Zwangerschap en prenatale counseling
Uitgangsvraag
Organisatie van zorg
- Hoe kan de prenatale counseling en zorg tijdens de zwangerschap het beste worden georganiseerd?
Communicatie en informatievoorziening
- Op welke wijze kunnen ouders optimaal medisch en psychosociaal ondersteund worden tijdens de zwangerschap?
- Welke informatie is voor de ouders van belang wanneer de diagnose SB prenataal wordt gesteld?
Aanbeveling
Organisatie van zorg
Schakel de zorgcoördinator spoedig in nadat de diagnose SB is gesteld.
Verstrek informatie aan de ouders die een prenatale diagnose ontvangen over de aandoening, prognose en postnatale beloop. Dit gebeurt door de zorgcoördinator samen met een medisch specialist met ervaring met SB.
Volg bij continueren van de zwangerschap deze in een centrum voor hoog-risicozwangerschappen (eventueel binnen een shared care samenwerking met verwijzende centrum).
Communicatie en informatievoorziening
Geef informatie over het ziektebeeld op een waardevrije manier, bespreek de behandelopties en speel in op behoeften van het gezin.
Bespreek tijdens de prenatale counseling:
- De medische zorg en de levenslange functionele impact van SB.
- De overlevingskansen en het spectrum aan uitkomsten (zoals neurochirurgisch, cognitief, ontwikkeling, urologisch, orthopedisch, dermatologisch).
- Algemene principes in verband met de hoogte van het defect, evenals de moeilijkheid om op basis daarvan specifieke en nauwkeurige voorspellingen te doen. De uiteindelijke prognose kan in positieve en negatieve zin afwijken van het geschetste beeld naar aanleiding van de 20 weken echo.
- Behandelingsopties voor aandoeningen die geassocieerd zijn met SB, met nadruk op functionele uitkomsten.
- Evidence-based behandelopties met het gezin, waaronder foetale chirurgie. Zie voor voor- én nadelen de module Spina Bifida Prenatale Sluiting meningomyelocele.
- De mogelijkheid voor lotgenotencontact.
- Wat te verwachten bij de geboorte en het postnatale beleid.
- Risicofactoren voor SB. Bespreek aangepast foliumzuur advies peri-conceptioneel (NHG-Standaard Preconceptiezorg) en het risico op herhaling.
- De mogelijkheid van een prenataal huisbezoek vanuit de jeugdgezondheidszorg (Centrum voor jeugd en gezin).
Overwegingen
Organisatie van zorg
De meeste diagnoses van een spina bifida worden gedaan tijdens de 13 of 20 weken screeningsecho. Er volgt dan een verwijzing naar een centrum voor prenatale diagnostiek voor verdere diagnostiek, inschatting van de ernst en counseling met betrekking tot de prognose. Deze counseling wordt bij voorkeur uitgevoerd door een multidisciplinair team bestaande uit gynaecologen/ (arts) echoscopisten en een vertegenwoordiger van SB team. Dit biedt ouders de mogelijkheid een beslissing te maken op basis van objectieve informatie van zorgverleners die kennis hebben over alle aspecten van (een leven met) SB. De behandelopties worden besproken met het gezin, waaronder foetale chirurgie (zie module 4). Het merendeel (ongeveer 75%) van ouders bij wie bij de foetus een SB wordt vastgesteld zal de zwangerschap niet voort te zetten.
Voor een deel van de ouders zal deze aanvullende counseling dan misschien ook geen rol spelen in de besluitvorming, maar mogelijk wel in de emotionele verwerking. Dit zal in het bijzonder het geval zijn bij een foetus met: cervicale/thoracale meningomyelocele, lumbale meningomyelocele boven L3 in combinatie met ernstige hydrocephalus, Chiari type II, malformatie, andere cerebrale afwijkingen, nierafwijkingen of ernstige wervelkolomafwijkingen.
Na de diagnose breekt er een periode van grote onzekerheid aan. Ouders zullen een mening vormen op basis van de eerste informatie en de informatie via internet, familieleden en kennissen. Het is voor een leek moeilijk te bepalen welke informatie relevant is voor het ongeboren kind. Daarnaast zit er ook een tijdsbeperking aan behandelopties, zowel afbreking van de zwangerschap als foetale chirurgie.
Het counselingsgesprek vindt daarom bij voorkeur op dezelfde dag plaats of binnen enkele dagen na de vaststelling van SB. Nadat de diagnose SB is gesteld, wordt aanbevolen dat de zorgcoördinator spoedig beschikbaar is voor het gezin (Dunleavy, 2007). De zorgcoördinator biedt ondersteuning en voorlichting tijdens de zwangerschap. Er is meer onderzoek nodig om wetenschappelijk bewijs te verzamelen over de effectiviteit van zorgcoördinatieprogramma’s om een best-practices model voor zorgcoördinatie voor mensen met SB te ontwikkelen.
De zorgcoördinator speelt een belangrijke rol in:
- Counseling van de verwachte prognose en beloop.
- Het gezin helpen omgaan met de nieuwe diagnose en de emotionele gevolgen.
- Algemene voorlichting geven over wat het gezin kan verwachten na de geboorte en tijdens hun verblijf op de neonatale intensive care afdeling (NICU).
- Bespreken van peri-conceptioneel foliumzuur gebruik en herhalingsrisico.
Zorgcoördinatie voor mensen met SB en hun families kan ingewikkeld zijn vanwege de medische complexiteit van de aandoening en de behoefte aan multidisciplinaire zorg, evenals economische en sociaal-culturele barrières. Een zorgcoördinator is vaak een verpleegkundige, verpleegkundig specialist of physician assistant met specifieke kennis en expertise over spina bifida.
Het wordt aanbevolen dat de zorgcoördinator samen met de medisch specialist informatie geeft over het hele spectrum van symptomen en aandoeningen die verband houden met SB en de behandelopties. Dit houdt in dat de familie wordt voorgelicht over de mogelijkheid van foetale chirurgie, het postnatale beloop en de te verwachten neurochirurgische ingrepen, vroege urologische onderzoeken en intermitterende katheterisatie en hoe de poliklinische zorg eruitziet. Het is belangrijk ouders gerust te stellenstellen en schuldgevoelens weg te nemen: de oorzaak van SB wordt nog niet volledig begrepen, maar is niet veroorzaakt door hun handelen. Het is belangrijk foliumzuurgebruik genuanceerd te bespreken. Foliumzuur kan weliswaar de kans op een zwangerschap met een SB verkleinen, maar kan niet volledig voorkomen dat SB ontstaat.
Intra-uteriene complicaties komen niet veel voor, maar macrocefalie door hydrocefalus komt wel voor. Het is daarom belangrijk dat bij continueren van de zwangerschap deze gevolgd wordt in een centrum voor hoog-risicozwangerschappen eventueel in shared care met verwijzend centrum. Dit is ook het ziekenhuis waar het kind met SB geboren en behandeld gaat worden (Sivarajah, 2019).
Communicatie en informatievoorziening
Geef de informatie over de aandoening op een waardevrije manier en bespreek de behandelopties en speel in op behoeften van het gezin. Gebruik geen woorden zoals “risico,” “slecht nieuws,” en “slechte prognose”. Gebruik in plaats daarvan woorden die het belang van de beslissing benadrukken, zoals “belangrijk nieuws,” “heeft gevolgen voor de prognose,” en “mogelijke uitdagingen.” Dit stelt de mensen waarbij de prenatale diagnose SB is gesteld in staat om zelf betekenis te geven aan het nieuws dat wordt gedeeld. Deze informatie wordt gepersonaliseerd en op een neutrale manier verstrekt, zodat deze aansluit bij de behoeften, waarden en overtuigingen van elk gezin (Parens, 2003).
Patiëntenvereniging SBH Nederland
Patiëntenverenigingen hebben in toenemende mate een rol in het opstellen van richtlijnen, het opkomen voor de belangen van de mensen met spina bifida en bieden de mogelijkheid voor lotgenotencontact in toenemende mate via internetforums. Het is belangrijk dat mensen met SB zich blijven verenigen voor hun belangen en hiermee voor verschillende partijen een gesprekspartner zijn. Het advies is dan ook om deelname aan patiëntenverenigingen, zoals SBH Nederland, te stimuleren.
Patiëntenverenigingen zoals SBH Nederland vormen een platform voor kennisdeling, lotgenotencontact, maar ook voor vertegenwoordiging en het delen van ervaringen. Zij vormen een belangrijke schakel in het ondersteunen van ouders, en de samenwerking tussen ouders en professionals en beleidsmakers.
Kwaliteit van bewijs
Niet van toepassing.
Waarden en voorkeuren van patiënten (en eventueel hun naasten/verzorgers)
Al tijdens het vroege traject is het van belang ouders te wijzen op het bestaan van de patiëntenvereniging SBH Nederland en de mogelijkheid van lotgenotencontact en collectieve belangenbehartiging).
Er zijn behoorlijke individuele verschillen in de behoefte aan informatievoorziening voorafgaand aan een besluit over een zwangerschapsafbreking en die moeten gerespecteerd worden, alhoewel een minimale hoeveelheid van objectieve, correcte en betrouwbare informatie essentieel is.
Kostenaspecten
Counseling van ouders die een prenatale diagnose ontvangen in een SB centrum, naast de informatie door een (arts-)echoscopist, levert enige toename van zorgkosten. In Nederland zijn er duidelijke richtlijnen en zorgstandaarden rondom prenatale diagnostiek en counseling bij neurale buisdefecten zoals SB. De counseling is een essentieel onderdeel van de zorg, omdat het ouders helpt goed geïnformeerde keuzes te maken over de zwangerschap, mogelijke behandelingen (zoals prenatale chirurgie versus postnatale zorg), en de impact op de kwaliteit van leven van het kind. Prenatale counseling is voor deze groep passende zorg die vergoed wordt door elke zorgverzekeraar. De jaarlijkse eigen bijdrage voor de ouders is bij deze zorg wel van toepassing. Er zijn nog geen kosteneffectiviteitsstudies naar counseling in een SB centrum gedaan.
Zorgcoördinatie is een essentieel onderdeel van het multidisciplinaire SB-zorgteam en van cruciaal belang voor het verbeteren van de gezondheidszorg en welzijnsresultaten voor mensen met SB. Er zijn geen studies die de voordelen aantonen van SB-zorgcoördinatie. Mogelijk zijn er wel verminderde morbiditeit en mortaliteit, hogere levenskwaliteit en lagere zorgkosten voor mensen met SB.
Gelijkheid ((health) equity/equitable)
De counseling vindt plaats in een beperkt aantal expertisecentra. De reisafstand naar een SB centrum kan sterk verschillen voor de ouders die een prenatale diagnose ontvangen. De mogelijkheid van een counseling via een videoconsult kan belemmeringen in reismogelijkheden wegnemen. Het jaarlijks eigen risico in de zorg is van toepassing en is mogelijke voor sommige ouders een belemmering om gebruik te maken van counseling wat kan leiden tot een beslissing die niet gebaseerd is op zo volledig mogelijke informatie.
Als ouders die een prenatale diagnose ontvangen de Nederlandse taal onvoldoende beheersen, is het belangrijk een tolk in te schakelen. Zeker door de opkomst van AI is er een mogelijkheid om Nederlandstalig informatiemateriaal te vertalen naar een andere taal.
Verschillende culturele achtergronden beïnvloeden vaak hoe mensen naar aandoeningen zoals SB kijken, welke betekenis ze eraan geven, en hoe ze omgaan met zorg en ondersteuning. In bepaalde culturen kunnen spirituele of religieuze verklaringen overheersen, bijvoorbeeld dat het een straf is, een ongeluk, of het gevolg van bovennatuurlijke invloeden. Sommige culturen kunnen een stigma hechten aan beperkingen, wat kan leiden tot uitsluiting, schaamte of verborgen houden van de aandoening. In collectivistische culturen speelt de familie een centrale rol in de zorg en besluitvorming rond iemand met SB. In individualistische culturen is er vaak meer nadruk op zelfredzaamheid en individuele rechten. De culturele achtergrond beïnvloedt ook hoe mensen omgaan met gezondheidszorg: of ze medische behandeling zoeken, alternatieve geneeswijzen verkiezen, of terughoudend zijn vanwege taalbarrières, vooroordelen of geloofsovertuigingen. Beslissingen over prenatale screening, abortus, en zorg kunnen beïnvloed zijn door religieuze overtuigingen en ethische normen binnen een cultuur.
Kortom, ouders moeten de beslissing kunnen dragen en verdragen. Het is daarom van belang dat zij zo volledig mogelijke informatie ontvangen: niet alleen medisch-technische gegevens, maar ook informatie over de kwaliteit van leven van het kind en de impact op het gezinsproces. Wat passend is, verschilt per ouderpaar en per gezinssamenstelling. Een beslissing is voor ouders draaglijk wanneer deze voortkomt uit een weloverwogen en eigen keuze. Het gaat om de best mogelijke keuze binnen vaak moeilijke opties. Twijfel en onzekerheid horen daarbij, maar ook het vertrouwen dat dit op dit moment de juiste beslissing is. Zorgverleners dienen ruimte te creëren waarin ouders dit proces kunnen doorleven en hun keuze in vrijheid kunnen maken.
Aanvaardbaarheid:
Ethische aanvaardbaarheid
Er zijn geen ethische bezwaren voor counseling. Zie ook module Spina Bifida Prenatale Sluiting meningomyelocele.
Duurzaamheid
Extra afspraken leiden tot meer vervoersbewegingen. De meeste expertisecentra hebben een goede bereikbaarheid met het openbaar vervoer. Een videogesprek is qua CO₂-uitstoot en energiegebruik veel duurzamer en een goede optie als de technische mogelijkheden vanuit het ziekenhuis voldoende zijn.
Haalbaarheid
Counseling in een SB centrum lijkt haalbaar.
Rationale van aanbeveling Organisatie van zorg: weging van argumenten voor en tegen de interventies
Na de diagnose SB wordt aanbevolen dat de zorgcoördinator voor de familie beschikbaar is om ondersteuning en educatie te bieden gedurende de zwangerschap. Doelen van de consulten kunnen zijn: het gezin helpen omgaan met de nieuwe diagnose, algemene informatie geven over wat ze kunnen verwachten in de eerste maanden en tijdens het verblijf op de neonatale intensive care unit (NICU) en algemene informatie geven over de symptomen en tekenen van SB. Een rol van de zorgcoördinator in deze stressvolle tijd is om de familie gerust te stellen dat ze er niet alleen voor staan, omdat een goed voorbereid team klaarstaat om hen te ondersteunen.
Eindoordeel:
Neutrale aanbeveling.
Rationale van aanbeveling Communicatie en informatievoorziening: weging van argumenten voor en tegen de interventies
Informeer op een neutrale manier over de medische zorg en de levenslange functionele impact van SB en ga voor een goede samenwerking, terwijl je probeert inzicht te krijgen in de behoeften, waarden en overtuigingen van de families. Gebruik tijdens de counseling neutrale woorden die het belang van de beslissing benadrukken. Dit stelt ouders in staat om zelf betekenis te geven aan het nieuws dat wordt gedeeld.
Eindoordeel:
Neutraal (Informeer).
Onderbouwing
De prenatale diagnose van SB is een cruciaal moment voor gezinnen. De manier waarop informatie over SB wordt overgebracht, is van groot belang voor de toekomst van het gezin en vormt de basis voor belangrijke beslissingen, zoals mogelijke zwangerschapsafbreking en foetale chirurgie versus postnatale sluiting. Gezinnen ervaren intense emoties en tegelijkertijd moeten zij veel informatie verwerken over hun opties en de bijbehorende risico’s en voor- en nadelen begrijpen. Verschillende culturen hebben uiteenlopende opvattingen over handicaps, wat de verwachtingen van gezinnen over behandelopties en hun begrip van de aandoening kan beïnvloeden. Het is essentieel dat ouders en verzorgers geïnformeerd worden over het klinische verloop en de te verwachten uitdagingen bij SB. Voor ouders vormt de diagnose tijdens de zwangerschap een ingrijpende crisis. Dit vraagt van zorgverleners om grote empathie en het geven van op maat gemaakte informatie, afgestemd op de taal en belevingswereld van het gezin. Ouders hebben vaak behoefte aan: psychologische ondersteuning, duidelijke medische informatie en handvatten voor het leven met spina bifida. Daarnaast kan het waardevol zijn om ouders in contact te brengen met ervaringsdeskundigen of buddy’s. Dit kan bijvoorbeeld via de patiëntenvereniging SBH.
Omdat veel aspecten van de organisatie van zorg specifiek zijn voor de Nederlandse situatie, is voor de uitgangsvraag (en deelvragen) geen systematische literatuuranalyse uitgevoerd.
- Akre C, Light A, Sherman L, Polvinen J, Rich M. What young people with spina bifida want to know about sex and are not being told. Child Care Health Dev. 2015;41(6):963-9. Epub 20150831. doi: 10.1111/cch.12282. PubMed PMID: 26331351; PubMed Central PMCID: PMC4715573.
- American Academy of P, American Academy of Family P, American College of Physicians-American Society of Internal M. A consensus statement on health care transitions for young adults with special health care needs. Pediatrics. 2002;110(6 Pt 2):1304-6. PubMed PMID: 12456949.
- Bellin MH, Bentley KJ, Sawin KJ. Factors associated with the psychological and behavioral adjustment of siblings of youths with spina bifida. Fam Syst Health. 2009;27(1):1-15. doi: 10.1037/a0014859. PubMed PMID: 19630441.
- Bellin MH, & Rice, K. M. . Individual, family, and peer factors associated with the quality of sibling relationships in families of youth with Spina Bifida. Journal of Family Psychology. 2009;23:39-47.
- Brown SD, Feudtner C, Truog RD. Prenatal Decision-Making for Myelomeningocele: Can We Minimize Bias and Variability? Pediatrics. 2015;136(3):409-11. Epub 20150803. doi: 10.1542/peds.2015-1181. PubMed PMID: 26240211.
- Brustrom J, Thibadeau J, John L, Liesmann J, Rose S. Care coordination in the spina bifida clinic setting: current practice and future directions. J Pediatr Health Care. 2012;26(1):16-26. Epub 20100710. doi: 10.1016/j.pedhc.2010.06.003. PubMed PMID: 22153140.
- Cuppen I, Eggink AJ, Lotgering FK, Rotteveel JJ, Mullaart RA, Roeleveld N. Influence of birth mode on early neurological outcome in infants with myelomeningocele. Eur J Obstet Gynecol Reprod Biol. 2011;156(1):18-22. Epub 20110217. doi: 10.1016/j.ejogrb.2011.01.012. PubMed PMID: 21333435.
- Davis BE, Shurtleff DB, Walker WO, Seidel KD, Duguay S. Acquisition of autonomy skills in adolescents with myelomeningocele. Dev Med Child Neurol. 2006;48(4):253-8. doi: 10.1017/S0012162206000569. PubMed PMID: 16542511.
- Dennis M, Barnes MA. The cognitive phenotype of spina bifida meningomyelocele. Dev Disabil Res Rev. 2010;16(1):31-9. doi: 10.1002/ddrr.89. PubMed PMID: 20419769; PubMed Central PMCID: PMC2924202.
- Dennis M, Landry SH, Barnes M, Fletcher JM. A model of neurocognitive function in spina bifida over the life span. J Int Neuropsychol Soc. 2006;12(2):285-96. doi: 10.1017/S1355617706060371. PubMed PMID: 16573862.
- Dicianno BE, Fairman AD, Juengst SB, Braun PG, Zabel TA. Using the spina bifida life course model in clinical practice: an interdisciplinary approach. Pediatr Clin North Am. 2010;57(4):945-57. doi: 10.1016/j.pcl.2010.07.014. PubMed PMID: 20883884.
- Dunleavy MJ. The role of the nurse coordinator in spina bifida clinics. ScientificWorldJournal. 2007;7:1884-9. Epub 20071126. doi: 10.1100/tsw.2007.305. PubMed PMID: 18060326; PubMed Central PMCID: PMC5901226.
- EUROCAT. Prevalence per 10,000 births. All anomalies - 2005 to 2023 - All full registries - Including genetic anomalies. Retrieved from: https://eu-rd-platform.jrc.ec.europa.eu/eurocat/eurocat-data/prevalence.
- Fletcher JM, Ostermaier KK, Cirino PT, Dennis M. Neurobehavioral outcomes in spina bifida: Processes versus outcomes. J Pediatr Rehabil Med. 2008;1(4):311-24. PubMed PMID: 20798790; PubMed Central PMCID: PMC2928154.
- Graham HK, Harvey A, Rodda J, Nattrass GR, Pirpiris M. The Functional Mobility Scale (FMS). Journal of Pediatric Orthopaedics. 2004;24(5):514-20. PubMed PMID: 01241398-200409000-00011.
- Holmbeck GN, Devine KA. Psychosocial and family functioning in spina bifida. Dev Disabil Res Rev. 2010;16(1):40-6. doi: 10.1002/ddrr.90. PubMed PMID: 20419770; PubMed Central PMCID: PMC2926127.
- Holmbeck GN, Gorey-Ferguson L, Hudson T, Seefeldt T, Shapera W, Turner T, et al. Maternal, paternal, and marital functioning in families of preadolescents with spina bifida. J Pediatr Psychol. 1997;22(2):167-81. doi: 10.1093/jpepsy/22.2.167. PubMed PMID: 9114641.
- Kazak AE, & Marvin, R. S. . Differences, difficulties and adaptation: Stress and social networks in families with a handicapped child. Family Relations. 1984;33(1):67- 77.
- Lassmann J, Garibay Gonzalez F, Melchionni JB, Pasquariello PS, Jr., Snyder HM, 3rd. Sexual function in adult patients with spina bifida and its impact on quality of life. J Urol. 2007;178(4 Pt 2):1611-4. Epub 20070816. doi: 10.1016/j.juro.2007.03.162. PubMed PMID: 17707040.
- Lindquist B, Jacobsson H, Strinnholm M, Peny-Dahlstrand M. A scoping review of cognition in spina bifida and its consequences for activity and participation throughout life. Acta Paediatr. 2022 Sep;111(9):1682-1694.
- Lomax-Bream LE, Taylor, H.B., Landry, S.H., Barnes, M.A., Fletcher, J.M., & Swank, P. Role of early parenting and motor skills on development in children with spina bifida. Journal of Applied Developmental Psychology. 2007;28(3):250-63.
- Oakeshott P, Hunt GM, Poulton A, Reid F. Expectation of life and unexpected death in open spina bifida: a 40-year complete, non-selective, longitudinal cohort study. Dev Med Child Neurol. 2010;52(8):749-53. Epub 20091209. doi: 10.1111/j.1469-8749.2009.03543.x. PubMed PMID: 20015251.
- Oakeshott P, Hunt GM. Long-term outcome in open spina bifida. Br J Gen Pract. 2003;53(493):632-6. PubMed PMID: 14601340; PubMed Central PMCID: PMC1314678.
- Overgoor ML, de Jong TP, Cohen-Kettenis PT, Edens MA, Kon M. Increased sexual health after restored genital sensation in male patients with spina bifida or a spinal cord injury: the TOMAX procedure. J Urol. 2013;189(2):626-32. Epub 20121016. doi: 10.1016/j.juro.2012.10.020. PubMed PMID: 23079372.
- Parens E, Asch A. Disability rights critique of prenatal genetic testing: reflections and recommendations. Ment Retard Dev Disabil Res Rev. 2003;9(1):40-7. doi: 10.1002/mrdd.10056. PubMed PMID: 12587137.
- Psihogios AM, Holmbeck GN. Discrepancies in mother and child perceptions of spina bifida medical responsibilities during the transition to adolescence: associations with family conflict and medical adherence. J Pediatr Psychol. 2013;38(8):859-70. Epub 20130710. doi: 10.1093/jpepsy/jst047. PubMed PMID: 23843631; PubMed Central PMCID: PMC3895972.
- Roberts TT, Leonard GR, Cepela DJ. Classifications In Brief: American Spinal Injury Association (ASIA) Impairment Scale. Clin Orthop Relat Res. 2017;475(5):1499-504. Epub 20161104. doi: 10.1007/s11999-016-5133-4. PubMed PMID: 27815685; PubMed Central PMCID: PMC5384910.
- Seeley A, Lindeke L. Developing a Transition Care Coordination Program for Youth With Spina Bifida. J Pediatr Health Care. 2017;31(6):627-33. Epub 20170729. doi: 10.1016/j.pedhc.2017.04.015. PubMed PMID: 28760316.
- Sivarajah K, Relph S, Sabaratnam R, Bakalis S. Spina bifida in pregnancy: A review of the evidence for preconception, antenatal, intrapartum and postpartum care. Obstet Med. 2019;12(1):14-21. Epub 20180517. doi: 10.1177/1753495X18769221. PubMed PMID: 30891087; PubMed Central PMCID: PMC6416695.
- Spaulding BR, Morgan SB. Spina bifida children and their parents: a population prone to family dysfunction? J Pediatr Psychol. 1986;11(3):359-74. doi: 10.1093/jpepsy/11.3.359. PubMed PMID: 3534207.
- Stromfors L, Wilhelmsson S, Falk L, Host GE. Experiences among children and adolescents of living with spina bifida and their visions of the future. Disabil Rehabil. 2017;39(3):261-71. Epub 20160304. doi: 10.3109/09638288.2016.1146355. PubMed PMID: 26939640.
- Taylor HB, Barnes MA, Landry SH, Swank P, Fletcher JM, Huang F. Motor contingency learning and infants with Spina Bifida. J Int Neuropsychol Soc. 2013;19(2):206-15. Epub 20130108. doi: 10.1017/S1355617712001233. PubMed PMID: 23298791; PubMed Central PMCID: PMC4067977.
- van Staa A, Sattoe JN, Strating MM. Experiences with and Outcomes of Two Interventions to Maximize Engagement of Chronically Ill Adolescents During Hospital Consultations: A Mixed Methods Study. J Pediatr Nurs. 2015;30(5):757-75. Epub 20150718. doi: 10.1016/j.pedn.2015.05.028. PubMed PMID: 26199096.
- Verhoef M, Barf HA, Vroege JA, Post MW, Van Asbeck FW, Gooskens RH, et al. Sex education, relationships, and sexuality in young adults with spina bifida. Arch Phys Med Rehabil. 2005;86(5):979-87. doi: 10.1016/j.apmr.2004.10.042. PubMed PMID: 15895345.
- Vermaes IP, Janssens JM, Bosman AM, Gerris JR. Parents' psychological adjustment in families of children with spina bifida: a meta-analysis. BMC Pediatr. 2005;5:32. Epub 20050825. doi: 10.1186/1471-2431-5-32. PubMed PMID: 16120229; PubMed Central PMCID: PMC1215488.
- von Linstow ME, Biering-Sorensen I, Liebach A, Lind M, Seitzberg A, Hansen RB, et al. Spina bifida and sexuality. J Rehabil Med. 2014;46(9):891-7. doi: 10.2340/16501977-1863. PubMed PMID: 25148270.
- Williams EN, Broughton NS, Menelaus MB. Age-related walking in children with spina bifida. Dev Med Child Neurol. 1999;41(7):446-9. PubMed PMID: 10454227.
- Ziring PR, Brazdziunas D, Cooley WC, Kastner TA, Kummer ME, Gonzalez de Pijem L, et al. American Academy of Pediatrics. Committee on Children With Disabilities. Care coordination: integrating health and related systems of care for children with special health care needs. Pediatrics. 1999;104(4 Pt 1):978-81. PubMed PMID: 10506246.
Beoordelingsdatum en geldigheid
Publicatiedatum : 30-06-2026
Beoordeeld op geldigheid : 30-06-2026
Samenstelling werkgroep
Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is in 2024 een multidisciplinair cluster ingesteld. Het cluster Motorische stoornissen bestaat uit meerdere richtlijnen (zie hier de actuele clusterindeling). De stuurgroep bewaakt het proces van modulair onderhoud binnen het cluster. De expertisegroepsleden brengen hun expertise in, indien nodig. De volgende personen uit het cluster zijn betrokken geweest bij de herziening van deze module:
Clusterstuurgroepleden
- Mevr. dr. A.I. (Annemieke) Buizer, kinderrevalidatiearts, namens de Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen (VRA)
- Mevr. M.A. (Adhiambo) Witlox, orthopedisch chirurg, namens de Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV)
- Mevr. drs. W.L. (Bertie) van der Leij, kinderrevalidatiearts, namens de VRA
- Dhr. dr. J. (Jeroen) Vermeulen, hoogleraar kinderneurologie, namens de Nederlandse Vereniging van voor Neurologie (NVN)
- Mevr. drs. M.G. (Marieke) van Driel, vertegenwoordiger Cerebrale Parese Nederland (CP Nederland)
Betrokken clusterexpertisegroepleden
- Mevr. dr. D.P. (Dewi) Bakker, kinderneuroloog, namens de NVN
- Mevr. dr. E.B. (Eveline) Boeker, kinderrevalidatiearts, namens de VRA
- Mevr. C.J. (Carola) McDonald- ten Thij, verpleegkundig specialist, namens de Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland (V&VN)
Met ondersteuning van
- Mevr. dr. I. J. (Ilse) Blokland, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
- Mevr. dr. M. (Mirre) den Ouden - Vierwind, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
- Mevr. drs. D. (Danique) Middelhuis, adviseur, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
- E. (Esther) van der Bijl, Informatiespecialist, Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten
Belangenverklaringen
Een overzicht van de belangen van de clusterleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten via secretariaat@kennisinstituut.nl.
Gemelde (neven)functies en belangen Stuurgroep
|
Naam |
Hoofdfunctie |
Nevenwerkzaamheden |
Persoonlijke financiële belangen |
Persoonlijke relaties |
Extern gefinancierd onderzoek |
Intellectuele belangen en reputatie |
Overige belangen |
Datum |
Restrictie |
|
Annemieke Buizer
|
Kinderrevalidatiearts en hoogleraar, Amsterdam UMC
|
Voorzitter Dutch Academy of Childhood Disability (DACD) Chair Scientific Committee van de European Academy of Childhood Disability (EACD) Secretaris/bestuurslid van de VRA CP werkgroep Toezichthouder Expertisecentrum Ontwikkelingsondersteuning Prematuren (EOP) |
Geen
|
Geen
|
Ja, hier 5 projecten vermeld, maar er zijn nog meer 1. Hersenstichting/KNGF/Phelps Stichting/JKF Kinderfonds - Power2Walk (Projectleider JA) 2. Phelps Stichting/JKF Kinderfonds - FootFBI (Projectleider JA) 3. ForWishdom Stichting - GNAO1 (Projectleider JA) 4. Esther Vergeer Foundation - Sport4Impact (Projectleider JA) 5. Medtronic - TB in CP-register (Projectleider JA)
|
Geen |
Geen
|
13-11-2024
|
Geen restricties |
|
Adhiambo Witlox |
MUMC+ orthopedisch chirurg
|
Geen
|
Geen
|
Geen
|
ZonMw Onderzoek |
Geen
|
Geen
|
03-12-2024 |
Geen restricties |
|
Bertie van der Leij-Roelofsen |
Kinderrevalidatiearts Adelante |
- Bestuurslid SBOK (Stichting scholing begeleiders van het in zijn ontwikkeling bedreigde kind) - Vanaf 2025 bestuurslid werkgroep CP van de VRA
|
Geen
|
Geen
|
Geen
|
Geen
|
Geen
|
29-11-2024 |
Geen restricties |
|
Jeroen Vermeulen |
Hoogleraar kinderneurologie |
Voorzitter adviesraad CP-net (onbetaald) advies stichting enablement (onbetaald) richtlijn cerebrale parese organisatie van wetenschappelijke dag voor Medtronics 2022
|
Geen
|
Geen
|
Haptic master Sensorische handfunctie Dystonie Benefit studie FESpa studie 1. health foundation limburg - haptic master: sensorische-motorische intregartaie bij dystonie (Projectleider JA) 2. stichting vooruit - sensorische afwijkingen bij kinderen met CP (Projectleider JA) 3. stichting Janivo - neurale mechanismen bij dystonie (Projectleider JA) 4. ZONMW - kosten effectiviteitstudie: vergelijking SDR vs ITB bij spastische CP (Projectleider NEE) 5. Phelpsstichting voor spastici - functionele electrische stimulatie bij kinderen met spastische CP (Projectleider JA)
|
Geen
|
Geen
|
13-11-2024 |
Geen restricties |
|
Marieke van Driel |
Geen betaalde baan. Ik zit namens CP Nederland in commissie. Ik ben onbezoldigd voorzitter.
|
Voorzitter CP Nederland-onbetaald Bestuurslid CP-Net - onbetaald Bestuurslid Stichting Fietsmaatjes Schaarsbergen - onbetaald Bestuurslid Stichting Dogs DO Matter - onbetaald |
Geen
|
Geen
|
Geen
|
Geen
|
Geen
|
03-09-2024
|
Geen restricties |
Gemelde (neven)functies en belangen Expertisegroep
|
Naam |
Hoofdfunctie |
Nevenwerkzaamheden |
Persoonlijke financiële belangen |
Persoonlijke relaties |
Extern gefinancierd onderzoek |
Intellectuele belangen en reputatie |
Overige belangen |
Datum |
Restrictie |
|
Dewi Bakker |
Kinderneuroloog AUMC
|
Geen |
Geen |
Geen relevante operkingen |
Stichting vooruit - sensorische afwijkingen bij kinderen met CP
|
Geen |
Geen |
14-06-2024 |
|
|
Eveline Boeker |
Kinderrevalidatiearts Amsterdam UMC - patiëntenzorg, onderwijs en opleiding - betaald conform de CAO academische ziekenhuizen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
06-02-2025 |
|
|
Carola McDonald- ten Thij |
Verpleegkundig specialist amsterdamUMC
|
Geen |
Geen |
Geen |
Geen |
Boegbeeldfunctie expertisecentrum en patiëntenvereniging |
Geen |
07-02-2025 |
|
Inbreng patiëntenperspectief
Kwalitatieve raming van mogelijke financiële gevolgen in het kader van de Wkkgz
Bij de richtlijnmodule voerden de clusterleden conform de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een kwalitatieve raming uit om te beoordelen of de aanbevelingen mogelijk leiden tot substantiële financiële gevolgen. Bij het uitvoeren van deze beoordeling is de richtlijnmodule op verschillende domeinen getoetst (zie het stroomschema bij Werkwijze).
|
Module |
Uitkomst raming |
Toelichting |
|
Spina Bifida organisatie van de zorg - Zwangerschap en prenatale counseling |
geen financiële gevolgen |
Uit de toetsing volgt dat de aanbeveling(en) niet breed toepasbaar zijn (<5.000 patiënten) en daarom naar verwachting geen substantiële financiële gevolgen zal hebben voor de collectieve uitgaven.
|
Werkwijze
Voor meer details over de gebruikte richtlijnmethodologie verwijzen wij u naar de Werkwijze. Relevante informatie voor de ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule is hieronder weergegeven.