Uitgangsvraag

Lokale therapie met overige lokale behandelingen bij orale Lichen Planus

Aanbeveling

Hyaluronzuur heeft geen plaats bij de behandeling van OLP

Aloë vera gel is bij OLP een mogelijk alternatief als andere reguliere therapieopties falen.

 

Conclusies

Niveau 3

Er zijn aanwijzingen dat topicale behandeling met hyaluronzuur gel effectiever is dan placebo bij de behandeling van erosieve OLP.

 

B Nolan 2009

 

Niveau 2

Lokale aangebrachte ciclosporine oplossingen in wisselende doseringen (48-1500 mg/dg) zijn bij OLP duidelijk effectiever dan placebo bij het reduceren van pijn en laesies.

 

B Eisen 1990, Gaeta 1994, Harpenau 1995

 

Niveau 3

Therapieresistente laesies laten na behandeling met topicaal ciclosporine in circa 50% van de gevallen van OLP een partiële reductie zien.

 

C Epstein 1996, Voute 1994

 

Niveau 2

Lokaal aangebrachte ciclosporine oplossingen (in wisselende doseringen) zijn bij OLP vergelijkbaar effectief met betrekking tot het reduceren van pijn en laesies als lokale corticosteroïden. Klinisch significante verschillen worden in de diverse studies niet gevonden.

 

B Conrotto 2006, Meissner 1992; Yoke, 2006; Thongprasom, 2007; Sheg, 1994; López, 1995

 

Niveau 3

Aloë vera gel is bij OLP significant (statistisch) effectiever dan placebo bij het reduceren van de omvang van laesies en pijn.

 

B Choonhakarn 2008

Samenvatting literatuur

Hyaluronzuur

Nolan et al. onderzochten in een gerandomiseerde, placebogecontroleerde dubbelblinde opzet het effect van het glycosaminoglycaan hyaluronzuur bij OLP (Nolan, 2009). In totaal participeerden 124 patiënten met erosieve, atrofische of ulceratieve OLP in dit onderzoek. Gedurende 4 weken werden 62 patiënten 4-5 maal daags behandeld met hyaluronzuur 0.2% orale gel en de overige patiënten werden behandeld met een placebo gel. De topicale behandeling met hyaluronzuur veroorzaakte in vergelijking met de placebo een significante reductie (p<0.05) in pijn en in de grootte van de erosieve/ulceratieve laesies (p<0.05). Een topicale behandeling met hyaluronzuur lijkt een gunstige aanvulling te zijn in de behandeling van erosieve OLP. Dit onderzoek kent een goede studieopzet met een groot aantal geïncludeerde patiënten, maar eventuele bijwerkingen worden niet beschreven en lange termijn effecten (na het stoppen van de behandeling) zijn niet bekend (Bewijs B). 

 

Lokaal ciclosporine

Er zijn 6 studies gevonden over lokaal ciclosporine bij OLP (Gaeta, 1994; Eisen,1990; Harpenau, 1995; Epstein, 1996, Voute, 1994; Eisen,1990).

 

Gaeta et al. vergeleken de effectiviteit van ciclosporine versus placebo bij de behandeling van therapieresistente OLP (Gaeta, 1994). Gedurende 10 weken werden 10 patiënten 3 maal daags topicaal behandeld met 16 mg ciclosporine in een bioadhesieve gel en 10 patiënten werden volgens hetzelfde protocol behandeld met een placebo. Na 10 weken trad bij 5 patiënten uit de ciclosporinegroep een complete reductie op in de omvang van de laesies. Bij 4 patiënten reduceerde de omvang van de orale laesies met minimaal 50%. Bij geen enkele patiënt uit de placebogroep werd een klinische remissie geobserveerd. Bij 2 patiënten uit de placebogroep trad een vermindering op in de ervaren branderige sensatie. De lage dosering van ciclosporine (48 mg/dag) en de goede lokale absorptie zonder bijwerkingen, suggereert dat deze bioadhesieve gel een alternatief kan zijn in de behandeling van OLP (Bewijs B).

 

Eissen et al. verkregen nagenoeg dezelfde resultaten (Eisen,1990). Bij patiënten die behandeld werden met ciclosporine (100 mg/ml) oplossing trad een significante verbetering op van het erytheem, de erosies en de pijn. Bij patiënten die behandeld werden met de placebo oplossing trad geen of een minimale verbetering op. Nadat deze patiënten alsnog met ciclosporine behandeld werden, trad een vergelijkbaar effect op als in de ciclosporinegroep (Bewijs B).

 

In een ander placebo gecontroleerd onderzoek van Harpenau et al. worden deze resultaten bevestigd (Harpenau, 1995).Onder 7 patiënten die behandeld waren met een ciclosporine-oplossing (500 mg/dag) trad een significante reductie op in de grootte van de laesies en in de pijnscores. Bij de 7 patiënten uit de placebogroep trad een minimale reductie op in de omvang van de laesies en patiënten rapporteerden onveranderde of toegenomen pijnscores. (Bewijs B).

 

Twee van de drie bovenstaande studies (Eisen 1990; Harpenau 1995) werden gepoold wat betreft de symptomatische uitkomst in het Cochrane review. De verbeteringen waren statistisch significant voor de individuele studies en de gepoolde analyse (OR = 33,91, 95% BI 8,66 to 132,76). De studies werden ook gepoold met betrekking tot de door de arts geconstateerde verschijnselen en lieten vergelijkbare cijfers zien. (OR = 28,93, 95% BI 9,91 to 84,45).

 

Drie niet placebogecontroleerde studies beschreven de effectiviteit van ciclosporine in de behandeling van OLP (Epstein, 1996; Voûte 1994; Eisen 1990).

 

Epstein et al. gaven ciclosporine met benzocaïne (een adhesief hydroxypropyl cellulose zalf) aan 18 patiënten met therapieresistente orale lichenoïde laesies (Epstein, 1996). De laesies verbeterden niet na een systemische (prednison en ciclosporine) of topicale behandeling met corticosteroïden. Bij 14 patiënten was er sprake van een persisterende idiopatische vorm van LP en 4 patiënten presenteerden met lichenoïde orale graft-versus host laesies (GVHD). Gedurende 4 weken werden patiënten 4 maal daags topicaal behandeld met ciclosporine in benzocaïne 0,5 mg/ml. Bij 7 van de 14 patiënten met persisterende OLP werd er een partiële reductie waargenomen in de (klinische) symptomen. (Bewijs C).

Voûte et al. gingen na wat het effect was van ciclosporine A locaal bij 9 patiënten bij wie eerdere behandelingen met topicale en systemische corticosteroïden niet succesvol waren geweest (Voûte,1994). Bij 4 patiënten reduceerden de laesies en de pijn met minder dan 50% en bij de overige 5 patiënten trad geen verandering of juist een toename op (Bewijs C).

 

De resultaten van het onderzoek van Eisen et al. zijn iets rooskleuriger (Eisen, 1990). In deze studie werden 6 patiënten 3 maal daags behandeld met een ciclosporine-oplossing. Na 8 weken verbeterden de gemiddelde erosie- en VAS-scores significant (p <0.05) met respectievelijk 95%, 59% en 96% (Bewijs C).

 

Ciclosporine vs. corticosteroïden

Uit de literatuurselectie kwamen 6 artikelen naar voren waarin de behandeling van ciclosporine werd vergeleken met een behandeling met corticosteroïden (Conrotto 2006, Meissner 1992; Yoke, 2006; Thongprasom, 2007; Sheg, 1994; López, 1995). In 1992 verscheen het artikel van Meissner et al. waarin een behandeling met ciclosporine zalf werd vergeleken met een topicale corticosteroïden behandeling (Meissner, 1992).

 

In een prospectieve gerandomiseerde studie werden 20 patiënten met erosieve of atrofische OLP, 3 maal daags topicaal behandeld met ciclosporine A (25 mg/g) of een corticosteroïden zalf. Beide groepen toonden na 3 weken een reductie in de omvang van de erosieve of atrofische laesies. Na 2 en 3 weken toonde een behandeling met ciclosporine A betere resultaten. De resultaten van dit onderzoek dienen met enige terughoudendheid geïnterpreteerd te worden. Er bestaat onduidelijkheid over het type corticosteroïd dat in deze studie toegepast is en de resultaten worden daarnaast vrij summier beschreven (Bewijs B).

 

Yoke et al verrichtten een gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek, waarin zij de topicale behandeling van OLP met triamcinolonacetonide 0.1% in Orabase vergeleken met ciclosporine (100 mg/ml) oplossing (Yoke, 2006). Van de 193 geïncludeerde patiënten werden gedurende 8 weken, 68 patiënten 3 maal daags behandeld met ciclosporine en 71 patiënten 3 maal daags met triamcinolonacetonide. Na 8 weken bleek in beide groepen sprake van een reductie in zowel de grootte van de laesies als in de VAS-score (pijn en een branderig gevoel). Deze reductie bleek groter (overigens niet significant) onder de patiënten die behandeld werden met triamcinolonactonide (Bewijs B).

 

Thongprasom et al. kwamen een jaar later, in een gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek bij 13 patiënten met OLP nagenoeg tot dezelfde conclusie (Thongprasom, 2007). Na eenzelfde behandeling toonden 3 patiënten uit de triamcinolonacetonidegroep een complete remissie en bij 3 patiënten trad een partiële remissie op. In de ciclosporinegroep trad daarentegen bij 2 patiënten een partiële remissie op en 4 patiënten rapporteerden geen verandering in de grootte van de laesies. Tussen beide groepen bestond geen significant verschil (p>0.01) in resultaten (Bewijs B).

 

In 1994 kwamen Sheg et al. in een gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek tot een neutrale conclusie (Sheg, 1994). In dit onderzoek werden in totaal 6 patiënten gedurende 6 weken, 3 maal daags behandeld met een ciclosporine oplossing (100 mg/ml) en 7 patiënten werden behandeld met een triamcinolonacetonide zalf (1mg/g). Na 6 weken werd een kortdurende klinische verbetering geobserveerd in beide groepen. Bij geen enkele patiënt werd een complete remissie waargenomen. Tussen beide groepen bestond geen significant verschil in de uitkomsten. Nadat de patiënten uit de triamcinolonacetonidegroep alsnog behandeld werden met ciclosporine trad er geen klinische verbetering op. Een follow up van 1 jaar leverde op de lange termijn in beide groepen geen verbetering op (Bewijs B).

López et al. concludeerden o.b.v. een vergelijkend dubbelblind onderzoek dat ciclosporine een alternatief kan zijn in de behandeling van therapieresistente erythemateuze OLP (López, 1995). Zij behandelden twee groepen van 10 patiënten gedurende 8 weken, 3 maal daags met 5 ml ciclosporine oplossing 10% versus 3 maal daags met triamcinolonacetonide oplossing 0.1%. Na 8 weken nam de omvang van de erosieve laesies met gemiddeld 81% en 62% af bij patiënten uit respectievelijk de ciclosporineen de triamcinolonacetonide groep. De erythemateuze laesies reduceerden gemiddeld met 78% en 62% bij patiënten die behandeld waren met respectievelijk ciclosporine en triamcinolonacetonide. Ook de symptomen (pijnscore) namen in beide groepen af. In deze studie ontbreekt een omschrijving van de eventuele bijwerkingen.

 

In een dubbelblind gerandomiseerde gecontroleerde studie onderzochten Conrotto et al. de effectiviteit van clobetasol en ciclosporine lokaal bij atrofische of erosieve OLP (Conrotto, 2006). Patiënten werden gedurende 2 maanden, 2 maal daags behandeld met 0.5 mg clobetasolpropionaat gel 0.025% of 13 mg ciclosporine gel 1.5%. Na 2 maanden was er bij 18 (95%) patiënten uit de clobetasolgroep en bij 13 (65%) patiënten uit de ciclosporinegroep, sprake van een totale of gedeeltelijke remissie. Het verschil tussen beide groepen bleek statistisch significant (p<0.05). De symptomen uitgedrukt in een VAS-score, verbeterden bij 18 patiënten uit de clobetasol- en bij 17 patiënten uit de ciclosporinegroep. Tussen beide groepen was er geen significant verschil in de VAS-scores. Na een follow up van 2 maanden behield 33% van de patiënten uit de clobetasolgroep en 77% uit de ciclosporinegroep een remissie van hun symptomen. Ciclosporine 1.5% is in vergelijking met clobetasol 0.025% minder kosteneffectief. (Bewijs B).

 

Aloë vera

Choonhakarn et al. vergeleken de effectiviteit van aloë vera met een placebo bij erosieve en ulceratieve OLP (Choonhakarn, 2008). Gedurende 8 weken werden 27 patiënten 2 maal daags topicaal behandeld met aloë vera gel en 27 patiënten werden behandeld met een placebo gel. Na 8 weken reduceerde de omvang van de laesies met meer dan 50%, bij 22 patiënten (81%) uit de aloë-veragroep en bij 1 patiënt (4%) uit de placebogroep. De omvang van de laesies reduceerden compleet bij 2 (7%) patiënten uit de aloë-veragroep. Pijn verdween compleet bij 9 (33%) patiënten uit de aloë-veragroep en bij 1 (4%) patiënt uit de placebogroep. Behoudens een lokale prikkelende sensatie en jeuk traden geen andere bijwerkingen op. Volgens de resultaten van deze studie is aloë vera gel significant meer effectief dan een placebo in het reduceren van de omvang van de laesies (p <0.001) en de pijn (p <0.005) bij OLP. Het effect op de lange termijn is onbekend en omdat er geen andere studies zijn die dit kunnen bevestigen, dienen deze resultaten met de nodige voorzichtigheid te worden geïnterpreteerd.

 

Thalidomide

Wu et al. (Wu, 2010) heeft 69 patiënten met erosieve orale lichen planus met thalidomide 1% pasta (n =37) of dexamethasone 0.043% pasta (n=32) behandeld. Patiënten waarbij de erosieve laesies na 1 week verdwenen waren werden gevolgd op mogelijke recidieven. Patiënten die nog erosieve laesies hadden kregen nog 3 weken extra behandeling. Uitkomstmaten waren: oppervlakte van erosieve laesies, visual analogue scale (VAS) scores, recidief na 3 maanden en bijwerkingen na 1 jaar.

 

Na 1 week behandeling hadden beide groepen een significante reductie van erosieve laesies en VAS score (P<0,001). Complete remissie trad op bij 18 (54.5%) van de 33 patiënten die met thalidomide behandeld waren en bij 17 (56.7%) van de 30 patiënten die met dexamethasone behandeld waren. De oppervlakte van erosieve laesies (P = .420) enVAS scores (P = .498) waren vergelijkbaar voor beide groepen. Na 1 maand behandeling waren 24 patiënten in de thalidomide groep (66.7%) en 22 patiënten in de dexamethasone groep (73.3%) geheel vrij van laesies. Er was geen verschil tussen beide groepen wat betreft recidieven na 3 maanden follow up. In beide groepen waren 2 patiënten die ongemak van de behandeling ondervonden.

Referenties

  1. Agha-Hosseini F, Arbabi-Kalati F, Fashtami LA, Fateh M, Djavid GE. Treatment of oral lichen planus with photodynamic therapy mediated methylene blue: a case report. Med Oral Patol Oral Cir Bucal. 2006 Mar 1;11(2):E126-9
  2. Agha-Hosseini F, Moslemi E, Mirzaii-Dizgah I. Comparative evaluation of low-level laser and CO2 laser in treatment of patients with oral lichen planus. Int J Oral Maxillofac Surg. 2012 Oct;41(10):1265-9. doi: 10.1016/j.ijom.2012.06.001. Epub 2012 Jul 9
  3. Agha-Hosseini F, Borhan MK, Monsef-Esfahani HR, Mirzaii D, I, Etemad MS, Karagah A. Efficacy of purslane in the treatment of oral lichen planus. Phytotherapy research : PTR 2010;24:240-4
  4. Aguirre JM, Bagan JV, Rodriguez C, Jimenez Y, Martinez-Conde R, az de RF, et al. Efficacy of mometasone furoate microemulsion in the treatment of erosive-ulcerative oral lichen planus: pilot study. J Oral Pathol Med 2004 Aug;33(7):381-5
  5. Baudet-Pommel M, Janin-Mercier A, Souteyrand P. Sequential immunopathologic study of oral lichen planus treated with tretinoin and etretinate. Oral Surg Oral Med Oral Pathol 1991 Feb;71(2):197-202
  6. Buajeeb W, Kraivaphan P, Pobrurksa C. Efficacy of topical retinoic acid compared with topical fluocinolone acetonide in the treatment of oral lichen planus. Oral Surg Oral Med Oral Pathol Oral Radiol Endod 1997 Jan;83(1):21-5
  7. Buajeeb W, Pobrurksa C, Kraivaphan P. Efficacy of fluocinolone acetonide gel in the treatment of oral lichen planus. Oral Surg Oral Med Oral Pathol Oral Radiol Endod 2000 Jan;89(1):42-5
  8. Carbone M, Arduino PG, Carrozzo M, Caiazzo G, Broccoletti R, Conrotto D, et al. Topical clobetasol in the treatment of atrophic-erosive oral lichen planus: a randomized controlled trial to compare two preparations with different concentrations. Journal of oral pathology & medicine : official publication of the International Association of Oral Pathologists and the American Academy of Oral Pathology 2009;38:227-33
  9. Carbone M, Goss E, Carrozzo M, Castellano S, Conrotto D, Broccoletti R, et al. Systemic and topical corticosteroid treatment of oral lichen planus: a comparative study with long-term follow-up. Journal of oral pathology & medicine : official publication of the International Association of Oral Pathologists and the American Academy of Oral Pathology 2003;32:323-9
  10. Cawson RA. Treatment of oral lichen planus with betamethasone. Br Med J 1968 Jan 13;1(5584):86-9
  11. Chainani-Wu NS, Jr. A randomized, placebo-controlled, double-blind clinical trial of curcuminoids in oral lichen planus. Phytomedicine 2007 Aug 6;14(7-8):06
  12. Chang AL, Badger J, Rehmus W, Kimball AB. Alefacept for erosive lichen planus: a case series. J Drugs Dermatol 2008 Apr;7(4):379-83.
  13. Cheng S, Kirtschig G, Cooper S, Thornhill M, Leonardi-Bee J, Murphy R. Interventions for erosive lichen planus affecting mucosal sites. Cochrane Database Syst Rev. 2012 Feb 15;2:CD008092.
  14. Choonhakarn C, Busaracome P, Sripanidkulchai B, Sarakarn P. The efficacy of aloe vera gel in the treatment of oral lichen planus: a randomized controlled trial. The British journal of dermatology 2008;158:573-7
  15. Conrotto DC. Ciclosporin vs. clobetasol in the topical management of atrophic and erosive oral lichen planus: A double-blind, randomized controlled trial. British Journal of Dermatology 2006 Jan;154(1):Jan
  16. Corrocher G, Di LG, Martinelli N, Mansueto P, Biasi D, Nocini PF, et al. Comparative effect of tacrolimus 0.1% ointment and clobetasol 0.05% ointment in patients with oral lichen planus. J Clin Periodontol 2008 Mar;35(3):244-9
  17. Da NY, Sata M, Suzuki H, Tanikawa K, Itoh K, Kameyama T. Effectiveness of glycyrrhizin for oral lichen planus in patients with chronic HCV infection. J Gastroenterol 1996 Oct;31(5):691-5
  18. Delavarian ZJ-B. The evaluation of psychiatric drug therapy on oral lichen planus patients with psychiatric disorders. Medicina Oral, Patologia Oral y Cirugia Bucal 2010 Mar 1;15(2):01
  19. Eisen D, Griffiths CEM, Ellis CN, Duell E, Voorhees JJ. Cyclosporine swish and spit improves oral lichen planus in a double-blind study. Clin Res 1990;38:624A
  20. Eisen D. Hydroxychloroquine sulfate (Plaquenil) improves oral lichen planus: An open trial. J Am Acad Dermatol 1993 Apr;28(4):609-12
  21. Eisen DE. Effect of topical cyclosporine rinse on oral lichen planus. A double-blind analysis. N Engl J Med 1990; 323(5)
  22. Epstein JB, Truelove EL. Topical cyclosporine in a bioadhesive for treatment of oral lichenoid mucosal reactions: an open label clinical trial. Oral Surg Oral Med Oral Pathol Oral Radiol Endod 1996 Nov;82(5):532-6
  23. Femiano F, Gombos F, Scully C. Oral erosive/ulcerative lichen planus: preliminary findings in an open trial of sulodexide compared with cyclosporine (ciclosporin) therapy. Int J Dermatol 2003 Apr;42(4):308-11
  24. Femiano F, Scully C. Oral lichen planus: clinical and histological evaluation in an open trial using a low molecular weight heparinoid (sulodexide). Int J Dermatol 2006 Aug;45(8):986-9
  25. Gaeta GM, Serpico R, Femiano F, La-Rotonda MI, Cappello B, Gombos F, et al. Cyclosporin bioadhesive gel in the topical treatment of erosive oral lichen planus. Int J Immunopathol Pharmacol 1994;7:125-32
  26. Giustina TAS. Topical application of isotretinoin gel improves oral lichen planus. A double-blind study. Archives of Dermatology 1986;122(5):1986
  27. Gorouhi F, Solhpour A, Beitollahi JM, Afshar S, Davari P, Hashemi P, et al. Randomized trial of pimecrolimus cream versus triamcinolone acetonide paste in the treatment of oral lichen planus. Journal of the American Academy of Dermatology 2007;57:806-13
  28. Gorsky M, Raviv M. Efficacy of etretinate (Tigason) in symptomatic oral lichen planus. Oral Surg Oral Med Oral Pathol 1992 Jan;73(1):52-5
  29. Greenspan JS, Yeoman CM, Harding SM. Oral lichen planus. A double-blind comparison of treatment with betamethasone valerate aerosol and pellets. British dental journal 1978;144:83-4
  30. Guiglia R, Di LC, Pizzo G, Picone L, Lo ML, Gallo PD, et al. A combined treatment regimen for desquamative gingivitis in patients with oral lichen planus. J Oral Pathol Med 2007 Feb;36(2):110-6.
  31. Guyot AD, Farhi D, Ingen-Housz-Oro S, Bussel A, Parquet N, Rabian C, et al. Treatment of refractory erosive oral lichen planus with extracorporeal photochemotherapy: 12 cases. Br J Dermatol 2007 Mar;156(3):553-6
  32. Hantash BM. The efficacy of tetracycline antibiotics for treatment of lichen planus: an open-label clinical trial. British Journal of Dermatology 2007;156:758-60
  33. Harpenau LA, Plemons JM, Rees TD. Effectiveness of a low dose of cyclosporine in the management of patients with oral erosive lichen planus. Oral Surg Oral Med Oral Pathol Oral Radiol Endod 1995 Aug;80(2):161-7
  34. Hegarty AM, Hodgson TA, Lewsey JD, Porter SR. Fluticasone propionate spray and betamethasone sodium phosphate mouthrinse: a randomized crossover study for the treatment of symptomatic oral lichen planus. Journal of the American Academy of Dermatology 2002;47:271-9
  35. Hersle K, Mobacken H, Sloberg K, Thilander H. Severe oral lichen planus: treatment with an aromatic retinoid (etretinate). Br J Dermatol 1982 Jan;106(1):77-80
  36. Kaliakatsou F, Hodgson TA, Lewsey JD, Hegarty AM, Murphy AG, Porter SR. Management of recalcitrant ulcerative oral lichen planus with topical tacrolimus. J Am Acad Dermatol 2002 Jan;46(1):35-41
  37. Kar HK, Parsad D, Gautam RK, Jain RK, Sharma PK. Comparison of topical tretinoin and betamethasone in oral lichen planus. Indian Journal of Dermatology, Venerology and Leprology 1996;62:304-5
  38. Laeijendecker R, Tank B, Dekker SK, Neumann HA. A comparison of treatment of oral lichen planus with topical tacrolimus and triamcinolone acetonide ointment. Acta Derm Venereol 2006;86(3):227-9.
  39. Laurberg GG. Treatment of lichen planus with acitretin. A double-blind, placebo-controlled study in 65 patients. Journal of the American Academy of Dermatology 1991;24(3):1991
  40. Lehtinen R, Happonen RP, Kuusilehto A, Jansen C. A clinical trial of PUVA treatment in oral lichen planus. Proc Finn Dent Soc 1989;85(1):29-33
  41. Levy A, Stempler D, Yuzuk S, Schewach-Millet M, Ronen M. Treatment of lichen planus with griseofulvin. Int J Dermatol 1986 Jul;25(6):405
  42. Lodi GT. Miconazole as adjuvant therapy for oral lichen planus: A double-blind randomized controlled trial. British Journal of Dermatology 2007 Jun;156(6):Jun. 1336-1341
  43. Loh HS. A clinical investigation of the management of oral lichen planus with CO 2 laser surgery. J Clin Laser Med Surg. 1992 Dec;10(6):445-9
  44. Lopez LJ, Rosello L, X. Cyclosporine A, an alternative to the oral lichen planus erosive treatment. Bull Group Int Rech Sci Stomatol Odontol 1995 Jan;38(1-2):33-8
  45. Lozada-Nur FI, Sroussi HY. Tacrolimus powder in Orabase 0.1% for the treatment of oral lichen planus and oral lichenoid lesions: an open clinical trial. Oral Surgery, Oral Medicine, Oral Pathology, Oral Radiology, and Endodontics 2006;102:744-9
  46. Lu SY, Chen WJ, Eng HL. Dramatic response to levamisole and low-dose prednisolone in 23 patients with oral lichen planus: a 6-year prospective follow-up study. Oral Surg Oral Med Oral Pathol Oral Radiol Endod 1995 Dec;80(6):705-9
  47. Lundquist G, Forsgren H, Gajecki M, Emtestam L. Photochemotherapy of oral lichen planus. A controlled study. Oral Surgery, Oral Medicine, Oral Pathology, Oral Radiology, and Endodontics 1995;79:554-8
  48. Malhotra AKK. Betamethasone oral mini-pulse therapy compared with topical triamcinolone acetonide (0.1%) paste in oral lichen planus: A randomized comparative study. Journal of the American Academy of Dermatology 2008 Apr;58(4):Apr
  49. Mansourian AS. A randomized double blind controlled trial to compare metronidazole with doxycycline for the treatment of oral lichen planus. Journal of Medical Sciences 2008 Feb 15;8(2):15.
  50. Massa MC, Rogers RS, III. Griseofulvin therapy of lichen planus. Acta Derm Venereol 1981;61(6):547-50
  51. McGrath C, Hegarty AM, Hodgson TA, Porter SR. Patient-centred outcome measures for oral mucosal disease are sensitive to treatment. Int J Oral Maxillofac Surg 2003 Jun;32(3):334-6.
  52. Meissner T, Becker J, Reichart PA. Local treatment of oral Lichen planus with Ciclosporin A. Deutsche Zahnarztliche Zeitschrift 1992;47:880-2
  53. Morrison L, Kratochvil FJ, III, Gorman A. An open trial of topical tacrolimus for erosive oral lichen planus. J Am Acad Dermatol 2002 Oct;47(4):617-20
  54. Nolan A, Badminton J, Maguire J, Seymour RA. The efficacy of topical hyaluronic acid in the management of oral lichen planus. J Oral Pathol Med 2009 Mar;38(3):299-303
  55. Olivier V, Lacour JP, Mousnier A, Garraffo R, Monteil RA, Ortonne JP. Treatment of chronic erosive oral lichen planus with low concentrations of topical tacrolimus: an open prospective study. Arch Dermatol 2002 Oct;138(10):1335-8
  56. Passeron T, Lacour JP, Fontas E, Ortonne JP. Treatment of oral erosive lichen planus with 1% pimecrolimus cream: a double-blind, randomized, prospective trial with measurement of pimecrolimus levels in the blood. Archives of Dermatology 2007;143:472-6
  57. Petruzzi M, De BM, Grassi R, Cassano N, Vena G, Serpico R. Oral lichen planus: a preliminary clinical study on treatment with tazarotene. Oral diseases 2002;8:291-5
  58. Piattelli A, Carinci F, Iezzi G, Perrotti V, Goteri G, Fioroni M, et al. Oral lichen planus treated with 13-cis-retinoic acid (isotretinoin): effects on the apoptotic process. Clinical oral investigations 2007;11:283-8
  59. Radfar L, Wild RC, Suresh L. A comparative treatment study of topical tacrolimus and clobetasol in oral lichen planus. Oral Surg Oral Med Oral Pathol Oral Radiol Endod 2008 Feb;105(2):187-93
  60. Ramesh M, Balachandran C, Shenoi SD, Rai VM. Efficacy of steroid oral mini-pulse therapy in lichen planus: an open trial in 35 patients. Indian J Dermatol Venereol Leprol 2006 Mar;72(2):156-7
  61. Rodstrom PO, Hakeberg M, Jontell M, Nordin P. Erosive oral lichen planus treated with clobetasol propionate and triamcinolone acetonide in Orabase: A double-blind clinical trial. J DERMATOL TREAT 1994;5:7-10
  62. Sardella AD. Efficacy of topical mesalazine compared with clobetasol propionate in treatment of symptomatic oral lichen planus. Oral diseases 1998;4(4):1998
  63. Scardina GAM. A randomized trial assessing the effectiveness of different concentrations of isotretinoin in the management of lichen planus. International Journal of Oral and Maxillofacial Surgery 2006 Jan;35(1):Jan
  64. Scheer M, Kawari-Mahmoodi N, Neugebauer J, Kubler AC. (Pimecrolimus (Elidel) for therapy of lichen ruber mucosae). Mund Kiefer Gesichtschir 2006 Nov;10(6):403-7
  65. Sieg P, Von DH, Von Z, V, Iven H, Färber L. Topical cyclosporin in oral lichen planus: a controlled, randomized, prospective trial. The British journal of dermatology 1995;132:790-4
  66. Sloberg K, Hersle K, Mobacken H, Thilander H. Topical tretinoin therapy and oral lichen planus. Arch Dermatol 1979 Jun;115(6):716-8
  67. Soria A, gbo-Godeau S, Taieb A, Frances C. Treatment of refractory oral erosive lichen planus with topical rapamycin: 7 cases. Dermatology 2009;218(1):22-5
  68. Swift JC, Rees TD, Plemons JM, Hallmon WW, Wright JC. The effectiveness of 1% pimecrolimus cream in the treatment of oral erosive lichen planus. Journal of Periodontology 2005;76:627-35.
  69. Thongprasom K, Chaimusig M, Korkij W, Sererat T, Luangjarmekorn L, Rojwattanasirivej S. A randomized-controlled trial to compare topical cyclosporin with triamcinolone acetonide for the treatment of oral lichen planus. Journal of oral pathology & medicine : official publication of the International Association of Oral Pathologists and the American Academy of Oral Pathology 2007;36:142-6
  70. Thongprasom K, Luangjarmekorn L, Sererat T, Taweesap W. Relative efficacy of fluocinolone acetonide compared with triamcinolone acetonide in treatment of oral lichen planus. J Oral Pathol Med 1992;21:456-8
  71. Thongprasom K, Luengvisut P, Wongwatanakij A, Boonjatturus C. Clinical evaluation in treatment of oral lichen planus with topical fluocinolone acetonide: A 2-year follow-up. Journal of Oral Pathology & Medicine 2003;32:315-22
  72. Tyldesley WR, Harding SM. Betamethasone valerate aerosol in the treatment of oral lichen planus. Br J Dermatol 1977 Jun;96(6):659-62
  73. Ungphaiboon S, Nittayananta W, Vuddhakul V, Maneenuan D, Kietthubthew S, Wongpoowarak W, et al. Formulation and efficacy of triamcinolone acetonide mouthwash for treating oral lichen planus. American journal of health system pharmacy : AJHP : official journal of the American Society of Health System Pharmacists 2005;62:485-91
  74. Van der Hem PS, Egges M, van der Wal JE, Roodenburg JL. CO2 laser evaporation of oral lichen planus. Int J Oral Maxillofac Surg. 2008 Jul;37(7):630-3. doi: 10.1016/j.ijom.2008.04.011. Epub 2008 Jun 6
  75. Volz TC. Pimecrolimus cream 1% in erosive oral lichen planus - A prospective randomized double-blind vehicle-controlled study. British Journal of Dermatology 2008 Oct;159(4):October
  76. Voute AB, Schulten EA, Langendijk PN, Nieboer C, Van dW, I. Cyclosporin A in an adhesive base for treatment of recalcitrant oral lichen planus. An open trial. Oral Surg Oral Med Oral Pathol 1994 Oct;78(4):437-41
  77. Voute ABE. Fluocinonide in an adhesive base for treatment of oral lichen planus: A double-blind, placebo-controlled clinical study. Oral Surgery Oral Medicine and Oral Pathology 1993;75(2):1993.
  78. Wongwatana S, Leao JC, Scully C, Porter S. Oxpentifylline is not effective for symptomatic oral lichen planus. J Oral Pathol Med 2005 Feb;34(2):106-8
  79. Wu Y, Zhou G, Zeng H, Xiong CR, Lin M, Zhou HM. A randomized double-blind, positive-control trial of topical thalidomide in erosive oral lichen planus. Oral Surg Oral Med Oral Pathol Oral Radiol Endod. 2010 Aug;110(2):188-95
  80. Xia J, Li C, Hong Y, Yang L, Huang Y, Cheng B. Short-term clinical evaluation of intralesional triamcinolone acetonide injection for ulcerative oral lichen planus. J Oral Pathol Med 2006 Jul;35(6):327-31
  81. Xiong C, Li Q, Lin M, Li X, Meng W, Wu Y, et al. The efficacy of topical intralesional BCG-PSN injection in the treatment of erosive oral lichen planus: a randomized controlled trial. Journal of oral pathology & medicine : official publication of the International Association of Oral Pathologists and the American Academy of Oral Pathology 2009;38:551-8
  82. Yoke PC, Tin GB, Kim MJ, Rajaseharan A, Ahmed S, Thongprasom K, et al. A randomized controlled trial to compare steroid with cyclosporine for the topical treatment of oral lichen planus. Oral Surg Oral Med Oral Pathol Oral Radiol Endod 2006 Jul;102(1):47-55.

Evidence tabellen

 

Aeuteur/jaar

 

Aantal patiënten geincludeerd (man/vrouw)

Gemiddelde leeftijd patiënten (range)

Maximale duur behandeling

Start effect

Evaluatie datum

Studieopzet/Dosering

 Resultaten

Uitkomstmaten/Definitie van succes

Duur remissie

Bijwerkingen genoemd Zo ja, welke?

Aantal uitvallers

Aantal uitval door bijwerkingen

Randomisatie Zo ja. Concealment of allocation?

Blindering

NNT versus placebo

Aantal patiënten geanalyseerd

Mate van bewijs

Betamethason

 

 

Tyldesley 1976

23 (7/16)

49 (36-72)

8 wk (16 wk grp 2)

binnen 2 wk

0,2,4,8 wk

1. (n=12) betamethason valeraat (800 μg/dag) 4dd2 pufjes

CR: gR (n)=7, mR(n)=1, nR(n)=3

Klinische respons (CR) (uitbreiding/grootte laesies en pijn): goede respons (gR) n.s., matige respons (mR) n.s., geen respons (nR) n.s.

n.s.

grp 1= toename pijn (n=?), roodheid en schraalheid mondhoeken (n=2),

3 (1 grp 1, 2 grp2)

0

+ CA n.s.

+2x

-

20

B

2. (n=11) placebo 4dd2 pufjes. Na 8 wk: behandeling met betamethason zoals in grp 1.

CR: gR(n)=0, mR(n)=2, nR(n)=7. na behandeling met betamethason (n=7): gR(n)=4, mR(n)=1, nR(n)=2

Greenspan 1978

19 (13/6)

51 (27-67)

8 wk

n=1 grp 2 binnen 1 wk, verder n.s.

0,1,2,4,8 wk

1. (n=9) betamethason aerosol (400ug p/dag) 4dd1 pufje

CR: NEOLP: gR(n)=2, mR(n)=2, nR(n)=1, MinOLP: gR(n)=1, mR(n)=2, nR(n)=0, MaxOLP: gR(n)=1, mR(n)=0, nR(n)=0

aantal patiënten (n) met klinische respons (grootte laesies, pijn en ongemak) (CR) (niet-erosieve laesies (NEOLP), minor erosieve laesies (MinOLP), major erosieve laesie (MaxOLP)). Goede verbetering (gR) n.s., matige verbetering (mR) n.s., geen verbetering (nR) n.s.

n.s.

pseudomembraneuze candidiasis (grp 1 n=3)

0

0

+ CA n.s.

+2x

-

19

B

2. (n=10) betamethason capsule 100ug oraal/topicaal 4dd1

CR: NEOLP: gR(n)=2, mR(n)=1, nR(n)=1, MinOLP: gR(n)=3, mR(n)=2, nR(n)=0, MaxOLP: gR(n)=1, mR(n)=0, nR(n)=0

                                                     

 

 

esh 2006

35 (19/16) pt. met lichen planus

18-65

3-6 mnd

binnen 3 mnd

0, elke mnd

1. (n=35) 6 mg betamethason fosfaat oraal 1x p/wk

CR: tR (n)=20 (57.14%), gR (n)=6 (17.14%), mR (n)=2 (5.71%), sR (n)=3 (8.57%)

Klinische respons (CR)% (= reductie aantal laesies,pruritis) tR=100%, goede respons (gR)=76-100%, matige respons (mR)= 51-75%, slechte respons (sR)= <50%

n=5: 3 mnd na stoppen behandeling recidief

n=20: gewichtstoename, insomnia, epigastrische pijn

4

2

-

-

-

31

C

 
 

Mc grath 2003

48 (10/38)

53 jr (46.3-60)

6 wk

n.s.

0, 6 wk

1. (n=48) Betamethasonfosfaat-oplossing 0.05 mg/ml topicaal 4dd1

VAS= -28.9%, OHRQOL= +10.37%, OHIP-14= -23.9%

gemiddelde verandering VAS%(0-100), gemiddelde verandering Oral Health Related Quality of Life (OHRQOL)%, gemiddelde verandering Oral Health Impact Profile (OHIP-14)

n.s.

n.s.

4

0

n.s.

n.s.

-

44

C

 
 

betamethason vs triamcinolonacetonide

 

 

 

Malhotra 2008

49 (29/20)

Grp 1: 42.7 ± 12.57, grp 2: 34.71 ± 8.76

24 wk

CR= grp 1: 2 wk, grp 2: 12 wk

0, 2wk, 4wk, iedere mnd tot 36 wk

1.(n= 25) 5 mg Betamethason orale mini-puls therapie 2x p/wk dosering: 16wk=4 mg, 20wk=3 mg,24wk=2mg.

CR%pt:zgR-gR=68%, sR,nR n.s. VAS%pt: tR=52%

Klinische respons CR. zeer goede respons (zgR)= ≥75% reductie, goede respons (gR)=50-74% reductie, slechte respons (sR)=25-50% reductie geen respons (nR)=<25% reductie , VAS. tR=100% reductie

grp 1 n=9 recidief na 13.78±6.96 wk. Grp 2 n=5 recidief na 19.20 ±1.79 wk

(n=20)faciaal oedeem, handen en voeten, epigastrisch ongemak, zwakte, moeheid, diarree, hoofdpijn, DM, gewichtstoename, candida, droge mond

> 24 wk n=3 (gr1=2, gr2= 1)

1

+ CA n.s.

-

-

49

B

 

2.(n=24) Triamcinolonacetonide (0.1%) orale pasta 3dd1, dosering: 16wk: 2dd, 20wk: 1dd, 24wk: 3x p/wk

CR%pt: zgR-gR=66%, sR,nR n.s. VAS%pt: tR=50%

 
                                                         

 

 

 

betamethason vs hydrocortisone

 

 

 

Cawson 1968

48 (grp1:9/21 ) grp 2?)

50,7 grp1

 

 

 

 

 

n.s.

< 1 mnd grp 1 (9)

n.s.

1. (n=30) 0,1 mg Betamethason-17-valeraat (Betnovate) oraal topicaal tabl 4dd1

tR=(n)13, pR=(n)12 nR(n)=2

Klinische respons (CR)= afname in grootte laesie of het verdwijnen van laesies tR=100%, pR=<100%, nR=0, pS=progressie klachten

n.s.

orale candida (4)

n=3 grp 1.

0

+ CA n.s.

2x

n.s.

47

B

 

2. (n=18) 2,5 mg hydrocortison oraal topicaal tabl 4dd1

pR=(n)3, pS=(n)3, nR=(n)12

 

betamethason vs fluticasonpropionaat

 

 

 

Hegarty 2002

44 (9/35)

54 (26-86)

12 wk (6 wk fluticason en 6 wk betamethason)

binnen 3 wk

0,3,6,11,14

1. (n=22) 6 wk 50 ug Fluticason propionaat spray 4dd2. Vervolgens 2 wk benzydamine hydrochloride spray 0.15% en vervolgens 6wk 500 ug Betamethason natriumfosfaat mondspoeling 4dd1

Fluticason (grp 1+ 2): CR=-64.5%, VAS= -43.6%, MP= n.s., OHIP=-25.7%, OHQOL=-81.6%

gemiddelde reductie Klinische respons (CR)% = reductie totale oppervlakte ulceratieve/erythemateuze laesies, gemiddelde reductie VAS-score (0-100mm), gemiddelde reductie McGill pijn vragenlijst (MP) (0-5), gemiddelde reductie % Oral Health Impact Profile (OHIP)= maat voor kwaliteit van leven (0-56), gemiddelde reductie% Oral Health Quality of life index (OHQoL)

n.s.

n= 16, fluticason (grp 1+2): misselijkheid (4), opgezwollen mond (1), slechte smaak en geur (6), droge mond (2), pijnlijke keel (1), rode pijnlijke tong (1), pseudomembraneuze candidiasis (1)

0

0

+ CA voldaan

+ 1x

-

44

B

 
 

2. (n=22) 6 wk 500 ug Betamethason natriumfosfaat mondspoeling 4dd. Vervolgens 2 wk benzydamine hydrochloride spray 0.15% en vervolgens 6 wk 150 ug fluticason propionaat spray 4dd2

 Betamethason (grp 1+2): CR=-42.9%, VAS= -29.7%, MP= n.s., OHIP=-25%, OHQOL= -83.7%

 

clobetasol

 

 

 

Carbone 2009

35 (8/27)

57.7 (range 52-85)

8 wk

na 8 wk verbetering VAS: 93% groep 1 en 87% groep 2 CR: 87% grp 1 en 73% grp 2

0, om de 2 weken gedurende 16 wk

1. (n= 18) 2ml topicaal Clobetasolpropionaat 0,025% 2dd1 + (hydroxyethylcellulose bioadhesieve gel 4% ) miconazol profylaxe 1dd1

CR: gCR=-1.60 ± 1.30. tR(n)=8, pR(n)=5, nR(n)=2 VAS: gVAS=-4.33 ± 2.89. tR(n)=8, pR(n)=6, nR(n)=1

gemiddelde klinische verbetering (gCR)= klinische-score 8 wk- klinische score start. gemiddelde VAS (gVAS)= VAS 8wk - VAS start. tR=100% reductie omvang laesies/VAS, pR=<100% reductie laesies/VAS, nR=0% reductie laesies/VAS

n.s.

0

5 (3 uit grp 1., 2 grp 2.)

0

+ voldaan an CA

+ 2x

n.s.

30

B

 

2. (n= 17) 2 ml topicaal Clobetasolpropionaat 0,05% 2dd1 + (4% hydroxyethylcellulose bioadhesieve gel) miconazol profylaxe 1dd1

CR: gCR=-2.20 ± 1.66. tR(n)=7, pR(n)=4, nR(n)=4. VAS: gVAS=-3.27 ± 2.2. tR(n)=9, pR(n)=5, nR(n)=2

 
                                                                     

 

 

 

clobetasol vs prednisone

 

 

Carbone 2003

49 (13/36)

60.6 ±9.7 jr (40-81 jr)

6 mnd

binnen 2 mnd verder n.s.

0, iedere wk tijdens behandeling, na behandeling elke 2 mnd 1e jr, 2jr: elke 3 mnd, 3jr: elke 6 mnd

1. (n=26) 50 mg prednison oraal 1dd1 bij ±50% reductie grootte laesie 25mg 1dd1 gedurende 1 wk, vervolgens 12.5 mg 1dd1 1wk, 6mg/dag gedurende 1 wk. Daarna start clobetasol propionaat zalf 0.05% topicaal gedurende 6 mnd 2-1dd1, miconazol gel + chloorhexidine mondspoeling 0.12% 1dd1

CR: tR(n)= 68.2%, pR(n)=22.7%, nR(n)=9.1%, SK: -83.6%

Klinische respons (CR), tR= 100% reductie laesies, pR= < 100% reductie laesies, nR= 0% reductie laesies. Gemiddelde verandering subjectieve score klachten (SK) (0-3).

remissie: grp 1:n= 50% 8.9 mnd. grp 2: n=45.5% 7 mnd

n=7 (grp 1) tensie verhoging, epigastrische pijn, vochtretentie,

4

0

-

n.s.

-

45

B

2. (n=23) clobetasol propionaat zalf 0.05% topicaal gedurende 6 mnd: 1e 4 mnd: 2dd1, mnd 5+6:1dd1, miconazol gel + chloorhexidine mondspoeling 0.12% 1dd1

CR: tR(n)= 69.6%, pR(n)=26%, nR(n)=4.4%, SK: -63.64%

 

 

clobetasol vs triamcinolonacetonide

 

 

 

Rödström 1994

40 (10/30)

58 (41-77)

9 wk

binnen 3 wk n.s.

0.3,6,9 wk

1. (n=20) clobetasol propionaat 0.05% in orabase topicaal 2dd1, na 3 wk 1dd1, na 6 wk 1x p/2dagen

CR=-43.7% (n=12 geen mucosale laesies) VAS= -63.9% (82% van de patiënten rapporteerd een reductie in VAS-score >50%)

gemiddelde reductie klinische respons (CR) (uitgebreidheid laesies score 0-3)%. Gemiddelde reductie VAS-score (%)

n.s.

n=3 intraorale acute erythemateuze candidiasis (2grp 1), nausea en algeheel ongemak (1 grp 1)

3

3

+ CA n.s.

+2x

-

37

B

 

2. (n=20) triamcinolonacetonide 0.1% in orabase topicaal 2dd1, na 3 wk 1dd1, na 6 wk 1x p/2dagen

CR=-30.5% (n=5 geen mucosae laesies) VAS=-50.6% (55% van de patiënten rapporteerd een reductie in VAS-score >50%)

 

clobetasol + miconazol

 

 

 

Lodi 2007

35 (11/24)

62.7

6 wk

eerste 3 wk

0, 3 wk, 6wk

1. (n=18) Clobetasol propionaat gel topicaal 2dd1+ miconazol 2% topicaal 1dd1

CR=19.3 (reductie -11.5%) VAS= 2.2 (reductie -2.7 EH), CC (n)=5

Klinische respons (CR)%: gemiddelde uitbreiding laesies uitgedrukt in % van 50 mucosa-lokaties (2% per lokatie) , gemiddelde VAS-score (0-10), candida (CC) (n):> 100 kolonie EH candida per ml.

 n.s.

n=5 (grp 2) Candida-infectie

5 (3 grp1, 2 grp 2)

0

+ CA voldaan

+2x

-

30

B

 

2. (n=17) Clobetasol propionaat gel topicaal 2dd1 + placebo gel topicaal 1dd1

CR= 13.3 (reductie -12.6), VAS=2.4 (reductie -4.1 EH), CC (n)=5

 
 
 

clobetasol + tand-en mondverzorgingsprogramma

 

 

 

Guiglia 2007

30 (5/25)

61.37 ± 11.22

12 wk

n.s.

0,4,8,12 wk

1. (n=30) Individueel tandverzorgingsprogramma + clobetasol-17 propionaat zalf max 3dd1+ gedurende 1 wk chloorhexidine mondspoeling 0.2% 2dd1

gehele mond TI %: 31.2, BS %:22.94

gemiddelde reductie in tandsteen index (TI), gemiddelde reductie in tandvleesbloedingen na sonderen (BS)

n.s.

n.s.

0

0

n.v.t.

+1x

-

30

C

 
 

 

 

clobetasol vs mesalazine

 

 

 

Sardella 1998

25 (9/16)

61 (34-84)

4 wk

n.s.

0,4 wk

1. (n=11) Mesalazine gel 5% topicaal 2dd1

VAS: nR=54.5% (n=6), pR=36.5% (n=4), nR=9% (n=1), pS=0

reductie VAS (0-10)%= tR= 100%, pR=<100%, nR=0%, pS= progressie

n.s.

0

0

0

+ CA voldaan

+1x

-

25

B

 

2. (n= 14) Clobetasol propionaat zalf 0.05% topicaal 2dd1

VAS: nR=57% (n=8), pR=21.5% (n=3), nR=21.5% (n=3), pS=0

 
 

flucinolonacetonide

 

 

 

Thongprasom 2003

97 (22/75)

45.53 ±13.16 (21-80)

2 jr

n.s.

0,2 wk, 1,6 mnd. 1, 1.5, 2, 10 jr

1. (n=28) 0.1% flucinolon acetonide oplossing 3dd1 bij effect afbouwen naar 2dd1 en 1dd1 tot tR

CR: tR=21.4%, pR en nR n.s.

Klinische respons (CR): tR=100% reductie laesie, pR= <100% reductie laesie , nR= 0% of progressie laesie

10 jr, verder n.s.

n=25 orale candida (4 grp 1, 3 grp2 ,18 grp 3)

n.s.

0

+ CA n.s.

n.s.

-

97

B

 

2. (n=22) 0.1% flucinolon acetonide zalf 3dd1 bij effect afbouwen naar 2dd1 en 1dd1 tot tR

CR: tR=77.3%, pR en nR n.s.

 

3. (n=47) 0.1% flucinolon acetonide oplossing of zalf 3dd1 bij effect afbouwen naar 2dd1 en 1dd1 tot tR

CR: tR=17.0%, pR en nR n.s.

 

Buajeeb 2000

48 (4/44)

48 (30-69)

4 wk

binnen 2 wk

0,2,4 wk

1. (n=15) fluocinolonacetonide gel 0.1% 4dd1 (met carbapol 934, 1%)

CR= -50%, VAS= n.s.

gemiddelde reductie klinische score (CR) (0-5)%, gemiddelde reductie VAS-score (0-10) %

n.s.

1 (grp3) pseudomembraneuze candidiasis

0

0

+ CA n.s.

n.s.

-

48

B

 

2. (n= 15) fluocinolonacetonide gel 0.1% 4dd1 (met carbapol 940, 0.5%)

CR= -44.8%, VAS= n.s.

 

3. (n=18) fluocinolonacetonide 0.1% oral base (zalf/pasta) 4dd1

CR= -50%, VAS= n.s.

 
                                             

 

 

 

fluocinonide

 

 

 

Voute 1993

40 (8/32)

46.9 (12-83)

9 wk

n.s.

0,3,6,9 wk

1. (n=20) fluocinonide 0.025% zalf 6dd1 topicaal

CR: tR(n)=4, gR(n)=9, pR(n)=3, nR(n)=2, pS(n)=2. VAS: tR(n)=13, gR(n)=2, pR(n)=3, nR(n)=2, pS(n)=0

Klinische respons (CR)= reductie OLP laesies, VAS-score. Totale respons (tR)=100% reductie, goede respons (gR)=>66% reductie, pR=>33% reductie, nR=0% reductie, progressie symptomen (pS)

n.s.

0

0

0

+ CA n.s.

+2x

-

40

B

 

2. (n=20) placebo zalf 6dd1 topicaal

CR: tR(n)=0, gR(n)=4, pR(n)=2, nR(n)=8, pS(n)=6, VAS: tR(n)=6, gR(n)=1, pR(n)=5, nR(n)=6, pS(n)=2

 
 

Fluocinolonacetonide vs triamcinolonacetonide

 

 

 

Thongprasom 1992

40 (9/31)

46.8 (20-79)

4 wk

binnen 2 wk

0,2,4,wk

1. (n=20) fluocinolonacetonide 0.1% in orabase topicaal 4dd1. Bij respons afbouwen naar 3-1dd1

CR: tR(n)= 8, nR(n)=11

Klinische score (CR) (uitgebreidheid laesie 0-5): tR=genezing (geen inflammatie, of erythemateuze laesies, geen/milde witte striae en geen andere symptomen, nR=geen genezing, n.s.

na meer dan 1 jr: grp 1 n=2 remissie

n= 13 pseudomembraneuze candidiasis (9 grp 1, 4 grp2)

2

0

n.s.

n.s.

-

38

B

 

2. (n=20) triamcinolonacetonide 0,1% in orabase topicaal 4dd1. Bij respons afbouwen na 3-1dd1

CR: tR(n)=13, nR(n)=6

 
 

Mometasonfuroaat

 

 

 

Aguirre 2004

49 (13/36)

56.4 (28-78)

30 dagen

binnen 15 dagen

0,15,30 dagen

1. (n=49) 5 ml mometasonfuroaat 0.1 % micro-emulsie mondspoeling 3dd1

CR-U=-76.08%, CR-E=-85.88%, VAS=-81.84%

klinische respons laesies (CR)%: gemiddelde reductie ulceratie (CR-U), gemiddelde reductie erytheem (CR-E), gemiddelde reductie VAS% (0-10)

n.s.

orale candida (n=6)

0

0

-

n.s.

-

49

C

 
 
 

 

 

Prednison + levamisol

 

 

 

Lu 1995

23 (4/19)

25-75 jr

Tot 80-100% reductie symptomen/pijn

1-4 wk

0, elke wk gedurende 2 mnd, vervolgens 1x p/mnd

1. (n=23) levamisol 50 mg tablet oraal 3dd1 3x p/wk + prednison 5 mg 3dd1 3xp/wk. Indien tgR bereikt, na 2 wk stop medicatie

Na 2 wk. CR: tgR(n)=12, pR(n)=11, nR(n)=0. Na 4 wk. CR: tgR(n)=22, pR(n)=1, nR(n)=0

Klinische respons (CR): totale-goede respons (tgR)=80-100% reductie symptomen (uitbreiding laesies) /pijn, pR=50-75% reductie symptomen/pijn, nR= 0% reductie of progressie symptomen/pijn

n=23 6-9 mnd (tgR= gemiddeld 9.5 mnd, pR= gemiddeld 6.3 mnd)

(n=3) levamisol: milde faciale huiduitslag (1), hoofdpijn (1), insomnia (1). Prednison=0

0

0

n.v.t.

n.s.

-

23

C

 
 
 

Triamcinolonacetonide

 

 

 

Xia 2006

45 (15/30)

50.5 ± 13.0 (25-72)

2 wk of 4 wk

binnen 2 wk

0, 1,2,3,4 wk

1. (n=45 li of re wang/buccale mucosa) 0.5 ml Triamcinolonacetonide intralesionale injectie (40mg/ml) 1x p/2wk. Indien na 2 wk < 81% reductie opnieuw 1 injectie en evaluatie na 2 wk.

 rU= -78%, rE=-78% VAS= -85% (8.33). Na 4 wk n=7 < 81% reductie laesies, n=39: 81-100% reductie, n=6: 50-80% reductie

gemiddelde reductie grootte ulceratieve laesies (rU) %, gemiddelde reductie grootte erythemateuze laesies (rE)% , gemiddelde reductie VAS (0-100)% .

n.s.

0

0

0

+ CA n.s.

n.s.

-

45

B

 

1. (n=45 li of re wang/buccale mucosa) geen interventie gedurende 2-4 wk

rU= -4%, rE= -1%, VAS=-3% (49.96)

 
 

 

 

Triamcinolonacetonide

 

 

 

Ungphaiboon 2005

20 (4/16)

48.9 grp 1, 47.2 grp 2

1 tot 16 wk

binnen 1 wk

0,1,4 wk, elke mnd tot recidief optreedt

1.(n=11) 5 ml triamcinolonacetonide mondspoeling 0.1% topicaal 4dd1. Bij pt. Met tR wordt therapie gestopt

na 4 wk: CR: tR(n)=4, gR(n)=4, pR(n)=2, nR(n)=0, pS(n)=1, VAS: tR(n)=5, gR(n)=4, pR(n)=1, nR(n)=0, pS(n)=1

Reductie laesies (=klinische respons CR),VAS-score (0-10). tR=100% reductie, goede respons (gR)=34-99% reductie, pR=1-33% reductie, nR=0% reductie, progressie laesies (pS),

6 patiënten gevolgd, 1 mnd na stoppen therapie bleek de kortste duur van remissie, verder n.s.

n=2 orale candida (2 uit grp 2)

0

0

+ CA n.s.

n.s.

-

20

B

 

2. (n=9) triamcinolonacetonide zalf topicaal 4dd1. Bij pt. Met tR wordt therapie gestopt

na 4 wk: CR: tR(n)=1, gR(n)=5, pR(n)=3, nR(n)=0, pS(n)=0, VAS: tR(n)=3, gR(n)=5, pR(n)=1, nR(n)=0, pS(n)=0

 
 

Triamcinolonacetonide + psychiatrische medicatie

 

 

 

Delavarian 2010

46 (m/v?)

geen info

6 mnd

n.s.

om de 2 weken

1. (n=31) triamcinolonacetonide topicaal + nystatine + medicatie voor psychiatrische aandoeningen (onbekend welke med.)

GL%pt: tR=19.4%, pR=74,2% pS=6,5% VL%pt: tR=0%, pR=93,6% pS=6,5% VAS%pt: tR=55%, pR=35%, pS=10%

grootte laesie %(GL), vorm en uitbreiding laesie %(VL), VAS-score% tR=100 pR=<100,nR=0 pS=progressie klachten

n.s.

n.s.

0

0

+ CA n.s.

+ niet dubbel

n.s.

46

B

 

2. (n=15) triamcinolonacetonide topicaal + nystatine

GL: tR=0%, pR=66,7% pS=33,3% VL: tR=0%, pR=100% VAS: tR=40%, pR=60%

 
 

Triamcinolonacetonide vs BCG-injecties

 

 

 

Xiong 2009

56 (13/43)

44.3 (25-60)

2 wk

na 2 wk

elke 2 wk gedurende 3 mnd

1. (n=31) 0,5 ml BCG-PSN intralesionale injectie 1x p/2 dagen

tR(n)=27 (87,1%), VAS: -2.45±1.64

Klinische respons (CR)=reductie erossieve laesies. tR=100%. Reductie VAS-score

na 3 mnd: n=18 grp 1, n=12 grp 2 (geen recidief)

zwelling en branderig gevoel tpv injectieplaats (2= TA + 3=BCG)

3

3 (BCG)

+ voldaan aan CA

+ 2x

n.s.

53

B

 

2. (n= 25)10 mg triamcinolonacetonide (TA) intralesionale injectie 1x p/wk

tR(n)=22(88%) VAS: -2.40± 1.38

 
 

 

 

 

Alefacept

 

 

 

Chang 2008

7 (0/7) (orale+ cutane/ vulva LP)

61 jr (47-71)

12 wk

n.s.

0, elke wk tot 12 wk. Vervolgens elke 2 wk tot 24 wk

1. (n=3) 15 mg alefacept IM 1x p/wk

CR= -83.7%, VAS=-61.8% VJ=-43.3%

gemiddelde reductie klinische respons (CR) (ernst orale of genitale laesies score 0-5)%, gemiddelde verandering mucosale pijn (VAS) (score 0-5)%, gemiddelde verandering jeuk (vJ) (score 0-5)%

na 24 wk tov wk 12: grp 1: CR: 1 pt verbetering, 2 pt geen verandering, VAS: 2 pt verbetering, 1 pt progressie, VJ: 1pt verbetering, 2pt progressie. Grp2: CR: 2 pt progressie, 2 pt geen verandering, VAS: 3 pt verbetering, 1 pt progressie, VJ: 2 pt verbetering, 1 pt geen verandering, 1 pt progressie

Bijwerkingen mogelijk gerelateerd aan studie medicatie: n=1 grp 1: Urineweginfectie, cystitis. n=2 grp 2???moeheid (1 ), hoesten (1), exacerbatie lP (1), cutane schimmelinfectie (1), furunkel (1), perianale folliculitis (1), huid fissuur (1), pijn arm (1), gevoeligheid huid tpv injectie (1)

0

0

+ CA n.s.

+2x

-

7

B

 

2. (n=4) 15 mg placebo (saline) IM 1x p/wk

CR=-94.1%, VAS=-45.5%, VJ=-71.4%

 
 

 

 

Ciclosporine

 

 

 

Gaeta 1994

20

gemiddelde lft n.s. (31-73)

10 wk

n.s.

0.10 wk

1. (n=10) 16 mg ciclosporine topicaal (bioadhesieve ) gel 3dd1

CR: tR (n)=5, gR(n)=3, pR(n)=1, nR(n)=1, rA=100%, sC=<50 ng/ml, sS=700-1500 ng/ml

Klinische respons (CR): tR=100%, gR=> 50%, pR=50%, nR=0%, reductie expressie DRII-antigeen (rA)%, serum spiegel ciclosporine ng/ml (sC), speeksel niveau ng/ml (sS)

n.s.

branderige sensatie

0

0

n.s.

n.s.

-

20

B

 

2. (n=10) 16 mg placebo (bioadhesieve) gel topicaal 3dd1

CR: nR (n)=10, tR=0, pR=0, gR=0, rA=0%, sC n.s., sS n.s.

 
 

Eisen 1990

16 (7/9)

62 (45-71)

8 wk

binnen 1 wk

0, elke 2 wk tot 8 wk

1. (n=8) 5ml ciclosporine-oplossing (100mg/ml) 3dd1

CR: eS=-84.2%(1.9-0.3) erS=-83.3%(1.8-0.3), rS=-52.9% (1.7-0.8), VAS=-77.8% (1.8-0.4)

gemiddelde verandering Erosie-score (eS)= (score 0-3)/aantal laesies, gemiddelde verandering Erytheem-score (erS), gemiddelde verandering Reticulatie-score (rS), gemiddelde verandering VAS (0-3)

1 mnd na stoppen therapie: n=4 recidief, na 3-6 mnd n=4 recidief. Na 6-8 mnd n=4 recidief

branderig gevoel (n=16), neerslag wasachtige deeltjes (n=12 na ciclosporine + n=3 placebo)

0

0

 + CA voldaan

+2x

-

16

B

 
 

2. (n=8) 5 ml placebo-oplossing 3dd1. Na 8 wk gedurende 8 wk therapie zoals in grp1.

CR: eS=+ 6.3%(1.6-1.7) erS=-5.3%(1.9-1.8), rS=-5.3%(1.9-1.8), VAS=-5.9% (1.7-1.6), na ciclosporine: CR: eS=- 94.1% (1.7-0.1) erS=-83.3%(1.8-0.3), rS=-44.4%(1.8-1.0)

 

 

 

Harpenau 1995

14 (3/11)

53.4 (30-66)

4 wk

na 1 wk (significant)

0,1,2,3,4 wk

1. (n=7) 5ml ciclosporine-oplossing (100mg/ml) 1dd1

CR: UOLP (n=4)=-41.2%, EOLP (n=2)= -21.5%, ROLP (n=1)=-35.2%. VAS (n=7)= reductie, verder n.s.

Klinische respons (CR): gemiddelde verandering grootte laesies%, ulceratieve OLP (UOLP), erythemateuze OLP (EOLP), reticulaire OLP (ROPLP). Gemiddelde verandering VAS (0-10)

n.s.

0

0

0

n.s.

+2x

-

14

B

 

2. (n=7) 5ml placebo-oplossing (100 mg/ml) 1dd1

CR: UOLP (n=2)=+81.7%, EOLP (n=2)= +30.2%, ROLP (n=3)=+6%, VAS= geen verandering of toegenomen verder n.s.

 
 

Epstein 1996

18 (10/8)

32 (22-72)

4 wk

n.s.

0, 2, 4 wk

1.(n=14 persisterend OLP) Ciclosporine in Zilactin 0.5 mg/dl topicaal 4dd1

CR: gG=-20.83%, gO=-28.95%, gE=-24%, gS=-9.37%, VAS=-20%, gP=24%, gA=18%

Klinische respons (CR)%: gemiddelde reductie max. grootte ulceratieve laesie (lxb) (gG), gemiddelde reductie totale oppervlakte ulceratieve laesies (gO), gemiddelde reductie ernst erytheem (gE), gemiddelde reductie orale striae (gS), gemiddelde reductie VAS-score%, gemiddelde klinische verbetering volgens patiënt (gP), gemiddelde klinische verbetering volgens arts (gA)

n.s.

nare bijsmaak (10),

0

0

-

-

-

18

C

 

2. (n=4 pt. lichenoid orale lasies graft-versus-host ziekte) Ciclosporine in Zilactin 0.5 mg/dl topicaal 4dd1

CR: gG=-65.22%, gO=-86.7%, gE=-46.43%, gS=-28.95%, VAS=-78.57%, gP=90%, gA=75%

 
 

 

 

Voute 1994

9 (2/7)

50.2 (32.8-63.8)

9 wk

n.s.

0,3,6,9 wk + 4mnd follow-up

1. (n=9) ciclosporine 0,025% zalf topicaal 4dd1

CR: gR(n)=0, pR(n)=4, nR(n)=1, pS(n)=4, VAS: gR(n)=0, pR(n)=4, nR(n)=4, pS(n)=1

Klinische respons (CR)= reductie OLP laesies, VAS-score. goede respons (gR)=>50% reductie, pR=<50% reductie, nR=0% reductie, progressie symptomen (pS)

 

 

 

 

 

 

n.s.

0

0

0

n.v.t.

n.s.

-

9

C

 
 
 

Eisen 1990

6 (1/5)

54 (44-76)

8 wk

n.s.

0,1,2,3,4,5,6,8 wk

1. (n=6) 5 ml ciclosporine (100mg/ml) oplossing 3dd1

eS= -95% (2.0-0.1) erS=-87.5% (2.4-0.3) rS=-58.8% (1.7-0.7), VAS=-95.5% (2.2-0.1)

gemiddelde reductie Erosie-score (eS)= (score 0-3)/aantal laesies, gemiddelde reductie Erytheem-score (erS), gemiddelde reductie Reticulatie-score (rS), VAS (0-3)

5 mnd na stoppen therapie: n=5 100% remissie/geen verandering

branderig gevoel (n=6), neerslag wasachtige deeltjes (n=4)

0

0

n.v.t.

n.s.

-

6

C

 
 
 

Ciclosporine vs corticosteroïden

 

 

 

Meissner 1992

20 (m/v?)

n.s.

3 wk

2 wk in voordeel van behandeling met ciclosporine

0,2,3,4 wk

1. (n=?) ciclosporine A topicale zalf 25 mg/g 3dd1

CR: beide groepen klinische verbetering. Grp 1 na 2 en 3 weken beter CR dan grp 2

Klinische respons (CR)= reductie in grootte laesies of remissie van erosieve of atrofische laesies verder n.s.

n.s.

0

0

0

+ CA n.s.

n.s.

-

20

B

 

2. (n=?) corticosteroid verder n.s. topicale zalf 3dd1

CR: beide groepen klinische verbetering. Grp 1 na 2 en 3 weken beter CR dan grp 2

 
 
                                                       

 

 

 

Ciclosporine vs triamcinolonacetonide

 

 

 

Yoke 2006

139 (45/94)

43.5 grp 1, 43.9 grp 2 (9-71 yr)

8 wk

binnen 4 wk

0,2,4,8, 12 wk, vervolgens elke 3 mnd gedurende 1 jr.

1. (n= 68) Cyclosporine oplossing (100mg/ml) 3dd1. I.g.v. toxiciteit reductie naar 2dd1 en 1dd1

CR-R= -48.53%, CR-E= -45.68%, CR-U= -38.1%, p-VAS=-32%, b-VAS=-34.20%

Klinische score %= gemiddelde reductie grootte reticulaire laesie (CR-R) erythemateuze laesie (CR-E), ulceratieve laesie (CR-U), gemiddelde reductie (%) pijn-VAS en branderig gevoel VAS (0-100)

n.s.

n=22 Branderig gevoel (14 grp 1, 3 grp 2), zwelling en jeuk lip (1 grp 1), gastro-intestinale klachten (4 grp 1)

23 (12 grp 1, 11 grp 2)

0

+ CA -

n.s.

-

139 (uitvallers werden ook geanalyseerd)

B

 

2. (n=71) 0.1% Triamcinolonacetonide zalf (orabase) 3dd1

CR-R= -65.46%, CR-E= -56.27%, CR-U= -76.41%, p-VAS= -43.97%, b-VAS= -39.42%

 
 

Thongprasom 2007

13 (3/10)

46.38 ± 13.09 (22-69)

8 wk

CR en VAS > tijdstip 0

0,2,4,8,12 wk, vervolgens om de 3 mnd tot 1 jr

1.(n=6) cyclosporine oplossing (100mg/ml) 3dd1 oraal topicaal

CR%pt: tR=0%, pR= 33.5% (n=2), nR= 66.7% (n=4). VASp=reductie n.s., VASb=reductie n.s. sC(n)=0

Reductie laesies (CR):tR=100%, pR=50%,nR=0%. VASpijn (VASp) en VASbranderig gevoel (VASb). serum cyclosporine (sC) >25ng/ml.

1 jr na behandeling geen verbetering in grp 1 en grp 2, verder n.s.

grp1(n=5): brandend gevoel, gastro-intestinale klachten, borst gevoeligheid, duizeligheid, jeuk, zwelling lippen, hemorrhage petechiae

1

1

+ CA n.s.

+2x n.s

-

12

B

 

2.(n=7) Triamcinolonacetonide 0.1% in orabase 3dd1 oraal topicaal

CR%pt: tR=50% (n=3), pR=50% (n=3). VASp=reductie n.s., VASb=reductie n.s.

 
 

Sheg 1994

13 (5/8)

51.3 (32-69)

6 wk (grp 2 na 6 wk behandeling met ciclosporine zoals in grp 1 gedurende 6 wk)

binnen 4 wk verder n.s.

0,2 dagen, 1,2,4,6 wk, 6 mnd, 1 jr

1. (n=6) ciclosporine oplossing 100mg/ml topicaal 3dd1

CR= 3.8 (-0.2)

gemiddelde klinische respons (CR): (reductie mucosale laesies): tR=100% (score1), goede respons (gR)=score 2., matige resons (mR)=score3, nR=0% (score 4), progressie (matig, ernstig) (pS)=score 5-7

na 1 jr n=2 remissie symptomen (branderige sensatie) verder n.s.

n=11: neerslag wasachtige deeltjes (grp 1n=9), branderige sensatie (grp 2 n=3)

0

0

+

+ 1x

-

13

B

 

2. (n=7) triamcinolonacetonide zalf 1mg/g 3dd1 topicaal

CR=2.4 (-1.6) na 12 wk CR=3.7 (+1.3)

 
 

López 1995

20 (m/v?)

n.s.

8 wk

>0 verder n.s.

0, elke wk tot 8 wk

1. (n=10) 5ml ciclosporine oplossing 10% 3dd1

CR: EOLP: 81% (n=2 100% reductie n=3 90% reductie, n=5 40-80% reductie. EROLP: 78% reductie (n=1 100% reductie, n=4 90% reductie, n=5 40-80% reductie) VAS: 88% reductie, (n=6 100% reductie, n=2 90% reductie, n=1 60% reductie, n=1 40% reductie)

gemiddelde reductie klinische score (CR) erosieve laesies (EOLP), erythemateuze laesies (EROLP) (uitgebreidheid erytheem en erosies (score 1-10))%. gemiddelde verbetering VAS-score (0-10)%

na 10 mnd: 20% recidieven grp 1, 30% recidieven grp 2

n.s.

0

0

n.s.

+2x

-

20

B

 

2. (n=10) triamcinolonacetonide oplossing 0.1% 3dd1

CR: EOLP: 62% (n=3 70% reductie n=2 80% reductie, n=5 40-70% reductie. EROLP: 62% reductie (n=2 80% reductie, n=3 70% reductie, n=5 40-60% reductie) VAS: 77% reductie, (n=3 100% reductie,n=3 90% reductie, n=3 40-60% reductie)

 
 

Ciclosporine vs clobetasol

 

 

 

Conrotto 2006

39 (14/25)

65.6 (40-84)

8 wk

n.s.

0, om de 2 wken tot 16 wk

1. (n=19) 0.5 mg clobetasolpropionaat gel 0·0.25% 2dd1 + miconazol gel 1dd1 + chloorhexedine mondspoeling

CR (n): tR= 9, pR=9, nR=1 VAS (n): tR=8, pR=10, nR=1, €=0·35

klinische respons (CR), VAS-score (0-10), kosten p/dag €= , tR=100% reductie laesie/VAS=0, pR=↓laesies/VAS, nR=0%

na 16 wk: grp 1: n=6 tR+pR, grp2:n=10 tR+pR

7 (6 grp 1, 1 grp 2) dyspepsie, huiduitslag, zwelling parotid-klier,

1 (grp 1)

0

+ CA voldaan

+2x

-

39

B

 

2. (n= 20) 13 mg ciclosporine gel 1.5% 2dd1 + miconazol gel 1dd1 + chloorhexedine mondspoeling

CR (n): tR= 3, pR=10, nR=7, VAS (n): tR=4, pR=13, nR=3, €=1·82

 
 

 

 

Ciclosporine vs sulodexide

 

 

 

Femiano 2003

20 (12//8)

n.s.

1 mnd

CR: tR 20-25 dagen grp 1, 27-44 dagen grp 2, P: 6-7 dagen grp1, 7-10 dagen (n=10)

0,7,14,30 dagen, 3,5 mnd

1. (n=10) Sulodexide 600 EH I.M. eenmalig, 250 EH sulodexide oraal 2dd1

CR: tR 20-25 dagen (n=9), P: 6-7 dagen (n=9), € 130

Klinische respons (CR): tijdsduur klinisch totale reductie ulceratie/erosie (n.s.), Pijn (P): tijdsduur totale reductie pijn, kosten (€) therapie

5 mnd (n=20)

1 (grp 1) Vertigo, vomitus, opvlammingen OLP

1

1

-

n.s.

-

19

B

 

2. (n=10) 1 ml ciclosporine mondspoeling (100 mg/ml) 3dd1

27-44 dagen (n=10), 7-10 dagen grp 2 (n=10), € 400

 
 

Pimecrolimus

 

 

 

Passeron 2007

12 (7/5)

69.6

4 wk

>0

0,2,4 wk

1.(n=6) pimecrolimus creme 1% topicaal 2dd1

CR=0.83 (-1.34 reductie), TS=3.33 (-3.5 reductie) SP= 2.84 ng/ml (extremen 0-6.19 ng/ml)

gemiddelde klinische score (CR): % laesies v. totale orale mucosa (score 1-4). gemiddelde totale score (TS)= CR+ VAS-score (0-4). gemiddelde bloedspiegel pimecrolimus (SP)

< 1mnd na stoppen behandeling

2 (grp 1) branderig gevoel

1

0

+ CA n.s.

+2x

-

11

B

 

2.(n=6) Placebo creme topicaal 2dd1

CR= 1.33 (-0.34 reductie), TS= 3.33 (-1.34 reductie), SP=0

 
 

Voltz 2008

20 (5/15)

59.4

4 wk, en 8 wk voor nR uit grp 1.

n.s.

0, 4 en 8 wk

1.(n=10) Pimecrolimus creme topicaal 1% 2dd1

CR(n):tR=7 en nR=3, maar na 8 wk tR.sS(n)=7 (significant).sP(n)=5 (<3·81 ng mL-1)

reductie laesies (CR):tR=100%, pR=50%,nR=0%. Reductie samengestelde score(sS)= VAS+oppervlakte laesie. verhoogde pimecrolimus serum spiegel(sP)

83% grp 1 na 8 wk

(n=6) (5grp1, 1grp2)branderig gevoel, mucosale paraesthesie

0

0

+ CA n.s.

+2x

-

20

B

 

2.(n=10) placebo creme topicaal 2dd1

CR(n): tr=2. sS(n)=1 (niet significant)

 
 

 

 

Swift 2005

 20 (6/14)

56.4 (39-73)

4 wk

>0

0,2,4, wk

1.(n=10) 1% pimecrolimus creme topicaal/oraal 2dd1 (0.5-0.25 ml)

CR-U=- 51.2%, CR-E=-67% , CR-R= +11.13%, VAS:-37.96%

gemiddelde klinische respons (CR)%: verandering ulceratie (CR-U), verandering erytheem (CR-E), verandering reticulatie (CR-R), gemiddelde verandering VAS-score% (0-100mm)

n=12 3 mnd na stop behandeling

branderig gevoel tong (1 grp 1)

2

0

+ CA n.s.

+2x

-

20 (2 uitvallers werden vervangen

B

 

2. (n=10) placebo creme 2dd1 topicaal/oraal

CR-U=+47.65 %, CR-E=+17.96%, CR-R= +56.55%, VAS:+2.56%

 
 

Scheer 2006

5 (0/5)

65.6 jr

4 wk

>0

0,7,14, 28,42 dagen

1. (n=5) pimecrolimus creme 1% topicaal 2dd1

VAS= -68.42%, na 42 dagen in alle gevallen nog reticulaire slijmvliesafwijkingen zichtbaar verder n.s.

gemiddelde reductie VAS-score % (0-100mm)

42 dagen verder n.s.

0

0

0

n.v.t.

n.s.

-

5

C

 
 
 

Pimecrolimus vs triamcinolonacetonide

 

 

 

Gorouhi 2007

40 (15/25)

grp 1: 44.2±14.5 grp2: 44.7±11.8

8 wk

> 0 wk grp 1+2 verder n.s.

0, 4,8, 12,16 wk

1. (n=20) pimecrolimus1% creme oraal 4dd1 + chloorhexedine mondspoeling 1dd1

VAS: - 9.8 ± 11.3, CR:-0.7 ± 0.6, OHIP:-1.5 ± 2.6

gemiddelde reductie VAS (100mm), gemiddelde reductie lasesies (CR), gemiddelde verbetering kwaliteit van leven (Oral Health Impact Profile (OHIP))

n.s.

2 grp 1: branderig gevoel

5 (2 grp 1, 3 grp 2)

0

+ CA voldaan

+ 1x

-

35

B

 

2. (n=20) triamcinolonacetonide 0,1% zalf oraal 4dd 1 + chloorhexedine mondspoeling 1dd1

VAS: -8.4 ± 18.3,CR:-0.8 ±0.7,OHIP:-1.6 ± 2.1

 
 
                                       

 

 

 

Tacrolimus

 

 

 

Kaliakatsou 2002

19 (5/14)

62 (28-87)

8 wk

binnen 1 wk (CR,VAS, MP, OHIP)

0,1,3,5,7,8,10,14,18,22 wk

1. (n=19) tacrolimus zalf 0.1% topicaal 2dd1

CR= -73.3%, VAS=-72.1%, MP=-63% ,OHIP= -54.7%

gemiddelde reductie Klinische respons (CR)% = reductie totale oppervlakte ulceratieve/erosieve laesies, gemiddelde reductie VAS-score (0-100mm), McGill pijn vragenlijst (MP) (0-5), Oral Health Impact Profile (OHIP)= maat voor kwaliteit van leven (0-56)

n=13: 2-15 wk (gem. 4 wk) na # therapie recidief, n=2 verbetering na # therapie, n=2 geen verandering na #

n=10: tintelende sensatie (n=6), brandend gevoel (n=1), verandering smaaksensatie (n=1), misselijkheid (n=1), lichte hoofdpijn (n=1), constipatie (n=1)

2

0

-

n.s.

-

17

C

 
 
 

Morrison 2002

6 (1/5)

n.s.

3 mnd

binnen 2 wk

0, om de 4-6 wk tot 3 mnd

1. (n=6) tacrolimus 0.1% zalf topicaal 2-3dd1

CR= -55.26%, VAS= -56.16%

gemiddelde reductie klinische respons (CR)%: ernst laesies (0-4) (gebaseerd op aangedane oppervlakte mucosa, aantal laesies, grootte erosies, mate van erytheem), gemiddelde reductie VAS% (1-10)

(geen systematische follow-up) n=2 binnen 2 wk na stoppen opvlamming EOLP

0

0

0

-

n.s.

-

6

C

 
 

Lozada 2006

10 (n=7 orale lichen planus, n=3 orale lichenoid-achtige laesies) (m/v?)

66

2 wk

>0

0, 7,14,21,28 dagen

1. (n=10) Tacrolimus poeder in orabase 0.1% topicaal 3dd1. Voorafgaand gedurende 1 wk fluconazol 100 mg

CR=0.55 (-65.2% reductie), VAS= 0.45 (-77% reductie)

gemiddelde reductie VAS-score (1-5), gemiddelde reductie grootte laesie (CR)

na 4 wk: CR= -50.6% (na stop behandeling) VAS=-43.1%

n=2 (OLP) Hoofdpijn, branderig gevoel

0

0

-

n.s.

-

10

C

 
 
 

Olivier 2002

10 (4/6)

58.1 jr (34-74)

6 mnd

n=7: reductie na 1 mnd=22.43%, 2 mnd=40.86%, 3 mnd=57.14%, 4mnd=65.29%, 5 mnd= 63.29%

0, 2 wk, 1,2,3,4,5,6, 9, 12 mnd

1. (n=10) tacrolimus (0.1 mg per 100 ml water) mondspoeling 4dd1 (afhankelijk van klinische respons afbouwen naar 1dd1)

CR (n=7)= 51%

gemiddelde reductie klinische respons (CR)%= reductie oppervlakte erosieve laesies van totale mucosa + reductie VAS-score (0-4)

9 mnd: n=6 recidief (gemiddelde 38.6 dagen), 12 mnd: n=7 recidief

0

2

0

-

n.s.

-

8

C

 
 
 

Tacrolimus vs triamcinolonacetonide

 

 

 

Laeijendecker 2006

40 (10/30)

58 (32-82)

6 wk. Therapie wordt eerder gestopt indien complete respons bereikt

n.s.

0, 6 wk, 3 mnd follow-up

1. (n=20) tacrolimus 0.1% (protopic 0.1%) zalf topicaal 4dd1

CR: tR (n)=6, pR(n)=12, nR(n)=2, pS(n)=0

gemiddelde klinische respons (CR)=ernst en uitbreiding laesies: tR=100% reductie, pR=>30% reductie, nR=<30% reductie, progressie symptomen (pS)

recidief binnen 3-9 wk na stoppen therapie: n=13 grp 1 (72%) + n=7 grp 2 (78%)

branderig gevoel (n=?) (bijwerkingen bij n=8 grp 1 en bij n=3 grp 2 verder n.s.)

0

0

+ CA voldaan

n.s.

-

40

B

 

2. (n=20) triamcinolonacetonide 0.1% in (hypromellose 20%) zalf 4dd1

CR: tR(n)=2, pR(n)=7, nR(n)=11, pS(n)=0

 
 

Tacrolimus vs clobetsol

 

 

 
                                                   

 

 

 

Corrocher 2008

32 (12/20)

43.6 ± 18.4

4 wk

n.s.

0,4,6 wk

1. (n=16) 2ml 0,1% Tacrolimus zalf 4dd1

CR:tR=56.3%, gR=43.7%, mR=0%, sR=0%. pVAS: tR=68.8%, gR=31.2% mR=0%, sR=0%. bVAS: tR=93.7%, gR=6.3% mR=0%, sR=0%

CR%pt= tR=100%, goede respons (gR)= >95%, matige respons (mR)=85-95%, slechte respons (sR)= <85% Pijn (pVAS%pt) en branderige sensatie(bVAS%pt) gR= 1, mR= 2, sR=3 (0-3) tR=100%

6 wk: CR%: tR grp 1= 43.7 grp 2= 0%

0

0

0

+ voldaan aan CA

+ 2x

n.s.

32

B

 

2. (n=16) 2 ml 0.05% clobetasol zalf 4dd1

CR: tR=0%, gR= 0%, mR=87.5% sR=12,5% pVAS: tR=6.3%, gR=62.5%, mR=31.2% sR=0%, bVAS: tR=0%, gR=93.7%, mR=6.3%, sR= 0%

 
 

Rafar 2008

30 (14/16)

58.2 ± 12

6 wk

CR en VAS > tijdstip 0

0, wk 2 en 6, 9 mnd

1.(n=15) clobetasol zalf 0.05% oraal,topicaal 4dd1, wk3:3dd1, wk5:2dd1, wk6:1dd1 + nystatine orale spoeling 1dd1

CR= -81,6% VAS%= -38%

CR%:verschil grootte laesie tijdstip 0 en 6 wk. VAS%: verschil VAS-score tijdstip 0 en 6wk. tR=100% reductie laesies/VAS

9 mnd: grp 1: CR(n): tR=5 VAS(n): tR=6. grp2: CR(n): tR=6 VAS(n):tR=1. remissie-periode CR 1-6 mnd: grp1=(n)2, grp2=(n)3.

grp 1:maagklachten, misselijkheid

2

0

+ CA voldaan

+2x

-

28

B

 

2.(n=15) tacrolimus zalf 0.1% oraal,topicaal 4dd1, wk3:3dd1, wk5:2dd1, wk6:1dd1 + nystatine orale spoeling 1dd1

CR= -82.6% VAS= -52.3%

 
 
                                                       

 

 

 

Rapamycine

 

 

 

Soria 2009

7 (0/7) (waarvan 4 pt met erosieve vulvaire laesies)

61 (47-78)

3 mnd

n.s.

CR:0, 3 mnd sS: na 15 dagen (0,1,2,6,8,12 uur na applicatie)

1. (n=7) 1ml Rapamycine-oplossing (1mg/ml) topicaal oraal 2dd1 (n=4 tevens vulvair applicatie)

CR: tR(n)=4, pR(n)=2, sS=1

reductie laesie (CR): tR=100%, pR= ≥ 50%. verhoogde serum sirolimus spiegel na 15 dagen (sS)

n.s.

n=7 tintelend en brandend gevoel

1

1

n.v.t.

n.v.t.

-

6

C

 
 
 

Acitretine

 

 

 

Laurberg 1991

65 (33/32) lichen planus, n=25 mucosale LP (orale lichen planus n.s.)

48.8 (19-80)

16 wk

n.s.

0,4,8,12,16 wk

1. (n=32) acitretine 1dd 30 mg of 3dd10mg? capsule (wrs oraal en niet topciaal n.s.)

CR na 8 wk: tR(n)=6 (21%), gR(n)=12 (43%), mR(n)=3 (11%), nR(n)=6 (21%), pS(n)=1 (4%). CR na 16 wk: tR-gR(n)=22 (83%) verder n.s.

Klinische respons (CR)= verandering lichen planus laesies: tR=100%, goede respons (gR) n.s., matige respons (mR) n.s., nR=0% reductie, progressie laesies (pS)

n.s.

Droge lippen/cheilitis (27 gpr1, 11 grp2), droge mond (21 grp 1, 9 grp2), droge neus (20 grp 1, 10 grp2), droge ogen/conjunctivitis (10 grp1, 4 grp 2), droge huid (17 grp1, 7 grp2), vervelling o.a. handen en voeten (20 grp1, 4 grp2), haarverlies (5 grp 1, 0 grp 2), breekbare nagels (1 grp1, 1 grp2)

20 (n=11 grp1, n=9 grp 2)

1 (grp 2 na behandeling met acitretine) i.v.m. cheilitis en droge orale en nasale mucosa

+ CA n.s.

+2x

n.s.

45

B

 

2. (n=33) placebo 1dd 30 mg of 3dd 10mg? capsule wrs oraal. Na 8 wk werden 29 pt gedurende 8 wk behandeld zoals in grp 1

CR na 8 wk: tR(n)=1 (3%), gR(n)=3 (10%), mR(n)=4 (13%), nR(n)=15 (48%), pS(n)=8 (26%). CR na 16 wk: tR-gR(n)=23 (74%) verder n.s.

 
 
                                     

 

 

 

Etretinaat

 

 

 

Hersle 1982

28 (10/18)

56 (35-77)

2 mnd

binnen 4 wk verder n.s.

0, elke 2 wk tot 2 mnd, 3,4,5, mnd

1. (n=14) (+n=9 grp 2) 25 mg etretinaat capsule (wrs orale intake en niet topicaal n.s.) 3dd1

CR: AEOLP: gR(n)=12 (86%) .AEOLP inclusief 7 pt. Grp 2: gR=90%. PROLP: gR(n)=3 (100%). PROLP inclusief 7 pt grp 2: gR=100%

Klinische respons (CR) (ernst erytheem, desquamatie, infiltratie, erosie en pijn) (score 0-4) goede respons (gR)= ≥ 50% reductie erosie, infiltratie en erytheem. AEOLP=atrofische erosieve OLP, PROLP= plaque en reticulaire OLP

na 3 mnd: n=18 grp 1, n=12 grp 2

n=14: keratoconjunctivitis (1), exanthemische uitslag (1), hoofdpijn(1), droge huid en mucosa (1), jeuk (9) en haaruitval (1), cheilitis n=? Bijna alle pt grp 1)

6 (4 grp1, en 2 cross-over groep)

6

+ CA n.s.

+2x

-

22

B

 

2. (n=14) 25 mg placebo capsule (wrs orale intake en niet topicaal n.s.) 3dd1. n=9 na 2 mnd geen respons en behandeling zoals in grp 1.

CR: AEOLP: gR(n)=2 (8%) PROLP: gR(n)=0 (0%)

 
 

Gorsky 1992

6 (2/4)

61 (49-77)

2 mnd

binnen 2 wk

0, elke wk tot 2 mnd

1. (n=6) etretinaat 25 mg 3dd1 tablet oraal

CR: tR(n)= 3, gR(n)=1, mR(n)=1, zmR(n)=0, nR(n)=0, pS(n)=0

Klinische respons (CR)= procentuele reductie klinische tekenen en symptomen: tR=90-100% reductie, gR=70-80% reductie, mR=50% reductie, zeer matige reductie (zmR)=30-50% reductie, matige respons (nR)= geen of zeer weinig reductie, pS= progressie symptomen/recidief

na 2-12 mnd: recidief n=6

n=4 droge huid en mucosa, n=2 vervelling huid, n=3 huiduitslag en pruritis, n=1 gedeeltelijk haarverlies

1

1 (pruritis)

n.v.t.

n.s.

-

5

C

 
 
 
                                                         

 

 

 

Isotretinoïne

 

 

 

Piatelli 2007

20 (10/10)

34.7

grp 1: 4 mnd grp 2: 8 mnd

n.s.

0,1,2,3,4,8 mnd, 3 jr

1. (n=10) isotretinoïne (Roaccutane) 0.1% topicaal orale gel 3dd1

CR(n): tR=4 pR=6. CR na 3 jr,(grp 1+ grp 2 (n=15): tR=9, rR= 6. (n=20) ki-67(n)=20, bcl-2=(n)7 B= (n)14

CR: tR=100% reductie laesie, pR= ≥ 50%, recidief (rR), Ki-67 (kR) en bcl-2 (b2)= toename immunoreactiviteit, Biopsie laesie (B): reductie aantal apoptotische cellen in basale en parabasale cellagen

na 3 jr: tR(n)=9, bij 6 patiënten recidief.

0

8 mnd:0 ,na 3 jr:5

0

-

+2x

-

 20, na 3 jr 15

B

 

2. (n=10) placebo gel + na 4 mnd isotretinoïne 0,1% topicaal orale gel 3dd1

CR(n)= geen verandering CR na 8 mnd: tR=6, pR=4. CR na 3 jr,(grp 1+ grp 2 (n=15): tR=9, rR= 6. (n=20) ki-67=(n)20, bcl-2=(n)7 B= (n)14

 
 

Scardina 2006

70 (30/40)

57.78 ± 8.9

3 mnd

n.s.

0, de eerste 3 mnd om de 15 dagen, 1,2,3,4,5 jr (n=20), 10 jr (n=19)

1. (n=35) Isotretinoïne topicaal (gazen) 0.18% 2dd1 (6 reticulaire vorm (R), 9 atrofische vorm (A), 20 erosieve vorm (E))

A+E: tR CR/ VAS (n)=26 (74.3%). R: tR CR/VAS (n)=0

Klinische score=ernst orale laesies (0-3), VAS (0-10) tR=100%= score 0, nR=0%

na 10 jr, bij 17 van 19 patiënten remissie

pijn, overgevoeligheid voor pittig voedsel

0

0

+ CA n.s.

+ 2x

-

70

B

 

2. (n=35) Isotretinoïne topicaal (gazen) 0.05% 2dd1. (4 reticulaire vorm (R), 10 atrofische vorm (A), 21 erosieve vorm E)). Bij patiënten zonder respons na 3 mnd behandeling grp 1.

A+E: tR CR/VAS (n)= 9 (25.7%). R: tR CR/VAS (n)=0, nR (n)=4

 
 

 

 

 

Tretinoïne

 

 

 

Sloberg 1979

38 (12/26)

54 (30-79)

2 mnd

binnen 2 wk: n=7 van 32 laesies (22%) vR

0, om de 2 wk tot 2 mnd, vervolgens 3,4,5 mnd

1. (n=23) Tretinoïne 0.1% in orabase topicaal 4dd1 bij irritatie 2dd1

CR: ROLP= vR(n)=73%, nR(n)=26%, pS(n)=0%. AEOLP= VR(n)=70%, nR(n)=17%, pS(n)=11%

 Klinische respons (CR) % aantal laesies van totaal=n (reticulaiare en plak laesies (ROLP), atrofische en erosieve laesies (AEOLP)). Verbetering (vR)= 100% reductie erosies, vermindering infiltratie, vermindering roodheid ≥50%, geen respons (nR)=n.s., progressie symptomen (pS)

na 5 mnd: grp1= recidief bij n=26 (27%) van verbeterde laesies, n=1 van de niet veranderde laesies. Grp 2= recidief bij n=2 (40%) van verbeterde laesies

grp 1= toename pijn (n=?), roodheid en schraalheid mondhoeken (n=2),

0

0

n.s.

+ 1x grp 2, voor grp 1 n.s.

-

38

B

 

2. (n= 15) placebo in orabase topicaal 4dd1

CR: ROLP= vR(n)=7%, nR(n)=84%, pS(n)=7%. AEOLP= VR(n)=28%, nR(n)=43%, pS(n)=28%

 
 

 

 

Tretinoïne vs etretinaat

 

 

 

Baudet-pommel 1991

25 (11/14) (orale, cutane en genitale LP)

54 (33-85)

3 mnd

n.s.

0, 3 mnd

1. (n=10 OLP) tretinoïne (n=4 0.1% /n=3 0.2%/ n=3 0.3%) topicaal

CD20+= > -20%, CD3+= -25% (waarvan 15% CD4+ en 10% CD8+), HLA-DR+ macrofagen=+10%

gemiddelde verandering aantal immunocompetente cellen per oppervlakte eenheid % (CD20+-cellen, CD3+-cellen, CD4+-cellen, CD8+-cellen, HLA-DR+ macrofagen)

n.v.t.

n.v.t

0

0

n.s.

n.s.

-

24

B

 

2. (n=10 OLP + cutane/gentiale LP) etretinaat 1mg/kg p/dag oraal (33% reductie na 1 mnd en na 1 mnd bij respons verder afbouwen) oraal

CD20+=> -20%, CD3+= -15% (waarvan 15% CD4+ en 25% CD8+), HLA-DR+macrofagen=+10%

 

3. (n=5 OLP) geen behandeling

Geen verandering t.o.v. t=0. (CD20+= 30%, CD3+= 55% (waarvan 35% CD4+ en 20% CD8+), HLA-DR+ macrofagen=30%)

 

Tretinoïne vs betamethasone

 

 

 

Kar 1996

31 (17/14)

42 (21-73)

2 mnd

n.s.

0, elke 2 wk tot 2 mnd

1. (n=16) tretinoïne 0.05% topicaal 2dd1

CR= -70.6% (3.4-1)

gemiddelde reductie klinische respons (CR)%= ernst erytheem, grootte, infiltratie, ulceratie (0-6)

n.s.

Branderig gevoel (n=3 grp 1)

1

1 grp1 (branderig gevoel)

n.s.

+2x

-

30

B

 

2. (n=15) betamethason di-propionaat 0.05% 2dd1

CR=-41.7% (3.6-2.1)

 
 

Tarazoteen

 

 

 

Petruzzi 2002

12 (7/5)

59 (46-72)

8 wk

6 wk verder n.s.

0, elke 2 wk

1. (n=6) tarazoteen carboxymethylcellulose gel 2dd1

CR: tR (n)= 4, pR(n)=2, nR(n)=0, pS (n)=0

Klinische respons (CR): tR=100% reductie laesie, pR= <100% reductie laesie , nR= 0%, progressie laesie (pS)

n.s.

branderig gevoel tong (2 grp 1), veranderende smaaksensatie (1 grp 1)

0

0

+ CA n.s.

+ 2x

-

12

B

 

2. (n=6) carboxymehtylcelloluse gel 2dd1

CR: tR(n)=0, pR(n)=0, nR(n)=5, pS(n)=1

 
 

 

Retinoïne zuur vs fluocinolonacetonide

 

 

 

Buajeeb 1997

33 (3/30)

46 (33-62)

4 wk

n.s.

0,2,4 wk

1. (n=15) Retinoïne zuur 0.05% in orabase 4dd1

CR= -17.25%, VAS n.s.

gemiddelde reductie klinische respons (CR) (0-5)%, gemiddelde reductie VAS (0-10)%

n.s.

grp 2 n=1 pseudomembraneuze candidiasis

0

0

+ CA n.s.

+2x

-

33

B

 

2. (n=18) fluocinolonacetonide 0.1% in orabase 4dd1

CR= -50% VAS n.s.

 
 

Tetracycline vs doxycycline

 

 

 

Hantash 2007

15 (4/9) lichenoïde laesies

31-79

max 6 mnd

n.s.

0, vervolgens elke mnd tot 100% remissie/ max 6 mnd

1. (n=?) tetracycline 500 mg oraal 2dd1

grp 1+2 (n=13): CR: tR (n)=1, pR (n)=6 (46%). tR+pR gemiddelde behandelingsduur 3.6 mnd. nR=6 (46%), gemiddelde behandelingsduur 3.0 mnd.

Klinische respons (CR)/reductie laesies + pruritis: tR=100%, pR=≥25%, nR= progressie of <25%

n.s.

(n=3) diarree, dyspepsie, veranderende smaaksensatie, verlies eetlust

2

0

n.s.

n.s.

-

13

C- (B)

 

2.(n=?) doxycycline 100 mg oraal 2dd1

 
 

Doxycycline vs metronidazol

 

 

 

Mansourian 2008

20 (11/9)

45.45 (15-80)

4 wk

na 15 dagen grp 1 en grp2: tR (n)=0, pR(n)=1

0,2,4 wk

1. (n=10) metronidazol 250 mg tablet 2dd1 oraal

CR: tR(n)=1 (10%), pR(n)=1 (10%), nR(n)=8 (80%)

Klinische respons (CR): tR=100% reductie grootte laesies, pR=30-50% reductie grootte laesies, nR=<30% reductie grootte laesies

n.s.

0

0

0

+ CA n.s.

+2x

-

20

B

 

2. (n=10) doxycycline 100 mg capsule 2dd1 oraal

CR: tR(n)=0, pR(n)=1 (10%), nR(n)=9 (90%)

 
 

 

Fotochemotherapie

 

 

 

Guyot 2007

12 (2/10)

60.6 (40-74)

afhankelijk van klinisch beloop: therapie wordt gestopt bij minstens 6 mnd stabiele remissie

n.s.

0,elke mnd (gedurende 6 mnd), vervolgens 1x p/3 mnd max 4 jr

1. extra corporale fotochemotherapie 2x p/wk gedurende 3 wk, vervolgens afhankelijk van klinisch beloop afbouwen naar 1x p/ 4 mnd

CR: tR=75% (n=9) na 11·5 mnd, pR=25% (n=3) na 2·6 mnd, LA: tijdstip 0=1·713x10^9 L-1, laatste sessie 0·982x10^9 L-1. CD4+=51%, CD8+=42%

Klinische respons (CR)%: tR=100% reductie laesie, pR= ≥ 50%, gemiddeld lymfocytenaantal (LA) (CD4+, CD8+)

2 tot 53 mnd. n=1 geen recidief na 4 jr, n=11 recidief 8·3 mnd na de laatste sessie

0

0

0

n.v.t.

-

-

12

C

 
 
 

Lehtinen 1988

17 (6/11)

47 (28-72)

2 mnd

n.s.

0, om de 2/3 dagen tot 2 mnd

1. (n=17) UVA 320-400 nm + 2uur van tevoren 8-methoxypsoralen 0.6 mg/kg oraal tabl. Om de 2-3 dagen.

CR: tR (n)=2, gR (n)=10, mR(n)=5, VAS: tR(n)=13, pR(n)=4

Klinische respons (CR): tR=100% reductie laesies, goede verbetering (gR) n.s., matige verbetering (mR) n.s., VAS-score: tR=100% reductie, pR= n.s.

na 12-24 mnd: n=5 totale remissie, n=7 partiële remissie

n=8 (n=4 mucosaal oedeem, n=4 bruining/verkleuring mucosa)

0

0

-

n.s.

-

17

C

 
 
 

Lundquist 1995

18 (5/13)

59

max 12 behandeling (circa 1 mnd)

n.s.

0, om de 2-3 dagen, 1,6,12 mnd (follow-up)

1. (n=18) 0.6 mg/kg 8-methoxypsoralen oraal na 2 uur fototherapie (Espe Elipar UV 10. Dosering: 0.75 J/m2 elke sessie verhogen met 0.25 J/m2) 12 behandelingen om de 2-3 dagen (totale dosering 16.5 J/cm2)

CR: tR(n)=9, pR(n)=4, nR(n)=3

Klinische respons (CR): tR=100% reductie pijn/erosieve of ulceratieve laesies, pR= reductie pijn/grootte laesies, nR=0% reductie pijn/ grootte laesies

6 mnd: grp 1: tR(n)=9, pR(n)=2, nR(n)=5, grp2: tR(n)=3, pR(n)=6, nR(n)=7. na 12 mnd idem.

misselijkheid (12), duizeligheid (8), fotofobie (5), hoofdpijn (1), paresthesieën (3)

2

2 (misselijkheid)

+ CA n.s.

n.s.

-

16

B

 

2. (n=18) placebo: geen interventie

CR: tR(n)=2, pR(n)=4, nR(n)=10

 
 

 


 


co2 Lasertherapie

 

 

Loh 1992

10 (2/8)

±55 (30-68)

Onduidelijk hoeveel sessies

1 dg

1 dg, 1,2,4 wkn;

FU gem 3 jaar (0.5-4 jr)

CO2 laser met 5W output (20W machine); laser tot subepitheliaal, wond niet gesloten

Direct bij 100% verlichting pijn; bij 1 mnd eliminatie laesies; 2 pt histologisch oz: alle cellagen verbeterd;

2 pt klinisch recidief wv repeat lasertherapie.

PostOK weinig pijn, bloeding en zwelling, geen complic.; reepithelialisatie 3-4 wkn;

Verlichting pijn (branderig gevoel), verbetering mucosa, verbetering histologisch beeld, bijwerkingen

Bij alle pten behandelde laesies in remissie (gem 3 jr; 0.5-4jr);

2 pten meldden onaangename geur tijdens ingreep;

-

-

-

-

-

10

C

Van der Hem 2008

21 (1:0.7); 39 laesies

52.3 (34-62)

Onduidelijk hoeveel sessies

onbekend

1.5, 3,6 mnd; jaarlijks; gem. FU 8 jr (1-18jr)

Diverse CO2 systemen, 15-20W; lokale anesthesie; indien recurrence herhalen behandeling

85% pijnvrij, 15% recurrence pijn; klinisch recidief 38% (n=15, wv dus n=6 pijnlijk); 

Repeat laser erna geen pijn meer; meer pijnlijke recurrences maar op nieuwe locaties; epithelialisatie in 3 wkn 

Verbeteren pijn, verbeteren klinisch beeld (laesies)

gem 8 jr (1-18 jr)

Niet genoemd

onbekend

onbekend

-

-

-

21

C

Agha-Hosseini 2012

28 pt, (7/21)

50.7

 

10 dgn (5 sessies)

Binnen 2 wkn

 

0,2,4,8,12 wk

 

1. (n=13 pt, 27 laesies) CO2 laserchirurgie (10,600nm, 3W); 5 sessies om de dag; onder lokaal anesthesie

 

1. symptom.: VAS-score ↓; klinisch: Na 12 wkn 0% ↓, 15% onveranderd, 85% ↑ (partiëel of compleet) 

Klinische respons; afname pijn (VAS), reductie omvang laesies,  reductie in soort mucosale laesies (erosief naar atrofisch/reticulair; Thongprason sign scoring)

 

 

 

Tenminste 12 wkn

niet beschreven

 

Niet genoemd

 

 

0?

+/+

-

-

28?

B/C

2. (n=15 pt, 30 laesies) LLLT (diode laser 890nm infrarood, 633nm rood); 5 sessies om de dag; onder lokaal anesthesie

2. Symptom.:  VAS-score ↓; klinisch: na 12 wkn 100% ↑(partieel of compleet);

 

symptomatische en klinische respons significant meer uitgesproken in LLLT groep.


 

Aloë vera

 

 

 

Choonhakarn 2007

54 (20/34)

grp 1: 52·81 ± 12·16, grp 2: 52·44 ± 14·85

8 wk

n.s.

0, 2, 4, 6, 8 wk

1. (n=27) topicaal 70% aloe vera gel 2dd1

CR% pt: tR= 7%, gR=81%, mR=7%, nR=4% VAS%pt: tR= 33%, gR=63% mR=4% nR=0%

CR%pt: tR= 100%-milde striae, VAS%pt: tR= 100%, goede Respons (gR)= ≥ 50%, matige respons (mR)= <50% nR=0%

n.s.

grp 1:prikkelende sensatie en milde jeuk tpv laesies alleen in 1e wk

0

0

+ voldaan aan CA

+ 2x

n.s.

54

B

 

2. (n=27) topicaal placebo 2dd1

CR%pt: tR= 0%, gR=4%, mR=48%, nR=48% VAS%pt: tR=4%, gR=7%, mR=52%, nR=37%

 
 

Curcuminoïden

 

 

 

Chainani 2007

33 (10/23)

60.6

7 weken

na 1 wk

0, 1, 4, 7 weken.

1. (n=16) curcuminoïden (95%) 1000 mg capsules oraal 2dd1 + gedurende 1 wk prednison 60 mg/dag

VAS=-15.476, NRS= -1.666, CSS, MOMI=-3.583

1. verandering symptoomscore (VAS) in mm. 2. Nummerieke schaal (NRS) voor VAS 0-10. 3. gemodificeerde orale mucosale index (MOMI)= score erytheem+ score ulceratie (0=geen, 1= mild /0-0,25cm2, 2= gemiddeld/0,25-1 cm2, 3=ernstig/ > 1cm2.) + score symptomen (CSS)

n.s.

zeer wrs tgv prednison: insomnie, stemmingsveranderingen, opgeblazen gevoel, hoofdpijn, uitslag, flatulentie, nagelafwijkingen, droge mond, metaalsmaak

5 (4 gpr 1, 1 grp2)

2 (1 grp 1, 1 grp 2)

+ CA-

+2x

-

28

B

 

2. (n=17) placebo 2000 mg/dag capsules oraal + gedurende 1 wk prednison 60 mg/dag

VAS= -19.742, NRS= -1.966, MOMI=-2.8

 
 

Postelijn

 

 

 

Agha-Hosseini 2009

37 (16/21)

47.4 ± 10.8 jr (range 25-70 jr)

3 mnd

n.s.

0, 2 wk, 1,2,3,4,5,6 mnd

1. (n=20) postelijn (portulaca oleracea L.= een kruid met anti-oxidanten) 235 mg oraal caps 1dd1

CR%pt: tR tot pR= 83% nR= 17%, SR% pt: tR tot pR=100 %

klinische respons (CR)%= verschil laesie scores: tR=100%, pR=<100%, nR=0, pS=progressie klachten. Symptomatische respons (SR)%= begin VAS-score-VAS

n.s.

0

0

0

+ CA n.s.

+2x

n.s.

37

B

 

2. (n=17) controle groep 235 mg placebo oraal caps.1dd1

CR%pt: pR=17%, nR=73%, pS=10%, SR%pt: pR=71%, nR=15%, pS=14%

 
 

 

 


 

Glycyrrhizine vs tandverzorgingsprogramma

 

 

 

Nagao 1996

17 (5/12) (OLP + positief HCV-infectie)

60 (38-73)

4 wk

n.s.

0,5 wk

1. (n=9) glycyrrhizine 0.2% oplossing IV (40ml/dag)

WL: CR: gR(n)=2, mR(n)=1, zmR(n)=0, sR(n)=6, pS(n)=0.EE: CR: gR(n)=3, mR(n)=0, zmR(n)=1, sR(n)=5, pS(n)=0. ER:CR: gR(n)=2, mR(n)=0, zmR(n)=4, sR(n)=3, pS(n)=0.

Klinische respons (CR) witte laesies (WL), erosies (EE), erytheem ER: goede respons (gR), matige respons (mR), zeer matige respons (zmR), slechte respons (sR), progressie symptomen (pS) (verder n.s.)

3 mnd na stop therapie: n=3 grp 1 recidief OLP

n.s.

0

0

+ CA n.s.

n.s.

-

17

B

 

2. (n=8) tandverzorging en instructies (tandenpoetsen)

WL: CR: gR(n)=0, mR(n)=0, zmR(n)=0, sR(n)=6, pS(n)=2.EE: CR: gR(n)=0, mR(n)=0, zmR(n)=0, sR(n)=7, pS(n)=1. ER:CR: gR(n)=0, mR(n)=0, zmR(n)=1, sR(n)=7, pS(n)=0.

 
 

Griseofulvin

 

 

 

Mary 1981

29 (9/20)

51 (10-76)

1 tot 12 mnd

binnen 3 wk en 3 mnd

n.s.

1. (n=11) (orale lichen planus) griseofulvin 500 mg tablet oraal

CR: tR (n)=3, gR (n)=3, pR(n)=3, nR(n)=2, pS=0

Klinische respons (CR) Orale lichen planus (OLP), Huid lichen planus (HLP), hoofdhuid LP (SLP), nagel LP (NLP), genitalia LP (GLP)= tR=100% (n.s.) , goede respons (gR)=n.s. pR= n.s., nR=0 (n.s.), progressie symptomen (pS)

n.s.

n=4: Huiduitslag (2), misselijkheid en constipatie (1), diarree (1)

0

0

+ CA n.s.

n.s.

-

29

C

 

2. (n=18) hoofdhuid, nagel, huid LP met of zonder orale lichen planus

CR OLP= tR (n)= 2, gR(n)=2, pR(n)=1, nR(n)=8,pS=0 ((HLP: tR (n)=1, gR(n)=2, pR(n)=2, nR(n)=7, pS(n)=3. SLP:tR(n)=1, gR(n)=1, pR(n)=1, NLP:pR(n)=1, GLP: tR(n)=2))

 
 

 

Hyaluronzuur

 

 

 

Nolan 2009

124 (24/100)

Grp1: 55.3 grp2:56.5

4 wk

CR n.s., OR n.s., VAS: na 5 min

0, 5 min, 1,2,3,4 uur, 15, 29 dagen

1. (n=62) 5 ml Hyaluronzuur 0,2% orale gel 4-5 dd1

CR=-3.1 ± 0.7, OR: tR(n)=13, VAS n.s.: eerste 5 min significante reductie pijn voor grp 1 vs grp 2

CR= gemiddelde reductie laesie in mm, orale functie (OR)= tR=alles kunnen eten, VAS (0-100mm)

n.s.

n.s.

11 (grp1=6, grp 2=5)

0

+ CA n.s.

+2x

n.s.

113

B

 

2. (n=62) 5ml placebo orale gel 4-5dd1

CR=-2 ± 0.72 OR: tR(n)=23

 

 

 

 

Hydroxychloroquinesulfaat

 

 

 

Eisen 1993

10 (9/1)

59 (40-66)

6 mnd

EROLP: na 2 mnd, EOLP: na 3-6 mnd, VAS: binnen 1-2 mnd

0, om de 4 tot 8 wk tot 6 mnd

1. (n=10) hydroxychloroquinesulfaat n=5 200 mg tablet oraal 1dd1 bij geen verbetering na 2 mnd 400 mg 1dd1.n=5 400 mg 1dd1

CR: tR(n)=5, gR(n=3), mR(n)=1, nmR(n)=0, pS(n)=0

Klinische respons (CR)= gemiddelde reductie erosieve erythemateuze laesies en VAS. totale tot bijna totale vebetering (b-tR)=81-100%, goede verbetering (gR)=50-80%, matige verbetering (mR)= 20-49%, geen-minimale verbetering (nmR)=<20%,progressie symptomen (pS).

n=4 gestopt na 6 mnd en n=6 continueerden behandeling. 3 mnd na stop therapie:alle 4 recidief recidief OLP

gastrointestinale pijn (n=1)

1

0

n.v.t

n.s.

-

9

C

 
 
 

Oxpentifiline

 

 

 

Wongwatana 2005

15 (6/9)

52 (33-72)

8 wk

n.s.

0,4,8 wk

1. (n=15) oxpentifiline 400 mg 3dd1 tablet oraal, 2dd1 i.g.v. bijwerkingen

CR: V(n)=3, nR (n)=7. VAS: V(n)=3, nR(n)=4, pS(n)=3

Klinische respons (CR): verbetering (V)= reductie ernst laesies (score 0-3), geen verandering (nR)=0%, VAS(0-3): V, nR, progressie pijn (pS)

n.s.

n=7:Hoofdpijn, diarree, exacerbatie, ataxie, maagklachten, nachtzweten, lethargie, tremor, flatulentie, metaalachtige smaak, pruritis, insomnia, gingivale bloeding

5

5

n.v.t

n.s.

-

10

C

 
 
 

 

 

Sulodexide

 

 

 

Femiano 2006

20 (7/13)

59 (38-74)

80 dagen

subjectieve symptomen 9-12 dagen. klinische respons 20-25 dagen

n.s.

1. Sulodexide 250 eenheden oraal 2dd gedurende 40 dagen, vervolgens 1dd gedurende 40 dagen

S (n): tR=8 pR=10, CR n.s.

subjectieve reductie symptomen (S): tR=100%, pR= r<100%. Klinische reductie laesies (CR) n.s.

na 1 jr: 12 (55%) van 18 patiënten verder n.s.

2: Duizeligheid, vomitus,opvliegers

2

2

nvt

n.s.

-

18

C

 
 
 

 


Evidencetabel kwaliteit van leven

 

Auteur/jaar

 

Aantal patiënten geincludeerd (man/vrouw)

Gemiddelde leeftijd patiënten (range)

Maximale duur behandeling

Evaluatie datum

Studieopzet

 Resultaten

Uitkomstmaten/Definitie van succes

Duur remissie

Aantal uitvallers

Aantal uitval door bijwerkingen

Randomisatie Zo ja. Concealment of allocation?

Blindering

Aantal patiënten geanalyseerd

Mate van bewijs

Akay
2002

120 60% man; 40% vrouw

47 (+/- 14 jr)

n.a.

n.a.

50 psoriasispatiënten

gem. 17,96 (+/- 9,49)

16/50 moderate

13/50 severe

Beck depression inventory (score 0-63; score > 14 = depressie)

n.a.

n.a.

n.a.

- (cross-sectioneel)

n.a.

120

B

30 lichen planuspatiënten

gem. 16,83 (+/- 10,47)

11/30 moderate

5/30 severe

40 gezonde controlepatiënten

8,15 (+/- 6,69)

Jornet 2009

216

(25% man; 75% vrouw)

56,63 (+/- 17,62)

n.a.

n.a.

60 patiënten Burning mouth syndrom

OHIP 58.35 ± 43.98

SF general 37.49 ± 26.52

-Oral Health Impact Profile (OHIP-49) (0-196; 196 is worst)

-SF-36 (0-100; 0 is worst)

n.a.

n.a.

n.a.

- (cross-sectioneel)

n.a.

216

B

41 patiënten afteuze stomatitis

OHIP 35.05 ± 38.28

SF general 72.84 ± 18.44

100 patiënten orale lichen planus

OHIP 42.20 ± 32.61

SF general 52.02 ± 27.54

15 overige mondslijmvlies aandoeningen

OHIP 51.60 ± 36.25

SF general 36.66± 31.07


 

Jornet 2010

148

(21,62% man)

53,23 (20-78 jr)

n.a.

n.a.

74 orale lichen planus patiënten

OHIP-49 (all items)

27.55 +/- 31.30

-Oral Health Impact Profile (OHIP-49) (0-196; 196 is worst)

 

n.a.

n.a.

n.a.

- (cross-sectioneel)

n.a.

148

B

74 gezonde vrijwilligers gematcht als controlegroep

OHIP-49 (all items)

21.55 +/- 24.87

Tabolli 2009

206 (0/35)

12 (2-89)

n.a.

n.a.

206 patiënten met aandoening van orale mucosa

-Vrouwen hebben lagere OHRQoL op de lichamelijke en mentale schaal (SF-12).

-33,7% van de patiënten zijn GHQ-positief ; voruwen > mannen (39.7 vs. 20.3%).

Hoge OHIP-14 scores bij afteuze stomatitis, orale lichen planus and burning mouth syndrome.

-14-item Oral Health

Impact Profile, OHIP-14

-12-item Short Form of Medical

Outcome Study, SF-12

-12-item General Health

Questionnaire, GHQ-12

n.a.

n.a.

n.a.

- (cross-sectioneel)

n.a.

206

C

 

 


Evicencetabel behandeling lichen planus van de oesofagus

 

Aeuteur/jaar

Studieopzet

Aantal patiënten geincludeerd (man/vrouw)

Gemiddelde leeftijd patiënten (range)

Maximale duur behandeling

Lokatie ziekte

Start effect

Evaluatie datum

Studieopzet/Dosering

 Resultaten

Uitkomstmaten/Definitie van succes

Duur remissie

Bijwerkingen genoemd Zo ja, welke?

Aantal uitvallers

Aantal uitval door bijwerkingen

Randomisatie Zo ja. Concealment of allocation?

Blindering

NNT versus placebo

Aantal patiënten geanalyseerd

Mate van bewijs

Behandeling oesofagale lichen planus

Donnella 2011.

case series

5 (m0, v5)

58,4 (55-61)

?

oesophagus

2 weken

Gedurende 6 wkn na start

2dd 500μg fluticason proprionaat p.o.

3/5 symptoom verlichting, 2/5 geen effect

Vermindering klachten dysfagie

?

Niet genoemd

geen

geen

nee

nee

nvt

5

C

Behandeling oesofagale lichen planus

Wedgeworth, 2009; case series

5 (m0, v5)

53,6 (49-58)

nvt

oesophagus

<3/4 wkn

3-4 wkn + op eigen inititaief bij toename symptomen

Balllondilatatie + intralelesionale steroidinjectie (+voorbehandeling steroïden ivm Koebner effect)

4/5 duidelijk verlichting, uiteindelijk iedereen terugval en meerdere malen geopereerd met interval gem 8,3 maanden

Vermindering klachten dysfagie op schaal 0-4

Gem 8,3 mndn

1/20 interventies pneumomediastinum. Geen overige bijwerking, geen exacerbatie OLP.

geen

geen

nee

nee

nvt

5

C

                                                               

 


 

Behandeling oesofagale lichen planus

Keate, 2003; case series

3 (m0, v3)

72 (67-77)

nvt

oesophagus

?

6 mndn na therapie + later bij klachten

Balllondilatatie + intralelesionale steroidinjectie (2-20mg per sessie)

2/3 verlichting, 1/3 na toevoeging orale tacrolimus

Vermindering dysfagie klachten

? follow up te kort

Niet benoemd; Mogelijk bij 1/3, na 6 mndn pijn in de mond

geen

geen

nee

nee

nvt

3

C

 


Evidence tabel cutane lichen planus

 

Auteur/ Jaar

Studieopzet 

Aantal patiënten geincludeerd

(man / vrouw)

Gemiddelde leeftijd patiënten

(range)

Maximale duur behandeling

Lokatie ziekte

Start effect

Evaluatie datum

Studei opzet / Dosering

Resultaten

Uitkomstmaten / Definitie van

Duur remissie en vollow-up

Bijwerkeingen genoemd

Welke?

Aantal uitvallers

Aantal uitval door bijwerkingen

Randomisatie

Blindering

NNT verus placebo

Aantal patiënten geanalyseerd

Mate van bewijs

Laag-moleculair-gewicht heparine

Akdeniz

2005

Niet vergelijkend onderzoek

24 (9/15)

37

(18-63)

14 wk

Cutaan, 7 pat. ook orale laesies.

2 wk remissie jeuk

wekelijks

1. Enoxiparine 3mg. sc. 1/week.

CR; 83%

NC; 17% (waarvan ¾ chronische hypertrofische LP) Er was beperkte remissie van orale laesies

Percentage patiënten met CR (complete remissie), NC (no change)

Remissie van jeuk

Tenminste 1 jaar

Nee

0

0

-

-

-

24

C

Hodak, 1998

 

Niet vergelijkend onderzoek

10 (1/9)

33-72

6 wk

Cutaan, een patiënten ook palmoplantair, 4 patiënten ook oraal.

Na 1-2 wk verdwijnen jeuk en regressie laesies

Wekelijks tot 1 wk na therapie

1. Enoxiparine wekelijks 3 mg s.c., 3 patiënten gedurende 4 weken en 7 patiënten gedurende 6 weken.

CR: 8 patiënten, 1 patiënt duidelijke verbetering, 1 patiënt geen verbetering. ¼ patiënten met OLP geen verbetering orale laesies.

Bij 3 pat, regressie LP bij huidbiopt, 1 pat. Postinflam. hyperpigmentatie.

Complete remissie jeuk/huid laesies (CR), duidelijke verbetering, geen verbetering. Bij 4 patiënten huidbiopt afgenomen.

7 patiënten 5-18 mnd, de andere patiënten 2-4 mdn.

0

0

0

-

-

-

10

C

                                             

 

Stefanidou, 1999

 

Niet vergelijkend onderzoek

18 (4/14)

54 (28-66)

13 wk

15 pat. cutane LP (hypertroof, gedissemineerd, gelokaliseerd) waarvan 5 ook oraal , 3 hoofdhuid, 1 nagels 2 pat. alleen oraal (erosief)

Na 1-2 weken jeuk

wekelijks

1. Enoxiparine 3 mg s.c. eenmaal per week. 6-10 injecties bij uitblijven klinische respons. Bij partiële remissie werd de behandeling voortgezet totdat complete resmissie werd bereikt (max. 13 injecties).

1. 61% bereikte complete remissie, 11% goede verbetering, 28% geen verandering.

Effectiviteit gemeten door lichamelijk onderzoek.

10 mnd

geen

geen

-

-

-

-

18

C

Tacrolimus

Al-Mutairi 2010

 

Niet vergelijkend onderzoek

 

 

33

31 (SD 10,1)

16 wk

 (allen lichen planus pigmentosus)

8-16 wk

Elke 4 wk tot 16 weken

1. Topicale tacrolimus 0,03% 2 dd voor 6-12 weken (tot complete remissie).

7/13 patiënten (53,8%) liet verbetering zien van pigmentatie (bioptie).

-       57,1% Uitstekend

-       42,9% Goed.

Percentage patiënten met verbetering van pigmentatie

- Uitstekend (>75%)

- Goed (51-75%)

- Gemiddeld (26-50%)

- Slecht (1-25%)

Geen (0%)

 

 

-

-

20

(HCV)

-

-

-

-

13

C

 


 

Vitamine D3 analoog

Glade, 1998

 

RCT

10 (2/8)

51.0

8 wk

Chronische idiopathische LP

-

O,2,4,6,8 wk.

Biopt voor en na behandeling

1. KH 1060   1 μg/g gedurende 8 weken, 2 dd

 

 

Tijdens behandeling geen vermindering symptomen

 

- S en G2M fase cellen: 14.9 naar 10.0 (p<0.03)

- Vimentine cellen: 11.3 naar 6.0 (p<0.05)

- Keratine-10 pos cellen: 58.4 naar 71.6 (niet significant)

Klinische verschijnselen (ernst,jeuk, erytheem, induratie 1-4). Biopt (percentage S- en G2M fase cellen, keratine-10 positieve cellen, vimentine positieve cellen gemeten)

-

Branderig gevoel

0

0

+ CAn.s.

+ 2x

-

9

B

2. Vehikel gedurende 8 weken, 2 dd

- S en G2M fase cellen: 9.3 naar 8.8 (niet: significant)

- Vimentine cellen: 7.9 naar 15.6 (niet significant)

- Keratine-10 pos cellen: 62.4 naar 62.7 (niet significant)

 


 

 

Theng, 2004

 

RCT

31 (15/16)

(14-71)

12 wk

LP op de romp (n=16), hoofd en nek (n=10), genitalia (n=3)

-

4,8, 12 wk

1. Calcipotriol 50 μg/g tweemaal daags, voor 12 weken

Verdunning van laesie 46,7% bij calcipotriol, 50% bij betamethason, Pigmentatie en verkleining van laesie 2 respons, 1 goede respons (bij calcipotriol). De patiënten beoordeling liet een voordeel zien voor betamethason wat betreft dikte van de laesie, echter niet significant (p=0.09)

(Uitkomst gegeven door patiënt) Mate van verbetering >50% na 12 weken, geen verbetering; patiënten met verergering of die niet onderzocht konden worden. Klinische respons >75% verdunnen laesie en minimale pigmentatie. Patiënten beoordeling VAS (dikte laesie, pigmentatie, verbeteren laesies, ernst jeuk)

n.s.

1. lokale irritatie, jeuk

2. huid atrofie, teleangiectasien, striae, hypopigmentatie

0

0

+ CA n.s.

-

-

31

B

2. Betamethason 0,1% tweemaal daags voor 12 weken


 

Antibiotica

Büyük, 2000

 

Niet vergelijkend onderzoek

19 (6/13)

41,3 (14-62)

60 dg

Gegeneraliseerde LP, waarvan 7 ook oraal, een palmoplantair

20 dg

0, 20, 40, 60 dg

 

Follow-up 2/jaar.

Metronidazol 500 mg 2dd

CR bij 13 pat,, PR 2 pat, NR 4 pat.

Bij 1 patiënt: stop met de behandeling vanwege verergering van de ziekte

80-100% verbetering van laesies en jeuk; complete respons (CR)

Vermindering van 50-80% van de laesies en vermindering van jeuk partiële respons (PR), <50% respons; no respons (NR)

n.s.

Milde hoofdpijn, misselijkheid

 

0

-

-

-

19

C

Lichttherapie

Gonzalez, 1984

Niet-Vergelijkend onderzoek

 

10 (4/6)

38 (23-66)

13 weken(range 11-38 sessies)

Gegeneraliseerde LP

2 wk

-

1. PUVA 3/wk op een helft van het lichaam totdat de laesies verdwenen zijn, daarna op hele lichaam.

1. Vijf pat. genezen over hele lichaam.

Drie pat. Verbeterden tenminste 50%.

Geen vergelijking tussen beide lichaamshelften en veel loss to follow-up (30%)

Complete genezing; laesies gepigmenteerd, niet palpabel en geen histologische aanwijzingen voor LP.

>50% verbetering

Tot 4 jaar complete remissie

-

0

0

-

-

-

9

C

                                                         

 

Pavlotsky, 2008

hendriks.margo@gmail.com

Retrospectief onderzoek

 

 

50 (18/32)

44 (12-77)

-

Gegeneraliseerde LP

<10,9 wk

-

1. (n=7) breedband UVB start 3/week 0.01-0.02 j/cm2, ophogen 0.05-0.1 j/cm2 afh. van huidtype

Complete respons bij 70% van de patiënten. Hogere respons bij ouderen en bij smalband UVB, maar niet significant.

Klinische verbetering door patiënten en artsen; compleet (verdwijnen laesies); partieel (>50% verbetering en milde jeuk); geen respons (< 50% verbetering of significante jeuk)

Gemiddeld 34,7 maanden

Voorbijgaand erytheem en jeuk

0

0

-

-

-

50

C

2. (n=34) smalband UVB start 3/week 0.01-0.02 j/cm2, ophogen 0.05-0.1 j/cm2 afh. van huidtype

3. (n=9) UVB plus corticosteroïden


 

Retinoiden

Laurberg, 1991

Dubbel blinde placebo gecontroleerde studie

65 (33/32)

48,8 (19-80)

8 weken

Lichen planus met in 25 gevallen ook orale afw.

8 weken

0,4,8,12,16 weken

1. Acitretine 3 dd 10 mg gedurende 8 weken (dubbel blind).

Daarna 8 weken 20-50 mg/dag (open)

1. Na 8 weken, jeuk, papels, erytheem significant lager (p<0.05). 64% in remissie of goede verbetering(p<0.05). Na 16 wk 83%

 

Uitbreiding ziekte, jeuk, papels, erytheem (ernstig-matig-mild-afwezig). Effectiviteit (remissie-goede verbetering-milde verbetering-geen verandering-verslechtering)

-

Cheilitis, droge huid/mucosa, schilferende handpalmen/voetzolen of elders, haaruitval, breekbare nagels

20

1

+ CA

+2x

-

45

A2

2. Placebo 3 dd gedurende 8 weken (dubbel blind). Daarna acitretine 8 weken 20-50 mg/dag (open)

2. 13% in remissie of goede verbetering (p<0.05). Na 16 wk 74%

Hydrochloroquine vs griseofulvin

Bhuiyan, 2010

 

 

 

RCT

80 (53/27)

41

6 mnd

Klassieke LP met of zonder orale betrokkenheid (n=16)

 

Elke 2 weken

1. Hydrochloroquine 400 mg 1 dd

 

1. Complete respons 17,5 %, matige verbetering 52,5%

Complete remissie (CR): 100% verdwijnen van laesie, matige verbetering (MI): 50-90% verdwijnen van laesie, geen respons (NR); <50% verbetering

-

-

-

-

+ CA n.s.

-

-

80

B

2. Griseofulvin 500 mg 1dd, voor 6 mnd.

2. Complete respons 0,5%, matige verbetering 37,5 %

 

Turan, 2009

11 patiënten      (m3; v8)

44,2 jaar (27-55)

5 tot 15 wkn (gem 9,6 wkn)

Gegeneraliseerde (cutane LP), klinisch+ histologisch bewezen; 2 pt tevens OLP (niet beoordeeld in studie)

< 1 mnd

?

Niet-vergelijkend, retrospectief statusonderzoek (dossier+foto); pten met cutane LP behandeld methotrexaat p.o., 15 of 20mg per week; bij complete remissie dose-ring afgebouwd

10/11 patiënten complete remissie na 1 mnd

Complete remissie = verdwijnen cutane laesies en pruritus); partiële remissie = >50% verbetering; geen respons = <50% verbetering; bijwerkingen (fysiek/lab)

6 maanden follow-up, 1/10 pten na 2,5 mnd remissie

1 pt ernstige nausea/vermoeidheid; overige 10pten geen klachten/

labafwijkingen

1

1, na 4 wkn

stop

nvt

nvt

nvt

11

C

Kanwar, 2011

 

 

 

RCT

24 patiënten (m8; v16)

37,4 jaar (9-63; 2 kinderen)

6 mndn

Cutane, gegeneraliseerde LP met papulaire laesies/plaque; klinische diagnose; 4pten (16%) ook mucosale betrokkenheid (niet beoordeeld in studie)

< 2 wkn

 

 

 

 

Effect na 14 en 24 wkn; lab

elke 2 wkn, na 1 mnd mndelijks (haemogram+nier/ lever functie)

Niet-vergelijkend prospectief onderzoek;

Methotrexaat p.o., volwassenen 15mg/week, kinderen 0,25mg/kg/wk

 

Comedicatie foliumzuur 5mg p.o.; antihistaminicum+emmoliens toegestaan

Na 2 wkn verbetering van 50% bij 7 pt (30%) , na 14 wkn algeheel verbeteringvan 79%;  na 24 wkn

complete remissie bij 14 pt (58%),  2 na 8wkn

Complete remissie (>90% verbetering); gedeeltelijke remissie (<90% verbetering); bijwerkingen (lab+fysiek)

 

Pten werd gevraagd dit zelf te beoordelen in % ziekteverbetering obv aantal laesies en pruritus

Na 3 mndn nog geen terugval

 

 

 

-

Bij 12 pt (50%) milde bijwerkingen, 1 ernstig;

Minder eetlust (2pt,8%); marginale daling Hb (6pt,24%); verstoord leverfuncties (4pt, 16%) wv 1 ernstig

1

 

 

 

1, door lever-func-tie-stoornis-sen

 

 

-

nvt

nvt

nvt

24

C

 

Methotrexaat p.o

 

 

Behandeling Orale lichen planus

 

De behandeling van OLP is lastig en gericht op palliatie en niet op curatie. Met wisselend succes worden corticosteroïdhoudende medicatie, retinoiden, immuunmodulerende medicatie of andere therapieën voorgeschreven. Corticosteroïden zijn de meest gebruikte geneesmiddelen. Zij remmen de ontsteking en onderdrukken de pijn.

 

Patiëntenperspectief

 

Search PubMed d.d. 5 april 2012 (including hand search):

("Lichenoid Eruptions"[Mesh:noexp] OR "Lichen Planus"[Mesh] OR "Lichen Sclerosus et atrophicus"[Mesh] OR "Vulvar Lichen Sclerosus"[Mesh] Or lichen planus [tiab] OR lichen sclerosus [tiab]) AND ("Consumer Satisfaction"[Mesh] OR consumer satisfact*[tiab] or patient satisfact*[tiab] OR consumer prefer*[tiab] OR patient prefer* [tiab] OR "Quality of life"[Mesh] OR Quality of Life [tiab] OR QoL[tiab])

 

 

Auteur / jaar

Journal

Titel

N

Diagnose

Ziekte ernst / kwaliteit van leven

Doelstelling / behandeling

Yoke PC et al., on behalf of the Asian Lichen Planus Study Group.

 

Oral Surg Oral Med Oral Pathol Oral Radiol Endod. 2006 Jul;102(1):47-55.

 

A randomized controlled trial to compare steroid with cyclosporine for the topical treatment of oral lichen planus.

139

Oral lichen planus

Topical cyclosporine appears no more effective than steroid in the treatment of oral lichen planus.

 

To compare the effectiveness of cyclosporine solution versus triamcinolone acetonide in orabase in the treatment of oral lichen planus.

 

Jensen JT et al.

Am J Obstet Gynecol. 2004 Jun;190(6):1759-63; discussion 1763-5.

Patient satisfaction after the treatment of vulvovaginal erosive lichen planus with topical clobetasol and tacrolimus: a survey study.

19

Vulvovaginal erosive lichen planus

The use of topical tacrolimus improves satisfaction and may result in better clinical outcomes than therapy with clobetasol for the treatment of vulvovaginal erosive lichen planus.

 

To compare patient satisfaction with the topical immune system modulator tacrolimus to topical clobetasol during treatment for vulvovaginal erosive lichen planus.

 

Nagao Y et al.

Virol J. 2011 Jul 12;8:348.

Effect of oral care gel on the quality of life for oral lichen planus in patients with chronic HCV infection.

9

Oral lichen planus

oral care gel improved

the subjective symptoms of all patients with OLP. The

results of this study indicate that the use of REFRECARE-

H® could be effective in reducing the subjective

symptoms and quality of life of patients with OLP.

To investigated the visual analogue scale (VAS) and effects of oral care gel, REFRECARE-H®, on patients with OLP associated with HCV infection.

Salazar-Sánchez N, et al.

J Oral Pathol Med. 2010 Nov;39(10):735-40. doi: 10.1111/j.1600-0714.2010.00947.x. Epub 2010 Oct 4.

Efficacy of topical Aloe vera in patients with oral lichen planus: a randomized double-blind study.

64

Oral lichen planus

No statistically significant differences were recorded between both groups in relation to pain after 6 and 12 weeks. There were no adverse effects in any of the groups. In relation to quality of life, significant differences were observed between the two groups in the psychological disability domain and total OHIP-49 score.

to evaluate the efficacy of the topical application of aloe vera (AV) in OLP compared with placebo.

 

Overwegingen

Hyaluronzuur heeft potentieel veel bijwerkingen.

Autorisatiedatum en geldigheid

Laatst beoordeeld : 01-11-2012

Laatst geautoriseerd : 01-11-2012

Een richtlijn heeft alleen zeggingskracht als op continubasis onderhoud plaatsvindt, op grond van systematische monitoring van zowel de medisch wetenschappelijke literatuur als van praktijkgegevens en door gebruikers van de richtlijn aangeleverde commentaren. Voor deze richtlijn is afgesproken één keer per jaar de literatuur te bekijken om nieuwe ontwikkelingen te volgen. Bij essentiële ontwikkelingen kan besloten worden een gehele richtlijnwerkgroep bij elkaar te roepen en tussentijdse elektronische amendementen te maken om deze onder de verschillende beroepsgroepen te verspreiden. In de huidige richtlijn zijn geen multidisciplinaire indicatoren ontwikkeld. Ontwikkeling van deze indicatoren is een aandachtspunt bij herziening van de richtlijn. 

Initiatief en autorisatie

Initiatief : Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venerologie

Geautoriseerd door:
  • Nederlandse Vereniging van Maag-Darm-Leverartsen
  • Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venerologie
  • Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde
  • Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie
  • Nederlandse Vereniging voor Urologie

Algemene gegevens

De Lichen Planus Vereniging Nederland heeft de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV) en Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) verzocht het initiatief te nemen om een multidisciplinaire richtlijn op te stellen voor patiënten met lichen planus. Op deze manier willen zij bereiken dat de kwaliteit van zorg verbetert. Daarbij gaat het om de volgende items die mede voortvloeien uit de hieronder geformuleerde uitdagingen, valkuilen en knelpunten uit de praktijk:

-    meer bekendheid van de aandoeningen bij huisartsen en tandartsen

-    meer tijd en aandacht tijdens een consult van de dermatoloog en andere specialisten

-    betere begeleiding door bijvoorbeeld psycholoog/seksuoloog

-    meer uniformiteit in diagnostiek en behandeling zowel tussen centra onderling als tussen disciplines/specialismen

-    adequate follow up in verband met functionele klachten en maligne ontaarding

 

Het doel van de richtlijn is over deze punten overeenstemming te bereiken en de aanbevelingen die hieruit voortvloeien daadwerkelijk in de praktijk in te voeren. De multidisciplinaire richtlijn Lichen planus is tot stand gekomen met financiële steun van de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS) en de Lichen Planus Vereniging Nederland.

Doel en doelgroep

Doelstelling

Deze richtlijn over lichen planus is een document met aanbevelingen ter ondersteuning van de dagelijkse praktijkvoering. De richtlijn berust op de resultaten van wetenschappelijk onderzoek en aansluitende meningsvorming gericht op het vaststellen van goed medisch handelen. De richtlijn geeft aanbevelingen over begeleiding en behandeling van patiënten met lichen planus en schenkt aandacht aan de psychosociale zorg en patiëntenvoorlichting.

 

Doelgroep

De richtlijn is bestemd voor leden van de medische en paramedische beroepsgroepen, waartoe behoren: dermatologen, pathologen, mond-, kaak- en aangezichtschirurgen, gynaecologen, urologen, kinderartsen, allergologen, MDL-artsen, huisartsen, seksuologen, bekkenfysiotherapeuten, mondhygiënisten, maatschappelijk werkers, psychologen en verpleegkundigen. Voor patiënten is een afgeleide tekst van de richtlijn beschikbaar. 

Samenstelling werkgroep

De richtlijn is geautoriseerd door (beoogd):

-    Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG)

-    Nederlandse Vereniging voor Urologie (NVU)

-    Nederlandse Vereniging voor Seksuologie (NVVS)

-    Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK)

-    Nederlandse Vereniging voor Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie (NVMKA)

-    Nederlandse Vereniging voor VulvaPathologie (NVvVP)

-    Nederlandse Vereniging voor Allergologie (NVVA)

-    Nederlands Genootschap van Maag-, darm- leverartsen (MDL)

-    Lichen Planus Vereniging Nederland

-    Nederlandse Vereniging van Mondhygiënisten (NVM)

-    Nederlandse Vereniging voor Fysiotherapie bij Bekkenproblematiek en Pre- en Postpartum Gezondheidszorg (NVFB)

 

Voor het ontwikkelen van de richtlijn werd een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit een vertegenwoordiging van:

 

  • dermatologen
  • pathologen
  • mond-, kaak- en aangezichtschirurgen
  • gynaecologen
  • urologen
  • kinderartsen
  • allergologen
  • MDL-artsen
  • huisartsen
  • seksuologen
  • bekkenfysiotherapeuten
  • mondhygiënisten
  • maatschappelijk werkers
  • psychologen
  • verpleegkundigen
  • patiënten

 

Bij het samenstellen van de werkgroep is rekening gehouden met de geografische spreiding van de werkgroepleden en met een evenredige vertegenwoordiging van academische en niet-academische centra. 

 

Dr. W.I. van der Meijden

Voorzitter, namens Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV)

Prof. dr. M.P.M. Burger

Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG)

Dr. W.A. ter Harmsel

Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG)

Drs. L. Santegoets

Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG)

Dr. J. J. E. van Everdingen

Directeur Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV)

Dr. G. Kirtschig

Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV)

Drs C.L.M. van Hees

Nederlandse Vereniging voor VulvaPathologie (NVvVP)

Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV)

Prof. dr. S. Horenblas

Nederlandse Vereniging voor Urologie (NVU)

Dr. G.R. Dohle

Nederlandse Vereniging voor Urologie (NVU)

Drs. C. Maltha-Huffener

Lichen Planus Vereniging Nederland (LPVN)

Mw. K. Maurer

Lichen Planus Vereniging Nederland (LPVN)

Dr. H. Doornewaard

Nederlandse Vereniging voor Pathologie (NVVP)

Drs. M.J. Ramakers

Nederlandse Vereniging voor Seksuologie (NVVS)

Drs. A.N. Bosschaart

Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK)

Dr. E.H. van der Meij

Nederlandse Vereniging voor Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie (NVMKA)

Mw. C.W.L. van den Bos

(MSPT)

Nederlandse Vereniging voor Fysiotherapie bij Bekken-problematiek en Pre- en Postpartum Gezondheidszorg (NVFB)

Dr. M.A. Stokman

Nederlandse Vereniging van Mondhygiënisten (NVM)

Dr. T. Rustemeyer

Nederlandse Vereniging voor Allergologie (NVvA)

Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV)

Drs. R. Quispel

Nederlandse Vereniging voor Maag-, Darm- en Leverartsen (NVMDL)

Mw. Y. Pluijms (MANP)

Verpleegkundigen &Verzorgenden Nederland (V&VN) Dermatologie

Drs. R. J. Borgonjen

(tot februari 2011)

Ondersteuner/secretaris namens Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV)

Drs. C.M.J.M. Bik

(tot juli 2012)

Ondersteuner/secretaris namens Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV)

Drs. C.A.M. Eggen

(vanaf juli 2012)

Ondersteuner/secretaris namens Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV)

Belangenverklaringen

De werkgroepleden hebben onafhankelijk gehandeld en geen enkel werkgroeplid ontving gunsten met het doel de richtlijn te beïnvloeden. 

Inbreng patiëntenperspectief

In de huidige richtlijn wordt het belang onderschreven van het patiëntenperspectief in het algemeen en van behandeltevredenheid en kwaliteit van leven in het bijzonder. Veel van de aandachtspunten die de Lichen Planus Vereniging Nederland (LPVN) heeft aangedragen zijn verweven in deze richtlijn.

 

Om het patiëntenperspectief meer kracht bij te zetten is er op verzoek van de LPVN een landelijk vragenlijstonderzoek uitgevoerd naar behandeltevredenheid en kwaliteit van leven bij patiënten met LP. In totaal werden 138 LP-patiënten door de LPVN aangeschreven voor deelname aan dit onderzoek, met een respons van 76,1% (88 patiënten). In dit onderzoek werden specifieke vragen gesteld over behandeltevredenheid.

 

Bij de behandeling blijken patiënten effectiviteit het belangrijkste vinden, gevolgd door arts-patiënt relatie, veiligheid en informatieverschaffing. Ongeveer de helft van de patiënten (49,3%) is tevreden over de huidige behandeling, waarbij patiënten het meest tevreden waren over de arts-patiënt relatie, en het minst over effectiviteit van de behandeling. Tevens werden specifieke vragen gesteld over kwaliteit van leven. Uit het vragenlijstonderzoek kwam naar voren dat patiënten met LP een lichte tot middelmatige vermindering van kwaliteit van leven ervaren. De grootste vermindering wordt veroorzaakt door symptomen, het effect van lichen planus op emoties en dagelijks functioneren is kleiner. Voor een volledig verslag van dit vragenlijstonderzoek zie aanverwant product 'Patiëntenperspectief: vragenlijstonderzoek' onder het kopje toepassen.

 

Tevens heeft de LPVN een lijst met aandachtspunten voor de zorgverlener aangedragen. Deze lijst geeft de zorgverlener in vogelvlucht een inzicht in de wensen van patiënten met lichen planus. Deze lijst met aandachtspunten is te vinden in aanverwant product 'Patiëntenperspectief: aanbevelingen voor de zorgverlening' onder het kopje toepassen. 

Methode ontwikkeling

Evidence based

Implementatie

In de verschillende fasen van de ontwikkeling van het concept van de richtlijn is zoveel mogelijk rekening gehouden met de implementatie van de richtlijn en de daadwerkelijke uitvoerbaarheid van de aanbevelingen. De richtlijn wordt verspreid onder alle relevante beroepsgroepen. Ook wordt een samenvatting gepubliceerd en zal er in verschillende specifieke vaktijdschriften aandacht aan worden besteed.Daarnaast wordt de richtlijn onder de aandacht gebracht via de betrokken patiëntenvereniging en de vulvapoliklinieken.

Werkwijze

Werkwijze van de werkgroep

De werkgroep werkte gedurende twee jaar (zes vergaderingen) aan een conceptrichtlijntekst. In de eerste vergadering werden knelpunten en wensen ten aanzien van de richtlijn geïnventariseerd. De werkgroep formuleerde aan de hand hiervan de uitgangsvragen als vermeld in deze richtlijn. Deze werden op het bureau van de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV) uitgewerkt tot een PICO-zoekvraag. Via systematische zoekopdrachten en reference checking is bruikbare literatuur verzameld, met hulp van een informatiespecialist werkzaam bij de Orde van Medisch Specialisten. Deze literatuur werd ingeladen in Reference Manager en ontdubbeld. De ondersteuners op het bureau van de NVDV hebben de literatuur beoordeeld op inhoud en kwaliteit. Vervolgens zijn teksten geschreven, waarin de beoordeelde literatuur werd verwerkt. Deze teksten, op basis van de evidencetabellen uit de literatuur, werden tijdens een tweedaagse vergadering besproken en van nuances en aanbevelingen voorzien. Daarna werd de tekst nog meerdere malen per mail bediscussieerd binnen de richtlijnwerkgroep.

 

Deze tekst werd in november 2012 aan alle betrokken wetenschappelijke verenigingen opgestuurd met de vraag dit voor te leggen aan de leden via de desbetreffende websites. De commentaren zijn in de definitieve versie van de richtlijn verwerkt.

 

Totstandkoming van de aanbevelingen

Voor het komen tot een aanbeveling zijn er naast het wetenschappelijke bewijs vaak andere aspecten van belang, bijvoorbeeld: patiëntenvoorkeuren; beschikbaarheid van speciale technieken of expertise; organisatorische aspecten; maatschappelijke consequenties of kosten. Deze aspecten worden besproken na de conclusie(s). Hierin wordt de conclusie op basis van de literatuur geplaatst in de context van de dagelijkse praktijk en vindt een afweging plaats van de voor- en nadelen van de verschillende beleidsopties.

 

De uiteindelijk geformuleerde aanbeveling is het resultaat van het beschikbare bewijs in combinatie met deze overwegingen. Het volgen van deze procedure en het opstellen van de richtlijn in dit ‘format’ heeft als doel de transparantie van de richtlijn te verhogen. Het biedt ruimte voor een efficiënte discussie tijdens de werkgroepvergaderingen en vergroot bovendien de helderheid voor de gebruiker van de richtlijn.

 

Juridische betekenis van richtlijnen

Richtlijnen zijn geen wettelijke voorschriften, maar wetenschappelijk onderbouwde en breed gedragen inzichten en aanbevelingen waaraan zorgverleners zouden moeten voldoen om kwalitatief goede zorg te verlenen. Aangezien richtlijnen uitgaan van ‘gemiddelde patiënten’, kunnen zorgverleners in individuele gevallen zo nodig afwijken van de aanbevelingen in de richtlijn. Afwijken van richtlijnen is, als de situatie van de patiënt dat vereist, soms zelfs noodzakelijk. Wanneer bewust van de richtlijn wordt afgeweken, moet dit echter beargumenteerd, gedocumenteerd en in overleg met de patiënt worden gedaan.

 

Zoekverantwoording

Zoekacties zijn opvraagbaar. Neem hiervoor contact op met de Richtlijnendatabase.