Catharina ziekenhuis, Eindhoven

M.A. Rijlaarsdam (tot aug 2023)

Internist-oncoloog

AvL/NKI, Amsterdam

E.M. Roes

gynaecoloog-oncoloog

Erasmus MC, Rotterdam

A. Stiekema

gynaecoloog

AvL/NKI, Amsterdam

J.M. Tromp

internist-oncoloog

Amsterdam UMC

J.T. Wolswinkel 

gynaecoloog

Radboudumc, Nijmegen

R.P. Zweemer

gynaecoloog-oncoloog

UMC Utrecht

De richtlijnontwikkeling werd ondersteund door Olga van der Hel (adviseur methodologie), Hella Hamelers (secretaresse) en Linda van der Heijden (secretaresse), namens IKNL.

Belangenverklaringen

De KNMG-code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling is gevolgd. Alle werkgroepleden hebben schriftelijk verklaard of zij in de laatste drie jaar directe financiële belangen (betrekking bij een commercieel bedrijf, persoonlijke financiële belangen, onderzoeksfinanciering) of indirecte belangen (persoonlijke relaties, reputatiemanagement, kennisvalorisatie) hebben gehad.

 

Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van IKNL. De belangenformulieren zijn besproken binnen de betreffende werkgroep en de NVOG cie Kwaliteitsdocumenten, indien van toepassing. Geen van de belangen heeft tot een eventuele actie geleid.

Werkgroeplid 

Functie 

Nevenfuncties 

Gemelde belangen 

Ondernomen acties

A.M. van Altena 

gynaecoloog-oncoloog 

geen 

 

 Geen

X

I.A. Boere 

internist-oncoloog 

adviesraad MSD, geen persoonlijke vergoeding 

 

Extern gefinancierd onderzoek:

Biobank/translationeel onderzoek - GSK

 

X

F.H. Groenendijk (tot dec 2023)

patholoog

lid vaste commissie Beoordeling Diagnostiek (cieBOD), NVVP

Spreker (betaald) Masterclass Biomarker ER+HER2-mammacarcinoom, mei 2022 (Novartis)

X

G.N. Jonges 

Patholoog 

geen  

Geen

X

H. Hamelers-Paulus 

secretaresse  

geen 

geen 

X

O.L. van der Hel 

adviseur  

geen 

geen 

X

L. van der Heijden 

secretaresse  

geen 

geen 

X

S. Kelderman

gynaecoloog

Lid NVOG, lid WOG

Geen

X

C.A.R. Lok 

gynaecoloog-oncoloog 

geen 

Geen

X

L. J.M. van der Putten

AIOS gynaecologie

Geen

Geen

X

M.A. Rijlaarsdam (tot aug 2023)

Internist-oncoloog

Geen

PI ARTISTRY-7

PI RAINBO

echter dit betreft epitheliale ovariumca en endometriumca

X

E.M. Roes 

gynaecologisch oncoloog 

  • commissielid richtlijncommissie voor epitheliaal ovariumcarcinoom – onbetaald 
  • commissielid richtlijncommissie voor premaligniteiten van de vulva – onbetaald 
  • secretaris werkgroep trofoblast tumoren – onbetaald  

Geen

X

A. Stiekema

gynaecoloog

 

 

 

J.M. Tromp 

internist-oncoloog 

geen 

Geen

X

J.T. Wolswinkel 

gynaecoloog

Geen

Geen

X

R.P. Zweemer 

gynaecoloog-oncoloog 

hoogleraar en medisch afdelingshoofd gynaecologische oncologie UMC Utrecht  

  • implementatieCie KWF, onbetaald 
  • proctor Intuitive Surgical, onkostenvergoeding 

Extern gefinancierd onderzoek: Stichting Granulosafonds Philine van Esch, onderzoekssubsidie 

X

Inbreng patiëntenperspectief

Met Stichting Olijf heeft gedurende het ontwikkelproces contact plaatsgevonden over het patiëntperspectief. De conceptrichtlijn is voor commentaar voorgelegd aan Stichting Olijf en Patiëntenfederatie Nederland.

Implementatie

In de verschillende fasen van de richtlijnontwikkeling is rekening gehouden met de implementatie van de modules en de praktische uitvoerbaarheid van de aanbevelingen. Daarbij is uitdrukkelijk gelet op factoren die de invoering van de richtlijn in de praktijk kunnen bevorderen of belemmeren.

Werkwijze

Deze richtlijn is opgesteld conform de eisen vermeld in het rapport Medisch Specialistische Richtlijnen 2.0 van de adviescommissie Richtlijnen van de Raad Kwaliteit.

 

Knelpuntenanalyse

Het gynaecologisch centrum ( Radboudumc) inventariseerde de knelpunten bij de leden van de expertgroep. Deze knelpunten zijn allemaal uitgezocht door de leden van de expertgroep.

 

Uitgangsvragen en uitkomstmaten

Op basis van de uitkomsten van de knelpunten zijn door de expertgroep de definitieve uitgangsvragen vastgesteld. Vervolgens inventariseerde de expertgroep per uitgangsvraag welke uitkomstmaten voor de patiënt relevant zijn, waarbij zowel naar gewenste als ongewenste effecten werd gekeken.

 

Strategie voor zoeken en selecteren van literatuur

Er werd voor de afzonderlijke uitgangsvragen aan de hand van specifieke zoektermen gezocht naar gepubliceerde wetenschappelijke studies in (verschillende) elektronische databases. Tevens werd aanvullend gezocht naar studies aan de hand van de literatuurlijsten van de geselecteerde artikelen. In eerste instantie werd gezocht naar studies met de hoogste mate van bewijs. De leden van de expertgroep selecteerden de via de zoekactie gevonden artikelen op basis van vooraf opgestelde selectiecriteria. De geselecteerde artikelen werden gebruikt om de uitgangsvraag te beantwoorden. De databases waarin is gezocht, de zoekstrategie en de gehanteerde selectiecriteria zijn opvraagbaar.

 

Kwaliteitsbeoordeling individuele studies

Individuele studies werden systematisch beoordeeld, op basis van op voorhand opgestelde methodologische kwaliteitscriteria, om zo het risico op vertekende studieresultaten (risk of bias) te kunnen inschatten. Deze beoordelingen kunt u vinden in de Risk of Bias (RoB) -tabellen. De Cochrane ROB-tool werd gebruikt, dit is een gevalideerd instrument dat wordt aanbevolen door de Cochrane Collaboration.

 

Samenvatten van de literatuur

De relevante onderzoeksgegevens van alle geselecteerde artikelen werden overzichtelijk weergegeven in evidencetabellen. De belangrijkste bevindingen uit de literatuur werden beschreven in de samenvatting van de literatuur.

 

Beoordelen van de kracht van het wetenschappelijke bewijs voor interventievragen (vragen over therapie of screening)

De kracht van het wetenschappelijke bewijs werd bepaald volgens de GRADE-methode. GRADE staat voor ‘Grading Recommendations Assessment, Development and Evaluation’ (zie http://www.gradeworkinggroup.org/).

 

GRADE onderscheidt vier gradaties voor de kwaliteit van het wetenschappelijk bewijs: hoog, redelijk, laag en zeer laag. Deze gradaties verwijzen naar de mate van zekerheid die er bestaat over de literatuurconclusie (Schünemann, 2013). 

GRADE

Definitie

Hoog

  • er is hoge zekerheid dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte effect van behandeling ligt zoals vermeld in de literatuurconclusie;
  • het is zeer onwaarschijnlijk dat de literatuurconclusie verandert wanneer er  resultaten van nieuw grootschalig onderzoek aan de literatuuranalyse worden toegevoegd.

Redelijk

  • er is redelijke zekerheid dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte effect van behandeling ligt zoals vermeld in de literatuurconclusie;
  • het is mogelijk dat de conclusie verandert wanneer er resultaten van nieuw grootschalig onderzoek aan de literatuuranalyse worden toegevoegd.

Laag

  • er is lage zekerheid dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte effect van behandeling ligt zoals vermeld in de literatuurconclusie;
  • er is een reële kans dat de conclusie verandert wanneer er resultaten van nieuw grootschalig onderzoek aan de literatuuranalyse worden toegevoegd.

Zeer laag

  • er is zeer lage zekerheid dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte effect van behandeling ligt zoals vermeld in de literatuurconclusie;
  • de literatuurconclusie is zeer onzeker.

Formuleren van de conclusies

Voor elke relevante uitkomstmaat werd het wetenschappelijk bewijs samengevat in een of meerdere literatuurconclusies waarbij het niveau van bewijs werd bepaald volgens de GRADE-methodiek. De leden van de expertgroep maakten de balans op van elke interventie (overall conclusie). Bij het opmaken van de balans werden de gunstige en ongunstige effecten voor de patiënt afgewogen.


De overall bewijskracht wordt bepaald door de laagste bewijskracht gevonden bij een van de kritieke uitkomstmaten. Bij complexe besluitvorming waarin naast de conclusies uit de systematische literatuuranalyse vele aanvullende argumenten (overwegingen) een rol spelen, werd afgezien van een overall conclusie. In dat geval werden de gunstige en ongunstige effecten van de interventies samen met alle aanvullende argumenten gewogen onder het kopje 'Overwegingen'.

 

Overwegingen (van bewijs naar aanbeveling)

Om te komen tot een aanbeveling zijn, naast (de kwaliteit van) het wetenschappelijke bewijs, ook andere aspecten belangrijk en worden meegewogen, zoals aanvullende argumenten uit bijvoorbeeld de biomechanica of fysiologie, waarden en voorkeuren van patiënten, kosten (middelenbeslag), aanvaardbaarheid, haalbaarheid en implementatie. Deze aspecten zijn systematisch vermeld en beoordeeld (gewogen) onder het kopje ‘Overwegingen’ en kunnen (mede) gebaseerd zijn op expert opinion.

 

Formuleren van aanbevelingen

De aanbevelingen geven antwoord op de uitgangsvraag en zijn gebaseerd op het beschikbare wetenschappelijke bewijs en de belangrijkste overwegingen en een weging van de gunstige en ongunstige effecten van de relevante interventies. De kracht van het wetenschappelijk bewijs en het gewicht dat door de werkgroep wordt toegekend aan de overwegingen, bepalen samen de sterkte van de aanbeveling. Conform de GRADE-methodiek sluit een lage bewijskracht van conclusies in de systematische literatuuranalyse een sterke aanbeveling niet a priori uit, en zijn bij een hoge bewijskracht ook zwakke aanbevelingen mogelijk. De sterkte van de aanbeveling wordt altijd bepaald door weging van alle relevante argumenten tezamen.

 

Randvoorwaarden (Organisatie van zorg)

In de knelpuntenanalyse en bij de ontwikkeling van de richtlijn is expliciet rekening gehouden met de organisatie van zorg: alle aspecten die randvoorwaardelijk zijn voor het verlenen van zorg (zoals coördinatie, communicatie, (financiële) middelen, menskracht en infrastructuur). Randvoorwaarden die relevant zijn voor het beantwoorden van een specifieke uitgangsvraag maken onderdeel uit van de overwegingen bij de bewuste uitgangsvraag.

 

Commentaar- en autorisatiefase

De conceptrichtlijn werd aan de betrokken (wetenschappelijke) verenigingen en (patiënt)organisaties voorgelegd ter commentaar. De commentaren werden verzameld en besproken met de werkgroep. Naar aanleiding van de commentaren werd de conceptrichtlijn aangepast en definitief vastgesteld door de werkgroep. De definitieve richtlijn werd aan de deelnemende (wetenschappelijke) verenigingen en (patiënt)-organisaties voorgelegd voor autorisatie en door hen geautoriseerd dan wel geaccordeerd.

Zoekverantwoording

Zoekstrategie

PubMed

((("Sex-cord-Gonadal Stromal Tumors"[Mesh:noexp] OR Granulosa Cell Tumor[mesh] OR Sertoli-Leydig Cell Tumor[mesh] OR sex-cord-stromal cell tumor*[tiab] OR sex-cord-stromal cell tumour*[tiab]  OR "Neoplasms, Germ Cell and Embryonal"[Mesh:noexp] OR Carcinoma, Embryonal[Mesh] OR Chordoma[Mesh] OR Germinoma[Mesh:noexp] OR Dysgerminoma[Mesh] OR Gonadoblastoma[mesh] OR Mesonephroma[mesh] OR Endodermal Sinus Tumor[mesh] OR "Neuroendocrine Tumors"[Mesh] OR Teratocarcinoma[mesh] OR Teratoma[mesh:noexp] OR Struma Ovarii[mesh] OR Trophoblastic Neoplasms[mesh] OR germ cell tumor*[tiab] OR germ cell tumour*[tiab] OR small cell[tiab] OR Fibroma Cellular fibroma Thecoma[tiab] OR Luteinized thecoma[tiab] OR Fibrosarcoma[tiab] OR Sclerosing stromal tumour*[tiab] OR Signet-ring stromal tumour*[tiab] OR Microcystic stromal tumour*[tiab] OR Leydig cell tumour*[tiab] OR Steroid cell tumour*[tiab] OR Pure sex-cord tumour*[tiab] OR Adult granulosa cell tumour*[tiab] OR Juvenile granulosa cell tumour*[tiab] OR Sertoli cell tumour*[tiab] OR Mixed sex-cord-stromal tumour*[tiab] OR Sertoli–Leydig cell tumour*[tiab] OR Sclerosing stromal tumor*[tiab] OR Signet-ring stromal tumor*[tiab] OR Microcystic stromal tumor*[tiab] OR Leydig cell tumor*[tiab] OR Steroid cell tumor*[tiab] OR Pure sex-cord tumor*[tiab] OR Adult granulosa cell tumor*[tiab] OR Juvenile granulosa cell tumor*[tiab] OR Sertoli cell tumor*[tiab] OR Mixed sex-cord-stromal tumor*[tiab] OR Sertoli–Leydig cell tumor*[tiab]) AND ("Ovarian Neoplasms"[Mesh] OR ovary[Mesh] OR ovar*[tiab])) OR Non-epithelial ovar*[tiab] OR nonepithelial ovar*[tiab])

AND

(("Laparoscopy"[Mesh] OR laparosc*[tiab]) AND ((open versus[tiab] AND surg*[tiab]) OR Open surg*[tiab] OR surgical management[tiab] OR laparotom*[tiab]))

 

156 artikelen

 

Embase

(((sex-cord tumor/ or granulosa cell tumor/ or Androblastoma/ or sex-cord-stromal cell tumor*.ti,ab,kf. OR sex-cord-stromal cell tumour*.ti,ab,kf.  OR embryonal carcinoma/ or chordoma/ or germ cell tumor/ or Dysgerminoma/ or Gonadoblastoma/ or Mesonephroma/ or yolk sac tumor/ or neuroendocrine carcinoma/ or large cell neuroendocrine carcinoma/ or mixed adenoneuroendocrine carcinoma/ or carcinoid/ or neuroendocrine tumor/ or atypical carcinoid/ or carcinoid syndrome/ or typical carcinoid/ or Teratocarcinoma/ or teratoma/ or malignant teratoma/ or mature teratoma/ or ovary teratoma/or Struma Ovarii/ or exp trophoblastic tumor/ OR germ cell tumor*.ti,ab,kf. or  germ cell tumour*.ti,ab,kf. or  small cell.ti,ab,kf. or  Fibroma Cellular fibroma Thecoma.ti,ab,kf. or  Luteinized thecoma.ti,ab,kf. or  Fibrosarcoma.ti,ab,kf. or  Sclerosing stromal tumour*.ti,ab,kf. or  Signet-ring stromal tumour*.ti,ab,kf. or  Microcystic stromal tumour*.ti,ab,kf. or  Leydig cell tumour*.ti,ab,kf. or  Steroid cell tumour*.ti,ab,kf. or  Pure sex-cord tumour*.ti,ab,kf. or  Adult granulosa cell tumour*.ti,ab,kf. or  Juvenile granulosa cell tumour*.ti,ab,kf. or  Sertoli cell tumour*.ti,ab,kf. or  Mixed sex-cord-stromal tumour*.ti,ab,kf. or  Sertoli-Leydig cell tumour*.ti,ab,kf. or  Sclerosing stromal tumor*.ti,ab,kf. or  Signet-ring stromal tumor*.ti,ab,kf. or  Microcystic stromal tumor*.ti,ab,kf. or  Leydig cell tumor*.ti,ab,kf. or  Steroid cell tumor*.ti,ab,kf. or  Pure sex-cord tumor*.ti,ab,kf. or  Adult granulosa cell tumor*.ti,ab,kf. or  Juvenile granulosa cell tumor*.ti,ab,kf. or  Sertoli cell tumor*.ti,ab,kf. or  Mixed sex-cord-stromal tumor*.ti,ab,kf. or  Sertoli-Leydig cell tumor*.ti,ab,kf.) AND (exp ovary tumor/ or ovary/ or ovarian cortex/ or ovarian stroma/ or ovary cell/ or ovary follicle/ OR ovar*.ti,ab,kf.)) OR Non-epithelial ovar*.ti,ab,kf. OR nonepithelial ovar*.ti,ab,kf.)

AND

((laparoscopy/ or gasless laparoscopy/ or hand assisted laparoscopy/ or laparoscopic surgery/ or videolaparoscopy/or laparosc*.ti,af,kf.) AND ((open versus.ti,af,kf. AND surg*.ti,af,kf.) OR Open surg*.ti,af,kf. OR surgical management.ti,af,kf. OR laparotom*.ti,af,kf.))

 

722 artikelen

 

Cochrane zoekstring

((([mh ^"Sex-cord-Gonadal Stromal Tumors"] OR [mh "Granulosa Cell Tumor"] OR [mh "Sertoli-Leydig Cell Tumor"] OR ("sex-cord-stromal cell" NEXT tumor*):ti,ab,kw OR ("sex-cord-stromal cell" NEXT tumour*):ti,ab,kw OR [mh ^"Neoplasms, Germ Cell and Embryonal"] OR [mh "Carcinoma, Embryonal"] OR [mh Chordoma] OR [mh ^Germinoma] OR [mh Dysgerminoma] OR [mh Gonadoblastoma] OR [mh Mesonephroma] OR [mh "Endodermal Sinus Tumor"] OR [mh "Neuroendocrine Tumors"] OR [mh Teratocarcinoma] OR [mh ^Teratoma] OR [mh "Struma Ovarii"] OR [mh "Trophoblastic Neoplasms"] OR ("germ cell" NEXT tumor*):ti,ab,kw OR ("germ cell" NEXT tumour*):ti,ab,kw OR "small cell":ti,ab,kw) AND ([mh "Ovarian Neoplasms"] OR [mh ovary] OR ovar*:ti,ab,kw))

OR

("Non-epithelial" NEXT ovar*):ti,ab,kw OR ("nonepithelial" NEXT ovar*):ti,ab,kw OR "Fibroma Cellular fibroma Thecoma":ti,ab,kw OR "Luteinized thecoma":ti,ab,kw OR Fibrosarcoma:ti,ab,kw OR ("Sclerosing stromal" NEXT tumour*):ti,ab,kw OR ("Signet-ring stromal" NEXT tumour*):ti,ab,kw OR ("Microcystic stromal" NEXT tumour*):ti,ab,kw OR ("Leydig cell" NEXT tumour*):ti,ab,kw OR ("Steroid cell" NEXT tumour*):ti,ab,kw OR ("Pure sex-cord" NEXT tumour*):ti,ab,kw OR ("Adult granulosa cell" NEXT tumour*):ti,ab,kw OR ("Juvenile granulosa cell" NEXT tumour*):ti,ab,kw OR ("Sertoli cell" NEXT tumour*):ti,ab,kw OR ("Mixed sex-cord-stromal" NEXT tumour*):ti,ab,kw OR ("Sertoli–Leydig cell" NEXT tumour*):ti,ab,kw OR ("Sclerosing stromal" NEXT tumor*):ti,ab,kw OR ("Signet-ring stromal" NEXT tumor*):ti,ab,kw OR ("Microcystic stromal" NEXT tumor*):ti,ab,kw OR ("Leydig cell" NEXT tumor*):ti,ab,kw OR ("Steroid cell" NEXT tumor*):ti,ab,kw OR ("Pure sex-cord" NEXT tumor*):ti,ab,kw OR ("Adult granulosa cell" NEXT tumor*):ti,ab,kw OR ("Juvenile granulosa cell" NEXT tumor*):ti,ab,kw OR ("Sertoli cell" NEXT tumor*):ti,ab,kw OR ("Mixed sex-cord-stromal" NEXT tumor*):ti,ab,kw OR ("Sertoli–Leydig cell" NEXT tumor*):ti,ab,kw)       AND

(([mh Laparoscopy] OR laparosc*:ti,ab) AND ((open versus:ti,ab AND surg*:ti,ab) OR (Open surg*):ti,ab OR surgical management:ti,ab OR laparotom*:ti,ab))

Volgende:
Sexcord-stromaceltumoren