Mannelijke subfertiliteit

Initiatief: NVOG Aantal modules: 17

Startpagina - Mannelijke subfertiliteit

Publicatiedatum: 30-04-2026
Beoordeeld op geldigheid: 30-04-2026

Waar gaat deze richtlijn over?

Deze richtlijn richt zich op wat volgens de huidige maatstaven de beste zorg is voor mannen met subfertiliteit. In de richtlijn komen de volgende onderwerpen aan de orde:

  • Informatie over anamnese en lichamelijk onderzoek bij mannelijke subfertiliteit
  • De verschillende onderzoeken die ingezet kunnen worden bij verdenking op mannelijke subfertiliteit
  • Leefstijladviezen en specifieke adviezen met als doel de zaadkwaliteit, seksuele functie, algemene en testis gezondheid te bevorderen
  • Medicamenteuze en chirurgische behandelingen van verschillende oorzaken van mannelijke subfertiliteit
  • De mogelijke voortplantingstechnieken indien sprake is van een verminderde zaadkwaliteit
  • De belangrijkste conclusies en aanbevelingen in het geval van (verdenking op) mannelijke subfertiliteit

Definitie Mannelijke subfertiliteit voor deze richtlijn

De werkgroep definieert ‘mannelijke subfertiliteit’ als volgt:

1. Idiopathische mannelijke subfertiliteit: abnormale zaadanalyse bij een verder blanco medische voorgeschiedenis, een niet afwijkende beoordeling van de geslachtsorganen en normale resultaten van hormonale parameters van de gonadale as en genetische tests.

2. Onverklaarde mannelijke onvruchtbaarheid**: normale semen parameters zonder verklaring voor het uitblijven van de zwangerschap bij onderzoek van de vrouwelijke partner (Deze categorie valt buiten de reikwijdte van deze richtlijn).

3. Mannelijke onvruchtbaarheid verklaard door abnormale semen parameter(s)**, medische voorgeschiedenis, afwijkende bevindingen bij onderzoek, hormonale parameters van de gonadale as en/of genetische aandoeningen.

**Abnormale semen parameters worden gedefinieerd als concentraties die significant afwijken van de overeengekomen referentie-inteval vastgelegd in de WHO laboratory manual for the examination and processing of human sperm, 6th edition, 2021 en daarom klinisch relevant zijn. Een duidelijke afkappunt fertiel vs subfertiel kan niet worden gegeven, aangezien het gaat om multi parametrische resultaten.

 

Voor wie is deze richtlijn bedoeld?

Deze richtlijn is bestemd voor alle zorgverleners die betrokken zijn bij de zorg voor stellen met (verdenking op) subfertiliteit. Voor huisartsen is de NHG-Standaard Subfertiliteit leidend.

 

Voor patiënten

Subfertiliteit is een ander woord voor verminderde vruchtbaarheid. Hiervan is sprake wanneer bij een stel geen zwangerschap is ontstaan binnen een jaar onbeschermd seksueel contact. Ongeveer 1 op de 6 paren krijgt te maken met een vruchtbaarheidsprobleem. In ongeveer een derde van de gevallen ligt de oorzaak bij de man. Bij een aantal ziekten en aangeboren afwijkingen van de man is er een verminderde kwaliteit van het zaad. Maar ook andere factoren zoals het gebruik van medicijnen, leefstijlfactoren of hormonale oorzaken kunnen een rol spelen. Oriënterend vruchtbaarheidsonderzoek, met onder andere zaadonderzoek, kan worden ingezet voor het opsporen van stoornissen die een zwangerschap kunnen verhinderen. Het doel daarvan is om de kans op een zwangerschap te kunnen berekenen, zowel spontaan als ten gevolge van een behandeling. Bij afwijkende uitslag van het zaadonderzoek of aanknopingspunten voor problemen met de vruchtbaarheid van de man, worden de vervolgstappen voor onderzoek en behandeling van de man uiteengezet in deze richtlijn.

 

Meer informatie over vruchtbaarheidsonderzoeken is te vinden op Thuisarts:

Nog niet zwanger geworden

 

Meer informatie over vruchtbaarheidsonderzoeken is ook te vinden op de website van de gynaecologen:

Https://www.degynaecoloog.nl/onderwerpen/tegel-kinderwens/

en urologen:

Home - Alles over urologie

Meer informatie over vruchtbaarheidsonderzoeken en -behandelingen is ook te vinden op de website van de patiëntenvereniging Freya www.freya.nl

 

Hoe is de richtlijn tot stand gekomen?

Het initiatief voor deze richtlijn is afkomstig van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG). De richtlijn is opgesteld door een multidisciplinaire commissie met vertegenwoordigers vanuit de gynaecologen, urologen, klinisch embryologen, klinisch chemici, fertiliteitsartsen, en een patiëntvertegenwoordiger vanuit de patiëntenvereniging Freya.

Beoordelingsdatum en geldigheid

Publicatiedatum  : 30-04-2026

Beoordeeld op geldigheid  : 30-04-2026

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie
Volgende:
Anamnese bij mannelijke infertiliteit