Minimaal Invasieve Chirurgie (MIC)

Initiatief: NVOG Aantal modules: 24

Speciale patiëntengroep: Re-laparoscopie bij MIC

Uitgangsvraag

Welke entreetechniek en welke entreelocatie heeft de voorkeur bij re-laparoscopie bij volwassenen?

Aanbeveling

Wees je bewust van mogelijke adhesies na een eerdere laparoscopie.

 

Bij verdenking op adhesies en het willen toepassen van de gesloten entreetechniek:

  • Overweeg alternatieve entreelocatie zoals de gesloten entreetechniek via het punt van Palmer, of alternatieve technieken zoals de open entreetechniek of de onder-zicht techniek. Kies hiervan het alternatief waarmee ervaring is.

Overwegingen

Voor- en nadelen van de interventie en de kwaliteit van het bewijs

Er is weinig literatuur beschikbaar over het verschil in entreetechniek en locatie voor patiënten met een indicatie voor re-laparoscopie. Bij patiënten die eerder een laparoscopie hebben ondergaan zal een groot deel adhesies in de umilibicale regio hebben. Het is belangrijk dat de operateur zich hiervan bewust is. Men moet overwegen om een alternatieve locatie voor de gesloten entree te kiezen, zoals het punt van Palmer. Ook kan overwogen worden om een open entreetechniek of een onder-zicht techniek te kiezen, indien er ervaring is met deze technieken. Als alternatieve plaats van entree kan er gebruik gemaakt worden van de linker bovenkwadrant van het abdomen, waarbij het punt van Palmer (3 cm subcostaal in de midclaviculaire lijn) gebruikt kan worden. In dit kwadrant komen adhesies nauwelijks voor, tenzij er in dat gebied chirurgie is verricht of er sprake is van een splenomegalie.

 

Binnen de literatuur worden er veel alternatieve entreeplaatsen besproken, maar veel van deze alternatieven worden niet routinematig gebruikt waardoor er een hoog risico op complicaties kan ontstaan.

 

Waarden en voorkeuren van patiënten (en eventueel hun verzorgers)

Het minimaliseren van adhesies na een chirurgische ingreep is een belangrijke waarde voor de patiënt.

 

Kosten, aanvaardbaarheid, haalbaarheid en implementatie

De werkgroep voorziet geen bezwaar betreffende kosten, aanvaardbaarheid, haalbaarheid en implementatie.

Onderbouwing

De incidentie van complicaties bij laparoscopie is laag. Echter, inherent aan de toegepaste chirurgische techniek kunnen er complicaties optreden, zoals de entree-gerelateerde complicatie. Er zijn in hoofdlijnen drie verschillende entree technieken te onderscheiden: de open techniek, de gesloten techniek (directe trocarentree en Veressnaald insertie) en de steeds meer gebruikte hybride techniek. De gekozen techniek hangt af van de ervaring van de chirurg, de operatie-indicatie en eventuele voorgeschiedenis van de patiënt. De risico’s behorend bij elk van de technieken zijn onderzocht. In deze module worden de risico’s besproken en strategieën uiteengezet die kunnen worden gevolgd om entree-gerelateerde complicaties te voorkomen.

Wat zijn de voor- en nadelen van entree door het oude litteken versus een andere entreeplaats bij een re-laparoscopie?

-

GRADE

Het is onbekend wat de voor- en nadelen zijn van entree door het oude litteken versus een andere entreeplaats bij een re-laparoscopie.

 

Zeer laag

GRADE

Het is onduidelijk wat de verschillen zijn in complicaties tussen entreetechnieken bij een re-laparoscopie.

 

Bronnen: (Tinelli, 2011)

Wat zijn de voor- en nadelen van entree door het oude litteken versus een andere entreeplaats bij een re-laparoscopie?

Er zijn geen gerandomiseerde studies gevonden waarin men verschillende entreeplaatsen vergelijkt.

 

Zijn er verschillen in complicaties tussen entreetechnieken?

Tinelli (2011) deelde de studiepopulatie op in twee groepen waarbij in groep A (n= 86) gebruik gemaakt werd van een directe optische trocar insertie en in groep B (n=82) van de klassieke, Hasson’s, open laparoscopie. De centrale vraag in deze studie was of de directe optische trocar insertie een veiliger alternatief was voor vrouwen die een eerdere buikoperatie hadden ondergaan. In groep A was er sprake van een significant lager bloedverlies (7.6 ± 3.9) vergeleken met de OL (11.7 ± 5.3). Na afloop was er geen klinisch of statistisch significant verschil in vasculair letsel of visceraal letsel. De studie presenteerde geen informatie over mortaliteit, extraperitoneale insufflatie, CO2 lekkage, falen van toegang en lange termijn letsel/complicaties.

 

Bewijskracht van de literatuur

Zijn er verschillen in complicaties tussen entreetechnieken?

De bewijskracht voor de uitkomstmaten vasculair letsel en visceraal letsel is tot ‘Zeer laag’ verlaagd gezien beperkingen in de onderzoeksopzet (risk of bias); onvoldoende extrapoleerbaarheid (bias ten gevolge van indirectheid omdat de studie slechts informatie verschaft over directe optische trocar insertie versus de klassieke, Hasson’s, open laparoscopie ) en het zeer geringe aantal patiënten in slechts één studie (imprecisie).

Om de uitgangsvraag te kunnen beantwoorden is een systematische literatuuranalyse verricht naar de volgende zoekvraag:

“Wat is het effect van entree door het oude litteken versus een andere entreeplaats bij een re-laparoscopie op (ernstige) ongewenste voorvallen en complicaties?” en bijbehorende PICO:

 

P: volwassenen met een indicatie voor re-laparoscopie;

I: entreeplaats in het oude litteken;

C: andere entreeplaats, punt van Palmer;

O: mortaliteit, vasculair letsel, visceraal letsel (blaas- of darmletsel, solide organen), extraperitoneale insufflatie, CO2-lekkage, falen van toegang, lange termijn letsel/complicaties (zoals littekenbreuk, nerve entrapment syndrome, i.e. ACNES).

 

Secundair aan deze vraag wilde werkgroep de volgende vraag beantwoorden:

“Zijn er verschillen in complicaties tussen entreetechnieken?”

 

Relevante uitkomstmaten

De werkgroep definieerde niet a priori de genoemde uitkomstmaten, maar hanteerde de in de studies gebruikte definities.

 

Zoeken en selecteren (Methode)

In de databases Medline (via OVID) en Embase (via Embase.com) is op 20 mei 2019 met relevante zoektermen gezocht naar relevante systematische reviews (SR’s) en vergelijkende studies. Deze zoekactie leverde 522 potentiële SR’s en RCT’s op. Op 13 februari 2020 is de zoekactie aangevuld. Dit leverde nog 17 extra resultaten op. De werkgroep startte met het beoordelen van de potentiële SR’s en RCT’s. Na het lezen van de titels excludeerde de werkgroep 472 artikelen. Bij de zoekopbrengst van een andere uitgangsvraag vond men ook twee potentieel relevante artikelen en deze werden toegevoegd aan de zoekopbrengst. Men bekeek van 69 artikelen het abstract en beoordeelde eventueel de volledige tekst.

 

De werkgroep selecteerde in eerste instantie ook cohortonderzoek. Als er hoogwaardig prospectief cohortonderzoek zou zijn gevonden, zou(den) deze studie(s) zijn toegevoegd aan de literatuursamenvatting. In de zoekopbrengst potentiële SR’s en RCT’s vond men - als bijvangst - echter slechts twee prospectieve cohortstudies: Audebert (2000) en Rafii (2005). De studies beschreven echter de bevindingen van één operateur (Audebert, 2000) of één afdeling van instelling (Rafii, 2005). De werkgroep vond deze studies te summier om de rest van de zoekopbrengst ook door te nemen op relevante prospectieve studies. Details van de overige 67 artikelen zijn te vinden in de ‘Table of in- and excluded studies’.

 

De Cochrane review uit 2019 (Ahmad, 2019) kon de PICO beantwoorden en werd als uitgangspunt genomen (zoekdatum tot en met januari 2018). Er verschenen geen RCT’s na deze zoekdatum die de uitgangsvraag konden beantwoorden. Ahmad (2019) includeerde 57 RCTs, waarvan de meeste laag-risicopatiënten zonder laparoscopische voorgeschiedenis includeerden. Één RCT includeerde vrouwen die eerder een laparoscopie hadden ondergaan (Tinelli, 2011). De studie van Tinelli (2011) is in de literatuursamenvatting opgenomen.

  1. Tinelli A, Malvasi A, Guido M, et al. Laparoscopy entry in patients with previous abdominal and pelvic surgery. Surg Innov. 2011;18(3):201-205.

Study reference

Study characteristics

Patient characteristics

Intervention (I)

Comparison / control (C)

Follow-up

Outcome measures and effect size

Comments

Ahmad 2019 (Cochrane)

 

 

Direct vision versus open entry

SR and meta-analysis of RCTs

 

Literature search up to January 2018

B: Tinelli 2011

 

Study design: RCT

 

Setting and Country: NVT

 

Source of funding and conflicts of interest:

No

 

Inclusion criteria SR: RCT, that compared one entry technique with another. Men, women, children who were undergoing diagnostic, operative, or mixed laparoscopy, performed by gynaecologists or general surgeons. Type of intervention: Direct entry versus veress needle

 

Exclusion criteria SR:

 

Important patient characteristics at baseline:

 

Number of patients; characteristics important to the research question and/or for statistical adjustment (confounding in cohort studies); for example, age, sex, bmi, ...

 

N, mean age

A: 60

B: 168

C: 224

 

Groups comparable at baseline?

Yes

Describe intervention:

 

B: direct optical entry

(12 mm optical bladeless trocar, Endopath, Ehticon)

 

Describe control:

 

B: Hasson open

 

End-point of follow-up:

 

B: surgrey

 

 

For how many participants were no complete outcome data available?

(intervention/control)

B: 0/0

 

 

Primary outcomes

 

 

Outcome measure-1

Vascular Injury

 

Effect measure: RR, RD, mean difference (95% CI):

B: 0/86 versus 0/82, RR NE (the original article stated also 0/86 versus 3/82 jejunal small vessel or omental vessel injury, no intervention needed. Cochrane did not count these as major vascular injuries, in our agreement)

 

 

Outcome measure-2

Visceral Injury

 

Effect measure: RR, RD, mean difference (95% CI):

B: 0/86 versus 1/82 , RR 0.32 (0.01;7.70)

(the original article stated also 1/86 versus 6/82 light ecchymosed bowel loops, no intervention needed. Cochrane did not count these as visceral injuries, in our agreement)

 

Outcome measure 3- Solid organ injury

Effect measure: RR, RD, mean difference (95% CI):

B: NA

 

Outcome measure-4

Failed entry

 

Effect measure: RR, RD, mean difference (95% CI):

B: NA

 

Secondary outcomes

Outcome measure-5

Trocar site bleeding

 

Effect measure: RR, RD, mean difference (95% CI):

B: NA

Differences in event rates between Cochrane review and original articles are mentioned with the relevant outcome measure.

 

Risk Ratio (RR) originates from our own analysis using RevMan. Mantel-Haenszel, with random effect was used, while Cochrane used Peto Odds Ratio. Pooled effect is therefore different and will not be stated in this evidence table

 

Risk of bias table for intervention studies (randomized controlled trials)

Research question: Wat is het effect van entree door het oude litteken versus een andere entreeplaats bij een re-laparoscopie?

Study reference

 

 

 

 

(first author, publication year)

Describe method of randomisation

Bias due to inadequate concealment of allocation?

 

 

 

(unlikely/likely/unclear)

Bias due to inadequate blinding of participants to treatment allocation?

 

 

(unlikely/likely/unclear)

Bias due to inadequate blinding of care providers to treatment allocation?

 

(unlikely/likely/unclear)

Bias due to inadequate blinding of outcome assessors to treatment allocation?

 

(unlikely/likely/unclear)

Bias due to selective outcome reporting on basis of the results?

 

 

 

(unlikely/likely/unclear)

Bias due to loss to follow-up?

 

 

 

 

 

(unlikely/likely/unclear)

Bias due to violation of intention to treat analysis?

 

 

 

(unlikely/likely/unclear)

Tinelli, 2011

The method of randomisation was in parallel assignment, at a randomisation

 

ratio of 1:1.

Unclear

 

Allocation concealment techniques not mentioned in the text

Unclear

 

Blinding not mentioned in the text

Unclear

 

Blinding not mentioned in the text

Unclear

 

Blinding not mentioned in the text

Unlikely

 

No data conversion.

P- values not stated for each outcome. No omission of outcomes

and no subsets of data.

Unlikely

 

No exclusions or dropouts reported. No conversion between intervention

groups or to laparotomy.

Unlikely

 

Reden voor exclusie na het lezen van het volledige artikel.

Author

Year

Title

Aim of study

Comments

Included/Excluded

Ahmad

2019

Laparoscopic Entry Techniques

To evaluate the benefits and risks of different laparoscopic entry techniques in gynaecological and non‐gynaecological surgery.

Cochrane Review.

Many included studies excluded patients with previous abdominal surgery.

Inclusion

Ahmad

2008

Laparoscopic Entry Techniques

The objective of this study was to compare the different laparoscopic entry techniques in terms of their influence on intra-operative and post-operative complications

Cochrane Review.

Updated review (2019) available

 

Excluded

Ahmad

2012

Laparoscopic Entry Techniques

 

Cochrane Review.

Updated review (2019) available

Excluded

Ahmad

2008

Laparoscopic Entry Techniques

To evaluate the benefits and risks of different laparoscopic techniques in gynaecological and non-gynaecological surgery.

Cochrane Review.

Updated review (2019) available

 

Excluded

Ahmad

2015

 

To evaluate the benefits and risks of different laparoscopic entry techniques in gynaecological and non-gynaecological surgery

Cochrane Review.

Updated review (2019) available

 

Excluded

Alkatout

2017

Complications of Laparoscopy in Connection with Entry Techniques

To address the risks of laparoscopy as well as their correct and professional management

Overview article.

Excluded

Audebert

2000

Role of microlaparoscopy in the diagnosis of peritoneal and visceral adhesions and in the prevention of bowel injury associated with blind trocar insertion

To determine the frequency of peritoneal and visceral adhesions to the umbilical region according to past surgical history and to estimate the risk of bowel injury with blind insertion of the principal trocar-cannula.

Prospective, unicentric study by a single operator.

Excluded, prospective cohort study but not a RCT

Borzellino

1998

Detection of abdominal adhesions in laparoscopic surgery. A controlled study of 130 cases

The detection of abdominal adhesions.

A case study of 130 cases.

Unclear aim.

 

Doesn’t match the PICO

Excluded

Borsens

2001

Bowel injuries during gynaecological laparoscopy: A multinational survey

To use the experience of an international group of gynaecological laparoscopists to evaluate the prevalence, causes, sites, management and outcomes of bowel injury occurring during or as a result of laparoscopy

Doesn’t match the PICO

Excluded

Cadeddu

1999

Retroperitoneal access for transperitoneal laparoscopy in patients at high risk for intra-abdominal scarring

To describe our retroperitoneal access for transperitoneal laparoscopy and evaluate the success of the subsequent laparoscopic procedure.

Case series (N=8)

Excluded

Caprini

1995

The ultrasonic localization of abdominal wall adhesions

To evaluate the use of preoperative ultrasound mapping of abdominal wall adhesions, to provide safe initial laparoscopic access, and to guide the placement of subsequent trocars, facilitating adhesolysis when necessary.

Case series (N=30)

Doesn’t match the PICO.

 

Excluded

Carlson

2012

Cameraless peritoneal entry in abdominal laparoscopy

To describe a safe technique that does not rely on direct visualization of the abdominal layers. It could shorten the learning curve for surgeons and potentially be adopted by other physicians for a variety of nonsurgical indications for peritoneal entry

A prospective series of 99 consecutive patients who underwent upper-abdominal laparoscopic surgery performed by a single surgeon between January 2009 and June 2010 was reviewed. The method used to obtain peritoneal access was the fluid-based peritoneal entry indication technique (C-PET) with the EndoTIP trocar.

 

Doesn’t match the PICO

Excluded

Chapron

1999

Gastrointestinal injuries during gynaecological laparoscopy

To report on our experience of this type of complication in order to specify the circumstances under which they occur, the means for diagnosis, the risk factors and the means of prevention.

Fifty-six patients presenting 62 gastrointestinal injuries in the SFEG complications register were analysed.

Excluded

Chapron

1997

Major vascular injuries during gynecologic laparoscopy

This study was undertaken to report our experience with major vascular injuries in gynecologic laparoscopy in order to specify the circumstances under which they occurred, the means of diagnosis, the risk factors, and the means for prevention.

Retrospective case study

Excluded

Coblijn

2016

Trocar Port Hernias After Bariatric Surgery

To analyze the incidence, risk factors, and management of patients with trocar port hernias after laparoscopic bariatric surgery.

A retrospective analysis was performed in patients who underwent bariatric surgery between 2006 and 2013.

 

Doesn’t match the PICO

Excluded

Contarini

1996

Entry technique for laparoscopy

 

Letter of opinion

Excluded

Corcione

2007

Open Veress Assisted technique. Results in 2700 cases

To describe the risks of specific complications of the laparoscopic technique, caused by pneumoperitoneum and by insertion of the first trocar, although rare, are frequently reported in literature.

Retrospective case study (n=2700)

Excluded

Dunne

2011

Establishing pneumoperitoneum: Verres or Hasson?

The debate continues

To comprise a prospective review of 3126 laparoscopic cases from two upper gastrointestinal (GI) surgeons, whereby one surgeon preferred the Verres needle technique and the other surgeon the open technique, to ascertain whether the complication rate is higher with the Verres needle and so justify its decreased usage in the modern era.

Over a 6-year period, a prospective study was undertaken of 3126 patients who underwent laparoscopic surgery performed by two upper gastrointestinal surgeons. One surgeon preferred the Verres needle and the other an open technique. A database was created of all cases and complication rates of the different techniques ascertained.

 

No data was available for the subgroups. Doesn’t match the PICO

Excluded

Falahatkar

2009

Direct trocar insertion compared with open laparoscopy (Hasson technique) in patients undergoing urolaparoscopic surgery

The purpose of the study was to compare the ease of use, safety, and efficacy of direct trocar insertion (DTI) and open access (Hasson technique) in laparoscopic surgery. This is the first known report of DTI used in urolaparoscopy.

The study was a retrospective evaluation of patients referred for laparoscopic procedures between December, 2005 and June, 2008. A total of 148 patients were studied; 62 patients (41.9%) received DTI and 86 patients (58.1%) received open laparoscopy.

Excluded

Florio

2003

Periumbilical veress needle pneumoperitoneum: technique and results in 2,126 cases

To review the database containing records of all abdominal laparoscopic operations performed in our institution over the period from June 1991 to December 2001l; a total of 2,126 laparoscopic operations.

Doesn’t match the PICO.

Excluded

Frappell

2012

Laparoscopic entry after previous surgery

 

Background article

Excluded

 

Gersin

1998

Alternative site entry for laparoscopy in patients with previous abdominal surgery.

 

<2000, old study

Excluded

Gett

2004

A safe technique for the insertion of the Hasson cannula

To describe a technique of sequential clipping and elevation of abdominal wall layers, which permits safer Hasson cannulation at the umbilicus or at other sites on the abdomen even in the presence of underlying adhesions.

No results are presented in the article.

Excluded

Goldstein

2001

Lateral approach to laparoscopic cholecystectomy in the previously operated abdomen

To describe our experience in 32 consecutive patients with a history of extended midline laparotomy incisions who underwent a laparoscopic cholecystectomy and cholangiogram facilitated by a modified technique and position.

Retrospective case series

Excluded

Gözen

2014

A novel practical trocar placement technique for extraperitoneal laparoscopic and robotic-assisted laparoscopic radical prostatectomy in patients with lower midline abdominal incisions

To describe a novel practical technique for trocar placement in extraperitoneal laparoscopic radical prostatectomy (eLRP) and robotic-assisted laparoscopic radical prostatectomy (eRALP) in patients who had lower midline abdominal incisions.

Retrospective case series

Excluded

Hamade

2006

Closed Blunt-trocar 5 mm-port for Primary Cannulation in Laparoscopic Surgery: A Safe Technique

The aim of this study was to evaluate the safety and applicability of a direct blunt-port primary cannulation

The closed blunt trocar-port technique for primary cannulation of the peritoneal cavity was applied in 503 of 524 patients (96%) who underwent laparoscopic surgery between 2002 and 2005. Some 199 patients (38%) had abdominal scars of previous surgery.

 

No results are presented.

Excluded

Hasson

2000

Open laparoscopy: 29-year experience

To describe the safety and efficacy of open laparoscopy as a method of access to the abdominal cavity for laparoscopic surgery.

We reviewed retrospectively all cases of open laparoscopy we did between August 1970 and June 1999.

Doesn’t match the PICO.

Excluded

Hazim

2012

Impact of Previous Abdominal Surgery on Laparoscopic Cystectomy/Oophorectomy Results: A Comparative Clinical Study

We aim to evaluate the surgical outcome of laparoscopic ovarian cystectomy/oophorectomy in previous abdominal surger

This is a cross-sectional study with descriptive analysis of retrospective data collection from the electronic medical records of women with laparoscopic ovarian cystectomy/oophorectomy from January 2000 until Dec 2008. Results from patients with previous abdominal surgery were compared with those of women without prior abdominal surgery.

Excluded

Helgstrand

2011

Low risk of trocar site hernia repair 12 years after primary laparoscopic surgery.

The purpose of this study was to estimate the long-term risk of TSH repair.

All patients in Denmark who underwent a laparoscopic procedure in 1997 were identified using the Danish National Patient Register and followed during a 12-year period. Hospital records for patients with an incisional or umbilical hernia repair were tracked and manually analyzed for possible relationship between reoperation and the initial laparoscopy.

Doesn’t match the PICO.

Excluded

Hickey

2006

Safe and Novel Technique for Peritoneal Access in Urologic Laparoscopy without Prior Insufflation

We describe the results of our series using the EndoTIP port without prior capnoperitoneum.

Retrospective case series

Excluded

Hotson

2009

Port site hernias following robot-assisted laparoscopic prostatectomy

We describe two cases that developed port site hernias following RALP, within a single surgeon case series of over 500 cases.

Doesn’t match the PICO

Excluded

Hsu

2006

Visceral sliding technique is useful for detecting abdominal adhesion and preventing laparoscopic surgical complications

To introduce a non-invasive method preoperatively to prevent bowel injury by the Veres needle and trocar during laparoscopy

Doesn’t match the PICO (intervention: ultrasonographic visceral sliding evaluation)

Excluded

Huber

1984

Open laparoscopy. Commentary

 

Commentory

Excluded

Irani

2016

Patient Perceptions of Open, Laparoscopic, and Robotic Gynaecological Surgeries

To investigate patient knowledge and attitudes toward surgical approaches in gynecology.

Doesn’t match the PICO, but relevant for “patient perspective”?

Excluded

Jabir

2018

Attempting a Laparoscopic Approach in Patients Undergoing Left-Sided Colorectal Surgery Who Have Had a Previous Laparotomy: Is it Feasible?

To assess if laparoscopic colorectal resection is safe and feasible in patients with previous open abdominal surgery

Doesn’t match the PICO

Excluded

Jain

2016

Jain point: A new safe portal for laparoscopic entry in previous surgery cases

The present study was performed to assess the safety and feasibility of a new laparoscopic entry site in cases suspected of adhesions due to previous surgery.

It is a retrospective study undertaken at a tertiary care referral center for advanced gynaecological laparoscopic surgery from January 2011 to December 2014.

Excluded

Johnson

2016

Safety and Efficacy of Laparoscopic Access in a Surgical Training Program

Our study evaluated outcomes of laparoscopic access in a surgical residency program and identified variables associated with adverse outcomes

Following IRB approval, we reviewed prospectively collected data from consecutive laparoscopic surgeries from a single surgeon August 2008 to November 2011.

Doesn’t match the PICO.

Excluded

Kaali

1988

Direct insertion of the laparoscopic trocar after an earlier laparotomy.

 

Analysis of 1,670 consecutive laparoscopies utilizing direct insertion of the trocar were performed during a four-year period. Four hundred sixteen women had had previous abdominal surgery.

Old study (<2000)

Excluded

Kim

2011

Don't Fear Adhesions: Safe Approaches for Reoperative Minimally Invasive Surgery.

Previous abdominal scarring and adhesions present distinct challenges for surgeons performing minimally invasive surgery, and postsurgical adhesions are considered one of the main reasons for conversion from laparoscopy to laparotomy. In this review article, we present the influence of previous abdominal surgeries and pathogenesis of adhesion formation

Narrative review

Excluded

Shanau

2006

Use of transabdominal ultrasound to identify intraabdominal adhesions prior to laparoscopy: a prospective blinded study

The aim of the current study was to assess the accuracy of transabdominal ultrasound (TAU) in identifying intra-abdominal adhesions (IAA) prior to laparoscopy in patients with previous abdominal surgery.

Doesn’t match the PICO

Excluded

Kumakiri

2010

Incidence of complications during gynecologic laparoscopic surgery in patients after previous laparotomy

To estimate the incidence of complications arising during gynecologic laparoscopic surgery in patients who have undergone previous abdominal surgeries and to assess predictable factors associated with complications based on the characteristics of the previous laparotomy.

Retrospective study (Canadian Task Force classification II–2).

 

Doesn’t match the PICO

 

Excluded

Lajer

1997

Hernias in trocar ports following abdominal laparoscopy. A review

 

Doesn’t match the PICO

Excluded

Lal

2012

Safety of open technique for first-trocar placement in laparoscopic surgery: a series of 6,000 cases

The open technique for the placement of the first trocar in laparoscopic surgery has become the preferred method due to the reduced number of complications associated with it. In 2002 we reported our technique, which has been widely accepted at many centers, including all the units of our hospital. We now report on a series of 6,000 cases in which this technique was used.

Doesn’t match the PICO

 

 

Excluded

Lecuru

2001

Laparoscopy in patients with prior surgery: results of the blind approach

To compare the complication rate due to blind access laparoscopy between patients with or without a prior history of laparotomy.

We examined a prospective record of data on laparoscopic surgeries performed from 1992 to 1998. Only cases in which the Veress needle and the first trocar were inserted through the umbilicus were included in this study.

Doesn’t match the PICO

Excluded

Levrant

1997

Anterior abdominal wall adhesions after laparotomy or laparoscopy

To determine the frequency of postoperative adhesions to the anterior abdominal wall peritoneum that could affect safe placement of the initial laparoscopic umbilical cannula at subsequent procedures.

Doesn’t match the PICO

Excluded

Liot

2017

Evaluation of port site hernias, chronic pain and recurrence rates after laparoscopic ventral hernia repair: a monocentric long-term study

The aim of this study was to evaluate hernia appearance at the trocar site after laparoscopic treatment of primary or incisional ventral hernias using an intraperitoneal prosthetic mesh.

Doesn’t match the PICO

Excluded

Long

2008

Open laparoscopic access technique: review of 2010 patients

A retrospective review of all patients undergoing laparoscopy via open laparoscopic access over an 8-year period from January 1, 1998 to December 31, 2006 is presented.

Doesn’t match the PICO

Excluded

Marakis

2007

Major complications during laparoscopic cholecystectomy

To describe major complications over the past 12-year period in 1225 laparoscopic cholecystectomies.

Doesn’t match the PICO

Excluded

Marret

2002

Trocar injuries during laparoscopic gynaecological surgery. Report from the French Society of Gynaecological Laparoscopy

To review laparoscopic complications resulting from trocar insertions and to define their risk factors.

Doesn’t match the PICO

Excluded

Mayol

1997

Risks of the minimal access approach for laparoscopic surgery: multivariate analysis of morbidity related to umbilical trocar insertion

To determine the morbidity associated with trocar and needle insertion for laparoscopic surgery and to identify risk factors for complications.

Doesn’t match the PICO

Excluded

Miller

1993

Laparoscopic cholecystectomy for patients who have had previous abdominal surgery

To report 121 laparoscopic cholecystectomies in patients who had had previous abdominal surgery between June 1990 and August 1992.

Doesn’t match the PICO

Excluded

Munro

2002

Laparoscopic access: complications, technologies, and techniques

To review laparoscopic access systems, insertion techniques, and the risks of complications associated with their use.

Doesn’t match the PICO

Excluded

Pattaras

2002

Incidence of postoperative adhesion formation after transperitoneal genitourinary laparoscopic surgery

To evaluate adhesion formation after urologic laparoscopy, a multi-institutional review was conducted among adult patients who underwent a second procedure after an initial transperitoneal laparoscopic procedure

Doesn’t match the PICO

Excluded

Perone

1992

Laparoscopy using a simplified open technique. A review of 585 cases

To describe laparoscopy carried out using a simplified open method on 585 patients.

Old study (<2000)

Excluded

Rafii

2005

Previous abdominal surgery and closed entry for gynaecological laparoscopy: a prospective study

To assess the morbidity from closed laparoscopic access and define the role of previous surgery on the occurrence of these complications.

Prospectively recorded data on all laparoscopic procedures between January 2000 and January 2001. We compared results from patients without previous abdominal surgery (group I) with patients with prior abdominal surgery (group II).

Excluded, prospective cohort study but not a RCT

Romagnolo

2001

Small-bowel occlusion after operative laparoscopy: our experience and review of the literature

To retrospectively analyze our data in this field (bowel complications as a consequence of laparoscopic surgery)

We have retrospectively analyzed our data in this field

 

Doesn’t match the PICO

Excluded

Sangrasi

2011

A safe quick technique for placement of the first access port for creation of pneumoperitoneum

To eliminate some of the disadvantages of the open technique, an already proven safer technique.

Doesn’t match the PICO

Excluded

Sasmal

2009

Primary access-related complications in laparoscopic cholecystectomy via the closed technique: experience of a single surgical team over more than 15 years

To report the experience with the closed method.

Between January 1992 and December 2007, a retrospective study examined 15,260 cases of LC performed for symptomatic gallstone disease in the authors’ institution by a single team of surgeons

Excluded

Schafer

2001

Trocar and Veress needle injuries during laparoscopy

To investigate intraabdominal complications caused by trocars and Veress needles.

Doesn’t match the PICO

Excluded

Seifman

2003

Transperitoneal laparoscopy into the previously operated abdomen: Effect on operative time, length of stay and complications

We evaluated the effect of previous abdominal surgery on perioperative outcomes in

patients undergoing a renal/adrenal laparoscopic procedure via a transperitoneal approach.

Retrospective study

Excluded

Sepilian

2007

Prevalence of infraumbilical adhesions in women with previous laparoscopy

To evaluate the prevalence of intraabdominal adhesions to the umbilicus following gynecologic laparoscopy through an umbilical incision.

Retrospective study of all gynecologic laparoscopic procedures in a private practice setting.

Excluded

Shekarriz

2001

Radially expanding laparoscopic access for renal/adrenal surgery

To use a radially expanding system (Step) and a modified port location for intra-abdominal access

Retrospective study

Excluded

Strik

2015

Adhesiolysis in Patients Undergoing a Repeat Median Laparotom

The aim of this study was to identify preoperative risk factors for prolonged and difficult adhesiolysis in a repeat median laparotomy.

Doesn’t match the PICO

Excluded

Swank

2004

Reduction, regrowth, and de novo formation of abdominal adhesions after laparoscopic adhesiolysis: A prospective analysis

To reduce abdominal adhesions at second-look relaparoscopy after adhesiolysis in patients with chronic abdominal pain

Doesn’t match the PICO

Excluded

Swank

2011

Systematic review of trocar-site hernia

To establish the prevalence and risk factors for trocar-site hernia.

Doesn’t match the PICO

Excluded

Tariq

2016

Comparison of Direct Trocar Insertion with Other Techniques for Laparoscopy

To assess the safety of direct trocar insertion (DTI) before creating pneumoperitoneum in laparoscopic procedures.

Doesn’t match the PICO

Excluded

Tinelli

2011

Laparoscopy entry in patients with previous abdominal and pelvic surgery

 

RCT

Included

Van Goor

2007

Consequences and complications of peritoneal adhesions

To narratively review the literature on consequences and complications of postsurgical intra-abdominal adhesion formation not including small bowel obstruction and secondary infertility.

Doesn’t match the PICO

Excluded

Varma

2008

Laparoscopic entry techniques: clinical guideline, national survey, and medicolegal ramifications

To establish criteria for safe laparoscopic entry through a systematic literature search and evidence-based medicine appraisal, to determine surgeon preferences for laparoscopic entry in the United Kingdom, and to appraise the medicolegal ramifications of complications arising from laparoscopic entry.

Finding:

The vast majority of surgeons would use a closed umbilical laparoscopic entry for uncomplicated women and a Hasson or Palmer’s point entry for women with a previous midline laparotomy. However, there was inconsistency in the selection of entry technique for women with previous suprapubic laparotomy or obesity and for those who were extremely thin.

Excluded

Autorisatiedatum en geldigheid

Laatst beoordeeld  : 16-08-2021

Laatst geautoriseerd  : 16-08-2021

Frequentie van beoordeling op actualiteit: Eens per 5 jaar

 

Relevante factoren voor wijziging in aanbeveling: Geen factoren bekend

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie
Geautoriseerd door:
  • Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie
  • Nederlandse Vereniging voor Heelkunde
  • Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie
  • Nederlandse Vereniging voor Urologie
  • Nederlandse Vereniging voor Klinische Fysica
  • Patiëntenfederatie Nederland
  • Nederlandse Vereniging voor Endoscopische Chirurgie

Algemene gegevens

De ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule werd ondersteund door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten en werd gefinancierd uit de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS). Patiënten participatie bij deze richtlijn werd medegefinancierd uit de Stichting Kwaliteitsgelden Patiënten Consumenten (SKPC) binnen het programma KIDZ.

 

De financier heeft geen enkele invloed gehad op de inhoud van de richtlijnmodule.

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is in 2018 een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van alle relevante specialismen die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten die een laparoscopie ondergaan.

 

Werkgroep

  • Prof. dr. F.W. (Frank Willem) Jansen, gynaecoloog, Leids Universitair Medisch Centrum, Leiden, NVOG (voorzitter)
  • Drs. F.H.M.P. (Fokkedien) Tummers, arts-onderzoeker gynaecologie, Leids Universitair Medisch Centrum, Leiden, NVOG
  • Drs. T.A. (Tammo) Brouwer, anesthesioloog, Zorggroep Noorderbreedte, Leeuwarden, NVA
  • Dr. S.F.P.J. (Sjors) Coppus, gynaecoloog, Máxima MC, Eindhoven, NVOG
  • Dr. A. (Ahmet) Demirkiran, gastro-intestinaal & bariatrisch chirurg, Rode Kruis Ziekenhuis, Beverwijk, NVVH
  • Dr. W.A. (Werner) Draaisma, chirurg, Jeroen Bosch Ziekenhuis, ’s-Hertogenbosch, NVEC
  • Dr. B.W. (Brunolf) Lagerveld, uroloog, OLVG, Amsterdam, NVU
  • Ir. E.S. (Esther) van Schrojenstein Lantman, klinisch fysicus, Albert Schweitzer ziekenhuis, Dordrecht, NVKF
  • Drs. K. (Klaartje) Spijkers, senior adviseur patiëntenbelang, Patiëntenfederatie Nederland, Utrecht

 

Met ondersteuning van

  • Dr. M. (Marleen) van Son, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (vanaf september 2020)
  • Dr. L. (Laura) Viester, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (vanaf september 2020)
  • Dr. J. (Julitta) Boschman, senior adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (vanaf juli 2019 tot september 2020)
  • Dr. R. (Roy) Elbers, senior adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (tot juni 2019)
  • Dr. E. (Elvira) den Breejen, senior adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (tot juni 2019)

Belangenverklaringen

De Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling is gevolgd. Alle werkgroepleden hebben schriftelijk verklaard of zij in de laatste drie jaar directe financiële belangen (betrekking bij een commercieel bedrijf, persoonlijke financiële belangen, onderzoeksfinanciering) of indirecte belangen (persoonlijke relaties, reputatiemanagement) hebben gehad. Gedurende de ontwikkeling of herziening van een module worden wijzigingen in belangen aan de voorzitter doorgegeven. De belangenverklaring wordt opnieuw bevestigd tijdens de commentaarfase.

 

Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten.

 

Werkgroeplid

Functie

Nevenfuncties

Gemelde belangen

Ondernomen actie

Brouwer

Anesthesioloog - werkzaam te Medisch Centrum Leeuwarden (MC) (#werkgever)

-

Geen

Geen

Coppus

Gynaecoloog Maxima Medisch Centrum Eindhoven/Veldhoven

Bestuurslid Werkgroep Gynaecologische Endoscopie (onbetaald)
Lid INTRA group (onkostenvergoeding)

Geen

Geen

Demirkiran

Gastro-intestinaal en bariatrisch chirurg.
Als zelfstandige werkzaam bij de Coöperatie Medisch Specialisten lJmond

Geen

Geen

Geen

Draaisma

Chirurg Jeroen Bosch Ziekenhuis

Geen

Geen

Geen

Jansen

Gynaecoloog LUMC

Professor in Gynaecology and Minimally Invasive Surgery Leiden University

Professor in Gynaecology and Minimally Invasive Surgery TU Delft

Geen

Geen

Lagerveld

Uroloog OLVG Amsterdam

Geen

Geen

Geen

Schrojenstein - Lantman

Klinisch Fysicus in het Albert Schweitzer Ziekenhuis (ASZ) (0,9 fte)
(plaatsvervangend opleider klinische fysica en opleider klinisch informaticus)
Stralingsbeschermingsdeskundige en Klinisch Fysicus Beatrix ziekenhuis (0,1 fte, via ASZ)

Geen

Geen

Geen

Spijkers

Senior adviseur patiëntenbelang

Voorzitter Stichting Samen voor Duchenne
Lid Community Advisory Board for Duchenne

Geen

Geen

Tummers

ANIOS Gynaecologie & Verloskunde, Groene Hart Ziekenhuis Gouda

Onderzoeker LUMC, afdeling Gynaecologie, betaald

Geen

Geen

Inbreng patiëntenperspectief

Er werd aandacht besteed aan het patiëntenperspectief door participatie van een afgevaardigde van Patiëntenfederatie Nederland in de werkgroep. Deze afgevaardigde heeft de werkgroep van input voorzien bij het opstellen van de uitgangsvragen, de keuze voor de uitkomstmaten en bij het opstellen van de overwegingen. De conceptrichtlijn is tevens voor commentaar voorgelegd aan Patiëntenfederatie Nederland en de eventueel aangeleverde commentaren zijn bekeken en verwerkt.

Methode ontwikkeling

Evidence based

Werkwijze

AGREE

Deze richtlijnmodule is opgesteld conform de eisen vermeld in het rapport Medisch Specialistische Richtlijnen 2.0 van de adviescommissie Richtlijnen van de Raad Kwaliteit. Dit rapport is gebaseerd op het AGREE II instrument (Appraisal of Guidelines for Research & Evaluation II; Brouwers, 2010).

 

Knelpuntenanalyse en uitgangsvragen

Tijdens de voorbereidende fase inventariseerden de werkgroep schriftelijk de knelpunten in de zorg voor patiënten met een indicatie voor een laparoscopie. De werkgroep beoordeelde de aanbeveling(en) uit de eerdere richtlijn Minimaal Invasieve Chirurgie (NVOG, 2011) op noodzaak tot revisie. Tevens zijn er knelpunten aangedragen door onder andere de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd, Lareb, het Nederlands Huisartsen Genootschap, de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde, de Nederlandse Vereniging voor Klinische Fysica en de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie. De ingebrachte knelpunten inclusief reactie van de werkgroep is opgenomen in de bijlagen.

 

Op basis van de uitkomsten van de knelpuntenanalyse zijn door de werkgroep concept-uitgangsvragen opgesteld en definitief vastgesteld.

 

Uitkomstmaten

Na het opstellen van de zoekvraag behorende bij de uitgangsvraag inventariseerde de werkgroep welke uitkomstmaten voor de patiënt relevant zijn, waarbij zowel naar gewenste als ongewenste effecten werd gekeken. Hierbij hanteerde de werkgroep een maximum van acht uitkomstmaten. De werkgroep waardeerde deze uitkomstmaten volgens hun relatieve belang bij de besluitvorming rondom aanbevelingen, als cruciaal (kritiek voor de besluitvorming), belangrijk (maar niet cruciaal) en onbelangrijk. Tevens definieerde de werkgroep tenminste voor de cruciale uitkomstmaten welke verschillen zij klinisch (patiënt) relevant vonden.

 

Methode literatuursamenvatting

Een uitgebreide beschrijving van de strategie voor zoeken en selecteren van literatuur en de beoordeling van de risk-of-bias van de individuele studies is te vinden onder ‘Zoeken en selecteren’ onder Onderbouwing. De beoordeling van de kracht van het wetenschappelijke bewijs wordt hieronder toegelicht.

 

Beoordelen van de kracht van het wetenschappelijke bewijs

De kracht van het wetenschappelijke bewijs werd bepaald volgens de GRADE-methode. GRADE staat voor ‘Grading Recommendations Assessment, Development and Evaluation’ (zie http://www.gradeworkinggroup.org/). De basisprincipes van de GRADE-methodiek zijn: het benoemen en prioriteren van de klinisch (patiënt) relevante uitkomstmaten, een systematische review per uitkomstmaat, en een beoordeling van de bewijskracht per uitkomstmaat op basis van de acht GRADE-domeinen (domeinen voor downgraden: risk of bias, inconsistentie, indirectheid, imprecisie, en publicatiebias; domeinen voor upgraden: dosis-effect relatie, groot effect, en residuele plausibele confounding).

 

GRADE onderscheidt vier gradaties voor de kwaliteit van het wetenschappelijk bewijs: hoog, redelijk, laag en zeer laag. Deze gradaties verwijzen naar de mate van zekerheid die er bestaat over de literatuurconclusie, in het bijzonder de mate van zekerheid dat de literatuurconclusie de aanbeveling adequaat ondersteunt (Schünemann, 2013; Hultcrantz, 2017).

 

GRADE

Definitie

Hoog

  • er is hoge zekerheid dat het ware effect van behandeling dicht bij het geschatte effect van behandeling ligt;
  • het is zeer onwaarschijnlijk dat de literatuurconclusie klinisch relevant verandert wanneer er resultaten van nieuw grootschalig onderzoek aan de literatuuranalyse worden toegevoegd.

Redelijk

  • er is redelijke zekerheid dat het ware effect van behandeling dicht bij het geschatte effect van behandeling ligt;
  • het is mogelijk dat de conclusie klinisch relevant verandert wanneer er resultaten van nieuw grootschalig onderzoek aan de literatuuranalyse worden toegevoegd.

Laag

  • er is lage zekerheid dat het ware effect van behandeling dicht bij het geschatte effect van behandeling ligt;
  • er is een reële kans dat de conclusie klinisch relevant verandert wanneer er resultaten van nieuw grootschalig onderzoek aan de literatuuranalyse worden toegevoegd.

Zeer laag

  • er is zeer lage zekerheid dat het ware effect van behandeling dicht bij het geschatte effect van behandeling ligt;
  • de literatuurconclusie is zeer onzeker.

 

Bij het beoordelen (graderen) van de kracht van het wetenschappelijk bewijs in richtlijnen volgens de GRADE-methodiek spelen grenzen voor klinische besluitvorming een belangrijke rol (Hultcrantz, 2017). Dit zijn de grenzen die bij overschrijding aanleiding zouden geven tot een aanpassing van de aanbeveling. Om de grenzen voor klinische besluitvorming te bepalen moeten alle relevante uitkomstmaten en overwegingen worden meegewogen. De grenzen voor klinische besluitvorming zijn daarmee niet één op één vergelijkbaar met het minimaal klinisch relevant verschil (Minimal Clinically Important Difference, MCID). Met name in situaties waarin een interventie geen belangrijke nadelen heeft en de kosten relatief laag zijn, kan de grens voor klinische besluitvorming met betrekking tot de effectiviteit van de interventie bij een lagere waarde (dichter bij het nuleffect) liggen dan de MCID (Hultcrantz, 2017).

 

Overwegingen (van bewijs naar aanbeveling)

Om te komen tot een aanbeveling zijn naast (de kwaliteit van) het wetenschappelijke bewijs ook andere aspecten belangrijk en worden meegewogen, zoals aanvullende argumenten uit bijvoorbeeld de biomechanica of fysiologie, waarden en voorkeuren van patiënten, kosten (middelenbeslag), aanvaardbaarheid, haalbaarheid en implementatie. Deze aspecten zijn systematisch vermeld en beoordeeld (gewogen) onder het kopje ‘Overwegingen’ en kunnen (mede) gebaseerd zijn op expert opinion. Hierbij is gebruik gemaakt van een gestructureerd format gebaseerd op het evidence-to-decision framework van de internationale GRADE Working Group (Alonso-Coello, 2016a; Alonso-Coello, 2016b). Dit evidence-to-decision framework is een integraal onderdeel van de GRADE-methodiek.

 

Formuleren van aanbevelingen

De aanbevelingen geven antwoord op de uitgangsvraag en zijn gebaseerd op het beschikbare wetenschappelijke bewijs en de belangrijkste overwegingen, en een weging van de gunstige en ongunstige effecten van de relevante interventies. De kracht van het wetenschappelijk bewijs en het gewicht dat door de werkgroep wordt toegekend aan de overwegingen, bepalen samen de sterkte van de aanbeveling. Conform de GRADE-methodiek sluit een lage bewijskracht van conclusies in de systematische literatuuranalyse een sterke aanbeveling niet a priori uit, en zijn bij een hoge bewijskracht ook zwakke aanbevelingen mogelijk (Agoritsas, 2017; Neumann, 2016). De sterkte van de aanbeveling wordt altijd bepaald door weging van alle relevante argumenten tezamen. De werkgroep heeft bij elke aanbeveling opgenomen hoe zij tot de richting en sterkte van de aanbeveling zijn gekomen.

 

In de GRADE-methodiek wordt onderscheid gemaakt tussen sterke en zwakke (of conditionele) aanbevelingen. De sterkte van een aanbeveling verwijst naar de mate van zekerheid dat de voordelen van de interventie opwegen tegen de nadelen (of vice versa), gezien over het hele spectrum van patiënten waarvoor de aanbeveling is bedoeld. De sterkte van een aanbeveling heeft duidelijke implicaties voor patiënten, behandelaars en beleidsmakers (zie onderstaande tabel). Een aanbeveling is geen dictaat, zelfs een sterke aanbeveling gebaseerd op bewijs van hoge kwaliteit (GRADE gradering HOOG) zal niet altijd van toepassing zijn, onder alle mogelijke omstandigheden en voor elke individuele patiënt.

 

Implicaties van sterke en zwakke aanbevelingen voor verschillende richtlijngebruikers

 

Sterke aanbeveling

Zwakke (conditionele) aanbeveling

Voor patiënten

De meeste patiënten zouden de aanbevolen interventie of aanpak kiezen en slechts een klein aantal niet.

Een aanzienlijk deel van de patiënten zouden de aanbevolen interventie of aanpak kiezen, maar veel patiënten ook niet.

Voor behandelaars

De meeste patiënten zouden de aanbevolen interventie of aanpak moeten ontvangen.

Er zijn meerdere geschikte interventies of aanpakken. De patiënt moet worden ondersteund bij de keuze voor de interventie of aanpak die het beste aansluit bij zijn of haar waarden en voorkeuren.

Voor beleidsmakers

De aanbevolen interventie of aanpak kan worden gezien als standaardbeleid.

Beleidsbepaling vereist uitvoerige discussie met betrokkenheid van veel stakeholders. Er is een grotere kans op lokale beleidsverschillen.

 

Organisatie van zorg

In de knelpuntenanalyse en bij de ontwikkeling van de richtlijnmodule is expliciet aandacht geweest voor de organisatie van zorg: alle aspecten die randvoorwaardelijk zijn voor het verlenen van zorg (zoals coördinatie, communicatie, (financiële) middelen, mankracht en infrastructuur). Randvoorwaarden die relevant zijn voor het beantwoorden van deze specifieke uitgangsvraag zijn genoemd bij de overwegingen. Meer algemene, overkoepelende, of bijkomende aspecten van de organisatie van zorg worden behandeld in de module Organisatie van zorg.

 

Commentaar- en autorisatiefase

De conceptrichtlijnmodule werd aan de betrokken (wetenschappelijke) verenigingen en (patiënt) organisaties voorgelegd ter commentaar. De commentaren werden verzameld en besproken met de werkgroep. Naar aanleiding van de commentaren werd de conceptrichtlijnmodule aangepast en definitief vastgesteld door de werkgroep. De definitieve richtlijnmodule werd aan de deelnemende (wetenschappelijke) verenigingen en (patiënt) organisaties voorgelegd voor autorisatie en door hen geautoriseerd dan wel geaccordeerd.

 

Literatuur

Agoritsas T, Merglen A, Heen AF, Kristiansen A, Neumann I, Brito JP, Brignardello-Petersen R, Alexander PE, Rind DM, Vandvik PO, Guyatt GH. UpToDate adherence to GRADE criteria for strong recommendations: an analytical survey. BMJ Open. 2017 Nov 16;7(11):e018593. doi: 10.1136/bmjopen-2017-018593. PubMed PMID: 29150475; PubMed Central PMCID: PMC5701989.

 

Alonso-Coello P, Schünemann HJ, Moberg J, Brignardello-Petersen R, Akl EA, Davoli M, Treweek S, Mustafa RA, Rada G, Rosenbaum S, Morelli A, Guyatt GH, Oxman AD; GRADE Working Group. GRADE Evidence to Decision (EtD) frameworks: a systematic and transparent approach to making well informed healthcare choices. 1: Introduction. BMJ. 2016 Jun 28;353:i2016. doi: 10.1136/bmj.i2016. PubMed PMID: 27353417.

 

Alonso-Coello P, Oxman AD, Moberg J, Brignardello-Petersen R, Akl EA, Davoli M, Treweek S, Mustafa RA, Vandvik PO, Meerpohl J, Guyatt GH, Schünemann HJ; GRADE Working Group. GRADE Evidence to Decision (EtD) frameworks: a systematic and transparent approach to making well informed healthcare choices. 2: Clinical practice guidelines. BMJ. 2016 Jun 30;353:i2089. doi: 10.1136/bmj.i2089. PubMed PMID: 27365494.

 

Brouwers MC, Kho ME, Browman GP, Burgers JS, Cluzeau F, Feder G, Fervers B, Graham ID, Grimshaw J, Hanna SE, Littlejohns P, Makarski J, Zitzelsberger L; AGREE Next Steps Consortium. AGREE II: advancing guideline development, reporting and evaluation in health care. CMAJ. 2010 Dec 14;182(18):E839-42. doi: 10.1503/cmaj.090449. Epub 2010 Jul 5. Review. PubMed PMID: 20603348; PubMed Central PMCID: PMC3001530.

 

Hultcrantz M, Rind D, Akl EA, Treweek S, Mustafa RA, Iorio A, Alper BS, Meerpohl JJ, Murad MH, Ansari MT, Katikireddi SV, Östlund P, Tranæus S, Christensen R, Gartlehner G, Brozek J, Izcovich A, Schünemann H, Guyatt G. The GRADE Working Group clarifies the construct of certainty of evidence. J Clin Epidemiol. 2017 Jul;87:4-13. doi: 10.1016/j.jclinepi.2017.05.006. Epub 2017 May 18. PubMed PMID: 28529184; PubMed Central PMCID: PMC6542664.

 

Medisch Specialistische Richtlijnen 2.0 (2012). Adviescommissie Richtlijnen van de Raad Kwalitieit. https://richtlijnendatabase.nl/over_deze_site/richtlijnontwikkeling.html

 

Neumann I, Santesso N, Akl EA, Rind DM, Vandvik PO, Alonso-Coello P, Agoritsas T, Mustafa RA, Alexander PE, Schünemann H, Guyatt GH. A guide for health professionals to interpret and use recommendations in guidelines developed with the GRADE approach. J Clin Epidemiol. 2016 Apr;72:45-55. doi: 10.1016/j.jclinepi.2015.11.017. Epub 2016 Jan 6. Review. PubMed PMID: 26772609.

 

Schünemann H, Brożek J, Guyatt G, et al. GRADE handbook for grading quality of evidence and strength of recommendations. Updated October 2013. The GRADE Working Group, 2013. Available from http://gdt.guidelinedevelopment.org/central_prod/_design/client/handbook/handbook.html.

 

Schünemann HJ, Oxman AD, Brozek J, Glasziou P, Jaeschke R, Vist GE, Williams JW Jr, Kunz R, Craig J, Montori VM, Bossuyt P, Guyatt GH; GRADE Working Group. Grading quality of evidence and strength of recommendations for diagnostic tests and strategies. BMJ. 2008 May 17;336(7653):1106-10. doi: 10.1136/bmj.39500.677199.AE. Erratum in: BMJ. 2008 May 24;336(7654). doi: 10.1136/bmj.a139.

 

Schünemann, A Holger J (corrected to Schünemann, Holger J). PubMed PMID: 18483053; PubMed Central PMCID: PMC2386626.

 

Wessels M, Hielkema L, van der Weijden T. How to identify existing literature on patients' knowledge, views, and values: the development of a validated search filter. J Med Libr Assoc. 2016 Oct;104(4):320-324. PubMed PMID: 27822157; PubMed Central PMCID: PMC5079497.

Zoekverantwoording

Zoekacties zijn opvraagbaar. Neem hiervoor contact op met de Richtlijnendatabase.

Volgende:
Trocarbeleid