Medisch specialistische revalidatie bij oncologie

Initiatief: VRA Aantal modules: 27

Medisch specialistische revalidatie bij oncologie - Tijdens curatieve behandeling

Aanbeveling

Uitgangsvraag
Wat is de effectiviteit van revalidatie(-interventies) tijdens de in opzet curatieve behandeling van kanker op kwaliteit van leven, rolfunctioneren, fysieke conditie, volhouden van medische behandeling en vermoeidheid?

Aanbevelingen
Overweeg om bij alle patiënten tijdens de in opzet curatieve behandeling van kanker leefstijladvies te geven en hierbij het belang van fysieke activiteit te benadrukken.

Overweeg om ter beperking van vermoeidheid tijdens de in opzet curatieve behandeling van kanker fysieke training onder supervisie aan te bieden.

Overweeg om ter voorkoming van chronische vermoeidheid cognitieve gedragstherapie als psychosociale interventie aan te bieden tijdens de in opzet curatieve behandeling aan patiënten die al bij diagnose kanker vermoeidheidsklachten ervaren.

Er is meer onderzoek nodig naar de effectiviteit van interdisciplinaire en multimodale revalidatie interventies tijdens de in opzet curatieve behandeling

Overwegingen

Inleiding
Medisch specialistische revalidatie bij oncologie dient volgens de aanbevelingen van het Zorginstituut onderdeel te zijn van het totale zorgtraject diagnose-behandeling-nazorg. Per fase en per patiënt moet worden bepaald welke de meest aangewezen interventie is. Literatuuronderzoek is verricht om een uitspraak te kunnen doen over welke interventie de meest aangewezen is voor een patiënt tijdens de in opzet curatieve behandeling van kanker. Allereerst om vast te stellen wat de effectiviteit is van medisch specialistische revalidatie in algemene zin in deze fase van het ziektetraject, en daarnaast om inzicht te krijgen in de effectiviteit van interventies (zoals beweeginterventies, voedingsinterventies en psychologische/psychosociale interventies) die als onderdeel van medisch specialistische revalidatie kunnen worden toegepast. De uitkomstmaten waarvoor literatuur gezocht is omvatten kwaliteit van leven, rolfunctioneren, fysieke conditie, het volhouden van de medische behandeling en vermoeidheid.

Over de effectiviteit van interdisciplinaire medisch specialistische revalidatie tijdens de in opzet curatieve behandeling kunnen op basis van de voor deze richtlijn geselecteerde literatuur geen uitspraken worden gedaan.
De resultaten van interdisciplinaire medische specialistische revalidatie zoals die in studies bij andere doelgroepen zijn gevonden (bijvoorbeeld in hart- of longrevalidatie), kunnen niet worden gegeneraliseerd naar de specifieke doelgroep waar deze richtlijn zich op richt. Het gaat in deze richtlijnmodule immers om interdisciplinaire medisch specialistische revalidatie tijdens actieve oncologische behandeling, waarbij de bijwerkingen van de oncologische behandeling bovendien klachten veroorzaken of verergeren.

Als gevolg van het gebrek aan studies naar interdisciplinaire medisch specialistische revalidatie, zoals bedoeld in deze richtlijn, zijn de aanbevelingen gebaseerd op indirect bewijs. Hierbij is gekeken naar de effectiviteit van verschillende typen (uni- en multimodale) interventies, die als onderdeel van een medisch specialistische revalidatie tijdens de in opzet curatieve behandeling voor kanker zouden kunnen worden aangeboden, voor zover deze in de geïncludeerde studies zijn beschreven. Voor veel van deze interventies geldt dat kwaliteit van bewijs als laag tot zeer laag wordt geclassificeerd. Dit is voor een groot deel te wijten aan methodologische tekortkomingen die moeilijk tot onmogelijk zijn op te heffen in studies met gedragsmatige interventies, zoals bijvoorbeeld een gebrek aan blindering van de patiënten en/of van de aanbieders van de interventie.

Er werd slechts één studie gevonden die een multimodale interventie onderzocht, dit was bovendien een zeer specifieke interventie dat gericht was op gewichtscontrole en het aantal participanten was laag (n=40) [Djuric 2011]. Vanwege het lage niveau van bewijs, op basis van één enkele studie, kunnen geen uitspraken worden gedaan over de effectiviteit van multimodale medisch specialistische revalidatie tijdens de in opzet curatieve behandeling.

De resultaten van studies naar beweeginterventies en psychosociale interventies zijn grotendeels consistent, hetgeen in de volgende paragraaf wordt uitgelegd. Dit versterkt het vertrouwen in de validiteit van de gevonden effecten, ondanks de methodologische tekortkomingen van de studies. Bovendien is in een aantal gevallen sprake van biologische plausibiliteit van het gevonden effect (bijvoorbeeld lichaamsbeweging en fysieke fitheid, voedingsstatus en diverse gezondheidstoestanden), van eerder aangetoonde dosis-respons relaties (bewegen voor de uitkomsten fysieke fitheid en kwaliteit van leven) en reversibiliteit (bewegen voor de uitkomsten fysieke fitheid en kwaliteit van leven), hetgeen een causale relatie tussen interventie en uitkomst ondersteunt.

Balans tussen gewenste en ongewenste effecten

Beweeginterventies
Beweeginterventies tijdens behandeling voor kanker resulteren over het algemeen in verbeteringen in algehele kwaliteit van leven (kritieke uitkomstmaat). De effecten van de interventies in de geïncludeerde studies zijn voor het grootste deel echter klein tot gematigd, en maar ten dele klinisch relevant. Bovendien zijn de verschillen in kwaliteit van leven in de geïncludeerde studies alleen op de korte termijn aanwezig en niet meer na 6 maanden.
Hierbij moet worden opgemerkt dat de meeste beweeginterventies tijdens de behandeling van kanker in studies sterk gericht zijn op behoud van fysieke functies (capacity) en niet op de uitvoering van specifieke vaardigheden en handelingen die deelnemers nodig hebben bij hun gebruikelijke activiteiten (performance). Hoewel in de praktijk bij revalidatie juist sterk de nadruk op het laatste ligt (zie ook ‘zorg op maat’). De meeste meetinstrumenten voor kwaliteit van leven hebben bovendien een generiek karakter, waardoor ze minder gevoelig zijn voor de specifieke effecten die met beweeginterventies beoogd worden.
Beweeginterventies hebben nauwelijks negatieve bijeffecten, afgezien van het kostenaspect (zowel voor de patiënt als voor de maatschappij) en de tijdsinvestering (voor de patiënt). Gezien de voordelen van lichaamsbewegingen op andere (al dan niet voor deze richtlijn relevante) specifieke uitkomstmaten, en op de algehele gezondheid, zullen de voordelen van beweeginterventies in de meeste gevallen de nadelen overtreffen.
Er werden met de huidige inclusiecriteria geen studies gevonden die het volhouden van de medische behandeling evalueerden. Alleen Courneya voerde een secundaire analyse van een RCT uit en vond dat patiënten met borstkanker die een trainingsinterventie volgden een grotere relatieve dosisintensiteit bereikten van de adjuvante chemotherapie dan patiënten die deze trainingsinterventie niet volgden (19).
Op basis van de geincludeerde literatuur kunnen er weinig aanbevelingen gedaan worden ten aanzien van de vorm en inhoud van de training, bij gebrek aan directe vergelijkingen. Alleen in de review van Velthuis worden de resultaten van een indirecte vergelijking gepresenteerd tussen gesuperviseerde versus home-based interventies en tussen aerobe- en krachttraining, op vermoeidheid. Geobserveerd werd dat aerobe training onder supervisie een groter effect op vermoeidheid had dan krachttraining onder supervisie en home-based training zonder directe supervisie (7).
De American College of Sports Medicine concludeert in de “American College of Sports Medicine Roundtable on Exercise Guidelines for Cancer Survivors” uit 2010 dat fysieke training veilig kan worden toegepast bij patienten met kanker in alle fasen van de behandeling (20). Daarbij kan in de meeste gevallen de richtlijnen voor lichamelijke activiteit van de algemene bevolking kunnen worden aangehouden. Deze richtlijnen bevatten zowel aerobe als krachttraining. Op basis van tumor- en behandeling specifieke kenmerken kunnen er echter aandachtspunten zijn die een aanpassing van het trainingsvoorschrift noodzakelijk maken. De werkgroep is van mening dat een trainingsvoorschrift in het kader van interdisciplinaire medisch specialistische revalidatie zo nauw mogelijk moet aansluiten bij de specifieke, individuele doelen die voor een deelnemer aan een medisch specialistische revalidatiebehandeling bij oncologie zijn gesteld, en bij diens capaciteiten en voorkeuren.

Psychosociale interventies
Psychosociale interventies zijn niet-farmacologische interventies waarbij sprake is van een interpersoonlijke relatie tussen een patiënt of groep patiënten en een of meer getrainde (meestal professionele) hulpverleners. Het psychosociaal aspect omvat interventies die beschreven worden als psychologisch, psychotherapeutisch, psycho-educatief of psychosociaal (4).

In vergelijking met studies naar beweeginterventies, is de kwaliteit van het beschikbare bewijs voor psychosociale interventies iets beter. De gevonden effecten van psychosociale interventies op algehele gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven zijn echter kleiner, en vaak niet statistisch significant in individuele studies (wel in meta-analyses). Bij het interpreteren van de resultaten van studies naar psychosociale interventies moet worden meegewogen dat in veel gevallen de interventie niet wordt toegewezen bij een aanwezige hulpvraag, maar aan alle patiënten in de trial. Dat betekent dat een deel van de patiënten die een psychosociale interventie onderging deze niet nodig had en dat een deel van de controle-patiënten, ook zonder interventie, een goede uitkomst had. Hierdoor wordt het effect mogelijk onderschat. In een systematisch review naar psychosociale interventies voor vermoeidheid (21) kwam naar voren dat psychosociale interventies vooral veelbelovend bleken als deze specifiek waren ontworpen voor het verminderen van vermoeidheid tijdens de behandeling (zoals op vermoeidheid gerichte psycho-educatie of copingtechnieken). Vermoeidheid bestaat al bij een deel van de patiënten met kanker voor het starten van de behandeling. Het bestaan van ernstige vermoeidheid een jaar na afronden van een behandeling wordt voor een groot deel verklaard door al aanwezige ernstige vermoeidheid bij aanvang van de therapie. Daarnaast wordt een belangrijk deel van de chronische vermoeidheidsklachten na kanker verklaard door cognitief gedragsmatige componenten zoals verstoord slaap-waakritme en catastroferen (22). Een cognitief gedragsmatige aanpak is daarom mogelijk vooral effectief bij patiënten die al bij diagnose kampen met ernstige vermoeidheid.

Voedingsinterventies.
Op basis van de geïncludeerde studies naar een voedingsinterventie kunnen geen algemeen geldende uitspraken worden gedaan over het effect van voedingsinterventies tijdens behandeling op kwaliteit van leven. Het staat echter niet ter discussie dat een achteruitgang in voedingstoestand tijdens de behandeling vanuit medisch oogpunt zo veel mogelijk moet worden voorkomen. Het actief screenen op verslechterende voedingstoestand en dieetadvies op maat moet daarom, ongeacht de bevindingen van de voor deze richtlijn uitgevoerde literatuursearch, worden aanbevolen. Hiervoor wordt verwezen naar de richtlijn Algemene voedings- en dieetbehandeling (zie richtlijn Algemene voedings- en dieetbehandeling).

Zorg op maat
Revalidatie interventies zoals die in wetenschappelijk onderzoek worden geëvalueerd zijn binnen een studie doorgaans uniform; elke patiënt krijgt eenzelfde interventie aangeboden. Deze ‘one size fits all’ benadering is niet conform de praktijk, waarbij zowel de keuze voor interventies als de precieze inhoud van deze interventies zou moeten worden afgestemd op de specifieke zorgbehoefte van individuele patiënten. Hierbij moet ook rekening gehouden worden met ‘patiënt-typologie’, zoals bijvoorbeeld op basis van coping-strategie, informatiebehoefte en gedragscontrole.

Patiënten perspectief
Uit de praktijk blijkt een diversiteit in de attitude van patiënten ten opzichte van het volgen van revalidatie interventies tijdens de behandeling.
Argumenten voor deelname aan revalidatie interventies zijn onder meer:

  • de wens om zelf iets positiefs bij te dragen aan de behandeling,
  • hoop om zich beter te gaan voelen,
  • de wens tot lotgenoten contact.
  • Argumenten tegen deelname aan interdisciplinaire medisch specialistische revalidatie interventies zijn onder andere:
  • een gebrek aan tijd of ervaren draagkracht om al tijdens de revalidatie actief deel te nemen
  • lange reistijd naar revalidatie instelling,
  • kosten voor vervoer naar revalidatie instelling,
  • bijdrage kosten revalidatie,
  • geen ruimte in medisch behandelprogramma,
  • geen medewerking werkgever door tijd ter beschikking te stellen.

Ook moet worden opgemerkt dat patiënten het moeilijk kunnen vinden een goede inschatting te maken van hun eigen informatiebehoefte op het gebied van het handhaven of oppakken van een gezonde leefstijl (bij gebrek aan kennis over de beschikbare informatie) en van hun zelfmanagementvaardigheden. Er ligt een professionele verantwoordelijkheid bij de zorgverleners in de gezondheidszorg om de patiënt hierbij te ondersteunen.

Professioneel perspectief
Hoewel in Nederland, voor zover de werkgroep bekend, hier geen onderzoek naar is gedaan bestaat de indruk dat er een grote diversiteit bestaat in attitude van specialisten, verpleegkundigen, (gespecialiseerd) verpleegkundig specialisten, physician assistants, en huisartsen voor het verwijzen van patiënten naar interdisicpliniare medisch specialistische revalidatie interventies tijdens de behandeling. Aanbieders van interdisicpliniare medisch specialistische revalidatie zijn doorgaans positief, maar waarschijnlijk verminderd objectief.

Middelenbeslag
Op basis van het huidige beschikbare bewijs kunnen geen uitspraken worden gedaan over kosteneffectiviteit van medisch specialistische revalidatie tijdens de behandeling van kanker, zoals bedoeld in deze richtlijn.

Bij deze richtlijn is een kostentool beschikbaar waarmee de totale kosten van een modulair medisch specialistisch interdisciplinaire revalidatie kunnen worden berekend. In alle gevallen is dit bedrag laag in verhouding tot de overige kosten die samengaan met de behandeling voor kanker.

Organisatie van zorg
Het lijkt erop dat de beschikbaarheid van zorgverleners, zowel voor monodisciplinaire interventies als voor interdisciplinaire medisch specialistische revalidatie op dit moment niet de beperkende factor is voor de toegankelijkheid van (revalidatie)zorg. Het is echter niet altijd duidelijk waar welke hulp verkrijgbaar is en ook niet wat de kwaliteit van het aanbod is. Er zijn momenteel een aantal projecten in ontwikkeling of gereed die gericht zijn op het centraal verzamelen van het beschikbare aanbod, waaronder de Verwijsgids kanker.

Maatschappelijk perspectief
Medisch specialistische revalidatie wordt vergoed uit de basisverzekering, dit geldt voor mensen met kanker. Monodisciplinaire interventies worden ten tijde van het verschijnen van de richtlijn niet of slechts ten dele vergoed en veelal alleen vanuit aanvullende zorgpolissen. Dit kan voor patiënten met een lage sociaal economische status een barrière zijn om deel te nemen aan monodisciplinaire interventies. In het slechtste geval kan het een onwenselijke prikkel zijn om patiënten te includeren in interdisciplinaire medisch specialistische revalidatie.

Kennishiaten
De effectiviteit van interdisciplinaire medische specialistische revalidatie bij oncologie tijdens de in opzet curatieve behandeling op de geselecteerde uitkomstmaten is vooralsnog onbekend. Er is onderzoek geweest die deze benadering vergelijkt met monodisciplinaire interventies.
Verder onderzoek zal ook de body of evidence voor uni- of multimodale ondersteunende interventies tijdens de in opzet curatieve behandeling verder moeten verbreden.
Aanvullende onderzoeksprioriteiten betreffen daarbij:

  • de optimale timing en duur van revalidatie en interventies in het kader van revalidatie
  • de optimale dosering en vorm van interventies.
  • inzicht krijgen in de selectie van patiënten voor wie monodisciplinaire of multidisciplinaire interventies effect zal hebben

Het effect van medisch specialistische revalidatie en van monodisciplinaire interventies die in het kader van herstel bij kanker kunnen worden ingezet, op het volhouden van de medische behandeling dient verder te worden onderzocht in gerandomiseerd onderzoek.

Er zijn gerandomiseerde studies nodig naar het effect op overleving van medisch specialistische revalidatie en van monodisciplinaire interventies die in het kader van herstel bij kanker kunnen worden ingezet. 

Onderbouwing

Interdisciplinaire medisch specialistische revalidatie interventies tijdens de in opzet curatieve behandeling
Er zijn geen studies gevonden die interdisciplinaire medisch specialistische revalidatie interventies tijdens de in opzet curatieve behandeling van kanker hebben onderzocht.


Multimodale interventies[1]* tijdens de in opzet curatieve behandeling
Er is bewijs van zeer lage kwaliteit ten aanzien van de effecten van een multimodale interventie gericht op voorkoming van gewichtstoename (bestaand uit voedingsadviezen en aanmoediging van 30 minuten fysieke activiteit per dag) tijdens de in opzet curatieve behandeling van kanker. Een effect op kwaliteit van leven is niet aangetoond.

Het effect van multimodale interventies tijdens de in opzet curatieve behandeling van kanker op rolfunctioneren werd niet bestudeerd in de geïncludeerde gerandomiseerde studie.

Het effect van multimodale interventies tijdens de in opzet curatieve behandeling van kanker op fysieke conditie werd niet bestudeerd in de geïncludeerde gerandomiseerde studie.

Het effect van multimodale interventies tijdens de in opzet curatieve behandeling van kanker op het volhouden van medische behandeling werd niet bestudeerd in de geïncludeerde gerandomiseerde studie.

Het effect van multimodale interventies tijdens de in opzet curatieve behandeling van kanker op vermoeidheid werd niet bestudeerd in de geïncludeerde gerandomiseerde studie.


Fysieke interventies tijdens de in opzet curatieve behandeling van kanker
Er is bewijs van zeer lage kwaliteit dat fysieke interventies tijdens de in opzet curatieve behandeling van kanker een positief effect hebben op kwaliteit van leven.

Er is bewijs van zeer lage kwaliteit ten aanzien van de effecten van fysieke interventies op rolfunctioneren tijdens de in opzet curatieve behandeling van kanker. Een effect op rolfunctioneren is alleen aangetoond als de follow up meting binnen 12 weken na baseline plaats heeft gevonden.

Er is bewijs van zeer lage tot lage kwaliteit dat fysieke interventies tijdens de in opzet curatieve behandeling van kanker een positief effect hebben op fysieke conditie (cardiorespiratoire fitheid, spierkracht van de bovenste en onderste extremiteiten).

Het effect van fysieke interventies tijdens de in opzet curatieve behandeling van kanker op het volhouden van de medische behandeling werd niet bestudeerd in de geïncludeerde studies.

Er is bewijs van zeer lage tot lage kwaliteit dat fysieke interventies tijdens de in opzet curatieve behandeling van kanker een positief effect hebben op vermoeidheid.


Psychosociale interventies tijdens de in opzet curatieve behandeling van kanker
Er is bewijs van lage kwaliteit wat betreft de effecten van een door een getrainde zorgverlener individueel gegeven psychosociale interventies tijdens de in opzet curatieve behandeling van kanker. In algemene zin is een effect op kwaliteit van leven niet aangetoond. Wanneer kwaliteit van leven is gemeten met kanker specifieke vragenlijsten wordt dit effect wel aangetoond.

Er is bewijs van lage kwaliteit dat door een getrainde zorgverlener individueel gegeven psychosociale interventies tijdens de in opzet curatieve behandeling van kanker geen aantoonbaar effect hebben op rolfunctioneren.

Het effect van door een getrainde zorgverlener individueel gegeven psychosociale interventies tijdens de in opzet curatieve behandeling van kanker op fysieke conditie werd niet bestudeerd in de geïncludeerde studies.

Het effect van door een getrainde zorgverlener individueel gegeven psychosociale interventies tijdens de in opzet curatieve behandeling van kanker op het volhouden van medische behandeling werd niet bestudeerd in de geïncludeerde studies.

Er is bewijs van zeer lage kwaliteit dat een psychologische interventie (cognitieve gedragstherapie) tijdens de in opzet curatieve behandeling van kanker een positief effect heeft op vermoeidheid.

De algehele kwaliteit van bewijs voor multimodale interventies tijdens in opzet curatieve behandeling van kanker is zeer laag.

De algehele kwaliteit van bewijs voor fysieke interventies tijdens de in opzet curatieve behandeling van kanker is zeer laag.

De algehele kwaliteit van bewijs voor psychosociale interventies tijdens de in opzet curatieve behandeling van kanker is zeer laag.





 

[1] Een multimodale interventie is een interventie die zich richt op twee modaliteiten (in dit geval voeding en beweging), maar die niet persé door meerdere disciplines wordt aangeboden en dus niet per definitie interdisciplinair is. In deze studie werd de totale interventie gegeven door een dietist.

Samenvatting Literatuur
In de literatuur is zowel gezocht naar studies over interdisciplinaire/multimodale revalidatie interventies als studies naar interventies die als onderdeel van interdisciplinaire medisch specialistische revalidatie bij oncologie zouden kunnen worden toegepast (zie aanverwant voor de zoekverantwoording en evidencetabellen).

Beschrijving van studies
Het effect van interventies die als onderdeel van interdisciplinaire medisch specialistische revalidatie zouden kunnen worden toegepast tijdens de in opzet curatieve behandeling van kanker werd geëvalueerd in zeven systematische reviews (1) (2) (3) (4) (5) (6) (7). Cramp 2012 (3) is een update van Cramp (2) 2008. In de beschrijving is om die reden alleen Cramp 2012 meegenomen. Drie van deze reviews waren Cochrane reviews, namelijk Mishra (5), Cramp (3) en Galway (4).
In vijf van de zes systematische reviews werden de effecten van fysieke training tijdens de behandeling van kanker beschreven (1) (3) (5) (6) (7). In drie daarvan werden de effecten van fysieke training op kwaliteit van leven beschreven  (1) (5) (6), in twee op rolfunctioneren (5) (6) en in één op fysieke conditie (6). In alle vijf werd het effect op vermoeidheid onderzocht (1) (3) (5) (6) (7). Van deze vijf systematische reviews, includeerden er drie alle typen kanker in hun review, zij richtten zich niet op één specifieke doelgroep, zoals bijvoorbeeld patiënten met borstkanker (3) (5) (7)

Twee reviews waren gericht op specifieke doelgroepen, respectievelijk patiënten met borstkanker en patiënten met hematologische kanker behandeld met een stamceltransplantatie (1) (6). De meest volledige review was van Mishra (5). Zij includeerden in totaal 36 (19 relevant voor de huidige uitgangsvraag) studies naar de effecten van fysieke training tijdens de behandeling van kanker op een groot aantal uitkomstmaten, allen gepubliceerd in 2011 of later (5).
In de zesde en laatste systematische review werden de effecten van door een getrainde zorgverlener (zoals een verpleegkundige, psycholoog, maatschappelijk werker, counselor, medicus) individueel gegeven (face-to-face en/of telefonisch) psychosociale interventies op kwaliteit van leven beschreven (4). Er werden 30 gerandomiseerde studies met in totaal 5155 deelnemers geïncludeerd (waarvan 9 relevant voor de uitgangsvraag, 1249 deelnemers) (4).

Als er geen systematische reviews te vinden waren voor een geselecteerde uitkomstmaat of als aanvulling op de beschreven literatuur in de beschikbare systematische reviews, zijn aanvullend gerandomiseerde studies met meer dan 100 geïncludeerde deelnemers (indien van toepassing: gepubliceerd na de gehanteerde zoekdatum in de systematische reviews) gezocht. Voor multimodale interventies zijn studies met minder dan 100 deelnemers geïncludeerd, omdat het effect van een multimodale interventie niet beschreven bleek in een van de systematische reviews of gerandomiseerde studies met meer dan 100 deelnemers.
Deze aanvullende zoektocht leverde in totaal zeven extra gerandomiseerde studies op.Eén studie naar de effecten van een multimodale interventies (8), drie studies naar de effecten van fysieke training (9) (10) (11), één studie naar een voedingsinterventie (12) en twee studies naar de effecten van psychosociale interventies (13) (14).

Kwaliteit van het bewijs
Vijf van de beschreven reviews zijn van goede kwaliteit (3) (4) (5) (6) (7). Over het algemeen hadden de geïncludeerde studies in de reviews een hoog risico op bias doordat het vrijwel onmogelijk is deelnemers voor de interventies te blinderen. Daarnaast was er veel heterogeniteit tussen de studies door de diverse interventies en gehanteerde uitkomstmaten en onduidelijke allocation concealment. (‘Concealment of allocation’ refereert aan het blinderen van de toewijzing van patiënten aan de verschillende onderzoeksgroepen in een RCT). Dit betekent dat degene die de patiënten at random toewijst aan een groep niet kan voorspellen hoe deze toewijzing zal uitvallen, zodat aselecte toewijzing wordt gewaarborgd.

De zeven gerandomiseerde studies hadden hoog risico op bias (13) (9) (8) (10) (14) (12) (15). Het hoge risico op bias werd ook hier veroorzaakt door de onmogelijkheid om deelnemers voor de interventies te blinderen. Op de objectieve uitkomstmaten heeft bias die veroorzaakt wordt door het ontbreken van blindering van de deelnemers minder invloed. De beoordelaars van de uitkomstmaten zijn niet altijd geblindeerd voor interventie van patiënten. Ook hier was soms sprake van een onduidelijke allocation concealment.

Het gevonden niveau van bewijs moet geplaatst worden in de juiste context. De hantering van de GRADE-systematiek voor het beoordelen van evidence maakt dat de kwaliteit van studies naar het effect van (bij revalidatie inzetbare) fysieke en psychosociale interventies snel als laag of zeer laag wordt gekwalificeerd. Dit komt omdat blindering bij dit soort studies niet volledig mogelijk is. Een hoge kwaliteit van bewijs is op basis van dat criterium nu en in de toekomst dan ook niet te verwachten, ook niet wanneer aan alle andere methodologische eisen is voldaan.

Ook moet opgemerkt worden dat veelal erg gemotiveerde mensen meedoen aan onderzoek naar de effecten van fysieke training. Ook mensen die gerandomiseerd zijn in de controlegroep blijken vaak zelf erg fysiek actief (16) (17). Dat brengt met zich mee dat er in dit type studies vaak sprake is van een selecte groep die niet representatief is voor alle patiënten die voor kanker in behandeling zijn (en dus in de praktijk voor revalidatie in aanmerking zouden komen) en dat er de mogelijkheid tot onderschatting van het effect bestaat. Juist de minder gemotiveerde mensen zouden het meeste voordeel kunnen hebben bij revalidatie interventies.

Interdisciplinaire medisch specialistische revalidatie interventies tijdens de in opzet curatieve behandeling
Er zijn geen studies gevonden die interdisciplinaire revalidatie interventies tijdens de in opzet curatieve behandeling van kanker hebben onderzocht.

Multimodale interventies tijdens de in opzet curatieve behandeling
Er is 1 studie gevonden naar het effect van een multimodale interventie tijdens de behandeling met chemotherapie (8). De interventie was een interventie gericht op gewichtscontrole, bestaand uit een counselingsplan op basis van motivational interviewing technieken met in totaal 19 telefonische consulten met een diëtiste in de periode van een jaar, gecombineerd met de aanbeveling om thuis minimaal 30 minuten per dag matig intensieve lichamelijke activiteit te ondernemen. De controle groep kreeg brochures met oefeningen en diëten, beide zelf hulp interventies die ook vrij beschikbaar zijn via internet. Hoewel de interventie multimodaal was in de zin dat twee verschillende aspecten van gedrag werden aangegrepen (voeding en bewegen), werd de interventie niet door meerdere disciplines uitgevoerd.

Kwaliteit van leven (cruciale uitkomstmaat)
Djuric (8) voerde bovenstaande gerandomiseerde pilot studie (n=40) uit en bestudeerde de effecten van de multimodale interventie op kwaliteit van leven. Bij baseline, na 6 en na 12 maanden werden vragenlijsten ingevuld voor o.a. kwaliteit van leven en lichamelijke activiteit. De kwaliteit van leven (FACT B) is voor en na de interventie gemeten: in de groep met een telefonisch consult gemiddeld 104 (±SD 3) op baseline en gemiddeld 116 (±SD5) na 12 maanden en in de controle groep gemiddeld 108 (±SD3) op baseline en gemiddeld 116 (±SD4) na 12 maanden. De auteurs doen geen uitspraak over de eventuele verschillen tussen de groepen. P-waardes worden niet vermeld in het artikel.

Rolfunctioneren (cruciale uitkomstmaat)
De geïncludeerde gerandomiseerde studie rapporteerde niet over het effect van de gegeven multimodale interventie op rolfunctioneren.

Fysieke conditie (cruciale uitkomstmaat)
De geïncludeerde gerandomiseerde studie rapporteerde niet over het effect van de gegeven multimodale interventie op fysieke conditie.

Volhouden medische behandeling (belangrijke uitkomstmaat)
De geïncludeerde gerandomiseerde studie rapporteerde niet over het effect van de gegeven multimodale interventie op het volhouden van medische behandeling.

Vermoeidheid (belangrijke uitkomstmaat)
De geïncludeerde gerandomiseerde studie rapporteerde niet over het effect van de gegeven multimodale interventies op vermoeidheid

Fysieke training tijdens de in opzet curatieve behandeling
E
r werden vijf systematische reviews met meta-analyse geïncludeerd. Een deel van de geïncludeerde studies komt in meerdere reviews aan de orde.

Kwaliteit van leven (cruciale uitkomstmaat)
Negen studies in de meta-analyse van Carayol (1) rapporteerden over het effect van fysieke training op de kwaliteit van leven. De meta-analyse vond een matig, maar significant verschil in kwaliteit van leven tussen de interventie- en de controlegroep in het voordeel van de interventiegroep: SMD 0,34 (95% BI 0,07 tot 0,62) (18). Ook de meta-analyse van Mishra (5) beschreef een hogere kwaliteit van leven in de fysieke trainingsgroep vergeleken met reguliere zorg in de controlegroep. De positieve effecten van fysieke training op kwaliteit van leven werden gevonden zowel in follow-up meting minder dan 12 weken na baseline (variërend van 4 weken tot 12 weken) als in een follow-up meting tussen 12 weken en 6 maanden (variërend van 16 tot 24 weken) na baseline (verschil scores tussen interventie en controlegroep statistisch significant (SMD respectievelijk 0,47 (95% BI 0,16 tot 0,79) en SMD 1,25 (95% BI 0,03 tot 2,53))). Bij de studies die 6 maanden of later na baseline de follow-up meting deden, werd geen verschil gemeten tussen de interventie en controle groep (verschilscore SMD 0,14 (95% BI -0,11 tot 0,39)). De derde meta-analyse van Persoon (6) laat ook een positief effect van fysieke training op kwaliteit van leven zien, SMD 0,41 (95% BI 0,18 tot 0,64), maar noemt geen tijdstip van follow-up meting.
De gerandomiseerde studie van Chandwani (9) vergeleek bij patiënten met borstkanker (stadium 0 tot III) een yoga interventie (n=53) met een wachtlijst controlegroep (n=54). Bij inclusie was er een statistisch significant verschil in kwaliteit van leven tussen de 2 groepen (p=0.01). De gemiddelde algemene gezondheidsstatus score op de SF-36 was statistisch significant lager (44,8) in de yoga groep dan in de wachtlijst controlegroep (47,7). Een statistisch significant verschil was ook aanwezig bij de metingen op 1 maand en 3 maanden na afronden van de medische behandeling (p<0,05), nu in het voordeel van de yoga interventie. Zes maanden na afronding van de medische behandeling was er geen significant verschil meer aanwezig.

Rolfunctioneren (cruciale uitkomstmaat)
In de meta-analyse van Mishra (5) hadden 7 studies als uitkomstmaat rolfunctioneren. De meta-analyse rapporteerde meer vooruitgang bij participanten in de fysieke trainingsgroep vergeleken met de controlegroep wanneer het verschil tussen 12 weken en baseline werd berekend (SMD 0,48 (95% BI 0,07 tot 0,90)). Er werd geen verschil gevonden tussen de fysieke trainingsgroep en de controlegroep wanneer het verschil tussen baseline en een follow-up meting tussen 2 en 6 maanden werd geanalyseerd (SMD 0,07 (95% BI -0,46 tot 0,60)). De meta-analyse van Persoon rapporteerde een vooruitgang in rolfunctioneren in de fysieke interventie groep vergeleken met de reguliere zorggroep (SMD 0,21 (95% BI -0,02 tot 0,43))  (6). In de gerandomiseerde studie van Chandwani (9) werd geen verschil gevonden in rolfunctioneren tussen de yoga en wachtlijstgroep.

Fysieke conditie (cruciale uitkomstmaat)
Persoon (6) vond een statistisch significant verschil tussen de fysieke trainingsgroep en de reguliere zorggroep op cardiorespiratoire fitheid (SMD 0,53 (95% BI 0,13 tot 0,94)), spierkracht van de onderste extremiteiten (SMD 0,56 (95%BI 0,18 tot 0,94)) en bovenste extremiteiten (SMD 0,32 (95% BI 0,08 tot 0,57)) in het voordeel van de fysieke trainingsgroep (6 studies bij patiënten met een hematologische kanker met stamceltransplantatie). In de gerandomiseerde studie bij patiënten met borstkanker (stadium I tot III) (10), werden 3 groepen vergeleken: patiënten die aanvullend aan de reguliere zorg aerobe training kregen, patiënten die aanvullend aan de reguliere zorg krachttraining kregen en patiënten die reguliere zorg kregen tijdens de chemotherapie. Het VO2 peak volume voor en na de interventie is gemeten; in de aerobe trainingsgroep bleek dit 25,2 (±7,2) ml/kg.min en 25,7 (±7,4) ml/kg.min, in de krachttraining groep 25,5 (±6,2) ml/kg.min en 24,2 (±6,1) ml/kg.min en in de regulaire zorg groep 24,8 (±6,2) ml/kg.min en 23,5 (±5,4) ml/kg.min. De auteurs doen geen uitspraak over eventuele verschillen tussen de groepen. P-waardes worden niet vermeld in het artikel.

Volhouden medische behandeling (belangrijke uitkomstmaat)
De geïncludeerde gerandomiseerde studies rapporteerden niet over het effect van fysieke training op het volhouden van de medische behandeling.

Vermoeidheid (belangrijke uitkomstmaat)
Uit de meta-analyse van Carayol, Mishra, Persoon, Cramp en Velthuis (1) (3) (5) (6) (7) bleek dat vermoeidheidsklachten na de medische behandeling minder waren in de fysieke trainingsgroep dan in de groep zonder interventie. In een subgroepanalyse in de review van Velthuis bleek dit effect vooral zichtbaar bij trainingsinterventies die onder supervisie werden aangeboden.
Wenzel en Chandwani (9) (15) rapporteerden geen significant verschil in vermoeidheid tussen de trainings- en de controlegroep van patiënten die een kankerbehandeling ondergingen.

Psychosociale interventies tijdens de in opzet curatieve behandeling
Kwaliteit van leven (cruciale uitkomstmaat)
G
alway (4) vond geen statistisch significant effect van psychosociale interventies vergeleken met reguliere zorg op kwaliteit van leven in hun meta-analyse. In 6 studies werd het effect van cognitieve gedragstherapie onderzocht, in 2 studies het effect van counseling en in 1 studie was psychosociale educatie de te onderzoeken interventie. Wanneer alleen de studies waarin kwaliteit van leven gemeten is met kanker specifieke vragenlijsten geanalyseerd werden, werd een verbetering van kwaliteit van leven gemeten in de interventiegroep vergeleken met de reguliere zorg groep (SMD 0,16 (95% BI 0,02 tot 0,30)). Aguado (13) vond geen statistisch significant verschil in de SF 36 algemene gezondheidsscore tussen de groep met patiënten die een intraveneuze chemotherapie ondergingen en een psychologische interventie kregen en patiënten met intraveneuze chemotherapie zonder psychologische interventie (p>0.05).

Rolfunctioneren (cruciale uitkomstmaat)
Voor zowel rolfunctioneren emotioneel als fysiek werd geen statistisch significant verschil (p>0.05) gevonden tussen de groep patiënten die intraveneuze chemotherapie ondergingen en een psychosociale interventie kregen en patiënten met intraveneuze chemotherapie zonder interventie in de studie van Aguado (13).

Fysieke conditie(cruciale uitkomstmaat)
De geïncludeerde gerandomiseerde studies rapporteerden niet over het effect van een psychosociale interventie op fysieke conditie.

Volhouden medische behandeling (belangrijke uitkomstmaat)
De geïncludeerde gerandomiseerde studies rapporteerden niet over het effect van een psychosociale interventie op het volhouden van medische behandeling.

Vermoeidheid (belangrijke uitkomstmaat)
Goedendorp (14) rapporteerde dat de groep patiënten met cognitieve gedragstherapie (n=82) significant minder vermoeidheid rapporteerde dan de controlegroep zonder cognitieve gedragstherapie (n=81). Het gemiddeld verschil is 5,6 (95%BI 0,69 tot -10,5) minder punten op de CIS–vermoeidheidsschaal in het voordeel van de groep met cognitieve gedragstherapie.

  1. 1 - Carayol M, Bernard P, Boiche J et al. Psychological effect of exercise in women with breast cancer receiving adjuvant therapy: what is the optimal dose needed? Annals of oncology : official journal of the European Society for Medical Oncology / ESMO. 2013;24(2):291-300 [link]
  2. 2 - Cramp F, Daniel J. Exercise for the management of cancer-related fatigue in adults. The Cochrane database of systematic reviews. 2008(2):Cd006145 [link]
  3. 3 - Cramp F, Byron-Daniel J. Exercise for the management of cancer-related fatigue in adults. The Cochrane database of systematic reviews. 2012;11:Cd006145
  4. 4 - Galway K, Black A, Cantwell M et al. Psychosocial interventions to improve quality of life and emotional wellbeing for recently diagnosed cancer patients. Cochrane Database of Systematic Reviews [Internet]. 2012; (11). [link]
  5. 5 - Mishra SI, Scherer RW, Snyder C et al. Exercise interventions on health-related quality of life for people with cancer during active treatment. The Cochrane database of systematic reviews. 2012;8:Cd008465 [link]
  6. 6 - Persoon S, Kersten MJ, van der Weiden K et al. Effects of exercise in patients treated with stem cell transplantation for a hematologic malignancy: a systematic review and meta-analysis. Cancer Treatment Reviews 2013 Oct;39(6):682-690. 2013 [link]
  7. 7 - Velthuis MJ, Agasi-Idenburg SC, Aufdemkampe G et al. The effect of physical exercise on cancer-related fatigue during cancer treatment: a meta-analysis of randomised controlled trials. Clinical oncology (Royal College of Radiologists (Great Britain)). 2010;22(3):208-21 [link]
  8. 8 - Djuric Z, Ellsworth JS, Weldon AL et al. A diet and exercise intervention during chemotherapy for breast cancer. The Open Obesity Journal. 2011;3:87-97 [link]
  9. 9 - Chandwani KD, Perkins G, Nagendra HR et al. Randomized, controlled trial of yoga in women with breast cancer undergoing radiotherapy. Journal of clinical oncology : official journal of the American Society of Clinical Oncology. 2014;32(10):1058-65 [link]
  10. 10 - Dolan LB, Gelmon K, Courneya KS et al. Hemoglobin and aerobic fitness changes with supervised exercise training in breast cancer patients receiving chemotherapy. Cancer Epidemiology, Biomarkers & Prevention. 2010;19(11):2826-32 [link]
  11. 11 - Cella D, Eton DT, Lai JS, Peterman A H, Merkel D E. Combining anchor and distribution-based methods to derive minimal clinically important differences on the Functional Assessment of Cancer Therapy (FACT) anemia and fatigue scales. J Pain Symptom Manage 2002a; 24: 547-61.
  12. 12 - Pettersson A, Johansson B, Persson C et al. Effects of a dietary intervention on acute gastrointestinal side effects and other aspects of health-related quality of life: a randomized controlled trial in prostate cancer patients undergoing radiotherapy. Radiotherapy and oncology : journal of the European Society for Therapeutic Radiology and Oncology. 2012;103(3):333-40 [link]
  13. 13 - Aguado Loi CX, Taylor TR, McMillan S et al. Use and helpfulness of self-administered stress management therapy in patients undergoing cancer chemotherapy in community clinical settings. J Psychosoc Oncol. 2012;30(1):57-80 [link]
  14. 14 - Goedendorp MM, Peters MEWJ, Gielissen MFM et al. Is increasing physical activity necessary to diminish fatigue during cancer treatment? Comparing cognitive behavior therapy and a brief nursing intervention with usual care in a multicenter randomized controlled trial. The oncologist. 2010;15(10):1122-32 [link]
  15. 15 - Wenzel JA, Griffith KA, Jingjing S et al. Impact of a Home-Based Walking Intervention on Outcomes of Sleep Quality, Emotional Distress, and Fatigue in Patients Undergoing Treatment for Solid Tumors. The oncologist. 2013;18(4):476-84 [link]
  16. 16 - Hertogh EM, Schuit AJ, Peeters PH et al. Noncompliance in lifestyle intervention studies: the instrumental variable method provides insight into the bias. Journal of clinical epidemiology. 2010;63(8):900-6 [link]
  17. 17 - Lerman Y, Shemer J. Epidemiologic characteristics of participants and nonparticipants in health-promotion programs. Journal of occupational and environmental medicine / American College of Occupational and Environmental Medicine. 1996;38(5):535-8 [link]
  18. 18 - Cohen J. Statistical power analysis for behavioral sciences. Second ed: Hillsdale, New Jersey; 1988. [link]
  19. 19 - Courneya KS, Jones LW, Peddle CJ et al. Effects of aerobic exercise training in anemic cancer patients receiving darbepoetin alfa: a randomized controlled trial. The oncologist. 2008;13(9):1012-20 [link]]
  20. 20 - Schmitz KH, Courneya KS, Matthews C et al. American College of Sports Medicine roundtable on exercise guidelines for cancer survivors. Medicine and science in sports and exercise. 2010;42(7):1409-26 [link]
  21. 21 - Goedendorp Martine M, Gielissen Marieke FM, Verhagen Constantijn A et al. Psychosocial interventions for reducing fatigue during cancer treatment in adults. Cochrane Database of Systematic Reviews [Internet]. 2009; (1). [link]
  22. 22 - Goedendorp MM, Gielissen MF, Verhagen CA et al. Development of fatigue in cancer survivors: a prospective follow-up study from diagnosis into the year after treatment. Journal of pain and symptom management. 2013;45(2):213-22 [link]

. EVIDENCE TABEL EFFECTIVITEIT REVALIDATIE

 

QUESTION 1: ARE REHABILITATION INTERVENTIONS IN CANCER PATIENTS COST-EFFECTIVE?

 

Multimodal interventions

 

Study ID, country

Method & Funding

Patient characteristics

Interventions & variables

Results and sensitivity analysis (S.A.)

Critical appraisal of study quality

Bradely et al.[1], England

Clinical data

·    Design: prospective enriched cohort study. Patients from 3 of 12 hospitals formed IG. Patients from remaining hospitals (i.e.9) formed control group (SC). Matching criteria were: Age, lung function comorbidity and type of surgery

·    Setting: 12 hospitals

·    Sample size: 363

·    Recruitment: Not stated

·    Data collection: Demographic, clinical and healthcare cost data were collected pre-rehabilitation, post-rehabilitation presurgery, 4 weeks post-surgery and at 6 months.

 

Economic evaluation

·    Type: CBA; using primary clinical data

·    Perspective: Not stated (applied Healthcare payer)

·    Cost year & monetary unit: 2010-2011; GBP

·    Length of evaluation: Not stated (~ 6 months)

 

Funding: Nothing indicated

·    Cancer type: Patients undergoing curative lung cancer surgery

·    Eligibility criteria: Patient who was considered fit for curative lung cancer surgery by lung cancer multidisciplinary team at regional thoracic unit and following BTS guidelines.

Interventions: Program to optimize physical status, prepare for inpatient journey and support through recovery after surgery. Includes exercise classes, smoking cessation, dietary advice and patient education[1].

·     IG: intervention group, n=58 (only 28 managed to attend the postoperative element)

·     SC: standard care, n=305.

 

Program duration: Not stated (~ 6 months)

 

Variables included in CEA

·     Postoperative pulmonary complication; readmission; length of admission, … (expressed in natural units & as costs)

·     Healthcare costs

 

Effects:

·     Patients in IG had fewer Postoperative pulmonary complications than SC (9 vs 16%, p=0.21) and fewer readmissions (5 vs 14%, p=0.12).

 

Costs:

·     Total cost/patient in IG was estimated at £1284 compared with £1528 for SC.

 

Economic evaluation :

·     IG compared to SC results in savings of £244/patient

 

Sensitivity analysis: Not applied

 

Level of evidence (clinical data): High risk of bias

·    Significant decrease of participants in the postoperative rehabilitation

 

Economic evaluation : moderate

·    Fulfilling most critical points of checklist, except for not performing sensitivity analyses

·    Negative point: Narrow perspective (i.e. direct healthcare costs only); a wider perspective might be more appropriated for this population

Farquhar et al.[2], England

Clinical data

·    Design: RCT with two arms; randomization by blocks of random size two, four and six, generated by statistician and concealed within sealed opaque envelop until allocation notification by intervention deliverer;

·    Setting: Community setting

·    Sample size: 54 (67 allocated)

·    Recruitment: November 2008-January 2012

·    Data collection: Baseline (t1: week 1 = before randomization), week 3, week 5. Outcomes measured were: patient distress due to breathlessness using a numerical rating scale, disease-specific health related quality-of-life (Chronic Respiratory Questionnaire: CRQ), and anxiety and depression (Hospital Anxiety and Depression Scale: HADS), EQ-5D and measures of service use (8-weeks and 2-weeks prior to baseline and at week3).

 

Economic evaluation

·    Type: CEA; using primary clinical data

·    Perspective: Not stated; (results for healthcare & social care)

·    Cost year & monetary unit: 2011-2012; GBP

·    Length of evaluation: less than 12-weeks

 

Funding: Cambridge University Hospitals' NHS Foundation Trust

·    Cancer type: Advanced cancer patients

·    Eligibility criteria: if patients met BIS (Breathlessness Intervention Service) referral criteria (that is, diagnosed appropriately-treated cause of breathlessness, troubled by breathlessness in spite of optimisation of underlying illness, and might benefit from a self-management programme); and not having received BIS previously.

Intervention s: The BIS team comprises: a palliative care medical consultant, a clinical specialist occupational therapist, a clinical specialist physiotherapist and an administrator. At a weekly multidisciplinary team meeting cases are allocated to the most appropriate professional based on information derived from the referral; many patients receive visits from at least two professionals on the team. The intervention is delivered predominantly in the home setting with visits lasting 1-1.5 hours. Visits include interventions relevant to that person and formulation of an individually-tailored exercise plan.

·     IG: intervention group, n=28 (allocated n=35);

·     CWL, control waiting list, n=26 (allocated n=32). Control had to wait and received intervention after week 3.

 

Program duration : 2-weeks

 

Variables included in CEA:

·     Patient distress, anxiety, depression and EQ-5D.

·     Healthcare costs, including intervention costs.

·     Informal care costs

Effects:

·     Patient distress due to breathlessness: IG achieved a sign. greater, reduction compared to CWL: adjusted difference −1.29 (95% CI: −2.57 to −0.005), p = 0.049.

·     Incremental QALY-gain of 0.0002 (95%CI: -0.001 to 0.002) for IG vs CWL

·     No sign. differences between arms for other outcomes.

 

Costs:

·     IG had health/social care savings were on average £211 compared to CWL (95%CI: -£918 to £310).

 

Economic evaluation :

·     Lower health/social care costs and better primary outcome results for IG indicated dominance over CG

 

Sensitivity analysis:

·     One-way S.A. were performed. Bootstrapping applied

·     S.A. results confirmed baseline results

 

Level of evidence (clinical data): High risk of bias

·    Large numbers of dropouts ignored in analysis

 

Economic evaluation: moderate

·    Fulfilling most critical points of checklist, but did not indicate the chosen perspective.

·    By choosing health care costs and informal care, probably the most important categories were considered, but these is more than a healthcare payer perspective and less than a societal perspective.

 

 

Gordon et al.[3],[2]Australia

Clinical data

·    Design: Decision tree model using effectiveness and clinical data from prospective followed cohorts.

·    prospective followed cohorts

·    Setting: 1 university

·    Sample size: 276

·    Recruitment: May 2002-July 2003

·    Data collection: Medical records and self-administered questionnaires (pre-intervention, post-intervention, 6 and 12 months from date of diagnosis), including rehabilitated cases, QALYs and costs

 

Economic evaluation:

·    Type: CEA, using primary clinical data and modelling (decision tree)

·    Perspective: Societal

·    Cost year & monetary unit: 2004, AU$

·    Length of evaluation: 1-year

 

Funding: PhD scholarship from the National Breast Cancer Foundation and Women in Super

·    Cancer type: Breast cancer patients

·    Eligibility criteria: Women diagnosed with primary breast cancer, had unilateral disease, spoke English, had no cognitive problems and were aged 25-74 years

Interventions: DAART (Domiciliary Allied Health and Acute Care Rehabilitation Team: Home-based physiotherapy and education vs STRETCH (Strength Through Recreation Exercise Togetherness Care Health): group-based exercise, education and psychosocial intervention

·     DAART, n=36

·     STRETCH, n=31

·     SC: standard care, n=208

 

Program duration::

·     DAART: 6 weeks (maximum);

·     STRETCH: 8 weeks

 

Variables included in CEA

·     Effect variables: Rehabilitated cases, QALYs

·     Intervention costs, direct healthcare costs, costs borne by patients and productivity losses (leisure time, volunteers, …)

Effects:

·     Proportion of rehabilitated cases: similar for STRETCH and DAART but slightly higher in SC (not sign. different)

·     Mean adjusted utility scores for DAART: 0.84 (95%CI: 0.77-0.90), STRETCH: 0.80 (95%CI: 0.73-0.87) and SC: 0.72 (95%CI: 0.70-0.75), sign. different.

 

Costs:

·     Total costs/participant were $1,038 for STRETCH, $342 for DAART and $189 for SC.

 

Economic evaluation :

·     Rehabilitated cases: SC is dominant above DAART and STRETCH (i.e. more effective and less costly than the interventions);

·     QALY: ICER for DAART and STRETCH is AU$1,344 and AU$14,478, compared to SC

 

Sensitivity analysis:

·     One-way S.A.; most values did not influence results

Level of evidence (clinical data): High risk of bias

·    Important baseline differences

·    Two different measures of "effectiveness" were used with each producing different results.

 

Economic evaluation : moderate

Economic evaluation:

·    Fulfilling most critical points of checklist

Jones et al.[4], England

Clinical data

·    Design: Two-arm RCT.

·    Setting: 1 hospice

·    Sample size: 36

·    Recruitment: August 2010-July 2011

·    Data collection: at baseline and after 3-months. These were: Supportive Care Needs Survey Long Form (SCNS-LF59); Kessler Psychological distress Scale (K10); continuity of Care; EQ5D. Service use was collected retrospectively for 3-months from randomization. Societal and demographic data, diagnosis, and disease severity were collected at baseline.

 

Economic evaluation

·    Type: CUA, using primary clinical data

·          Perspective: Not stated; NHS perspective (at least this threshold is used)

·    Cost year & monetary unit: Not stated (trial year:2010-2011); GBP

·    Length of evaluation: 3-month

 

Funding: Marie Curie Cancer Care

·    Cancer type: Malignant breast cancer or haematological disease

·    Eligibility criteria: at the end of treatment for first or subsequent recurrence but not cured; with active, progressive, recurrent malignant breast or haematological disease; older than 18 years and meet pre-set referral criteria (i.e. completed treatment, but advanced, progressive disease and recurrence was likely; required symptom management; had rehabilitation needs not responsive to self-management; had psychological, social, financial, emotional, and spiritual needs not met by the present care); and able to reach the hospice by their own or hospice-based transport.

Interventions included four core components, including systematic clinical assessment; goal setting with review and referrals on a case by case basis, according to needs and weekly meetings [3].

·     IG: intervention group: n=20 (allocated n=21).

·     CWL, control waiting list: n=16 (allocated: n=20) ; received usual care (i.e. including ongoing review by oncologists and access to community services including general practitioner (GP), district nurses, social services, and community specialist palliative care), and joined a three-month wait-list for referral to the intervention.

 

Program duration: ~3-months with the flexibility of duration

 

Variables included in CEA

·     SCNS psychological domain (primary outcome) and as secondary outcomes: other domains; K10, continuity of care, EQ5D (utility and EQ5D VAS)

·     QALY

·     Healthcare utilization (including intervention) & cost

Effects:

·     IG had greater QALY gains than CWL (mean difference 0.05 QALY, 95% CI 0.000-0.112).

·     Primary outcome and other secondary outcomes were significant different at 3-month (e.g. IG had sign. lower needs for support on the psychological subscale of the SCNS than CWL (adjusted difference -16,8 points)). Other significant outcomes included the physical and patient care subscales of the SCNS and the self-reported health state.

·     Other secondary measures all favoured better outcomes in the IG, but without significant differences.

 

Costs:

·     IG had higher cost than CWL

 

Economic evaluation :

·     ICER of £ 19,391 per QALY gained. At a WTP of £20,000 or £30,000, the intervention is expected to be cost-effective in 55.4% or 73.3% of simulations, respectively

 

Sensitivity analysis:

·     No on-way sensitivity analysis

·     PSA using Monte Carlo sampling techniques

Level of evidence (clinical data): high risk of bias

·    Intervention delivered in one single hospice

·    Subjects were not blind about treatment allocation

 

Economic evaluation: moderate

·    Technical spoken was the analysis in line with the Drummond checklist, except for one-way S.A. but conducted PSA.

·    Negative point: Chosen perspective (i.e. NHS perspective) in line with national guidelines, but a wider perspective might be more appropriated for this population (i.e. only 50% were retired, the others were either employed (~25%), too sick to work or others).

Mourgues et al.[5], France

Clinical data

·    Design: Two-arm, multicenter RCT, stratified by menopausal status.

·    Setting: 1 university hospital and 2 private hospitals

·    Sample size: Economic evaluation, n=90; Trial: n=232 [6]

·    Recruitment: March 2008-October 2010

·    Data collection: at baseline, 6 and 12 months. Women's activities by calculating separately the total hourly volume of overall activities and occupational and non-occupational activities (i.e. primary outcome). Daily abilities (= secondary outcome).

 

Economic evaluation

·    Type: CEA; using primary clinical data

·    Perspective: Societal perspective

·    Cost year & monetary unit: Not stated; €

·    Length of evaluation: 1-year

 

Funding: French association of thermal centers, the city of Clermont-Ferrand, the regional council of Auvergne and the association "Ligue contre le Cancer"

·    Cancer type: Complete breast cancer remission

·    Eligibility criteria: women in complete breast cancer remission without contraindication for physical activities or cognitive disorders and a body mass index between 18.5 and 40 kg/m2

Interventions: IG underwent spa treatment (i.e. two week multicomponent programme composed of interventions such as physiotherapy, nutritional advice, thermal water treatment, daily 2-h physical activity, running and basic dietary follow-up over a period of 15 days) combined with consultation with dietician every 6 months;

·    IG, intervention group, n=42 for CEA (trial n=117) [6]

·    SC, standard care & consultations with the dietician every 6 months, n=48 for CEA (trial n=115) [6]

 

Program duration:

·     2-week spa treatment & consultation with dietician every 6 months

 

Variables included in CEA

·     Overall activities, occupant and non-occupant activities (and as considered as an effect, productivity losses for absence from paid and unpaid work was not considered)

·     Intervention costs and direct healthcare costs

·     Indirect medical costs comprised out-of-pocket expenses associated with the disease and daily allowances.

Effects:

·     IG had greater resumption of overall activities during the first 12-month period vs SC (p=0.025).

·     There was an interaction effect (p=0.04) with regard to the resumption of occupational activities: more women in IG tended to return to work.

·     Positive effect in the IG on the women's ability to perform occupation activities 12 months after the beginning of the study (p=0.0014), and on their ability to perform family activities (p=0.033).

 

Costs:

·     Not stated

 

Economic evaluation :

·     Overall activities: At T6 the thermal treatment was expensive and not cost-efficient. At T12, the intervention was more expensive but also more effective.

·     Occupational activities: At T6, the thermal treatment was too expensive for the moderate increase in effectiveness, whereas at T12 the intervention was slightly expensive but much more effective and therefore cost-efficient.

 

Sensitivity analysis: Not stated

Level of evidence (clinical data): high risk of bias

·    Subjects were not blind about treatment allocation

·    Many eligible patients rejected to participate in trial

 

Economic evaluation: moderate

·    Fulfilling most critical points of checklist, except for S.A.

·    No cost result presented and CEA results only presented in figures

 

 

Round et al.[7], England [4]

Clinical data, see Jones et al.[4]), and using modelling for extrapolation treatment costs and benefits beyond the initial 3-month follow-up period in S.A.

 

Economic evaluation

·    Type: CUA, using primary clinical data & modelling

·    Perspective: NHS perspective & a personal social services perspective

·    Cost year & monetary unit: Not stated (~2010-2011); GBP

·    Length of evaluation: 3-month (trial), and S.A. assuming that the benefit of treatment being maintained over three, six and nine months beyond completion of the follow-up

 

Funding: Marie Curie Cancer Care

·    Cancer type: see Jones et al.[4]

·    Eligibility criteria: see Jones et al.[4]

 

Interventions: see Jones et al.[4].

 

Program duration: see Jones et al.[4]

 

Variables included in CEA

·     QALY

·     Intervention costs and direct healthcare costs

 

Effects:

·     At 3-months (i.e. trial period) the mean differences in QALYs was 0.052 (95%CI: 0.040-0.063)

 

Costs:

·     At 3-months (i.e. trial period), the expected mean differences in costs in the base-case analysis was £735 (95%CI: £221 to £1,271)

 

Economic evaluation :

·     ICER of the mean incremental values is £ 14,231 per QALY gained

 

Sensitivity analysis:

·     One-way S.A. and PSA.

·     The results of the analysis are sensitive to the method used to estimate QALYs;

·     ‘The longer treatment benefit is maintained, the more likely it becomes that the intervention represents a cost-effective use of resources’

Level of evidence (clinical data): high risk of bias (for details see Jones et al. [4])

 

Economic evaluation: good

·    Fulfilling most critical points of checklist and presenting detailed results

·    Negative point: Chosen perspective (i.e. NHS perspective) in line with national guidelines, but a wider perspective might be more appropriated for this population, only 50% were retired, the others were either employed (~25%), too sick to work or others.

Mewes et al. [8], the Netherlands

Clinical data:

·    Design: Markov model consisting of four health states: "menopausal symptoms", "reduction in menopausal symptoms", "recurrence" and "death", using effectiveness and clinical data came from a 4-arm RCT of Duijts et al.[910], n=420 randomly allocated using computerized block randomization [11]

·    Setting/sample size: Hypothetical cohort of 1,000 women of 48 years. Trial (multi-center)

·    Recruitment: N.A.

·    Data input: Effectiveness data mainly based on RCT published by Duijts et al.[10], but extrapolated up to 5 years

 

Economic evaluation

·    Type: CEA; using model

·    Perspective: Dutch healthcare system perspective

·    Cost year & monetary unit: Not stated; €

·    Length of evaluation: Base-case: 6-month; S.A.: 1.5, 3 and 5 years, discounting effects with 1.5% and costs with 4% according to Dutch guidelines

 

Funding: Alpe d'Huzes, a foundation that is part of the Dutch Cancer Society

·    Cancer type: Breast cancer patients experience (severe) menopausal symptoms after an early onset of menopause caused by cancer treatment

·    Eligibility criteria: Hypothetical cohort of 1,000 patients with a starting age of 48 years and starting in the Markov health state “menopausal symptoms”

Interventions: Comparing cognitive behavioural therapy (CBT) vs physical exercise (PE)[5].

In the original trial[10], sample size per arm was:

·     CBT, n=109

·     PE, n=104

·     CWL: control waiting list: n=103.

 

Program duration:

·     CBT intervention involved six weekly groups sessions of 90 min each.[10]

·     PE intervention consisted of a 12-week home-based exercise program, individually tailored during an intake session with a physiotherapist. [10]

 

Variables modelled & included in CEA

·     Deriving QALY, by using SF36 from the trial and converting to EQ5D values

·     Intervention costs, healthcare utilization & cost,

 

Effects:

·     Total QALY gain was similar across the intervention groups and higher than CWL

 

Costs:

·     The costs of the interventions were €190 for CBT and €197 for PE

 

Economic evaluation :

·     ICURs indicate that CBT is likely the most cost-effective treatment, followed by PE as compared to WLC

 

Sensitivity analysis:

·     One-way S.A. and PSA

·     At a ceiling ratio of €30,000/QALY, the interventions would no longer be considered cost-effective when the duration of treatment effect is 3 or 1.5 years.

Level of evidence (clinical effectiveness data mainly based on Duijts et al., [11]): High risk of bias

 

Level of evidence (model input data)

·    Model input parameters for base-case and sensitivity analysis are given, including distribution and the used source.

 

Economic evaluation: moderate

·    Fulfilling most critical points of checklist

·    Negative point: Chosen perspective, a wider perspective might be more appropriated for this population (i.e. 21.9% full-time employed and 53.8%part-time employed);

 

 

 

Exercise interventions

 

Study ID, country

Method & Funding

Patient characteristics

Interventions & variables

Results and sensitivity analysis (S.A.)

Critical appraisal of study quality

Haines et al.[12], Australia

Clinical data

·    Design: RCT with blinded outcome assessment and concurrent economic evaluation. Randomization using a computer-generated randomization sequence.

·    Setting: 1 hospital

·    Sample size: 73

·    Recruitment: May 2006-September 2007

·    Data collection: Medical records and self-administered questionnaires and log-book at baseline, 3 and 6 months, assessing demographic data (baseline), clinical, qol and cost data, and 12-month telephone follow-up assessing EQ5D.

 

Economic evaluation

·    Type: CEA, using primary clinical data

·    Perspective: Societal

·    Cost year & monetary unit: 2006; AU$

·    Length of evaluation: 6-month time horizon

 

Funding: Project grant from the Princess Alexandra Hospital cancer Collaborative Group

·    Cancer type: Breast cancer patients

·    Eligibility criteria: Women with newly diagnosed breast cancer undergoing adjuvant therapy (following surgery) ; no severe cardiac disease; no uncontrolled hypertension or orthopaedic injury precluding participation in an exercise program.

Interventions: Multimedia physical activity program consisting of home-based strength, balance, shoulder mobility, and cardiovascular endurance program

·     IG: intervention group, n=37

·     CG: control group, n=36 receiving an active intervention of flexibility and relaxation exercises.

 

Program duration: Not indicated

 

Variables included in CEA

·     EQ-5D VAS and EQ-5D (i.e. QALYs), EORT C30

·     Intervention costs, direct healthcare costs and productivity losses from paid and unpaid work

 

 

Effects:

·     Value-based QALYs gained per patient were 0.03 (full dataset) and 0.02 (outliers excluded) comparing IG vs CG.

·     Utility-based QALYs were -0.01 (full dataset) and zero (outliers excluded) comparing IG vs CG.

 

Costs:

·     Total cost were for IG and CG 3,864 AU$ and 3,594 AU$ (p=0.39), respectively. Or excluding outliers 3,290 and 3,775 (p=0.61), respectively.

 

Economic evaluation :

·     WTP would need to be AU$484,884 (full dataset), or AU$340,391 (outliers excluded)

·     This program did not appear to be an economically efficient program to improve qol of women with breast cancer.

 

Sensitivity analysis:

·     One-way S.A. by excluding outliers

·     PSA using bootstrapping technique

Level of evidence (clinical data): Moderate risk of bias

 

Economic evaluation : good

·    Fulfilling most critical points of checklist

·    But the control group received an active intervention which was far more than standard care. Therefore a comparison to standard care is not possible.

 

 

Retel et al. [13], the Netherlands

Clinical data

·    Design: Markov model with three mutually exclusive health states: “complete remission”, “recurrent disease” and “death” using data from two RCT. Data for usual care (SC) were derived from a multi-center RCT comparing intra-arterial and intervenous chemo radiation in advanced head and neck cancer [14] and data for a preventive (swallowing) exercise program (PREPP) were derived from a clinical trial conducted immediately following the former RCT [15]

·    Setting/sample size: Hypothetical cohort of 1,000 patients of 55 years

·    Recruitment: N.A.

·    Data input: Based on the two RCTs (i.e. [1415]) and literature

 

Economic evaluation

·    Type: CUA, using modelling

·    Perspective: Healthcare perspective

·    Cost year & monetary unit: 2008; €

·    Length of evaluation: 1-year time horizon

 

Funding: Nothing stated

·    Cancer type: Head and neck cancer patients.

·    Eligibility criteria: Hypothetical cohort of patients aged 55 years and starting with treatment

Interventions: Preventive (swallowing) exercise program. In the original trial:

·     PREEP (i.e. intervention group), n=37

·     SC, standard care, n=43

 

Program duration: Not stated

 

Variables included in CEA

·     QALYs partly based on trial, literature and expert elicitation

·     Intervention costs and direct healthcare costs

 

Effects:

·     QALY: 0.77 (PREEP) vs 0.68 (SC)

 

Costs:

·     Total health care costs (Treatment + preventive exercise) /patient were: €42,271 for PREEP, and €41,986 for SC

 

Economic evaluation :

·     ICER of PREEP compared to SC: €3,197 per QALY gained

 

Sensitivity analysis:

·     One-way and two-way S.A.

·     Majority of analyses resulted in an ICER<€20,000 per QALY;

 

 

Level of evidence (model input data).

·    Model input parameters for base-case and sensitivity analysis are given, including distribution and the used source.

 

Economic evaluation: moderate

·    Fulfilling most critical points of checklist

 

 

 

 

 

Psychosocial interventions

 

 

Study ID, country

Method & Funding

Patient characteristics

Interventions & variables

Results and sensitivity analysis (S.A.)

Critical appraisal of study quality

Arving et al. [16], Sweden

Clinical data

·    Design: RCT with three groups; randomization in blocks[17],

·    Setting: 1 university hospital

·    Sample size: n=168

·    Recruitment: December 1997-December 1999

·    Data collection: Demographic and medical data were retrieved from patient files. Health utilities were measured at baseline and at 1, 3,6, 9, 12 and 24 months

 

Economic evaluation:

·    Type: CUA using primary clinical data;

·    Perspective: British National Health Service perspective:

·    Cost year & monetary unit: 2004; €

·    Length of evaluation: 2-years (no discounting applied)

 

Funding: Swedish Cancer Society

 

·    Cancer type: Breast cancer patients starting adjuvant therapy

·    Eligibility criteria: Breast cancer patients starting adjuvant therapy; ability to speak and understand Swedish; no previous cancer; no on-going psychiatric illness

Interventions took place outside the hospital, face-to-face or over the telephone, and started in median 20 days after inclusion. They were similar and used the same techniques such as relaxation, distraction, activity scheduling, and ways to improve communication, methods derived from cognitive behavioural therapy [18]

·     INS: Psychosocial support from a specially trained nurse, n=55

·     IPS: Psychosocial support from a psychologist, n=57

·     SC: Standard care, n=56.

 

Program duration::

·     INS: 0-16 sessions (median=2); if ≥1 session: mean (median) duration being 172 (106) days.

·     IPS: 0-23 sessions (median=3); if ≥1 session: mean (median) duration being 210 (178) days.

 

Variables included in analysis:

·     Health utilities using the EORTC QLQ-C30 translated into the EQ-5D

·     Intervention costs (including salary, a direct hospital component and an indirect allocation (i.e. supervision).

·     Healthcare utilization during 2 years using medical records.

Effects:

·     QALY was highest in INP-group (1.59) compared with INS-group (1.52) and SC-group (1.43).

 

Costs:

·     Costs (intervention+DHC) were €18,670 for INS, €20,419 for IPS and for SC €25,800.

 

Economic evaluation :

·     INS and IPS were dominant compared to SC (i.e. INS and IPS had a higher effect (i.e. QALY) and lower costs in comparison to SC).

 

Sensitivity analysis:

·     Several one-way S.A. performed and basecase results confirmed

·     Bootstrapping with 1,000 replications used to estimate 95%CI

Level of evidence (clinical data): High risk of bias

 

Economic evaluation: good

·    The analysis was in line with the Drummond checklist. Us both bootstrapping & one-way S.A.

·    Negative point: the chosen perspective is too narrow (i.e. healthcare payer) for a patient population where 65% are employed);

 

Björnekl et al.[19], Sweden

Clinical data

·    Design: RCT with two groups; randomization in blocks of four with closed envelops

·    Setting: 1 hospital

·    Sample size: 382

·    Recruitment: April 2002-November 2007

·    Data collection: Self-reported questionnaires at baseline (i.e. after randomization but before intervention), 2, 6 and 12-months after intervention. Family situation, occupation, sick leave and healthcare utilization

 

Economic evaluation

·    Type: CBA; using primary clinical data

·    Perspective: Societal

·    Cost year & monetary unit: Not stated (trial period); SEK

·    Length of evaluation: 1-year

 

Funding: Country Council of Västmanland, the Swedisch Social Insurance Agency, the Västmanland Research Fund against Cancer and the National Federation of Cancer and Traffic Injury

·    Cancer type: Breast cancer.

·    Eligibility criteria: Newly diagnosed primary breast cancer, no previous malignancy, the physical and mental capability to participate in group interventions and to fill in questionnaires and an expected survival time of more than 12 months.

Intervention Information-based support program supplemented with relaxation, qi-gong and liberating dance taking place within 4-months of ending treatment; comprising a 7-day stay at a resort, where participants take part in the support program, followed by a 4-day follow-up 2-months after the initial visit.

·     IG: Intervention group, n=191

·     SC: Standard care, n=191

 

Program duration: ~2.5 months

 

Variables included in CEA

·     Sick leave of patient (number of days & expressed as costs (i.e. productivity losses))

·     Health care utilization (expressed in natural units & as costs)

Effects:

·     No sign. difference between the groups, neither for sick leave, nor the number of visits to medical specialists at any time after the intervention period.

 

Costs:

·     At all points in time higher costs for sick leave and consumption of health services for IG than SC and sign. differences between groups after 12-months. Adding the cost of the intervention made the cost for the IG statistically significantly higher at all times of measurement.

Economic evaluation :

·     SC is dominant compared to IG. No sign. difference in effects between groups and higher costs for IG.

 

Sensitivity analysis: N.A.

Level of evidence (clinical data): High risk of bias

·    Authors highlighted the fact that the intervention might have influenced the patients' thoughts and feelings and created a need for sick leave to handle and cope with their anxiety

 

Economic evaluation: moderate

·    No sensitivity analysis applied or similar. For all other points mainly in line with the Drummond checklist.

 

Hollingworth et al.[19], England

Clinical data

·    Design: Unblinded, two-arm, parallel RCT, stratified by recruitment site.

·    Setting: community-setting (2 sites)

·    Sample size: 209 analyzed (220 allocated)

·    Recruitment: October 2009-February 2011

·    Data collection: At baseline and 1, 6 and 12-months. These were: Short-form of the Profile of Mood States (POMS), EORTC QLQ-C30; EQ5D; Trent Patient Views of Cancer Services Questionnaires (only at 6-months). Further healthcare utilization via medical records and intervention costs

 

Economic evaluation

·    Type: CEA and NMB (using £30,000 per QALY); using primary clinical dataWTP using a threshold of £30,000 per QALY

·    Perspective: National Health Service perspective

·    Cost year & monetary unit: 2010-2011, GBP

·    Length of evaluation: 1-year

 

Funding: National Institute for Health Research, Research for Patient Benefit

·    Cancer type: Patients starting outpatient radiotherapy or chemotherapy.

·    Eligibility criteria:Age ≥18 and less than 85 years; primary solid tumor diagnosis within previous 12 months; outpatient external radiotherapy over a period of ≥2 weeks or outpatient chemotherapy of ≥two cylces; ability to read and communicate in English; not receiving neoadjuvant chemotherapy; and not diagnosed with ductal carcinoma in situ or skin carcinoma

Interventions: During 2nd week of radiotherapy/2nd cycle of chemotherapy, patients completed a face-to-face DT&PL meeting with a radiographer/nurse. A second DT&PL meeting could be arranged toward the end of therapy. The DT&PL forms the basis of a therapeutic conversation where concerns are identified and potential solutions are discussed including immediate staff actions (e.g. providing information), patient actions (e.g. using a self-help resource), and referral (e.g. psychological counselling). These action plans were recorded.

·     IG: intervention group (allocated: n=112; included in intent-to-treat, n=106)

·     SC; standard care (allocated: n=108; included in intent-to-treat, n=103).

 

Program duration:

·     2 meetings

 

Variables included in CEA

·     EQ5D (i.e. QALY)

·     Intervention costs and direct healthcare costs

 

 

Effects:

·     There was no evidence of an intervention effect on the total POMS score at 12-months or over the 12-month follow-up.

·     Also no sign. difference for QALY or any other secondary outcome

 

Costs:

·     The intervention cost £19 per patient, and it was not offset by lower subsequent hospital, primary care or medication costs

 

Economic evaluation :

·     NBM was £20,606 for IG and £22,255 for SC, with ∆-915 (95%CI: -2,398-569). The negative difference in net benefits indicates that the intervention was not cost-effective.

 

Sensitivity analysis:

·     Subgroup analysis

 

Level of evidence (clinical data): High risk of bias

• Unblinded RCT

 

Economic evaluation: moderate

·    Fulfilling most critical points of checklist, except for sensitivity analyses. Authors conducted subgroup analyses, but no sensitivity analysis.

·    Negative point: the chosen perspective might be too narrow (i.e. healthcare payer) for this population group (30%-40% are still "in work"). Negative: limited S.A.

 

 

Lemieux et al.[20], Canada

Clinical data

·    Design: Blind two-arm RCT, stratified by center and the presence or absence of visceral metastases.

·    Setting: 7 centers (but only 3 of the 7 for the economic evaluation)

·    Sample size: economic analysis using only patients from 3-sites; n=125

·    Recruitment: 1993-1998

·    Data collection: at base line, 4, 8, and 12 months, using psychosocial questionnaires that included the Profile of Mood States and the pain and suffering scales used by Spiegel and Bloom and the EORTC QLQ-C30. Further, information on demographic characteristics and social support.[2]

 

Economic evaluation

·    Type: CMA (for primary outcome) and CEA for mood and pain; using primary clinical data

·    Perspective: Healthcare system

·    Cost year & monetary unit: 2002-2003; CAN$

·    Length of evaluation: Not stated, ~1-year (i.e. effect is measured at one-year, although length of follow-up is 722 days (IG) and 750 days (SC))

 

Funding: Canadian Institute of Health Research and the Canadian Breast Cancer Research Alliance.

·    Cancer type: Breast cancer patients.

·    Eligibility criteria: Women who had histologic confirmation of breast cancer at the time of diagnosis, if they had metastases outside of the breast and ipsilateral axilla, and if the treating physician most responsible for a woman’s care gave consent[2]

Interventions: Weekly, 90-minute, therapist-led support group that adhered to principles of supportive-expressive (SE) therapy. Every four to six months, all the women received educational materials about breast cancer and its treatment, as well as about relaxation and nutrition.

·     IG: intervention group, n=43

·     SC: standard care & educational materials, n=82;

 

Program duration: Attending the group sessions for at least one year, or longer if the sessions continued to be of benefit

 

Variables included in CEA

·     Survival (primary outcome)

·     Secondary outcomes: psychosocial functioning, mood, pain,

·     Intervention costs and direct healthcare costs

 

Effects:

·     No significant difference between both groups in survival

·     Statistically significant benefits were found in psychological distress (0.32 for POMS-TMD) and pain (0.40 PAIN-VAS) over the 1st year.

 

Costs:

·     The control costs were $2,169

·     The mean cost of care per patient was $28,189 and $31,715 in SC and IG, respectively.

 

Economic evaluation :

·     CMA: Difference between both arms were equal to $3,526 (not significant), and if reducing intervention costs (i.e. $2,169), there was no statistically significant difference in resource costs between IG and SC.

·     CEA: incremental costs are CAN$5,550 and CAN$4,309 for an effect size of change in mood and pain, respectively

 

Sensitivity analysis:

·     One- way S.A. No change in results.

Level of evidence (clinical data): High risk of bias

 

Economic evaluation: moderate

·    Analysis was in line with the Drummond checklist.

·    Negative point: the narrow perspective chosen (i.e. healthcare payer)

·    Subset of participants (i.e. 3 of the 7 centres) for economic evaluation

Mandelblatt et al.[21], USA

Clinical data

·    Design: Three-arm RCT, stratified by study site, whether the woman had received chemotherapy, and marital status (married/living as married v other); randomization based on a random number-generated list.

·    Setting: 3 sites

·    Sample size: 388

·    Recruitment: July 1999-June 2002

·    Data collection: At baseline, 2-months (~4 to 6 weeks) after primary treatment; and at 6 and 12 months after intervention, using IES-R and MOS-SF36. Further included the baseline demographic and clinical data, the 2-month   asses if in the IG women had watched the videotape. Further, every 3 months documenting health services. Research staff used weekly logs to record time and resources used to deliver   intervention.

 

Economic evaluation

·    Type: CEA; using primary clinical data

·    Perspective: Societal perspective

·    Cost year & monetary unit: Not stated (~2002); US$

·    Length of evaluation: 6-month 'because this is the period of immediate transition and by 12 months, most women have adjusted to survivorship'[21]

 

Funding: National Cancer Institute

·    Cancer type: Breast cancer patients

·    Eligibility criteria: Women who had received surgery for invasive breast cancer of any size or nodal status, and who had no neoadjuvant chemotherapy, high-dose chemotherapy with bone marrow or stem-cell rescue or protracted reconstructive surgery, and who were able to read and write in English

Interventions:: Videotape intervention and printed information (VID) vs psychological educational counselling , videotape and printed information (EDU)

·     VID, n=128

·     EDU, n=135

·     SC, standard care & printed information, n=125.

 

Program duration:

·     VID: not stated

·     EDU: 2 sessions, the first 80-minutes and the 2nd 2 weeks later by phone, 30-minutes

 

 

Variables included in CEA

·     Distress and energy 6 months postintervention, using IES-R and MOS-SF36 vitality scale

·     Intervention costs, healthcare utilization and patients time cost

 

Effects:

·     EDU was not more effective in increasing energy or decreasing distress than the other arms.

 

Costs:

·     Intervention costs were $11.30 for SC; $25.85 for VID and $134.47 for EDU

·     No significant differences in health care costs over the 12 months post-intervention period by study arm.

 

Economic evaluation :

·     EDU was not more effective than the two others, but more expensive, thus dominated by the two others.

·     ICER for VID vs SC was $7,275 per unit of decreased distress and $2.22 per unit improvement in energy, respectively

 

Sensitivity analysis:

·     One-way S.A.

·     No change of results

 

Level of evidence (clinical data): High risk of bias

·    Study arms were unbalanced for baseline depression

 

Economic evaluation: moderate

·    Analysis was in line with the Drummond checklist.

·    States to have used the societal perspective, but unclear if that was indeed the case

 

 

 

Sabariego et al. [22], Germany

Clinical data

·    Design: Two-arm RCT, randomization by code[23][6]

·    Setting: 2 rehabilitation clinics

·    Sample size: 174

·    Recruitment: November 2002-December 2003

·    Data collection: at baseline, post-intervention and at the 3- and 12-month follow-up after discharge, including costs, SF12, standardized Fear of Progression Questionnaire

 

Economic evaluation

·    Type: CEA; using primary clinical data

·    Perspective: Societal perspective was stated; collected data for a societal perspective, but CEA was only conducted using direct (medical & non-medical) cost ‘as only 52.8% and 42.2% of participants were still in the work force’

·    Cost year & monetary unit: 2004; €

·    Length of evaluation: 6-months

 

Funding: German Federal Ministry of Education and Research and the German Pension Insurance Administration

·    Cancer type: Breast, colon, and cervical cancer patients

·    Eligibility criteria: Breast, colon or cervical (at all illness phases), minimum age of 18 years, inpatient rehabilitation and increased fear of progression measured with the standardized Fear of Progression Questionnaire

Interventions: Standard inpatient rehabilitation program plus four session of group psychotherapy, each lasting 90 min. Cognitive-behavioural group therapy (CBT) a directive and specific intervention aimed at confronting patients with their fears and making them learn to cope with them; vs Client-centred, supportive-experiential group therapy (SET), a non-directive and unspecific intervention focussing on emotional expression, mutual support and reassurance, and social comparison (SET)

·     CBT, n=91.

·     SET, n=83

 

Program duration:

·     3-week inpatient rehabilitation

 

Variables included in CEA

·     Fear of progression and quality of life

·     Intervention cost and direct healthcare costs

·     Indirect cost were calculated based on sick leave days, using the human capital approach

·     Direct non-medical costs included: loss of leisure time of patients due to participation in self-help groups and of parents or friends due to voluntary caregiving.

Effects:

·     Fear of progression score: Mean score at baseline was 11.49 and 11.02 and at 12-month 10.07 and 9.73 in the CBT and the SET groups, respectively.

·     For the mental scale of the SF12: Mean score at baseline was 38.7 and 37.3 and at 12-month 43.3 and 42.6 in the CBT and the SET groups, respectively.

 

Costs:

·     CBT had fewer total cost than SET, but these differences were not significant.

 

Economic evaluation :

·     CBT is slightly more effective and less costly, with an ICER of -€78,742 for an additional unit of effect of fear of progression;

·     ICER for quality of life was -€16,976, suggesting CBT has similar effects and fewer costs than SET

 

Sensitivity analysis:

·     No one-way S.A., but using bootstrapping to model 95%CI.

Level of evidence (clinical data): High risk of bias

·    Many drop-outs; considered only complete cases in analysis

 

Economic evaluation : moderate

·    Fulfilling most critical points of checklist, except for sensitivity analysis, although PSA was conducted;

·    Stated to conduct a societal perspective, but decided later not to include indirect costs due to sick leave as ~half of the patient population were not working.

·    But the control group received an active intervention which was far more than standard care. Therefore a comparison to standard care is not possible.

Tamminga et al.[24], the Netherlands

Clinical data

·    Design: Two-arm RCT, randomization using computerized randomization program ALEA; stratified by return-to-work, age (<50 or ≥50 years) and cancer diagnosis. Patients, nurses and researchers are not blind to group assignment.

·    Setting: 6 hospitals

·    Sample size: 121 analyzed (133 allocated)

·    Recruitment: May 2009-December 2010

·    Data collection: At baseline, 6 and 12-month. Socio-demographic factors and prognostic factors for time until return-to-work were assessed at baseline only. Oucome measures (e.g. return-to-work and qol) and cancer treatments were assessed at all-time points. Intervention details were collected from nurses.

 

Economic evaluation

·    Type: CMA (no CEA as no sign. differences between groups on outcomes measured); using primary clinical data

·    Perspective: Societal

·    Cost year & monetary unit: Not stated; €

·    Length of evaluation: for economic evaluation, only first year follow-up

 

Funding: Stichting Instituut Gak

·    Cancer type: Breast and gynaecological cancer

·    Eligibility criteria: Cancer patients between 18 and 60 years of age who had been treated with curative intent, had paid work, who were on sick leave; were able to speak, read and write Dutch, had no severe mental disorder or other severe comorbidity. Treatment with curative intent was defined as an expected 1-year survival rate of approximately 80%. We excluded patients who were not sufficiently able to speak, read, or write Dutch, had a severe mental disorder or other severe comorbidity, and for whom the primary diagnosis of cancer had been made more than two months previously.

Interventions: included: 1) 4 meetings of 15 minutes each as part of the normal consulting hour to start early vocational rehabilitation carried out by an oncology nurse, social worker or nurse practitioner; 2) one meeting with the participant, the occupational physician, and the supervisor to make a return-to-work plan, and 3) three letters send to the occupational physician to enhance communication; two will be from the treating physician and one from the nurse.

·     IG, intervention group, n=61 analyzed (65 allocated)

·     SC, standard care, n=60 analyzed (68 allocated).

 

Program duration: Not stated

 

Variables included in CEA

·     Rate of return-to work at one year of follow-up

·     Number of days between the first day of sick leave and the first day at work sustained for at least 4 weeks.

·     Qol using SF-36, including all subscales and VAS.

·     Work ability using the first question of WAI.

·     Impaired work functioning using WLQ

·     Intervention costs

·     Lost productivity costs and work adjustments costs

·     No healthcare utilization

Effects:

·     Study failed to show any significant differences between groups on return-to-work outcomes and qol.

 

Costs:

·     Intervention costs were €119/patient in IG

·     The mean lost productivity cost according to the human capital approach was €41,393 in IG and €38,968 in SC. The mean productivity cost according to the friction costs approach was €14,030 in IG and €13,529 in SC.

·     The mean work accommodations cost was €2,975 and €3,025 in IG and SC, respectively.

·     These costs did not differ statistically between groups

 

Economic evaluation :

·     No statistical significant effect and costs between groups.

 

Sensitivity analysis: Not applied

 

Level of evidence (clinical data): High risk of bias

·    No bliniding of participants, nurses and patients.

·    Potential “contamination” of the SC.

·    Treating nurses not convinced of their competence & occupational physician and employer were not interested.

 

Economic evaluation: poor

·    Did not conduct scenario analysis

·    Do not present ICERs although that was the aim (mainly because they failed to show any differences between the two groups).

·    Stated to take a societal perspective, no information on healthcare resources were collected, only intervention costs and productivity losses

 

 

Abbreviations: CBA=cost-benefit analysis; CEA=cost-effectiveness analysis; CMA=cost-minimization analysis (i.e. no sign. difference in non-monetary effect measured, all other effects expressed in monetary units); CUA=cost-utility analysis; CG=control group (= standard care & additional rehabilitation measures); CWL=control waiting list; DHC=direct healthcare costs (i.e. cost for healthcare utilization); EORTC QLQ-C30= questionnaire developed to assess the quality of life of cancer patients by the European Organization for Research and Treatment of Cancer; EQ5D=Euroqol EQ-5D; IES-R=Revised Impact of Events Scale; IG=intervention group; : K10=Kessler Psychological distress Scale (K10); MOS-SF36= Medical Outcomes Study (MOS) Short-Form (SF) 36; PSA= probabilistic sensitivity analysis; RCT=randomized clinical trial; S.A.=sensitivity-analysis; SC=standard care group; SCNS/SCNS-LF59=Supportive Care Needs Survey Long Form (SCNS-LF59); QALY=Quality-adjusted life years; Qol=quality-of-life; VAS=Visual Analogue Scale; WAI= Work ability Index; WLQ=Work Limitation Questionnaire

 

 

 

 

References

 

 

  1. Bradley, A., et al., Pulmonary rehabilitation programme for patients undergoing curative lung cancer surgery. Eur J Cardiothorac Surg, 2013. 44(4): p. e266-71.
  2. Farquhar, M.C., et al., Is a specialist breathlessness service more effective and cost-effective for patients with advanced cancer and their carers than standard care? Findings of a mixed-method randomised controlled trial. BMC Med, 2014. 12(1): p. 194.
  3. Gordon, L.G., et al., A cost-effectiveness analysis of two rehabilitation support services for women with breast cancer. Breast Cancer Res Treat, 2005. 94(2): p. 123-33.
  4. Jones, L., et al., Rehabilitation in advanced, progressive, recurrent cancer: a randomized controlled trial. J Pain Symptom Manage, 2013. 46(3): p. 315-325 e3.
  5. Mourgues, C., et al., Positive and cost-effectiveness effect of spa therapy on the resumption of occupational and non-occupational activities in women in breast cancer remission: a French multicentre randomised controlled trial. Eur J Oncol Nurs, 2014. 18(5): p. 505-11.
  6. Kwiatkowski, F., et al., Long term improved quality of life by a 2-week group physical and educational intervention shortly after breast cancer chemotherapy completion. Results of the 'Programme of Accompanying women after breast Cancer treatment completion in Thermal resorts' (PACThe) randomised clinical trial of 251 patients. Eur J Cancer, 2013. 49(7): p. 1530-8.
  7. Round, J., B. Leurent, and L. Jones, A cost-utility analysis of a rehabilitation service for people living with and beyond cancer. BMC Health Serv Res, 2014. 14(1): p. 558.
  8. Mewes, J.C., et al., Cost-effectiveness of cognitive behavioral therapy and physical exercise for alleviating treatment-induced menopausal symptoms in breast cancer patients. J Cancer Surviv, 2014.
  9. Hollingworth, W., et al., Are needs assessments cost effective in reducing distress among patients with cancer? A randomized controlled trial using the Distress Thermometer and Problem List. J Clin Oncol, 2013. 31(29): p. 3631-8.
  10. Drummond, M.F., et al., Methods for the Economic Evaluation of Health Care Programs2005, Oxford, UK: Oxford University Press.
  11. Duijts, S.F., et al., Efficacy of cognitive behavioral therapy and physical exercise in alleviating treatment-induced menopausal symptoms in patients with breast cancer: results of a randomized, controlled, multicenter trial. J Clin Oncol, 2012. 30(33): p. 4124-33.
  12. Haines, T.P., et al., Multimodal exercise improves quality of life of women being treated for breast cancer, but at what cost? Randomized trial with economic evaluation. Breast Cancer Res Treat, 2010. 124(1): p. 163-75.
  13. Retel, V.P., et al., A cost-effectiveness analysis of a preventive exercise program for patients with advanced head and neck cancer treated with concomitant chemo-radiotherapy. BMC Cancer, 2011. 11: p. 475.
  14. Ackerstaff, A.H., et al., First-year quality of life assessment of an intra-arterial (RADPLAT) versus intravenous chemoradiation phase III trial. Head Neck, 2009. 31(1): p. 77-84.
  15. van der Molen, L., et al., A randomized preventive rehabilitation trial in advanced head and neck cancer patients treated with chemoradiotherapy: feasibility, compliance, and short-term effects. Dysphagia, 2011. 26(2): p. 155-70.
  16. Arving, C., et al., Cost-utility analysis of individual psychosocial support interventions for breast cancer patients in a randomized controlled study.Psychooncology, 2014. 23(3): p. 251-8.
  17. Arving, C., et al., Individual psychosocial support for breast cancer patients: a randomized study of nurse versus psychologist interventions and standard care.Cancer Nurs, 2007. 30(3): p. E10-9.
  18. Arving, C., et al., Satisfaction, utilisation and perceived benefit of individual psychosocial support for breast cancer patients--a randomised study of nurse versus psychologist interventions. Patient Educ Couns, 2006. 62(2): p. 235-43.
  19. Bjorneklett, H.G., et al., A randomized controlled trial of support group intervention after breast cancer treatment: results on sick leave, health care utilization and health economy. Acta Oncol, 2013. 52(1): p. 38-47.
  20. Lemieux, J., et al., Economic analysis of psychosocial group therapy in women with metastatic breast cancer. Breast Cancer Res Treat, 2006. 100(2): p. 183-90.
  21. Mandelblatt, J.S., et al., Economic evaluation alongside a clinical trial of psycho-educational interventions to improve adjustment to survivorship among patients with breast cancer. J Clin Oncol, 2008. 26(10): p. 1684-90.
  22. Sabariego, C., et al., Cost-effectiveness of cognitive-behavioral group therapy for dysfunctional fear of progression in cancer patients. Eur J Health Econ, 2011. 12(5): p. 489-97.
  23. Herschbach, P., et al., Evaluation of two group therapies to reduce fear of progression in cancer patients. Support Care Cancer, 2010. 18(4): p. 471-9.
  24. Tamminga, S.J., et al., Effectiveness of a hospital-based work support intervention for female cancer patients - a multi-centre randomised controlled trial. PLoS One, 2013. 8(5): p. e63271.

 

 

[1] Educations sessions were delivered by lung cancer nurse specialists and physiotherapists, whereby addressing the diet, smoking, lifestyle change, disease process and diagnosis, inpatient expectations, preparation for discharge and home, pain management, basics of breathing and benefits of mobility, coughing and airway clearance as well as ways of dealing with symptoms while outside the hospital. Exercises: Patient attended local COPD rehabilitation exercise class twice weekly for 1 h, which included a combination of endurance and strength exercises as well as inspiratory muscle exercises. The patients in the intervention group trained up to 60% of their maximum exercise capacity guided by the BORG scale of breathlessness. The PRP was pragmatic in nature, permitting a degree of local adaptation. The exercise classes were delivered in hospital in two centers and in the community in one center, using individualized programs in two centers and group classes in the other. Postoperatively: Between 4 and 6 weeks post-hospital discharge, the intervention group rejoined the rehabilitation program twice weekly for up to 3 months and was then offered maintenance sessions once a week. All smokers were accelerated into locally available smoking cessation pathways. These included smoking advice, counselling and nicotine replacement therapy as appropriate. All patients had dietary advice by lung cancer nurse and a nutritional assessment, which included body mass index (BMI) as well as history of weight loss. If they met the criteria for dietary intervention (BMI <20, or 10% weight loss in the last 3 months), the patients were referred to a Macmillian dietician and received preoperative nutritional drink supplements, which continued for up to 3 months based on the subsequent postoperative nutritional assessment.

[2] CEA was already included in the 2010 literature review.

[3] Four core components were defined: 1.) Systematic clinical assessment (symptoms and treatments) by senior medical and nursing staff using the National Assessment and Care Planning Framework; 2.) Goal setting with the review date agreed between patient and clinician; referrals within the MDT on a case-by-case basis according to current need, for example, physical (exercise), psychological, and complementary therapies, comprising therapies such as: Art therapy; Bach flower remedies; counselling; social work; writing therapy; acupuncture; healing; homeopathy; hypnotherapy; Indian head message; relaxation group; reiki (simple form of healing); massage; physiotherapy/hydrotherapy; reflexology; Dietician/Nutritional therapy; 3.). Weekly MDT meeting to review patients, raise problems, and discuss offering additional available services according to individual need and preference; 4.) Patient/clinical discussion in clinics according to goal-setting timetable to review progress, set new goals, or agree on a discharge date.

[4] Round et al [7] and Jones et al. [4] is the same trial. Jones et al. presented the trial, effectiveness results and a first economic evaluation. The main objective of the Round paper was the economic evaluation. They perform probabilistic sensitivity analysis and scenario analyses whereby modelling also a longer follow-up period. Round and colleagues present detailed results of the economic evaluation.

[5] In the original trial presented in Duijts et al.[9,10] there were three intervention groups, namely CBT, PE and a combination of both (CBT+PE) vs CWL. But given that the combined CBT+PE treatment had no additional patient benefit above CBT or PE, and would always be more costly, this treatment option was not considered in the economic analysis by Mewes et al. [8]

 

[6] Herschbach et al.[23] had an RCT with 2-arms, and 1 year later a control group (but collected for the control group only information on the primary outcome (i.e. Fear of Progression).

  

Autorisatiedatum en geldigheid

Laatst beoordeeld  :

Laatst geautoriseerd  : 01-03-2018

Actualisatie

Voorwaarden voor revisie en beoordelingsfrequentie zijn vastgelegd in de richtlijn. De geldigheidstermijn voor de richtlijn (maximaal 5 jaar na vaststelling) wordt vanuit het Integraal Kankercentrum Nederland bewaakt. Om verscheidene redenen kan actualisatie eerder dan beoogd nodig zijn. Zo nodig zal de richtlijn tussentijds op onderdelen worden bijgesteld.

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen
Geautoriseerd door:
  • Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie
  • Nederlandse Internisten Vereniging
  • Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen
  • Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie
  • Nederlandse Vereniging voor Radiotherapie en Oncologie
  • Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland
  • Nederlandse Vereniging voor Psychosociale Oncologie
  • Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde

Algemene gegevens

Er komen in de dagelijkse oncologische praktijk problemen voor op lichamelijk, cognitief, emotioneel of sociaal vlak en/of met betrekking tot rolfunctioneren en/of zingeving. Deze problemen kunnen aanleiding geven, na signalering en bespreking, tot verwijzing van de desbetreffende patiënt met kanker of die kanker heeft gehad. De (ex-)patiënt kan verwezen worden voor verdere diagnostiek, een leefstijladvies, behandeling door één psychosociale of paramedische zorgverlener, door zorgverleners van verschillende disciplines, of naar medisch specialistische revalidatie. De richtlijn beschrijft hoe tot goede verwijzing naar medisch specialistische revalidatie bij oncologie te komen.

Daarnaast beschrijft de richtlijn:

  • Klachten na curatieve behandeling en in de palliatieve fase
  • Voorspellende factoren voor een gezonde levensstijl
  • Het intakeproces voorafgaand aan medisch specialistische revalidatie bij oncologie
  • Revalidatie(-interventies)
  • Meetinstrumenten voor effectevaluatie
  • Empowerment van de patiënt
  • Ondersteuning/adviezen/(verpleegkundige) interventies gericht op arbeid
  • Kosteneffectiviteit
  • Organisatie van zorg
  • Signalering en nazorg/revalidatiezorg bij kwetsbare (veelal) oudere patiënten met kanker

Doel en doelgroep

De richtlijn richt zich op patiënten van 18 jaar en ouder. Dit betreft patiënten tijdens of na afronding van de in opzet curatieve behandeling en tijdens de palliatieve fase van alle oncologische aandoeningen. Voor de patiënten in de palliatieve fase, de fase die intreedt wanneer duidelijk wordt dat er geen zicht meer is op genezing, richt de richtlijn zich op patiënten in de ziektegerichte- en symptoomgerichte palliatieve fase en expliciet niet op de fase van terminale palliatie.

Voor wie is deze richtlijn bedoeld?
De richtlijn is bedoeld voor zowel primaire oncologische behandelaars (internist-oncologen, chirurgisch oncologisch behandelaars en radiotherapeut oncologen), (gespecialiseerd) verpleegkundig(en) (specialisten), physician assistants, huisartsen en bedrijfsartsen als voor professionals in de psychosociale, paramedische en revalidatiezorg. Voor primaire oncologische behandelaars (internist-oncologen, chirurgisch oncologisch behandelaars en radiotherapeut oncologen), (gespecialiseerd) verpleegkundig(en) (specialisten), physician assistants, huisartsen en bedrijfsartsen die signaleren en verwijzen zijn vooral de uitgangsvragen over klachten na curatieve behandeling en in de palliatieve fase, signalering, bespreking en verwijzing en de modules over kwetsbare (veelal) oudere patiënten met kanker van belang. Voor professionals in de psychosociale, paramedische en medisch specialistische revalidatiezorg (revalidatieartsen, fysiotherapeuten, psychologen, maatschappelijk werkers, ergotherapeuten, etc.) zijn alle uitgangsvragen van belang.

Samenstelling werkgroep

Alle werkgroepleden zijn afgevaardigd namens wetenschappelijke verenigingen en hebben daarmee het mandaat voor hun inbreng. Bij de samenstelling van de werkgroep is geprobeerd rekening te houden met landelijke spreiding, inbreng van betrokkenen uit zowel academische als algemene ziekenhuizen/instellingen en vertegenwoordiging van de verschillende verenigingen/ disciplines. De patiëntenvereniging is eveneens vertegenwoordigd en in het geval er literatuuronderzoek is gedaan, is er een methodoloog of literatuuronderzoeker betrokken.

Belangenverklaringen

Aan alle werkgroepleden is gevraagd een belangenverklaring in te vullen, waarin ze hun banden met de industrie aangeven bij de start en einde van het richtlijntraject. De werkgroepleden hebben verklaard op dit moment of in de laatste drie jaar geen activiteiten te hebben ontplooid op uitnodiging van of met subsidie/ sponsoring van de industrie.

Inbreng patiëntenperspectief

De richtlijnwerkgroep bestaat uit zorgverleners van verschillende psychosociale en (para)medische disciplines en patiëntvertegenwoordigers van de Nederlandse Federatie van Kankerpatientenorganisaties.

Methode ontwikkeling

Evidence based

Zoekverantwoording

Zoekacties zijn opvraagbaar. Neem hiervoor contact op met de Richtlijnendatabase.

Volgende:
Meetinstrumenten voor effectevaluatie