Neuro-endocriene tumoren gemetastaseerd pancreas NET

Laatst beoordeeld: 11-11-2013

Uitgangsvraag

Diagnostiek en behandeling van gemetastaseerd pNET?

Overwegingen

Er zijn geen overwegingen beschreven.

Samenvatting literatuur

Behandeling is afhankelijk van het biologisch gedrag van de tumor en het doel van de behandeling (bijvoorbeeld cytoreductie vs. tumorgroeicontrole, potentiële resectabiliteit vs. nooit resectabel, locally advanced vs. gemetastaseerde ziekte).

 

Primaire resectie, metastasectomie en/of debulking moet multidisciplinair worden besproken als eerste optie. Chirurgie kan ook tot doel hebben om symptonen van een functionele NET te verminderen.

 

Indien geen curatie nagestreefd kan worden moet de behandeling gericht zijn op langdurig behoud van kwaliteit van leven. Dit kan per patiënt varieren, de keuze van de therapie moet hier op aansluiten. Data voor een strikte volgorde van de behandelingsmogelijkheden in deze setting ontbreken. Onderstaand schema is meer een leidraad dan een op gerandomiseerde data gebaseerde volgorde.

 

Tabel 1: Anti-tumor therapie

 

Gr 1

Gr 2

Gr 3 *

Producerende

Everolimus/Sunitinib¹

Streptozotocine+ 5FU/doxorubicine²

zie

pNET:

Streptozotocine+ 5FU/doxorubicine²

Everolimus/Sunitinib¹

hooggradig

Altijd SSA

PRRT³

PRRT³

 

 

Andere chemotherapieschema's⁴

Andere chemotherapieschema's⁴

 

 

TACE/TAE/RFA⁵

TACE/TAE/RFA⁵

 

 

α-IFN⁶

α-IFN⁶

 

* gr 3 PA maakt onderscheid tussen groot/kleincellig; echter geen behandelingsconsequenties.

NB. Bij al deze therapieën kan beenmergsuppressie optreden. Het is van belang om daar rekening mee te houden.

 

Ad 1. Everolimus/Sunitinib: Direct vergelijkende studies afwezig, keuze van eerste lijn kan worden beinvloed door het verschil in toxiciteit bij een individuele patiënt. Yao toonde in een gerandomiseerde fase 3 studie (n=410) van everolimus vs. placebo een mPFS van 11 vs 4,6 maanden aan. Toxiciteit: stomatitis, huiduitslag, diarree, beenmergsuppressie, moeheid, hyperglycemie, pneumonitis [Yao 2011(218)].

Raymond heeft in een gerandomiseerde fase 3 studie (n=171) van sunitinib vs placebo een mPFS aangetoond van 11.4 vs. 5.5 mnd. Toxiciteit: diarree, misselijkheid/braken, beenmergsuppressie, moeheid. Er werd een mogelijk OS benefit gerapporteerd [Raymond 2011].

 

Ad 2. Streptozotocine+ 5FU/doxorubicine: Hiervan zijn fase 2 data beschikbaar met objectieve responsen van rond de 35-40% gerapporteerd [Moertel 1980(143), Moertel 1992(144), Cheng 1999(26), Kouvaraki 2004(110), McCollum 2004(133), Delaunoit 2004, Fjallskog 2008(49), Kouvaraki 2004(110)].

 

Bij de interpretatie van deze getallen dient in overweging genomen te worden dat er patiënten in de studie waren geincludeerd die voor start geen geobjectiveerde progressieve ziekte hadden, en er dus ook patiënten met stabiele ziekte een behandeling konden ondergaan. Bij de twee studies van Moertel werd tumor respons bovendien door middel van palpatie vastgesteld en was er dus geen objectivering met beeldvormend onderzoek. Belangrijkste toxiciteit: misselijk, braken, beenmergsuppressie, nefro en hepatotoxiciteit. Denk aan MUGA en cumulatieve cardiale toxiciteit van doxorubicine.

 

ad 3. Peptide receptor radionuclide therapie (PRRT) met 177Lutetium-octreotaat (fase I/II onderzoek; n=310): er is een objectieve respons gerapporteerd van 30% (2% complete remissie en 28% partiele remissie; SWOG criteria) en een mediane time-to-progression van 40 maanden [Kwekkeboom 2008]. Bij de interpretatie van deze getallen dient in overweging genomen te worden dat er patiënten in de studie waren geincludeerd die voor start geen geobjectiveerde progressieve ziekte hadden, en er dus ook patiënten met stabiele ziekte een behandeling konden ondergaan.  Toxiciteit: misselijkheid/braken, beenmergsuppressie (sporadisch irreversibel/MDS), pijn en incidenteel nierfunctie-achteruitgang.

 

Ad 4. Temodal is de orale analoog van DTIC. Er zijn drie retrospectieve studies [Kulke 2006(111), Kulke 2009(112), Ekeblad 2007(40), Strosberg 2011(200)]. De beste resultaten zijn gevonden in een retrospective analyse met 30 patiënten [Strosberg 2011(202)]: PR 70%, SD 27%, PFS 18 maanden. Daarnaast is er een kleine  prospectieve studie van combinaties met temodal met thalidomide (n=29): tumorrespons 25% (complete en partiële remissie op basis van RECIST [Kulke 2006(111)]. Toxiciteit: beenmergsuppressie.

 

Ad 5. Trans-Arteriële-Chemo-Embolisatie (TACE), Trans-Arteriële-Embolisatie (TAE) en Radiofreqeunte ablatie (RFA): Er zijn weinig gerandomiseerde trials voor deze technieken. Behandelingsopties zijn gebaseerd op case reports en kleine series. Er lijkt een plaats voor een geselecteerde patiënt met niet reseceerbare lever only disease. Response rates die met deze techniek geassocieerd worden, lijken in het algemeen rond de 50% (verminderde hormoonproductie, radiologische respons).  Toxicitieit: pijn, misselijkheid, koorts, moeheid, passagère leverproefafwijkingen. Een kleine gerandomiseerde studie uit 2012 [Maire 2012(127)] die in totaal 26 patiënten randomiseerde tussen hepatische arteriele embolisatie versus chemoembolisatie voor de behandeling van levermetastasen van midgut goed gedifferentieerde NET liet geen verschil zien tussen de behandelarmen, waarbij TACE meer toxiciteit liet zien. Daarmee verdient TAE in deze zeldzame gevallen dat het geïndiceerd is de voorkeur. Ondanks de weinige evidentie  is de werkgroep van mening dat voor NET patiënten gekozen wordt voor TAE.

Over postprocedural management publiceerde Lewis [Lewis 2012(126)].

 

Ad 6. Alpha Interferon (α-IFN): Enkele oude, veelal niet gecontroleerde, studies met zeer wisselende succespercentages. Relatief veel toxiciteit: moeheid, depressie, bm toxiciteit. De plaats bij pNET lijkt zeer beperkt [Faiss 2003(43), Schöber 1992(190), Eriksson 1986(42), Bajetta 1993(8).

Referenties

  1. 8 - Bajetta E, Zilembo N, Di Bartolomeo M, et al. Treatment of metastatic carcinoids and other neuroendocrine tumours with recombinant interferon-alpha-2a. A study by the Italian Trials in Medical Oncology Group. Cancer 1993;15;72(10):3099-105. [link]
  2. 26 - Cheng PN, Saltz LB. Failure to confirm major objective antitumor activity for streptozocin and doxorubicin in the treatment of patients with advanced islet cell carcinoma. Cancer 1999;86(6):944-8. [link]
  3. 40 - Ekeblad S, Sundin A, Janson, ET et al. Temozolomide as monotherapy is effective in treatment of advanced malignant neuroendocrine tumors. Clin Cancer Res 2007;13(10):2986-91. [link]
  4. 42 - Eriksson B, Klöppel G, Krenning E, et al. Consensus Guidelines for the Management of Patients with Digestive Neuroendocrine Tumors - Well-Differentiated Jejunal-Ileal Tumor/Carcinoma. Neuroendocrinology 2008;87:8-19. [link]
  5. 43 - Faiss S, Pape UF, Böhmig M, et al. International Lanreotide and Interferon Alfa Study Group. Prospective, randomized, multicenter trial on the antiproliferative effect of lanreotide, interferon alfa, and their combination for therapy of metastatic neuroendocrine gastroenteropancreatic tumors-the International Lanreotide and Interferon Alfa Study Group. J Clin Oncol 2003;21(14):2689-96. [link]
  6. 49 - Fjällskog ML, Granberg DP, Welin SL, et al. Treatment with cisplatin and etoposide in patients with neuroendocrine tumors. Cancer 2001;92(5):1101-7. [link]
  7. 110 - Kouvaraki MA, Ajani JA, Hoff P, et al. Fluorouracil, doxorubicin, and streptozocin in the treatment of patients with locally advanced and metastatic pancreatic endocrine carcinomas. J Clin Oncol 2004;22(23):4762-71. [link]
  8. 111 - Kulke MH, Stuart K, Enzinger PC, et al. Phase II study of temozolomide and thalidomide in patients with metastatic neuroendocrine tumors. J Clin Oncol 2006;24(3):401-6. [link]
  9. 112 - Kulke MH, Hornick JL, Frauenhoffer C, et al. O6-methylguanine DNA methyltransferase deficiency and response to temozolomide-based therapy in patients with neuroendocrine tumors. Clin Cancer Res 2009;15(1):338-45. [link]
  10. 126 - Lewis MA, Jaramillo S, Roberts L, et al. Hepatic artery embolization for neuroendocrine tumors: postprocedural management and complications. Oncologist 2012;17(5):725-31. [link]
  11. 127 - Maire F, Lombard-Bohas C, O'Toole D, et al. Hepatic arterial embolization versus chemoembolization in the treatment of liver metastases from well-differentiated midgut endocrine tumors: a prospective randomized study. Neuroendocrinology 2012;96(4):294-300. [link]
  12. 133 - McCollum AD, Kulke MH, Ryan DP, et al. Lack of efficacy of streptozocin and doxorubicin in patients with advanced pancreatic endocrine tumors. Am J Clin Oncol 2004;27(5):485-8. [link]
  13. 143 - Moertel CG, Hanley JA, Johnson LA. Streptozocin alone compared with streptozocin plus fluorouracil in the treatment of advanced islet-cell carcinoma. N Engl J Med 1980;303(21):1189-94. [link]
  14. 144 - Moertel CG, Lefkopoulo M, Lipsitz S, et al. Streptozocin-doxorubicin, streptozocin-fluorouracil or chlorozotocin in the treatment of advanced islet-cell carcinoma. N Engl J Med 1992;326(8):519-23. [link]
  15. 190 - Schöber C, Schmoll E, Schmoll HJ, et al. Antitumor effect and symptomatic control with interferon alpha 2b in patients with endocrine active tumors. Eur J Cancer 1992;28A(10):1664-6. [link]
  16. 200 - Strosberg J, Gardner N, Kvols L. Survival and Prognostic Factor Analysis of 146 Metastatic Neuroendocrine Tumors of the Mid-Gut. Neuroendocrinology 2009;89:471-76. [link]
  17. 202 - Strosberg JR, Fine RL, Choi J, et al. First-line chemotherapy with capecitabine and temozolomide in patients with metastatic pancreatic endocrine carcinomas. Cancer 2011;117(2):268-75. [link]
  18. 218 - Yao J, Hassan M, Phan A et al. One hundred years after „carcinoid“: epidemiology of and prognostic factors for neuroendocrine tumors in 35,825 cases in the United States. J Clin Oncol 2008;26:3063–72. [link]

Autorisatiedatum en geldigheid

Laatst beoordeeld : 11-11-2013

Laatst geautoriseerd : 11-11-2013

De geldigheidsduur van deze richtlijn is vastgesteld op vijf jaar. De geldigheidstermijn voor de richtlijn wordt vanuit IKNL bewaakt. Om verscheidene redenen kan herziening eerder dan beoogd nodig zijn. De Landelijke Werkgroep Gastro-Intestinale Tumoren toetst daarom jaarlijks de actualiteit van de richtlijn. Het bestuur van deze landelijke werkgroep draagt de verantwoordelijkheid om de behoefte voor herziening van de huidige richtlijn bij de beroepsgroepen te peilen. Zo nodig zal de richtlijn tussentijds op onderdelen worden bijgesteld. Uiterlijk in 2017 zal een nieuwe multidisciplinaire werkgroep worden geïnstalleerd voor een herziening van de richtlijn.

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Integraal Kankercentrum Nederland
Geautoriseerd door:
  • Nederlandse Internisten Vereniging
  • Nederlandse Vereniging van Maag-Darm-Leverartsen
  • Nederlandse Vereniging voor Heelkunde
  • Nederlandse Vereniging voor Nucleaire geneeskunde
  • Nederlandse Vereniging voor Pathologie
  • Nederlandse Vereniging voor Radiologie

Algemene gegevens

Initiatief:

Landelijke Werkgroep Gastro-Intestinale Tumoren (LWGIT)

 

Organisatie en financiering:

Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) www.iknl.nl

 

Verenigingen die benaderd zijn voor commentaar en autorisatie:

  • Nederlandse Vereniging voor Endocrinologie (NVE)
  • Nederlandse Internisten Vereeniging (NIV) / Nederlandse Vereniging voor Medische Oncologie (NVMO)
  • Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVvH)
  • Nederlandse Vereniging van Maag- Darm Leverartsen (NVMDL)
  • Nederlandse Vereniging voor Nucleaire Geneeskunde (NVNG)
  • Nederlandse Vereniging voor Pathologie (NVVP)
  • Nederlandse Vereniging voor Radiologie (NVvR)
  • Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland Oncologie (V&VN Oncologie)

 

Vereniging die benaderd is voor commentaar en instemt met de inhoud:

Stichting NET-groep

 

IKNL bevordert dat mensen met kanker en hun naasten zo dicht mogelijk bij huis toegang hebben tot een samenhangend en kwalitatief verantwoord zorgaanbod.

IKNL opgericht om behandeling, zorg en klinisch onderzoek binnen de oncologie te verbeteren. Daarnaast heeft het een taak in het opzetten en ondersteunen van netwerken voor palliatieve zorg. 

 

IKNL werkt aan multidisciplinaire richtlijnontwikkeling voor de oncologische en palliatieve zorg. Naast deze ontwikkeling van richtlijnen faciliteert IKNL ook het onderhoud, het beheer, de implementatie en de evaluatie van deze richtlijnen.

 

Houderschap

De houder van de richtlijn moet kunnen aantonen dat de richtlijn zorgvuldig en met de vereiste deskundigheid tot stand is gekomen. Onder houder wordt verstaan de verenigingen van beroepsbeoefenaren die de richtlijn autoriseren.

Het Integraal Kankercentrum Nederland draagt zorg voor het beheer en de ontsluiting van de richtlijn.

 

Juridische betekenis

De richtlijn bevat aanbevelingen van algemene aard. Het is mogelijk dat deze aanbevelingen in een individueel geval niet van toepassing zijn. Er kunnen zich feiten of omstandigheden voordoen waardoor het wenselijk is dat in het belang van de patiënt van de richtlijn wordt afgeweken.

Wanneer van de richtlijn wordt afgeweken, dient dit beargumenteerd gedocumenteerd te worden.

De toepasbaarheid en de toepassing van de richtlijnen in de praktijk is de verantwoordelijkheid van de behandelende arts.

Doel en doelgroep

Doelstelling

Een richtlijn is een aanbeveling ter ondersteuning van de belangrijkste knelpunten uit de dagelijkse praktijk. Deze richtlijn is zoveel mogelijk gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek of consensus.

 

Doelgroep

Deze richtlijn is bestemd voor alle professionals die betrokken zijn bij de diagnostiek, behandeling en begeleiding van patiënten met neuro-endocriene tumoren, zoals chirurgen, internisten, radiotherapeuten, medisch oncologen, nucleair geneeskundigen, pathologen, radiologen, MDL-artsen, verpleegkundig specialisten, huisartsen, oncologieverpleegkundigen, IKNL-consulenten, maatschappelijk werkers, psychiaters  en psychologen.

Samenstelling werkgroep

Alle werkgroepleden zijn afgevaardigd namens wetenschappelijke verenigingen en hebben daarmee het mandaat voor hun inbreng. Bij de samenstelling van de werkgroep is rekening gehouden met landelijke spreiding. Aangezien NET vooral worden behandeld in academische ziekenhuizen, zijn de leden van de werkgroep hier allen uit afkomstig. Ook is rekening gehouden met  vertegenwoordiging van de verschillende verenigingen/ disciplines  en is de patiëntenorganisatie vertegenwoordigd.

 

Leden van de werkgroep:

  • dr. H.M. van Dullemen, MDL-arts, UMCG, Groningen
  • prof. dr. W.W. de Herder, internist-endocrinoloog, Erasmus MC, Rotterdam, voorzitter
  • dr. ir. J.J. Hermans, radioloog, UMCN, Nijmegen
  • C.M. Kleinegris, vertegenwoordiger stichting NET-groep
  • dr. R.R. de Krijger, patholoog, Reinier de Graaf Gasthuis, Delft
  • dr. E.J.M. Nieveen van Dijkum, chirurg, AMC, Amsterdam
  • L. Saveur MANP, verpleegkundig specialist, NKI-AvL, Amsterdam
  • dr. M.E.T. Tesselaar, internist-oncoloog, NKI-AvL, Amsterdam
  • dr. J.J.M. Teunissen, nucleair geneeskundige, Erasmus MC, Rotterdam
  • dr. M.L.F. van Velthuysen, patholoog, NKI-AvL, Amsterdam
  • dr. A.M.E. Walenkamp, internist-oncoloog, UMCG, Groningen
  • drs. A.C.M. van der Togt-van Leeuwen, adviseur richtlijnen, IKNL, Rotterdam
  • H.W.G. Hamelers-Paulus, secretaresse, IKNL, Maastricht

Belangenverklaringen

Alle leden van de werkgroep hebben verklaard onafhankelijk te hebben gehandeld bij het opstellen van de richtlijn. Hiertoe hebben zij aan het begin én aan het eind van het richtlijntraject een verklaring ingevuld. Deze zijn op te vragen bij de afdeling richtlijnen van het IKNL (www.iknl.nl)

 

Inbreng patiëntenperspectief

Bij de ontwikkeling van de richtlijn is tijdens alle fasen gebruik gemaakt van de input van patiënten. Deze input is nodig voor de ontwikkeling van kwalitatief goede richtlijnen. Goede zorg voldoet immers aan de wensen en eisen van zowel zorgverlener als patiënt.

Door middel van onderstaande werkwijze is informatie verkregen en zijn de belangen van de patiënten meegenomen:

  • Een vertegenwoordiger van de stichting NET-groep heeft deel uitgemaakt van de werkgroep en is aanwezig geweest bij alle vergaderingen van de werkgroep.
  • Bij aanvang van het richtlijntraject heeft de patiëntvertegenwoordiger knelpunten aangeleverd. Zij putte hierbij uit de ervaring van alle patiënten die voor vragen en ondersteuning contact zoeken met de NET-groep.
  • De patiëntvertegenwoordiger heeft de tekst over nazorg opgesteld en de overige conceptteksten beoordeeld teneinde het patiëntenperspectief in de formulering van de definitieve tekst te optimaliseren.
  • De stichting NET-groep is geconsulteerd in de externe commentaarronde en heeft ingestemd met de inhoud van de richtlijn.

Methode ontwikkeling

Consensus based

Implementatie

Het bevorderen van het gebruik van de richtlijn begint met een brede verspreiding van de richtlijn.  IKNL publiceert de complete richtlijn op  www.richtlijnendatabase.nl. Tevens bieden wij een artikel/manuscipt ter publicatie aan het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde aan. Ook in andere tijdschriften of bij bijvoorbeeld nascholingsbijeenkomsten wordt de richtlijn onder de aandacht gebracht. Om het gebruik in de dagelijkse praktijk te bevorderen wordt een samenvattingskaart van de richtlijn gemaakt. Daarnaast heeft IKNL een toolbox ontwikkeld ter ondersteuning van de IKNL adviseurs netwerken c.q. professionals in het veld voor de implementatie van de richtlijn. De toolbox bevat:

  • Een overzicht van de aanbevelingen
  • De kernboodschappen (belangrijkste inhoudelijke boodschappen)
  • Een basis powerpoint presentatie voor IKNL adviseurs netwerken en werkgroepleden van deze richtlijn
  • Een implementatieplan voor deze richtlijn (incl. indicatoren voor evaluatie van de richtlijn). Dit plan bevat voor  de belangrijkste aanbevelingen uit de richtlijn een overzicht van belemmerende en bevorderende factoren voor de implementatie. Op basis hiervan beschrijft het plan de belangrijkste doelgroepen en (adviezen voor) concrete acties om implementatie te bevorderen.
  • Een training aan de IKNL adviseurs netwerken

Werkwijze

Aanleiding

De Landelijke Werkgroep Gastro-Intestinale Tumoren (LWGIT) heeft in 2010 besloten tot een revisie van de richtlijn carcinoïdtumoren van de tractus digestivus uit 2003. Aangezien een carcinoïdtumor een bepaald type neuro-endocriene tumor is, is de titel van de richtlijn gewijzigd in richtlijn neuro-endocriene tumoren (NET) van de tractus digestivus en de pancreas. Long-NET worden buiten beschouwing gelaten. Hooggradige neuro-endocriene tumoren (neuro-endocriene carcinomen, NEC) worden in een apart hoofdstuk besproken.

 

Werkwijze werkgroep

De richtlijn carcinoïdtumoren van de tractus digestivus (2003) was consensus based opgesteld. De huidige consensus based richtlijn neuro-endocriene tumoren (NET) is een totale revisie van deze richtlijn.

 

Om de herziening van de richtlijn mogelijk te maken is een landelijke richtlijnwerkgroep NET opgericht. Voorafgaand aan de eerste bijeenkomst is aan de werkgroepleden gevraagd welke knelpunten zij ervaren bij de diagnostiek, behandeling en begeleiding van patiënten met een NET. In november/december 2011 zijn deze knelpunten middels een SurveyMonkey-enquête voorgelegd aan professionals en patiënten, ter prioritering en mogelijk aanvulling. Op basis van deze inventarisatie zijn uitgangsvragen geformuleerd. Dit betreft een aantal problemen in de dagelijkse praktijk. De uitgangsvragen vormen de basis voor de verschillende hoofdstukken van deze richtlijn. De richtlijn beoogt dan ook niet een volledig leerboek te zijn.

 

Elke uitgangs(deel)vraag was toebedeeld aan een of meerdere werkgroepleden. De werkgroepleden raadpleegden en gebruikten de bij hen bekende literatuur. Er is geen systematisch literatuuronderzoek verricht door een methodologisch expert. Om de kwaliteit te waarborgen is ’quick and dirty’ gezocht naar artikelen over het onderwerp, gericht op meta-analyses, systematische reviews en randomized controlled trials (RCT’s) in het Engels. De werkgroepleden zijn door de literatuuronderzoeker vervolgens geattendeerd op artikelen die zij niet inbrachten.

 

Voor alle uitgangsvragen is uitgegaan van de richtlijnen van de European NeuroEndocrine Tumor Society (ENETS), gepubliceerd in 2011/2012 en de richtlijnen van de North American NeuroEndocrine Tumor Society (NANETS), uit 2010. De werkgroepleden hebben deze richtlijnen en de verder gevonden literatuur zelf samengevat. In twee hoofdstukken van de richtlijn (Diagnostiek algemeen en Herstel na kanker: nacontrole en nazorg) zijn op basis van de literatuurbepreking conclusies, overige overwegingen (context van de dagelijkse praktijk) en aanbevelingen geformuleerd. Deze aanbevelingen zijn het resultaat van de conclusie(s) uit de literatuur in combinatie met de overige overwegingen. Gezien de vele verschillende orgaansystemen waar NET voorkomen en het gebruik van de internationale richtlijnen is er door de werkgroep voor gekozen om in de overige hoofdstukken per orgaansysteem een richtlijntekst op te stellen in plaats van de standaard indeling die in andere richtlijnen wordt gebruikt (literatuurbespreking, conclusies, overige overwegingen en aanbevelingen).

 

De werkgroep heeft gedurende een periode van ongeveer 10 maanden gewerkt aan de tekst voor de conceptrichtlijn. De teksten zijn tijdens plenaire vergaderingen besproken en na verwerking van de commentaren geaccordeerd. De voltallige werkgroep is 6 maal bijeen geweest om de conceptrichtlijn op te stellen.

 

De afzonderlijke teksten zijn samengevoegd en op elkaar afgestemd tot één document: de conceptrichtlijn. Deze werd op 15 oktober 2012 ter commentaar aangeboden aan de relevante wetenschappelijke verenigingen en aan de regionale werkgroepen van IKNL. Na verwerking van het commentaar is de richtlijn door de voltallige werkgroep vastgesteld en op 16 juli 2013 ter autorisatie naar de relevante beroepsverenigingen gestuurd.

 

De leidraad voor de ontwikkeling van de richtlijnen voor oncologische en palliatieve zorg is het AGREE instrument. Dit instrument is gemaakt voor de beoordeling van bestaande, nieuwe en herziene richtlijnen.  Het AGREE Instrument beoordeelt zowel de kwaliteit van de verslaglegging als de kwaliteit van bepaalde aspecten van de aanbevelingen. Het beoordeelt de kans dat een richtlijn zijn gewenste doel zal behalen, maar niet de daadwerkelijke impact op patiëntuitkomsten.

 

Het AGREE Instrument is opgebouwd uit 23 items verdeeld over zes domeinen. Elk domein beslaat een aparte dimensie van kwaliteit van richtlijnen, namelijk:

  • Onderwerp en doel betreft het doel van de richtlijn de specifieke klinische vragen waarop de richtlijn een antwoord geeft en de patiëntenpopulatie waarop de richtlijn van toepassing is.
  • Betrokkenheid van belanghebbenden richt zich op de mate waarin de richtlijn de opvattingen van de beoogde gebruikers weerspiegelt.
  • Methodologie hangt samen met het proces waarin bewijsmateriaal is verzameld en samengesteld en met de gebruikte methoden om aanbevelingen op te stellen en te herzien.
  • Helderheid en presentatie gaat over het taalgebruik en de vorm van de richtlijn.
  • Toepassing houdt verband met de mogelijke organisatorische, gedragsmatige en financiële consequenties van het toepassen van de richtlijn.
  • Onafhankelijkheid van de opstellers betreft de onafhankelijkheid van de aanbevelingen en erkenning van mogelijke conflicterende belangen van leden van de werkgroep

Zoekverantwoording

Zoekacties zijn opvraagbaar. Neem hiervoor contact op met de Richtlijnendatabase.