Medisch specialistische revalidatie bij oncologie

Initiatief: VRA Aantal modules: 27

Medisch specialistische revalidatie bij oncologie - Kosteneffectiviteit

Aanbeveling

Uitgangsvraag
Is interdisciplinaire medisch specialistische revalidatie of zijn interventies als mogelijk onderdeel van interdisciplinaire medisch specialistische revalidatie bij patiënten met kanker kosteneffectief?

Aanbeveling
De werkgroep is van mening dat de heterogeniteit tussen de onderzochte studies en de tegenstrijdige bevindingen geen algemene uitspraken toelaten over de kosteneffectiviteit van (interventies als mogelijk onderdeel van) interdisciplinaire medisch specialistische revalidatie bij oncologie in vergelijking met standaardzorg bij patiënten met kanker. Er is meer onderzoek nodig naar de kosteneffectiviteit van multi- en interdisciplinaire (medisch specialistische revalidatie) interventies bij patiënten met kanker. Dit geldt voor alle stadia van behandeling, dus zowel tijdens en na afronding van de in opzet curatieve behandeling als in de palliatieve fase.


Overwegingen

De tien gevonden studies zijn heterogeen voor wat betreft:

  • Het type kanker, waarbij veel studies zich richten op mammacarcinoompatiënten, maar er zijn ook studies die geen onderscheid in het type kanker maken
  • Het klinische probleem waarop de interventie zich primair richt, bijvoorbeeld ademhalingsproblemen of menopauzale klachten veroorzaakt door kankertherapie
  • De fase van de ziekte, waarbij de meeste studies zich richten op de in opzet curatieve fase, maar andere studies juist in de palliatieve fase interveniëren
  • De verschillende componenten van de behandeling. Ook hier is een breed spectrum van interventies, variërend van dieëtinterventies, beweeginterventies, gedragstherapeutische interventies tot wellness interventies, gevonden.
  • Intensiteit van de interventie, kortdurend of langere interventies
  • De samenstelling van de groep: individuele interventies of groepsinterventies of een combinatie daarvan.

Vanwege deze heterogeniteit is het niet mogelijk om algemeen geldende uitspraken over de kosteneffectiviteit van (interventies als mogelijk onderdeel van) interdisciplinaire medisch specialistische revalidatie te doen.

Drie studies (16) (18) (19) werden uitgesloten van de beantwoording van de uitgangsvraag omdat een volledige economische evaluatie ontbreekt. In deze studies werden geen effecten op gezondheid beschreven, maar werden alleen economische effecten meegenomen, bijvoorbeeld de zorgconsumptie of terugkeer naar betaald werk. Ondanks het feit dat effecten op gezondheid niet werden meegenomen leveren deze studies wel relevante inzichten op over economische effecten van de interventie. Ook de resultaten van deze drie studies dragen bij aan het algemene beeld van tegenstrijdige resultaten zoals hierboven beschreven: in twee studies werden hogere kosten in de interventiegroep gerapporteerd (16) (19), terwijl in de derde studie (18) juist lagere kosten in de interventiegroep werden berekend.

Omdat in de literatuurstudie informatie werd aangetroffen over lopende gerandomiseerde studies van zowel unimodale als multimodale interventies gericht op het verbeteren van psychosociale of fysieke problemen bij de patiënt met kanker, is het aannemelijk dat in de nabije toekomst nieuwe informatie beschikbaar komt over de kosteneffectiviteit van zowel unimodale als multimodale interventies gericht op het verbeteren van psychosociale of fysieke problemen bij de patiënt met kanker.

Ondanks dat de kosteneffectiviteit van interventies gericht op het verbeteren van psychosociale of fysieke problemen bij de patiënt met kanker momenteel nog onbekend is, is het aannemelijk dat sommige interventies kosteneffectief zullen zijn. Het is aangetoond dat beweeginterventies tijdens en na de in opzet curatieve behandeling, chronische vermoeidheid doen verminderen en de kwaliteit van leven doen verbeteren, maar de kosteneffectiviteit gericht op bijvoorbeeld het zorggebruik op de langere termijn of het herstel van participatie in het arbeidzame leven is nog niet berekend.

Kennishiaten
De kosteneffectiviteit van multimodale interventies en interdisciplinaire medisch specialistische revalidatie bij oncologie gericht op het verbeteren van psychosociale of fysieke problemen bij de patiënt met kanker is vooralsnog onbekend. Er is onderzoek gewenst die deze benadering vergelijkt met zowel unimodale interventies als met standaardzorg. 

Onderbouwing

Er zijn tien studies gevonden die heterogeen zijn, o.a. ten aanzien van het type kankerpatiënt, het type interventie en duur en de intensiteit van de interventie. Vanwege deze heterogeniteit is het niet mogelijk om algemeen geldende uitspraken over de kosteneffectiviteit van deze interventies te doen. Hieronder worden de studies daarom individueel beschreven en wordt per studie een conclusie getrokken.

Er zijn aanwijzingen dat een kortdurend multidisciplinair programma gericht op het verbeteren van (zelfmanagement van) kortademigheid bij patiënten met vergevorderde tumoren leidt tot minder kosten en op zijn minst even goed is als standaardzorg voor deze patiënten.
Niveau 3: B (16)

Er zijn aanwijzingen dat een intensief programma voor patiënten na behandeling voor primair mammacarcinoom bestaande uit een combinatie van opname gedurende twee weken in een kuuroord en voedingsadviezen na ontslag, leidt tot een beter activiteitenniveau en snellere terugkeer naar werk. De interventie was duurder dan standaardzorg, de kosteneffectiviteit is echter niet bestudeerd.
Niveau 3: B (17)
 
Er zijn aanwijzingen dat een poliklinische multimodale interventie op maat (gericht op fysieke, psychologische, sociale, financiële, emotionele en/of spirituele problemen) voor patiënten die juist een behandeling hadden afgerond voor een actieve vorm van mammacarcinoom of hematologische maligniteit en grote kans hadden op terugkeer van ziekte, kosteneffectief is. De interventie bestond deels uit componenten waarvan de werkzaamheid niet aannemelijk is.
Niveau 3: B (12) (15)

Er zijn aanwijzingen dat zowel een individuele unimodale interventie gericht op fysieke training als een multimodale groepsinterventie gericht op fysieke training, educatie en psychosociale ondersteuning voor patiënten behandeld voor primair mammacarcinoom kosteneffectief zijn.
Niveau 3: B (2)

Er zijn aanwijzingen dat zowel fysieke training als cognitieve gedragstherapie, evenals de combinatie van deze interventies gericht op patiënten met primair mammacarcinoom, die menopauzeklachten hebben ontwikkeld door de behandeling leiden tot verbeterde kwaliteit van leven. Tegen in Nederland geldende maatstaven zijn deze interventies echter niet of nauwelijks kosteneffectief.
Niveau 3: B (13)

Er zijn aanwijzingen dat een interventie bestaande uit stretch- en krachtoefeningen van de kauwspieren gericht op het verminderen van slikklachten en verkorten van afhankelijkheid van sondevoeding na chemoradiatie voor uitgebreid hoofd-halscarcinoom kosteneffectief is in vergelijking met standaardzorg.
Niveau 3: B (4)

Er zijn aanwijzingen dat een psychosociale interventie gegeven aan patiënten met pas gediagnosticeerd mammacarcinoom door een daartoe speciaal opgeleide oncologieverpleegkundige of een psycholoog zowel beter als goedkoper is dan standaardzorg.
Niveau 3: B (9)

Er zijn aanwijzingen dat een groepsinterventie gericht op psychosociale ondersteuning bij patiënten met gemetastaseerd mammacarcinoom leidt tot afname van pijn en angst. De interventie is duurder dan standaardzorg. Over de kosteneffectiviteit zijn geen uitspraken gedaan.
Niveau 3: B (5)

Er zijn aanwijzingen dat psychologische interventie bestaande uit het verstrekken van voorlichtingsmateriaal èn persoonlijke counseling gericht op de transitie van actieve behandeling voor primair mammacarcinoom naar herstel van kanker niet effectiever, maar wel duurder is dan het verstrekken van voorlichtingsmateriaal alleen.
Niveau 3: B (6)

Er zijn aanwijzingen dat het afnemen en bespreken van de “Distress Thermometer and Problem List” (Lastmeter) ter vermindering van psychische onrust en emotionele problemen tijdens een behandeling bij patiënten met een recente oncologische diagnose duurder, maar niet beter is dan standaardzorg.
Niveau 3: B (11)

Onderbouwing
Medisch Specialistische revalidatie bij oncologie valt volgens de aanbevelingen van het Zorginstituut onder de basisverzekering. Om een brede acceptatie in de samenleving te krijgen moeten interventies niet alléén effectief zijn, maar ook kosteneffectief (doelmatig), d.w.z. dat gezondheidswinst gerealiseerd wordt tegen acceptabele meerkosten. Er is een literatuuronderzoek verricht om een uitspraak te kunnen doen of (psychosociale of fysieke interventies als mogelijk onderdeel van) multimodale interdisciplinaire medisch specialistische revalidatie bij oncologie kosteneffectief is. In de literatuur werd gezocht naar volledige economische evaluaties, d.w.z. studies die verschillen in kosten en verschillen in gezondheid tussen behandelgroepen integreren in één uitkomstmaat, de kosten per eenheid gezondheidseffect. Voor eenheid gezondheidseffect wordt in het algemeen de Quality Adjusted Life Year (QALY oftewel levensjaar in goede kwaliteit) gebruikt. Gezondheidseffecten kunnen echter ook uitgedrukt worden in verbetering op meer ziektespecifieke maten, zoals vermoeidheid of terugkeer naar werk. Wanneer gezondheidseffecten uitgedrukt worden in QALY’s heeft dat het voordeel dat interventies onderling goed te vergelijken zijn en dat de doelmatigheid gemeten kan worden aan een ijkpunt. Hoewel in Nederland geen hard ijkpunt wordt gehanteerd, worden bedragen van € 20.000,- tot € 80.000,- per QALY in het algemeen gezien als kosteneffectief, waarbij de hogere drempelwaarde alleen voor aandoeningen met een zeer hoge ziektelast geldt.

Een systematische review die voldoet aan de Cochrane criteria is nog niet gepubliceerd. De tot op heden gerapporteerde kosteneffectiviteitsstudies (in totaal tien studies beschreven in elf artikelen) zijn heterogeen voor wat betreft de onderzochte oncologische populatie, de onderzochte interventie(s), de duur van de follow-up periode en het gekozen perspectief. De kosteneffectiviteitsstudies zijn meestal gebaseerd op onderliggende klinische studies. Deze klinische studies hebben in het algemeen een hoog risico op bias (vertekening van de resultaten). Het heterogene palet aan studies resulteert in een breed scala aan conclusies: er werden studies gevonden die de gekozen interventie als effectiever en goedkoper beschrijven dan standaardzorg. In andere studies wordt geconcludeerd dat de interventie duurder en niet beter is dan standaardzorg. Een algemene uitspraak gebaseerd op de gepubliceerde studies is daarom niet mogelijk. Meer kwalitatief goed onderzoek is nodig.

In een recente kwalitatieve (beschrijvende) review uitgevoerd door Mewes (1) zijn zes kosteneffectiviteitsstudies geïdentificeerd die in de periode 1 januari 2004 t/m 1 juni 2012 gepubliceerd zijn. Om eventuele recentere studies te vinden hebben wij aanvullend literatuuronderzoek verricht naar economische evaluaties van interventies gericht op het verminderen van psychosociale of fysieke klachten bij kankerpatiënten in de Engelse, Nederlandse, Duitse, Franse, Italiaanse en Spaanse taal, gepubliceerd tussen 1 januari 2012 en 1 januari 2015.

Beschrijving van studies
Van de in de review van Mewes (1) beschreven zes kosteneffectiviteitsstudies was er maar één studie waarin een multimodale interventie werd vergeleken met standaardzorg (2). Deze studie is ook beschreven in de richtlijntekst van 2010. In alle andere studies werd slechts één mogelijke component van interdisciplinaire medisch specialistische revalidatie specifiek gericht op het verbeteren van psychosociale of fysieke problemen bij de patiënt met kanker onderzocht: beweeginterventies werden geëvalueerd in twee studies (3) (4) en psychosociale interventies in drie studies (5) (6) (7). Omdat in twee van deze zes studies (3) (7) geen vergelijking wordt gemaakt met standaardzorg, maar twee interventies met elkaar worden vergeleken, werden deze studies vervolgens buiten beschouwing gelaten. Uit de review van Mewes (8) worden dus vier studies opgenomen in deze bespreking. Vanwege het beperkte aantal studies naar multimodale interventies, worden ook studies die zich slechts op één mogelijk onderdeel van interdisciplinaire medisch specialistische revalidatie richten hier meegenomen.

De aanvullende literatuurstudie leverde in totaal zeven artikelen met zes unieke kosteneffectiviteitsstudies op (9) (10) (11) (12) (13) (14) (15) In vier van deze kosteneffectiviteitsstudies (beschreven in vijf artikelen) werden multimodale interventies geëvalueerd (10) (12) (13) (14) (15) en in twee andere werden psychosociale interventies onderzocht (9) (11). Jones (12) en Round (15)  beschrijven dezelfde klinische trial. In totaal worden hier dus tien kosteneffectiviteitsstudies besproken: vier uit de review van Mewes (8) en zes uit aanvullend literatuuronderzoek. Met uitzondering van de studies van Farquhar (10), Jones (12) en Round (15) zijn alle studies gericht op patiënten die in principe behandeld worden met het oog op curatie.

Multimodale interventies
Een Engelse kosteneffectiviteitsstudie werd uitgevoerd van een twee weken durende interventie op maat gericht op kortademigheid bij patiënten met vergevorderde tumoren. In een RCT ontvingen 67 patiënten “Breathless Intervention Service” (BIS) of ze werden op de wachtlijst geplaatst (en ontvingen de interventie dan na twee weken alsnog). Het doel van het BIS-programma was om patiënten meer controle over hun ademhaling te geven en zo onrust bij patiënten en mantelzorgers te voorkomen. De doelgroep bestond uit patiënten met vergevorderde tumoren en kortademigheid, die naar verwachting baat zouden hebben bij een zelfmanagement programma. Het BIS-programma werd individueel en op maat samengesteld uit multidisciplinaire interventies, waaronder ook farmacologische interventies, over een periode van twee weken. Patiënten ontvingen één tot vier consultaties in de thuissetting en vier tot zes telefoontjes door een lid van het BIS-team bestaande uit een palliatieve arts, een ergotherapeut en een fysiotherapeut. Het programma bestond uit o.a. de volgende interventies: voorlichting; ademhalingsoefeningen; bewegingsoefeningen; psychologische ondersteuning; verandering van lifestyle; ontspanningsoefeningen; voedingsadviezen; slaapoefeningen; ondersteuning van de familie; korte cognitieve therapie; farmacologisch consult, eventueel gecombineerd met voorschrijven van lage doses opioïden, antidepressiva of anxiolytica. Bij complexere problemen werd verwezen naar meer gespecialiseerde hulp. De belangrijkste uitkomstmaten konden bij 57 patiënten worden berekend. De interventiegroep had significant minder last van kortademigheid dan de groep, die standaard zorg kreeg (p=0,049).

De interventie leidde tot een QALY-winst van 0,0002 en verminderde kosten (medische en niet medische kosten) van £354 per patiënt tussen start van het BIS programma en het tijdspunt na twee weken. De QALY-winst van 0,0002 was echter klinisch niet relevant, hetgeen mogelijk te verklaren is door de korte interventieperiode (10).

Een Franse studie werd uitgevoerd waarbij patiënten, behandeld vanwege primair mammacarcinoom, werden gerandomiseerd naar geen interventie of twee weken opname in een kuuroord voor intensieve multimodale fysieke interventie gecombineerd met voedingsadviezen. Beide groepen ontvingen voedingsadviezen door een diëtiste op tijdpunten zes maanden en twaalf maanden. Het doel van de interventie was dat patiënten sneller hun gebruikelijke beroepsbezigheden en sociale bezigheden zouden hervatten. Daarnaast werd de kosteneffectiviteit van de interventie gemeten. De doelgroep bestond uit patiënten die <9 maanden de behandeling voor primair mammacarcinoom hadden afgerond, geen metastasen, geen contra-indicatie voor lichamelijke inspanning, geen cognitieve stoornissen en een BMI tussen 18,5 en 40 kg/m2 hadden. De tweeweekse interventie bestond uit dagelijks gedurende twee uur afwisselende lichaamsinspanning gesuperviseerd door een fysiotherapeut; consulten door medici, psychologen en diëtisten; esthetische verzorging; thermale baden en massages; maaltijden op maat en voedingsvoorlichting (14). Als uitkomstmaten werden werkhervatting, hervatting van sociale bezigheden en het vermogen om dagelijkse bezigheden te verrichten meegenomen.

In totaal werd bij 90 patiënten een kosteneffectiviteitsanalyse uitgevoerd. Bij vrouwen in de interventiegroep was het hervatten van hun bezigheden na twaalf maanden beter dan in de controlegroep (p=0,0025). Wat hervatten van werk betreft was de interventie veel effectiever (p=0,0014). De totale kosten waren in de interventiegroep na twaalf maanden enkele honderden euro’s hoger. De interventie wordt door de auteurs daarom als kosteneffectief beschouwd. Voor terugkeer naar werk is echter geen maatschappelijke betalingsbereidheid bekend, waardoor een oordeel over de kosteneffectiviteit van deze interventie lastig is te geven (14).[1]

In een Engelse studie werd de kosteneffectiviteit van een multimodale interventie onderzocht bij patiënten met een actieve vorm van mammacarcinoom of hematologische maligniteit, die net hun behandeling hadden afgerond maar een hoog risico hadden op terugkeer van ziekte. De interventie bestond uit een multidisciplinair pakket aan activiteiten, waaronder fysiotherapie en psychosociale begeleiding, en werd op een dagbehandelingsunit van een hospice gegeven. Mensen in de controlegroep werden op de wachtlijst geplaatst (en ontvingen de interventie drie maanden later alsnog). Het programma werd individueel en op maat samengesteld. Na een intake door een senior verpleegkundige, waarbij gebruik werd gemaakt van het “National Assessment and Care Planning Framework”, werd het doel van het revalidatietraject bepaald en werden op individueel niveau afspraken gemaakt over de intensiteit en het tijdpad. Patiënten werden wekelijks besproken in het multidisciplinaire team voor wat betreft vooruitgang en waar nodig werden aanvullende behandelingen geïndiceerd (waaronder acupunctuur, kunstzinnige therapie, “Bach bloesemtherapie”; familietherapie, homeopathie, massage, hypnotherapie, voetreflextherapie en ontspanningstherapie). De voortgang van de patiënt werd ook besproken met de behandelend specialist, waarbij eventueel aanvullende doelstellingen werden vastgesteld. In totaal deden 41 patiënten mee en 36 konden de drie maanden periode afronden. Na drie maanden was er een significante verbetering in de interventiegroep met betrekking tot psychosociale behoeften en Quality Adjusted Life Years.

De studie liet zien dat deze interventie tot een substantiële winst in QALY’s leidde, namelijk 0,052 QALY na drie maanden. Vanuit het gezondheidszorgperspectief lag de kosteneffectiviteitsratio onder de £20,000/QALY, wat in Engeland als kosteneffectief beschouwd wordt (12) (15).

Een Australische kosteneffectiviteitsstudie bij patiënten behandeld voor primair mammacarcinoom betrof twee interventies (DAART en STRETCH), die werden vergeleken met standaardzorg. Beide interventies hadden het doel om patiënten na mammacarcinoomchirurgie te ondersteunen bij het opbouwen van kracht en flexibiliteit in het bovenlichaam (in het bijzonder schoudermobiliteit), maar ook om waar nodig praktische en psychosociale hulp te bieden. De doelgroep bestond uit vrouwen met éénzijdig mammacarcinoom die Engels spraken, geen cognitieve problemen hadden en tussen 25 en 74 jaren oud waren. DAART omvatte fysiotherapie en educatie om op maat afgestemde beweegoefeningen zelf uit te voeren in de thuissituatie van de patiënt. Het DAART programma werd in een periode van maximaal zes weken in gemiddeld drie individuele sessies van één uur per patiënt gegeven. STRETCH was een groepsprogramma uitgevoerd door een inspanningsfysioloog en bestond uit beweegoefeningen, educatie, groepsdiscussies van psychosociale problemen en lotgenotencontact. Het STRETCH programma duurde acht weken met één sessie van één tot twee uur per week. In totaal participeerden 36 deelnemers in DAART, 31 deelnemers in STRETCH en werd vergeleken met een non-interventiegroep van 208 personen. Het aantal ‘gerehabiliteerde’ personen was bij DAART en STRETCH gelijk, maar in de controlegroep lag het aantal iets hoger.

Bij QALY als uitkomstmaat werd wel QALY-winst van beide interventies ten opzichte van standaardzorg behaald. Hierbij was DAART interventie met een kosten per QALY-ratio van $ 1.344 kosteneffectiever (lagere kosten per QALY) dan STRETCH interventie (kosten per QALY $ 14.478). Tegen de in Australië geldende betalingsbereidheid van $ 30.000,- per QALY werden beide interventies als kosteneffectief gezien (2). 

In een Nederlandse modelleringsstudie werden gegevens gebruikt uit een vierarmige RCT bestaande uit cognitieve gedragstherapie (CGT), lichaamsbeweging (PE), de combinatie (CGT+PE) en een wachtlijstcontrolegroep (WLC) om kosteneffectiviteit te berekenen. Deze studie werd uitgevoerd bij patiënten met primair mammacarcinoom, die door de behandeling ernstige menopauzeklachten hadden gekregen. De interventies waren bedoeld om beter om te gaan met deze menopauzeklachten. In vergelijking met standaardzorg leidde PE tot een significante afname van endocriene en mictieklachten en verbetering van lichamelijke activiteit. CGT leidde tot een significante afname van opvliegers en nachtelijk transpireren en bevorderde de seksuele activiteit. De combinatie leidde niet tot meer gezondheidsvoordelen dan de interventies alleen. De kosteneffectiviteitsstudie betrof elk der interventies en de WLC. De CGT-interventie bestond uit zes groepsbijeenkomsten (groepen van zes tot acht deelnemers) van anderhalf uur, met een “booster” bijeenkomst zes weken na afloop van het programma. De PE-interventie duurde twaalf weken en bestond uit een intakegesprek met een fysiotherapeut die oefeningen op maat voorschreef. Het eerste contact duurde anderhalf uur en vond plaats in een kliniek. Tijdens het eerste contact werd er een op maat afgestemd programma opgesteld om thuis zelfstandig twee en een half tot drie uur beweegoefeningen per week te doen. Daarna waren er twee telefonische contacten van ongeveer vijftien minuten na vier en na acht weken en tenslotte opnieuw een afspraak van een uur in de kliniek. Verder ontvingen de deelnemers ook nog een hartritme monitor en instructies hoe deze te gebruiken. Indien gewenst konden patiënten wekelijks een telefonisch consult met hun fysiotherapeut krijgen. Na twaalf weken werd gedurende een follow-up gesprek bekeken hoe de patiënt na afloop van het programma het beste fysiek actief kon blijven. 

Omdat de effectiviteitsstudie aantoonde dat de QALY-winst in alle drie interventiegroepen vergelijkbaar was, maar de kosten van CGT+PE hoger waren dan CGT of PE werd CGT+PE in de kosteneffectiviteitsanalyse buiten beschouwing gelaten. Na zes maanden en vanuit het gezondheidszorgperspectief was de CGT-interventie het meest kosteneffectief met een kosteneffectiviteitsratio van €22.500 per QALY (in vergelijking met standaardzorg). De PE-interventie had een iets minder gunstige kosteneffectiviteitsratio, namelijk €28.078 per QALY. Als een afkappunt van €20.000 per QALY gehanteerd wordt zijn beide uni-modale interventies volgens de auteurs dus niet of nauwelijks kosteneffectief te noemen (13).

Fysieke training
In een Nederlandse modelleringsstudie werd de kosteneffectiviteit van slikoefeningen voorafgaande aan chemoradiatie beschreven bij patiënten met uitgebreid hoofd-halscarcinoom (stadium III en IV). De interventie was bedoeld om slikklachten na de behandeling te verminderen en afhankelijkheid van sondevoeding te verkorten. De interventie bestond uit stretch- en krachtoefeningen voor de kauwspieren, die driemaal daags thuis moesten worden uitgevoerd. Standaardzorg, zonder speciale interventie dus, was hier de vergelijkende behandeling. Patiënten werden tot een jaar na inclusie in de studie gevolgd. In de interventiegroep (n=37) bleek nog 3% van de patiënten afhankelijk te zijn van sondevoeding, terwijl in de standaardzorggroep (n=53) 25% afhankelijk was van voeding per sonde.

De interventie was kosteneffectief vanuit het perspectief van de gezondheidszorg, met een hoge QALY-winst van 0,09 bij meerkosten van €285 per patiënt. Met een kosteneffectiviteitsratio van €3.197 per QALY wordt de interventie in Nederland gezien als zeer kosteneffectief (4).

Psychosociale interventies
Een Zweedse kosteneffectiviteitsstudie gekoppeld aan een driearmige RCT bij 168 bij patiënten met primair mammacarcinoom liet zien dat een psychosociale interventie aangeboden door een psycholoog of speciaal getrainde verpleegkundigen beter en goedkoper was dan standaardzorg. De interventie was bedoeld om psychologische problemen te verminderen en de kwaliteit van leven te verhogen. De doelgroep bestond uit patiënten met pas gediagnosticeerd mammacarcinoom voorafgaande aan de behandeling. De interventie bestond uit complementaire psychosociale zorg door speciaal daarvoor opgeleide oncologieverpleegkundigen (INS-groep) of door een psycholoog (IPS-groep). De vergelijkende behandeling was standaardzorg (SC-groep), maar indien noodzakelijk kon de patiënt wel worden verwezen voor psychosociale ondersteuning. In beide interventiearmen werd gebruik gemaakt van verschillende methoden, waaronder cognitieve gedragstherapie, ontspanningsoefeningen en “activity scheduler”. Het aantal sessies per patiënt varieerde tussen één en 23, waarbij contacten zowel in de kliniek als per telefoon konden plaatsvinden. De resultaten van de interventies gemeten over een periode van twee jaar gaven aan, dat ze beide even effectief waren en leidden tot minder angst, een betere gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven en patiënttevredenheid in vergelijking met de SC-groep.

Beide interventies waren zowel beter als goedkoper dan standaardzorg. De interventie geleverd door de psycholoog leverde de grootste winst op in QALY’s (0,16 ten opzichte van standaardzorg), tegen 0,09 QALY in de groep die door verpleegkundigen begeleid werd. Aanvullende psychosociale zorg was in deze studie dus zowel beter als goedkoper dan standaardzorg (9).

Een Canadese kosteneffectiviteitsstudie werd uitgevoerd bij patiënten met gemetastaseerd mammacarcinoom, die werden gerandomiseerd (2:1) naar een wekelijkse groepsbijeenkomst van 90 minuten met lotgenoten onder begeleiding van een therapeut in aanvulling op standaardzorg of standaardzorg alleen. Geëvalueerd werd op overleving, pijn, psychosociaal functioneren en gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven. De interventie was een ondersteunende, expressieve, psychologische groepstherapie gedurende 90 minuten. De groepen bestonden uit acht tot twaalf vrouwen en twee begeleiders. De begeleiders waren psychotherapeut, psycholoog, maatschappelijk werker of verpleegkundige en hadden ervaring in het leiden van groepen. Tenminste één van de twee begeleiders was een vrouw. Bij een mediane follow-up van respectievelijk 722 en 750 dagen was er geen verschil in overleving, maar rapporteerde de interventiegroep significant minder pijn en minder angst.

Voor één eenheid minder angst op de “Profile of Mood States” vragenlijst waren de kosten CAN $5.550 per patiënt. Voor één eenheid minder pijn op de “Visual Analog Scale” waren de kosten CAN $4.309. Omdat het, anders dan bij het gebruik van QALY als uitkomstmaat, niet duidelijk is wat de betalingsbereidheid is voor deze gezondheidswinst, is het lastig om aan te geven of deze interventies als kosteneffectief beschouwd kunnen worden (5).

Een Amerikaanse kosteneffectiviteitsstudie werd uitgevoerd bij 389 patiënten met primair mammacarcinoom, die deelnamen aan een driearmige RCT gericht op psycho-educatie tot verbetering van de overgang van actieve behandeling naar herstel van kanker (‘survivorship”). Drie methoden werden toegepast: alleen schriftelijke informatie, schriftelijke informatie gecombineerd met een video (“Moving beyond Cancer”), deze beide met counseling bestaande uit één sessie persoonlijk contact (80 min) en na twee weken één sessie per telefoon (30 min). Tijdens deze sessies werden kankergerelateerde problemen in vier verschillende domeinen van het leven besproken, namelijk fysieke gezondheid, emotioneel welbevinden, interpersoonlijke relaties en levensperspectieven. Verder werd geïdentificeerd wat de belangrijkste problemen en hulpvragen van de patiënte waren en werden doelen voor het revalidatietraject ontwikkeld (actieplan). 

De meest uitgebreide interventie was na zes maanden follow-up niet effectiever in toename aan energie of vermindering van psychosociale problemen, maar wel duurder dan de beide andere groepen (6).

In een Engelse kosteneffectiviteitsstudie bij 209 patiënten werd kort na aanvang van radiotherapie of chemotherapie al of geen interventie aangeboden om het effect te evalueren op verbetering van het psychische welbevinden, de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven, tevredenheid over de zorg of verminderde zorgkosten. De interventie bestond uit het afnemen van de Distress Thermometer (DT) & Problem list (PL) (Lastmeter) in de tweede week van radiotherapie of tijdens de tweede chemotherapiecyclus door een daartoe getrainde radiotherapielaborant of verpleegkundige om problemen in kaart te brengen en deze te bespreken. Daarnaast werden patiënten gestimuleerd om zelf hulp te zoeken. Verwijzing naar hulpverleners was niet de primaire opzet. Op verzoek van de patiënt kon de DT&PL sessie aan het einde van de behandeling worden herhaald. Bij deelnemende patiënten was de diagnose kanker korter dan twaalf maanden bekend. Na één, zes en twaalf maanden werden vragenlijsten ingevuld. 

In vergelijking met standaardzorg (geen interventie) bleek de interventiegroep niet significant te verschillen qua kwaliteit van leven en gemoedsgesteldheid. Omdat de interventiegroep wel hogere kosten had is de interventie niet kosteneffectief (11). 
 

 

[1] Een volledige economische evaluatie, zoals geselecteerd voor deze review, kan als effectmaat QALYs hebben (meestal) maar ook andere (klinische) uitkomstmaten zijn mogelijk. Nadeel van het uitdrukken in klinische effectmaten is dat economische evaluatiestudies dan onderling niet vergelijkbaar zijn en dat de betalingsbereidheid voor verbeterde klinische effecten meestal niet bekend is.

  1. 1 - Mewes JC, Steuten LM, Ijzerman MJ et al. Effectiveness of multidimensional cancer survivor rehabilitation and cost-effectiveness of cancer rehabilitation in general: a systematic review. The oncologist. 2012;17(12):1581-93 [link]
  2. 2 - Gordon LG, Scuffham P, Battistutta D et al. A cost-effectiveness analysis of two rehabilitation support services for women with breast cancer. Breast cancer research and treatment. 2005;94(2):123-33 [link]
  3. 3 - Haines TP, Sinnamon P, Wetzig NG et al. Multimodal exercise improves quality of life of women being treated for breast cancer, but at what cost? Randomized trial with economic evaluation. Breast cancer research and treatment. 2010;124(1):163-75 [link]
  4. 4 - Retel VP, van der Molen L, Hilgers FJ et al. A cost-effectiveness analysis of a preventive exercise program for patients with advanced head and neck cancer treated with concomitant chemo-radiotherapy. BMC cancer. 2011;11:475 [link]
  5. 5 - Lemieux J, Topp A, Chappell H et al. Economic analysis of psychosocial group therapy in women with metastatic breast cancer. Breast cancer research and treatment. 2006;100(2):183-90 [link]
  6. 6 - Mandelblatt JS, Cullen J, Lawrence WF et al. Economic evaluation alongside a clinical trial of psycho-educational interventions to improve adjustment to survivorship among patients with breast cancer. Journal of clinical oncology : official journal of the American Society of Clinical Oncology. 2008;26(10):1684-90 [link]
  7. 7 - Sabariego C, Brach M, Herschbach P et al. Cost-effectiveness of cognitive-behavioral group therapy for dysfunctional fear of progression in cancer patients. Eur J Health Econ. 2011;12(5):489-97 [link]
  8. 8 - Mewes JC, Steuten LM, Ijzerman MJ et al. Effectiveness of multidimensional cancer survivor rehabilitation and cost-effectiveness of cancer rehabilitation in general: a systematic review. The oncologist. 2012;17(12):1581-93 [link]
  9. 9 - Arving C, Brandberg Y, Feldman I et al. Cost-utility analysis of individual psychosocial support interventions for breast cancer patients in a randomized controlled study. Psycho-oncology. 2014;23(3):251-8 [link]
  10. 10 - Farquhar MC, Prevost A, McCrone P et al. Is a specialist breathlessness service more effective and cost-effective for patients with advanced cancer and their carers than standard care? Findings of a mixed-method randomised controlled trial. BMC Med. 2014;12(1):194 [link]
  11. 11 - Hollingworth W, Metcalfe C, Mancero S et al. Are needs assessments cost effective in reducing distress among patients with cancer? A randomized controlled trial using the Distress Thermometer and Problem List. Journal of clinical oncology : official journal of the American Society of Clinical Oncology. 2013;31(29):3631-8 [link]
  12. 12 - Jones L, Fitzgerald G, Leurent B et al. Rehabilitation in advanced, progressive, recurrent cancer: a randomized controlled trial. Journal of Pain & Symptom Management. 2013;46(3):315-25.e3 [link]
  13. 13 - Mewes JC, Steuten LM, Duijts SF et al. Cost-effectiveness of cognitive behavioral therapy and physical exercise for alleviating treatment-induced menopausal symptoms in breast cancer patients. Journal of cancer survivorship : research and practice. 2014 [link]
  14. 14 - Mourgues C, Gerbaud L, Leger S et al. Positive and cost-effectiveness effect of spa therapy on the resumption of occupational and non-occupational activities in women in breast cancer remission: a French multicentre randomised controlled trial. Eur J Oncol Nurs. 2014;18(5):505-11 [link]
  15. 15 - Round J, Leurent B, Jones L. A cost-utility analysis of a rehabilitation service for people living with and beyond cancer. BMC Health Serv Res. 2014;14(1):558 [link]
  16. 16 - Bjorneklett HG, Rosenblad A, Lindemalm C et al. A randomized controlled trial of support group intervention after breast cancer treatment: results on sick leave, health care utilization and health economy. Acta Oncol. 2013;52(1):38-47 [link]
  17. 17 - Mourgues C, Gerbaud L, Leger S et al. Positive and cost-effectiveness effect of spa therapy on the resumption of occupational and non-occupational activities in women in breast cancer remission: a French multicentre randomised controlled trial. Eur J Oncol Nurs. 2014;18(5):505-11 [link]
  18. 18 - Bradley A, Marshall A, Stonehewer L et al. Pulmonary rehabilitation programme for patients undergoing curative lung cancer surgery. Eur J Cardiothorac Surg. 2013;44(4):e266-71 [link]
  19. 19 - Tamminga S, Verbeek J, Frings-Dresen M et al. Effectiveness of a hospital-based work support intervention for cancer patients-a multi-centre randomised controlled trial. Psycho-Oncology. 2013;22:108 [link]

QUESTION 1: Are rehabilitation interventions in cancer patients cost-effective?

 

Multimodal interventions

 

Study ID, country

Method & Funding

Patient characteristics

Interventions & variables

Results and sensitivity analysis (S.A.)

Critical appraisal of study quality

Farquhar et al.[1], England

Clinical data

·    Design: RCT with two arms; randomization by blocks of random size two, four and six, generated by statistician and concealed within sealed opaque envelop until allocation notification by intervention deliverer;

·    Setting: Community setting

·    Sample size: 54 (67 allocated)

·    Recruitment: November 2008-January 2012

·    Data collection: Baseline (t1: week 1 = before randomization), week 3, week 5. Outcomes measured were: patient distress due to breathlessness using a numerical rating scale, disease-specific health related quality-of-life (Chronic Respiratory Questionnaire: CRQ), and anxiety and depression (Hospital Anxiety and Depression Scale: HADS), EQ-5D and measures of service use (8-weeks and 2-weeks prior to baseline and at week3).

 

Economic evaluation

·    Type: CEA; using primary clinical data

·    Perspective: Not stated; (results for healthcare & social care)

·    Cost year & monetary unit: 2011-2012; GBP

·    Length of evaluation: less than 12-weeks

 

Funding: Cambridge University Hospitals' NHS Foundation Trust

·    Cancer type: Advanced cancer patients

·    Eligibility criteria: if patients met BIS (Breathlessness Intervention Service) referral criteria (that is, diagnosed appropriately-treated cause of breathlessness, troubled by breathlessness in spite of optimisation of underlying illness, and might benefit from a self-management programme); and not having received BIS previously.

Intervention s: The BIS team comprises: a palliative care medical consultant, a clinical specialist occupational therapist, a clinical specialist physiotherapist and an administrator. At a weekly multidisciplinary team meeting cases are allocated to the most appropriate professional based on information derived from the referral; many patients receive visits from at least two professionals on the team. The intervention is delivered predominantly in the home setting with visits lasting 1-1.5 hours. Visits include interventions relevant to that person and formulation of an individually-tailored exercise plan.

·     IG: intervention group, n=28 (allocated n=35);

·     CWL, control waiting list, n=26 (allocated n=32). Control had to wait and received intervention after week 3.

 

Program duration : 2-weeks

 

Variables included in CEA:

·     Patient distress, anxiety, depression and EQ-5D.

·     Healthcare costs, including intervention costs.

·     Informal care costs

Effects:

·     Patient distress due to breathlessness: IG achieved a sign. greater, reduction compared to CWL: adjusted difference −1.29 (95% CI: −2.57 to −0.005), p = 0.049.

·     Incremental QALY-gain of 0.0002 (95%CI: -0.001 to 0.002) for IG vs CWL

·     No sign. differences between arms for other outcomes.

 

Costs:

·     IG had health/social care savings were on average £211 compared to CWL (95%CI: -£918 to £310).

 

Economic evaluation :

·     Lower health/social care costs and better primary outcome results for IG indicated dominance over CG

 

Sensitivity analysis:

·     One-way S.A. were performed. Bootstrapping applied

·     S.A. results confirmed baseline results

 

Level of evidence (clinical data): High risk of bias

·    Large numbers of dropouts ignored in analysis

 

Economic evaluation: moderate

·    Fulfilling most critical points of checklist, but did not indicate the chosen perspective.

·    By choosing health care costs and informal care, probably the most important categories were considered, but these is more than a healthcare payer perspective and less than a societal perspective.

 

 

Gordon et al.[2],[1] Australia

Clinical data

·    Design: Decision tree model using effectiveness and clinical data from prospective followed cohorts.

·    prospective followed cohorts

·    Setting: 1 university

·    Sample size: 276

·    Recruitment: May 2002-July 2003

·    Data collection: Medical records and self-administered questionnaires (pre-intervention, post-intervention, 6 and 12 months from date of diagnosis), including rehabilitated cases, QALYs and costs

 

Economic evaluation:

·    Type: CEA, using primary clinical data and modelling (decision tree)

·    Perspective: Societal

·    Cost year & monetary unit: 2004, AU$

·    Length of evaluation: 1-year

 

Funding: PhD scholarship from the National Breast Cancer Foundation and Women in Super

·    Cancer type: Breast cancer patients

·    Eligibility criteria: Women diagnosed with primary breast cancer, had unilateral disease, spoke English, had no cognitive problems and were aged 25-74 years

Interventions: DAART (Domiciliary Allied Health and Acute Care Rehabilitation Team: Home-based physiotherapy and education vs STRETCH (Strength Through Recreation Exercise Togetherness Care Health): group-based exercise, education and psychosocial intervention

·     DAART, n=36

·     STRETCH, n=31

·     SC: standard care, n=208

 

Program duration::

·     DAART: 6 weeks (maximum);

·     STRETCH: 8 weeks

 

Variables included in CEA

·     Effect variables: Rehabilitated cases, QALYs

·     Intervention costs, direct healthcare costs, costs borne by patients and productivity losses (leisure time, volunteers, …)

Effects:

·     Proportion of rehabilitated cases: similar for STRETCH and DAART but slightly higher in SC (not sign. different)

·     Mean adjusted utility scores for DAART: 0.84 (95%CI: 0.77-0.90), STRETCH: 0.80 (95%CI: 0.73-0.87) and SC: 0.72 (95%CI: 0.70-0.75), sign. different.

 

Costs:

·     Total costs/participant were $1,038 for STRETCH, $342 for DAART and $189 for SC.

 

Economic evaluation :

·     Rehabilitated cases: SC is dominant above DAART and STRETCH (i.e. more effective and less costly than the interventions);

·     QALY: ICER for DAART and STRETCH is AU$1,344 and AU$14,478, compared to SC

 

Sensitivity analysis:

·     One-way S.A.; most values did not influence results

Level of evidence (clinical data): High risk of bias

·    Important baseline differences

·    Two different measures of "effectiveness" were used with each producing different results.

 

Economic evaluation : moderate

Economic evaluation:

·    Fulfilling most critical points of checklist

Jones et al.[3], England

Clinical data

·    Design: Two-arm RCT.

·    Setting: 1 hospice

·    Sample size: 36

·    Recruitment: August 2010-July 2011

·    Data collection: at baseline and after 3-months. These were: Supportive Care Needs Survey Long Form (SCNS-LF59); Kessler Psychological distress Scale (K10); continuity of Care; EQ5D. Service use was collected retrospectively for 3-months from randomization. Societal and demographic data, diagnosis, and disease severity were collected at baseline.

 

Economic evaluation

·    Type: CUA, using primary clinical data

·          Perspective: Not stated; NHS perspective (at least this threshold is used)

·    Cost year & monetary unit: Not stated (trial year:2010-2011); GBP

·    Length of evaluation: 3-month

 

Funding: Marie Curie Cancer Care

·    Cancer type: Malignant breast cancer or haematological disease

·    Eligibility criteria: at the end of treatment for first or subsequent recurrence but not cured; with active, progressive, recurrent malignant breast or haematological disease; older than 18 years and meet pre-set referral criteria (i.e. completed treatment, but advanced, progressive disease and recurrence was likely; required symptom management; had rehabilitation needs not responsive to self-management; had psychological, social, financial, emotional, and spiritual needs not met by the present care); and able to reach the hospice by their own or hospice-based transport.

Interventions included four core components, including systematic clinical assessment; goal setting with review and referrals on a case by case basis, according to needs and weekly meetings [2].

·     IG: intervention group: n=20 (allocated n=21).

·     CWL, control waiting list: n=16 (allocated: n=20) ; received usual care (i.e. including ongoing review by oncologists and access to community services including general practitioner (GP), district nurses, social services, and community specialist palliative care), and joined a three-month wait-list for referral to the intervention.

 

Program duration: ~3-months with flexibility of duration

 

Variables included in CEA

·     SCNS psychological domain (primary outcome) and as secondary outcomes: other domains; K10, continuity of care, EQ5D (utility and EQ5D VAS)

·     QALY

·     Healthcare utilization (including intervention) & cost

Effects:

·     IG had greater QALY gains than CWL (mean difference 0.05 QALY, 95% CI 0.000-0.112).

·     Primary outcome and other secondary outcomes were significant different at 3-month (e.g. IG had sign. lower needs for support on the psychological subscale of the SCNS than CWL (adjusted difference -16,8 points)). Other significant outcomes included the physical and patient care subscales of the SCNS and the self-reported health state.

·     Other secondary measures all favoured better outcomes in the IG, but without significant differences.

 

Costs:

·     IG had higher cost than CWL

 

Economic evaluation :

·     ICER of £ 19,391 per QALY gained. At a WTP of £20,000 or £30,000, the intervention is expected to be cost-effective in 55.4% or 73.3% of simulations, respectively

 

Sensitivity analysis:

·     No on-way sensitivity analysis

·     PSA using Monte Carlo sampling techniques

Level of evidence (clinical data): high risk of bias

·    Intervention delivered in one single hospice

·    Subjects were not blind about treatment allocation

 

Economic evaluation: moderate

·    Technical spoken was the analysis in line with the Drummond checklist, except for one-way S.A. but conducted PSA.

·    Negative point: Chosen perspective (i.e. NHS perspective) in line with national guidelines, but a wider perspective might be more appropriated for this population (i.e. only 50% were retired, the others were either employed (~25%), too sick to work or others).

Mourgues et al.[4], France

Clinical data

·    Design: Two-arm, multicenter RCT, stratified by menopausal status.

·    Setting: 1 university hospital and 2 private hospitals

·    Sample size: Economic evaluation, n=90; Trial: n=232 [5]

·    Recruitment: March 2008-October 2010

·    Data collection: at baseline, 6 and 12 months. Women's activities by calculating separately the total hourly volume of overall activities and occupational and non-occupational activities (i.e. primary outcome). Daily abilities (= secondary outcome).

 

Economic evaluation

·    Type: CEA; using primary clinical data

·    Perspective: Societal perspective

·    Cost year & monetary unit: Not stated; €

·    Length of evaluation: 1-year

 

Funding: French association of thermal centers, the city of Clermont-Ferrand, the regional council of Auvergne and the association "Ligue contre le Cancer"

·    Cancer type: Complete breast cancer remission

·    Eligibility criteria: women in complete breast cancer remission without contraindication for physical activities or cognitive disorders and a body mass index between 18.5 and 40 kg/m2

Interventions: IG underwent spa treatment (i.e. two week multicomponent programme composed of interventions such as physiotherapy, nutritional advice, thermal water treatment, daily 2-h physical activity, running and basic dietary follow-up over a period of 15 days) combined with consultation with dietician every 6 months;

·    IG, intervention group, n=42 for CEA (trial n=117) [5]

·    SC, standard care & consultations with the dietician every 6 months, n=48 for CEA (trial n=115) [5]

 

Program duration:

·     2-week spa treatment & consultation with dietician every 6 months

 

Variables included in CEA

·     Overall activities, occupant and non-occupant activities (and as considered as an effect, productivity losses for absence from paid and unpaid work was not considered)

·     Intervention costs and direct healthcare costs

·     Indirect medical costs comprised out-of-pocket expenses associated with the disease and daily allowances.

Effects:

·     IG had greater resumption of overall activities during the first 12-month period vs SC (p=0.025).

·     There was an interaction effect (p=0.04) with regard to the resumption of occupational activities: more women in IG tended to return to work.

·     Positive effect in the IG on the women's ability to perform occupation activities 12 months after the beginning of the study (p=0.0014), and on their ability to perform family activities (p=0.033).

 

Costs:

·     Not stated

 

Economic evaluation :

·     Overall activities: At T6 the thermal treatment was expensive and not cost-efficient. At T12, the intervention was more expensive but also more effective.

·     Occupational activities: At T6, the thermal treatment was too expensive for the moderate increase in effectiveness, whereas at T12 the intervention was slightly expensive but much more effective and therefore cost-efficient.

 

Sensitivity analysis: Not stated

Level of evidence (clinical data): high risk of bias

·    Subjects were not blind about treatment allocation

·    Many eligible patients rejected to participate in trial

 

Economic evaluation: moderate

·    Fulfilling most critical points of checklist, except for S.A.

·    No cost result presented and CEA results only presented in figures

 

 

Round et al.[6], England [3]

Clinical data, see Jones et al.[3]), and using modelling for extrapolation treatment costs and benefits beyond the initial 3-month follow-up period in S.A.

 

Economic evaluation

·    Type: CUA, using primary clinical data & modelling

·    Perspective: NHS perspective & a personal social services perspective

·    Cost year & monetary unit: Not stated (~2010-2011); GBP

·    Length of evaluation: 3-month (trial), and S.A. assuming that the benefit of treatment being maintained over three, six and nine months beyond completion of the follow-up

 

Funding: Marie Curie Cancer Care

·    Cancer type: see Jones et al.[3]

·    Eligibility criteria: see Jones et al.[3]

 

Interventions: see Jones et al.[3].

 

Program duration: see Jones et al.[3]

 

Variables included in CEA

·     QALY

·     Intervention costs and direct healthcare costs

 

Effects:

·     At 3-months (i.e. trial period) the mean differences in QALYs was 0.052 (95%CI: 0.040-0.063)

 

Costs:

·     At 3-months (i.e. trial period), the expected mean differences in costs in the base-case analysis was £735 (95%CI: £221 to £1,271)

 

Economic evaluation :

·     ICER of the mean incremental values is £ 14,231 per QALY gained

 

Sensitivity analysis:

·     One-way S.A. and PSA.

·     The results of the analysis are sensitive to the method used to estimate QALYs;

·     ‘The longer treatment benefit is maintained, the more likely it becomes that the intervention represents a cost-effective use of resources’

Level of evidence (clinical data): high risk of bias (for details see Jones et al. [3])

 

Economic evaluation: good

·    Fulfilling most critical points of checklist and presenting detailed results

·    Negative point: Chosen perspective (i.e. NHS perspective) in line with national guidelines, but a wider perspective might be more appropriated for this population, only 50% were retired, the others were either employed (~25%), too sick to work or others.

Mewes et al. [7], the Netherlands

Clinical data:

·    Design: Markov model consisting of four health states: "menopausal symptoms", "reduction in menopausal symptoms", "recurrence" and "death", using effectiveness and clinical data came from a 4-arm RCT of Duijts et al.[8, 9], n=420 randomly allocated using computerized block randomization [9]

·    Setting/sample size: Hypothetical cohort of 1,000 women of 48 years. Trial (multi-center)

·    Recruitment: N.A.

·    Data input: Effectiveness data mainly based on RCT published by Duijts et al.[9], but extrapolated up to 5 years

 

Economic evaluation

·    Type: CEA; using model

·    Perspective: Dutch healthcare system perspective

·    Cost year & monetary unit: Not stated; €

·    Length of evaluation: Base-case: 6-month; S.A.: 1.5, 3 and 5 years, discounting effects with 1.5% and costs with 4% according to Dutch guidelines

 

Funding: Alpe d'Huzes, a foundation that is part of the Dutch Cancer Society

·    Cancer type: Breast cancer patients experience (severe) menopausal symptoms after an early onset of menopause caused by cancer treatment

·    Eligibility criteria: Hypothetical cohort of 1,000 patients with a starting age of 48 years and starting in the Markov health state “menopausal symptoms”

Interventions: Comparing cognitive behavioural therapy (CBT) vs physical exercise (PE)[4].

In the original trial[10], sample size per arm was:

·     CBT, n=109

·     PE, n=104

·     CWL: control waiting list: n=103.

 

Program duration:

·     CBT intervention involved six weekly groups sessions of 90 min each.[9]

·     PE intervention consisted of a 12-week home-based exercise program, individually tailored during an intake session with a physiotherapist. [9]

 

Variables modelled & included in CEA

·     Deriving QALY, by using SF36 from the trial and converting to EQ5D values

·     Intervention costs, healthcare utilization & cost,

 

Effects:

·     Total QALY gain was similar across the intervention groups and higher than CWL

 

Costs:

·     The costs of the interventions were €190 for CBT and €197 for PE

 

Economic evaluation :

·     ICURs indicate that CBT is likely the most cost-effective treatment, followed by PE as compared to WLC

 

Sensitivity analysis:

·     One-way S.A. and PSA

·     At a ceiling ratio of €30,000/QALY, the interventions would no longer be considered cost-effective when the duration of treatment effect is 3 or 1.5 years.

Level of evidence (clinical effectiveness data mainly based on Duijts et al., [9]): High risk of bias

 

Level of evidence (model input data)

·    Model input parameters for base-case and sensitivity analysis are given, including distribution and the used source.

 

Economic evaluation: moderate

·    Fulfilling most critical points of checklist

·    Negative point: Chosen perspective, a wider perspective might be more appropriated for this population (i.e. 21.9% full-time employed and 53.8%part-time employed);

 

 

 

Exercise interventions

 

Study ID, country

Method & Funding

Patient characteristics

Interventions & variables

Results and sensitivity analysis (S.A.)

Critical appraisal of study quality

Retel et al. [11], the Netherlands

Clinical data

·    Design: Markov model with three mutually exclusive health states: “complete remission”, “recurrent disease” and “death” using data from two RCT. Data for usual care (SC) were derived from a multi-center RCT comparing intra-arterial and intervenous chemo radiation in advanced head and neck cancer [12] and data for a preventive (swallowing) exercise program (PREPP) were derived from a clinical trial conducted immediately following the former RCT [13]

·    Setting/sample size: Hypothetical cohort of 1,000 patients of 55 years

·    Recruitment: N.A.

·    Data input: Based on the two RCTs (i.e. [12, 13]) and literature

 

Economic evaluation

·    Type: CUA, using modelling

·    Perspective: Healthcare perspective

·    Cost year & monetary unit: 2008; €

·    Length of evaluation: 1-year time horizon

 

Funding: Nothing stated

·    Cancer type: Head and neck cancer patients.

·    Eligibility criteria: Hypothetical cohort of patients aged 55 years and starting with treatment

Interventions: Preventive (swallowing) exercise program. In the original trial:

·     PREEP (i.e. intervention group), n=37

·     SC, standard care, n=43

 

Program duration: Not stated

 

Variables included in CEA

·     QALYs partly based on trial, literature and expert elicitation

·     Intervention costs and direct healthcare costs

 

Effects:

·     QALY: 0.77 (PREEP) vs 0.68 (SC)

 

Costs:

·     Total health care costs (Treatment + preventive exercise) /patient were: €42,271 for PREEP, and €41,986 for SC

 

Economic evaluation :

·     ICER of PREEP compared to SC: €3,197 per QALY gained

 

Sensitivity analysis:

·     One-way and two-way S.A.

·     Majority of analyses resulted in an ICER<€20,000 per QALY;

 

 

Level of evidence (model input data).

·    Model input parameters for base-case and sensitivity analysis are given, including distribution and the used source.

 

Economic evaluation: moderate

·    Fulfilling most critical points of checklist

 

 

 

 

 

Psychosocial interventions

 

 

Study ID, country

Method & Funding

Patient characteristics

Interventions & variables

Results and sensitivity analysis (S.A.)

Critical appraisal of study quality

Arving et al. [14], Sweden

Clinical data

·    Design: RCT with three groups; randomization in blocks[15],

·    Setting: 1 university hospital

·    Sample size: n=168

·    Recruitment: December 1997-December 1999

·    Data collection: Demographic and medical data were retrieved from patient files. Health utilities were measured at baseline and at 1, 3,6, 9, 12 and 24 months

 

Economic evaluation:

·    Type: CUA using primary clinical data;

·    Perspective: British National Health Service perspective:

·    Cost year & monetary unit: 2004; €

·    Length of evaluation: 2-years (no discounting applied)

 

Funding: Swedish Cancer Society

 

·    Cancer type: Breast cancer patients starting adjuvant therapy

·    Eligibility criteria: Breast cancer patients starting adjuvant therapy; ability to speak and understand Swedish; no previous cancer; no on-going psychiatric illness

Interventions took place outside the hospital, face-to-face or over the telephone, and started in median 20 days after inclusion. They were similar and used the same techniques such as relaxation, distraction, activity scheduling, and ways to improve communication, methods derived from cognitive behavioural therapy [16]

·     INS: Psychosocial support from a specially trained nurse, n=55

·     IPS: Psychosocial support from a psychologist, n=57

·     SC: Standard care, n=56.

 

Program duration::

·     INS: 0-16 sessions (median=2); if ≥1 session: mean (median) duration being 172 (106) days.

·     IPS: 0-23 sessions (median=3); if ≥1 session: mean (median) duration being 210 (178) days.

 

Variables included in analysis:

·     Health utilities using the EORTC QLQ-C30 translated into the EQ-5D

·     Intervention costs (including salary, a direct hospital component and an indirect allocation (i.e. supervision).

·     Healthcare utilization during 2 years using medical records.

Effects:

·     QALY was highest in INP-group (1.59) compared with INS-group (1.52) and SC-group (1.43).

 

Costs:

·     Costs (intervention+DHC) were €18,670 for INS, €20,419 for IPS and for SC €25,800.

 

Economic evaluation :

·     INS and IPS were dominant compared to SC (i.e. INS and IPS had a higher effect (i.e. QALY) and lower costs in comparison to SC).

 

Sensitivity analysis:

·     Several one-way S.A. performed and basecase results confirmed

·     Bootstrapping with 1,000 replications used to estimate 95%CI

Level of evidence (clinical data): High risk of bias

 

Economic evaluation: good

·    The analysis was in line with the Drummond checklist. Us both bootstrapping & one-way S.A.

·    Negative point: the chosen perspective is too narrow (i.e. healthcare payer) for a patient population where 65% are employed);

 

Hollingworth et al.[17], England

Clinical data

·    Design: Unblinded, two-arm, parallel RCT, stratified by recruitment site.

·    Setting: community-setting (2 sites)

·    Sample size: 209 analyzed (220 allocated)

·    Recruitment: October 2009-February 2011

·    Data collection: At baseline and 1, 6 and 12-months. These were: Short-form of the Profile of Mood States (POMS), EORTC QLQ-C30; EQ5D; Trent Patient Views of Cancer Services Questionnaires (only at 6-months). Further healthcare utilization via medical records and intervention costs

 

Economic evaluation

·    Type: CEA and NMB (using £30,000 per QALY); using primary clinical dataWTP using a threshold of £30,000 per QALY

·    Perspective: National Health Service perspective

·    Cost year & monetary unit: 2010-2011, GBP

·    Length of evaluation: 1-year

 

Funding: National Institute for Health Research, Research for Patient Benefit

·    Cancer type: Patients starting outpatient radiotherapy or chemotherapy.

·    Eligibility criteria:Age ≥18 and less than 85 years; primary solid tumor diagnosis within previous 12 months; outpatient external radiotherapy over a period of ≥2 weeks or outpatient chemotherapy of ≥two cylces; ability to read and communicate in English; not receiving neoadjuvant chemotherapy; and not diagnosed with ductal carcinoma in situ or skin carcinoma

Interventions: During 2nd week of radiotherapy/2nd cycle of chemotherapy, patients completed a face-to-face DT&PL meeting with a radiographer/nurse. A second DT&PL meeting could be arranged toward the end of therapy. The DT&PL forms the basis of a therapeutic conversation where concerns are identified and potential solutions are discussed including immediate staff actions (e.g. providing information), patient actions (e.g. using a self-help resource), and referral (e.g. psychological counselling). These action plans were recorded.

·     IG: intervention group (allocated: n=112; included in intent-to-treat, n=106)

·     SC; standard care (allocated: n=108; included in intent-to-treat, n=103).

 

Program duration:

·     2 meetings

 

Variables included in CEA

·     EQ5D (i.e. QALY)

·     Intervention costs and direct healthcare costs

 

 

Effects:

·     There was no evidence of an intervention effect on the total POMS score at 12-months or over the 12-month follow-up.

·     Also no sign. difference for QALY or any other secondary outcome

 

Costs:

·     The intervention cost £19 per patient, and it was not offset by lower subsequent hospital, primary care or medication costs

 

Economic evaluation :

·     NBM was £20,606 for IG and £22,255 for SC, with ∆-915 (95%CI: -2,398-569). The negative difference in net benefits indicates that the intervention was not cost-effective.

 

Sensitivity analysis:

·     Subgroup analysis

 

Level of evidence (clinical data): High risk of bias

• Unblinded RCT

 

Economic evaluation: moderate

·    Fulfilling most critical points of checklist, except for sensitivity analyses. Authors conducted subgroup analyses, but no sensitivity analysis.

·    Negative point: the chosen perspective might be too narrow (i.e. healthcare payer) for this population group (30%-40% are still "in work"). Negative: limited S.A.

 

 

Lemieux et al.[18], Canada

Clinical data

·    Design: Blind two-arm RCT, stratified by center and the presence or absence of visceral metastases.

·    Setting: 7 centers (but only 3 of the 7 for the economic evaluation)

·    Sample size: economic analysis using only patients from 3-sites; n=125

·    Recruitment: 1993-1998

·    Data collection: at base line, 4, 8, and 12 months, using psychosocial questionnaires that included the Profile of Mood States and the pain and suffering scales used by Spiegel and Bloom and the EORTC QLQ-C30. Further, information on demographic characteristics and social support.[1]

 

Economic evaluation

·    Type: CMA (for primary outcome) and CEA for mood and pain; using primary clinical data

·    Perspective: Healthcare system

·    Cost year & monetary unit: 2002-2003; CAN$

·    Length of evaluation: Not stated, ~1-year (i.e. effect is measured at one-year, although length of follow-up is 722 days (IG) and 750 days (SC))

 

Funding: Canadian Institute of Health Research and the Canadian Breast Cancer Research Alliance.

·    Cancer type: Breast cancer patients.

·    Eligibility criteria: Women who had histologic confirmation of breast cancer at the time of diagnosis, if they had metastases outside of the breast and ipsilateral axilla, and if the treating physician most responsible for a woman’s care gave consent[1]

Interventions: Weekly, 90-minute, therapist-led support group that adhered to principles of supportive-expressive (SE) therapy. Every four to six months, all the women received educational materials about breast cancer and its treatment, as well as about relaxation and nutrition.

·     IG: intervention group, n=43

·     SC: standard care & educational materials, n=82;

 

Program duration: Attending the group sessions for at least one year, or longer if the sessions continued to be of benefit

 

Variables included in CEA

·     Survival (primary outcome)

·     Secondary outcomes: psychosocial functioning, mood, pain,

·     Intervention costs and direct healthcare costs

 

Effects:

·     No significant difference between both groups in survival

·     Statistically significant benefits were found in psychological distress (0.32 for POMS-TMD) and pain (0.40 PAIN-VAS) over the 1st year.

 

Costs:

·     The control costs were $2,169

·     The mean cost of care per patient was $28,189 and $31,715 in SC and IG, respectively.

 

Economic evaluation :

·     CMA: Difference between both arms were equal to $3,526 (not significant), and if reducing intervention costs (i.e. $2,169), there was no statistically significant difference in resource costs between IG and SC.

·     CEA: incremental costs are CAN$5,550 and CAN$4,309 for an effect size of change in mood and pain, respectively

 

Sensitivity analysis:

·     One- way S.A. No change in results.

Level of evidence (clinical data): High risk of bias

 

Economic evaluation: moderate

·    Analysis was in line with the Drummond checklist.

·    Negative point: the narrow perspective chosen (i.e. healthcare payer)

·    Subset of participants (i.e. 3 of the 7 centres) for economic evaluation

Mandelblatt et al.[19], USA

Clinical data

·    Design: Three-arm RCT, stratified by study site, whether the woman had received chemotherapy, and marital status (married/living as married v other); randomization based on a random number-generated list.

·    Setting: 3 sites

·    Sample size: 388

·    Recruitment: July 1999-June 2002

·    Data collection: At baseline, 2-months (~4 to 6 weeks) after primary treatment; and at 6 and 12 months after intervention, using IES-R and MOS-SF36. Further included the baseline demographic and clinical data, the 2-month   asses if in the IG women had watched the videotape. Further, every 3 months documenting health services. Research staff used weekly logs to record time and resources used to deliver   intervention.

 

Economic evaluation

·    Type: CEA; using primary clinical data

·    Perspective: Societal perspective

·    Cost year & monetary unit: Not stated (~2002); US$

·    Length of evaluation: 6-month 'because this is the period of immediate transition and by 12 months, most women have adjusted to survivorship'[19]

 

Funding: National Cancer Institute

·    Cancer type: Breast cancer patients

·    Eligibility criteria: Women who had received surgery for invasive breast cancer of any size or nodal status, and who had no neoadjuvant chemotherapy, high-dose chemotherapy with bone marrow or stem-cell rescue or protracted reconstructive surgery, and who were able to read and write in English

Interventions:: Videotape intervention and printed information (VID) vs psychological educational counselling , videotape and printed information (EDU)

·     VID, n=128

·     EDU, n=135

·     SC, standard care & printed information, n=125.

 

Program duration:

·     VID: not stated

·     EDU: 2 sessions, the first 80-minutes and the 2nd 2 weeks later by phone, 30-minutes

 

 

Variables included in CEA

·     Distress and energy 6 months postintervention, using IES-R and MOS-SF36 vitality scale

·     Intervention costs, healthcare utilization and patients time cost

 

Effects:

·     EDU was not more effective in increasing energy or decreasing distress than the other arms.

 

Costs:

·     Intervention costs were $11.30 for SC; $25.85 for VID and $134.47 for EDU

·     No significant differences in health care costs over the 12 months post-intervention period by study arm.

 

Economic evaluation :

·     EDU was not more effective than the two others, but more expensive, thus dominated by the two others.

·     ICER for VID vs SC was $7,275 per unit of decreased distress and $2.22 per unit improvement in energy, respectively

 

Sensitivity analysis:

·     One-way S.A.

·     No change of results

 

Level of evidence (clinical data): High risk of bias

·    Study arms were unbalanced for baseline depression

 

Economic evaluation: moderate

·    Analysis was in line with the Drummond checklist.

·    States to have used the societal perspective, but unclear if that was indeed the case

 

 

 

 

 

Other relevant studies

 

Study ID, country

Method & Funding

Patient characteristics

Interventions & variables

Results and sensitivity analysis (S.A.)

Critical appraisal of study quality

Bradley et al.[20], England

Clinical data

·    Design: prospective enriched cohort study. Patients from 3 of 12 hospitals formed IG. Patients from remaining hospitals (i.e.9) formed control group (SC). Matching criteria were: Age, lung function comorbidity and type of surgery

·    Setting: 12 hospitals

·    Sample size: 363

·    Recruitment: Not stated

·    Data collection: Demographic, clinical and healthcare cost data were collected pre-rehabilitation, post-rehabilitation presurgery, 4 weeks post-surgery and at 6 months.

 

Economic evaluation

·    Type: CBA; using primary clinical data

·    Perspective: Not stated (applied Healthcare payer)

·    Cost year & monetary unit: 2010-2011; GBP

·    Length of evaluation: Not stated (~ 6 months)

 

Funding: Nothing indicated

·    Cancer type: Patients undergoing curative lung cancer surgery

·    Eligibility criteria: Patient who was considered fit for curative lung cancer surgery by lung cancer multidisciplinary team at regional thoracic unit and following BTS guidelines.

Interventions: Program to optimize physical status, prepare for inpatient journey and support through recovery after surgery. Includes exercise classes, smoking cessation, dietary advice and patient education[5].

·     IG: intervention group, n=58 (only 28 managed to attend the postoperative element)

·     SC: standard care, n=305.

 

Program duration: Not stated (~ 6 months)

 

Variables included in CBA

·     Postoperative pulmonary complication; readmission; length of admission, … (expressed in natural units & as costs)

·     Healthcare costs

 

Effects:

·     Patients in IG had fewer Postoperative pulmonary complications than SC (9 vs 16%, p=0.21) and fewer readmissions (5 vs 14%, p=0.12).

 

Costs:

·     Total cost/patient in IG was estimated at £1284 compared with £1528 for SC.

 

Economic evaluation :

·     IG compared to SC results in savings of £244/patient

 

Sensitivity analysis: Not applied

 

Level of evidence (clinical data): High risk of bias

·    Significant decrease of participants in the postoperative rehabilitation

 

Economic evaluation : moderate

·    No health effect measured.

·    Not performing sensitivity analyses

·    Negative point: Narrow perspective (i.e. direct healthcare costs only); a wider perspective might be more appropriated for this population

Björnekl et al.[21], Sweden

Clinical data

·    Design: RCT with two groups; randomization in blocks of four with closed envelops

·    Setting: 1 hospital

·    Sample size: 382

·    Recruitment: April 2002-November 2007

·    Data collection: Self-reported questionnaires at baseline (i.e. after randomization but before intervention), 2, 6 and 12-months after intervention. Family situation, occupation, sick leave and healthcare utilization

 

Economic evaluation

·    Type: CBA; using primary clinical data

·    Perspective: Societal

·    Cost year & monetary unit: Not stated (trial period); SEK

·    Length of evaluation: 1-year

 

Funding: Country Council of Västmanland, the Swedisch Social Insurance Agency, the Västmanland Research Fund against Cancer and the National Federation of Cancer and Traffic Injury

·    Cancer type: Breast cancer.

·    Eligibility criteria: Newly diagnosed primary breast cancer, no previous malignancy, the physical and mental capability to participate in group interventions and to fill in questionnaires and an expected survival time of more than 12 months.

Intervention Information-based support program supplemented with relaxation, qi-gong and liberating dance taking place within 4-months of ending treatment; comprising a 7-day stay at a resort, where participants take part in the support program, followed by a 4-day follow-up 2-months after the initial visit.

·     IG: Intervention group, n=191

·     SC: Standard care, n=191

 

Program duration: ~2.5 months

 

Variables included in CEA

·     Sick leave of patient (number of days & expressed as costs (i.e. productivity losses))

·     Health care utilization (expressed in natural units & as costs)

Effects:

·     No sign. difference between the groups, neither for sick leave, nor the number of visits to medical specialists at any time after the intervention period.

 

Costs:

·     At all points in time higher costs for sick leave and consumption of health services for IG than SC and sign. differences between groups after 12-months. Adding the cost of the intervention made the cost for the IG statistically significantly higher at all times of measurement.

Economic evaluation :

·     SC is dominant compared to IG. No sign. difference in effects between groups and higher costs for IG.

 

Sensitivity analysis: N.A.

Level of evidence (clinical data): High risk of bias

·    Authors highlighted the fact that the intervention might have influenced the patients' thoughts and feelings and created a need for sick leave to handle and cope with their anxiety

 

Economic evaluation: moderate

·    No health effect measured.

·    No sensitivity analysis applied or similar. For all other points mainly in line with the Drummond checklist.

 

Tamminga et al.[22], the Netherlands

Clinical data

·    Design: Two-arm RCT, randomization using computerized randomization program ALEA; stratified by return-to-work, age (<50 or ≥50 years) and cancer diagnosis. Patients, nurses and researchers are not blind to group assignment.

·    Setting: 6 hospitals

·    Sample size: 121 analyzed (133 allocated)

·    Recruitment: May 2009-December 2010

·    Data collection: At baseline, 6 and 12-month. Socio-demographic factors and prognostic factors for time until return-to-work were assessed at baseline only. Oucome measures (e.g. return-to-work and qol) and cancer treatments were assessed at all-time points. Intervention details were collected from nurses.

 

Economic evaluation

·    Type: CMA (no CEA as no sign. differences between groups on outcomes measured); using primary clinical data

·    Perspective: Societal

·    Cost year & monetary unit: Not stated; €

·    Length of evaluation: for economic evaluation, only first year follow-up

 

Funding: Stichting Instituut Gak

·    Cancer type: Breast and gynaecological cancer

·    Eligibility criteria: Cancer patients between 18 and 60 years of age who had been treated with curative intent, had paid work, who were on sick leave; were able to speak, read and write Dutch, had no severe mental disorder or other severe comorbidity. Treatment with curative intent was defined as an expected 1-year survival rate of approximately 80%. We excluded patients who were not sufficiently able to speak, read, or write Dutch, had a severe mental disorder or other severe comorbidity, and for whom the primary diagnosis of cancer had been made more than two months previously.

Interventions: included: 1) 4 meetings of 15 minutes each as part of the normal consulting hour to start early vocational rehabilitation carried out by an oncology nurse, social worker or nurse practitioner; 2) one meeting with the participant, the occupational physician, and the supervisor to make a return-to-work plan, and 3) three letters send to the occupational physician to enhance communication; two will be from the treating physician and one from the nurse.

·     IG, intervention group, n=61 analyzed (65 allocated)

·     SC, standard care, n=60 analyzed (68 allocated).

 

Program duration: Not stated

 

Variables included in CEA

·     Rate of return-to work at one year of follow-up

·     Number of days between the first day of sick leave and the first day at work sustained for at least 4 weeks.

·     Qol using SF-36, including all subscales and VAS.

·     Work ability using the first question of WAI.

·     Impaired work functioning using WLQ

·     Intervention costs

·     Lost productivity costs and work adjustments costs

·     No healthcare utilization

Effects:

·     Study failed to show any significant differences between groups on return-to-work outcomes and qol.

 

Costs:

·     Intervention costs were €119/patient in IG

·     The mean lost productivity cost according to the human capital approach was €41,393 in IG and €38,968 in SC. The mean productivity cost according to the friction costs approach was €14,030 in IG and €13,529 in SC.

·     The mean work accommodations cost was €2,975 and €3,025 in IG and SC, respectively.

·     These costs did not differ statistically between groups

 

Economic evaluation :

·     No statistical significant effect and costs between groups.

 

Sensitivity analysis: Not applied

 

Level of evidence (clinical data): High risk of bias

·    No bliniding of participants, nurses and patients.

·    Potential “contamination” of the SC.

·    Treating nurses not convinced of their competence & occupational physician and employer were not interested.

 

Economic evaluation: poor

·    No health effect measured.

·    Did not conduct scenario analysis

·    Do not present ICERs although that was the aim (mainly because they failed to show any differences between the two groups).

·    Stated to take a societal perspective, no information on healthcare resources were collected, only intervention costs and productivity losses

 

 

 

Abbreviations: CBA=cost-benefit analysis; CEA=cost-effectiveness analysis; CMA=cost-minimization analysis (i.e. no sign. difference in non-monetary effect measured, all other effects expressed in monetary units); CUA=cost-utility analysis; CG=control group (= standard care & additional rehabilitation measures); CWL=control waiting list; DHC=direct healthcare costs (i.e. cost for healthcare utilization); EORTC QLQ-C30= questionnaire developed to assess the quality of life of cancer patients by the European Organization for Research and Treatment of Cancer; EQ5D=Euroqol EQ-5D; IES-R=Revised Impact of Events Scale; IG=intervention group; : K10=Kessler Psychological distress Scale (K10); MOS-SF36= Medical Outcomes Study (MOS) Short-Form (SF) 36; PSA= probabilistic sensitivity analysis; RCT=randomized clinical trial; S.A.=sensitivity-analysis; SC=standard care group; SCNS/SCNS-LF59=Supportive Care Needs Survey Long Form (SCNS-LF59); QALY=Quality-adjusted life years; Qol=quality-of-life; VAS=Visual Analogue Scale; WAI= Work ability Index; WLQ=Work Limitation Questionnaire

 

 

 

 

References

 

 

  1. Farquhar, M.C., et al., Is a specialist breathlessness service more effective and cost-effective for patients with advanced cancer and their carers than standard care? Findings of a mixed-method randomised controlled trial. BMC Med, 2014. 12(1): p. 194.
  2. Gordon, L.G., et al., A cost-effectiveness analysis of two rehabilitation support services for women with breast cancer. Breast Cancer Res Treat, 2005. 94(2): p. 123-33.
  3. Jones, L., et al., Rehabilitation in advanced, progressive, recurrent cancer: a randomized controlled trial. J Pain Symptom Manage, 2013. 46(3): p. 315-325 e3.
  4. Mourgues, C., et al., Positive and cost-effectiveness effect of spa therapy on the resumption of occupational and non-occupational activities in women in breast cancer remission: a French multicentre randomised controlled trial. Eur J Oncol Nurs, 2014. 18(5): p. 505-11.
  5. Kwiatkowski, F., et al., Long term improved quality of life by a 2-week group physical and educational intervention shortly after breast cancer chemotherapy completion. Results of the 'Programme of Accompanying women after breast Cancer treatment completion in Thermal resorts' (PACThe) randomised clinical trial of 251 patients. Eur J Cancer, 2013. 49(7): p. 1530-8.
  6. Round, J., B. Leurent, and L. Jones, A cost-utility analysis of a rehabilitation service for people living with and beyond cancer. BMC Health Serv Res, 2014. 14(1): p. 558.
  7. Mewes, J.C., et al., Cost-effectiveness of cognitive behavioral therapy and physical exercise for alleviating treatment-induced menopausal symptoms in breast cancer patients. J Cancer Surviv, 2014.
  8. Duijts, S.F., et al., Cognitive behavioral therapy and physical exercise for climacteric symptoms in breast cancer patients experiencing treatment-induced menopause: design of a multicenter trial. BMC Womens Health, 2009. 9: p. 15.
  9. Duijts, S.F., et al., Efficacy of cognitive behavioral therapy and physical exercise in alleviating treatment-induced menopausal symptoms in patients with breast cancer: results of a randomized, controlled, multicenter trial. J Clin Oncol, 2012. 30(33): p. 4124-33.
  10. Drummond, M.F., et al., Methods for the Economic Evaluation of Health Care Programs2005, Oxford, UK: Oxford University Press.
  11. Retel, V.P., et al., A cost-effectiveness analysis of a preventive exercise program for patients with advanced head and neck cancer treated with concomitant chemo-radiotherapy. BMC Cancer, 2011. 11: p. 475.
  12. Ackerstaff, A.H., et al., First-year quality of life assessment of an intra-arterial (RADPLAT) versus intravenous chemoradiation phase III trial. Head Neck, 2009. 31(1): p. 77-84.
  13. van der Molen, L., et al., A randomized preventive rehabilitation trial in advanced head and neck cancer patients treated with chemoradiotherapy: feasibility, compliance, and short-term effects. Dysphagia, 2011. 26(2): p. 155-70.
  14. Arving, C., et al., Cost-utility analysis of individual psychosocial support interventions for breast cancer patients in a randomized controlled study. Psychooncology, 2014. 23(3): p. 251-8.
  15. Arving, C., et al., Individual psychosocial support for breast cancer patients: a randomized study of nurse versus psychologist interventions and standard care. Cancer Nurs, 2007. 30(3): p. E10-9.
  16. Arving, C., et al., Satisfaction, utilisation and perceived benefit of individual psychosocial support for breast cancer patients--a randomised study of nurse versus psychologist interventions. Patient Educ Couns, 2006. 62(2): p. 235-43.
  17. Hollingworth, W., et al., Are needs assessments cost effective in reducing distress among patients with cancer? A randomized controlled trial using the Distress Thermometer and Problem List. J Clin Oncol, 2013. 31(29): p. 3631-8.
  18. Lemieux, J., et al., Economic analysis of psychosocial group therapy in women with metastatic breast cancer. Breast Cancer Res Treat, 2006. 100(2): p. 183-90.
  19. Mandelblatt, J.S., et al., Economic evaluation alongside a clinical trial of psycho-educational interventions to improve adjustment to survivorship among patients with breast cancer. J Clin Oncol, 2008. 26(10): p. 1684-90.
  20. Bradley, A., et al., Pulmonary rehabilitation programme for patients undergoing curative lung cancer surgery. Eur J Cardiothorac Surg, 2013. 44(4): p. e266-71.
  21. Bjorneklett, H.G., et al., A randomized controlled trial of support group intervention after breast cancer treatment: results on sick leave, health care utilization and health economy. Acta Oncol, 2013. 52(1): p. 38-47.
  22. Tamminga, S.J., et al., Effectiveness of a hospital-based work support intervention for female cancer patients - a multi-centre randomised controlled trial. PLoS One, 2013. 8(5): p. e63271.

 

 

[1] CEA was already included in the 2010 literature review.

[2] Four core components were defined: 1.) Systematic clinical assessment (symptoms and treatments) by senior medical and nursing staff using the National Assessment and Care Planning Framework; 2.) Goal setting with the review date agreed between patient and clinician; referrals within the MDT on a case-by-case basis according to current need, for example, physical (exercise), psychological, and complementary therapies, comprising therapies such as: Art therapy; Bach flower remedies; counselling; social work; writing therapy; acupuncture; healing; homeopathy; hypnotherapy; Indian head message; relaxation group; reiki (simple form of healing); massage; physiotherapy/hydrotherapy; reflexology; Dietician/Nutritional therapy; 3.). Weekly MDT meeting to review patients, raise problems, and discuss offering additional available services according to individual need and preference; 4.) Patient/clinical discussion in clinics according to goal-setting timetable to review progress, set new goals, or agree on a discharge date.

[3] Round et al [7] and Jones et al. [4] is the same trial. Jones et al. presented the trial, effectiveness results and a first economic evaluation. The main objective of the Round paper was the economic evaluation. They perform probabilistic sensitivity analysis and scenario analyses whereby modelling also a longer follow-up period. Round and colleagues present detailed results of the economic evaluation.

[4] In the original trial presented in Duijts et al.[9,10] there were three intervention groups, namely CBT, PE and a combination of both (CBT+PE) vs CWL. But given that the combined CBT+PE treatment had no additional patient benefit above CBT or PE, and would always be more costly, this treatment option was not considered in the economic analysis by Mewes et al. [8]

 

[5] Educations sessions were delivered by lung cancer nurse specialists and physiotherapists, whereby addressing the diet, smoking, lifestyle change, disease process and diagnosis, inpatient expectations, preparation for discharge and home, pain management, basics of breathing and benefits of mobility, coughing and airway clearance as well as ways of dealing with symptoms while outside the hospital. Exercises: Patient attended local COPD rehabilitation exercise class twice weekly for 1 h, which included a combination of endurance and strength exercises as well as inspiratory muscle exercises. The patients in the intervention group trained up to 60% of their maximum exercise capacity guided by the BORG scale of breathlessness. The PRP was pragmatic in nature, permitting a degree of local adaptation. The exercise classes were delivered in hospital in two centers and in the community in one center, using individualized programs in two centers and group classes in the other. Postoperatively: Between 4 and 6 weeks post-hospital discharge, the intervention group rejoined the rehabilitation program twice weekly for up to 3 months and was then offered maintenance sessions once a week. All smokers were accelerated into locally available smoking cessation pathways. These included smoking advice, counselling and nicotine replacement therapy as appropriate. All patients had dietary advice by lung cancer nurse and a nutritional assessment, which included body mass index (BMI) as well as history of weight loss. If they met the criteria for dietary intervention (BMI <20, or 10% weight loss in the last 3 months), the patients were referred to a Macmillian dietician and received preoperative nutritional drink supplements, which continued for up to 3 months based on the subsequent postoperative nutritional assessment.

   

 

Autorisatiedatum en geldigheid

Laatst beoordeeld  :

Laatst geautoriseerd  : 01-03-2018

Geplande herbeoordeling  :

Actualisatie

Voorwaarden voor revisie en beoordelingsfrequentie zijn vastgelegd in de richtlijn. De geldigheidstermijn voor de richtlijn (maximaal 5 jaar na vaststelling) wordt vanuit het Integraal Kankercentrum Nederland bewaakt. Om verscheidene redenen kan actualisatie eerder dan beoogd nodig zijn. Zo nodig zal de richtlijn tussentijds op onderdelen worden bijgesteld.

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen
Geautoriseerd door:
  • Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie
  • Nederlandse Internisten Vereniging
  • Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen
  • Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie
  • Nederlandse Vereniging voor Radiotherapie en Oncologie
  • Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland
  • Nederlandse Vereniging voor Psychosociale Oncologie
  • Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde

Algemene gegevens

Er komen in de dagelijkse oncologische praktijk problemen voor op lichamelijk, cognitief, emotioneel of sociaal vlak en/of met betrekking tot rolfunctioneren en/of zingeving. Deze problemen kunnen aanleiding geven, na signalering en bespreking, tot verwijzing van de desbetreffende patiënt met kanker of die kanker heeft gehad. De (ex-)patiënt kan verwezen worden voor verdere diagnostiek, een leefstijladvies, behandeling door één psychosociale of paramedische zorgverlener, door zorgverleners van verschillende disciplines, of naar medisch specialistische revalidatie. De richtlijn beschrijft hoe tot goede verwijzing naar medisch specialistische revalidatie bij oncologie te komen.

Daarnaast beschrijft de richtlijn:

  • Klachten na curatieve behandeling en in de palliatieve fase
  • Voorspellende factoren voor een gezonde levensstijl
  • Het intakeproces voorafgaand aan medisch specialistische revalidatie bij oncologie
  • Revalidatie(-interventies)
  • Meetinstrumenten voor effectevaluatie
  • Empowerment van de patiënt
  • Ondersteuning/adviezen/(verpleegkundige) interventies gericht op arbeid
  • Kosteneffectiviteit
  • Organisatie van zorg
  • Signalering en nazorg/revalidatiezorg bij kwetsbare (veelal) oudere patiënten met kanker

Doel en doelgroep

De richtlijn richt zich op patiënten van 18 jaar en ouder. Dit betreft patiënten tijdens of na afronding van de in opzet curatieve behandeling en tijdens de palliatieve fase van alle oncologische aandoeningen. Voor de patiënten in de palliatieve fase, de fase die intreedt wanneer duidelijk wordt dat er geen zicht meer is op genezing, richt de richtlijn zich op patiënten in de ziektegerichte- en symptoomgerichte palliatieve fase en expliciet niet op de fase van terminale palliatie.

Voor wie is deze richtlijn bedoeld?
De richtlijn is bedoeld voor zowel primaire oncologische behandelaars (internist-oncologen, chirurgisch oncologisch behandelaars en radiotherapeut oncologen), (gespecialiseerd) verpleegkundig(en) (specialisten), physician assistants, huisartsen en bedrijfsartsen als voor professionals in de psychosociale, paramedische en revalidatiezorg. Voor primaire oncologische behandelaars (internist-oncologen, chirurgisch oncologisch behandelaars en radiotherapeut oncologen), (gespecialiseerd) verpleegkundig(en) (specialisten), physician assistants, huisartsen en bedrijfsartsen die signaleren en verwijzen zijn vooral de uitgangsvragen over klachten na curatieve behandeling en in de palliatieve fase, signalering, bespreking en verwijzing en de modules over kwetsbare (veelal) oudere patiënten met kanker van belang. Voor professionals in de psychosociale, paramedische en medisch specialistische revalidatiezorg (revalidatieartsen, fysiotherapeuten, psychologen, maatschappelijk werkers, ergotherapeuten, etc.) zijn alle uitgangsvragen van belang.

Samenstelling werkgroep

Alle werkgroepleden zijn afgevaardigd namens wetenschappelijke verenigingen en hebben daarmee het mandaat voor hun inbreng. Bij de samenstelling van de werkgroep is geprobeerd rekening te houden met landelijke spreiding, inbreng van betrokkenen uit zowel academische als algemene ziekenhuizen/instellingen en vertegenwoordiging van de verschillende verenigingen/ disciplines. De patiëntenvereniging is eveneens vertegenwoordigd en in het geval er literatuuronderzoek is gedaan, is er een methodoloog of literatuuronderzoeker betrokken.

Belangenverklaringen

Aan alle werkgroepleden is gevraagd een belangenverklaring in te vullen, waarin ze hun banden met de industrie aangeven bij de start en einde van het richtlijntraject. De werkgroepleden hebben verklaard op dit moment of in de laatste drie jaar geen activiteiten te hebben ontplooid op uitnodiging van of met subsidie/ sponsoring van de industrie.

Inbreng patiëntenperspectief

De richtlijnwerkgroep bestaat uit zorgverleners van verschillende psychosociale en (para)medische disciplines en patiëntvertegenwoordigers van de Nederlandse Federatie van Kankerpatientenorganisaties.

Methode ontwikkeling

Evidence based

Zoekverantwoording

Zoekacties zijn opvraagbaar. Neem hiervoor contact op met de Richtlijnendatabase.

Volgende:
Organisatie van zorg