Waar gaat deze richtlijn over?

Deze richtlijn richt zich op wat volgens de huidige maatstaven de beste zorg is voor overlevers van hodgkinlymfoom, die een verhoogd risico op miltschade hebben als gevolg van de behandeling. In de richtlijn komen de volgende onderwerpen aan de orde:

    • Het risico op infecties bij 5-jaarsoverlevers van hodgkinlymfoom met miltschade.
    • De methoden om het risico op infecties bij 5-jaarsoverlevers van hodgkinlymfoom met miltschade te verlagen.

 

Voor wie is deze richtlijn bedoeld?

Deze richtlijn is bestemd voor alle zorgverleners die betrokken zijn bij de (na)zorg voor overlevers van hodgkinlymfoom.

 

Voor patiënten

Hodgkinlymfoom is vorm van lymfklierkanker. Het is een zeldzame aandoening. Elk jaar komen er in Nederland ongeveer 400 nieuwe patiënten bij. Door de verbeterde behandelmogelijkheden genezen steeds meer mensen van hodgkinlymfoom. Deze behandelingen kunnen echter door hun schadelijke bijwerkingen op de lange termijn (maanden tot jaren later) gezondheidsproblemen veroorzaken. Dit worden ook wel de late effecten van de behandeling genoemd. Zo kunnen bestraling en chemotherapie voor hodgkinlymfoom onder andere schade aan de milt veroorzaken. In het verleden werd de milt soms operatief verwijderd bij hodgkinlymfoom (splenectomie). Overlevers van hodgkinlymfoom zonder milt, of met een verminderde werking van de milt, hebben een verhoogd risico op ernstig verlopende infecties.

 

Meer informatie over hodgkinlymfoom en de late effecten is te vinden bij aanverwante informatie:

http://www.beternahodgkin.nl/

http://www.hematon.nl/

 

Hoe is de richtlijn tot stand gekomen?

Het initiatief voor deze richtlijn is afkomstig van de Nederlandse Vereniging voor Radiotherapie en Oncologie (NVRO). De richtlijn is opgesteld door een multidisciplinaire commissie met vertegenwoordigers vanuit de radiotherapeuten-oncologen en internisten-hematologen. Er werd aandacht besteed aan het patiëntenperspectief door de inbreng van afgevaardigden van de patiëntenorganisatie Stichting Hematon.

 

Autorisatiedatum en geldigheid

Laatst beoordeeld : 28-04-2016

Laatst geautoriseerd : 28-04-2016

Uiterlijk in 2017 bepaalt het bestuur van de Nederlandse Vereniging voor Radiotherapie en Oncologie (NVRO) of deze richtlijn of module nog actueel is. Zo nodig wordt een nieuwe werkgroep geïnstalleerd om de richtlijn te herzien. De geldigheid van de richtlijn komt eerder te vervallen indien nieuwe ontwikkelingen aanleiding zijn een herzieningstraject te starten.

De NVRO is als houder van deze richtlijn(module) de eerstverantwoordelijke voor de actualiteit van deze richtlijn. De andere aan deze richtlijn deelnemende wetenschappelijk verenigingen of gebruikers van de richtlijn delen de verantwoordelijkheid en informeren de eerstverantwoordelijke over relevante ontwikkelingen binnen hun vakgebied.

Initiatief en autorisatie

Initiatief : Nederlandse Vereniging voor Radiotherapie en Oncologie

Algemene gegevens

Deze richtlijn werd ontwikkeld in het kader van het BETER-project (Beter na Hodgkin: Evaluatie van de langeTermijnEffecten van chemo- en Radiotherapie). De richtlijnontwikkeling werd gefinancierd met een subsidie van KWF-Alpe d’HuZes (projectnummer NKI 2011-5270).

Doel en doelgroep

Het doel van de BETER-richtlijnen is het ondersteunen van hoogkwalitatieve en uniforme langetermijn-nazorg voor overlevers van hodgkinlymfoom. De richtlijnen gaan over relevante late effecten waarvan bekend is dat zij relatief vaak optreden na behandeling voor hodgkinlymfoom.

Samenstelling werkgroep

Voor elk van de BETER-richtlijnen is in 2011 een multidisciplinaire werkgroep opgericht, bestaande uit leden van het BETER-consortium en waar nodig aangevuld met externe experts. Elke werkgroep had twee voorzitters en werd ondersteund door één van de BETER-projectcoördinatoren voor het uitwerken van de richtlijnen en de wetenschappelijke onderbouwing. Voor de BETER-richtlijn Splenectomie en miltschade na hodgkinlymfoom bestond de werkgroep uit:

  • Dr. G.W. van Imhoff, internist-hematoloog, UMCG, Groningen
  • Dr. F. Ong, radiotherapeut-oncoloog, Medisch Spectrum Twente, Enschede
  • Dr. O.W.M. Meijer, radiotherapeut-oncoloog, VUmc, Amsterdam
  • Prof. dr. E.M. Noordijk, radiotherapeut-oncoloog, LUMC, Leiden
  • Dr. M.B. van ’t Veer, internist-hematoloog en coördinator BETER-project, Antoni van Leeuwenhoek, Amsterdam               

Belangenverklaringen

De werkgroepleden hebben schriftelijk verklaard of ze in de laatste vijf jaar een (financieel ondersteunde) betrekking onderhielden met commerciële bedrijven, organisaties of instellingen die in verband staan met het onderwerp van de richtlijn. Tevens is navraag gedaan naar persoonlijke financiële belangen, belangen door persoonlijke relaties, belangen d.m.v. reputatiemanagement, belangen vanwege extern gefinancierd onderzoek, en belangen door kennisvalorisatie. De belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van Medisch Specialisten (KiMS), een overzicht vindt u hieronder:

 

Naam werkgroeplid

Belangen

Toelichting

Dr. G.W. van Imhoff

1) Lid (oud-voorzitter) HOVON lymfoom werkgroep

2) Lid EORTC hodgkinlymfoom werkgroep

1-2: Onbetaald

 

Dr. F. Ong

Geen

 

Dr. O.W.M. Meijer

Geen

 

Prof. dr. E.M. Noordijk

1) Lid Raad van Toezicht ZRTI

2) Lid Raad van Beroep voor de Examens, Universiteit Leiden

3) Lid redactie website “Oncotherapie” (onderdeel Care4Cure)

1-3: Betaald

Dr. M.B. van ’t Veer

Geen

 

Inbreng patiëntenperspectief

Er werd aandacht besteed aan het patiëntenperspectief door de inbreng van afgevaardigden van patiëntenorganisatie Stichting Hematon tijdens de commentaar- en autorisatiefase van de BETER-richtlijnen.

Methode ontwikkeling

Evidence based

Implementatie

De BETER-richtlijnen worden gratis beschikbaar gesteld via de landelijke richtlijnendatabase van KiMS en IKNL. De huidige versie van de richtlijnen is bedoeld voor zorgverleners. Een versie voor de overlevers van hodgkinlymfoom zelf en een Engelstalige versie voor zorgverleners worden in 2015 ontwikkeld. De implementatie van de richtlijnen zal verder bevorderd worden door het gebruik van een persoonlijk nazorgplan op de BETER-poliklinieken en het aanbieden van een applicatie waarmee zorgverleners kunnen bepalen voor welke nazorg de hodgkinlymfoom-overlevers in aanmerking komen. Daarnaast zullen er publicaties aangeboden worden in Nederlandse en internationale medische tijdschriften, om de kennis van zorgverleners over het BETER-project en deze richtlijnen te vergroten. Ook zullen de richtlijnen worden besproken tijdens vergaderingen en congressen. Het vergroten van deze kennis leidt niet alleen tot een betere toepassing van de richtlijnen op de BETER-poliklinieken, maar ook tot een beter bewustzijn bij zorgverleners over het verwijzen van hun patiënten naar deze nazorgpoliklinieken.

Werkwijze

Voor het ontwikkelen van alle BETER-richtlijnen is gebruik gemaakt van de Richtlijn voor Richtlijnen van de Regieraad Kwaliteit van Zorg 2012.

In 2010-2011 is door de richtlijnwerkgroepen binnen het BETER-consortium een samenvatting gemaakt met de belangrijkste aanbevelingen voor alle BETER-richtlijnen. In 2012-2014 is de wetenschappelijke onderbouwing uitgewerkt door de projectcoördinatoren en voorzitters van de werkgroepen. De verschillende versies van deze richtlijnen zijn per e-mail rondgestuurd en in landelijke vergaderingen van het BETER-consortium besproken. De richtlijnen zijn in 2013-2014 geaccordeerd door het BETER-consortium. De richtlijnen zijn in 2014 overgenomen door de Nederlandse Vereniging voor Radiotherapie en Oncologie en in 2014-2015 ter accordering naar de betreffende wetenschappelijke en beroepsverenigingen gestuurd.

Zoekverantwoording

Voor de beantwoording van de uitgangsvraag hebben wij gezocht naar systematische reviews, boeken over de late effecten van hodgkinlymfoom, en naar Nederlandse en internationale richtlijnen over de desbetreffende aandoeningen. Daarnaast zijn artikelen gebruikt uit over de desbetreffende aandoeningen die getraceerd zijn via Pubmed in februari-maart 2013. Hierbij is literatuur met publicatiedatum vanaf 1990 geïncludeerd, tenzij er te weinig artikelen werden gevonden of juist te veel. De volgende zoektermen werden gebruikt:

  • Splenectomy Hodgkin
  • Radiotherapy spleen Hodgkin
  • Radiotherapy spleen function
  • Immunosuppression Hodgkin

 

Op basis van de titel, abstract en volledige tekst is beoordeeld of het artikel voldeed aan de gestelde PICO-criteria (zie uitgangsvragen). Indien dit het geval was, is het artikel door één van de projectcoördinatoren (dr. M. van ’t Veer) gescoord. De definitieve conclusies zijn hier op gebaseerd en voorzien van een evidence-niveau (1-3 of gebrek aan bewijs).

 

Voor het indelen van de methodologische kwaliteit van individuele studies en de niveaus van de conclusies is gebruik gemaakt van de door het CBO ontwikkelde Evidence-based richtlijnontwikkeling-methodiek.